Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Koninklijke Bibliotheek (België)

Koninklijke Bibliotheek (België)

Koninklijke Bibliotheek of Bibliothèque Royale (afk.: KBR) is de nationale wetenschappelijke bibliotheek van de federale staat België. De Koninklijke Bibliotheek beheert een belangrijk cultureel patrimonium en verwerft en beheert de publicaties verschenen op het grondgebied van België en van Belgische auteurs die in het buitenland publiceren.

Collectie

De bibliotheek omvat:
- 5 000 000 boeken,
- 21 500 tijdschriften,
- 150 000 kaarten,
- 32 000 handschriften,
- 300 000 oude drukken,
- 9 200 microfilms, en
- 50 000 langspeelplaten in collectie. De bibliotheek heeft 6 'speciale' verzamelingen, nl.

Kostbare werken

Met oa. de stedenatlas van Jacob van Deventer, atlassen van Mercator, Andreas Vesalius' anatomisch meesterwerk De humani corporis fabrica, een uitgave van Friedrich Nietzsches 'Also sprach Zarathustra' en producties van Fernand Khnopff, James Ensor en Frans Masereel

Kaarten en plannen

Een verzameling van meer dan 200.000 kaarten, plattegronden, atlassen, boeken en globes. Het merendeel van deze documenten hebben betrekking op België, maar bijvoorbeeld ook op de oudkolonie Kongo. De collectie omvat oa. de volgende werken:
- de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden (1771-1778),
- de zogenaamde Ferrariskaart, in 275 bladen, met 12 banden handgeschreven commentaar;
- de topografische kaart van België op schaal 1:20 000 (1846-1854) van Philippe Vandermaelen (1795-1869);
- de kaarten van het Nationaal Geografisch Instituut;
- de kadasterplannen uitgegeven door Vandermaelen voor een deel van de provincie Brabant en de plannen uitgegeven door Christian Popp (1805-1879) voor de provincies Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Brabant, Henegouwen, Luik en een deel van de provincie Antwerpen;
- de geologische kaart van België op schaal 1:40 000 (1893-1902); de bodemkaart en de kaart van de plantengroei op schaal 1:20 000 (1950- ).

Muziek

Hier bevinden zich partituren, grammofoonplaten (ca. 50.000), muziekhandschriften en werken over muziek, zowel in handschrift als gedrukt, ook van vóór 1800. Ze bewaart ook alle partituren als Wettelijk Depot.

Prenten

provincie Antwerpen Het Prentenkabinet bezit ongeveer 700.000 stukken, voor een deel met documentair karakter (oa. geschiedenis, topografie) en anderzijds kunstwerken uit diverse nationale scholen (oa. reclamepanelen) van de 15e eeuw tot heden.

Handschriften

Ongeveer 35.000 handschriften, waaronder 4.500 middeleeuwse codices. Het Handschriftenkabinet kan tot een van de belangrijkste verzamelingen ter wereld worden gerekend.

Munten en penningen

Een topstuk uit de collectie: een gouden aureus (Romeinse munt) van keizer Caracalla. Op de keerzijde een offerscène in aanwezigheid van de Vestaalse Maagden. 200px 200px Voor meer info omtrent de collectie, nieuwe stukken, acties, ... zie de site.

Zie ook


- Koninklijke Bibliotheek (Nederland) (Nederlandse tegenhanger)

Externe Link


- [http://www.kbr.be www.kbr.be officiële site] categorie:Bibliotheek

Wetenschap

Wetenschap is het menselijk streven een model van zijn omgeving te scheppen door deze te bestuderen en in termen van waar en onwaar te beschrijven. Een feit dat voor waar wordt aangenomen zonder bewijs heet een axioma. Met '(de) wetenschap' wordt zowel de verzamelde kennis als de activiteit van het verzamelen van die kennis bedoeld.

Wetenschappelijke methode

:zie voor het hoofdartikel Wetenschappelijke methode Voor wetenschappelijk onderzoek hanteert men bepaalde wetenschappelijke criteria en onderzoeksmethoden. De studie van wetenschap en de wetenschappelijke methode heet wetenschapsfilosofie. De methode die het meest gangbaar is, is maken van falsificieerbare modellen op basis van empirie, zoals dat werd geformuleerd werd door Karl Popper. De wetenschappelijke methode bestaat uit drie stappen die eigenlijk een zich herhalend proces beschrijven: # Begin met een (of meer) waarneming(en) # Stel een theorie op om de waarneming te verklaren # Uit de theorie volgen voorspellingen over andere waarnemingen. Controleer de voorspellingen. Als er een niet klopt, ga terug naar stap 1 om een nieuwe theorie op te stellen. In een voorbeeld ziet dat er als volgt uit: # Waarneming: Een kopje dat je laat vallen, valt altijd naar de grond # Theorie: Alles wat je laat vallen, valt naar de grond. # Testen: Bijna alles valt naar de grond. Maar omdat een heliumballon niet naar de grond valt, moet stap 1 worden uitgebreid met de heliumballonnen, stap 2 met de invloed van de atmosfeer en een verklaring waarom de ballon stijgt en de rest valt. Bij stap 3 kan een val-experiment worden gedaan met de heliumballon in een vacuüm. Als geconstateerd wordt dat de heliumballon 'gewoon' valt, begint het proces weer bij een uitbreiding van stap 1, enzovoort.

Wetenschappelijke revolutie

:zie voor het hoofdartikel Wetenschappelijke revolutie De wetenschappelijke methode impliceert dat wetenschappelijke modellen verworpen kunnen worden als ze worden tegen gesproken door de waarnemingen. In de jaren '60 kwam Thomas Kuhn met een theorie over wetenschappelijke revoluties. Kuhn beschrijft hoe een wetenschap een stelsel is van axioma's en definities en hij noemt zo'n stelsel een paradigma. Door nieuwe waarnemingen kan een paradigma dusdanig verandert moeten worden dat het moeten worden achter gelaten, omdat het niet meer functioneert. Een goed voorbeeld hiervan is de overgang in de natuurkunde van de klassieke mechanica naar de quantummechanica. Sommige post-moderne wetenschapsfilosofen gaan ervan uit dat de 'waarheid' niet gekend kan worden. Sociaal constructivisten gaan ervan uit dat de 'waarheid' een sociaal construct is, oftewel: de waarheid wordt door een groep mensen bepaald (en hoeft dus ook niet voor iedereen hetzelfde te zijn). Post-normale wetenschap beschrijft het zoeken naar de waarheid in termen van kwaliteit en integriteit.

Indeling van de wetenschappen

Verschillende indelingen van de wetenschap zijn mogelijk, hieronder worden verschillende onderscheidingen besproken.

Fundamenteel versus toegepast

:zie voor de hoofdartikelen Fundamentele wetenschap en Toegepaste wetenschap De manier waarop men in de wetenschap kennis verzamelt, valt te onderscheiden in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, wat streeft naar verdieping en uitbreiding van kennis) en toegepast wetenschappelijk onderzoek, wat gericht is op praktische doeleinden. Een voorbeeld van fundamenteel onderzoek is bijvoorbeeld theoretische natuurkunde, een voorbeeld van toegepast onderzoek is kunstmatige intelligentie.

Empirisch versus normatief

:zie voor de hoofdartikelen Empirische wetenschap en Normatieve wetenschap De wetenschappelijke methode zoals hierboven beschreven is een methode die alleen opgaat voor empirische wetenschap die zich baseert op waarnemingen. Voorbeelden hiervan zijn natuurkunde, biologie en sociologie. Naast empirische wetenschap bestaat er ook een andere soort wetenschap: de normatieve wetenschappen. Hiertoe worden bijvoorbeeld vakgebieden als filosofie, rechtswetenschap en soms ook economie gerekend. Als een wetenschap bestaat uit het stellen van normen en opvattingen maakt dat die wetenschap normatief. De wetenschappelijke methode zelf is hier een voorbeeld van. Deze theorie stelt een methode voor om naar wetenschap te kijken. En uit deze opvatting vloeit een manier van handelen voort. De methode zelf kan niet op basis van empirische experimenten worden weerlegt. De norm kan alleen worden bediscussieerd, wat dan ook uitvoerig gebeurt is in de wetenschapsfilosofie. Ook in de rechtswetenschap worden normen gesteld en bediscussieerd, bijvoorbeeld normen voor de strafmaat of over redelijkheid. Er zijn mensen die alleen empirische wetenschap tot de echte wetenschap rekenen, omdat je volgens hen alleen op basis van experimenten betrouwbare kennis kunt krijgen. Deze stroming heet in de filosofie empirisme. categorie:Wetenschap ja:科学 ko:과학 ms:Sains simple:Science th:วิทยาศาสตร์ zh-min-nan:Kho-ha̍k

Bibliotheek


- Bibliotheek (algemeen)
- Bibliotheek (blinden)
- Bibliotheek (digitaal)
- Bibliotheek (geschiedenis)
- Bibliotheek (Informatica)
- Bibliotheek (openbaar)
- Bibliotheek (wetenschappelijk)

België

| |- | |{| style="float: right; clear: right;" border=0 | |{| align="right" |----- | Gewesten
(hieronder) Afbeelding:Gewestenkaart.png |----- | Gemeenschappen
(hieronder) Afbeelding:Gemeenschappenkaart.png |{{{{{{{

Mercator

right Gerardus Mercator (Rupelmundanus) (Nederlandse naam: Gerard de Kremer of de Cremer) (5 maart 15122 december 1594) was een Vlaams cartograaf, instrumentenmaker en graveur, die al tijdens zijn leven als de 'Ptolemaeus van zijn tijd' beschouwd werd. Mercator zag zich zelf veel meer als een wetenschappelijk kosmograaf, dan als iemand die met het maken en verkopen van kaarten zijn brood moest verdienen. Zijn productie was niet erg uitgebreid. We kennen van hem een globepaar, een vijftal wandkaarten en een onvoltooide kosmografie. De voorbeeldfunctie die deze producten hadden voor de latere commerciële kaartmakers in de Nederlanden is dermate groot, dat we er maar aan voorbij moeten gaan dat het merendeel ervan niet in de Nederlanden, maar in de Duitse Rijnstad Duisburg vervaardigd is.

Eerste jaren

Duisburg Gerardus Mercator is in 1512 geboren in het Oost-Vlaamse Rupelmonde ten zuidwesten van Antwerpen als Gerard De Kremer. Zijn opleiding kreeg hij bij de beroemde humanist Macropedius van 'Broeders des Gemenen Levens' in 's-Hertogenbosch, waarna hij aan de Universiteit van Leuven studeerde. Inmiddels had hij zich bekwaamd in de graveerkunst. Daarin was hij zo ervaren dat de instrumentmaker Gaspard van der Heyden hem geheel of gedeeltelijk de koperplaten voor de nieuwe aard- en hemelglobe van Gemma Frisius liet graveren. Deze beide werken, die omstreeks 1537 verschenen, zijn de oudst bekende van Mercator..

Zelfstandige werken

Spoedig na dit werk 'in dienstverband' bij zijn leermeester, publiceerde Mercator zelfstandig kort na elkaar een wandkaart van het Heilige Land, Amplissima Terrae Sanctae Descriptio (6 bladen, 1537), een kleine wereldkaart in hartvormige projectie, Orbis Imago (1538), en een wandkaart van Vlaanderen Exactissima Flandriae Descriptio (9 bladen, 1540); in dat laatste jaar publiceerde hij bovendien een boek over het cursieve schrift, Literarum latinarum, quas italicas, cursoriasque vocant, scribendarum ratio, dat bestaat uit 52 bladen in houtsnede. Mercator was de eerste die het cursieve schrift 'italic' op landkaarten toepaste. Dit verfraaide het kaartbeeld zodanig, dat het tot in de 19e eeuw gebruikelijk is gebleven plaatsnamen op kaarten cursief te schrijven. In 1541 volgt een aardglobe. Dan horen we een tijdje niets van hem op cartografisch gebied. Mercator had problemen met de overheid en werd onder meer beschuldigd van ketterij. Eerst in 1551 volgt een nieuwe uitgave, een hemelglobe als partner bij de aardglobe. houtsnede

Mercatorprojectie

Uit de Duisburgse periode kennen we slechts drie wandkaarten:
- Europæ descriptio, de wandkaart van Europa uit 1554 in 15 bladen (159 x 132 cm). Met het verschijnen van deze kaart werd het reeds lang achterhaalde Ptolemaeïsche kaartbeeld op verregaande wijze verbeterd. De onderlinge positie van de Europese landen is voor het eerst op juiste wijze weergegeven. Anderhalve eeuw lang zou Mercators kaart van Europa een voorbeeld blijven.
- Angliæ, Scotiæ et Hiberniæ nova descriptio, een wandkaart van de Britse eilanden in acht bladen uit 1564.
- Nova et aucta orbis terræ descriptio ad usum navigantium emendate accomodata, 1569, de grote wandkaart van de wereld in 21 bladen met een totaalformaat van 134 x 212 cm. Deze laatste kaart kan met recht Mercators meesterwerk worden genoemd. Het is een van de eerste kaarten waar een projectie van het wereldbeeld is toegepast zonder hoekvervorming. wereldbeeld Wat is het geval? Het is onmogelijk om het bolvormige oppervlak van de aarde op een plat vlak af te beelden, te projecteren, zonder dat er vervormingen optreden. Op drie manieren kan het kaartbeeld vervormd zijn: wat betreft oppervlakte, vorm en afstand. Een kaart kan slechts één van deze eigenschappen tegelijk correct afbeelden. Als bijvoorbeeld een kaart oppervlaktegetrouw is, betekent dat dat alle oppervlakten op de kaart dezelfde verhouding hebben met de werkelijkheid. De vormen en afstanden kunnen dan niet overeenkomstig de werkelijkheid zijn. Mercator wilde zijn kaart geschikt maken voor de zeevaart. Het was daarom belangrijk dat de kompasrichtingen op de kaart met de werkelijkheid overeenstemden, er moest dus gebruik gemaakt worden van een vormgetrouwe projectie. Het grootste nadeel van zo'n projectie is dat er naar de polen toe enorme vergrotingen optreden. Hoe dichter je bij de polen komt, hoe groter de schaal. De polen zelf kunnen niet eens worden afgebeeld. Tegenwoordig wordt wel beweerd dat Mercator deze projectie koos, omdat Europa op grotere schaal is afgebeeld dan de landen rond de evenaar. Dit is echter onzin. Hoewel hij de projectie niet zelf bedacht heeft, heeft hij er met zijn kaart wel voor gezorgd dat hij steeds meer werd toegepast. Terecht noemen we deze wijze van afbeelden van het wereldbeeld dan ook Mercatorprojectie.

Kosmografie

Na de uitgave van deze wandkaart legde Mercator zich meer en meer toe op de samenstelling van een kosmografie. Mercators plannen waren groots: een reusachtig kosmografisch werk over de schepping en over de oorsprong en geschiedenis van het geschapene. De eerste ideeën daarvoor schreef hij in 1569 in de inleiding tot zijn Chronologia. De kosmografie zou gaan bestaan uit vijf delen: # De schepping van de wereld. Tekst postuum gepubliceerd als inleiding op de Atlas (1595). # Beschrijving van de hemel. Nooit verschenen. # Beschrijving van de landen en zeeën in drie gedeeltes: ## moderne geografie. De Atlas, onvoltooid, zie hierna ; ## Ptolemaeus' kaarten. Gepubliceerd in 1578 ; ## antieke geografie. Niet gerealiseerd. # Genealogie en politieke geschiedenis. Alleen verschenen in de vorm van de teksten bij de kaarten in de Atlas. # Chronologie. Gepubliceerd in 1569. Mercators noodlot was echter zijn wetenschappelijke instelling. Hij stelde publicatie uit in de hoop dat er nieuwe informatie zou komen. Het cartografisch gedeelte van zijn kosmografie is slechts voor ongeveer de helft gerealiseerd. Als eerste kwam zijn Ptolemaeus-uitgave uit 1578 gereed. Mercator beschouwde deze uitgave enkel en alleen als een weergave van de wereld naar de ideeën van de klassieke schrijvers. De 28 Ptolemaeïsche kaarten zijn nooit in een andere atlas geïncorporeerd – hoewel ze nog in 1730 (!) opnieuw werden uitgegeven. Eerst in 1585, vijftien jaar na de uitgave van het Theatrum, kwam Mercator met een onvoltooide uitgave van zijn 'moderne geografie'. Het kaartboek bevat 51 kaarten: 16 van Frankrijk, 9 van de Nederlanden en 26 van Duitsland. Van deze landen had hij de meest betrouwbare beschrijvingen in zijn bezit. Elk onderdeel heeft een eigen titelpagina: Galliae Tabulae Geographicae, Belgii Inferioris Geographicae Tabulae en Germaniae tabulae geographicae. Het geheel had nog geen titel. In 1589 volgden 22 kaarten van Zuidoost-Europa, Italiae, Sclavoniae et Graeciae tabulae geographicae. Mercator heeft geen kans gezien zijn Tabulae Geographicae uit te breiden tot een echte wereldatlas van zo'n 120 kaarten zoals hij gedacht had.

Postuum uitgegeven

Een jaar na Gerards dood publiceerde zijn zoon Rumold Mercator een aanvulling met 34 kaarten. Hierin bevinden zich 29 door Gerardus Mercator gegraveerde kaarten van de ontbrekende delen van Europa (IJsland, de Britse Eilanden en de Noord- en Oost-Europese landen). Om het geheel snel te kunnen completeren voegde Rumold er zijn eigen wereldkaart uit 1587 aan toe en liet vier kaarten van de continenten van zijn vaders grote wereldkaart uit 1569 kopiëren door zijn neven Gerardus Mercator junior en Michael Mercator, zoons van Arnold Mercator. Ook de titelpagina is een noodoplossing: het is de titel van de Ptolemaeus-uitgave van 1578, waarop de nieuwe titel in boekdruk opgeplakt is. Ook bracht Rumold Mercator een 'complete uitgave' met alle 107 kaarten uit. Feitelijk is deze uitgave niet meer dan een in één band gebonden heruitgave van de vier series Tabulae Geographicae met de nieuwe aanvulling.

'Atlas'

Rumolds 'complete uitgave' heeft een eigen titelpagina en voorwerk. De titel is geworden Atlas sive Cosmographicae Meditationes de Fabrica Mundi et Fabrica Figura (Atlas oftewel kosmografische overwegingen over de schepping van de wereld en de vorm van het geschapene). De keuze van de titel verklaarde Mercator in een inleiding. De naam is niet zoals later veelal aangenomen ontleend aan de Titaan Atlas omdat deze de wereld op zijn schouders droeg, maar omdat hij een groot astronoom en kosmograaf was. Daarmee was Mercator de eerste die het woord 'Atlas' introduceerde voor een verzameling kaarten in boekvorm. My purpose then is to followe this Atlas, a man so excelling in erudition, humanitie, and wisedome, (as from a loftie watch tower) to contemplate Cosmographie, as much as my strength and abilitie will permit mee, to see if peradventure, by my diligence, I may finde out some truths in things yet unknowne, which may serve to the studie of wisedom, schreef hij in zijn inleiding. Atlas is op de titelpagina van Mercators Atlas afgebeeld met een hemel- en aardglobe. Overigens was de Titaan Atlas als werelddrager al eerder gebruikt voor de titelpagina die Lafreri omstreeks 1570 aan zijn IATO-atlassen toevoegde. Aan Mercators originaliteit in dezen kan dus getwijfeld worden. De Atlas wordt voorafgegaan door de biografie van Gerardus Mercator door de Duisburgse magistraat Walter Ghim en vervolgt met het eerste deel: Mercators werk over de schepping, De Mundi Creatione et Fabrica Liber. De 107 kaarten vormen het tweede deel van de atlas. ---- :Deze tekst is een bewerking van de originele Nederlandse tekst van een artikel van Peter van der Krogt uit 1994: Commercial cartography in the Netherlands with particular reference to atlas production (16th-18th centuries) - In: La Cartografia dels Paises Baixos: Cicle de conferencies sobre Historia de la Cartografia 4rt curs, 15, 16, 17, 18 i 19 de febrer de 1993, Organitzat per l'Institut Cartografic de Catalunya i el Departament de Geografia de la Universitat Autonoma de Barcelona. - Barcelona: Generalitat de Catalunya, Departament de Politica Territorial i Obres Publiques, Institut Cartografic de Catalunya, 1994 [i.e. 1995]. pp. 70-140. Mercator Mercator, Gerardus Mercator, Gerardus

Andreas Vesalius

Andreas Vesalius (31 december 151415 oktober 1564) (Andries van Wesel) is één van de grondleggers van de anatomie. Hij was de schrijver van het eerste complete boek over de menselijke anatomie, De humani corporis fabrica libri septem (Zeven boeken over de bouw van het menselijk lichaam). Het werd gedrukt door Johannes Oporinus (Bazel, 1543). Vesalius werd geboren in Brussel op 31 december 1514. Zijn vader heette eveneens Andreas, zijn moeder was Elisabeth Crabbe. Hij kreeg een klassieke opleiding in Leuven. Na enkele jaren studie aan de universiteit van Parijs onder Jacobus Sylvius en Guenther von Andernach, promoveerde hij in 1537 aan de universiteit van Padua en werd er benoemd tot hoogleraar in de chirurgie. Hieraan was de verplichting verbonden om ook onderricht in de anatomie te geven. Padua Bij het beroemde anatomieboek behoorden onder andere 14 houtsneden van de spieren, waarvan hier de zevende is afgebeeld. De tekeningen werden meestal gemaakt naar de opengesneden lijken van geëxecuteerden. Dit wordt hier gesymboliseerd door het touw om de nek. De 14 platen, naast elkaar gelegd, laten op de achtergrond een panoramatekening zien, wellicht de Eugenische heuvels van Abano Terme, een landstreek even buiten Padua. De anatomische tekeningen zijn van de hand van Johan Stefan van Kalkar, het landschap mogelijk van iemand van de familie Campagnola. Vesalius' boek veroorzaakte veel tegenstand bij de aanhangers van Claudius Galenus, een oude Griekse anatoom, op wiens werken de anatomie tot dan toe was gebaseerd. Hij geraakte gebukt onder de kritiek en besloot zijn academische carrière op te geven. Hij fungeerde als lijfarts voor Keizer Karel V en na diens abdicatie van zijn zoon Filips II. Bij een pelgrimstocht naar Jeruzalem voer zijn schip op het Griekse eiland Zacynthus, waar hij overleed en begraven werd. Zijn graf werd nooit gevonden. Vesalius Vesalius

Friedrich Nietzsche

Friedrich Wilhelm Nietzsche (15 oktober 184425 augustus 1900) is een beroemde en invloedrijke Duitse filosoof en filoloog. Nietzsche werd geboren in Röcken, ten zuidwesten van Leipzig. Hij was de zoon van Karl Ludwich Nietzsche, een dominee, die op 30 juli 1849 overleed toen Nietzsche nog erg jong was. In 1850 verhuisde de familie naar Naumburg. Nietzsches zus Elisabeth, die later een belangrijke rol zou spelen bij de receptie van zijn werk, was twee jaar jonger. Nietzsche studeerde filologie en raakte zodoende vertrouwd met de klassieke literatuur. In 1869 werd hij hoogleraar te Basel. Een populair idee is dat zijn zichzelf voortdurend bevechtende gedachten Nietzsche uiteindelijk krankzinnig hebben gemaakt. De meeste deskundigen gaan er echter van uit dat de geestelijke aftakeling, die hem de laatste tien jaar van zijn leven onproductief maakte, het gevolg was van syfilis. Recent onderzoek door Leonard Sax zoekt de oorzaak in een hersentumor in plaats van syfilis. Na een jarenlang ziekbed stierf Nietzsche in 1900 te Weimar.

Nietzsches Filosofie

Nietzsche werd sterk beïnvloed door de filosoof Arthur Schopenhauer, wiens metafysica van de Wil hij min of meer overnam, zij het dat hij er andere ethische consequenties aan verbond: waar Schopenhauer pleitte voor een ascetische 'apollinische' levenshouding, was Nietzsche juist een voorvechter van een 'Dionysische' bevestiging van de levenswil. Dit strijdlustige concept werd belichaamd door de Übermensch: het in de toekomst levende resultaat van de voortdurende bevestiging van de wil tot macht, die zich tot de huidige mens verhoudt zoals de huidige mens zich verhoudt tot een aap. Deze gedachte vond zijn bekendste uitdrukking in het poëtisch-profetische boek Also sprach Zarathustra. Omdat Nietzsche rigoureus de aanval inzette op heersende ideeën - inclusief die van hemzelf - noemde hij zichzelf de filosoof met de hamer. Beroemd is in dit verband zijn constatering dat God dood is ( Die fröhliche Wissenschaft, 125). Meer in het bijzonder: de mens heeft God vermoord. De levensontkennende slavenmentaliteit van de joods-christelijke traditie heeft volgens Nietzsche afgedaan. Nietzsche was van mening dat de slavenmoraal was ontstaan als afzetting tegen de heersende orde. Daarom poneerde Nietzsche de slavenmoraal als een moraal, die een externe oorzaak heeft. Hier tegenover stelde hij de herenmoraal, de moraal, die zonder invloeden van buitenaf ontstond. De slavenmoraal is immer tegen de herenmoraal gekeerd. De herenmoraal is de moraal voor degenen die zichzelf als de sterke, de mooie en voorname herkennen. De slavenmoraal staat voor alles wat zwak is in de ogen van Nietzsche. Nietzsches denken is een voortdurende herwaardering van het voorafgaande met de kennelijke bedoeling uiteindelijk elke metafysica en moraal achter zich te laten.

Richard Wagner en Arthur Schopenhauer

Richard Wagner zou volgens Nietzsche de geest van de Griekse tragedies, waarin de held zelfbewust en krachtig handelt maar ook de kracht heeft zich te voegen naar het noodlot dat voor hem is weggelegd, laten herleven. De mens is onderworpen aan krachten die sterker dan hemzelf zijn en waarop hij zijn wil moet afstemmen. Deze thema's komen terug in de vroege opera's van Wagner. De menselijke helden van Wagner zijn niet aan de goden onderworpen maar zoeken hun eigen lotsbestemming. Het breekpunt met Wagner kwam met de opera Parzifal, waarin Wagner een toenadering tot het christendom zocht. De wil geldt voor Schopenhauer als levensprincipe en is datgene in de mens dat alles voortstuwt en in beweging brengt. De menselijke geest en de materiële wereld worden door de wereldwil bewogen. De wil en zijn drang tot rusteloze verandering zijn volgens Schopenhauer echter eerder een bron van ongeluk dan van geluk. Schopenhauer zag de wereldwil als veroorzaker van begeerte en de begeerte als een vorm van pijn. Men kon alleen streven naar zo min mogelijk pijn. Aan die veranderlijkheid kunnen we niet ontkomen en berusting is volgens Schopenhauer dan ook het enige dat rest. Schopenhauer beschouwt medelijden en berusting als aangewezen weg uit een wereld van ongeluk. Nietzsche heeft de berustende houding van Schopenhauer niet overgenomen.

Presocratici als voorbeeld

Nietzsche keert zich tegen de verdubbeling van de wereld, de verdeling in een immanente en transcendente orde. Plato en Socrates lieten zich volgens Nietzsche meeslepen door de illusies van het logische denken. De begrippen van de geest lijken stabiel te zijn, maar kunnen onmogelijk wortelen in een wereld die voortdurend aan verandering onderhevig is, zoals door Herakleitos werd gedacht. Plato vond aldus de ideeënwereld uit om aan de eeuwig veranderende wereld te kunnen ontsnappen. Deze splitsing heeft volgens Nietzsche verregaande ethische en metafysische consequenties. De presocratici waren volgens Nietzsche aan dit drogbeeld van het dualisme en van de verdubbelde wereld in veel mindere mate ten offer gevallen. Zo schreef Herakleitos onder andere: "Men kan nooit tweemaal in dezelfde rivier baden." en "De oorlog is de vader van alle dingen". Nietzsche neemt deze gedachten over en ziet de werkelijkheid als een geheel van elkaar tegenwerkende krachten waaruit hij uiteindelijk wil tot macht destilleert.

Nietzsche als retoricus

Het leven is volgens Nietzsche een strijd waar ieder probeert de anderen te onderwerpen. Nietzsche argumenteert niet: "Wat heb ik met argumenten te maken?". Hij gebruikt retorisch geweld waarmee hij zijn lezers probeert te overdonderen en te verleiden. Logica is volgens Nietzsche ondergeschikt aan de retoriek en maakt deel uit van een veel breder krachtenveld dat in de menselijke communicatie leidt tot overtuiging en overreding. Nietzsche oreert in alle openheid, zonder te veinzen een redelijke of wetenschappelijke argumentatie te geven. Dat maakt het moeilijk met hem in discussie te treden, te meer omdat hij zijn visie nergens samenhangend heeft weergegeven. We begeven ons op het pad van de illusie van de ene waarheid zodra we begrippen gebruiken. Aan deze illusie kunnen we niet ontkomen, maar we moeten wel proberen deze illusie steeds weer te doorbreken om ons bewust te blijven van het feit dat er niet één waarheid, maar slechts een perspectivisme van vele waarheden is. Daarom is zijn stijl fragmentarisch, afwisselend, zonder afgerond geheel.

Epistemologie

Volgens Nietzsche berust de begripsmatige identiteit van mensen en dingen op een constructie en niet op een buiten het bewustzijn staande werkelijkheid (subjectivisme). In het denken geven we de wereld een stabiliteit die ze niet heeft, we bakenen vaste objecten af door ze te benoemen. Deze identificatieoperatie levert ons ook een identiteit: het 'ik'. De tijd is volgens Nietzsche een onafgebroken voortgaand medium, waar alleen het nu bestaat. Alles is vluchtig, niets is blijvend. De beweging van ontstaan en vergaan noemen we tijd, ze lost iedere identiteit op. Deze visie van het zelf is vrijwel identiek met de boeddhistische visie. Het is voor het menselijk bestaan van levensbelang de wereld te kennen. Alhoewel onze begrippen illusoir en metaforisch zijn, zijn ze onmisbaar om te overleven. Onze begrippen rusten weliswaar op metaforen, maar ze mogen niet als nutteloos worden bestempeld. We construeren volgens Nietzsche de werkelijkheid door namen en begrippen te formuleren. Dit is de leugen die ten grondslag ligt aan alle kennis. Met het uitvinden van het kennen stelt de mens zichzelf centraal in de wereld. Hij is dan geen deel meer van die werkelijkheid. Nietzsche is aldus de inspirator van het sociaal constructivisme. De manier waarop we de wereld structuur geven is niet belangeloos. Zij is toegesneden op onze behoeften. We laten de wereld op onszelf lijken en zetten haar naar onze hand. Zie in dit verband ook de wetenschapsantropologie van Bruno Latour. Nietzsche bekritiseert niet dat we met ons denken de wereld vereenvoudigen, maar dat we daarmee beweren dat deze vereenvoudiging het echte beeld van de wereld is. De begrippen ordenen zich tot een logische hiërarchie waardoor een systeem dat redeneren mogelijk maakt ontstaat. We zullen de zekerheid echter nooit bereiken omdat we met de rede de werkelijkheid vervormen. De metafoor is in Nietzsches kentheorie van fundamenteel belang. Hier is niet meer de rede aan het werk, maar de verbeeldingskracht en dat is niet een logisch, maar een esthetisch. De Amerikaanse filosoof Richard Rorty heeft zich door Nietzsches kennisleer laten inspireren in die zin dat hij filosofie als een vorm van kunst ziet, in plaats van een absoluut kennen. Kennen is volgens Nietzsche geen neutrale bezigheid, het is een instrument. Kennis is de verbinding tussen het denken en de werkelijkheid. Het heeft de taak de werkelijkheid zo te vervormen dat ze voor ons leefbaar wordt. De wetenschap is volgens Nietzsche gebaseerd op een kunstmatig beeld van de werkelijkheid en zal op een bepaald moment aan haar grenzen komen. Ons denken kan geen greep hebben op een nimmer stabiele werkelijkheid. Het onderscheid tussen 'zijn' en 'schijn', zoals bij Plato het geval is, verdwijnt in Nietzsches filosofie. Wanneer alleen datgene bestaat wat verschijnt, kan geen onderscheid worden gemaakt tussen waarheid en drogbeeld. De wereld doet zich voor in een oneindig aantal verschijningsvormen. We nemen de wereld waar conform onze behoeften, belangen en gesteldheden. Kennen is volgens Nietzsche aldus een vorm van geweldsuitoefening. Nietzsches kennisleer is perspectivistisch en er is volgens hem geen objectieve waarheid. Het perspectief is waar alleen voor degene die het perspectief ontworpen heeft. Waarheid is niets anders dan een illusie die gepaard gaat met een bepaald perspectief.

Esthetica

In de Griekse tragedie zijn twee tendensen werkzaam: het apollinische dat streeft naar orde, schoonheid en regelmaat, en een Dionysische die tracht alle orde en regelmaat teniet te doen in een liturgie van roes en oorspronkelijke chaos. Deze twee tendensen zijn volgens Nietzsche in alle kunstvormen, in verschillende mate, aanwezig. De Griekse tragedie was oorspronkelijk een uitdrukking van het redeloos en gewelddadig voortstromen van het leven. In de oude Griekse tragedie gaat de held of heldin ten gronde aan een onverzoenlijke tegenstelling waarin de goden hem of haar hebben geplaatst. De tragedie vormt de religieuze uitdrukking van het besef dat de rede nooit definitief vat kan krijgen op de werkelijkheid. In de tragedie worden volgens Nietzsche het apollinische en het dionysische versmolten. Het dionysische gaf de tragedie haar kracht, maar het apollinische maakte haar mogelijk als vorm van kunst. Later overheerst het apollinische in de Griekse kunst, vooral dankzij Euripides en Socrates. Apollo raakt, beroofd van zijn tegenhanger Dionisus, ontaard. Nietzsche gebruikt Plato's visie op schijn en werkelijkheid, maar draait het om. Onze dagelijkse realiteit is een afschaduwing van de primaire werkelijkheid, die Nietzsche het 'Oer-Ene' noemt. In tegenstelling tot bij Plato is dit geen werkelijkheid van statische ideeën, maar juist van een onophoudelijk in beweging verkerend spel van krachten. Nietzsche keert aldus het platoonse wereldbeeld om, de werkelijkheid is de chaos, terwijl de wereld die we waarnemen de gestolde werkelijkheid is. Voor zowel Plato als Nietzsche is de werkelijke wereld schijn van schijn. In onze dagelijkse wereld scheppen we een illusoire schijnwereld waarin het worden tot staan is gebracht. De kunst en de droom is op te vatten als een illusie van een illusie of schijn van schijn. Bij Nietzsche is het apollinische de schijn en het dionyische is de werkelijkheid. Hij draait Plato's visie op schijn en werkelijkheid om en trekt radicaal tegenovergestelde conclusies. Nietzsche heeft wel begrip voor deze illusie omdat het nodig is om te overleven. De grote fout van Plato is dat hij het dionysische verwaarloosd heeft. Schoonheid is volgens Nietzsche niet het belangrijkste in de kunst. Kunst moet het wezen (tegengestelde krachten) van de werkelijkheid uitbeelden. Schoonheid behoort tot het apollinische, de hoogste vorm van schijn in de slechte zin van het woord. Naarmate de tragische kunst wijst op de overrompelende waarheid van de werkelijkheid, heeft ze werkelijk openbaringskarakter en komt ze het filosofisch inzicht het dichtst nabij. Toch kan de kunstenaar het apollinische niet missen. Hij moet zijn dionysische inspiratie kunnen vormgeven.

Ethiek

In zijn natuurfilosofie, metafysica, kentheorie en esthetica verzet Nietzsche zich tegen iedere vorm van verdubbeling van de werkelijkheid. Nietzsche verwijt Plato, Socrates en hun opvolgers onoprechtheid in die zin dat zij hun ogen sluiten voor de werkelijkheid en hun toehoorders een rad voor ogen draaien. Zij fnuiken het eigen verlangen van iedereen, dat uit is op kracht en macht, en buigen dat af naar een hiernamaals of een geloof in een sublieme moraal. De mensheid verandert hierdoor volgens Nietzsche van sterke individuen naar een kudde schapen. Nietzsches moraalkritiek:
- Moraal ontkent de menselijke werkelijkheid (de wil tot macht)
- Moraal is een dekmantel voor machtshonger van de 'priesterkaste' De moraalpredikers vechten niet met open vizier. Ze ontkennen de wil tot macht, maar gebruiken de moraal voor hun eigen machtshonger. Ze laten mensen geloven in een schimmige bovenwereld die de werkelijkheid ontkent. Waarden worden geprojecteerd in een bovenwereld en raken daardoor hun kracht kwijt. Nietzsche gebruikt de 'genealogische methode' en doet historisch onderzoek naar de oorsprong van de moraal. De geschiedschrijving is nooit objectief, zij draagt steeds een bepaald perspectief en een bepaald belang uit. De genealogische methode vraagt naar vooronderstellingen en machtseffecten van morele stelsels. Nietzsche wil zo de platonische, christelijke en burgerlijke moraal ontmaskeren. Nietzsche heeft zich afgekeerd van de christelijke moraal. Dit hangt direct samen met een afwijzing van de bovenwerelden. We hebben volgens Nietzsche geen andere keus dan de wereld te beamen zoals hij is, inclusief alle leed. Alle bovenwerelden zijn bedacht om het lijden en het menselijk onbehagen uit te kunnen houden. Nietzsche heeft kritiek op de utilistische moraal van de Engelse filosofen zoals Jeremy Bentham en John Stuart Mill. De utilisten gaan uit van de vooronderstelling dat het kwalificeren van een handeling als goed of slecht toekomt aan degenen die daarvan het voorwerp zijn. Dat is volgens Nietzsche echter niet vanzelfsprekend. Het toekennen van namen aan de werkelijkheid is een uiting van macht. Het kwalificeren van goede en slechte daden komt dus aan de machtigen, de actieven, toe. De sterken en de handelenden gaan niet uit van het nut voor de ander of voor de samenleving, maar vanuit hun eigen gevoel van krachtontplooiing, hun eigen verhevenheid en suprematie. Nietzsche suggereert dat een omwenteling van ethische waarden heeft plaatsgevonden. De moraal van de zwakken overheerst de moraal van de sterken omdat de zwakken nu bepalen wat 'goed' is of niet. Aanvankelijk bepaalde de sterke mens wat goed was: de oude riddermoraal, grootsheid en belangeloosheid. Nietzsche onderscheidt een aristocratische en een volkse of slaafse moraal. De aristocraat streed voor zichzelf, maar niet uit winstbejag of zelfbehoud. Het slechte was het 'minne', het minderwaardige. Het 'slechte' volk kwam in opstand tegen de aristocraat door een subtiele omvorming van de moraal en morele terminologie. Zij gingen een houding van duldzaamheid en onderworpenheid goed noemen, slecht was datgene wat er tegenover stond, de aristocraat. Dit is een illustratie van de omkering van de moraal. De aristocratie heeft volgens Nietzsche de kracht in zichzelf; zij is de dominante kracht en bepaalt zo de werkelijkheid, die ze daarmee beaamt. Het ressentiment laat zich bepalen door iets van buitenaf (de herenmoraal) waartegen het reageert: het definieert zichzelf door nee te zeggen tegen datgene wat wél de kracht had om tegen het bestaan ja te zeggen. Het ressentiment meent dat achter het handelen van een persoon een oorsprong schuil gaat die voor dat handelen verantwoordelijk is. Het subject is in het ressentiment een neutrale abstracte instantie. Nietzsche ontmaskert het subject echter als een morele illusie. Nietzsche wil de handelende persoon niet losmaken van de handeling zelf en aanvaardt deze tweede werkelijkheid niet. De hemel is een uitvinding van het ressentiment, dat de sterken gestraft wil zien. De illusie van het hiernamaals komt zo voort uit haat tegen de sterksten. Nietzsche illustreert deze haatdragendheid met een citaat van Thomas van Aquino, die zegt dat het zien lijden van de zondaars in de hel een van de geneugten van de hemel zelf is. Het perspectief van zaligheid is er een van haat en niet van liefde. Werkelijke liefde is van de aristocraten: onbaatzuchtig, respectvol, ook voor hun vijanden. De hypothetische uitleg vat Nietzsches genealogie van de moraal niet op als een waarheidsgetrouw relaas van de geschiedenis, maar een provocerende en tegendraadse fictie die ertoe aanzet om de claims van morele stelsels niet zonder meer te geloven. Goede bedoelingen, (onbewust) zelfbedrog uit eigenbelang en bewuste leugens zijn veeleer met elkaar verstrengeld dan netjes gescheiden. Een realistische uitleg ziet Nietzsches relaas als waarheidsgetrouw en tevens als bruikbaar concept voor het heden en kan zo een inspiratiebron vormen voor proto-fascistische ideologie. De realistische uitleg gaat uit van het individu, hetgeen echter moeilijk te rijmen is met Nietzsches uitspraken dat het individu geen eenheid vormt maar is samengesteld uit vele drijfveren en machtsquanta. Ook is het niet consequent om het door Nietzsche aanbevolen wantrouwen jegens iedere waarheid te laten varen in de omgang met de waarheden die hij zelf aanprijst. We moeten de wereld accepteren zoals zij is en moeten aanvaarden dat wij in het spel der krachten zijn opgenomen. Niet als een willend individu, maar als een samenstel van krachten dat aan andere krachten om ons heen is blootgesteld. Dit is de kosmische-mystiek in Nietzsches filosofie. Voor beide interpretaties zijn argumenten aan te voeren. Nietzsche heeft zich echter nooit ondubbelzinnig uitgelaten over de uitleg van zijn filosofie.

Nietzsches toekomstvisie en invloed

Nietzsche verwachtte dat het nihilisme in de nabije toekomst een absoluut dieptepunt zou bereiken, de totale vervlakking en uitwissing van alle waarden. Nihilisme in Nietzscheaanse zin is het punt van totale onverschilligheid waar de platonisch-christelijke traditie instort. Na de periode van nihilisme volgt een omslag in de figuur van Zarathustra. Hij verkondigt dat er slechts één wereld is en dat elke hoop op heil vanuit een bovenwereld ijdel is. De Wille zur Macht is de laatste waarheid en is het product van krachten. Waarheid is wisselend, nooit definitief, altijd partieel en partijdig, altijd perspectivistisch. De perspectivistische waarheid is waar voor de ontwerper van het perspectief. Deze waarheden zijn volgens Nietzsche tegelijk waar en niet-waar, zijn en schijn. Nietzsche propageert aanvaarding van het leven en het lijden zoals het is, zonder berusting. Berusting was de oplossing van Schopenhauer en het boeddhisme, die Nietzsche na zijn eerste geschriften is gaan verwerpen. Nietzsche wil het menselijk bewustzijn terugplaatsen in de natuur waarin de geest een orgaan is dat dient om het leven te kunnen leven. De mens bezit kennis om hem houvast te geven en redeneervermogen voor kracht en slimheid om de werkelijkheid te beïnvloeden. Kennis en rede zijn volgens Nietzsche te ver doorgeschoten hulpmiddelen. Het terugplaatsen in de natuur is correctie daarop. De 'grote gezondheid' is een leven dat opgaat in de natuur en alle krachten instinctief goed gebruikt zonder ze laten af te tappen door een metafysische schijnwereld. De grote gezondheid veronderstelt een radicale ommekeer in ons denken en vooral de beleving van onze waarden. Het morele universum van de slaaf moet plaats maken voor dat van de aristocraat. De werkelijk aristocratische mens heeft eerbied voor zichzelf, voor de kracht in hem, die zich uit in zijn driften en behoeften en in de waarheden die hij projecteert op de wereld. Nietzsche ziet geweld als een deugd omdat strijd een intrinsiek gegeven van de natuur is. Geweld met open vizier staat echter boven achterbaks geweld dat, volgens Nietzsche, onder het mom van menslievendheid de mens knecht en breidelt. Dit betekent echter geen vrijbrief voor 'het blonde beest', een term uit de Genealogie van de moraal, dat door het nazisme is opgepakt. Eeuwigheid bestaat volgens Nietzsche niet en dus is de mens eindig en zal hij uiteindelijk ondergaan. Men moet door pijn getuchtigd worden tot steeds sterkere liefde voor het leven zoals het is en niet zoals een zwakke wil zou wensen dat het was. De bevestiging van het leven is voor Nietzsche onvoorwaardelijk en de ultieme test voor deze wil tot leven is de vraag of men het leven, smartelijk als het is, eventueel oneindig zou willen herhalen, steeds opnieuw, nooit beter of slechter dan het nu is – 'De eeuwige terugkeer van hetzelfde'. In De vrolijke wetenschap brengt Nietzsche de eeuwige terugkeer van hetzelfde leven in hypothetische vorm, in Also sprach Zarathustra behandelt hij het als een vaststaand gegeven, een dogma. De Übermensch is de vertolking van deze wil, de mens die het leven ten volle beaamt. Centraal in de doctrine van Nietzsche staat het besef dat:
- Zijn en schijn onlosmakelijk met elkaar verweven zijn;
- Er slechts één wereld is, waarmee we zullen moeten leren leven;
- Deze wereld een wereld van wording en een blind spel van krachten is, waarvan wij zelf de producten en dragers zijn;
- Wij deze krachten niet mogen verloochenen, maar zowel de bevrijdende (kracht, vreugde, dominantie, sterkte) als de smartelijke (leed, onherstelbaar verlies) kanten daarvan moeten omarmen;
- De beslissende vraag of wij tot deze roeping van de Übermensch in staat zijn, ligt in de vraag of wij het leven zoals dat is in een eindeloze herhaling zouden willen leven;
- Elke verleiding om een bestaan en rechtvaardiging daarvan te zoeken buiten de zuivere natuurlijkheid van de mens een verzwakking van het leven is; Zarathustra is sterk en trots maar komt toch van de bergen naar onder. Hij daalt af van zijn ivoren toren en mengt zich onder de mensen in wie hij zal ondergaan. De behoefte zich als individu te identificeren en zich boven alles te verheffen is een laatste vorm van de illusie waarmee het waarheidsdenken afzonderlijke elementen van de werkelijkheid afbakent en onveranderlijk verklaart. In plaats van een herenras van Übermenschen tekent zich, in het verlengde van deze ondergang van Zarathustra en de door hem gepreekte nieuwe mens, eerder een toekomstmens af die met de wereld vervloeit, zich van zijn onlosmakelijke verbondenheid met het kosmische spel der krachten bewust is en dit zonder voorbehoud beaamt en wil. Dit maakt het onmogelijk om de Übermensch te interpreteren als een zelfstandig, trots en alles aan zich onderwerpend individu dat de heer van de wereld zou willen zijn. Een coherente interpretatie van Nietzsches ideeën wijst eerder in de richting van een kosmisch bewustzijn en een niet christelijke mystiek dan die van een politiek en maatschappelijk regime van gewelddadige ego's.

De receptie van Nietzsches werk

ivoren toren Het begin van Nietzsches beroemdheid viel ironisch genoeg samen met zijn krankzinnigheid die voor goed toesloeg in 1889 nadat hij huilend de nek van een afgeranseld paard omhelsd had in Turijn. In Duitsland nam zijn populariteit zienderogen toe. Daar waar hij voor zijn krankzinnigheid toesloeg enkel werd gelezen door een beperkte groep mensen in avant-gardekringen bereikte hij plotsklaps de grote massa. Veel was te danken aan een kleine schare vroege commentatoren waaronder Henri Lichtenberger maar ook de inbreng van Nietzsches zus Elisabeth Förster-Nietzsche was groot. Zij richtte onder mee het Nietzsche-Archiv op in Weimar dat op haar aanvraag door Henry Van de Velde in 1903 werd verfraaid. Het Nietzsche-Archiv zette zich sterk in voor de verspreiding van Nietzsches populariteit. Hij werd opgenomen in reclame-advertenties en zijn beeltenis hing op in vele Duitse woonkamers. Zijn cultstatus bereikte bijna het niveau van Otto von Bismarck. Na de bijbel was Nietzsches Also sprach Zarathustra het meest gelezen boek van de Duitse soldaten aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog. In het begin van de twintigste eeuw had Nietzsche eveneens veel invloed op diverse Duitse dichters. Nietzsches filosofie werd ook gebruikt door het opkomende nazisme, krachtig gesteund door zijn zus Elisabeth. Na de Tweede Wereldoorlog werd zijn filosofie 'gedenazificeerd'. In de voormalige DDR waren zijn boeken tot aan de val van de muur verboden. In Frankrijk, maar ook in België verschenen de eerste vertalingen pas in de late jaren '1890. Eerst erg fragmentarisch in La Société Nouvelle vanaf 1892 met commentaar van Georges Dwelshauvers maar nadien zou Henri Albert de vertaling van Nietzsche monopoliseren en zijn volledige oeuvre vertaald op de markt brengen. Nietzsche was aanvankelijk vooral populair in anarchistische en progressieve avant-gardekringen. In Frankrijk werd hij een rage onder intellectuelen. Er ontstond (Vooral Georges Bataille) een interpretatie van zijn werk waarin Nietzsche werd gezien als criticus en als mysticus. Hierin stond de idee dat het denken zich uiteindelijk op niks kon baseren centraal. De nietzscheaanse wind kwam ook België binnengewaaid vanuit Frankrijk. Een sterk katholieke tegenreactie maakte echter voldoende anti-reclame om Nietzsche uit de populariteit te houden. De moraalfilosofische ideeën van Nietzsche werden immers gezien als een frontale aanval op de christelijke moraliteit die de Belgische samenleving aan het einde van de 19e eeuw nog stevig in haar greep had. Op academisch niveau werd hij zowel aan de KULeuven als aan de Université Libre de Bruxelles en beide rijksuniversiteiten te Gent en Luik geschuwd als filosoof. In de artistieke avant-gardemilieus rond tijdschriften als La Jeune Belgique, L'Art Moderne, Durendal en Van Nu en Straks was zijn aanwezigheid marginaal en werden zijn leerstellingen evenveel bestreden als bejubeld. Ook bij de Belgische anarchisten had hij zowel voor- als tegenstanders. Hij was in België geen onbekende, maar verwierf er bijlange niet dezelfde populariteit als in Frankrijk of Duitsland. In Nederland oefende Nietzsche een beperkte aantrekkingskracht uit op de redactie van De Nieuwe Gids. Later zou ook Menno Ter Braak en volgens sommige bronnen ook Maarten 't Hart sterk door Nietzsche beïnvloed zijn geweest In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië werd vooral aandacht besteed aan zijn metafysische en kentheoretische ideeën. De aandacht voor Nietzsche kwam er pas na 1900. In 1961 verschijnt een belangrijke studie over zijn werk door Martin Heidegger. Hij kenmerkt Nietzsche als de laatste metafysicus. Alhoewel Nietzsche de metafysica ziet als een vorm van verdubbeling van de wereld, gelooft hij echter nog steeds aan een laatste metafysisch principe, de wil tot macht. Nietzsche vormde een inspiratiebron voor het postmodernisme. Centraal hierin stond het perspectivisme in Nietzsches filosofie en het wezenlijk metaforische karakter van de taal.

Nietzsches Werken


- 1872 - Die Geburt der Tragödie (De geboorte van de tragedie)
- 1872 - Ueber die Zukunft unserer Bildungsanstalten (Over de toekomst van ons onderwijs)
- 1873-1876 - Unzeitgemässe Betrachtungen (Oneigentijdse beschouwingen)
- 1878-1880 - Menschliches, Allzumenschliches (Menselijk, al te menselijk)
- 1881 -
Morgenröthe (Morgenrood)
- 1882 -
Die fröhliche Wissenschaft (De vrolijke wetenschap)
- 1883-1885 -
Also sprach Zarathustra (Aldus sprak Zarathoestra)
- 1886 -
Jenseits von Gut und Böse (Voorbij goed en kwaad)
- 1887 -
Zur Genealogie der Moral (Over de genealogie van de moraal)
- 1888 -
Der Fall Wagner (Het geval Wagner)
- 1889 -
Götzen-Dämmerung (Afgodenschemering)
- 1889 -
Der Antichrist (De antichrist)
- 1889 -
Ecce Homo
- 1889 -
Dionysos-Dithyramben
- 1889 -
Nietzsche contra Wagner

Weblinks


- [http://wikisource.org/wiki/Autor:Friedrich_Nietzsche Wikisource]
- [http://www.ru.nl/filosofie/Nietzsche/index.htm Nietzsche Research Group] van de Radboud Universiteit Nijmegen
- [http://www.lsr-projekt.de/poly/nlnietzsche.html Nietzsches initiële crisis] van Bernd A. Laska
- [http://home.cfl.rr.com/mpresley1/fn.pdf Originele tekst] van het door Dr. Leonard Sax gepubliceerde medische artikel aangaande het ziektebeeld en de doodsoorzaak van Nietzsche
- [http://www.agellus.org/nietzsche/ Wiki Nietzsche]
- [http://gutenberg.spiegel.de/autoren/nietzsch.htm Nietzsches werk in de originele taal (Duits)] Categorie:19e eeuw Nietzsche, Friedrich Nietzsche, Friedrich ja:フリードリヒ・ニーチェ ko:프리드리히 니체


Ensor

Ensor, James Ensor, Jamer Ensor, Jamer James Ensor (Oostende, 13 april 1860 - 19 november 1949) was een Vlaams kunstschilder. Hij wordt algemeen erkend als de belangrijkste vernieuwer van de moderne kunst in België.

De familie van Ensor

De vader van Ensor, James Frederic Ensor, was de zoon van Britse ouders. Toch wordt de naam van Ensor op zijn Frans uitsproken. De moeder van Ensor was de Oostendse Maria Catharina Haegheman. Ensors moeder was een dochter van winkeliers in kantwerk die beiden lezen noch schrijven konden. Ensors moeder baatte een winkel uit met souvenirs, chinoiserie en maskers. Deze maskers komen later in zijn werk heel veel terug. Hoewel hij in Brussel geboren was, is James Frederic in Brighton ingeschreven, als zoon van James Rainford en van Anne Andrew, zijn Engelse grootouders. Deze Engelse grootouders waren renteniers uit Sussex. Ensors vader, ingenieur van Bruggen en Wegen, vertrok kort na de geboorte van de kleine James naar de Verenigde Staten om er fortuin te maken. Het werd een mislukking en hij keerde berooid terug. Ensor zegt van zijn vader dat hij een verstandig man was, die meerdere talen sprak, een werkelijk superieur man. Hij kon echter de mislukking niet verwerken en, onder de knoet van een nuchter autoritaire Oostendse handelsvrouw, van wie hij trouwens financieel afhankelijk was, begon hij te drinken en werd de schande van het gezin. Hij werd uitgelachen als Oostendse dronkelap en kwam eens thuis, half kaal geschoren met nog een halve snor. Hij stierf toen Ensor 27 jaar was en op het toppunt van zijn creatieve periode. James Ensor zelf is nooit getrouwd geweest. Wel had hij een uitverkoren vriendin Augusta Bogaerts, de "Sirène", die hij trouwens schilderde in het bekende dubbelportret van 1905, toen ze 35 was. Ze was 10 jaar jonger dan hij. Hij ontmoette haar voor het eerst toen hij 28 was. Ensor had een zus, Mietje (Mitche, noemde hij haar) die één jaar jonger was dan hij. Ze zou een van zijn favoriete modellen worden. Ze trouwde toen Ensor 32 jaar was, met een Chinees handelaar. Het werd geen geslaagd huwelijk. Ze verliet haar echtgenoot na enkele maanden, maar hield een kind van hem, een meisje dat het lieve zorgennichtje Alex werd en dat Ensor "La Chinoise" noemde. Zij zou later trouwen op haar 15e jaar.

De opleiding van Ensor

In 1873 liep de jonge Ensor school op het Oostendse O.L.V.-college. Hij bleek algauw een tuchtloos leerling te zijn, maar hij toonde wel al een grote voorliefde voor tekenen. Hij toonde zijn eerste tekeningen en schilderwerkjes, toen hij amper 14 was, aan de toen bekende meester Louis Dubois, die hem aanmoedigde. Ensor was 17 jaar toen hij zich liet inschrijven aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Brussel, op 8 oktober 1877. Het was de enige keer dat hij Oostende verliet voor een langere tijd. Hij zou drie jaar wegblijven. James huurde een kleine kamer in de St.-Janstraat, in de nabijheid van de Grote Markt. Zijn leraren gaven hem de cursussen schilderen en tekenen naar het klassieke model. Toen Ensor 20 jaar was, in 1880, verliet hij de academie en verliet daarmee ook meteen Brussel. Het resultaat van zijn opleiding was niet zo schitterend geweest. Hij kreeg maar een zevende prijs voor het tekenen naar het klassieke model en slechts een tiende prijs voor het schilderen naar de natuur. Hij keerde naar Oostende terug, bij zijn familie op de hoek van de Vlaanderenstraat en de Van Iseghemlaan. Op de zolder richtte hij er zijn eerste atelier in. In datzelfde jaar nog schilderde hij zijn overbekende "Lampist" in overwegend donkere kleuren.

Les vingt ,XX : Heibel

De Brusselse jurist Octave Maus ontpopte zich als geestdriftig organisator, mecenas, spreekbuis en bezieler van een revolterende nieuwe kunstenaarsgroep, Les vingt. Les XX werd geboren en zou uitgroeien tot een merkwaardige groep vernieuwers in de Belgische kunstwereld. Het werk van Ensor werd meermaals afgewezen. Zijn totale inzending voor het Salon van Brussel werd geweigerd. Daarin zaten o.a. "Namiddag te Oostende" (1881) en "Stilleven met oesters" (1882), twee werken die later tot zijn meesterstukken gerekend werden. Het laatste werk werd trouwens 20 jaar later aangekocht door het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen, op het Triënnale Salon van 1904.

Ensor tekenaar en etser

Museum voor Schone Kunsten Op zijn 25e jaar doken darmklachten op en dat werd de eerste chronische bezorgdheid omtrent zijn gezondheid. Zijn eerste tekeningen van de reeks "Aureolen van Christus" of "De gevoeligheden van het Licht" zagen inderdaad het licht. 1886 was een keerpunt in de artistieke evolutie van Ensors "Licht". Hij nam afstand van zijn sombere "interieurs". Hij maakte zijn eerste etsen, o.a. "De kathedraal", waarmee hij even beroemd werd. Met "Christus bedaart de storm" schoot hij roos in het modernisme.

Ensors spectaculaire meesterstuk

Twee jaar later, Ensor was inmiddels 28 jaar, in 1888, begon Ensor aan zijn "Intrede van Christus in Brussel". Dit werd het meest spectaculaire werk van de jonge meester, dat nadien ook zijn roem zou uitdragen over de gehele wereld. Het werk was een jaar later echter niet af om op het Salon des XX geëxposeerd te worden. Het was een indrukwekkend werk geworden van 2,58 m. hoog en 4,31 m. lang. Het bleef 30 jaar lang opgerold liggen in zijn atelier, op de hoek van de Vlaanderenramp. Hij kon het pas opspannen in 1917, boven zijn harmonium, toen hij verhuisde naar zijn nieuwe woning, in de Vlaanderenstraat. Dit huis, het huidige Ensor-huis, erfde hij van zijn oom Leopold. Toen het werk moest verhuizen voor de grote exposities van Brussel en Parijs, moest in 1929 eerst een stuk van het gevelbalkon afgebroken worden. Ensor-huis Eugène Demolder behoorde tot de kleine kring intellectuelen die het opnam voor Ensor. In 1892 schreef Demolder: "... De schilder Ensor (...) is een van de eersten in België die uitgedaagd is door de moderne zoektocht naar het licht. Hij is een vernieuwer (...) We hebben gezien welke variatie en souplesse Ensor in zijn schilderijen brengt ...".

La Libre Esthétique

In 1894 werd Ensor uitgenodigd tot de eerste expositie van "La Libre Esthétique" en zelf richtte hij in zijn stad de "Cercle des Beaux Arts d'Ostende" op. In december van dat jaar en aangezet door Eugène Demolder, organiseerde hij zijn eerste eigen tentoonstelling te Brussel. Dit initiatief wekte de belangstelling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en "De Lampenist", het schitterende werk uit 1880, werd in maart van het jaar daarop aangekocht voor 2.500 frank. De moeder van Ensor stierf in 1914 op tachtigjarige leeftijd. Haar zus, zijn tante Mimi, overleed twee jaar later. Daarmee nam hij afscheid van de twee vrouwen die destijds bij zijn opvoeding een bijzonder bepalende rol speelden.

Ensors gloriejaar: Baron

Alhoewel hij intussen al geëxposeerd heeft in Hannover, Berlijn, Dresden, Mannheim en Leipzig, werd 1929 het gloriejaar voor Ensor. Toen werd zijn grootste en belangrijkste retrospectieve georganiseerd in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Voor het eerst werd zijn ophefmakende "Intrede van Christus te Brussel" geëxposeerd en werd hij in de adelstand opgenomen als James Baron Ensor. Op 13 april 1930 onthulde hij zelfs zijn eigen standbeeld in de voortuinen tegenover het Oostendse Kursaal. Men kan zich voorstellen hoe zijn ijdelheid gestreeld werd. Intussen was hij 70 jaar geworden. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten James Ensor stierf op 19 november 1949, op 89-jarige leeftijd, in de kliniek van het Heilig Hart te Oostende en ligt begraven naast de toren van zijn geliefde duinenkerkje Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinen, op de wijk Mariakerke te Oostende. Hij was en blijft nog altijd een omstreden figuur, én door zijn werk, én door zijn karakter én door zijn houding. Uitermate egocentrisch ingesteld en hooghartig heeft hij er velen de muren opgejaagd. Sommigen menen dat Ensor groter was als etser dan als schilder. Een meester van het "Licht" was hij ongetwijfeld!

Referentiewerken


- Xavier Tricot (1992) - James Ensor: Catalogue Raisonne of the Paintings/1875-1902/1902-1941; MIM/Pandora, Antwerpen
- Xavier Tricot (1994) - Ensoriana; Pandora, Antwerpen
- Willy Van den Bussche - Van Ensor tot Delvaux - Catalogus van de tentoonstelling in het PMMK te Oostende (05.10.96-02.02.97)
- Ensor - catalogus van de tentoonstelling in het KMSK te Antwerpen (1983) ja:ジェームズ・アンソール

Nationaal Geografisch Instituut (België)

Het Nationaal Geografisch Instituut is een federale instelling, die als opdracht het maken van kaarten van België heeft. De Nederlandse tegenhanger van dit instituut is de Topografische Dienst.

Geschiedenis

Het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) werd bij wet opgericht in 8 juni 1976. Al vanaf 1831 bestaat er onder het Commissariaat-generaal van Oorlog een divisie met naam Dépôt de la Guerre et de la Topographie (Krijgs- en Topografisch Depot, KTD) krijgt. Deze krijgt de opdracht om de officiële topografische kaart van het koninkrijk te maken. Onder druk van wetenschappelijke kringen, ministeriële departementen en andere openbare diensten die het KTD de vervaardiging van hun specifieke kaarten wilden toevertrouwen, werd op 30 juni 1878 bij koninklijk besluit het Institut Cartographique Militaire (Militair Cartografisch Instituut, MCI) opgericht. Ondanks zijn hoofdzakelijk militaire bestemming, was het MCI belast met een opdracht van nationaal en internationaal belang. Na de Tweede Wereldoorlog moest men praktisch van voren af aan beginnen (de meeste kaarten waren vernietigd), en werd beslist de equivalente voorstelling (projectie) van Bonne die tot dan gebruikt werd te vervangen door de kegelprojectie van Lambert met twee snijdende parallellen. Op 5 maart 1947 wordt het Militair Geografisch Instituur (MCI) gesticht, een instelling met dubbele opdracht : militair-industrieel (productie) en wetenschappelijk (permanent onderzoek). Begin 1970 is voor de overheid tijd om het Militair Geografisch Instituut te demilitariseren en er een instelling van te maken die ten dienste staat van het Rijk: de wet van 8 juni 1976 richt het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) op.

Economie

Het NGI heeft jaarlijks een jaarlijks budget van ongeveer 12,5 miljoen EUR: 2/3 subsidies van de Staat, en 1/3 uit commerciële activiteiten . Het NGI verkoopt allerhande kaarten, luchtfoto's e.d.:
- Topografische kaarten (op schaal, van 1:10 000 tot 1:250 000)
- Thematische kaarten (reliëf, wegenkaarten, geschiedenis)
- Buitenlandse producten (kaarten van Frankrijk, Congo)
- Toeristische kaarten
- Luchtfoto's en satellietbeelden

Externe links


- [http://www.ngi.be officiële site]
- [http://www.ngi.be/NL/NL4.shtm kaarten bekijken] categorie:Instituut categorie:Cartografie

Oost-Vlaanderen

De provincie Oost-Vlaanderen is één van de vijf Vlaamse provincies van België. Oost-Vlaanderen is gelegen tussen de provincies West-Vlaanderen en Antwerpen. Het grenst in het noorden aan het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen, en in het zuiden aan het Waalse Henegouwen ('Hainaut'). Op 1 december 2004 werd André Denys (VLD) gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen. Hij volgt daarmee Herman Balthazar (sp.a) op, die met pensioen gaat. De benoeming werd voor het eerst gedaan door de Vlaamse regering. Sinds de de Lambermontakkoorden worden provinciegouverneurs, na eensluidend advies van de federale regering, benoemd door de gewestregeringen.

Geschiedenis


- Het was het vroegere gebied van de Menapiërs, wier territorium toentertijd nog gelegen was aan de Noordzee.
- Het gebied tussen Schelde en Dender behoorde echter tot het land der Nerviërs. De Nerviërs woonden tussen de Schelde en de Dijle.
- Bij de verdeling van het Frankische rijk in de negende eeuw kwam het gebied ten westen van de Schelde aan West-Francië, terwijl de gouw Brabant, ten oosten van de Schelde, Lotharingisch werd.
- Na de verdeling van Lotharingen kwam de volledige gouw Brabant aan Oost-Francië. Pas in de elfde eeuw veroverde de graaf van Vlaanderen het land tussen Schelde en Dender. Zo ontstond Rijks-Vlaanderen.

Info


- Provinciehoofdplaats: Gent
- Gouverneur: André Denys (VLD)
- Oppervlakte: 2982 km²
- Hoogste punt: Pottelberg (157 m)
- Belangrijkste waterlopen: Schelde, Leie, Dender, Durme
- Aantal inwoners: 1.380.072 (op 1 januari 2005)
- 6 bestuurlijke arrondissementen: Aalst, Dendermonde, Eeklo, Gent, Oudenaarde, Sint-Niklaas
- Dialect: Oost-Vlaams

Gouverneurs

Sinds de Belgische onafhanelijkheid waren de gouverneurs opeenvolgend :
- Pierre De Ryckere (1830),
- Werner de Lamberts-Cortenbach (1830-1834),
- Charles Vilain XIIII (1834-1836),
- Louis de Schiervel (1837-1843),
- Leander Desmaisières (1843-1848),
- Edouard De Jaegher (lib.) (1848-1871),
- Emile de T'Serclaes De Wommersom (1871-1879),
- Léon Verhaeghe de Naeyer (lib.) (1879-1885),
- Raymond de Kerchove d'Exaerde (1885-1919),
- Maurice Lippens (lib.) (1919-1921),
- André de Kerchove de Denterghem (lib.) (1921-1929),
- Karel Weyler (lib.) (1929-1935),
- Jules Ingenbleek (lib.) (1935-1938),
- Louis Frederiq (lib) (1938-1939),
- Maurice Van den Boogaerde (1939-1954),
- Albert Mariën (lib.) (1954-1963),
- Roger de Kinder (BSP)( 1963-1984),
- Herman Balthazar (sp.a (1984-2004),
- André Denys (VLD) (2004-).

De Oost-Vlaamse gemeentes

1. Aalst
2. Aalter
3. Assenede
4. Berlare
5. Beveren
6. Brakel
7. Buggenhout
8. De Pinte
9. Deinze
10. Denderleeuw
11. Dendermonde
12. Destelbergen
13. Eeklo
14. Erpe-Mere
15. Evergem
16. Gavere
17. Gent
18. Geraardsbergen
19. Haaltert
20. Hamme
21. Herzele
22. Horebeke
23. Kaprijke
24. Kluisbergen
25. Knesselare
26. Kruibeke
27. Kruishoutem
28. Laarne
29. Lebbeke
30. Lede
31. Lierde
32. Lochristi
33. Lokeren
34. Lovendegem
35. Maarkedal
36. Maldegem
37. Melle
38. Merelbeke
39. Moerbeke
40. Nazareth
41. Nevele
42. Ninove
43. Oosterzele
44. Oudenaarde
45. Ronse
46. Sint-Gillis-Waas
47. Sint-Laureins
48. Sint-Lievens-Houtem
49. Sint-Martens-Latem
50. Sint-Niklaas
51. Stekene
52. Temse
53. Waarschoot
54. Waasmunster
55. Wachtebeke
56. Wetteren
57. Wichelen
58. Wortegem-Petegem
59. Zele
60. Zelzate
61. Zingem
62. Zomergem
63. Zottegem
64. Zulte
65. Zwalm

Externe link


- [http://www.oost-vlaanderen.be website oost-vlaanderen] Oost-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Categorie:Streek in Vlaanderen Categorie:Vlaanderen ja:東フランダース州

Brabant

Brabant kan betrekking hebben op:
- Brabant (provincie), , voormalige Belgische provincie;
- Brabant (West Virginia), dorpje in de Verenigde Staten van Amerika;
- Gouw Brabant, historisch gebied in de Nederlanden onderdeel van het hertogdom Lotharingen;
- Hertogdom Brabant, Hertogdom vanaf de 13e eeuw;
- Noord-Brabant, Nederlandse provincie;
- Vlaams-Brabant, , Vlaamse provincie;
- Waals-Brabant, , Waalse provincie;
- Landgraafschap Brabant, historisch Landgraafschap vanaf ca. 1085;
- Een vroegere dekenij in het bisdom Luik. Categorie:Streek in België categorie:Brabant

Henegouwen

Henegouwen (officieel (Frans): Hainaut, Waals: Hinnot) is een provincie in het zuidwesten van België, met als hoofdstad Bergen (Mons). De oppervlakte is 3.787 km² en de provincie telt 1.286.275 inwoners (1 januari 2005). De provincie behoort tot Wallonië en is dus Franstalig. Het grootste deel van het huidige Henegouwen ligt op het grondgebied van het vroegere graafschap Henegouwen.

Overzicht van steden en gemeenten in Henegouwen (de lijst vermeldt de Franse namen): Categorie:Plaats in Henegouwen Henegouwen Categorie:Streek in België Categorie:Wallonië

Provincie Antwerpen

De provincie Antwerpen is één van de vijf Vlaamse provincies en één van de tien provincies van België. Ze is gelegen in Vlaanderen, ten oosten van de provincie Oost-Vlaanderen, ten noorden van de provincie Vlaams-Brabant en ten westen van de provincie Limburg.

Informatie


- Provinciehoofdplaats: Antwerpen
- Oppervlakte: 2867 km²
- Hoogste punt: Beerzelberg (55 m)
- Belangrijkste waterlopen: Schelde, Rupel, Grote Nete, Kleine Nete
- Aantal inwoners: 1.676.858 (op 1 januari 2005)
- 3 bestuurlijke arrondissementen:
  - arrondissement Antwerpen
  - arrondissement Mechelen
  - arrondissement Turnhout
- Dialect: Antwerps (in ruimere zin: Brabants)

Gouverneurs

Sinds de Belgische onafhankelijkheid (1830) waren de opeenvolgende gouverneurs:
- François de Robiano (1830-1831)
- Jean-François Tielemans (1831)
- Charles Rogier (1831-1832 en 1834-1840)
- Henri de Brouckère (1840-1844)
- Jules Malou (1844-1845)
- Jan Teichmann (1845-1862)
- Ridder Edward Pycke d'Ideghem (1862-1887)
- Charles du Bois de Vroylande (1887-1888)
- Baron Edward Osy de Zegwaart (1889-1900)
- Baron Fredegand Cogels (1900-1907)
- Graaf Louis de Brouchoven de Bergeyck (1907-1908)
- Graaf Ferdinand de Baillet-Latour (1908-1912)
- Baron Gaston van de Werve et de Schilde (1912-1923)
- Baron Georges Holvoet (1923-1945)
- Richard Declerck (1946-1966)
- Andries Kinsbergen (1967-1993)
- Camille Paulus (vanaf 1993)

De 70 Antwerpse gemeenten en steden

1. Aartselaar
2. Antwerpen
3. Arendonk
4. Baarle-Hertog
5. Balen
6. Beerse
7. Berlaar
8. Boechout
9. Bonheiden
10. Boom
11. Bornem
12. Borsbeek
13. Brasschaat
14. Brecht
15. Dessel
16. Duffel
17. Edegem
18. Essen
19. Geel
20. Grobbendonk
21. Heist-op-den-Berg
22. Hemiksem
23. Herentals
24. Herenthout
25. Herselt
26. Hoogstraten
27. Hove
28. Hulshout
29. Kalmthout
30. Kapellen
31. Kasterlee
32. Kontich
33. Laakdal
34. Lier
35. Lille
36. Lint
37. Malle
38. Mechelen
39. Meerhout
40. Merksplas
41. Mol
42. Mortsel
43. Niel
44. Nijlen
45. Olen
46. Oud-Turnhout
47. Putte
48. Puurs
49. Ranst
50. Ravels
51. Retie
52. Rijkevorsel
53. Rumst
54. Schelle
55. Schilde
56. Schoten
57. Sint-Amands
58. Sint-Katelijne-Waver
59. Stabroek
60. Turnhout
61. Vorselaar
62. Vosselaar
63. Westerlo
64. Wijnegem
65. Willebroek
66. Wommelgem
67. Wuustwezel
68. Zandhoven
69. Zoersel
70. Zwijndrecht

Externe link


- [http://www.provant.be Officiële website provincie Antwerpen] Provincie Antwerpen Antwerpen Categorie:Streek in Vlaanderen

Caracalla

Antoninus 'Caracalla' (188-217), vaak Caracalla genoemd, was Romeins keizer van 198 tot 217. Hij staat bekend als de bouwer van de Thermen van Caracalla maar ook als een wrede, geestelijk gestoorde keizer, moordenaar van zijn broer en die uiteindelijk door zijn eigen praetoriaanse garde vermoord werd. Lucius (Septimius of Julius) Bassianus (ook geschreven als "Bessaianus"), zoals hij oorspronkelijk heette, werd geboren in Lugdunum, het tegenwoordige Lyon. Zijn vader was in Carthago geboren; zijn moeder kwam uit Syrië. Hij groeide op als een zachtaardige jongeman. In 195 maakte zijn vader zijn adoptie in de familie van Marcus Aurelius bekend en doopte zijn zoon om tot Marcus Aurelius Antoninus, wat vanaf dat moment zijn officiële naam werd. In 202 werd Antoninus consul met zijn vader Septimius Severus en in hetzelfde jaar trouwde hij met Plautilla, dochter van Plautianus, de machtige prefect van de Praetoriaanse garde (die minder dan drie jaar later uit de weg geruimd zou worden - zie Plautilla). In 205 werd hij voor de tweede keer consul, ditmaal met zijn broer Geta. Antoninus en Geta namen met hun vader deel aan de campagnes in Britannia en toen Severus daar in 211 stierf, bestegen zij samen de troon als elkaars medekeizers. Na hun terugkeer naar Rome moest hun moeder Julia Domna tussen beide komen om te verhinderen dat de ruziënde broers het Romeinse rijk onder elkaar zouden verdelen. Op 26 december 212 haalde Antoninus zijn moeder en broer over om met hem te spreken om de geschillen bij te leggen. Kort na de aankomst van zijn broer, stormde Antoninus met een groep soldaten binnen en vermoordde Geta. Daarop haastte hij zich naar het Praetoriaanse kamp om de van de steun van de garde te kopen via speciale donativa en een flinke loonsverhoging ter ere van wat hij noemde zijn 'ontsnapping aan het complot van Geta'. Vervolgens werd een bloedbad aangericht onder alle vrienden en aanhangers van Geta (zie Geta). In 213 begon hij aan een serie campagnes in Germanië en behaalde overwinningen op de Alemanni. Tijdens deze oorlogen gebruikte de keizer vaak een Keltische soldatencape die caracallus genoemd werd en waaraan hij zijn bijnaam 'Caracalla' de danken heeft. In 214 vertrok hij naar het oostelijk deel van het rijk, waarbij zijn geestelijke gestoordheid steeds duidelijker werd. Zo vereenzelvigde hij zich met Alexander de Grote, bouwde een leger op van 16,000 man verkleed als soldaten van een half millennium daarvoor, liet soldaten uit Sparta komen en voegde olifanten toe aan zijn kolossale toneelspel. Hij liet vervolgens de oorlogen van Troje naspelen, waarbij hij zelf Achilles was en een van zijn beste vrienden Festus. Diens dood was met de juiste dosering gif perfect ge-timed zodat zijn echte begrafenis een groots spectacel voor de gevallen Festus kon worden. Het volgend jaar bezocht hij Alexandrië en liet er een enorm bloedbad onder de bevolking aanrichten. Tientallen duizenden ongewapende burgers kwamen om in een slachtpartij die dagenlang doorging. Dit alles omdat sommigen hem bespot zouden hebben. Datzelfde jaar werden in Rome de beroemde Thermen van Caracalla voltooid, het grootste architectonische project tijdens zijn regering. Rond 216 werden de oorlogen in het oosten heviger en werd onder andere Armenia veroverd en de Romeinse legers staken zonder veel tegenstand de Tigris over. Tijdens deze oorlogen was de weerstand tegen de waanzinnige keizer zo hoog opgelopen dat hij op 8 april 217 bij Carrhae door een complot van Macrinus, prefect van de praetoriaanse garde werd vermoord.

Externe links


- [ , art. Caracalla (211-217 A.D.), in DIR (1997).]
- [ , Een historische biografie van Keizer Caracalla (188-217), diss. Universiteit Gent, 2003-2004.] Categorie:Gens Septimia Categorie:Munt Categorie:Mythisch Britse koning Categorie:Romeins keizer Categorie:Severische dynastie ja:カラカラ ko:카라칼라

Koninklijke Bibliotheek (Nederland)

De Koninklijke Bibliotheek of KB is Nederlands nationale bibliotheek, opgericht in 1798, en ontving in 1806 van Koning Lodewijk Napoleon zijn huidige naam. De instelling is sinds 1993 een zelfstandig bestuursorgaan, gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Koninklijke Bibliotheek heeft als doelstelling iedereen toegang te geven tot kennis en cultuur van het heden en verleden van Nederland. De Koninklijke bibliotheek levert hoogwaardige diensten voor onderzoek, studie en cultuurbeleving. In de collectie van de Koninklijke Bibliotheek staan de geesteswetenschappen centraal, met het accent op Nederlandse geschiedenis, taal en cultuur. De Koninklijke Bibliotheek fungeert als kenniscentrum voor wetenschappelijke informatievoorziening. In principe worden alle Nederlandse publicaties in de KB-collecties opgenomen. In tegenstelling tot andere nationale bibliotheken kent de KB hierbij een vrijwillig depot; uitgevers mogen zelf bepalen of zij publicaties aan de KB schenken. In andere landen is deze depotfunctie verplicht. De KB is een van de grootste deelnemers aan de NCC, de Nederlandse Centrale Catalogus, en het GGC, het daarmee verbonden Gemeenschappelijk Geautomatiseerd Catalogussysteem. In de KB bevinden zich anno 2004 3,3 miljoen stuks bibliotheekmateriaal waarvan 2,5 miljoen boeken (overeenkomend met ruim 67 kilometer bibliotheekmateriaal, waarvan 48 km boeken). De collectie beslaat vrijwel de gehele Nederlandse letterkunde, van grote aantallen middeleeuwse handschriften tot en met de meest recente publicaties. De Koninklijke Bibliotheek is gelegen aan het Prins Willem-Alexanderhof (achter het Centraal Station).

Zie ook


- Koninklijke Bibliotheek (België) (Belgische tegenhanger)

Externe link


- [http://www.kb.nl koninklijke bibliotheek] Categorie:Bibliotheek Categorie:Predikaat Koninklijk

Categorie:Bibliotheek

categorie:Letterkunde ja:Category:図書館

Altmannsdorf (Wien)

Altmannsdorf war bis 1890 eine eigenständige Gemeinde und gehört heute als Katastralgemeinde zu Wien und ist ein Teil des 12. Wiener Gemeindebezirkes. Der Ort entstand im 12. Jahrhundert und ist wahrscheinlich nach Bischof Altmann von Passau benannt. Der Khleslplatz (früher Kirchenplatz) ist einer der wenigen dreieckigen Angerplätze, die es in Österreich gibt. Heute ist Altmannsdorf zunehmend verstädtert. Unter anderem befindet sich eine ehemalige Kabelfabrik in Altmannsdorf. Kategorie:Ort in Wien

pozycjonowanie Pozycjonowanie Aloes jastrzbia gra wagi elektroniczne










































:: RELATED NEWS ::
JHVH
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
Jahve
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
Aorist
Aorist (frå gresk αοριστος, 'grenselaus') er ei verbform som kan visa til eit særskilt tid og/eller aspekt ved verbet. Ho blei brukt som fortidsform av gjerningsordet i nokre indoeuropeiske språk, som gammalgresk og
Jehova
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
JHWH
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
Jhvh
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
Jihje
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
Jahu
JHVH, ofte kalla Tetragrammet (av di det inneheld fire teikn) eller Namnet (av di det er jødedommens heilagaste gudsnamn), er eit av dei sju gudsnamna i jødedommen. I jødedommen er det eit absolutt forbod mot å uttala dette namnet utanom Tempelet i Jerusalem — og ti
Wikipedia:Retningsliner for transkripsjon av hebraisk
Denne sida inneheld retningsliner for transkripsjon av hebraisk. = Fonologisk transkripsjon = Ved transkripsjon av hebraiske ord i original bruker vi dette systemet:

Det hebraiske alfabetet

Reine konsonanttranskripsjonar

Konsonantar (medljod) i vokalisert tekst

Vokalar (sjølvljod)

= Skrivemåte for framandord og lånord frå klassisk hebraisk = Ved ord frå hebraisk som er integrerte i den norske teksta som framandord eller lånord bruker vi helst eit enklare system. Enkelt sagt ser vi bort frå dei fleste Dittaeva unprotected Sovjetunionen (Å verne ei side p.g.a. POV fører berre til at den blir gløymd og ikkje vert redigert i verken POV eller NPOV retning. Dette er noko av det mest "uwiki" ein kan gjera. Sjå ellers retningslinene på en.wikipedia for meir om bruk av vern)
  • 18:27, 24 Sep 2004 Olve protected Sovjetunionen (Verna i påv
  • All Rights Reserved 2005 wikimiki.org