Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Koinè-Grieks

Koinè-Grieks

Het nieuwtestamentische Grieks, dat afwijkt van het klassieke Grieks, wordt ook aangeduid als Koinē of Koinè-Grieks (van Κοινή, "gemeenschappelijk"). Dit was het alledaagse Grieks dat vanaf ongeveer 323 v. Chr. (dood van Alexander de Grote) tot de teloorgang van het West-Romeinse rijk (te plaatsen tussen 330 en 395 na Chr.) in een groot gebied werd gesproken. Het gebied omvatte onder andere de oostelijke regio van het Romeinse Rijk, waar het Nieuwe Testament voor een gedeelte is ontstaan, en liep door tot in Noord-India. Hierdoor konden heel veel mensen in een taal die hun eigen was - het Grieks - bereikt worden.

Oorsprong

Het Koinē stamde af van het Attisch, èèn van de Ionische dialecten, en verschilde hier weinig van. Het Attisch had (als dialect) zijn overwicht te danken aan de indrukwekkende reeks van Klassieke schrijvers uit het Athene van de 5e en 4e eeuw v. Chr. Het Koinē wordt in de oudheid ervaren als de minder edele variant van het Grieks van die klassieken, en is de eerste taal die over het volledige door Griekenland gedomineerde grondgebied verspreid raakt: het Koinē wordt voor het eerst genoemd als die variant van het Grieks die Alexander de Grote in de laatste helft van de 4e eeuw verspreidde in alle gebieden die hij veroverde.

Verspreiding

Koinē is als schrijftaal niet beperkt tot (Joods-)Christelijke teksten: ook invloedrijke auteurs als Polybios (die als eerste een volledig relaas geeft van de opkomst van de macht van Rome), Dio Cassius, Plutarchus en Lucianus van Samosate bedienden zich van deze variant van het Grieks. Sommige van de auteurs uit de late Koinē-periode zullen zichzelf evenwel een flair van Atticisme geven. In de Romeinse tijd is het Grieks als "tweede taal" nauwelijks te overschatten: Grieks (op dat ogenblik dus het Koinē) stond hoog aangeschreven als taal voor artistieke creatie en geschiedschrijving, zodat Robert Graves, in zijn inleiding tot Claudius the God zonder overdrijving kon stellen dat Keizer Claudius zich naar alle waarschijnlijkheid van het Grieks zou bediend hebben voor het opschrijven van zijn persoonlijke memoires. Tacitus beschrijft dat Keizer Nero het literaire Grieks als taal introduceert in de officiële Romeinse feestvoorstellingen. Zelfs als bestuurstaal moest het Koinē in het Oostelijke deel van het Keizerrijk niet onderdoen voor het Latijn: Toen Keizer Tiberius het testament van zijn voorganger liet beitelen in de muren van enkele tempels in Klein-Azië, werd de Griekse vertaling er meteen bijgebeiteld. Categorie:Bijbel

Sjabloon:Transliteratie Klassiek Grieks



Romeinse Rijk

Het Romeinse Rijk (Latijn: Imperium Romanum) was een staat die ontstond rond het begin van de jaartelling en uiteindelijk in 476 weer uiteenviel. Het rijk strekte zich uit (zie kaart) rond de Middellandse Zee en omvatte ook West-Europa behalve Ierland en Scandinavië. Het was de opvolger van de Romeinse Republiek en had als zetel van de macht Rome.

Oorsprong en uitbreiding

Het verschil tussen de Republiek en het Rijk was voornamelijk een politieke. De Romeinse staat is ontstaan uit de stadstaat van Rome in de landstreek van Latium in Italië, volgens de legende gesticht in 753 v. Chr. door Romulus en Remus. Na een aantal (grotendeels legendarische) koningen werd de stad een republiek met een formidabele oorlogsmachine en een goedgeorganiseerd systeem van instellingen en wetten. In een paar eeuwen werd Italië verenigd onder Romeinse leiding. Dit gebeurde door bondgenootschappen aan te gaan met buurvolken maar ook door agressieve expansie oorlogen. Vanuit Italië veroverde Rome het gehele Middellandse-Zeegebied. Eerst was Carthago aan de beurt. Vervolgens werden de hellenistische staten in het oosten en zuid-oosten van de zee onderworpen. Tegelijkertijd kwam ook West-Europa onder Romeins gezag. Het rijk werd daardoor zo groot dat de republikeinse structuren niet meer toereikend waren. Er vond een roerige overgang naar een keizerrijk plaats. Caesar en Augustus stichtten zo een rijk dat onder keizer Trajanus zijn grootste omvang zou bereiken. Het reikte toen van Schotland tot Mauretanië, vandaar tot aan de Soedan, de Iraanse hooglanden. Georgië, de Krim, langs Donau en Rijn tot aan de Nederlandse kust.

Bestuur

In dit gigantische rijk werden vele talen gesproken, maar twee talen waren van algemeen belang: het Latijn in het westen en het Grieks in het hellenistische oosten. De bestuurders en intellectuele elite spraken beide talen als lingua franca. De Romeinen beheersten dit grote gebied door een "verdeel en heers" politiek. Sommige burgers die loyaal meewerkten kregen het fel begeerde Romeins burgerrecht. Merkwaardig in dit verband is de handige manier waarop de Romeinen met cultuur en godsdienst omgingen: de Romeinen namen "nieuwe" goden van ingelijfde volken makkelijk op in hun "Pantheon" en zolang men de keizer (Rome) maar erkende (en de bijbehorende plichten vervulde) kon men verder met de eigen cultuur en godsdienst naast anderen leven. Naast een superieur leger is dit een grondslag voor de "Pax Romana" die toch eeuwenlang een zekere rust bracht en de handel en wetenschap bevorderde. De Romeinen wisten de theoretische basis, gelegd door de Grieken, door hun groot pragmatisme te benutten en staan bekend als de eerste echte goede organisators of, zo u wilt, de eerste grootse opportunisten.

Late periode

Door het enorme gebied dat het Rijk bestreek werd het steeds lastiger om dit als een eenheidsstaat te besturen. Vooral omdat de verschillende provincies uiteenlopende behoeften en problemen hadden die een verschillende aanpak benodigden. Rond het jaar 300 werd daarom het Rijk bestuurlijk verdeeld in een Griekstalig oostelijk deel en Latijnstalig westelijk deel. De bedoeling was dat het rijk naar buiten als een eenheid zou blijven functioneren onder een enkele regering, maar intern en dan vooral op militair-defensief, economisch en belasting gebied, zouden de twee delen zoveel mogelijk zichzelf moeten zien te verzorgen. Na verloop van tijd evolueerde dit systeem natuurlijk tot een de facto verdeling. In 330 werd door keizer Constantijn de Grote ook de hoofdstad verplaatst van Rome naar Byzantium in het economisch en militair belangrijkere Oostelijk-deel. Byzantium werd omgedoopt tot Nova Roma maar was al snel beter bekend als Constantinopel (=De stad van Constantijn). In 395 was het rijk definitief uiteengevallen in een west en oostelijk deel. Constantinopel bleef de onbetwiste hoofdstad van het Oostelijke deel maar in het westen wisselde de hoofdstad enige malen. Dit gaf ook de onzekere toestand in het West-Romeinse rijk aan. Na Rome werd achtereenvolgens Milaan, Trier en Ravenna hoofdstad van het West-Romeinse rijk. De komst van het christendom betekende een grote omwenteling voor het Rijk. Na aanvankelijk zware vervolgingen van de christenen omdat deze geen goddelijke eer aan de keizers en de Romeinse goden wilden bewijzen werd het christendom door Constantijn in 330 erkend en door Theodosius I in 390 zelfs tot staatsgodsdienst verheven. Toen waren de rollen omgekeerd en braken er voor niet-christenen zware tijden aan. Ook de houding van de burgers tegenover het leger veranderde. Men vond het voor christenen niet wenselijk om in het leger of voor de staat te werken. Het Rijk ging daarom hoe langer hoe meer vertrouwen op vreemdelingen (Germanen) in belangrijke posities in het leger. Dit leidde tot grote politieke complicaties die tot de ondergang van het westelijk deel leidde in 476 met de val van de hoofdstad Ravenna. Het oostelijk deel (dat in de Middeleeuwen gewoon onder Romeinse Rijk bekend stond, maar sinds de 19e eeuw Byzantijnse Rijk genoemd wordt) kwam ook dicht bij de ondergang, maar beleefde daarna nog verscheidene perioden van bloei. In de Middeleeuwen was het steeds een van de belangrijkste spelers op het Europese politieke toneel. De laatste resten gingen pas in 1453 (Constantinopel) en 1461 (Griekenland) ten onder.

Blijvende betekenis voor de latere geschiedenis

Tot in onze moderne tijd waren er (met name expansionistische) staten die zich als de legitieme opvolger van het Romeinse Rijk zagen, of zichzelf tenminste zo presenteerden, zoals het Derde Rijk van de Duitse Nazi's of het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. Het begrip keizer is nauw met dit verschijnsel verwant. De aanwezigheid van de Romeinen in dit grote gebied is niet alleen zichtbaar door een groot aantal monumenten en ruïnes, zoals bijvoorbeeld de Porta Nigra in Trier en de muur van Hadrianus in het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele resten in de taal. Zo zijn het Frans, Italiaans, Spaans en nog een flink aantal andere Romaanse talen ontstaan uit de taal die de aldaar gelegerde Romeinse soldaten en kolonisten spraken. In West-Europa kan men nog goed de vroegere grens van het Romeinse rijk volgen omdat dit nog steeds de taalgrens is tussen de Romaanse talen, afgeleid van het Latijn en de Germaanse talen die buiten het rijk de overhand hadden. Ook in het Nederlands bestaan nog vele woorden die hun oorsprong in het Latijn hebben. De rechtspraak in Europese landen gaat vaak terug op het Romeins recht. De verreweg grootste denominatie in het christendom, de Rooms-katholieke Kerk gebruikt na 2000 jaar nog altijd als officiële taal het Latijn. Tot voor kort gebruikte eveneens de intellectuele elite van het Westen Latijn en Grieks als internationale taal en werden wetenschappelijke werken eerst in het Latijn gepubliceerd. In wetenschap en techniek zijn daarom nog steeds zeer veel vaktermen ontleend aan het Latijn en Grieks. In de architectuur voor monumentale gebouwen werd tot voor kort vaak teruggegrepen naar de Romeinse voorbeelden. Vooral in Amerika en Frankrijk is dit goed te zien. Kortom: de Romeinen (en de Grieken) zijn het fundament en de oorsprong van de latere Westerse beschaving. Het Romeinse Rijk heeft een groot aantal andere culturen, zelfs tot voorbij India, direct of indirect beïnvloed. Zo heeft de komst van Romeinse munten geleid tot de invoer van een eigen munt in het Oost-Aziatische Funanrijk.

Overzichtskaart Romeinse Rijk

Funan
Deze kaart laat zien hoe het Romeinse Rijk er omstreeks 395 uitzag, met de belangrijkste steden.
Dit waren vrijwel de ongewijzigde grenzen van 60 tot circa 395. Alleen Dacia (het huidige Roemenië) en Mesopotamië maakten tussen 100 en 200 nog kort deel uit van het rijk, maar Mesopotamië werd snel weer verlaten.

Gerelateerde onderwerpen


- Koningen van Rome
- Romeinse Republiek
- Keizers van Rome
  - West-Romeinse Rijk
  - Oost-Romeinse Rijk
    - Keizers van Byzantium ---------
- Geschiedenis van het Romeinse Rijk
- Romeinen in Nederland
- Romeinen in België Categorie:Historisch land in Europa Categorie:Romeinse oudheid ja:ローマ帝国 ko:로마 제국 simple:Roman Empire

India

India (soms ook Indië gespeld) is een land in Azië dat ligt op het Indische subcontinent. Na China heeft het van alle landen ter wereld de meeste inwoners, ca. 1 miljard. India is een gigantisch schiereiland, dat in het oosten en zuiden grenst aan de Indische Oceaan en in het westen aan de Golf van Bengalen. In het noorden grenst het land (van west naar oost) aan Pakistan, China (Tibet), Nepal, Bhutan, Myanmar en Bangladesh. Ten zuidoosten van India in de Indische Oceaan ligt de eilandstaat Sri Lanka en ten zuidwesten liggen de Maldiven. Aan het schiereiland wordt ook wel gerefereerd als het Indiase subcontinent. De grootste stad van India is Mumbai. Voor een overzicht van alle pagina's met betrekking tot India op de Nederlandstalige Wikipedia zie India van A tot Z.

Herkomst van de naam

De naam India is afgeleid van Sindhu, de lokale naam voor de rivier de Indus. De Veda's hebben geen naam gegeven aan India. De Arabieren hebben die naam gegeven. De verschillende politieke partijen hebben wel andere voorkeursnamen voor het land zoals Hindustan
-
, Hindu Rashtra en Bharat. De naam Bharat zou afstammen van twee oude koningen die Bharata genoemd werden. De naam Hindustan werd officieel opgegeven na de onafhankelijkheid op 15 augustus 1947. De naam wordt nog wel gebruikt in het dagelijkse spraakgebruik. Een populair patriottisch lied, geschreven door een Pakistaanse moslim, Iqbal, begint met de zin: Sare jahaan se acchaa, Hindustan humaraa (Groter dan de rest van de wereld is ons Hindustan).
- Hoewel Hindustan van origine het land van hindoes betekent, wordt deze benaming voor het land breed door verschillende bevolkingsgroepen gedragen als landsnaam. Ook bijvoorbeeld Indiase christenen en moslims zullen zich Hindustaan noemen.

Betekenis van de vlag

Het oranje (saffraan) in de Indiase vlag staat voor hereniging. Het wit vertegenwoordigt waarheid (of vrede) en het groen vertegenwoordigt de relatie van de mens met de natuur. Het centrale wiel vertegenwoordigt dynamisme en verandering. Voor meer zie: Vlag van India

Natuurlijk

Vlag van India te zien.]]

Geografie

India ligt op het Indiase schiereiland en bestaat ruwweg uit drie delen. Het noorden van India is zeer bergachtig met een gedeelte van de Himalaya bergketen (hoogste punt Kanchenjunga 8.598 meter) en uitlopers daarvan zoals de Pamir en Karakoram. Hierna de vlakte met grote rivieren zoals de Ganges en de Brahmaputra die beginnen in de Himalaya en de noordelijke vlakten zeer vruchtbaar maken. In het westelijk gelegen gedeelte ligt hier de Thar woestijn. Het zuiden van India is een groot plateau genaamd het Dekan. Dit plateau ligt tussen de Golf van Bengalen in het oosten en de Arabische Zee in het westen. Het plateau wordt van de kust gescheiden door 2 bergketens: de oostelijke Ghats en de westelijke Ghats. India is ook het thuis voor verscheidene grote rivieren zoals de Ganges, Brahmaputra, Yamuna, Godavari en de Krishna. Slechts een klein gedeelte van de loop van de rivier die het land zijn naam geeft, de Indus, ligt op Indiaas grondgebied. Zie ook Kaart met staten.

Klimaat

India heeft door zijn grootte verscheidene klimaatzones, van een tropisch klimaat in het zuiden tot een gematigd klimaat in het noorden. Het grootste gedeelte van India wordt echter gekenmerkt door een moessonklimaat en kent 3 seizoenen. Het koele seizoen van oktober tot februari, het hete seizoen van maart tot juni en het regenseizoen van midden juni tot september. De stad Delhi heeft een regenval van ongeveer 640 mm per jaar. De zuidwestelijke kust en het noordoosten van het land kennen veel meer regenval. In Darjeeling in het noordoosten tegen Nepal kan de regenval oplopen tot 3.040 mm. Dit in tegenstelling tot de Thar-woestijn in het noordwesten waar de neerslag niet hoger is dan 50 mm. Het centrale Deccan-plateau is relatief droog.

Flora

In de noordelijke valleien zijn er voornamelijke bossen. In het noordoosten komen er veel bamboebossen voor. Het noordwesten is voornamelijk steppe en woestijn. Het centrale plateau in het zuiden kent een begroeiing van palmbomen met regenwoud naar de regenachtige zuidwestkust toe.

Fauna

India kent door zijn grootte en zijn verschillende klimaten een zeer divers dierenrijk. Voor een overzicht van dieren in India op Wikipedia zie de Lijst van dieren in India.

Bevolking

India is het land met na China het grootste bevolkingsaantal ter wereld. Taal, religie en het kaste-systeem vormen een belangrijke basis voor het bepalen van iemands positie in de maatschappij. Zuid-India wordt gedomineerd door de donkerkleurige Dravidiërs. In het noorden stamt de bevolking af van de lichtergekleurde Indo-Ariërs die later, ongeveer 3500 jaar geleden, gearriveerd zijn.
Er zijn veel personen uit India die ook in het Westen bekend zijn zoals de politicus Mahatma Gandhi. Omgekeerd zijn er ook veel westerlingen die van invloed zijn geweest op India. Voor een overzicht van beide groepen zie de lijst van beroemde Indiërs.

Religie

India was de geboorteplaats van een aantal grote religies, waaronder het hindoeïsme, boeddhisme en het sikkhisme. Ook was de islam zeer belangrijk in India's geschiedenis. Deze verschillende religies uitten zich in een diverse bevolking, 83% van de bevolking is hindoe, 11% moslim (soennisme), 2% christelijk, 2% sikh en 1% boeddhistisch. Hiernaast hebben ook nog het jaïnisme, zoroastrisme en de Bahai aanhangers in India, en er wonen ook joden.

Taal

In India worden lokaal veel verschillende talen gesproken. De belangrijkste taal is het Hindi dat evenals het oude Sanskriet geschreven wordt in het Devanagari-schrift. Het Hindi is de enige officiële federale taal. De staten en territoria hebben hiernaast nog 21 andere officiële talen op hun grondgebied ingesteld. Hiernaast zijn er nog 844 andere talen en dialecten. Het Engels dat geclassificeerd wordt als de officiële geassocieerde taal wordt nog steeds veel gebruikt in de wetgeving en het parlement. In de nationale regering geniet het Engels een semi-officiële status, de grondwet stelt dat dit periodiek opnieuw bekeken moet worden. De populariteit in het zakenleven, regeringszaken en de populariteit in niet-Hindisprekende staten zorgen ervoor dat het Engels zijn status blijft behouden. :Andere Talen: : Devanagari - Malayalam - Urdu

Politiek

India is een democratische republiek. Het bestaat uit een persoonlijke unie van staten met een overwegend federale structuur. De officiële naam is The Republic of India.

Staatshoofd

Aan het hoofd staat een president, APJ Abdul Kalam. De taken van deze president zijn grotendeels ceremonieel. De president en de vice-president worden ieder 5 jaar gekozen door een speciaal kiescollege. De termijnen lopen niet gelijk en de vice-president volgt niet automatisch de president op bij diens overlijden.

De regering

De uitvoerende macht ligt bij de raad van ministers (het kabinet), die geleid worden door een premier (minister-president), Manmohan Singh. De president benoemt de premier die wordt voorgedragen door de regerende politieke partij of coalitie. De president benoemt dan ministers op advies van de premier.

Parlement

Het parlement van India kent 2 Kamers, het Hogerhuis genaamd Rajya Sabha (Nederlands: De raad van de staten) en het Lagerhuis genaamd Lok Sabha (Nederlands: Het huis van de mensen). De regering legt verantwoording af aan de Lok Sabha.

Administratieve indeling

India is onderverdeeld in 28 staten, 6 territoria en het territorium van de nationale hoofdstad, Delhi. Voor een overzicht zie : India - Staten en territoria. India heeft geen territoriale claim gelegd in Antarctica maar heeft er wel een permanent onderzoeksstation, Dakshin Gangotri.

Interne politieke problemen

In India waren en zijn er verschillende seperatistische bewegingen actief. In de staat Punjab streden extremistische sikhs voor een onafhankelijke staat. Het noord-oosten van India wordt al sinds de onafhankelijkheid geteisterd door groeperingen die tegen de staat of tegen elkaar vechten. Communistische militanten zijn vooral actief in het midden van het land. Spanningen tussen hindoes en moslims blijven aanwezig. Overbevolking, armoede en milieuproblemen vormen andere bronnen van problemen.

Externe politieke problemen

Met Pakistan en China zijn er problemen over de staat Jammu en Kasjmir. Tussen India en Pakistan vinden regelmatig gevechten plaats aan de bestandslijn. Militanten die actief zijn in Kasjmir krijgen steun vanuit Pakistan.

Economie

India wordt gerekend tot de ontwikkelingslanden met een laag gemiddeld inkomen. Veel mensen in de overbevolkte steden en op het platteland zijn extreem arm. Bijna 25% van de bevolking is nog steeds te arm om genoeg eten te kopen (2004). Meer dan 60% van de bevolking werkt in de agrarische sector. India heeft ook veel potentie voor mijnbouw. Ook de industrie breidt zich gestaag uit, hierbij geholpen door de lage lonen. De dienstensector is ook een sterke groeisector dankzij het hoge opleidingniveau in India. Vooral de IT-sector is bloeiende. De Indiase economie is sinds het begin van de jaren '90 van de 20e eeuw geliberaliseerd.

Landbouw

Meer dan 60% van de bevolking werkt in de landbouw. De belangrijkste gewassen zijn graansoorten als rijst en gierst (millet en sorghum). Ook bonen en pinda's zijn belangrijk. India heeft meer koeien dan enig ander land ter wereld. Maar vanwege het Hindoegeloof mogen deze niet gegeten worden en kunnen ze alleen maar gebruikt worden voor hun melk.

Mijnbouw

India heeft grote grondstoffenvoorraden, waaronder olie, gas, steenkool en ijzererts.

Industrie

Geholpen door de lage lonen en de hoge opleiding van de bevolking slaagt India er steeds meer in om westerse bedrijven aan te trekken en zich er te vestigen. India produceert geavanceerde producten als raketten, auto's en vliegtuigen. Maar ook textiel, staal en machines zijn belangrijk. In het begin van de 21e eeuw remt de groei van de industrie af, hierdoor komen er minder banen voor de onopgeleide massa.

Dienstensector

Geholpen door de lage lonen en hoge opleiding heeft de dienstensector een grote vlucht genomen. Veel westerse bedrijven besteden hele delen van het werk zoals administratie, programmeren, callcentre's enz. uit naar India. India is een van de belangrijkste software-exporteurs van de wereld, de waarde van de software-export lag in 2003 op 10 miljard Amerikaanse dollar.

Cultuur

De Indiase cultuur is een mengeling van verscheidene golven van immigraties die voornamelijk het noorden van het land beïnvloed hebben.

Muziek

De twee belangrijkste klassieke muziektradities zijn de Carnatische muziek uit Zuid-India en de Hindoestaanse muziek uit Noord-India. De Hindoestaanse muziek heeft veel mosliminvloeden ondergaan. Beide muzieksystemen zijn gebaseerd op Vedische principes. Een aantal muziekinstrumenten uit India, zoals de sitar en de tabla, zijn wereldwijd bekend.

Dans

Er bestaan veel traditionele dansvormen in India, onder andere de Bharata Natyam, Odissi, Kuchipudi, Kathak en Kathakali. De meeste dansen vertellen een verhaal. Bhangra komt uit Punjab. Deze dans is nu heel erg populair onder de jongeren in de VS en de VK.

Festivals

India kent vele festivals de meeste hiervan komen uit het hindoeïsme, zoals het Holi-Phagwa, Diwali, Vijayadasami, Sankranthi en Pongal.

Literatuur

De literatuur in India wordt zowel geschreven als oraal overgebracht. De Hindoeliteratuur vormt een groot gedeelte van de Indiase cultuur. Behalve de Veda's, Upanishads, Bhagavad Gita en de Srimad Bhagavatam, die een heilige vorm van kennis vertegenwoordigen, zijn belangrijke werken onder andere de epossen: Ramayana en de Mahabharatha. De Vaastu Shastra behandelt de architectuur en stadsplanning. De Artha Shastra is belangrijk in de politieke studies. Ook het boedhistische Pali Canon is samengesteld in India.

Filmindustrie

Ondanks dat een groot deel van de bevolking arm is, beschikt het land door het beroemde Bollywood over de grootste filmindustrie ter wereld. Bollywood is nu ook bekend buiten India, vooral bij de arabische landen. Nu begint Bollywood ook in de VS populair te worden.

Klederdracht

India kent vele traditionele kostuums zoals de Sari, Salwar Kameez, Dhoti, de Kurta en de Ghagra Choli.

Indiase keuken

Zie voor meer info het hoofdartikel Indiase keuken
In de Indiase keuken wordt veel gebruikt gemaakt van rijst, granen en specerijen en verse kruiden die tot graham masala's (aromatische mengels) gemalen worden. Curry's, tikka's en kofta's die met rijst of met vers brood gegeten worden, zijn bekende Indiase gerechten.

Sport

De officiële nationale sport van India is hockey. De meest populaire sport in India is cricket en het is de daarmee de onofficiële nationale sport. Het is zo populair dat het gezien wordt als één van India's snelstgroeiende industrieën. Andere populaire sporten zijn: tennis, badminton en schaken. Van schaken wordt aangenomen dat het in India ontstaan is (Chaturanga). Andere traditionele sporten uit India zijn Kabaddi, Gilli-danda, polo en badminton, dat bedacht werd in een Britse club in Pune in de 16e eeuw.

Geschiedenis

Zie ook: Geschiedenis van India India was de geboorteplaats van een aantal grote religie's waaronder het hindoeïsme, boeddhisme en het sikkhisme, het land heeft veel invloed gehad op de ontwikkelingen in Zuidoost-Azië door middel van het hindoeïsme en het boeddhisme. Al voor het begin van onze jaartelling dreven de Indiërs handel met dit gebied, tot in China aan toe. De Indiërs hebben onder andere invloed gehad in het begin van het Khmer-rijk, Java en ook in Funan en Champa. Ook in hedendaags Thailand zijn er verscheidene pre-Tai koninkrijken zoals Haripunchai, Dvaravati en Lopburi die door de Indiërs beïnvloed zijn.

Vroege geschiedenis

De vroegste vondsten van rotsbewerkingen in India dateren tot ongeveer 40.000 jaar geleden in het paleolithicum in Bhimbetaka in centraal India en op andere locaties. De oudste permanente nederzettingen in Zuid-Azië dateren van ongeveer 9.000 jaar geleden. Deze lokale cultuur ontwikkelde zich in de Indusvalleibeschaving (ook wel Sindhu-Sarasvati traditie). Deze beschaving bereikte zijn hoogtepunt tussen 2600 v. Chr. en 1900 v. Chr. en was één van de oudste beschavingen. In deze tijd werd er in het westen vaak gesproken over de grote rijkdommen van India en dit spoorde Alexander de Grote aan om nadat hij de Perzen verslagen had, te proberen India te veroveren. zie ook: vroege geschiedenis van het boeddhisme in India (566 v. Chr. - 150 na Christus)

Het begin van de jaartelling

Van ongeveer het jaar 300 tot het jaar 500 was een groot deel van hedendaags India onderdeel van het Gupta Rijk. Hierna werd een groot rijk gevestigd door de Chalukya in midden India van ongeveer de jaren 500 tot 750. De islam werd in ongeveer het jaar 1000 geïntroduceerd in delen van India. In 1526 vestigde het moslim Mughal koninkrijk zich in India.

Komst van de Europeanen

Voor de geschiedenis gedurende de Engelse overheersing zie: Brits India Portugal was het eerste Europese land dat om Kaap de Goede Hoop zeilde en India bereikte. Zij vestigden daar de kolonie Goa. Vanaf de 17e eeuw begon Engeland de situatie in India te beïnvloeden. In 1676 vestigden ook de Fransen zich aan de oostkust van India bij Pondicherry, ten zuiden van Madras. Van 1858 tot 1947 werd India geregeerd als een onderdeel van het Britse Rijk.

Onafhankelijkheid

Een voornamelijk geweldloze opstand onder Mohandas Karamchand (Mahatma) Gandhi en Jawaharlal Nehru vormden een onderdeel van de weg naar onafhankelijkheid . Hoewel zij in het westen als de grote helden van de onafhankelijkheid worden gezien waren Chandu SkeQar Azad en zijn groep volgens de Indiërs zelf de echte helden. Uddam Singh, Chandu SkeQar Azad en Bhagat Singh leidden met hun groep de onafhankelijkheid van Brits India in 1947. Het indiaase subcontinent werd door de Britten verdeeld in de seculiere staat India en de kleinere moslimstaat Pakistan. India en Pakistan hebben sindsdien nog verscheidene grensconflicten gehad. India greep ook in bij de burgeroorlog tussen West- en Oost-Pakistan in 1971 waarna het laatste gebied zichzelf afscheidde als het land Bangladesh. Tot in 2003 zijn de spanningen tussen beide landen zeer hoog en zijn ze verwikkeld in een wapenwedloop.

Overige wetenswaardigheden


- Het verkeer rijdt links.
- Het Engels is gebaseerd op het Oxford Engels.
- De officiële datumnotatie: dd/mm/jjjj.
- De postcode bestaat uit 6 cijfers.
- India gebruikt het metrische systeem.
- Spanning 220V; Frequentie 50 Hz.
- Het financiële jaar start op 1 april.

Zie ook


- Monumenten op de Werelderfgoedlijst

Externe informatie

Officiële websites


- [http://goidirectory.nic.in GOI inhoudsopgave] - Inhoudsopgave van regeringswebsites
- [http://pmindia.nic.in Premier] - Officiële website van de premier
- [http://presidentofindia.nic.in President] - Officiële website van de president
- [http://parliamentofindia.nic.in Parlement] - Officiële website van het parlement
- [http://www.nic.in Nationaal informatiecentrum]

Overigen


- [http://www.cia.gov/cia/publications/factbook/geos/in.html CIA - The World Factbook – India] - landendossiers van de CIA
- [http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/south_asia/country_profiles/1154019.stm Country Profile: India ] - BBC's landenprofiel van India
- [http://www.censusindia.net Bevolkingsopbouw van India]
- [http://www.tourismofindia.com/ Toerismeorganisatie van India]
- [http://homepages.rootsweb.com/~poyntz/India/maps.html Oude kaarten van India] Categorie:Land Categorie:India Categorie:Schiereiland Categorie:Brits Gemenebest als:Indien [[got:

Attisch

Attisch betekent van Attica, maar wordt soms met volgende connotaties gebruikt:

Taalkunde/letterkunde

Attisch is een bepaalde vorm van het Grieks, èèn van de Ionische dialecten, dat in de oudheid in Athene werd gesproken en geschreven vòòr het Koinè-Grieks tegen het eind van de 4e eeuw voor Christus de lingua franca van de Griekse invloedssfeer, en later van het oostelijk deel van het Romeinse rijk werd.
- Dit Attisch deed men later in de Koinè-periode in literaire kringen herleven als Klassiek Grieks (zie: Oud-Griekse_literatuur#De_Romeinse_Periode). Zelfs in de Byzantijnse periode kende het Attisch Grieks zijn aanhangers, zie bijvoorbeeld Anna Comnena
- In de letterkunde kent men verder de Attische tragedie, de Attische komedie,... als stijlvormen die bij uitstek of voor het eerst in Athene tussen de Perzische oorlogen (tweede kwart van de 5e eeuw voor Christus) en de veroveringstochten van Alexander de Grote (derde kwart van de 4e eeuw voor Christus) beoefend werden. Zo ook was het "format" van de Socratische dialoog een bij uitstek Attische stijlvorm (Alexamenos van Stura/van Teos, Plato, Xenophon,..) later, onder andere, door Romeinen als Cicero en Tacitus geïmiteerd.

Visuele kunsten

Zie Attische stijl, Kertsj, enz...

Militair/politiek

Zie Delisch-Attische Zeebond

Tijdvak

Attisch als tijdsindicator wordt soms als synoniem gebruikt voor Klassieke periode

Alexander de Grote

Alexander de Grote (26 juli 356 v. Chr.10 of 13 juni 323 v. Chr., in het Grieks: Aλέξανδρος, Aléxandros) was koning van Macedonië. Hij verenigde de elkaar bevechtende Griekse poleis en veroverde onder meer Perzië en Egypte.

Jeugd

Alexander de Grote werd geboren in Pella als Alexander III, zoon van de Macedonische koning Philippus II en de beruchte prinses Olympias. Volgens meerdere legenden werd hij niet verwekt door Philippus II, die bang was voor Olympias, die de gewoonte had met slangen te slapen, maar door de god Zeus. Alexander was zich hiervan bewust en buitte dit politiek uit door zijn vader Zeus te noemen. Het ten noordoosten van het klassieke Griekenland gelegen Macedonië werd door de Grieken als half barbaars gezien. Alexanders moeder kwam uit Molossië, Epirus. Zowel Macedonië als Epirus werden bewoond door 'grens'-Grieken. Dat wil zeggen Grieken aan de andere kant van de Olympus. De inwoners waren beduidend minder geciviliseerd dan de Grieken in de stadsstaten van het zuiden. Zijn vader benoemde de beroemde Aristoteles tot zijn leermeester, van wie volgens sommigen zijn levenslange liefde voor poëzie (vooral Homerus) stamde, hoewel dit niet bewezen is. Hij en Alexander bleven lang bevriend, maar uiteindelijk keerden ze zich tegen elkaar, waarop Alexander de vriendschap verbrak. De jonge Alexander kon uitstekend paardrijden en leidde op jonge leeftijd al een deel van zijn vaders leger, onder meer in de beslissende Slag bij Chaeronea (338 v. Chr). In 336 v. Chr. werd Philippus vermoord door Pausanias, een verontwaardigde jongeman die een van zijn minnaars was geweest. Het vermoeden bestaat echter dat Alexander of Olympias, of beiden, hierbij betrokken waren. Volgens andere theorieën zaten de Perzen er achter, terwijl nog anderen de Grieken noemen.

Bevestiging van de macht in Griekenland

Onder Philippus had Macedonië al diplomatiek en militair gezien de leiding gekregen over Griekenland (definitief na de Slag bij Chaeronea). Toen de dood van Philippus de Grieken ter ore kwam, meenden zij dat onder diens onervaren zoon de Macedonische hegemonie snel zou eindigen, maar na een onverwachte inval van Alexander moesten zij zich toch weer onderwerpen. Hierbij richtte hij in Thebe een bloedbad aan. Daarvoor nog trok hij ten strijde tegen de opstandige gebieden Thracië en Illyrië, in het noorden van Macedonië.

Onderwerping van Perzië

Illyrië In 334 v. Chr. begon Alexander aan zijn beroemde veldtocht tegen Perzië. De eerste twee jaar richtte hij zich op Perzië, dat toen een groot gebied beheerste dat het hedendaagse Iran, Irak, Syrië en Turkije omvatte. Zijn vader had al dit plan opgevat, terwijl ook de Grieken er warm voor liepen om eindelijk met de Perzische erfvijand af te rekenen. Alexander veroverde eerst Klein-Azië. In de ooit door Griekse kolonisten gestichte steden (zoals Halicarnassus) in Klein-Azië zou Alexander vaak als bevrijder worden gezien. Hij versloeg een Perzisch legertje bij de rivier de Granicus en veroverde daarna stad na stad. Na anderhalf jaar (herfst 333 v. Chr.) versloeg hij de Perzen bij Issos. De Perzische koning liet zich in een engte lokken, tussen het gebergte en de zee, waar hij weinig had aan zijn numerieke overmacht; kwalitatief waren de Macedoniërs hem de baas. Na Issos rukte Alexander op naar het zuiden, richting de Libanon en Egypte om eerst deze gebieden te bezetten zodat de Perzen hem later niet in de rug konden aanvallen. Aan de voor de Libanese kust gelegen eilandstad Tyrus stelde hij een ultimatum om vrijwillig toegang te geven voor hem en zijn leger. De handelslieden van Tyrus hadden daar geen interesse in en waanden zich onaantastbaar op hun goed beveiligde eiland. Maar Alexander liet een dam aanleggen tot bij de stadsmuren en na een lange belegering wisten zijn soldaten de muren te veroveren. Woedend over het verzet dat Alexander veel tijd had gekost liet hij zijn manschappen de stad plunderen en verwoesten. De bevolking werd grotendeels uitgemoord en de overlevenden als slaaf verkocht. Hierna trok Alexander naar Jeruzalem dat hem na het inmiddels bekend geworden lot van Tyrus wijselijk vrije doortocht verleende. In Egypte werd Alexander als bevrijder ontvangen en kostte het hem niet veel moeite om zijn gezag te vestigen. Hij liet zich als nieuwe Farao eer bewijzen en liet de eerste plannen opstellen voor de bouw van de nieuwe stad Alexandrië aan de monding van de Nijl. Hierna richtte Alexander zich weer naar het oostelijke Perzische kernland om dit definitief te verslaan. Hij rukte verder op naar het oosten, richting Gaugamela, voor de derde slag. Bij Gaugamela versloeg hij op 1 oktober 331 v. Chr. opnieuw Darius III, die wist te ontkomen maar later werd vermoord door een van zijn eigen generaals. Daarna veroverde hij de Perzische steden Babylon en Persepolis, de gebieden Medië en Scythië en de steden Susan, Herat en Samarkand. Hij sloot een vriendschapsverbond met het koninkrijk Khorazm bij de Oxusrivier in 328 v. Chr., dat werd beschouwd als een woestijnachtig gebied. Bij archeologische opgravingen bleek echter dat in die tijd bij deze rivier een grote irrigatiecultuur bestond.

Begin van het Hellenisme

Het was Alexanders plan om Macedonië en Perzië niet alleen militair, maar ook cultureel te verenigen. Hij introduceerde aan zijn hof in de voormalige Perzische hoofdsteden Babylon, Persepolis en Susan Perzische kledij en gewoonten. Een ervan was de proskynesis, het kussen van de hand van een hogergeplaatste. De Grieken verafschuwden dit, wat Alexanders populariteit danig ondermijnde. Ook trouwde hij met enkele prinsessen uit het voormalige Perzische rijk, te weten Roxane van Bactrië, Darius' dochter Statira en Ochus' dochter Parysatis. Hoewel zijn beste vriend en erastes (minnaar) Hefaestion als de liefde van zijn leven wordt beschouwd, verwekte Alexander bij Roxane vermoedelijk Alexander IV ("Aegus") (323 - 309 v. Chr). Hij had ook nog een bastaardzoon, Heracles (327 - 309 v. Chr). Tevens dwong Alexander veel van zijn officieren met Perzische vrouwen te trouwen.

India

309 v. Chr In 327 v. Chr. trok Alexander naar India. Hij wilde "tot het einde van de wereld" zijn tocht voortzetten, wat, zo meende hij, bij de uitmonding van de Ganges was. Hij versloeg bij de rivier de Hyadaspes in Punjab de Indiase vorst Porus, maar uiteindelijk weigerden zijn soldaten verder te gaan vanwege de maandenlange tropische regenval. De dramatische terugtocht, onder meer door de Gedrosische woestijn, kostte duizenden van zijn mannen het leven. Rond deze tijd stierf Alexanders beroemde paard Bucephalus ("koeienkop"), waarover de legende ging dat het afstamde van de woeste paarden van Diomedes, getemd door Heracles in zijn achtste werk.

Alexanders dood

Alexander maakte plannen voor veldtochten naar het Arabische schiereiland en tegen Carthago, maar in 323 v. Chr. stierf hij op 32-jarige leeftijd in het paleis van Nebukadnezar II in Babylon aan een plotselinge koorts. Mogelijk is een overdosis nieskruid dat in die tijd dikwijls werd voorgeschreven tegen psychische aandoeningen, hem fataal geworden. Een andere theorie is dat Alexander syfilis had. Dit zou hij opgelopen hebben via één van zijn escapades. Alexander zou de eerste persoon zijn waarbij syfilis is aangetoond.

Na zijn dood

Bij zijn overlijden strekte Alexanders rijk zich in oost-westelijke richting zo'n 4000 km uit. De grote afstanden droegen, samen met het feit dat het in relatief korte tijd tot stand was gekomen, bij aan het snelle uiteenvallen ervan. In eerste instantie werd er een soort staatsraad gevormd, bestaande uit de voornaamste generaals van Alexander, zijn moeder, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en enkele raadgevers, om de zaken waar te nemen voor de beoogde opvolger Alexanders jonge zoon Alexander IV. Al snel trokken de sterkste generaals de werkelijke macht naar zich toe. Deze generaals bekend als de "Diadochen", bevochten elkaar hevig, wat uiteindelijk ook velen in Alexanders omgeving het leven kostte: zijn moeder Olympias, zijn vrouw Rhoxane, zijn zoons Alexander IV en Heracles, zijn zus Cleopatra, zijn halfzus Eurydice, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en de meeste van zijn hoogste officieren werden uiteindelijk vermoord. In eerste instantie viel zijn rijk uiteen in vier delen, na verdere ontwikkelingen drie en uiteindelijk twee.

Legendevorming

De legendevorming rond Alexander de Grote is aanzienlijk. Hierboven is al genoemd zijn zogenaamde afstamming van Zeus. Tevens zou het Orakel van Delphi hem onoverwinnelijk genoemd hebben. In Europa en delen van het westen van Azië wordt hij veelal als held en geniaal veldheer gezien, maar in Iran geldt hij als vernietiger van hun eerste grote rijk en verwoester van Persepolis. Uit vele culturen, van de Engelse tot de Maleisische, zijn legenden over hem bewaard gebleven, waarin hij dan soms wordt afgebeeld als lokale vorst.
Bij de Minangkabau van West-Sumatra bestaat een legende dat één van zijn nakomelingen met zijn boot op de Gunung Merapi bleef steken (toen alleen met de top boven de zee uitstekend). Zijn nakomelingen bevolkten later de Minanglanden, zo vertelt de legende. In het oosten wordt hij vaak als "Iskander" aangeduid. Onder de klassieke geschiedschrijvers die over zijn veldtochten verhalen zijn Arrianus, Plutarchus en Quintus_Curtius. Beroemd is ook zijn methode om de legendarische Gordiaanse knoop te ontwarren, te weten met zijn zwaard.

Alexanders karakter

Gordiaanse knoop Gordiaanse knoop]] Oude geschriften over Alexander zijn weinig objectief, bedoeld òf om hem op te hemelen òf om hem door het slijk te halen, zodat we weinig zeker weten over zijn karakter. Er wordt beweerd dat hij in de jaren na de Slag bij Gaugamela steeds megalomaner en instabieler werd. Zo vermoordde hij zijn vriend Cleitus tijdens een ruzie bij een drinkgelag, iets waar hij later veel spijt van had. Ook liet hij Philotas en diens vader Parmenion vermoorden, die weigerden details van een samenzwering tegen hem te onthullen, maar dat kan ook als verstandig worden aangemerkt. De filosoof Anaxarchus zou, toen Alexander zichzelf te veel als god begon te zien, gezegd hebben, wijzende op zijn bloedende vinger: "Zie hier het bloed van een sterveling, niet van een god." In andere versies van het verhaal zou Alexander dit juist zelf hebben gezegd tegen een overdreven onderdanige soldaat. Recent is men meer gaan letten op de negatieve kanten van Alexander: vooral A.B. Bosworth was hier als wetenschapper zeer belangrijk: :"We moeten ophouden ons Alexander voor te stellen als Alexander "de Grote": de jonge, charismatische veroveraar, die de wereld wou vergrieksen en cultuur brengen, en waarover zoveel anekdotes bestaan; eerder moeten we ons hem voorstellen als een brutale vechtjas, die talloze stammen op zijn weg uitmoordde, zich op talloze zuippartijen ziek dronk en daarop agressief werd. Hij was zonder een greintje respect voor de onderworpen gebieden; zijn beleid beperkte zich tot genadeloze repressie en miste elke visie op lange termijn. Wie zich niet onvoorwaardelijk onderwierp, hoefde vaak niet meer op genade te rekenen, wat de anekdotes dan ook vertellen. Bijvoorbeeld bij de verovering van Tyrus werd bijna de gehele bevolking uitgemoord omdat de stad zich verzette tegen annexatie. Ook het lot van Persepolis was niet beter. In Griekenland zelf was het lot van een opstandige stad trouwens even gruwelijk zoals bij de verwoesting van Thebe bleek. De vergelijking met Attila de Hun of Dzjengis Khan, berucht om hun wreedheid, is misschien dan ook meer op zijn plaats dan die met de blonde halfgod. Alexander "de Gruwelijke" is misschien wel meer op zijn plaats." Aldus de mening van Bosworth. Volgens andere historici moet men dit echter in de context van die tijd zien. Veroveraars en machthebbers waren nooit mensen die het nauw met de 'mensenrechten' namen en ze waren genadeloos voor tegenstanders en onwilligen. Dat is iets van alle tijden. En Alexander was geen uitzondering. Maar hij probeerde toch een verzoening tot stand te brengen tussen de Grieken en Perzen en dat was niet gebruikelijk onder veroveraars als Attila en Dzjengis Khan. Dus Alexander keek toch ook wel naar de lange termijn... Nog steeds omstreden blijft Alexanders seksuele geaardheid; was hij hetero-, homo of biseksueel? Niet alleen trouwde hij drie keer met een vrouw, tevens hield Alexander er diverse vriendjes op na. Hephaestion zou in Alexanders wereld de meest dierbare persoon in zijn leven zijn.

Alexanders erfenis

Alexanders veroveringen en het feit dat zijn opvolgers Grieks spraken, leidden tot een grote verspreiding van de Griekse taal en cultuur, tot in India toe. Hier kan men nog de Griekse invloed zien in bijv. beeldhouwwerk en architectuur. De periode na zijn dood wordt dan ook het Hellenistische tijdperk genoemd. Andersom werden ook de Grieken beïnvloed door wat zij in het Oosten aantroffen, bijvoorbeeld door de Babylonische astrologie, religies en andere oosterse cultuuruitingen. Maar ook begonnen de nieuwe Griekse machthebbers de weelderige levensstijl van de oosterse potentaten te imiteren wat vroeger onder de Grieken zeker afgekeurd zou zijn. Het koningschap nam ook een goddelijk air aan. Dit was gebruikelijk in Perzië en Egypte waar de koning gezien werd als een levende god op de troon. Dit aspect kwam via het hellenisme ook terecht bij de latere Romeinse keizers die tenslotte ook goddelijke eer opeisten. Alexander was ook van grote invloed op de economie. Zo stimuleerde hij de handel door havens en wegen aan te leggen, nieuwe steden te stichten en een eenheidsmunt in te voeren. Ook van belang was de economische impuls die uitging van de verdeling van de Perzische kostbaarheden, die daarvoor nutteloos in schatkelders hadden gelegen. Hij liet namelijk een groot gedeelte van de Perzische schatkist omsmelten en tot muntgeld slaan en stimuleerde zo flink de geldeconomie. Ten slotte waren Alexanders tochten feitelijk ook wetenschappelijke expedities, op onder meer geografisch, geschiedkundig en biologisch gebied. Hiervan profiteerde bijvoorbeeld Aristoteles die geregeld verslagen over voordien onbekende zaken toegestuurd kreeg. Hierdoor werd het Griekse wereldbeeld aanzienlijk verruimd. Tijdens zijn regering werden er vele steden naar hem genoemd, waarvan Alexandrië in Egypte de bekendste is. Ook van grote betekenis was dat door de hellenisering van het Midden-Oosten het Grieks als lingua franca gebruikt werd waardoor rond het begin van de jaartelling de meeste bewoners dit konden verstaan. Hierdoor kon het jonge christendom zich snel verspreiden en wortel schieten.

Externe links


- [http://www.1stmuse.com/frames/ Alexander the Great of Macedonia: from history to eternity]
- [http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Plutarch/Lives/Alexander
- /home.html Plutarchus: The Life of Alexander]
- [http://www.pothos.org Alexander's 'homepage']
- [http://www.livius.org/aj-al/alexander/alexander00.html De grootste site op het web]
- [http://whc.unesco.org/sites/780.htm Alexander in de archeologie]
- [http://www.american-pictures.com/genealogy/persons/per01162.htm Genealogie van Alexander]
- [http://www.androphile.org/preview/Library/Biographies/Alexander/Alexander.htm Biografie van Alexander met de nadruk op zijn mannelijke geliefden.]
- [http://www.ancientlibrary.com/wcd/Category:Alexander_the_Great Category:Alexander the Great in Wiki Classical Dictionary.]

Boeken


- Jona Lendering, [http://www.klassieken.nl/boekboek/show/id=33117/dbid=10724/typeofpage=30186 Alexander de Grote. De ondergang van het Perzische Rijk], (2004 Athenaeum Amsterdam)
- Valerio Massimo Manfredi, [http://www.nu.nl/news/463211/140/Alexander_de_Grote_-_Valerio_Massimo_Manfredi.html Alexander De Grote ] (2004 Luithingh Sijthoff B.V., Amsterdam)

Films

De bekendste film over Alexander de Grote is Oliver Stone's productie "Alexander" uit 2004 met onder andere Colin Farrell, Angelina Jolie, Val Kilmer, Jared Leto, Christophor Plummer en Anthony Hopkins in de hoofdrol. Deze film werd in Europa uitstekend ontvangen, in tegenstelling tot in Noord-Amerika waar de dubieuze seksuele geaardheid van Alexander te dominant in de film "aanwezig" moest zijn. Categorie:Geschiedenis van Azië Categorie:Griekse oudheid Categorie:monarch Categorie:Oud-Grieks persoon categorie:Oud-Grieks militair categorie:Oud-Grieks politicus ja:アレクサンドロス3世 ko:알렉산드로스 대왕 simple:Alexander the Great

Dio Cassius

Lucius Cassius Dio was een Romeins senator en geschiedschrijver uit de 2e/3e eeuw na Chr. Hij was de laatste om een algemene geschiedenis te schrijven van het Imperium Romanum. Zijn werk zou in het Byzantijnse Rijk nog lang dé standaard blijven voor Romeinse geschiedenis. Hij was ook bedreven in de kunst van de prodigmata (voortekens). Hij is het prototype van de geromaniseerde Griek.

Leven

Parallelbronnen
- Velleius Paterculus (ca. 19 v. Chr. - 31)
- Tacitus (ca. 55 - 120)
- Suetonius (69/70 - 140)
Lucius Cassius Dio werd als Griek én zoon van Cassius Apronianus, lid van een belangrijke lokale familie én senator, geboren te Nicaea in Bithynia (ca. 155 na Chr.). Hij begint in Nicaea met een retorenopleiding, tijdens welke hij geïnteresseerd raakt voor onder andere Thucydides. Door zijn vader mee naar Rome gebracht, voltooit hij er zijn opleiding. Nadat zijn vader hem geïntroduceerd had in de senaat, heeft Dio zich in 180 te Rome gevestigd. Hij doet daar zijn eerste ambtelijke ervaringen op en schopte het rond 190 tot senator. Wanneer in 192 Commodus vermoord wordt en Septimius Severus als overwinnaar uit de stijd kwam, stuurt Dio een werkje naar Severus over dromen en voortekenen die zijn troonsbestijging voorspellen. Zo komt Dio terecht in de kringen van het huis der Severii. Hij wordt praetor (195) en provinciegouverneur onder het goedkeurend oog van zijn vriend Septimius Severus. In 204 wordt hij dan consul. Wanneer Dio, die Septimius' zoon Caracalla vergezelt in Klein-Azië, ziet hoe deze enkele senators onbeschoft behandelt, kookt hij inwendig van woede. Hij was immers zelf ook een senator. Vanaf 218 reist Dio vaak buiten Italië rond in verschillende functies. In 222 gaat hij naar Nicaea, waar hij ziek wordt. Zijn daimonion (inwendige stem) kondigt zijn pensioen aan, maar tevens het herstel van de senaat. Dio wordt echter beter en een nieuwe fase in zijn ambtelijke loopbaan begint. Hij wordt achtereenvolgens gouverneur van Africa (223), Dalmatië (224 - 226) en tot slot Pannonia (226 - 228), waar hij voor het eerst drie legioenen onder zich heeft welke hij met harde hand drilt. In 229 is hij voor de tweede keer consul samen met keizer Alexander Severus, een uitzonderlijke prestatie voor een niet-Romein. Uiteindelijk keert hij terug naar Nicaea waar hij zijn grote historische werk afwerkt.

Werken

Dio schreef enkel kleinere werkjes, om nadien te eindigen met zijn magnus opus.

Biografie van Arrianus

Waarschijnlijk een jeugdwerk dat Dio schreef over zijn streekgenoot Arrianus.

Werkje over Prodigia

Dit werkje over dromen en voortekenen schreef hij in 192, waarin hij de troonsbestijging van Septimius Severus voorspelde. Hij stuurde dit werk op naar Septimius, die hierdoor zeer geflateerd was en Dio opnam in zijn persoonlijk entourage.

Gebeurtenissen vanaf Commodus' dood

Na dit werkje had hij de smaak te pakken, en schreef hij ook nog - op aansporen van zijn daimonion - een verslag van de burgeroorlog van 193 tot 197. Dit viel erg in de smaak, zo laat hij ons weten.

Romeinse geschiedenis

Omdat zijn laatste werk zo goed was ontvangen, besloot Dio om een werk te wijden aan de Romeinse geschiedenis vanaf de stichting in 753 v. Chr. Hij zou hier meer dan twintig jaar aan werken, waarvan tien jaar alleen al aan het zoeken van zijn bronnenmateriaal. Hij vestigde zijn naam onder de groten der historici met zijn Romeinse Geschiedenis ('Ρομαικη 'Ιστορια), een omvangrijk geschiedwerk in het Grieks dat slechts gedeeltelijk bewaard bleef. Zijn overzicht van de geschiedenis begint met de stichting van Rome en reikte tot de regering van keizer Alexander Severus. Als onkreukbaar en objectief ambtenaar koos hij geen partij tegenover de gebeurtenissen en conflicten in vroegere eeuwen.

Voetnoten


- Later auteurs geven hem het agnomen Cocceianus, maar deze is mogelijk niet authentiek.
- Dio beschouwde zich als een autoriteit op dit gebied.
- Voor de reconstructie van zijn leven zijn we volledig afhankelijk van wat Dio ons vertelt in zijn Romaïkè historia, daar er geen andere auteurs zijn die over Dio's leven gegevens verschaffen.
- Hij was echter wel zo slim om pas kritiek te hebben op Septimius Severus na diens dood.

Beknopte bibliografie


- , Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, vertaald door , Amsterdam, 2000, pp. 7 - 25.

Nederlandse vertalingen


- , Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero, vertaald door , Amsterdam, 2000.
- , Augustus. Keizer van Rome, vertaald door , Amsterdam, 2002.

Externe links


- [http://encyclopedia.worldsearch.com/cassius_dio.htm Artikel over Cassius Dio in Encyclopedia.WorldSearch (Engels)]
- [http://www.severusalexander.com/cleve.htm Artikel Cassius Dio and Ulpian door Robert L. Cleve (Engels)]
- [http://www.barca.fsnet.co.uk/scipio-africanus-return-spain.htm M.J. Moscovich, Dio Cassius on Scipio’s Return from Spain in 205 B.C., in The Ancient History Bulletin 2 (1988), pp. 107-110. (Engels)]
- [http://www.jerryfielden.com/essays/suetonius.htm Suetonius en de regering van Tiberius: een vergelijking met andere bronnen (d.i. ]Tacitus[http://www.jerryfielden.com/essays/suetonius.htm , Cassius Dio en ]Velleius Paterculus) [http://www.jerryfielden.com/essays/suetonius.htm (Engels)] Categorie:Gens Cassia Categorie:Oud-Grieks persoon Categorie:Oud-Grieks historicus Cassius Dio, Lucius

Lucianus van Samosate

Lucianus (Grieks: Λουκιανὸς, transliteratie: Loukianos) was een Griekstalige schrijver uit de 2e eeuw na chr. Lucianus werd geboren te Samosata (of: Samosate) aan de Eufraat in 120 na Chr., in een door Rome gedomineerde wereld. Zijn moedertaal was het Syrisch, maar hij leerde Grieks op school en bediende zich later uitsluitend van deze taal. In een autobiografisch geschrift De Droom verhaalt hij dat hij oorspronkelijk het beroep van beeldhouwer moest leren bij zijn oom, maar daar wegvluchtte en naar de retorenschool trok, waar hij een grondige kennis van de Griekse literatuur opdeed. Lucianus is de voornaamste vertegenwoordiger van de Tweede Sofistiek. Nadat hij eerst zonder succes een advokatenpraktijk had willen opstarten in Antiochië, reisde hij vanaf 150 als sofist door het Romeinse rijk, hield allerlei voordrachten die op zichzelf weinig inhoud hadden, en beleefde vooral in Gallië veel succes. Na zowat tien jaar kwam hij tot rust en vestigde zich te Athene. Tenslotte kreeg hij een belangrijke functie bij de keizerlijke administratie in Egypte, waar hij ± 190 overleed. Lucianus was een productief schrijver. Wij bezitten een 80-tal geschriften die op zijn naam staan, maar mogelijk zijn ze niet allemáál van zijn hand. Zijn belangrijkste werken zijn de volgende.
- In zijn Θεών διάλογοι (Godengesprekken) steekt hij de draak met de traditionele Griekse mythologie met haar al te menselijke ruzies in het godengezin op de Olympus.
- De Φιλοψευδης (Leugenminnaar) bevat o.m. een verzameling verhalen omtrent spoken en geesten, waaronder het verhaal van de tot leven gewekte bezemsteel, bekend als "de Leerling Tovenaar" uit de moderne literatuur (Goethe) en muziek (Dukas).
- De Αλέξανδρος η Ψευδομαντις (Alexander of Leugenprofeet) ridiculiseert de wonderdoener en kwakzalver Alexander van Abonouteichos (in Klein-Azië).
- De slechte filosofen moeten het o.m. ontgelden in Βιών πρασεις (Veiling van levens), waarin de god Hermes als afslager in opdracht van Zeus filosofen veilt voor spotprijzen.
- Thematisch verwant aan de Avonturen van Baron von Münchhausen is zijn Αληθεις ιστοριαι (Waarachtige verhalen).
- Λούκιος η Όνος (Lucius of Ezel) behandelt hetzelfde thema als De gouden ezel van Apuleius. Behalve een voortreffelijk stilist was Lucianus een geestig spotter, die zich er vooral op toelegde in zijn geschriften op ongenadige wijze het bijgeloof, de would-be-filosofische theorieën en de religieuze hocus-pocus van zijn tijd aan de kaak te stellen. Met het christendom, dat hij niet lijkt te begrijpen, had hij weinig uitstaans. Inzake taalgebruik streefde hij naar de Attische zuiverheid van de 5e/4e eeuw v. Chr., zodat men gerust kan stellen dat deze niet-Griek het zuiverste Grieks van zijn tijd schreef.

Voetnoten

In het Nederlands treft men behalve Lucianus en Loukianos ook Loekianos als schrijfwijze aan: deze vorm maakte in de 2e helft van de 20e eeuw opgang. Ook de schrijfwijze Luciaen/Luciaan treft men aan (zie volgende noot). Niet te verwarren met Lucianus van Antiochië, de christelijke auteur uit de 3e/4e eeuw, die (volgens betwistbare overlevering) eveneens in Samosata zou geboren zijn (1, [http://www.newadvent.org/cathen/09409a.htm 2]) - deze Λουκιανὸς wordt door Vondel Luciaen genoemd ([http://www.dbnl.org/tekst/vond001dewe04/vond001dewe04_0081.htm 3]). categorie:Grieks schrijver ja:ルキアノス

Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus

TIBERIVS CLAVDIVS CAESAR AVGVSTVS GERMANICVS of Tiberius Claudius Nero Caesar Drusus of Claudius Caesar Augustus Germanicus (geboren in 10 v. Chr. als TIBERIVS CLAVDIVS DRVSVS waaraan later, nog vòòr het verkrijgen van de keizerlijke macht de cognomina NERO en GERMANICVS toegevoegd werden) was nà Augustus de derde keizer ("princeps") van het oude Rome. Zijn onmiddellijke voorganger was Caligula, die in 41 vermoord was. Claudius was de oom van Caligula, en was zo'n vijftig jaar oud toen hij de opperste macht verwierf.

Voorgeschiedenis

Claudius was lichamelijk enigszins gehandicapt (hij liep mank, stotterde en was waarschijnlijk licht spastisch), waardoor hij door veel van zijn tijdgenoten als achterlijk werd beschouwd, hoewel er geestelijk niks mis met hem was. Zijn directe familie liet hem meestal links liggen; hoewel zijn oudoom keizer Augustus wel plezier had in de verlegen maar intelligente jongen en vaker met hem optrok. Zijn eigen moeder Antonia Augusta en grootmoeder Livia Drusilla, de laatste vrouw van Augustus, spraken met hoon en minachting over zijn gebreken en wilden hem eigenlijk het liefst nooit zien. Toen hij officieel meerderjarig werd en de toga mocht dragen als teken hiervan werd de ceremonie 's nachts en in het geheim voltrokken. Normaal was dit een grote gebeurtenis in het leven van een Romeinse jongen als hij openbare ambten mocht gaan bekleden en zijn mening mocht laten horen over politieke zaken en werd dit groots gevierd. Claudius kreeg echter nooit een post in het leger of het bestuur aangeboden om hem voor te bereiden als machtsbekleder. Waarschijnlijk heeft hij hieraan wel zijn overleven te danken temidden van zijn complotterende omgeving die hem nooit als een serieuze rivaal voor de macht zag. De meer ambitieuze leden van zijn familie sneuvelden meestal al vrij jong onder verdachte omstandigheden zoals zijn populaire broer Germanicus. Claudius zelf vond het niet erg dat hij niet werd betrokken in de vele intriges die in de familie speelden en door het ontbreken van verantwoordelijkheden kon hij zich wijden aan zijn liefhebberijen zoals geschiedenis, literatuur en studeren in het algemeen. Vooral de Etrusken hadden zijn belangstelling en hij leerde zelfs de Etruskische taal van de weinige mensen die dat toen nog spraken. Bekend is dat Claudius een geschiedenis van de Etrusken schreef en een woordenboek Etruskisch; allebei tot verdriet van hedendaagse historici helaas verloren gegaan. Met Augustus kon Claudius gelukkig redelijk goed opschieten maar met zijn oom Tiberius had hij een veel koelere relatie. Of anders gezegd, deze wilde hem eigenlijk nooit zien wat Claudius waarschijnlijk allang best vond. Maar zijn neef Gaius 'Caligula' had meer belangstelling voor Claudius, maar dan in negatieve zin: deze dreef graag (liefst in het openbaar..) de spot met zijn onbeholpen oom. Gelukkig hoefde hij maar af en toe op te komen draven.

Keizer

Na de dood van Gaius ("Caligula") dreigde de praetoriaanse garde te worden opgeheven. Terwijl de senaat debateerde over de mogelijkheid de Romeinse Republiek te herstellen, werd in het praetoriaanse kamp, waar men de bui al zag hangen, snel Claudius tot keizer uitgeroepen. Deze had daar volgens sommige kroniekschrijvers absoluut geen zin in maar had weinig keus; hij was de enig overgebleven prins van de Julisch-Claudische dynastie die in aanmerking kwam voor de troon (maar anderen schrijven dat hij wellicht niet zo onschuldig was als leek en zelfs meegeholpen had met het opruimen van de hem vernederende Caligula). Pogingen van senatoren tot een staatsgreep mislukten en tijdens zijn regeringsperiode werden 35 van hen terecht gesteld. Hoewel zijn verhouding met de senaat dus ronduit slecht te noemen was, wordt Claudius toch over het algemeen en ook door tijdgenoten beschouwd als een goede regeerder. Misschien mede door zijn grote belezenheid wist hij voor veel bestuurlijke problemen meestal snel een antwoord te vinden. Hij vergrootte en verbeterde flink de organisatie van het overheidsapparaat. Belangrijk voor Rome was dat hij de haven Ostia flink liet uitbreiden en extra pakhuizen liet bouwen zodat de graan voorziening voor de stad beter gewaarborgd was. Één van de wapenfeiten van Claudius is de Romeinse invasie van Brittannië in 43. Julius Ceasar had een eerste verkenning van het eiland uitgevoerd maar de 80 jaar erna waren er geen Romeinen meer geweest. Claudius wilde graag een verovering op zijn naam hebben en besloot het eiland, waar vandaan geregeld piraten last veroorzaakten aan de Romeinse kuststreken, te 'pacificeren' en in te lijven. Bij zijn leven werd het zuiden veroverd en zijn opvolgers voltooiden de verovering tot aan de schotse hooglanden waar de Picten te sterk bleken. Claudius wordt twee keer vermeld in het bijbelboek Handelingen als degene die de Joden bevolen heeft Rome te verlaten na onlusten in de stad. Ook zou tijdens zijn regering een hongersnood het Rijk getroffen hebben. Volgens Romeinse kronikeurs hield Claudius van weelderige feesten waar hij zoveel (vr)at en dronk dat hij er ziek van werd. Dit werd ernstig afgekeurd door deze schrijvers maar Claudius viel hierin niet echt bijzonder op: dit was de gewoonte onder de rijke Romeinse elite.

Echtgenotes en dood

Claudius had niet veel geluk met zijn echtgenotes en vooral Messalina was een ongeremd persoon die Claudius voor schut zette met haar sexuele uitspattingen. Toen Claudius eens op inspectiebezoek was in Ostia trad Messalina bij een 'wild feest' op als de bruid van haar minnaar waarna ze zich lieten uitroepen als de nieuwe keizer en keizerin. Op sterk aandringen van zijn adviseurs liet hij haar tenslotte executeren. Claudius werd in 54 n. Chr. met vergiftigde champignons vermoord door zijn vierde vrouw, Julia Agrippina Minor, dochter van zijn broer Germanicus en Vipsania Agrippina Maior. Ze had Claudius overgehaald om haar zoon uit een vroeger huwelijk te adopteren. Deze zoon was de later zo beruchtte keizer Nero. Hij werd op zijn zestiende als troonopvolger aangewezen, Claudius' zoon Britannicus werd hiervoor gepasseerd. De eerste moordpoging mislukte echter jammerlijk. Claudius had last van buikloop en hield daarom het gif niet vast in zijn darmen. Bij de tweede poging lukte het echter wel: hij werd vermoord door zijn eigen lijfarts, Xenophos. Deze vermoordde hem door hem een giftige veer in zijn keel te steken (de Romeinen staken bij lange banketten veren in hun keel om de braakreflex op te roepen, zodat ze daarna met een lege maag verder konden eten).

Bronnen over Claudius

Het leven van Claudius is het onderwerp van de boeken I, Claudius en Claudius the God van Robert Graves; hoewel hier primair van een literaire behandeling sprake is, en geen geschiedkundige, is de schrijver toch nauwgezet binnen historisch verantwoorde grenzen gebleven. De boeken zijn ook bewerkt tot een succesvolle BBC -televisieserie, met Derek Jacobi in de hoofdrol. In de inleiding van Claudius the God geeft Robert Graves een lijst van de antieke bronnen die over Claudius (en de wereld waar hij in leeft) beschikbaar zijn:
- Tacitus (Jaarboeken (Annales) - het eerste deel van Claudius' bestuur uit de jaarboeken is evenwel verloren gegaan. De bewaarde delen uit jaarboek 11 en 12 behandelen de 8 laatste jaren van zijn regeringsperiode)
- Suetonius (Claudius is hier de vijfde van de Twaalf Caesaren - Suetonius telt immers Julius Caesar mee als de eerste "Caesar")
- Dio Cassius (in de onvolledig bewaarde Romeinse Geschiedenis)
- Plinius de jongere
- Varro
- Valerius Maximus
- Orosius
- Frontinus
- Strabo
- Julius Caesar (stierf enkele decennia voor de geboorte van Claudius, maar is wel een uitstekende bron over de aanloop naar de Julisch-Claudische dynastie, waartoe ook Claudius behoorde)
- Columella
- Plutarchus (schreef geen biografie over Claudius, maar wel over vele Romeinse en Griekse persoonlijkheden uit de periode van voor onze tijdrekening)
- Josephus
- Diodorus Siculus
- Photius
- Xiphilinus
- Zonaras
- Seneca de jongere (onder andere het satirische Apocolocyntosis divi Claudii, geschreven kort na de dood van Claudius. Seneca was verbannen geweest onder Caligula, daarna door Claudius teruggehaald om Nero op te voeden)
- Petronius
- Juvenalis
- Philo
- Celsus
- De auteurs van de handelingen der apostelen, en de apocriefe evangeliën van Nicodemus en Jacobus (door Graves waarschijnlijk eerder vermeld in verband met de evolutie in het oostelijk deel van het Romeinse rijk in de regeringsperiode van Claudius: rechtstreekse details over Claudius' leven zal men hier niet vinden)
- Tenslotte zijn van Claudius zelf enkele brieven en toespraken (onvolledig) overgeleverd.

Zie ook


- Letters van Claudius

Externe links


- [http://www.gnomon.ku-eichstaett.de/LAG/claudius.html Claudius (FGrHist 276) - der Prinzeps als Gelehrter, 1997.]
- [http://www.ethesis.net/rom_keizers/rom_keizers_inhoud.htm , De relatie van de keizers Claudius, Nero en Trajanus met de Italische steden. Een onderzoek van epigrafisch en historiografisch materiaal, diss. Universiteit Gent, 1998.]
- [http://www.roman-emperors.org/claudius.htm , art. Claudius (41-54 A.D.), in DIR (1998).] Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius ja:クラウディウス ko:클라우디우스

Publius Cornelius Tacitus

Publius Cornelius Tacitus1 (ca. 55-120) was een Romeins historicus, schrijver en redenaar. Hij wordt vaak gezien als Romes grootste historicus. Tacitus' sympathie ging duidelijk uit naar een republikeinse staatsvorm, eerder dan naar de willekeur van sommige keizers2. Hij schrijft over keizers en machthebbers met evenveel vanzelfsprekendheid als over personen van minder belang en geeft daarmee prachtig inzicht in het leven van zijn tijd.

Biografie

Publius Cornelius Tacitus is waarschijnlijk in 55 geboren in een provinciale familie uit Gallia Narbonensis (Fréjus of Vaison-la-Romaine) of Gallia Cisalpina (Padua). In 77 treedt Tacitus in het huwelijk met de dochter van consul van dat jaar Gnaius Iulius Agricola. Agricola is in 84 teruggeroepen door Domitianus uit Britannia. Agricola verdwijnt naar de achtergrond en zal in augustus 93 overlijden, min of meer vergeten. Zijn testament valt echter slecht uit voor Tacitus' echtgenote, want naast haar moeder ontvangt ook de princeps - hoewel die eerder nog verkondigd heeft geen erfenis te aanvaarden van iemand met kinderen - zijn deel met grote gretigheid.
Toch belet dit Tacitus niet om een schitterende politieke carrière uit te bouwen. Een paar jaar na zijn huwelijk is hij waarschijnlijk al XX-vir (priestercollege bestaand uit 20 mannen) onder Vespasianus. Door G. Alföldy is er de zeer aannemelijke interpretatie geopperd dat Tacitus door Titus aangeduid is als quaestor Augusti (persoon die de toespraken van de keizer aan de Senaat schrijft én voorleest), aan de hand van een inscriptie in het grafmonument van Tacitus aan de Via Nomentana te Rome3. Waarschijnlijk oefent hij deze functie uit in 80 of 81 - ten laatste in 82. Als hij quaestor is geweest in 81, wil dit zeggen dat hij zowel voor Titus als voor diens broer Domitianus woordvoerder was, want Titus sterft op 13 september 81. Nu hij ex-quaestor is, wordt hij opgenomen in de Senaat als homo novus (eerste van een familie die in de Senaat zetelt). Uit de inscriptie (cf. supra) kunnen we ook opmaken dat hij in 84 of 85 de functie van aedilis overslaat en tot tribunus plebis wordt gekozen. In 88 is hij zelfs praetor (functie in de rechtspraak) én lid van het prestigieus priestercollege van de Vijftien of quindecimviri sacris faciundis. In 89 wordt hij voor vier jaar afgevaardigd voor een post in de provincies - waarover weinig geweten is.
Wanneer Domitianus op 18 september 96 wordt vermoord door zijn naaste omgeving, zetelt de ongeveer veertigjarige Tacitus als consul suffectus voor het jaar 97 - vermoedelijk nog aangeduid door Domitianus - in de Senaat. Onder Trajanus behoort hij als ex-consul tot de elite van de senatoren en stort hij zich op de geschiedschrijving. In 112 en 113 is hij een jaar lang gouverneur van de provincie Asia, een felbegeerde post. Hij is vermoedelijk rond 120 gestorven als gereputeerd redenaar én historicus.

Werken

historicus.]]

De vita et moribus Iulii Agricolae (Agricola)

De vita et Moribus Iulii Agricolae of Agricola is een dertig pagina's tellende biografische schets van Gnaius Iulius Agricola - zijn schoonvader - door Tacitus uitgegeven in 98, ten tijde van Trajanus.
Toch is het niet een traditionele biografie, want Agricola's levensverhaal wordt gebruikt ter illustratie van Domitianus' tirannieke gedrag en om Nerva en Trajanus lof toe te zingen. Het is onevenwichtig van opbouw door de hem - later - kenmerkende uitvoerige beschrijvingen van veldtochten, redevoeringen tot de soldaten en zijn aandacht voor de etnografie van Britannia en haar inwoners. R. Syme meent het werkje zelfs een document van Romeinse politieke literatuur te kunnen noemen4.
Het werkje draagt ook sporen van retoriek - wat we ook in latere werken terugvinden - dat deels eigen is aan het genre dat de laudatio als vast element kent.

De origine et situ Germanorum (Germania)

De origine et situ Germanorum of Germania dat in datzelfde jaar verschijnt is een echte etnografie waarin eerst Germania en de levenswijze van haar bewoners besproken wordt en vervolgens wordt uitgeweid over verschillende Germaanse stammen. Het is het enige bewaarde traktaat over dit volk en vormt daardoor een unieke bron voor onderzoekers.
Het oude thema van contrast tussen het beschreven volk - de Germanen - en de Romeinen van zijn tijd heeft bij Tacitus zowel een moraliserend als informatief doel, want onder Trajanus wordt men nog steeds geconfronteerd met het reële dreigende gevaar dat uitgaat van de Germanen.
Overwinningen die door opeenvolgende keizers verkondigd zijn, doet hij af als historisch ongefundeerde propaganda van deze keizers.

Dialogus de oratoribus

Dialogus de oratoribus is lange tijd omstreden geweest, maar kent nu toch een algemeen consensus dat het gaat over een werk van Tacitus dat opgedragen is aan Lucius Fabius Iustus, consul suffectus in 102.
Het is in de vorm van een gesprek tussen de dichterredenaar Curiatius Maternus, de redenaars Marcus Aper en Iulius Secundus en ook Vipstanus Messalla in 75 over het verval van de redekunst gegoten. De oorzaken hiervan zijn volgens hem de opvoeding in het algemeen met de retoriek zelf in het bijzonder en de monarchale staatsinrichting die wel goed is als staatsvorm op zichzelf, maar geen aanzet geeft tot de ontwikkeling van grote en grootse redekunst. Hij concludeert dat literair begaafden zich nu nog enkel bezig houden met poëzie.
Vaak beschouwt men deze dialoog als Tacitus’ verantwoording voor het stopzetten van zijn toch wel goed lopende carrière als retoricus en zich toe te leggen op het enige dat hem nog rest: de geschiedschrijving.

Historiae

Historiae is het eerste van Tacitus’ grote en grootse historische werken, die we dankzij de briefwisseling tussen Tacitus en Plinius minor deels kunnen dateren. Zo blijkt dat hij rond 106 over het jaar 79 aan het schrijven is en dat hij bezig is met Domitianus’ regering te behandelen in 109. Hij behandelt in dit werk de geschiedenis van Rome tijdens het driekeizersjaar 69 en onder de regering van de Flavii. Van de - vermeende - twaalf of veertien boeken rest ons slechts de eerste vier en het begin van het vijfde boek. Men meent het werk te kunnen verdelen in twee hexades, namelijk een eerste over de burgeroorlog onder Galba, Otho en Vitellius (I-III) en Vespasianus’ regering (IV-VI); en een tweede over de jaren van stabiliteit onder Titus en de eerste jaren onder Domitianus (VII-IX) en ten slotte de duistere periode onder Domitianus van 89 tot 96 (X-XII). Dit alles blijft echter wel steeds speculatie.
In zijn praefatio (voorwoord) wordt de dramatische ontknoping al min of meer aangekondigd en kondigt hij daarbij aan dat - indien de jaren hem gegund zijn - hij nog over Nerva’s en Trajanus’ bewind wil schrijven. Trajanus

Ab excessu divi Augusti (Annales)

Ab excessu divi Augusti of Annales is Tacitus’ tweede grotere historische werk dat handelt over de Julisch-Claudische dynastie vanaf de dood van de Vergoddelijkte Augustus, waarvan waarschijnlijk het grootste deel geschreven is onder Hadrianus’ regering (117-138) en dus niet handelt over Traianus, noch Nerva (cf. supra). Van de vermoedelijke 18 boeken zijn slechts de boeken I tot IV in hun geheel bewaard, V en VI slechts gedeeltelijk, en XI tot XVI zonder hun respectievelijk begin of einde.
De eerste zes zijn annalistisch van opbouw - vandaar de naam Annales, terwijl de laatste zich meer concentreren rond themata of personen. R. Syme meent dat deze stilistische wijziging verwijst naar een dieperliggende wijziging, namelijk de evolutie van het principaat naar het dominaat5.

Heuristiek

Tacitus’ bronnen voor de Agricola zijn grotendeels eerstehandsbronnen en vaak mondeling overgeleverd. Voor zijn Germania zijn waarschijnlijk het verloren gegane Bella Germaniae van Plinius maior - die vertrouwd is met Germania, De Bello Gallico van Caesar en Livius’ boek CIV gebruikt als literaire bron. Over de Historia en Annales, waarop P. Fabia geprobeerd heeft het Einquellenprinzip op toe te passen6, bestaat er nog geen vaste consensus. We kunnen echter wel aan de hand van de vele moderne auteurs hun visie ons een beeld vormen van welke bronnen Tacitus mogelijk gebruikt heeft. Tacitus zelf noemt, onder andere, Cluvius Rufus, Fabius Rusticus en Plinius maior (Ann. XIII 20.), maar er zijn er meer: Aufidius Bassus, Servilius Nonianus, Verginius Rufus, enzovoort. Mogelijk heeft hij ook gebruik gemaakt van verschillende memoires, zoals de commentarii van Agrippina minor, gedenkschriften van Claudius, enzovoorts. Als ex-consul en senator heeft hij ook toegang tot de acta senatus en diurna, waar hij documentaire bronnen kan aantreffen. Toch blijkt dat Tacitus deze gegevens niet letterlijk zal overnemen, maar in zijn eigen woorden verhalen, iets dat onder andere blijkt uit zijn weergave van de toespraak van Claudius over het toelaten van Galliers in de Senaat, die zowel door Tacitus (Ann. XI 24.) als op de beroemde [http://www.fordham.edu/halsall/ancient/48claudius.html Lyon Tabula] is weergegeven. Tacitus blijkt de strekking van de toespraak intact te laten, maar van de (kenmerkende) Claudiaanse stijl, blijft weinig over. Hij maakt waarschijnlijk ook gebruik van mondelinge bronnen en het is zeker dat hij brieven schrijft naar mensen zoals Plinius minor, met wie hij bevriend is, om informatie op te vragen (cf. supra) omtrent de uitbraak van de Vesuvius en de dood van zijn oom. Het is echter belangrijk te overwegen dat Tacitus niet slechts historicus is, maar ook een aanzienrijk politicus, bestuurder, kind van zijn tijd en bovenal literator. Zijn beroemde uitspraak sine ira et studio (zonder woede of berekening) is een nobel streven, maar al bij de behandeling van de regering van Tiberius blijkt de uitspraak niet meer te zijn dan dat.

Parallelbronnen

Naast Tacitus zijn er nog veel andere auteurs die ons werken hebben nagelaten over de Julisch-Claudische dynastie. De voornaamste zullen hier kort worden besproken. Velleius Paterculus (ca. 19 v. Chr. - 31) was een soldaat die diende onder Tiberius. Hij schreef een algemene - maar korte - algemene Romeinse geschiedenis tot aan 30 n. Chr., een jaar voor Seianus' val. Zijn taal is niet zo literair als die van Tacitus, maar hij geeft een positiever beeld van de princeps Tiberius en is een contemporain getuige. Suetonius (69/70 - 140) was een jongere tijdgenoot van Tacitus en biograaf. Zijn thematisch opgebouwde keizersbiografieën zijn doorspekt met pittige anekdotes, maar hij vergeet vaak het groter geheel. Cassius Dio (155 - na 229) is een geromaniseerd Grieks senator die meer dan een eeuw later de laatste algemene Romeinse geschiedenis heeft geschreven tot aan zijn eigen tijd. Hij schijnt enorme hoeveelheden informatie te hebben verzameld, maar hij kan ons helaas niet alles meedelen, daar een algemene geschiedenis veel schrapwerk vereist. Hij geeft een neutraler beeld van princeps Tiberius en schijnt ook positieve bronnen te hebben geraadpleegd. Tacitus springt er echter uit door zijn literaire waarde en synthetiserende opbouw. Hij wordt nog vaak beschouwd als dé bron voor het vroege principaat, maar stilaan worden de parallelbronnen ook meer gewaardeerd en beschouwd als een belangrijke aanvulling op Tacitus' monografie.

Bibliografische referenties

1 De brieven van Sidonius Apollinaris noemen hem "Gaius"; één van de twee overgebeleven manuscripten van zijn werken noemt hem "Publius". (Zie R. Syme, Tacitus, I, Oxford, 1958 (=1963²), p. 59, n. 1)
2 Dit is tenminste de overheersende visie sinds de Franse Revolutie: Giuseppe Toffanin onderkent doorheen de geschiedenis twee kampen: de Rode Tacitisten, die Tacitus aangrijpen om hun republikeinse gevoelens te ventileren; en de Zwarte Tacitisten, die in Tacitus vooral een handleiding zien om een monarchie tot een goed einde te brengen. Van in de Renaissance (wanneer Tacitus' geschriften weer aan de oppervlakte komen) tot in de vroege Verlichting vindt men beroemde voorbeelden van beide "kleuren" van Tacitus-aanhangers: Francesco Guicciardini en Diderot kunnen als voorbeelden van het Zwarte Tacitisme genoemd worden, terwijl men Machiavelli's geschriften dan weer in twee richtingen kan interpreteren: Zwart Tacitisme in De Heerser; Rood Tacitisme in de Discorsi. Voor bibliografische verwijzingen: zie het "Tacitean studies" artikel op de Engelstalige Wikipedia.
3 G. Alföldy, Bricht der Schweigsame sein Schweigen? Eine Grabinschrift aus Rom, in Mitteulungen des deutschen archeologischen Instituts. Römische Abteilung 102 (1995), pp. 251 - 268 (non vidi).
4 R. Syme, Tacitus, 2 dln., Oxford, 1958 (=1963²), p. 125.
5 R. Syme, Tacitus, 2 dln., Oxford, 1958 (=1963²), pp. 269 - 270.
6 P. Fabia, Les sources de Tacite dans les Histoires et les Annales, Parijs, 1893.

Bibliografie

H.W. Bernario, An Introduction to Tacitus, Athene, 1975. G. Schepens, Beknopte geschiedenis van de Griekse en Romeinse historiografie, Leuven, 1997, pp. 167 - 182. Tacitus, Annales: I-VI, trad. comm. M.A. Wes, ‘s-Hertogenbosch, 1999. E. Flaig, art. Tacitus (I), in NP 11 (2001), klm. 1209 - 1214. A.J. Woodman, Tacitus Reviewed, Oxford, 1998.

Vertalingen & edities

Keizers in Tacitus' werken

; Ab excessu divi Augusti (Annales) :Gaius Iulius Caesar Augustus (27 v. Chr. - 14) :Tiberius Iulius Caesar (Augustus) (14 - 37) :Gaius Caesar Augustus Germanicus (37 - 41) :Tiberius Claudius Caesar Augustus (41 - 54) :(Imperator) Nero Claudius Caesar Augustus Germanicus (54 - 68) ;Historiae :Servius Sulpicus Galba (Augustus) (68 - 69) :Marcus Salvius Otho (Augustus) (69) :Aulus Vitellius Germanicus Augustus (69) :Titus Flavius Vespasianus (Augustus) (69 - 79) :Titus Flavius Vespasianus (Augustus) (79 - 81) :Titus Flavius Domitianus (Augustus) (81 - 96) ;De vita et moribus Iulii Agricolae (Agricola) :Titus Flavius Domitianus (Augustus) (81 - 96) :Nerva Caesar Augustus (96 - 98) :Caesar Nerva Traianus (Optimus) (98 - 117)

Externe links

[http://benbijnsdorp.info/tacitus.html Tacitus' Annalen vertaald naar het Nederlands]
[http://users.skynet.be/oudheid/literatuur/tacitus.htm Een pagina van] [http://users.skynet.be/oudheid/index.htm De klassieke Oudheid] [http://users.skynet.be/oudheid/literatuur/tacitus.htm gewijd aan Tacitus]
[http://www.tertullian.org/rpearse/tacitus/ Herkomstkritiek van Tacitus' werken (Engels)]
[http://janusquirinus.org/essays/Tiberius.html Over Tacitus' ambigue relatie met Tiberius (Engels)]
[http://www.jerryfielden.com/essays/suetonius.htm Suetonius en de regering van Tiberius: een vergelijking met andere bronnen (d.i. Tacitus], Cassius Dio en Velleius Paterculus) [http://www.jerryfielden.com/essays/suetonius.htm (Engels)] Categorie:Gens Cornelia Cornelius Tacitus, Publius Cornelius Tacitus, Publius Cornelius Tacitus, Publius Cornelius Tacitus, Publius Cornelius Tacitus, Publius