:: wikimiki.org ::
| Treinvervoer |
TreinvervoerDit artikel gaat over de vervoersaspecten van de trein. Zie Spoorweg voor de technische aspecten van de spoorwegen en Trein voor de technische aspecten van spoorwegvoertuigen
Nederland
Zie Treinvervoer in Nederland
België
In België onderscheidt men:
: - Lokale trein (L-trein) = stoptrein, stopt in de regel in alle stations tussen punt A en punt B
: - InterRegio (IR-trein) = trein die middelgrote stations aandoet
: - InterCity (IC-trein) = snelle trein die alleen grote stations aandoet
: - EuroCity (EC-trein) = internationale intercitytrein, bijvoorbeeld naar Zwitserland)
: - Hogesnelheidstrein (commerciële naam: Thalys voor de verbinding Parijs-Brussel-Amsterdam en Parijs-Brussel-Keulen; Eurostar voor de verbinding Brussel-Londen, ICE voor de verbinding Brussel-Berlijn)
: - Piektrein (P-trein
Spoorweg
Een spoorweg (of spoorbaan) is een weg bestaande uit twee parallelle ijzeren staven, rails geheten, op breedte gehouden door houten of betonnen dwarsliggers, die bedoeld is om een voertuig (en meestal een hele reeks gekoppelde voertuigen), een trein of rangeerdeel, met ijzeren wielen over deze staven zich te laten voortbewegen. Aan de binnenkant van de wielen van een trein zit de wielflens, een opstaande rand die de trein in het spoor houdt. Een gewone spoorweg wordt ter onderscheiding van de tandradspoorweg en de spoorsystemen met rubber banden ook wel adhesiespoorweg genoemd.
Geschiedenis
Spoorwegen zijn in het begin van de 19e eeuw ontstaan als innovatie in de mijnbouw. Werk in kolenmijnen was zwaar en gevaarlijk, en dus bestond er grote behoefte aan hulpmiddelen om dit werk te verlichten. Een hulpmiddel was het gebruik van karretjes die over spoor reden, om de kolen in te vervoeren; dan hoefden de kolen niet meer in manden op de rug vervoerd te worden. Aanvankelijk werden houten rails gebruikt, later kwamen rails van gietijzer beschikbaar. Het gebruik van rails zorgde ervoor dat de rolweerstand laag was, zo konden meer kolen vervoerd worden. De karretjes werden verplaatst met handkracht, met paardenkracht of door ze op zwaartekracht van de helling te laten rollen. Een ander hulpmiddel was de stoommachine. In de mijnen was behoefte aan kracht om grondwater weg te pompen en om liften te bewegen. Aanvankelijk werd hiervoor handkracht, paardenkracht of waterkracht gebruikt.
Uiteraard bedacht men dat je de stoommachine ook voor het vervoer van de kolenkarretjes zou kunnen gebruiken. Richard Trevithick was in 1804 de eerste die een stoommachine op rails zette. Zijn probleem was dat de gietijzeren rails niet bestand waren tegen het gewicht van de stoommachine en geregeld braken. Later is dit opgelost door gewalste stalen rails te gebruiken.
In 1825 opende de Stockton and Darlington Railway, bedoeld als verbinding om kolen van de mijn naar de haven te brengen. Locomotiefbouwer George Stephenson bewerkstelligde dat voor deze verbinding stoomtractie en geen paardentractie gebruikt werd. Bovendien werd besloten de lijn openbaar toegankelijk te maken, zodat hij ook voor andere zaken dan het vervoer van kolen gebruikt kon worden. Het was min of meer een verrassing dat de lijn ook voor reizigersvervoer erg in trek bleek. Door dit succes werd de lijn een voorbeeld voor andere spoorwegen, die spoedig volgden.
In 1835 reed de eerste trein op het Europese vasteland: tussen Mechelen en Brussel. België had zich in 1830 van Nederland afgescheiden en kon daardoor geen gebruik meer maken van waterwegen op Nederlands grondgebied. Het gevolg was dat de haven van Antwerpen afgesneden raakte van haar Duitse achterland en dus had België met spoed een alternatieve vervoerwijze nodig. Men koos voor de toen revolutionair nieuwe spoorwegtechniek en men koos ervoor een spoorwegnet van staatswege aan te leggen. Omdat de spoorwegen door de staat aangelegd werden, kon het natuurlijk niet zo zijn dat alleen Antwerpen daarvan profiteerde: het moest een nationaal dekkend netwerk worden. Zo ontstond een netwerk met een Noord-Zuidlijn en een Oost-Westlijn die elkaar in Mechelen kruisten; Mechelen werd het middelpunt van het Belgische spoorwegnet. In 1843 werd de Duitse grens bereikt.
Zoals begin 21e eeuw de telecommunicatie als de drijvende industrie wordt gezien, gold dat in de 19e eeuw voor de spoorwegen.
Spoorwegen in Nederland
Zie ook: Spoorlijnen in Nederland
In Nederland reed in 1839 de eerste trein tussen Amsterdam en Haarlem. Nederland heeft 2809 km spoorlijn met een spoorwijdte van 1435 mm, waarvan 2061 km geëlektrificeerd is en 931 km enkelsporig. In totaal ligt er in Nederland 6505 km spoor (dubbelspoor dubbel geteld). De spoorwegen in Nederland worden namens de Rijksoverheid beheerd door ProRail. Belangrijke stations zijn onder meer Amsterdam Centraal, Den Haag Centraal, Rotterdam Centraal en Utrecht Centraal.
Spoorwegen in België
Zie ook: Spoorlijnen in België
In België ligt 3518 km spoorlijn met een spoorwijdte van 1435 mm, waarvan 2934 km geëlektrificeerd is. 2563 kilometer is dubbelsporig. De sporen in België worden beheerd door Infrabel. Belangrijke stations zijn onder meer Station Brussel-Zuid, Station Brussel-Centraal, Station Brussel-Noord en het Station Antwerpen-Centraal.
Spoortechniek
Een spoorweg bestaat uit een onderbouw en een bovenbouw:
De onderbouw is de ondergrond waar de spoorlijn op wordt aangelegd. Dit kan dus een spoordijk, een brug of een viaduct zijn.
De bovenbouw komt op de onderbouw en bestaat uit ballast (bijvoorbeeld steenslag van porfier). Op de ballast worden dwarsliggers (in vaktaal houten) aangebracht. Vroeger werden vooral houten dwarsliggers gebruikt. Ook stalen dwarsliggers zijn enige tijd gebruikt. In Duitsland zijn deze op regionale spoorlijnen nog steeds aan te treffen. Tegenwoordig gebruikt men steeds meer betonnen dwarsliggers. Een houten dwarsligger wordt ook wel "biels" genoemd. Op de dwarsliggers worden de spoorstaven bevestigd. Een stopmachine wordt gebruikt om de ballast goed onder de spoorstaven te stoppen zodat de rails goed ligt. Bij de bovenbouw worden ook de spoorwegbeveiliging (overwegbeveiliging, seinen en treinbeïnvloeding) en de elektrische tractie-energie-voorziening (bovenleiding of derde rail gerekend.
Zie ook
- Spoorwegen van A tot Z
- Omgrenzingsprofiel
- Meersporigheid
Externe links (spoortermen)
- [http://www.treinreizigers.nl Contact site voor treinreizigers]
- [http://www.ovnet.nl/begrip.php?m=overzicht Begrippenlijst Spoortermen]
- [http://www.treinen.demon.nl/htm/jargon.htm Rail 1435]
- [http://www.rovernet.nl/abc/a.htm Rovernet, tot nu toe beginletters A t/m R]
- [http://www.spoorzoeker.nu Spoorzoeker, uitgebreide spoorhistorie]
- [http://www.nmld.nl Nederlandse Museum Materieel Database]
- [http://www.spoorweggeschiedenis.nl Geschiedenis van de Spoorwegen]
- [http://www.nvbs.com Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen]
Categorie:Railinfrastructuur
Categorie:Spoorweg
Categorie:Nederlandse spoorlijn
Categorie:Belgische spoorlijn
ja:鉄道
th:ทางรถไฟ
zh-min-nan:Thih-lō· ūn-su
Treinvervoer in Nederland
De meeste treinen in Nederland worden gebruikt voor het openbaar vervoer. In 2002 legden treinreizigers in Nederland gezamenlijk 15,5 miljard kilometer af.
Railinfrastructuur
De railinfrastructuur wordt beheerd door ProRail in opdracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat. In 2003 was het spoorwegnet was 2.811 kilometer lang. 924 kilometer was enkelsporig en 2.064 kilometer was geëlektrificeerd. Het hele spoornet (dus dubbelspoor dubbel geteld) was 6.550 kilometer lang.
Openbaar personenvervoer
Het openbaar personenvervoer per spoor kan in drie soorten spoowegen/treindiensten worden onderverdeeld: het Hoofdrailnet, de contractsectortreindiensten en de gedecentraliseerde treindiensten.
Na de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen in 1995 is het spoorwegnet opgedeeld in een rendabel netwerk en een 30-tal onrendabele lijnen. De NS heeft het exclusieve recht gekregen om personenvervoer op dit netwerk (hoofdrailnet of kernnet) te mogen exploiteren. De onrendabele lijnen worden met behulp van subsidie geëxploiteerd in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (contractsectortreindiensten) of zijn gedecentraliseerd en worden met behulp van subsidie geëxploiteerd in opdracht van een provincie of stedelijke regio (gedecentraliseerde treindiensten).
Dienstregeling
Nederland heeft sinds de invoering van Spoorslag '70 een zogenaamde knooppuntdienstregeling. Dit houdt in er dat op een groot aantal knooppunten goede aansluitingen tussen de verschillende treindiensten bestaan, waardoor de reiziger ook bij reizen met een overstap een relatief gunstige reistijd heeft. De meeste binnenlandse treindiensten hebben een symmetrietijd die rond de :16/:46 ligt.
Treinsoorten
- Thalys, ICE en Eurocity (EC) zijn internationale langeafstandstreinen.
- intercity's, stoppen bij slechts weinig, normaal gesproken grote stations. Hiervoor worden treinen ingezet die een groot comfort bieden.
- sneltreinen, stoppen wat vaker.
- stoptreinen, stoppen op bijna alle stations. Voor dit doel worden treinen ingezet die snel kunnen optrekken en remmen.
- Sprinter, stoptreindiensten waar de vernieuwde Sprinter rijdt.
- lightrailvoertuigen, rijden tussen Alphen aan den Rijn en Gouda en tussen Houten en Houten Castellum. In Gelderland en een deel van Overijssel rijdt Syntus met de zwaardere lighttrain (LINT 41)
De verschillen tussen sommige treinsoorten zijn niet altijd duidelijk. Zo stopt de intercity Groningen-Den Haag Centraal (500-serie) wel in Voorburg maar de sneltrein Nijmegen-Den Haag Centraal (2000-serie) niet.
Tarieven
Een dagretour kost hetzelfde als een enkele reis op een twee maal zo lang traject, hetgeen minder is dan de prijs van twee enkele reizen. Kinderen rijden met een volwassene mee voor 2 euro (Railrunner). Er bestaat een kortingstarief (2005: 40% goedkoper) voor onder andere houders van een voordeelurenkaart. Op sommige spoortrajecten in Nederland zijn ook de nationale vervoerbewijzen zoals de strippenkaart geldig.
Er is een plan om het tarief te vereenvoudigen tot een vast opstaptarief plus een vaste prijs per tariefeenheid (km); in het geval van 2e klas, vol tarief, ca. € 0,60 plus € 0,12/km (bij een retour wordt het totale aantal km gerekend). Dit zou betekenen dat de "kwantumkorting" in het geval van een lange reis veel kleiner wordt (maar nog wel met de prijs van een dagkaart als bovengrens voor de reiskosten op een dag).
Treinseries
Elke trein (goederen- of personentrein) die in Nederland rijdt, rijdt onder een bepaald nummer: een treinnummer. Personentreinen die dezelfde treinsoort op hetzelfde traject rijden behoren tot een treinserie. Een bekende treinserie is de 3000 (IC Den Helder-Nijmegen vv). Trein 3016 vertrekt vanaf Nijmegen om 06.20. Trein 3018 vertrekt een halfuur later vanaf Nijmegen enz. De oneven treinnummers vertrekken vanaf Den Helder (de 3021 om 05.27 uur en de 3023 om 05.57, enz)
- lijst van treinseries in Nederland
Goederenvervoer en besloten reizigersvervoer
Het Nederlandse spoorwegnet staat open voor alle spoorwegonderneming die een veiligheidsattest hebben van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW). De huidige goederenvervoerders zijn:
- Railion
- ACTS
- Shortlines (overgenomen door Rail4Chem)
- DLC (Dillen & Le Jeune Cargo)
- Rail4Chem
- ERS Railways (ERS: European Rail Shuttle)
- Rotterdam Rail Feeding
De trein wordt ook soms gebruikt voor besloten reizigersvervoer. Een voorbeeld hiervan is Herik Rail, een spooronderneming die treinen verhuurt voor feesten. Het bedrijf heeft geen eigen veiligheidsattest en maakt gebruik van het veiligheidsattest van ACTS.
De NESM is ook korte tijd actief geweest in het besloten reizigersvervoer.
Zie ook: Lijst van Nederlandse spoorwegondernemingen
Categorie:Spoorweg
Categorie:Vervoer in Nederland
InterRegio
Een sneltrein (Nederland) of InterRegio (IR-trein) (België) is een tussenvorm tussen een intercity en een stoptrein / L-trein. In vergelijking met een stoptrein stopt de sneltrein op minder stations, maar in vergelijking met de intercity weer op meer plaatsen. Sneltreinen worden vooral ingezet voor de middellange afstand tussen grote en middelgrote stations.
Vrijwel alle intercitystations zijn ook stopplaats voor sneltreinen. Een uitzondering is station Voorburg: hier stoppen wel intercity's, maar geen sneltreinen.
Ook in Duitsland werd de naam InterRegio door de Deutsche Bahn gebruikt voor sneltreinen die over grotere afstanden rijden dan de regionale (snel-)treinen, maar minder snel zijn dan intercity-treinen. Deze treinen waren vaak onrendabel en de meeste IR-treinen zijn om die reden opgeheven of vervangen door gesubsidieerde treinen van DB Regio. De rendabele IR-treinen zijn veelal vervangen door intercity-treinen. Ook in onder meer Zwitserland komt de treinsoort Interregio voor. Regionale sneltreinen worden in deze landen aangeduid als RegionalExpress (RE in Duitsland, RX in Zwitserland).
ja:急行列車
Categorie:Spoorweg Categorie:Spoorwegen in Nederlandcategorie:Spoorwegen in België
EurocityDe EuroCity (afgekort EC) is een Europese treincategorie voor internationale treinen over lange afstanden. Het is de internationale versie van de Intercity. Alle EuroCity-treinen hebben een naam met een geografische betekenis.
De treincategorie is in 1987 ontstaan als opvolger van de Trans Europa Express (TEE). In tegenstelling tot de TEE kent de EuroCity naast eerste klas ook tweede klas.
Kwaliteitseisen
Treinen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om EuroCity genoemd te worden:
- De verbinding moet grensoverschrijdend zijn
- De rijtuigen moeten airconditioning hebben
- De trein halteert alleen in belangrijke steden
- De haltering bedraagt maximaal 5 minuten (of maximaal 15 minuten als bijvoorbeeld van locomotief gewisseld moet worden)
- Grenscontroles tijdens het rijden, dus geen oponthoud voor deze controles
- Eten en drinken verkrijgbaar aan boord.
- Een gemiddelde snelheid van minimaal 90 km/h
- De trein moet aan bepaalde eisen qua punctualiteit voldoen
- Het is een dagverbinding (vertrek na 6:00, aankomst voor 24:00).
Er kunnen uitzonderingen gemaakt worden; zo haalt de Eurocity Hamburg - Kopenhagen bijvoorbeeld de gemiddelde snelheid niet omdat deze meegaat op een veerboot tussen Duitsland en Denemarken. Ook in de Alpen wordt de gemiddelde snelheid meestal niet gehaald.
Kenmerken
Soms moet een toeslag betaald worden om met een EC te mogen reizen. In de meeste landen is binnenlands gebruik van de EuroCity toegestaan, al dan niet met toeslag.
EuroCity-treinen bestaan vrijwel altijd uit rijtuigen die getrokken worden door een locomotief. De locomotief moet vaak bij de grens gewisseld worden, onder meer vanwege verschillend in bovenleidingspanning tussen landen.
Recente ontwikkelingen
De laatste jaren verdwijnen er steeds meer EuroCity-treinen. Vaak worden deze vervangen door hogesnelheidstreinen, waaronder de TGV, ICE en Thalys. Zo kent Nederland geen EC-treinen meer; de laatste EC-treinserie vanuit Nederland is in 2003 vervangen door ICE's. Deze ontwikkeling is in heel West-Europa te zien. Centraal- en Oost-Europa kent nog wel veel EuroCity-treinen.
Het vervangen van "klassieke" treinen door hogesnelheidstreinen levert de reiziger uiteraard tijdswinst op. Een nadeel is dat deze hogesnelheidstreinen vaak eigen tariefsystemen hebben met verplichte reservering, waardoor flexibiliteit voor de reiziger verloren gaat.
Kenmerken per land
Duitsland
In Duitsland vallen de IC en de EC onder dezelfde tarieven. De Duitse Intercity-treinen staan qua snelheid en comfort dan ook heel dicht bij de Eurocity. Vaak rijden deze treincategorieën dan ook samen in "Taktverkehr": het ene uur een IC, het andere uur een EC.
Oostenrijk
De Oostenrijkse spoorwegen ÖBB hebben een binnenlandse treincategorie ÖBB-EC, waarvan de treinen voldoen aan de standaarden voor EuroCity-treinen. Oostenrijk wordt door vele EuroCity's doorkruist, waardoor de EC ook voor binnenlands gebruik een belangrijke treinsoort is. Door de beste binnenlandse treinen ook EC te noemen ontstaat een eenduidige productformule voor de binnenlandse reizigers. Voor internationale reizigers kan het echter verwarrend werken.
Categorie:Trein
Eurostar
De Eurostar is een treinservice die Londen met Parijs en Brussel verbindt. De trein maakt gebruik van de Kanaaltunnel. Op Frans en Belgisch grondgebied maakt de trein veel gebruik van hogesnelheidslijnen en sinds september 2003 maakt de Eurostar ook in Engeland voor deel gebruik van een HSL, de Channel Tunnel Rail Link.
De reis van Londen naar Parijs duurt 2 uur en 35 minuten, van Londen naar Brussel 2 uur en 20 minuten. In tegenstelling tot een gewone hogesnelheidstrein, moet er voor de Eurostar worden ingecheckt en ingestapt worden op een voor andere reizigers afgesloten perron.
Materieel
De treinen zijn gebouwd door ALSTOM en zijn gebaseerd op de TGV's. Het materieel werd oorspronkelijk Trans-Manche Super Train (TMST) genoemd. Ze kunnen rijden op 750 volt gelijkspanning via de derde rail in Zuid-Engeland en verschillende andere bovenleidingspanningen. Met een wisselspanning van 25 kV kan de trein 300 km/h rijden. Behalve de mogelijkheid om met derde rail te kunnen rijden, heeft de trein een andere maat om binnen het smallere Engelse profiel van vrije ruimte (PVR) te passen.
Zie ook: TMST
Joint-venture
De Eurostar is een joint venture tussen drie bedrijven:
- De Franse nationale spoorwegmaatschappij SNCF
- De Belgische nationale spoorwegmaatschappij NMBS
- Eurostar UK
Eurostar UK nam de exploitatie van het Engelse deel van de Eurostar op zich na de ontbinding van de Engelse nationale spoorwegen (British Rail). Het management van Eurostar UK wordt gedaan door een ander bedrijf, ICRR, dat op haar beurt weer eigendom is van de Engelse busmaatschappij National Express, SNCF, NMBS en British Airways.
Sinds 1999 is er ook een overkoepelend orgaan, Eurostar Group, waar de drie exploitanten in deelnemen.
Eurostar Italia
Eurostar Italia is de naam die door de Italiaanse spoorwegen gebruikt voor hun snelste treindiensten. Deze diensten worden gereden met hogesnelheidstreinen (ETR500) en met kantelbaktreinen (Pendolino).
Externe link
[http://www.eurostar.com Officiële website van Eurostar]
Categorie:Hogesnelheidstrein
ja:ユーロスター
Ulrika Eleonora d.ä.
Ulrika Eleonora d.ä., född 11 september 1656, död 26 juli 1693, drottning av Sverige. Dotter till Fredrik III av Danmark och Sofia Amalia av Braunschweig-Lüneburg. Gift 6 maj 1680 med Karl XI.
Barn:
#Hedvig Sophia av Sverige (1681-1708), g.m. Fredrik IV av Holstein-Gottorp (->Holstein-Gottorpska ätten)
#Karl XII (1682-1718), svensk kung från 1697
#Gustaf (1683-1685)
#Ulrik (1684-1685)
#Fredrik (1685-1685)
#Karl Gustaf (1686-1687)
#Ulrika Eleonora d.y. (1688-1741), g.m. Fredrik I av Hessen-Kassel. (->Hessiska ätten)
Biografi
Ulrika Eleonora d.ä. (skrev sig Ulrika Eleonore, vadan hennes tilltalsnamn synes ha varit Eleonora), föddes i Köpenhamn den 11 september 1656 som dotter till danske kungen Fredrik III och hans gemål, Sofia Amalia av Lüneburg. Redan 1675 framställde svenske ambassadören Nils Brahe Karl XI:s anhållan om Ulrika Eleonoras hand. Änkedrottningen, Sofia Amalia, understödde förslaget, men Kristian V, Ulrika Eleonoras bror och Danmarks dåvarande kung, som först gett
sitt samtycke, återtog detta då kort därefter (1676) det skånska kriget utbröt. Prinsessan ansåg sig emellertid trolovad, bevisade svenska fångar i Köpenhamn stor välvilja och vägrade att inlåta sig på några andra giftermålsplaner. I samband med fredsunderhandlingarna i Lund 1679 återupptogs frågan om ett giftermål mellan Karl XI och Ulrika Eleonora, och ett beslut därom undertecknades den 26 september 1679 av svenska och danska sändebud. Detta giftermål utgjorde en länk i Johan Gyllenstiernas skandinaviska politik, och han försökte, ehuru förgäves, att åt Ulrika Eleonora bibehålla titeln arvprinsessa. Giftermålskontraktet undertecknades av Karl XI den 6 februari 1680. Karl XI önskade uppskjuta giftermålet, men Johan Gyllenstierna hemförde bruden, då han efter avslutade underhandlingar återvände till Sverige, och den 4 maj 1680 landsteg Ulrika Eleonora i Helsingborg. Av sparsamhetsskäl skulle bilägret äga rum i Halmstad, men för att undvika franske ambassadören, vilken, ehuru objuden, envisades att vilja övervara detsamma, beslöts i största hast att vigseln skulle försiggå på egendomen Skottorp, tillhörig hovkanslern Örnstedt, i några få personers närvaro, den 6 maj 1680. Den 25 november samma år kröntes Ulrika Eleonora i Stockholms storkyrka till drottning.
Ulrika Eleonora var gudfruktig, tålig, mild och välgörande. Sitt nya fädernesland var hon uppriktigt tillgiven. Genom dessa egenskaper vann hon i sällsynt hög grad sina undersåtars tillgivenhet. Hennes utseende var behagligt, utan att vara vackert; hon förde sig enkelt och värdigt. Ulrika Eleonora hade gott huvud samt var road av läsning och skön konst, särskilt målarkonst. Klen till hälsan kunde hon sällan deltaga i yttre förströelser utan förde ett tillbakadraget levnadssätt, mest på Kungsör och Karlberg. Barnens uppfostran och välgörenhetsverk tog största delen av hennes tid i anspråk. Ulrika Eleonora hade sju barn, av vilka endast tre, prins Karl samt prinsessorna Hedvig Sofia och Ulrika Eleonora d.y., överlevde henne. Ulrika Eleonora utdelade sina gåvor åt de fattiga med urskillning; hon lämnade inte bara tillfällig hjälp, utan inrättade även varaktiga stiftelser, nämligen ett fattighus på Kungsholmen, det ännu vid 1900-talets början befintliga s.k. drottninghuset vid Johannes kyrka och ett barnhus vid Karlberg. Måhända stod detta senare i samband med den där anlagda och av Ulrika Eleonora understödda s.k. "tapetskolan", på vilket ställe 1680-1690 vävdes tapeter (ännu vid 1900-talets början i kungliga husgerådskammaren befintliga).
Ulrika Eleonoras äktenskap var lyckligt, om också inte utan misshälligheter, till vilka hennes svärmor, änkedrottning Hedvig Eleonora, inte torde ha varit utan skuld. Rangtvister och änkedrottningens avsky för allt danskt uppges som anledningar till missämjan. Förhållandet dem emellan torde likväl inte ha varit så spänt som det av en del författare skildras. Genom sin fasthet och sitt saktmodiga, lugna lynne gick Ulrika Eleonora segrande ur striderna. Karl XI visade vilket förtroende han satte till Ulrika Eleonora genom att ge henne plats i den eventuella förmyndarstyrelsen för sonen. Han sörjde henne också djupt, då hon,
efter en längre sjukdom, avled på Karlberg den 26 juli 1693.
Kategori:Sveriges drottningar
Kategori:Huset Oldenburg
ja:ウルリカ・エレオノーラ (デンマーク)
Online Casino slots gry sportowe Sepsa hoteles amsterdam
|
|
|
| :: RELATED NEWS :: |
Berkshire County
Berkshire County is a county located in the U.S. state of Massachusetts. As of 2000, the population is 134,953. Its county seat is Pittsfield.
Law and government
Like an increasing number of Massachusetts counties, Berkshire County exists today only as a historical geographic region,
|
Mary Immaculate College
Mary Immaculate College, Limerick (Mary I or MIC), established in 1898, is linked to the University of Limerick since 1991. Formerly a dedicated primary teacher training college, it expanded in 1992 to run the University of Limerick's Liberal Arts programme, while continuing to run both undergraduate and, more recently, postgraduate courses leadng to p
|
Berks County
Berks County is a county located in the state of Pennsylvania. As of 2000, the population is 373,638. Its county seat is Reading6.
History
Reading developed during the 1740s and t
|
|
|
U.S. Department Labor
The United States Department of Labor is a Cabinet department of the United States government responsible for occupational safety, wage and hour standards, unemployment insurance benefits, re-employment services, and some economic statistics. Many U.S. states also have such departments. The department is headed by the
|
|