:: wikimiki.org ::
| Kwik |
Kwik
Kwik (vroeger ook wel bekend als kwikzilver) is een scheikundig element met symbool Hg en atoomnummer 80. Het is een zilverwit overgangsmetaal.
Ontdekking
In Egyptische tombes van ongeveer 1500 v. Chr. zijn sporen van kwik aangetroffen en van de oude Chinezen is bekend dat zij kwik in combinatie met andere metalen gebruikten. De Grieken en Romeinen maakten gebruik van kwik en kwikverbindingen voor cosmetica doeleinden. Alchemisten dachten dat kwik veranderde in goud als het van de vloeibare fase naar de vast fase ging.
In de 18e en 19e eeuw werd kwiknitraat gebruikt om bont los te maken van dierenhuiden, en kwikdamp werd gebruikt om vilt te fabriceren, dat o.a. gebruikt werd voor hoeden. Later bleek dit de oorzaak te zijn van hersenbeschadigingen bij mensen die kleding van deze materialen maakten. Hier komt waarschijnlijk ook de Engelse uitdrukking mad as a hatter (zo gek als een hoedenmaker) vandaan.
In oude publicaties worden drukken soms weergegeven in millimeters kwikdruk: mm Hg. Dit is geen SI eenheid en tegenwoordig wordt deze aanduiding niet meer gebruikt, behalve in de geneeskunde waar hij voor de bloeddruk nog steeds gangbaar is.
De naam kwik is een verbastering van het Oud Saksische woord quik, dat als levend of levendig kan worden vertaald. In het Latijn is de naam hydrargyrum, afkomstig van vloeibaar zilver. Het symbool Hg dankt kwik dan ook aan de Latijnse naam.
Toepassingen
In de industrie wordt kwik vooral gebruikt voor elektrische en elektronische toepassingen en allerlei verbindingen. Tot ongeveer het einde van de 20e eeuw werd kwik veel gebruikt in thermometers. Vanwege de giftigheid van dit element is het voor deze toepassing steeds meer in onbruik geraakt.
- Men past kwik wel toe in kwikdamplampen, zeer heldere lichtbronnen die gasvormig kwik bevatten.
- Op laboratoria wordt kwik regelmatig gebruikt voor hoge-temperatuurthermometers, diffusiepompen en andere laboratoriuminstrumenten.
- Omdat kwik makkelijk amalgamen vormt met goud, wordt het toegepast om goud te isoleren uit gouderts.
- Het tripelpunt van kwik (234.3156 K) is een vastliggend punt dat geldt als temperatuur standaard van de Internationale Temperatuur Schaal (ITS-90).
- Bij de productie van natriumhydroxide worden kwikcellen gebruikt.
- In de tandheelkunde worden kwikamalgamen gebruik bij het vullen van gaatjes.
- In de elektrochemie wordt kwik gebruikt in de druppelende kwikelektrode, wat een eenvoudig reproduceerbare standaard is voor elektrochemische potentiaalmetingen.
Andere bekende toepassingen van kwik zijn kwikbatterijen en pesticiden. Voor de meeste huishoudelijke doeleinden is kwik tegenwoordig verboden in verband met de giftigheid van kwikdampen.
Opmerkelijke eigenschappen
pesticide
Kwik is het enige metaal dat bij kamertemperatuur vloeibaar is.
In laboratoria werd het gebruikt in het zogenaamde "kwiktouwtje" een rubber slangetje gevuld met kwik. Het kwiktouwtje werd dan bijvoorbeeld bij psychologische experimenten om de penis gebonden en de elektrische weerstand van het kwik werd gemeten. Wanneer een prikkel werd toegediend (bijvoorbeeld een al dan niet erotisch plaatje) kon de mate van seksuele opwinding gemeten worden omdat door opzwelling dan de lengte van het kwik langer en de doorsnede kleiner werd en dus de elektrische weerstand hoger werd. Dit kon uiterst precies worden vastgesteld.
Omdat kwik zwaar en vloeibaar is, werd in het begin van de twintigste eeuw in bepaalde kringen kwik ingeslikt omdat het een kick gaf om het door de kronkels van je darmen te voelen vallen.
Kwik is een goede geleider van elektriciteit, maar een slechte warmtegeleider. Kwik vormt zeer makkelijk legeringen met vrijwel alle metalen, alleen ijzer vormt hierop een uitzondering. Een metaallegering op basis van kwik wordt een amalgaam genoemd. Met tellurium vormt kwik ook een legering, maar dat reageert al snel tot in kwiktelluride. Een ander element waarmee kwik zeer makkelijk reageert is zwavel, onder vorming van kwiksulfide.
Van de elementen uit de zinkgroep reageert kwik het minst heftig. In tegenstelling tot zink en cadmium kan kwik niet de plaats van waterstof innemen in zuren. Veel voorkomende oxidatietoestanden zijn +1 en +2. In zeldzame gevallen komt +3 voor.
Verschijning
In ongebonden toestand komt kwik niet in de aardkorst voor. De belangrijkste kwikbronnen voor commerciële winning zijn de mineralen cinnabar, corderoiet en livingstoniet. Ongeveer de helft van de totale wereldproductie is afkomstig uit Spanje en Italië. Op kleinere schaal wordt kwik gewonnen in Slovenië, Rusland, de Verenigde Staten en Canada. Het kwik wordt geïsoleerd door het mineraal te verhitten in een luchtstroom waarbij de kwikdamp neerslaat.
Isotopen
Van kwik komen op aarde zeven stabiele isotopen voor, waarvan 202Hg met bijna 30% het meest. Er is een aantal radioactieve isotopen bekend waarvan de halfwaardetijden uiteenlopen van 444 jaar voor 194Hg tot minder dan een dag voor enkele zwaardere isotopen.
Toxicologie en veiligheid
Kwik heeft bij kamertemperatuur een dampspanning die vele malen boven de maximaal toelaatbare concentratie (MAC-waarde) ligt. Metallisch kwik is onschadelijk, maar de damp richt ernstige schade aan in de hersenen en zenuwstelsel. Ook kwikverbindingen zijn vrijwel zonder uitzondering erg giftig. Vroeger werd calomel wel in de geneeskunde gebruikt.
Druppeltjes kwik die vrijkomen bij bijvoorbeeld het breken van een thermometer zijn lastig te verzamelen omdat ze alle kanten opspringen. Door de kwikbolletjes te bedekken onder een laagje zwavelpoeder zal het kwik reageren tot kwiksulfide dat makkelijk hanteerbaar is. Bijkomend voordeel daarvan is dat het kwik niet meer verdampt.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/Hg.html EnvironmentalChemistry.com - Kwik]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/Hg/index.html WebElements.com - Kwik]
----
Kwik is ook een fictieve eend, een van de broertjes Kwik, Kwek en Kwak, die neefjes van Donald Duck zijn.
Categorie:Zinkgroep
ja:水銀
ko:수은
ms:Raksa
simple:Mercury (element)
th:ปรอท
Scheikundig elementEen scheikundig element (vaak ook kortweg element) is de soortnaam voor een substantie die via scheikundige weg niet in verschillende substanties te scheiden is.
Zo'n substantie bestaat louter uit atomen van één type (de term atoom komt van het Griekse atomos, dat ondeelbaar betekent). Het aantal protonen in de kern van een atoom bepaalt tot welk element dit atoom behoort. Met spreekt dan van het atoomnummer van dit element.
Zo bezitten bijvoorbeeld alle atomen die tot het element koolstof behoren 6 protonen in de kern, en behoren alle atomen met 92 protonen in de kern tot het element uranium.
De bekende elementen kunnen op allerlei manier geordend worden. Zo kan de lijst van elementen uiteraard op alfabetische volgorde gepresenteerd worden, of gesorteerd op oplopend atoomnummer. De meest gebruikte en bekendste ordening wordt het Periodiek Systeem (der Elementen) genoemd. In dit overzicht zijn de elementen geordend op basis van overeenkomstige eigenschappen. Het Periodiek Systeem werd in 1869 door de Rus Dmitri Mendelejev bedacht, een prestatie van formaat, omdat toen nog veel elementen niet ontdekt of slecht onderzocht waren. Het Periodiek Systeem maakte het mogelijk om van deze nog onbekende elementen veel eigenschappen te voorspellen.
Atomen die tot een zelfde element behoren kunnen wel een verschillend aantal neutronen hebben. Men spreek dan van isotopen. De naam isotoop komt van het Griekse iso = gelijk en topos = plaats, hiermee wordt bedoeld dat isotopen dezelfde plaats in het Periodiek Systeem innemen.
Daarnaast wordt de term allotroop gehanteerd. Hiermee wordt bedoeld dat atomen die tot één element behoren in clusters kunnen voorkomen, die uit een verschillend aantal atomen bestaan.
Wanneer een nieuw element ontdekt wordt
(of beter werd, men denkt dat alle in de natuur voorkomende stabiele atomen inmiddels bekend zijn) of (met veel moeite) voor het eerst kunstmatig gecreëerd wordt dient dit element een officiële naam te krijgen.
Er is een internationale organisatie, de Internationale Unie voor Zuivere en Toegepaste Chemie (Bekend onder de Engelstalige afkorting IUPAC), die hierover beslist.
Deze instantie neemt meestal de naam over die de ontdekker voorgesteld heeft.
Soms leidt dit tot controverses, omdat meerdere personen of groepen de ontdekking of synthese voor zich opeisen.
Om deze reden heeft het lang geduurd voordat de elementen met een atoomgetal van 104 of hoger een naam kregen.
Elk element krijgt ook een uniek symbool, dat uit één of twee letters bestaat, de eerste altijd een hoofdletter, de tweede nooit. Vaak is dit symbool een afkorting van de Latijnse benaming. Vooral de elementen die al lange tijd bekend zijn hebben in verschillende talen uiteenlopende namen. Het internationale symbool voorkomt dan verwarring.
Zie ook:
- Scheikunde
- Nederlandse benaming van de elementen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Elektronenconfiguratie
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
Categorie:Chemische stof
ja:元素
ko:화학 원소
ms:Unsur kimia
simple:Element
th:ธาตุเคมี
AtoomnummerHet atoomnummer geeft het aantal protonen in de kern van het atoom aan. Het atoomnummer is een belangrijk begrip uit de chemie en de kwantummechanica. Een element en zijn plaats in het periodiek systeem zijn erdoor vastgelegd. Wanneer het atoom als geheel elektrisch neutraal is, is het atoomnummer gelijk aan het aantal elektronen in de elektronenwolk rond de kern. Juist die elektronen bepalen het chemische gedrag van een atoom. Bij atomen die niet elektrisch neutraal zijn (ionen) is het aantal elektronen ofwel groter dan het atoomnummer (anionen die negatief zijn) ofwel kleiner (bij de positieve kationen).
Het atoomnummer kan indien gewenst links onder het symbool van het element worden aangegeven, bijvoorbeeld:
:1H (Waterstof) en 8O (Zuurstof)
Het aantal neutronen in de kern wordt niet door het atoomnummer bepaald, maar kan soms van atoom tot atoom verschillen. Daarmee kunnen er dus atomen voorkomen met het zelfde atoomnummer maar verschillende massa. Deze atomen van hetzelfde element maar met verschillend gewicht worden isotopen genoemd. Vooral bij de zwaardere atomen, die met een hoger atoomgetal, is het aantal neutronen groter dan het aantal protonen in de kern.
Het lichtste atoom, met atoomnummer 1, is waterstof, aangeduid met H. Dat atoom heeft een kern die uit 1 proton bestaat. Van waterstof bestaan nog twee varianten: een kern die bestaat uit 1 proton en 1 neutron. Deze isotoop van waterstof heet "zwaar waterstof" of Deuterium. Er bestaat ook een variant met een kern die bestaat uit 1 proton en 2 neutronen. Dit isotoop heet Tritium. Het atoom van tritium is instabiel en valt na enige tijd uiteen. (halfwaardetijd ongeveer 11 jaar) Tritium is dus radioactief. Alle varianten van waterstof hebben echter hetzelfde atoomnummer, namelijk 1, en zij hebben in neutrale toestand ook hetzelfde aantal elektronen, namelijk eveneens 1.
Zie ook
- Lijst van elementen op nummer
Categorie:Kernfysica
Categorie:Scheikunde
categorie:Nummer
als:Ordnungszahl
ja:原子番号
ko:원자 번호
simple:Atomic number
th:เลขอะตอม
Overgangsmetaal
Een overgangsmetaal is een element uit het D-blok van het periodiek systeem der elementen. Men onderscheidt
- de 3d-overgangsmetalen van scandium tot zink
- de 4d-overgangsmetalen van yttrium tot cadmium
- de 5d-overgangsmetalen van lanthaan (of beter:lutetium) tot kwik
- Rutherfordium tot Roentgenium
Legenda
Categorie:Scheikundig element
Categorie:Metaal
ja:遷移元素
th:โลหะทรานซิชัน
Chinese keizerrijk
Voor het jaar 221 v. Chr. waren er in China verscheidene onafhankelijke vorstendommen (die periode wordt beschreven in het artikel Prehistorie in China). In 221 v. C werd China verenigd onder de eerste keizer, Qin Shi Huangdi (wat 'Eerste keizer van de Qin' betekent), die de Qin-dynastie stichtte. Tijdens de Han-dynastie (206 v. Chr.-220 n.Chr.) werd het rijk uitgebreid tot in Korea, Vietnam en Centraal-Azië.
Hierna volgde een periode van verwarring, kortdurende dynastieën volgen elkaar snel op. Een van de rustpunten in deze periode was de Tang-dynastie (618-907). Deze dynastie was een bloeitijd voor China. Onder de keizers van de Tang werd ook het examenstelsel ingevoerd, dit hield in dat iedereen die ambtenaar wilde worden moest slagen voor een serie examens. Vanaf de 9e eeuw nam de macht van de keizer toe en verplaatste het economisch centrum zich naar het zuiden.
Marco Polo zou China hebben bezocht rond 1280, toen hier de Mongoolse Yuan-dynastie aan de macht was. Onder de etnisch Chinese Ming-dynastie (1368-1644) werd meer nadruk gelegd op de eigen Chinese waarden en werd de invloed van buitenaf geweerd. Later, onder de Qing-dynastie van de Mantsjoe (1644-1911), nam de druk van het Westen weer toe. In 1911 werd het keizerrijk uiteindelijk door een revolutie omver geworpen en werd de Republiek China uitgeroepen.
Chinese keizerlijke dynastieën
Hieronder volgt een lijst van keizerlijke dynastieën die China in de loop der eeuwen regeerde. De lijst is in chronolgische volgorde opgezet.
- Xia ca. 2200 v. Chr.-1750 v. Chr.
- Shang ca. 1766 v. Chr.-1122 v. Chr.
- Zhou 1122 v. Chr.-256 v. Chr.
- Westelijke Zhou 1122 v. Chr.-771 v. Chr.
- Oostelijke Zhou 771 v. Chr.-256 v. Chr.
- Lente en herfst 771 v. Chr.-481 v. Chr.
- Periode van de Strijdende staten 403 v. Chr.-221 v. Chr.
Vanaf de Qin-dynastie is er officieel sprake van een Chinees keizerrijk.
- Qin 221 v. Chr. - 206 v. Chr.
- Han 206 v. Chr. - 220
- Westelijke Han 206 v. Chr. - 9 na Chr.
- Wang Mang de Overweldiger 9 - 23
- Oostelijke Han 25 - 220
- Deling 220-589
- Drie Koninkrijken 220 - 280:
- Wei 220 - 265 (265-280: Jin)
- Shu Han 220 - 263
- Wu 220 - 280
- Hereniging: Jin-dynastie 265 - 420
- Burgeroorlog en opnieuw deling
- Xiongnu-invasie 311
- Zuid:
- de Zes Dynastieën, Oostelijke Jin, Liu-Song 420-479, Liang, Chen
- Noord:
- de Zestien koninkrijken o.a. Oostelijke Zhao 304-320, Vroege Qin 351-386
- Noordelijke Wei 386-524
- Oostelijke Wei (Noordelijke Qi) en Westelijke Wei (Noordelijke Zhou)
- Noordelijke Zhou verovert N. Qi 577, Liang 587 en Chen 589
- Sui 589-618
- Tang 618-907
- Deling 907-960
- Noordoost: Qidan Liao tot 1125
- Noord: Vijf dynastieën, o.a. Late Zhou 951-960
- Zuid: Tien Koninkrijken
- Noordelijke Song 960-1127
- Deling
- Noord: Jin (Jurchen) 1115-1234
- Zuid: Zuidelijke Song-dynastie 1127-1279
- Yuan 1234-1368
- Ming 1368-1644
- Qing 1644-1911
Categorie:Geschiedenis van China
GriekenMet de Grieken of oude Grieken worden doorgaans de inwoners van Griekenland, heden of in de oudheid bedoeld. Een andere naam voor in de oudheid is Hellenen of inwoners van Hellas.
- Griekse mythologie
- Oud-Grieks
Zie ook
- Geschiedenis van Griekenland - Deel I: de Oudheid
Categorie:Volk in Europa
Categorie:Griekenland
RomeinenRomein of Romeinen kan zijn:
- iemand uit de stad Rome, zie Rome (stad)
- een inwoner van het Romeinse Rijk
- of specifieker Romeinen in België en Romeinen in Nederland
- een rechtopstaande (niet-cursieve) letter, zie romein (lettertype)
- een bijbelboek, zie Brief van Paulus aan de Romeinen.
Zie ook: Rome (doorverwijspagina).
Categorie:Archeologie
CosmeticaCosmetica zijn middelen bedoeld om het lichaam:
- van buiten te reinigen
- te parfumeren
- uiterlijk te wijzigen
- van buiten te beschermen
- van buiten in goede staat te houden
- van ongewenste lichaamgeur vrij te houden
Reinigen
Door stof, zweet en vetuitscheiding wordt de huid vet. Typische reinigende cosmetica zijn zeep, shampoo en douchegel.
Parfumeren
Veel mensen willen niet naar mens ruiken, parfum in vele vormen is een middel om van geur te veranderen.
Uiterlijk wijzigen
Al eeuwen verven mensen hun haar met haarverf, hun gezicht met make-up en hun nagels met nagellak. Maar ook scheren is een eeuwenoude manier om je uiterlijk te wijzigen.
Beschermen
De huid beschermt de mens tegen de buitenwereld. Micro-organismen worden buitengesloten, water wordt binnen gehouden en UV straling wordt geremd. Zonnebrand olie en diverse crèmes helpen de huid bij dit werkje.
In goede staat houden
Veel mensen willen oud worden, maar er niet oud uitzien. Crèmes en antirimpelpreparaten moeten de huid er uit laten zien alsof ze 16 jaar oud is, terwijl de rest de 40 al ruim gepasseerd is.
Lichaamsgeur bestrijden
Als parfums niet sterk genoeg blijken moet er naar zwaardere middelen worden gegrepen, deodorant bijvoorbeeld.
Categorie:Cosmetica
ja:化粧品
Goud
Goud is een scheikundig element met symbool Au en atoomnummer 79. Het is een geel metalliek overgangsmetaal.
Ontdekking
Goud wordt al lange tijd als waardevol metaal gezien. In Egyptische hiërogliefen van de 26e eeuw v. Chr. wordt al melding gemaakt van goud als betaalmiddel. Tot ongeveer halverwege de 20e eeuw werd goud nog veelvuldig gebruik voor munten. Later werd het vervangen door papiergeld.
In de oudheid was goud niet alleen bekend als waardevol, maar ging er ook magie van uit en stond het symbool voor zuiverheid. Alchemisten zijn lange tijd op zoek geweest naar de steen der wijzen, om andere materialen te transformeren in goud. Zij zijn daar echter nooit in geslaagd en met huidige inzichten in de opbouw van atomen is dat goed te verklaren.
In de 19e eeuw zijn er vooral in de Verenigde Staten en Australië veel goudbronnen ontdekt, hetgeen de befaamde goldrushes tot gevolg had.
Het symbool van goud Au is de afkorting van het Latijnse aurum. De naam goud is een verbastering van de term jval uit het sanskriet.
Toepassingen
Als zuiver metaal is goud vrijwel onbruikbaar voor industriële toepassingen omdat het erg zacht is. In plaats daarvan wordt het veelvuldig gebruikt in legeringen omdat het element over uitstekende elektrische eigenschappen beschikt en zeer corrosiebestendig is. Sinds de 20e eeuw is goud praktisch onmisbaar in de industrie. Enkele toepassingen zijn:
- Kwalitatief hoogwaardige elektrische schakelaars, connectoren, etc.
- In de ruimtevaart als coating voor kunstmanen omdat goud ultraviolette straling goed reflecteert.
- Hoewel het veelal is vervangen door andere metalen wordt in sommige monetaire stelsels goud (nog) gebruikt voor muntgeld.
- De mooie glans en de goede corrosiebestendigheid maken goud een gewild metaal voor juwelen. 80% van al het goud wordt hier voor gebruikt.
- In de geschiedenis van de mens was goud vanwege zijn glans en schaarsheid altijd een symbool van weelde. Huishoudelijke voorwerpen werden dan ook soms van goud gemaakt of verguld. Hetzelfde gold voor kunstwerken.
- In veel elektronische componenten wordt goud gebruikt.
De radioactieve isotoop 195Au wordt gebruikt bij kanker onderzoek.
Opmerkelijke eigenschappen
Metalliek goud heeft een gele glanzende kleur. Zeer fijn verdeeld kan het ook andere kleuren zoals zwart of donkerpaars aannemen. Van alle bekende metalen is goud het makkelijkst te buigen en te vervormen. Een blokje goud van 1 gram kan worden geplet en gewalst tot een plaat met een oppervlakte van 1 vierkante meter.
Goud is een zeer goede elektrische en thermische geleider en vrijwel inert.
Goudchemie
Goud staat bekend als een inert edelmetaal dat weinig reactiviteit vertoont. Het reageert bijvoorbeeld niet met zuurstof. Toch zijn er redelijk wat goudverbindingen bekend zoals goudhalogeniden en goudchalcogeniden. Het metaal is oplosbaar in koningswater waarbij het een AuCl41- ion vormt.
Met zwaardere elementen, zoals tellurium is de reactiviteit zelfs vrij groot. Goudtelluride is een mineraal en gouderts.
Goud vormt in de regel verbindingen met een oxidatiegetal +1 of +3. Er zijn echter ook een klein aantal verbindingen waarin het zelf als oxidator optreedt en oxidatiegetal -1 aanneemt, de auriden.
Verschijning
auride
Door de relatieve inertheid komt goud veelal in ongebonden vorm in de natuur voor. Soms wordt het in grote hoeveelheden aangetroffen, maar meestal komt het voor als spore-element in mineralen. In vrijwel de gehele aardkorst komt goud in zeer lage concentraties voor in de mineralen petziet, calaveriet en sylvaniet. De hoeveelheden zijn echter voor commerciële winning volstrekt onrendabel. De hoogste concentraties worden sinds 1880 gevonden in Zuid-Afrika en zo'n tweederde van de gehele wereldproductie is hiervan afkomstig. Andere grote goudmijnen bevinden zich in Nevada en South Dakota in de Verenigde Staten. Bij de vijf belangrijkste goud producerende landen horen (in 2001) ook Australië, Indonesië en China. Ongeveer tweederde van de winning gebeurt in open mijnen (dagbouw) en geeft grote hoeveelheden afval. Voor het goud van een ring van 10 gram 18 karaat ontstaat 18000 kg afval. Twee bekende goudwinningsmethoden gebruiken het giftige cyanide en kwik.
4 Au + 8 NaCN + O2 + 2 H2O --> 4 NaAu(CN)2 + 4 NaOH. Het giftige cyanide heeft onder andere een grote milieuramp veroorzaakt bij de Summiville mijn in de Verenigde Staten.
Vooral vroeger werd kwik gebruikt omdat goud daarin oplost (goud-kwik amalgaam).
Isotopen
Er is één stabiele isotoop van goud bekend en ongeveer 18 instabiele, waarvan 195Au met een halfwaardetijd van ruim 168 dagen het stabielst is.
Toxicologie en veiligheid
Voor het menselijk lichaam is zuiver goud onschadelijk en de meeste goudverbinding zijn niet bijzonder giftig. Er zijn echter wel gevallen van leverbeschadiging bekend van mensen die goudhoudende medicijnen hebben gebruikt.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/Au.html EnvironmentalChemistry.com - Goud]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/Au/index.html WebElements.com - Goud]
- http://www.worldwatch.org/pubs/goodstuff/goldjewelry/
- http://www.gold.org
- [http://www.grafieken.be Grafieken.be] Grafieken van edele metalen en munten
Categorie:Kopergroep
Categorie:Metaal
ja:金
ms:Emas
simple:Gold
th:ทองคำ
18e eeuwDecennia - Eeuwen - 17e eeuw - 18e eeuw - 19e eeuw
18e eeuw
----
Belangrijke gebeurtenissen van de 18e eeuw:
- Ontdekkingsreizen
- Kolonisatieproces
- De West-Indische Compagnie (WIC)
- De Kolonisatie van Amerika
- De Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd
- De Patriotten vs. stadhouder Willem V
- De Franse Revolutie
- Opkomst van de slavernij
- Baroktijdperk in de kunst
Belangrijke personen van de 18e eeuw:
- George Washington, de eerste president van de Verenigde Staten van Amerika
- Thomas Jefferson
- Johann Wolfgang von Goethe
- Jean-Jacques Rousseau
- Frederik II (de Grote) van Pruisen
- Johann Sebastian Bach
- Wolfgang Amadeus Mozart
- Voltaire
- Montesquieu
- Denis Diderot
categorie:18e eeuw
ja:18世紀
ko:18세기
th:คริสต์ศตวรรษที่ 18
Bont (huid)Met bont wordt een gelooide dierlijke huid aangeduid, die dicht bezet is met haren.
Bont wordt vooral, vanwege zijn isolerende kwaliteit, gebruikt voor het maken van kleding. Het gebruik van bont staat ter discussie, vanwege de dieronvriendelijke kweek van pelsdieren, de gruwelijkheid van de wildklemmen en het voorhanden zijn van niet-dierlijke alternatieven. Wereldwijd worden er jaarlijks 40 miljoen pelsdieren gedood voor hun vacht.
Vossen- en chinchillafokkerijen zijn sinds 1995 respectievelijk 1997 verboden in Nederland. In 2008 dienen deze fokkerijen definitief hun deuren te sluiten. In Nederland worden jaarlijks 3,5 miljoen nertsen (roofdieren) op 200 fokkerijen gedood voor hun vacht (10% van de wereldproductie). Nederland is de op één na grootste nertsenbontproducent van de wereld. 95% van het bont wordt geëxporteerd naar het Verre Oosten (met name China en Hongkong) en de Verenigde Staten.
Verenigde Staten
Bont kan worden gemaakt van de huiden van speciaal daarvoor gefokte dieren, maar ook van dieren die in het wild worden gevangen met wildklemmen of worden gedood met een knuppel.
Hoewel er duidelijk veel alternatieven zijn, kunnen deze soms functioneel en soms financieel niet tippen aan echt bont. Hierdoor is het gebruik van bont in een aantal culturen ten noorden van de Noordpoolcirkel wel geaccepteerd.
Een bekend bont product is een pelsmuts, deze worden voornamelijk geproduceerd in het Russische Astrachan, alwaar geen morele problemen zijn met het dragen van bont.
categorie:Dierenanatomie
ja:毛皮
SI-eenheid
Een SI-eenheid maakt onderdeel uit van het SI-stelsel. SI staat voor Système International en is een internationale standaard voor eenheden. Elke natuurkundige of chemische grootheid (bijvoorbeeld afstand, volume, tijd, concentratie) wordt uitgedrukt in eenheden (bijvoorbeeld centimeter, liter, minuut, deeltjes-per-liter).
Het SI was bedoeld om internationaal gemakkelijk gegevens te kunnen uitwisselen, omdat alle landen verschillende maatstelsels hadden. De Engelsen en Amerikanen gebruiken nog steeds niet-SI-eenheden zoals yard, pound, feet, mile.
Zoals elk eenhedenstelsel is het SI-stelsel samenhangend: dat wil zeggen dat formules een eenvoudige gedaante hebben. Bijvoorbeeld: soortelijke massa is massa gedeeld door volume:
:
En niet:
Zie ook
- SI
Categorie:SI-eenheid
ko:SI 단위계
ja:国際単位系
simple:SI
th:หน่วยเอสไอ
20e eeuwDecennia - Eeuwen - 19e eeuw - 20e eeuw - 21e eeuw
20e eeuw
----
Belangrijke gebeurtenissen van de 20e eeuw:
- De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)
- De Armeense genocide (1915)
- De Russische revolutie (1917)
- Feminisme en vrouwenkiesrecht
- De Spaanse griep (1918-1919)
- Uiteenvallen van de Ottomaanse rijk (1922)
- De opkomst van de Luchtvaart
- De opkomst van de Film
- De Beurskrach van New York (1929)
- De opkomst van het nationaal-socialisme (ca. 1920-1945)
- De Spaanse burgeroorlog (1936-1939)
- De Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
- De Holocaust
- Hiroshima en Nagasaki (de Atoombom (1945)
- Oprichting Verenigde Naties
- De Koude oorlog
- Het dekolonisatieproces
- De Derde Wereld en het rijke westen
- De stichting van de staat Israël (1948)
- De Chinese Revolutie (1949)
- De Koreaanse oorlog (1950-1953)
- De opkomst van de radio en televisie
- De oprichting van de Europese Unie
- De opkomst van de Ruimtevaart
- De eerste mens in de ruimte (1961)
- De Berlijnse Muur
- De moord op John F. Kennedy (1963)
- De Vietnamoorlog (1959-1975)
- Het ontstaan van Popmuziek, Jeugdcultuur
- De Parijse studentenopstanden (1968), Flower powerbeweging, de hippies, de Vredesbeweging, Ban-de-bom, Dolle Minabeweging, de Kraakbeweging, Jezusbeweging, en de opkomst van de Milieubeweging
- De eerste mens op de maan (1969)
- De strijd om Abortus, Euthanasie en Homohuwelijk
- De opkomst van de drugs en drughandel
- Aids en HIV
- De opkomst van het computertijdperk
- De val van het communisme, uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het IJzeren gordijn (1989)
- Globalisering
- De Golfoorlog (1991)
- Einde van de apartheid in Zuid-Afrika (1994)
- De genocide in Rwanda en Burundi (1994)
- De opkomst van Internet
Belangrijke personen van de 20e eeuw:
- Yasser Arafat
- Louis Armstrong
- Neil Armstrong
- Dalai Lama
- De Beatles
- David Ben Goerion
- Louis Blériot
- Willy Brandt
- George H.W. Bush
- Wernher von Braun
- Jimmy Carter
- Fidel Castro
- Nikita Chroesjtsjov
- Winston Churchill
- Bill Clinton
- Charles de Gaulle
- Bob Dylan
- Albert Einstein
- Dwight D. Eisenhower
- Richard Feynman
- Henry Ford
- Francisco Franco
- Anne Frank
- Joeri Gagarin
- Bill Gates
- George Gershwin
- Mikhail Gorbatsjov
- Stephen Hawking
- Adolf Hitler
- Saddam Hoessein
- Edwin Hubble
- Boris Jeltsin
- John F. Kennedy
- Martin Luther King
- Henry Kissinger
- Helmut Kohl
- Ayatollah Ruhollah Khomeini
- Lenin
- Charles Lindbergh
- Nelson Mandela
- Ho Chi Minh
- Mobutu
- Benito Mussolini
- Richard Nixon
- Paus Johannes Paulus II
- Elvis Presley
- Ronald Reagan
- Franklin D. Roosevelt
- Jozef Stalin
- Margaret Thatcher
- Lech Walesa
- Gebroeders Wright
- Mao Zedong
Categorie:20e eeuw
als:20. Jahrhundert
ja:20世紀
ko:20세기
simple:20th century
th:คริสต์ศตวรรษที่ 20
ThermometerEen thermometer is een meetinstrument dat gebruikt wordt om temperaturen te meten.
temperaturen
Er zijn verschillende types thermometer in gebruik:
- Vloeistofthermometer - deze werkt met een dunne glazen buis naast een schaalverdeling. Vaak wordt kwik of gekleurde alcohol gebruikt, maar ook andere organische vloeistoffen worden gebruikt. Door de uitzetting van de vloeistof stijgt de kolom als de temperatuur hoger wordt.
- De Galileo-thermometer die werkt op basis van de Wet van Archimedes.
- Thermokoppel. Deze bestaat uit twee draden van verschillend metaal. Op het contactpunt ontstaat een elektrische spanning die afhankelijk is van de temperatuur.
- Infrarood thermometers. Deze meet de infrarode straling van het object. Hoe heter het object, des te hoger is de frequentie van het uitgestraalde infrarode licht. Zie ook elektromagnetische straling.
- Temperatuurgevoelige weerstand. Dit is een elektrische weerstand waarvan de grootte van de weerstand toe- (positieve temperatuurcoëfficiënt) of afneemt (negatieve temperatuurcoëfficiënt) met de temperatuur. Door na ijking de weerstand te meten komt men de temperatuur te weten. Deze worden in elektronische thermometers gebruikt.
- koortsthermometers met kwik hebben een extra dun stukje capillair aan het begin van de stijgbuis, waardoor de kwikkolom bij het weer afkoelen afbreekt, zodat de bereikte maximale temperatuur blijft staan en kan worden afgelezen tot de thermometer wordt 'afgeslagen'. Het bereik van normale koorsthermometers is gering, van 35 tot 42 °C, maar de nauwkeurigheid groot.
- bimetaalthermometers die gebruik maken van de verschillende uitzettingscoëfficiënt van twee strips metaal die op elkaar vast zijn gelast of gesoldeerd. Als de temperatuur verandert trekt het bimetaal krom. Deze worden gebruikt in eenvoudige kamerthermostaten.
- Gasthermometers. Deze werken op grond van de variaties van druk als het gas wordt verwarmd of afgekoeld. Als regel wordt waterstof, helium of stikstof gebruikt. Dit zijn de nauwkeurigste en gevoeligste thermometers, maar ze zijn moeilijk in het gebruik.
In principe kan elke fysische meetwaarde die temperatuurgevoelig is worden gebruikt om een thermometer te maken. Aangezien bijna alle makroscopische effecten temperatuurgevoelig zijn resulteert dit in een constatering die door Fokke Tuinstra, emeritus hoogleraar in Delft werd geformuleerd als alles is een thermometer.
Geschiedenis
Een van de eersten die temperaturen wilden meten met behulp van een temperatuurschaal was Galenus (circa 170).
Thermoscoop
De eerste temperatuurmetingen werden uitgevoerd met een thermoscoop. Deze bestaat uit een kom met vloeistof en een glazen bol die uitmondt in een lange glazen buis en in de vloeistof wordt gestoken.
In 1610 maakte ook Galileo Galilei zo een instrument. Vóór de meting wordt wat lucht uit de bol gezogen. Vervolgens wordt de bol omgekeerd met het uiteinde van de buis in de vloeistof gestoken. De onderdruk zuigt de vloeistof omhoog de buis in.
Als de lucht in de glazen bol wordt verwarmd, zal het niveau van de vloeistofkolom in de buis dalen, omdat de hogere luchtdruk de vloeistof terugduwt. Het omgekeerde gebeurt met afkoelen. Met een op de buis aangebrachte schaalverdeling kan de thermoscoop worden afgelezen. De eerste thermoscopen waren onnauwkeurig en er ontbrak een echte ijking.
Rond 1630 wordt de vloeistofthermometer uitgevonden door de Franse arts Jean Rey. Daarmee worden veranderingen van de temperatuur aangegeven door middel van de thermische uitzetting van de vloeistof.
Vloeistofthermometer
Jean Rey
Daniel Gabriel Fahrenheit vervolmaakt de thermometer. In 1709 maakt hij een vloeistofthermometer op basis van alcohol. In 1724 gebruikte hij voor het eerst kwik. Het voordeel van kwik is dat de thermische uitzettingscoëfficiënt groot is en bovendien vrijwel constant over een groot temperatuurbereik. Een kwikkolom is ook makkelijk af te lezen. Kwik blijft niet aan de glaswand hangen en heeft een groot temperatuurbereik. Kwik bevriest bij -38,9 °C en kookt pas bij 356,9 °C. De kwikthermometer heeft daarom voor dagelijks gebruik ruim voldoende bereik.
Fahrenheit koos als laagste temperatuur de temperatuur van een mengsel van ijs, water en keukenzout. Dit was de laagste temperatuur die destijds bereikbaar was. Het smeltpunt van ijs is het tweede vaste punt, dat zet hij op 32 graden Fahrenheit. Het derde 'ijkpunt' is de lichaamstemperatuur, voor Fahrenheit 96 graden. Met deze ijking meet hij het kookpunt van water als 212 graden Fahrenheit.
De hoogste temperatuur die met een vloeistofthermometer kan worden gemeten wordt beperkt door de dampspanning van de vloeistof en de sterkte van de glazen buis waarin deze is opgesloten. In de praktijk betekent dit dat een kwikthermometer niet veel hoger dan 350°C (het kookpunt van kwik) kan komen. Voor veel organische vloeistoffen geldt dat deze bij dat soort temperaturen niet stabiel zijn, dus deze grens zal ook daar niet worden overschreden.
De laagste temperatuur die met een vloeistofthermometer kan worden gemeten wordt beperkt door het smeltpunt. Voor kwik is dat -39°C, met alcohol kan -114°C worden bereikt.
Spelend met materialen kunnen heel vreemde vloeistofthermometers worden gemaakt: als men een vloeistof met een lage uitzettingscoëfficiënt insluit in een buis met een hoge uitzettingscoëfficiënt, kan men hiermee zelfs een thermometer maken waarvan de vloeistofkolom daalt als de temperatuur stijgt.
Schaalverdeling
De schaalverdeling voor thermometers is lang een discussiepunt geweest. Nog steeds (2003) worden er verschillende schaalverdelingen gebruikt:
- Kelvin - De in het SI-systeem vastgestelde eenheid voor temperatuur. Het absolute nulpunt heeft in deze schaal de waarde 0. Smeltend ijs heeft een temperatuur van ongeveer 273,15 K (de exacte waarde is afhankelijk van de luchtdruk), het tripelpunt van water 273,16 K (per definitie).
- Celsius - Door de Zweedse astronoom Anders Celsius in 1742 gedefinieerd: 0 graden is de temperatuur van smeltend ijs, 100 graden de temperatuur van kokend water.
- Fahrenheit - Gebaseerd op de minimumtemperatuur die in het laboratorium kon worden geproduceerd (in de tijd van Fahrenheit, met een mengsel van ijs, water en zout), deze werd gesteld op 0, en de maximumtemperatuur op aarde van ongeveer 40 °C, die op 100 werd gesteld. De schaal wordt nog steeds veel gebruikt in Engelstalige landen.
- Réaumur - Deze loopt van 0 (smeltend ijs) tot 80 (kokend water).
- Rankine - Het absolute nulpunt staat op 0, het vriespunt van water is 491,7. Dit staat tot de Fahrenheitschaal als Kelvin staat tot Celsius.
Zie ook: 25 thermometerstanden
Categorie:Natuurkunde
Categorie:Meetinstrument
Categorie:Laboratoriumglaswerk
simple:Thermometer
Tripelpunt
Een tripelpunt is een toestand, waarbij een stof in 3 fasen tegelijkertijd voorkomt. Het bekendst is het tripelpunt van water: als water naast ijs en waterdamp voorkomt, is de temperatuur precies 0,01 graad Celsius of 273,16 Kelvin bij een druk van 611,73 pascal (ca. 0,006 atmosfeer).
Het bijzondere van een tripelpunt is dus, dat daar de temperatuur en de druk vastliggen. Alleen de verhoudingen van de verschillende fasen kan variëren: bij toevoering van warmte aan een vat met ijs, water en waterdamp zal een deel van het ijs smelten en een deel van het water verdampen, maar de druk en de temperatuur blijven gelijk.
Tripelpunt van waterstof: 13.8033 K
Tripelpunt van neon: 24.5561 K
Tripelpunt van zuurstof: 54.3584 K
Tripelpunt van argon: 83.8058 K
Tripelpunt van water: 273.160 K
Categorie:temperatuurschaal
ja:三重点
Kelvin (eenheid)De kelvin (symbool: K) is de eenheid van thermodynamische temperatuur, een van de zeven basiseenheden van het SI.
De definitie van de kelvin-temperatuurschaal bestaat uit twee delen:
- 0 K is gelijk aan het absolute nulpunt, de laagste temperatuur die theoretisch bereikbaar is (alle moleculaire beweging is bij deze temperatuur afwezig).
- 1 K is het 1/273,16e deel van de thermodynamische temperatuur van het tripelpunt van water. Dit tripelpunt ligt 0,01 °C (graden Celsius) hoger dan het smeltpunt van ijs. Vandaar dat in de omrekening naar graden Celsius de waarde 273,15 gebruikt wordt, want 0 °C is gedefinieerd als de temperatuur van smeltend ijs in water bij p=p0.
De eenheid van temperatuur is sinds 1967 officieel de kelvin, en niet meer zoals daarvoor de "graad Kelvin", zoals we bijvoorbeeld wel graden Celsius kennen. Voorbeeld:
:283,15 K = 10 °C
De schaal van Kelvin is in feite afgeleid van de schaal van Celsius, met een ander nulpunt. De Celsiusschaal kan worden uitgedrukt in kelvin.
De schaal is genoemd naar de fysicus William Thomson, die later in de adelstand werd verheven als Lord Kelvin.
Conversie tussen temperatuurschalen
Externe link:
- [http://www.ex.ac.uk/trol/scol/cctemp.htm Conversion calculator for units of temperature]
Categorie:SI-eenheid
Categorie:temperatuurschaal
ja:ケルビン
ko:켈빈
simple:Kelvin
th:เคลวิน
Batterij (techniek)
Een batterij is een elektrotechnische component waarin elektrochemische energie is opgeslagen, die als elektrische energie - stroom - geleverd kan worden. Historisch wordt een aantal parallel of in serie geschakelde elektrochemische cellen, Leidse flessen of condensatoren een 'batterij' genoemd, in de volksmond heeft de enkele cel van de batterij de naam van het geheel overgenomen.
Een auto-accu is een open, oplaadbare batterij, maar wordt in het Nederlands gewoonlijk geen "batterij" genoemd.
Het symbool voor een batterij in een elektrisch schema is als volgt:
:afbeelding:Batterij.png
Het + en - teken worden vaak weggelaten omdat men aan de grootte van de "platen" in de tekening kan zien welke zijde de + en welke de - is. Een ezelsbruggetje is dat voor het "+" teken twee keer zoveel streep nodig is als voor het "-" teken.
Werking
Bij een batterij wordt via een chemisch reactie aan de min-pool elektronen vrijgemaakt, terwijl aan de plus-pool op hetzelfde moment via een andere chemische reactie elektronen worden gebonden. Via een op de batterij aangesloten component (bijvoorbeeld een lampje) kunnen nu de elektronen vanaf de min-pool, door het lampje, naar de plus-pool stromen.
Bij een oplaadbare batterij zijn de chemische processen omkeerbaar: door het aanleggen van een elektrische spanning kan men een elektronenstroom in omgekeerde richting forceren en zullen de chemische reacties dan omgekeerd verlopen: er wordt dus energie opgeslagen.
Een niet-oplaadbare batterij maakt gebruik van chemische processen die op deze manier niet omkeerbaar zijn, zodat een eenmaal ontladen batterij niet meer opnieuw opgeladen kan worden. Wel zijn er in het verleden niet onverdienstelijke pogingen tot herladen gedaan met byzondere technieken.
Een batterij bestaat uit een of meer elektrochemische cellen. De cellen kunnen parallel of in serie geschakeld zijn, of een combinatie daarvan. Parallel geschakelde cellen leveren dezelfde elektrische spanning als een enkele cel, maar kunnen een grotere elektrische stroom leveren. In serie geschakelde cellen leveren een hogere spanning, maar kunnen dezelfde stroom leveren als een enkele cel. Veel in de praktijk gebruikte batterijen, zoals de 9-volts batterij in consumentenelektronica en de 12-volts accu in auto's bestaan uit in serie geschakelde cellen. Zowel bij de serieschakeling als bij de parallelschakeling is de opgeslagen energie in de batterij gelijk aan de som van de opgeslagen energie in de afzonderlijke cellen. Een batterij waarvan de reagerende bestanddelen tijdens de werking nog kunnen worden aangevoerd heet een brandstofcel, zie aldaar.
De spanning aan de klemmen van een batterij is afhankelijk van de ladingstoestand, de inwendige weerstand en de belasting van de batterij. Bij belasting heeft een batterij een lagere spanning dan onbelast doordat de geleverde stroom een spanningsval veroorzaakt over de inwendige weerstand. De inwendige weerstand kan veranderen door ontlading en veroudering van de batterij.
Historie
De bakermat
De term 'batterij' werd voor het eerst gebruikt door Benjamin Franklin in 1748 als aanduiding voor een rij elektrisch geladen glasplaten. Het woord battery betekent in het Engels een klap en dat is hoe een elektrische schok van het apparaat aanvoelde. In die tijd had een batterij vooral amusementswaarde en geen of nauwelijks praktische toepassingen. Andere onderzoekers maakten batterijen van parallel geschakelde Leidse flessen. Er werd veel onderzoek gedaan naar de geneeskrachtige werking van elektriciteit, maar dat leverde weinig op. (De defibrillator werd pas in 1932 uitgevonden door William Bennett Kouwenhoven.)
In de periode 1780-1786 voerde Luigi Galvani zijn beroemde experimenten uit met spieren van kikkers, die samentrokken als hij er pennen van verschillende soorten metaal in stak. Zijn vriend Alessandro Volta, professor aan de universiteit van Pavia, bouwde op zijn experimenten voort en stelde vast dat een combinatie van twee metalen elektriciteit kon produceren ook zonder spierweefsel erbij te betrekken. Oorspronkelijk gebruikte Volta een reeks schalen met zoutoplossing, die hij met elkaar verbond door een metalen boogje, dat aan de ene kant bestond uit koper en aan de andere kant uit zink of tin. Later gebruikte hij een kolom van afwisselend koperen en zinken schijfjes, gescheiden door vilt dat in een zoutoplossing was gedrenkt, de zogenaamde Zuil van Volta. In 1800 maakte hij zijn uitvinding bekend. Deze kreeg toen ook de naam batterij.
Naar krachtiger en praktischer batterijen
In 1836 vond de Engelsman John Daniel de Daniel cel uit. Dit type batterij gebruikte twee elektrolyten, kopersulfaat en zinksulfaat, en was veiliger in gebruik dan de zuil van Volta.
De eerste praktisch toepasbare herlaadbare accu op basis van lood en zuur werd in 1859 ontwikkeld door de Franse uitvinder Gaston Plante. Dit principe wordt nog steeds gebruikt in auto-accu's.
In 1866 patenteerde de Fransman George Leclanche de natte koolstof-zinkbatterij. Deze bestond uit een koolstofstaaf, ingebed in mangaandioxide, gemengd met koolstofpoeder en gedrenkt in een ammoniumchloride-oplossing. Leclanche's batterij vond snel ingang in de telegrafie. In 1881 vond Carl Gassner de eerste commercieel succesvolle droge cel uit - een zink-koolstofcel. Batterijen op basis van zink en koolstof worden nog steeds gebruikt, hoewel zij tegenwoordig grotendeels vervangen zijn door alkalinebatterijen, die meer energie kunnen leveren.
In 1899 vond Waldemar Junger de eerste herlaadbare nikkel-cadmiumbatterij uit, waar hij in 1901 patent op kreeg. In 1901 kreeg Thomas Edison eveneens patent op een nikkel-ijzerbatterij.
In de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden Amerikaanse onderzoekers een krachtiger batterij op basis van bruinsteen en zink met een alkalische elektrolyt. Dit leidde rond 1950 tot de introductie van kleine alkalinebatterijen voor algemeen gebruik.
Gangbare soorten batterijen
Batterijen kunnen worden onderverdeeld in oplaadbare en niet-oplaadbare batterijen. De eerste categorie wordt ook wel accu, de laatste ook wel wegwerpbatterij genoemd. Beide typen worden veel gebruikt.
Wegwerpbatterijen
Een wegwerpbatterij is bedoeld om eenmalig gebruikt te worden tot de erin opgeslagen elektrochemische energie is verbruikt. Dergelijke batterijen worden met name gebruikt in kleine draagbare apparaten die weinig energie verbruiken (bijvoorbeeld: afstandsbedieningen, horloges). Wegwerpbatterijen kunnen niet worden opgeladen. Dit toch proberen is zelfs gevaarlijk, aangezien er een chemische reactie kan optreden waardoor de batterij kan ontploffen.
Wegwerpbatterijen zijn er in de volgende soorten:
Oplaadbare batterijen
Oplaadbare batterijen (eigenlijk: accu) worden vele malen hergebruikt. Ze kunnen worden opgeladen door er een externe stroombron op aan te sluiten, waardoor de chemische processen in de batterij zich in omgekeerde richting voltrekken. De externe stroombron wordt batterijlader of kortweg lader genoemd.
Modellen
De afmetingen en elektrische eigenschappen van batterijen zijn gestandaardiseerd, zodat dezelfde batterij in verschillende apparaten kan worden gebruikt. Enkele veelgebruikte soorten batterijen zijn:
De betreffende Europese standaard is IEC 60086-1 Primary batteries - Part 1: General (BS397 in het Verenigd Koninkrijk). De betreffende Amerikaanse standaard is ANSI C18.1 American National Standard for Dry Cells and Batteries-Specifications.
Milieu
De zware metalen kwik en cadmium, die in batterijen worden gebruikt, zijn schadelijk voor het milieu. Daarom moeten lege batterijen, en met name cadmium- en kwikbatterijen, niet bij het gewone afval worden gegooid, maar ingeleverd als klein chemisch afval of bij een inzamelpunt voor lege batterijen.
Op basis van de Europese richtlijn van 1991 (911157/EEG), mochten batterijen al niet meer dan 5 gewichtsprocenten kwik bevatten - met uitzondering van knoopcellen. Sinds die tijd zijn alternatieven als lithium-batterijen en zink-lucht knoopcellen beschikbaar gekomen. Daarom mogen van de Europese richtlijn in 1998 (981101/EG) knoopcellen nog maar 2 gewichtsprocenten kwik bevatten. Andere batterijen mogen helemaal geen kwik (minder dan 0,0005 gew.%) meer bevatten. Nikkel-Cadmium batterijen zijn sinds kort niet meer in gebruik.
Producenten zijn verplicht te zorgen voor de inzameling van lege batterijen. Daartoe is de Stichting Batterijen (Stibat) opgericht.
Trivia
Het is mogelijk om van een citroen of appel en twee metalen pinnen een zwakke batterij te maken, waarop bijvoorbeeld een LCD-klokje kan werken.
Jaarlijks worden in Nederland 220 miljoen batterijen verkocht (2002). Volgens een schatting van de Stichting Batterijen liggen er in Nederland ruim 85 miljoen lege batterijen in laatjes, doosjes en kasten.
Om te bepalen hoever de batterij leeg is, is het niet voldoende om te meten welke spanning de batterij nog afgeeft. Als een batterij lang niet gebruikt wordt, kan er namelijk kristalvorming in de batterij optreden. Daardoor geeft de batterij nog wel de volle spanning, maar kan nauwelijks nog stroom leveren. Goede batterijtesters meten daarom de batterijspanning onder belasting.
Externe links
- [http://www.buchmann.ca Artikelen over allerlei aspecten van batterijen en de toepassing ervan in draagbare apparatuur]
- [http://www.stibat.nl Stichting Batterijen]
Categorie:elektrotechniek
Categorie:motortechniek
Categorie:Energiedrager
ja:電池
ko:전지
PesticideChemische bestrijdingsmiddelen zijn stoffen die worden gebruikt om ziekten, plagen of onkruiden in de landbouw te bestrijden of organismen te bestrijden die hinderlijk of schadelijk zijn (bijv. mieren, ongedierte, aangroei van schepen, aantasting van materialen, ontsmetting van voorwerpen en installaties en houtbescherming). Men onderscheidt: gewasbeschermingsmiddelen (voor in de landbouw) en biociden (de overige). In de dagelijkse omgang worden bestrijdingsmiddelen vaak pesticiden genoemd.
Inleiding
Chemische bestrijdingsmiddelen zijn chemische stoffen die toxisch zijn voor het te bestrijden organisme. Chemische bestrijdingsmiddelen kunnen voor verschillende doelen worden ingezet. In de landbouw worden ze toegepast om planten te beschermen tegen plagen, ziekten en overwoekering door onkruid. In deze toepassing wordt vaak gesproken van gewasbeschermingsmiddelen. Het is hierbij belangrijk dat het te beschermen gewas minder gevoelig is voor de giftige werking van de stof, dan het te bestrijden organisme.
Chemische bestrijdingsmiddelen worden ook ingezet om mensen, (gedomesticeerde) dieren en materialen (oogst of anderszins waardevol materiaal zoals documenten) te vrijwaren van plagen of hinderlijke organismen. Voor sommige van deze toepassingen is er een overlap met conserveringsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of geneesmiddelen. Sommige dingen worden uit technisch of esthetisch oogpunt met chemische bestrijdingsmiddelen vrijgehouden van ongewenste organismen, bijvoorbeeld scheepsrompen, koelwaterinlaatpijpen of terrassen of plantsoenen. In deze toepassing heten bestrijdingsmiddelen biociden.
Een nadeel van chemische bestrijdingsmiddelen is dat de stof meestal niet helemaal specifiek is, en dat niet alleen het te bestrijden organisme wordt vergiftigd, maar ook andere organismen. Vooral omdat bestrijdingsmiddelen door stromingen in bodem en atmosfeer ook op andere plekken terecht komen. Bestrijdingsmiddelen hebben ook de neiging om in de voedselketen te accumuleren. Dit probleem treedt met name op bij stoffen die slecht afbreekbaar zijn (persistentie) en nog lang na de toepassing er van in het milieu aanwezig blijven.
Een tweede nadeel is dat er resistentie tegen het middel kan ontstaan bij het te bestrijden organisme. Dit laatste leidt tot een wedloop tussen fabrikanten van bestrijdingsmiddelen en plaagorganismen.
In een aantal gevallen is biologische bestrijding een goed alternatief. In de ecologische landbouw wordt het gebruik van bestrijdingsmiddelen afgewezen.
Geschiedenis
Oudheid
In 1200 voor Christus gebruikte men in China al kalk en houtas bij de opslag van producten om parasieten te bestrijden. Ook gebruikten zij plantenextract met insectenwerende werking om gewassen te beschermen.
De Romeinen gebruikten zwavel en bitumen tegen bladrollers in wijngaarden, en vanaf de 16e eeuw begon men met het gebruiken nicotine uit tabak, pyretinen uit de Pyrethrumplant en roteton. Even later gingen ze middelen gebaseerd op anorganische stoffen als koper, lood en kwik gebruiken.
Moderne tijd
Na de Tweede Wereldoorlog komen dan uiteindelijk de synthetische bestrijdingsmiddelen op gang.
Reactie milieubeweging
Na de publicatie van Silent Spring van Rachel Carson in 1962 werd wereldwijd duidelijk dat er nadelen zijn aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De giftigheid en persistentie van de middelen, met name van insecticiden als de organische chloorverbindingen (DDT, dieldrin, aldrin) zorgden ervoor dat onder roofvogels veel sterfte optrad. Inmiddels zijn veel schadelijke middelen verboden.
Moderne bestrijdingsmiddelen zijn redelijk snel afbreekbaar en minder breedwerkend dan de ouderwetse verboden middelen.
Typen bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen worden ingedeeld in hoofdgroepen op basis van hun hoofdsamenstelling:
- Chloorkoolwaterstof-bestrijdingsmiddelen
- Organofosfaat-bestrijdingsmiddelen
- Carbamaten
Soorten bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen worden soms benoemd op basis van welk soort organisme ze bestrijden:
- Fungiciden - tegen schimmels.
- Insecticiden - tegen insecten: luizen, rupsen, kevers, etc.
- Acariciden - tegen mijten.
- Mollusciciden - tegen weekdieren.
- Herbiciden - tegen onkruiden.
- Nematociden - tegen aaltjes.
Risico's
Milieu
Bestrijdingsmiddelen kunnen een nadelige invloed hebben op het milieu. Zeldzame planten- en diersoorten kunnen in hun voortbestaan bedreigd worden. Dit probleem treedt het meeste naar voren als het bestrijdingsmiddel niet goed afbreekbaar is. Dat is vooral bij de oudere soorten synthetische bestrijdingsmiddelen het geval.
Zo is DDT berucht, omdat het zich via de voedselketen verplaatst van insecten naar insecteneters (waaronder vogels en vissen), en vandaar naar roofdieren.
Van deze stoffen worden de risico's in kaart gebracht. Door middel van testen weet men de lethale dosis vast te stellen.
Volksgezondheid
Het grootste gevaar voor de gezondheid is als residuën (overgebleven resten) van bestrijdingsmiddelen op voedselgewassen achterblijven. Daarom mag bijvoorbeeld fruit niet kort voor de oogst bespoten worden.
Er worden soms ook minieme hoeveelheden bestrijdingsmiddelen aangetroffen in drinkwater dat uit oppervlaktewater is bereid. De bestrijdingsmiddelen dringen vanaf de akkers door in de sloten en beken en in het grondwater. Het kan langs die weg ook in de melk terecht komen.
Regulering
Nederland
In Nederland bepaalt het College voor toelating van Bestrijdingsmiddelen welke middelen toegelaten zijn. Zij hebben een databank waar informatie over bestrijdingsmiddelen te vinden is.
Externe links
- [http://www.ctb-wageningen.nl/ College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen]
- [http://www.minlnv.nl/thema/plant/gewasbes/brochure/ Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit : gewasbescherming]
- [http://www.minlnv.nl/gewasbescherming/intrtpg.htm Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit : overzicht artikelen]
Categorie:gevaarlijke stoffen
Categorie:Gewasbescherming
ja:農薬
Legering
In de metallurgie is een legering (spreek uit: lugéring) een mengsel van een metaal met een of meer andere elementen, veelal metalen.
Metaallegeringen
In strikte zin is een legering een vaste oplossing van een metaal in een ander metaal. Het woord legering wordt ook vaak gebruikt voor materialen die bij afkoelen uit de smelt gedeeltelijke fasenscheiding ondergaan.
Veel metalen zijn in gesmolten toestand volledig met elkaar mengbaar. Zelfs in vaste vorm is de onderlinge oplosbaarheid vaak groot. In het geval van elektrum, de legering van zilver met goud, is de vaste oplosbaarheid zelfs over het hele interval van 0 - 100%.
Eigenschappen
Bij afkoelen ontstaan materialen die andere eigenschappen kunnen hebben dan de afzonderlijke samenstellende elementen. Legeringen kunnen bijvoorbeeld harder zijn, een lager smeltpunt hebben, makkelijker bewerkbaar zijn, of minder makkelijk corroderen dan zuivere metalen. De metallurgie is dan ook grotendeels gebaseerd op het manipuleren van de materiaaleigenschappen door het vinden van de juiste samenstelling (men zou kunnen zeggen: juiste graad van verontreiniging) in combinatie met de juiste temperatuurbehandeling.
Enkele legeringen
Voorbeelden van legeringen zijn:
- soldeertin (tin en lood);
- messing (koper en zink, zie ook koperlegering);
- sieradengoud (goud en zilver);
- wit goud (goud en palladium);
- brons (koper en tin, zie ook koperlegering);
- roestvast staal (ijzer en chroom, nikkel en/of mangaan);
- tandartsamalgaam (zilver en kwik);
- Alpaca (koper, zink en nikkel)
Soms is de toegevoegde 'gerichte verontreiniging' niet zelf een metaal.
Zo wordt bijvoorbeeld de slijtvastheid van ijzer verbeterd door koolstof toe te voegen, hetgeen vanzelf gebeurt in de productie van gietijzer en staal.
Halfgeleiderlegeringen
In de halfgeleidertechnologie gebruikt men de term legering ook wel om een vaste oplossing van twee halfgeleiders (in plaats van metalen) aan te duiden. Er is grote belangstelling voor dit soort systemen, omdat men de belangrijkste eigenschap van de halfgeleider, de bandgap, kan veranderen door een vaste oplossing te maken. Het is zelfs mogelijk, bijvoorbeeld door zwavel in CuInSe2 te laten diffunderen, om een gradient in de bandgap te maken. Een dergelijk materiaal is een soort fotonfuik. Diep in in het materiaal worden delen van het spectrum geabsorbeerd waar de bovenlaag transparant voor is omdat de bandgap daar groter is.
Het is overigens alleen mogelijk om een vaste oplossing van twee vaste materialen te maken als zij verwante structuren met dezelfde symmetrie bezitten. Als de twee materialen een verschillende symmetrie bezitten, is het in het algemeen niet mogelijk een continue verbinding te maken. Er zijn uitzonderingen op die regel, maar die zijn zeldzaam.
categorie:materiaalkunde
ja:合金
ko:합금
ms:Aloi
simple:Alloy
IJzer (element)
IJzer is een scheikundig element met symbool Fe en atoomnummer 26. Het is een grijs overgangsmetaal.
Ontdekking
Uit opgravingen blijkt dat rond 4000 v. Chr. ijzer al werd gebruikt door de Sumeriërs en de Egyptenaren voor speerpunten en ornamenten. Veelal was het ijzer hiervoor afkomstig van ingeslagen meteorieten. In de daarop volgende eeuwen werd het gebruik van ijzer verspreid naar Mesopotamië, Anatolië, Midden-Oosten en andere gebieden. Nadat men ontdekte hoe men ijzer uit zijn ertsen kon winnen en vervolgens smeden, nam het gebruik een grote vlucht.
Tussen de 12e eeuw v. Chr. en de 10e eeuw v. Chr. nam ijzer de plaats van brons over bij de productie van gereedschappen en wapens. Deze overgang van brons naar ijzer, die de IJzertijd inluidde, werd niet zo zeer veroorzaakt door betere eigenschappen van ijzer, maar meer door sterk geslonken beschikbaarheid van tin, een hoofdbestandsdeel van brons. In het Midden-Oosten ontdekte men dat de kwaliteit kon worden verbeterd door het ruwe ijzererts te verhitten in een bed van houtskool. Later werd dit procedé bekend als carbonisatie. In China werd het principe van de hoogoven bedacht en kon de kwaliteit van het ijzer verder worden verbeterd.
De naam ijzer is afkomstig van het Oudgermaanse woord îsarn, wat op zijn beurt mogelijk weer afkomstig is van het Etruskische aisar "goden". De Latijnse naam luidt ferrum, het woord waar het symbool Fe van afgeleid is.
Toepassingen
Van alle bekende metalen wordt ijzer het meest gebruikt, tegenwoordig vooral in de vorm van staal. Omdat het goedkoop en sterk is wordt het gebruikt voor bijvoorbeeld auto's, schepen en voor het bouwen van grote constructies.
Andere toepassingen van ijzer zijn:
- In transformatoren (als ijzer of als ferriet).
- Gietijzer, waarbij het gesmolten ijzer in een vuurvaste vorm wordt gegoten.
- IJzerwerk, vroeger ambachtelijk vervaardigd door een smid in een smederij.
Opmerkelijke eigenschappen
IJzer is net als nikkel en kobalt een ferromagnetisch metaal. De kern van de meest frequente ijzer-isotoop 56Fe heeft de hoogste bindingsenergie van alle elementen waardoor ijzer het zwaarste element is dat exotherm kan worden gemaakt door fusie en het lichtste element dat zonder energieverlies kan worden gemaakt door kernsplijting.
Verschijning
De aardkorst bestaat voor ongeveer 5% uit ijzer, meest voorkomend als het mineraal hematiet; ijzertrioxide (Fe2O3). Zuiver ijzer wordt hieruit geïsoleerd door het erts bij hoge temperatuur te reduceren met koolstof. In vrijwel alle delen van de wereld zijn ijzermijnen te vinden. De grootste wingebieden liggen in China, Brazilië, Australië, Rusland en India, samen goed voor ongeveer 70% van de wereldproductie.
Bijzondere benaming van ijzerverbindingen
Verbindingen met Fe2+ worden aangeduid met ferro- of Fe(II); Fe3+ met ferri- of Fe(III) en Fe4+ met ferryl- of Fe(IV), naargelang de oxidatietoestand.
vb. ferrocyanide en ferricyanide (de twee toestanden van hexacyanoferraat)
Isotopen
In de natuur komen vier stabiele ijzerisotopen voor waarvan 56Fe de meest voorkomende is. 60Fe is een erg lang levende radioactieve isotoop en is van groot belang bij onderzoek naar de oorsprong van het zonnestelsel.
Toxicologie en veiligheid
Hoewel ijzer als sporenelement in het menselijk lichaam voorkomt, is het in grote hoeveelheden giftig omdat het dan reageert met peroxiden en vrije radicalen vormt. Het kan de lever en andere organen aantasten.
IJzer in voeding
In levende organismen speelt ijzer een belangrijke rol. Het eiwit hemoglobine dankt zijn activiteit aan ijzerionen en ijzer is ook een belangrijk bestandsdeel van veel enzymen. Belangrijke voedselbronnen van ijzer zijn vlees, vis, granen, peulvruchten en bonen. De gelijktijdige consumptie van Vitamine C bevordert de opname van ijzer. Het menselijk lichaam heeft dagelijks ongeveer 15 mg ijzer nodig.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/Fe.html EnvironmentalChemistry.com - Iron]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/Fe/index.html WebElements.com - Iron]
Categorie:Platinagroep
Categorie:Metaal
ja:鉄
ko:철
ms:Besi
simple:Iron
th:เหล็ก
Telluur
Telluur of tellurium is een scheikundig element met symbool Te en atoomnummer 52. Het is een zilvergrijs metalloïde.
Ontdekking
Tellurium is in 1782 ontdekt door de Roemeense wetenschapper Franz Joseph Muller von Reichstein. 16 jaar later werd het in 1798 door Martin Heinrich Klaproth voor het eerst geïsoleerd en kreeg het element een naam.
Vanaf de jaren '60 werd tellurium steeds vaker gebruikt in thermoelektrische apparaten en vrij machinaal bewerkt staal.
De naam tellurium is afkomstig van het Latijnse tellus dat aarde betekent.
Toepassingen
Tellurium wordt veelal gebruikt in legeringen met andere metalen. Het wordt aan lood toegevoegd om het metaal wat sterker en duurzamer te maken en beter bestand tegen zwavelzuur. Wanneer tellurium wordt toegevoegd aan roestvrij staal wordt het eenvoudiger bewerkbaar. Andere toepassingen zijn:
- In de keramische industrie.
- In combinatie met bismut wordt het gebruikt in thermoelektrische apparaten.
- In legeringen met gietijzer wordt het toegepast in apparatuur voor klimaatbeheersing.
Tellurium wordt in combinatie met cadmium gebruik in sommige zonnepanelen.
Opmerkelijke eigenschappen
In kristallijne vorm is tellurium zilver-wit en in zuivere vorm beschikt over een metallieke glans. Desalniettemin is het een bros en gemakkelijk verpulverbaar metalloïde. Tellurium is een P-type halfgeleider waarbij de elektrische geleidbaarheid afhankelijk is van de richting waarin de atomen geordend zijn.
Tellurium deelt met selenium en zwavel de eigenschap waarbij de geleidbaarheid afhankelijk is van de hoeveelheid opvallend licht. In een vlam brandt het met een groen-blauwe kleur. In gesmolten toestand reageert tellurium met koper, ijzer en staal. In zonnecellen is tellurium zeer effectief voor het opwekken van energie.
Verschijning
Tellurium is een vrij zeldzaam element dat soms vrij in de natuur voorkomt, maar meestal in gebonden toestand. De meest voorkomende verbinding is het mineraal calaveriet. De belangrijkste bron van tellurium zijn slakken die overblijven bij de elektrolytische raffinage van koper.
Isotopen
In de natuur komen er vijf stabiele isotopen van tellurium voor en er zijn ongeveer 30 radioactieve isotopen bekend, veelal met relatief lange halfwaardetijden van miljoenen jaren.
Toxicologie en veiligheid
Vrijwel alle telluriumverbindingen moeten als giftig worden beschouwd.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/Te.html EnvironmentalChemistry.com - Tellurium]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/Te/index.html WebElements.com - Tellurium]
Categorie:Zuurstofgroep
ja:テルル
th:เทลลูเรียม
Zwavel
Zwavel is een scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16. Het is een geel niet-metaal.
Ontdekking
Al in de 9de eeuw v. Chr. was bekend dat een mengsel van zwavel, kool en teer uiterst brandbaar was en werd het daarom regelmatig toegepast bij het oorlogshandelingen. In de 12de eeuw werd in China buskruit uitgevonden dat een mengsel was van kaliumnitraat, koolstof en zwavel. In de mythologie werd zwavel vaak in verband gebracht met de hel. Vroegere alchemisten gebruikten voor zwavel een symbool dat bestond uit een driehoek met daarop een kruis. Proefondervindelijk was bekend geworden dat zwavel makkelijk reageerde met kwik. Rond 1774 was het de wetenschapper Antoine Lavoisier die ontdekte dat zwavel een chemisch element was en geen verbinding.
De naam zwavel komt uit het sanskriet waar het sulvere werd genoemd.
Toepassingen
In de chemische industrie wordt zwavel veelvuldig gebruikt als grondstof voor velerlei verbindingen. Belangrijke afnemers van zwavel zijn de productie van zwavelzuur en de rubberindustrie waar het wordt gebruikt voor het vulkaniseren. Andere toepassingen van zwavel zijn:
- Grondstof voor kunstmest
- Vuurwerk en lucifers
- Voor het opruimen van gemorst kwik, omdat zwavel hiermee snel reageert en voorkomt dat het verdampt
Ook bij de productie van munitie wordt zwavel veel gebruikt.
Opmerkelijke eigenschappen
munitie
Zwavel is een niet-metaal met een helder gele kleur. Als zelfstandig element is het geurloos. Bij verbranding straalt het een blauw licht uit en vormt daarbij het stekend ruikende zwaveldioxide. In water is het onoplosbaar, maar in koolstofdisulfide lost het wel goed op. De zwavelchemie is een belangrijke tak van de chemie, mineralogie, milieukunde en technologie.
Het element zelf vormt een gele kristallijne vaste stof met een rhombische kristalstructuur, die bestaat uit een opstapeling van ringvormige S8 moleculen. Het is een isolator. Bij 112.8°C gaat zwavel over in een monokliene fase, die vervolgens bij 119.0°C smelt. De vloeistof bestaat eerst uit S8 moleculen en is dan weinig stroperig. Bij hogere temperaturen neemt de viscositeit enorm toe omdat er ringopening en polymerisatie plaats vindt. Bij afschrikken in koud water van de polymere smelt vormt zich plastische zwavel, een amorfe vorm die echter geleidelijk uitkristalliseert. Zwavel kookt bij 444.674°C.
Verschijning
viscositeit
Op aarde komt zwavel in grote hoeveelheden voor in mineralen zoals pyriet, galena, sfaleriet, gips en bariet. In vulkanische gebieden wordt het ook in vrije vorm aangetroffen. Op andere planeten met actief vulkanisme wordt zwavel veelvuldig aangetroffen. De maan Io van Jupiter is daarvan een duidelijk voorbeeld. De belangrijkste bron van zwavel is echter de petrochemische industrie waar het in grote hoeveelheden vrijkomt als nevenproduct.
In alle levende wezens komt zwavel voor omdat de aminozuren cysteïne en cystine zwavel bevatten. Dat wil zeggen dat de meeste eiwitten zonder zwavel niet kunnen bestaan.
Isotopen
Van zwavel zijn 18 isotopen bekend waarvan er vier stabiel zijn. 32S is daarvan met een fractie van ongeveer 95% de meestvoorkomende zwavelisotoop op aarde. Van de radioactieve zwavelisotopen heeft alleen 35S een redelijk lange halfwaardetijd van ruim 87 dagen. De overige radioisotopen vervallen opmerkelijk veel sneller.
Toxicologie en veiligheid
Elementair zwavel is brandbaar. Sommige zwavelverbindingen zoals bijvoorbeeld diwaterstofsulfide (H2S) zijn uiterst giftig. Veel organische zwavelverbindingen hebben een onaangename geur.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/S.html EnvironmentalChemistry.com - Sulphur]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/S/index.html WebElements.com - Sulphur]
Categorie:Zuurstofgroep
ja:硫黄
ko:황
simple:Sulfur
th:กำมะถัน
Zink (element)
Zink is een scheikundig element met symbool Zn en atoomnummer 30. Het is een blauw/wit overgangsmetaal.
Ontdekking
Zinklegeringen worden al eeuwen lang gebruikt. In Palestina en het vroegere Transsylvanië zijn objecten gevonden die tot 87% zink bevatten en dateren uit 1400 v. Chr. Rond het jaar 1000 was men in India en China al in staat zink te smelten en gedeeltelijk te zuiveren. Aan het einde van de 14e eeuw konden Hindoestanen zink onderscheiden van de toen al bekende andere metalen. In de Westerse Wereld wordt de ontdekking van zink veelal toegeschreven aan de Duitser Andreas Marggraf in het jaar 1746. Hij gaf het metaal de huidige naam 'zink'.
De reden dat men in Europa pas in de 18e eeuw zink leerde maken, terwijl messing ("geel koper"), een legering van koper en zink, al vele eeuwen bekend was, is gelegen in de hierna genoemde moeilijkheid bij het bereiden van dit metaal. Zink wordt al bij betrekkelijk lage temperatuur (ca. 1180 graad Celsius) een gas. In de ovens waarin zinkerts met koolstof verhit wordt, heeft het metaal dus de neiging om in gasvormige toestand met de uitlaatgassen te ontwijken. Als men evenwel een mengsel van kopererts en zinkerts gebruikte, werd de zinkdamp meteen in het vloeibare koper opgelost. Daarom bood het maken van messing geen probleem.
In India en China had men al omstreeks 1100 ontdekt dat men het metaal kon winnen door een relatief koud voorwerp (bijv. een aardenwerken pot) in de gasvormig zink bevattende uitlaatgassen te steken. De zinkdamp slaat dan op dit voorwerp neer.
Tussen 1600 en 1750 werd zink (in betrekkelijk kleine hoeveelheden) uit India en China naar het op dit punt technologisch "achterlijke" Europa geëxporteerd.
Toepassingen
In de industrie wordt zink veelal gebruikt in legeringen. Enkele belangrijke toepassingen zijn:
- Bescherming tegen corrosie door | | |