Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Mol (eenheid)

Mol (eenheid)

Een mol (meervoud: molen) is een van de zeven basiseenheden in het SI, het Internationaal Stelsel van Eenheden. Het is de eenheid voor hoeveelheid stof. Definitie: een mol is de hoeveelheid stof (materie) van een systeem dat evenveel deeltjes bevat als er atomen zijn in 12 gram koolstof-12. Net als een dozijn (12) of een gros (144) is een mol een aanduiding voor een aantal. Het aantal deeltjes dat in één mol gaat, heet de constante van Avogadro. Dit is ongeveer gelijk aan 6,02 x 1023. Deze deeltjes kunnen moleculen of atomen, maar ook ionen of sub-atomaire deeltjes zijn, zoals elektronen, positronen, mesonen, baryonen, enzovoort. Indien bij gebruik van de mol het type deeltje niet wordt gespecificeerd, zal uit de context volgen welk deeltje wordt bedoeld: moleculaire stoffen bestaan uit moleculen, dus bij 'een mol water' wordt gedoeld op 6,02 x 1023 watermoleculen. Natriumchloride (keukenzout) is een zout dat uit natrium- en chloride-ionen bestaat, met formule NaCl. Één mol natriumchloride bevat dan ook één mol natriumionen en één mol chloride-ionen. Een mol van een bepaalde stof heeft een massa in grammen die gelijk is aan de massa van het molecuul of het atoom van die stof uitgedrukt in u: water heeft bijvoorbeeld een molecuulmassa van 18,016 u, dus 1 mol water weegt 18,016 gram. Categorie:SI-eenheid ja:モル ko:몰

SI

SI (afkorting van Système International) is het in 1960 ingevoerde internationale systeem van eenheden. Het systeem is opgebouwd rond een aantal basiseenheden, die in combinatie met elkaar afgeleide SI-eenheden vormen. Door deze samenhang wordt het gebruik van constanten bij het omrekenen van bijvoorbeeld lengte, breedte en hoogte naar oppervlakte en gewicht zo veel mogelijk beperkt. In 1978 werd het gebruik van dit stelsel in beroep en handel wettelijk verplicht gesteld door de IJkwet.

SI-basiseenheden

De zeven, onderling onafhankelijke basiseenheden zijn:

Afgeleide SI-eenheden

Van deze basiseenheden zijn afgeleide eenheden gemaakt, zoals m² (vierkante meter) voor oppervlakte, of hertz, gedefinieerd als s-1. Zie ook natuurkundige grootheden en eenheden.

SI-prefixen (vermenigvuldigingsfactoren)

Naast de SI-eenheden zijn er ook de SI-voorvoegsels of -prefixen, als volgt gedefinieerd: In de landen van de Europese Unie is het gebruik van het SI als enig toegestane stelsel wettelijk verplicht. Het Bureau International des Poids et Mesures in Frankrijk geeft Engelstalige informatie op http://www.bipm.fr/enus/3_SI/si.html.

Zie ook


- :Categorie:Niet-SI-eenheid
- :Categorie:Van SI afgeleide eenheid Categorie:SI-eenheid ja:国際単位系 ko:SI 단위계 simple:SI th:หน่วยเอสไอ

Molecuul

Een molecuul is een eenheid van een zuivere chemische stof. Het bestaat uit atomen die in een vaste rangschikking van chemische bindingen aan elkaar verbonden zijn. De typen van de atomen samen met de rangschikking definiëren de chemische stof. De samenstelling van een molecuul wordt weergegeven in een molecuulformule, zoals H2O voor water en CO2 voor kooldioxide en de structuur in een structuurformule, zoals die van kooldioxide: O = C = O. De chemische stof water bijvoorbeeld heeft in zijn moleculen één zuurstofatoom en twee waterstofatomen, in een rangschikking waarin het zuurstofatoom tussen de twee waterstofatomen inzit. Het drietal vormt een hoek van ongeveer 110 graden. Deze atomen worden door een chemische bindingen bij elkaar gehouden. Omdat het hier atomen van twee verschillende elementen betreft, noemt men water een chemische verbinding. Ook voor sommige elementen bestaat de damp echter uit moleculen die ieder uit meer dan een atoom bestaan; zo bestaan de moleculen in fosfordamp ieder uit vier fosforatomen. In een vloeistof zoals water kunnen we nog duidelijk individuele watermoleculen onderscheiden, maar deze zijn niet meer los van elkaar. Zij worden door krachten bijeengehouden die wat zwakker zijn dan een chemische binding. Daardoor heeft een vloeistof een vast volume. De moleculen kunnen echter nog wel langs elkaar bewegen, waardoor het materiaal vloeit. Vaste stoffen, bijvoorbeeld ijs, bestaan vaak ook uit moleculen. Zij kunnen echter niet meer langs elkaar bewegen, maar trillen in een vast patroon op een vaste plaats (in een zogenaamd rooster). Zeker niet alle vaste stoffen bestaan echter uit moleculen. Een goed voorbeeld is diamant. Men zou kunnen zeggen dat een diamant één heel groot molecuul is omdat de koolstof atomen erin door chemische bindingen bij elkaar gehouden worden. We zouden hezelfde kunnen zeggen van vele metalen, maar zouten vertegenwoordigen weer meer een opstapeling van ionen. Zo zijn er een aantal verschillende structuren mogelijk voor een vaste stof. Bovendien zijn er tussen deze uitersten vele overgangsvormen, zodat de structuur van vaste stoffen een ingewikkelde zaak is. Twee moleculen die uit dezelfde atomen bestaan in een andere rangschikking worden isomeren genoemd. Als van twee isomeren zelfs alle paarsgewijze bindingen tussen de atomen gelijk zijn en de verschillen liggen in de ruimtelijke indeling wordt gesproken van stereo-isomeren. Categorie:Scheikunde Categorie:Deeltje als:Molekül ja:分子 ko:분자 simple:Molecule th:โมเลกุล

Atoom

Een atoom is van ieder scheikundig element de kleinste nog als zodanig herkenbare bouwsteen. Vrijwel alle scheikundige en natuurkundige eigenschappen van de op aarde voorkomende materie zijn gekoppeld aan de eigenschappen van atomen. Het is daarom een sleutelbegrip in deze beide wetenschappen. De eigenschappen van atomen als geheel worden bestudeerd in de atoomfysica. In bijvoorbeeld sterren, neutronensterren en zwarte gaten komt echter ook materie voor die niet uit atomen is opgebouwd. De studie van deze -vanuit aards perspectief bijzondere- vormen van materie is het terrein van de plasmafysica en de astrofysica.

Bouw van het atoom

Een atoom bestaat uit een uiterst kleine, positief geladen atoomkern met een diameter van ongeveer 10-14 meter (10 femtometer) die is opgebouwd uit protonen en neutronen; met daaromheen een wolk van negatief geladen elektronen met een diameter in de orde van 10-10 meter (100 picometer). De elektronenwolk blijft rondom de kern zitten door de elektrische aantrekking tussen de positief geladen kern en de negatief geladen elektronen. Een sterk versimpeld beeld van een atoom is gegeven in de bovenstaande illustratie. De studie van de atoomkern is het terrein van de kernfysica. Het is mogelijk de bouwstenen van de kern nog verder te splijten in nog kleinere subatomaire deeltjes. Dit is het terrein van de hoge-energiefysica.

De elektronenwolk

hoge-energiefysica De grootte van een atoom wordt bepaald door de elektronenwolk. Afhankelijk van het atoomnummer varieert de straal van een atoom van circa 60 (helium) tot 275 (francium) pm. Sinds begin jaren 80 is dat groot genoeg om met behulp van atomic force microscopie (AFM) en scanning tunneling microscopie (STM) te visualiseren. De elektronenwolk wordt het best beschreven als een kansverdeling, waarbij een elektron zich niet op een exact bepaalde plaats bevindt. Men kan slechts spreken van een bepaalde kans een elektron binnen een eindig volume aan te treffen. Elk elektron van het atoom heeft een andere kansverdeling, hetgeen beschreven wordt met de kwantummechanica. Deze kansverdelingen worden vaak "schillen" genoemd, omdat de elektronen met de hoogste energie zich over het algemeen verder van de kern, in de "buitenste schil", zullen bevinden. De elektronen in de "buitenste schil" bepalen vooral de scheikundige eigenschappen van de atomen. Sommige natuurkundige eigenschappen (bijvoorbeeld de geleiding van een stof) worden ook door de buitenelektronen bepaald. Andere natuurkundige eigenschappen hebben echter meer met de binnenelektronen te maken, zoals het opwekken van röntgenstraling.

De kern

Veel natuurkundige eigenschappen (bijvoorbeeld de massa of het radioactief gedrag van het atoom) hebben niets met de elektronen te maken, daar speelt juist de atoomkern met zijn protonen en neutronen een grote rol. De kern is bijzonder klein, ongeveer 10-14 meter (10 femtometer). Omdat elektronen in vergelijking met protonen en neutronen vrijwel geen massa hebben, bevindt vrijwel alle massa van een atoom zich in deze piepkleine kern. De protonen en neutronen worden bij elkaar gehouden door de sterke kernkracht. Het aantal protonen wordt het atoomnummer genoemd. Het bepaalt de chemische eigenschappen van het atoom. Het aantal neutronen is bijna altijd groter dan het aantal protonen. Atomen met een gelijk aantal protonen kunnen als gevolg van een verschillend aantal neutronen verschillen in massa. Ze worden isotopen genoemd. Deze isotopen zijn chemisch identiek, maar hun fysische eigenschappen kunnen verschillen.

Ionen

De elektromagnetische kracht houdt de elektronen rondom de kern. Bij een neutraal atoom is het aantal protonen gelijk aan het aantal elektronen. Wanneer een atoom een verschillend aantal protonen en elektronen bevat, en dus niet neutraal is, spreekt men van een ion. Ionen met een tekort aan elektronen worden kationen genoemd; ionen met overschot aan elektronen anionen. Een ion is in principe instabiel als het los voorkomt; het zal proberen een elektron uit de omgeving aan te trekken, of een elektron proberen los te laten. Ionen met gelijke lading stoten elkaar af. Met tegengestelde lading trekken zij elkaar aan. Men treft daarom altijd tegengestelde ionen bij elkaar in de buurt zodat gemiddeld gesproken de materie weer neutraal is (wet van behoud van lading). Ionen kunnen bij hoge temperaturen gevormd worden in een gas, men spreekt dan van een plasma. Bij lagere temperaturen worden ionen ook in oplossingen aangetroffen. Ionen van tegengestelde lading kunnen ook uit oplossing neerslaan en een vaste stof vormen die men uit ionen opgebouwd kan beschouwen.

Elementen

Atomen kunnen onderscheiden worden naar het aantal protonen in de kern. Dit aantal heet het atoomnummer. Een stof die bestaat uit atomen met hetzelfde atoomnummer heet een element. Er zijn anno 2004 meer dan 108 verschillende elementen bekend, waarvan een aantal echter niet op aarde voorkomen. De elementen worden gerangschikt in het periodiek systeem.

Isotopen

Het is mogelijk dat de atomen van een element niet hetzelfde aantal neutronen in de kern bezitten. Men spreekt dan van isotopen. Isotopen hebben dezelfde chemische maar andere fysische eigenschappen. Van vrijwel alle elementen is meer dan één isotoop bekend. Daarnaast is het mogelijk om met behulp van kernsplijting en kernfusie nieuwe atomen te produceren, maar deze zijn vaak instabiel en ondergaan radioactief verval.

Moleculen

Er zijn gassen die uit losse atomen bestaan, dit zijn voornamelijk de edelgassen, zoals argon, maar het geldt ook voor de damp van bijvoorbeeld kwik. Meerdere atomen kunnen zich echter ook organiseren in moleculen en veel gassen en dampen bestaan uit losse moleculen. Waterdamp bijvoorbeeld bestaat uit watermoleculen die zijn opgebouwd uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom.

Geschiedenis

In het oude Griekenland speculeerden filosofen al over atomen (zie atomisme). Een van de grootste vragen was of materie eindeloos deelbaar was in kleinere deeltjes of niet. Bekende filosofen als Plato dachten van wel. Democritus was het daar duidelijk niet mee eens. Hij stelde dat atomen eigenschappen zoals grootte, vorm en massa hadden. Alle andere eigenschappen die aan materie werden toegeschreven (zoals kleur of smaak) zouden worden veroorzaakt door interacties tussen atomen. De naam atoom die door Democritus is bedacht komt van het Griekse atomos, dat ondeelbaar betekent. Later zijn er nog vele atoomtheorieën opgesteld; deze waren niet alle even onomstreden, maar het heeft ruim 2000 jaar geduurd voordat het ondeelbare atoom toch deelbaar bleek te zijn. Het atoom heeft dan echter wel zijn typische eigenschappen verloren. Wat het begrip ondeelbaar betreft, moeten we wel voor ogen houden dat in vroegere tijden de begrippenkaders anders waren, en wetenschap en religie niet zo onderscheiden waren als heden. De term individu betekent ook: niet deelbaar. Als we een individu in stukken hakken dan verliezen we de karakteristieke eigenheid van het individu. Indien we aannemen dat een hierarchisch opgebouwd stelsel een eenheid is (bijvoorbeeld een atoom, molecule, cel, orgaan, plant, dier, mens

Elektron

Een elektron is een elementair deeltje, dat deel uitmaakt van een atoom of zich vrij in de ruimte bevindt. Als het zich in de ruimte bevindt, ondervindt het (net als een ion) invloed van een elektrisch veld en als het beweegt t.o.v. een magnetisch veld ook invloed daarvan. Het woord elektron komt van het Griekse woord ελεκτρον voor barnsteen.

Structuur van het atoom

Atomen bestaan volgens Rutherfords atoommodel uit een positief geladen atoomkern, waarrond evenveel negatief geladen elektronen draaien als er positief geladen protonen zijn in de kern. De protonen en neutronen in de kern van het atoom bevatten vrijwel de volledige massa van het atoom. Ze zijn 1800 maal zo zwaar als een elektron.

Kenmerken van het elektron

Het elektron is een elementair deeltje met spin 1/2, en is dus een fermion, zoals het proton, het neutron en het positron. Het antideeltje van het elektron heet positron. Voor zover men weet heeft het geen verdere inwendige structuur. Het elektron heeft een negatieve lading gelijk aan het elementaire ladingsquantum e (1.6×10-19 Coulomb), voor het eerst gemeten door Robert Andrews Millikan. Elektrische ladingen kunnen alleen voorkomen in veelvouden van 1 e. De rustmassa van het elektron is 9.11×10-31 kg, wat 1/1836 ste is van de massa van een proton en overeenkomt met een rustenergie van 511,007 keV. De elektronenconfiguratie bepaalt in hoge mate het chemisch gedrag van het atoom.

Classificatie van het elektron: lepton en eerste generatie

Het elektron behoort tot de klasse der leptonen. Er zijn zes leptonen (zie tabel). Het elektron behoort tot de eerste generatie of familie, dat wil zeggen ze behoren tot de zichtbare familie. De deeltjes uit de tweede en derde generatie zijn onstabiel: zie standaardmodel.

Het elektron is gequantiseerd

In een atoom kan het elektron alleen in bepaalde gebieden en met een welbepaalde energie E_n rond de atoomkern bewegen; het getal n heet het hoofdquantumgetal. Voor n=1 bevindt het elektron zich in de grondtoestand, voor n>1 bevindt het elektron zich in een geëxciteerde toestand. De waarde van n kan alleen een geheel getal zijn. De totale energie van het elektron bestaat uit de som van de kinetische energie : E_k=\fracmv^2 en de potentiële energie : E_p=-\frac van het elektron.

Overige kenmerken

;Spectraallijnen : Omdat het atoom discrete energieniveaus heeft, zal bij overgang tussen deze energieniveaus er een emissie van licht gebeuren, waarvan de golflengte rechtevenredig is met de constante van Planck h en de lichtsnelheid c: spectraallijnen, het atoomspectrum ; Elektrische geleiding : Als door een externe invloed een elektron los raakt van de atoomkern en dus vrij kan bewegen, wordt het een geleidingselektron of vrij elektron genoemd. Deze geleidingselektronen zijn de ladingsdragers van de elektrische stroom. Zie vacuümbuizen ;Energieband : Het elektron is gequantiseerd: het bevindt zich op een zeker energieniveau, op een bepaalde afstand van het atoom. Als vele van deze energieniveaus zeer dicht tegen elkaar liggen, gaan deze energieniveaus over in een energieband. ;Valentieband : Het hoogste energieniveau behorende bij een atoom noemt men de valentieband. ; Geleidingsband : Het laagste niet bezette energieniveau noemt men de LUMO (lowest unoccupied molecule orbital). Omdat een elektron dat op deze band komt relatief ver van de kern verwijderd is, zal dat elektron gemakkelijk het atoom weer verlaten: deze elektronen zorgen voor de geleiding. Een UMO met een of meerdere elektronen wordt daarom geleidingsband genoemd. ; Verboden zone : De ruimte tussen de geleidingsband en de valentieband is een verboden zone. Bij geleiders is er geen verboden zone, of is die verboden zone zo klein dat elektronen van de valentieband kunnen overspringen naar de geleidingsband, waardoor die elektronen kunnen deelnemen aan de geleiding. ;Isolator : Tegenovergestelde van geleider. Een isolator is een stof waarin geen elektrische stroom kan lopen. In een isolator zijn er dus geen vrije elektronen. De bewegingen van de elektonen zijn beperkt in hun atoomp. Er zijn evenveel elektronen als energieniveaus, waardoor de elektronen alleen maar van plaats kunnen verwisselen. Door een plaatsverwisseling van elektronen verandert niets aan het energieniveau, omdat alle elektronen dezelfde energiewaarde hebben. Bij een elektrisch veld kunnen wel de banen een beetje verschuiven. ;Geleider : Tegenovergestelde van isolator. In geleiders kunnen de elektronen vrij bewegen. Zie hierboven: geleidingsband en elektrische geleiding. Wanneer de elektronen in de geleider, bijvoorbeeld een koperen draad, gemiddeld gezien een bepaalde richting opgaan, spreekt met van elektrische stroom in die geleider. ;Statische elektriciteit : Statische elektriciteit ontstaat wanneer een voorwerp meer of minder elektronen bevat dan nodig zijn om de positieve lading van de protonen in de kern op te heffen. ;Ionen : Als er meer of minder elektronen zijn, dan het aantal protonen in de kern, is het atoom geladen en heet dan een ion. Zie ook: Atoomspectrum, Betastraling, Elektrische geleiding, Elektronenvangst, Model van Bohr, Spectraallijnen, Standaardmodel, Supergeleiding,

Externe links


- [http://ilorentz.org/EM2/artikelen/thomson.html Carlo Beenakker: De ontdekking van het elektron]
- [http://www.xs4all.nl/~adcs/Deeltjes/eedd.html Annihilatie van elektron en positron (met figuren)]
- [http://www.xs4all.nl/~adcs/Deeltjes/npe.html Een neutron (udd) vervalt in een proton (uud), een elektron, en een antineutrino (met figuren)]
- [http://www.fom.nl/nieuws/persarchief2001/NN9.htm Het aanslaan van een elektron met een korte micropuls]
- [http://www.phys.uu.nl/~wwwpmn/02-03/ppp14.htm Anti-elektron en elektronvangst]
- [http://www.fom.nl/nieuws/persarchief2001/NN11.htm Excitatie]
- [http://home.tiscali.be/rutgerclaes/eindwerk/TOC.html Geleiding] Categorie:Natuurkunde Categorie:Kernfysica Categorie:Deeltje ja:電子 ko:전자 simple:Electron th:อิเล็กตรอน

Positron

Een positron is het antideeltje van het elektron. Het heeft dezelfde massa, maar een tegengestelde lading. Het wordt wel weergegeven als e+. lading in 1932)]] Het positron was het eerste theoretisch voorspelde antideeltje. Tijdens het opstellen van een kwantummechanisch en relativistisch consistente theorie over het gedrag van elektronen stuitte Paul Dirac in zijn formalisme (de Dirac-vergelijking) op een deeltje met dezelfde massa en spin als een elektron, maar met een tegengestelde lading. Hij zag dit deeltje aan voor het proton, aangezien er nog geen spoor gevonden was van een positron. Later bleek echter dat zijn theorie toch het positron beschrijft. Het positron werd 1932 voor het eerst waargenomen door Carl Anderson (zie foto). Positronen komen vrij bij het radioactief verval van sommige isotopen, bijvoorbeeld van 21Na. In principe zijn het net als elektronen stabiele deeltjes, maar wanneer een positron en een elektron op elkaar botsen zullen zij elkaar annihileren. Dit wil zeggen dat alle massa wordt omgezet in energie, volgens Einsteins beroemde formule E=mc². Deze energie manifesteert zich in de vorm van fotonen (ook lichtquanta genoemd). Men spreekt in dit verband van γ-straling (gammastraling). De reactie luidt: ::e+ + e- => γ + γ De twee gammaquanta zullen in tegenovergestelde richting van de plaats van annihilatie weg bewegen. De gammastraling kan (gelijktijdig) gemeten worden. Voor de wederzijdse vernietiging kan er echter eerst een ander proces plaatsvinden: de twee deeltjes kunnen een binding aangaan die (behoudens het enorme verschil in massa) wel vergeleken kan worden met wat er gebeurt tussen een proton en een elektron, wanneer die samen een waterstofatoom (hydrogenium) vormen. Een positron en een elektron kunnen samen een positronium-'atoom' vormen. Positronium kan op zijn beurt weer bindingen aangaan, maar dat gebeurt allemaal op bijzonder korte tijdschaal - het is niet stabiel, omdat het elektron en het positron elkaar na enige tijd alsnog annihileren. Materialen worden wel bloot gesteld aan een positronenbron om hun structuur te onderzoeken met positronannihilatie.

Zie ook


- PET-scan Categorie:Deeltje Categorie:Kernfysica Categorie:Kwantumfysica ja:陽電子 ko:양전자

Meson

__NOTOC__ Mesonen (zoals pionen en kaonen) zijn kernfysische deeltjes die bestaan uit een quark en een anti-quark. In 1935 voorspelde Hideki Yukawa het bestaan van mesonen, deeltjes zwaarder dan een elektron, maar lichter dan een proton. Zijn theorie bleek uiteindelijk incompleet, maar in 1947 werden er wel degelijk zulke deeltjes ontdekt in kosmische straling. Ze bleken de eigenschappen te hebben die Yukawa had voorspeld. Het nieuw ontdekte deeltje werd pi-meson of pion genoemd en komt in drie soorten voor: positief, negatief of ongeladen. De massa is ongeveer gelijk aan 270 maal die van het elektron. Anno 2005 zijn er 15 soorten mesonen bekend, waaronder ook een paar met massa's groter dan die van het proton.

Zie ook


- Hadron
- Lijst van mesonen

Externe links


- http://www.xs4all.nl/~adcs/Deeltjes/mesons.html Categorie:Kernfysica Categorie:Deeltje ja:中間子 ko:중간자

Natriumchloride

Keukenzout (de triviale naam voor natriumchloride of NaCl) is bij kamertemperatuur een witte kristallijne stof met een kubische kristalvorm, die goed oplosbaar is in water (het mengsel van zout en water wordt ook wel pekel genoemd). Het is het voorbeeld bij uitstek van wat in chemische termen een zout heet.

Zoutwinning

Zout komt in de natuur voor in de grond als steenzout op plaatsen waar in een geologisch verleden binnenzeeën zijn opgedroogd. Het wordt daaruit al eeuwen gewonnen (b.v. bij Salzburg, dat niet voor niets zo heet: Salz is het Duitse woord voor zout). Het is ook de belangrijkste component van de opgeloste stoffen in zeewater, en wordt ook daaruit direct door verdamping van het water gewonnen.

Zout uit de zee

Om zeezout uit de zee te halen, worden lage muurtjes langs de zee gebouwd. Achter de muurtjes liggen grote vierkante kuilen (bekkens of zoutpannen). De Romeinen hebben als eerste zoutpannen aangelegd. Langzaam stroomt het zeewater van het ene bekken naar het andere, van de grotere naar de kleinere. Zo legt het water ongeveer 60 kilometer af. De zon verhit het water steeds meer. Als het helemaal verdampt is, blijft het zout over. Hierna wordt het zout goed schoongemaakt. Zoutpannen vind je alleen in warme landen waar de zon altijd schijnt, onder andere op de Canarische eilanden en Bonaire. In Nederland halen wij geen zout uit de zee. Hier is het niet altijd zonnig en ook niet heet.

Zout uit de grond

Bonaire] Op de plaatsen waar nu zout in de grond zit, was lang geleden een zee. De zee is verdwenen door de warmte van de zon waardoor het water is verdampt. Het zout bleef daarbij liggen op de bodem. Op die laag zout kwamen in de loop der tijd verschillende lagen grond en zand te liggen. Daardoor is het zout niet meer te zien. Daar zijn duizenden en duizenden jaren voor nodig geweest. In Nederland zit ook zout in de grond, vlakbij de plaats Hengelo in de provincie Overijssel. Ook in de provincie Groningen zit zout in de grond. De eerste maal dat er zout werd ontdekt in Nederland was in 1886 in Delden. Men was daar overigens eigenlijk op zoek naar schoner drinkwater, en stuitte bij toeval op de zoutlagen. Tot dan kwam het zout vooral uit Duitsland, maar nadat door de Eerste Wereldoorlog de zoutimport moeilijk werd, besloot men om zelf in Nederland zout te winnen, dit was echter pas in 1918 het geval. De klassieke toren, zoals ook op de afbeelding gezien kan worden, is vandaag de dag echter een industrieel monument, de eigenlijke winning geschiedt door middel van de zouthuisjes, die overal in het landschap te vinden zijn. Delden De methode om het zout uit de grond te halen is echter nauwelijks veranderd. Er worden in de grond buizen aangebracht die door de tussenliggende lagen steken en uitkomen in de zoutlaag. Door deze kilometers lange buizen wordt dan lauw water gepompt, en onder de zouthuisjes wordt het water vermengd met het zout. Het zout lost dan in het lauwe water op en het ontstane mengsel, pekelwater genaammd, wordt weer door de buizen naar boven gepompt en naar de fabriek gevoerd, waar het water in kookketels wordt verdampt. Het zout blijft over maar moet nog droog gemaakt worden in een centrifuge.

Toepassing

Keuken

Zout is bij het grote publiek het meest bekend als smaakmiddel in de keuken, bij het koken. Zout geeft een zoute smaak aan voedsel, zonder zout smaken bijvoorbeeld aardappelen, groenten en vlees vrij flauw. Zout wordt ook gebruikt als bewaarmiddel: voor de uitvinding van de koelkast werd vlees en vis bestrooid met zout en bewaard in 'zoutkisten' - deze bewerking wordt "pekelen" genoemd. Door voedsel met zout in te wrijven, drogen de aanwezige bacteriën uit, waardoor dit voedsel niet bederft. Voor dit doel is een ander zout, kaliumchloride (KCl), ook geschikt, vooral voor mensen die een natriumarm dieet moeten volgen. De smaak van keukenzout is vrij karakteristiek voor deze stof: andere zouten smaken vaak radicaal anders. fleur de sel Het duurste zout, en volgens sommigen in culinair opzicht ook het beste, wordt gewonnen in de verdampingsbassins aan de Middellandse Zee en Atlantische Oceaan. Wanneer een bassin met vers zeewater gevuld wordt, duurt het nog lange tijd voordat het water is verdampt en het zout uitkristalliseert. Maar op het water komt een flinterdun vliesje te liggen dat enigszins lijkt op een gistvliesje. Dit is fleur de sel (letterlijk (Frans): zoutbloem). Het vliesje wordt uiterst voorzichtig van het water geschept en verzameld. Dit handwerkje is tijdrovend en per 35 vierkante meter komt er slechts één kilo van vrij. Vandaar dat fleur de sel zo duur is. fleur de sel wordt "geboren", precies op het kristallisatiepunt. Het is zéér fijn van structuur, bezit een mooi parfum en bevat diverse mineralen. Vastgesteld is dat in fleur de sel een extreem halofiele bacterie voorkomt, een bacterie die in extreem hoge zoutgehaltes kan overleven. Deze bacterie zou verantwoordelijk zijn voor de lichte viooltjesgeur die je bij fleur de sel aantreft. Bekend is fleur de sel uit Guérande (Bretagne) en uit de Camargue. Beide zoutbekkens bestaan al sinds de Romeinse tijd. Ook bekend is de fleur de sel uit Ile de Ré en uit Gruissan (Middellandse Zee).

Biologie

Keukenzout is een essentieel bestanddeel van de intracellulaire en vooral de extracellulaire vloeistof van mens en dier. Dieren likken het zout van zoutstenen, mensen nemen het op via het eten. Alle mensen hebben zout nodig om gezond te blijven, maar wel minder dan wat vaak wordt aangenomen: als het warm is worden druppeltjes in de vorm van transpiratie (zweet) uitgescheiden, die bestaan uit zout en water. Door dit zweten, is er een verlies van vocht dat moet aangevuld worden door te drinken. Het verlies van zout wordt - zoals reeds gesteld - gecompenseerd in ons eten. Te veel zout is niet gezond, want het houdt vocht vast. Daar word je dik van en het vermoeit het hart. Daarom mogen sommige mensen geen zout gebruiken. Als vervanging gebruiken zij bijvoorbeeld tuinkruiden, zoals peterselie, selderij en bieslook. Zoutvervanger bij uitstek is het gekende laurierblad.

Ruilmiddel

In gebieden waar zout schaars was is het lange tijd als betaalmiddel gebruikt - het woord salaris betekent letterlijk 'zoutrantsoen' en was de betaling van een Romeins soldaat. In de Middeleeuwen werd het bezit van zout de basis voor belastingheffing. Zout was erg duur en wie het zich kon veroorloven was kennelijk kapitaalkrachtig genoeg voor een "overheidsbijdrage". Het zout moest echter droog bewaard worden, want door de vochtige huizen van die tijd werd het anders te klonterig voor gebruik. Dicht bij het vuur was de aangewezen plaats. Daar was het echter te gemakkelijk opspoorbaar voor belastinginspecteurs die onverwachts konden binnenvallen op zoek naar het kostbare goedje. Bekend van die tijd zijn de stoelen met ingebouwd zoutreservoir, waar de meid, lekker dicht bij het vuur gezeten, niet opstaand van haar plaats, de schat bewaakte. Bij menige rondleiding in een Frans kasteel wordt deze anekdote graag verteld.

Anti-gladheidsmiddel

Zout kan ook worden gebruikt als anti-gladheidsmiddel. Het wordt op wegen en stoepen gestrooid om te zorgen dat de sneeuw of ijzel smelt. Dit strooizout ziet er anders uit dan keukenzout. Strooizout of pekel is ongezuiverd zout en daardoor minder fijn en wit dan keukenzout. Het sneeuw en ijs smelt omdat het zout in aanraking komt met het bevroren water. Het smeltpunt van een mengsel van water en zout ligt lager dan dat van water. Een nadeel van het gebruik van strooizout is dat de onderkant van de auto's sneller roesten. Verder tast dit zout de planten aan omdat het in de bodem dringt.

Zout als wondermiddel

In de geschiedenis werd zout door sommigen beschouwd als een wondermiddel. Allerlei kwalen werden ermee behandeld: hoesten, keelpijn, tandpijn, zelfs luiheid. Ook nu wordt zout gebruikt voor allerlei kwalen. Een zout waterbad is goed voor gezwollen voeten. En gorgelen met zout water stilt de pijn van een ontstoken keel. Zout is betrokken bij meer bijgelovige zaken - zie bijgeloof.

Technische toepassingen

Zout wordt ook aangetroffen in meerdere technische toepassingen. Zo wordt het onder meer aangetroffen in smeltzout bij de raffinage van metalen.

Zie ook


- Bakkerszout
- Zeezout categorie:zout categorie:verbinding van natrium categorie:chloride Categorie:Keuken ja:塩化ナトリウム

Zouten

In het spraakgebruik wordt met zout meestal de stof NaCl, natriumchloride of keukenzout, bedoeld, maar in de chemie wordt het woord in veel bredere zin gebruikt. Zout is daar in het algemeen de benaming voor een chemische verbinding met een ionogene structuur, bestaande uit kationen die (partiële) positieve lading en anionen die een (partieel) negatieve lading bezitten. Men kan zich het ontstaan van een zout voorstellen als een reactie tussen een base en een zuur. Een goed voorbeeld is de reactie tussen natronloog (een base) en zoutzuur (een zuur): ::NaOH + HClNaCl + H2O In waterige oplossing is het zout NaCl (keukenzout) aanwezig als gehydrateerde positieve metaalionen Na+ en gehydrateerde negatieve niet-metaalionen Cl-. Dezelfde verbinding kan ook direct gevormd worden uit de elementen: ::2Na + Cl2

> 2 NaCl De verbinding tussen het metaal Na en het niet-metaal Cl is in de vaste stof niet moleculair: er zijn geen NaCl paren aan te wijzen in de vaste stof, maar de atomen zijn als ionen opeengestapeld. Deze zeer sterke structuur heeft twee belangrijke structurele effecten: #Zouten lossen vaak alleen op in zeer polaire oplosmiddelen (zoals water) #Zouten zijn bij kamertemperatuur zonder uitzondering vaste stoffen, en veel zouten smelten pas bij heel hoge temperaturen of ontleden voor de smelttemperatuur bereikt is.

Andere zouten

Metalen treden in zouten meestal op als kationen, zoals hierboven natrium. Zo zijn er ook chloriden van bijvoorbeeld magnesium of zink, MgCl2 en ZnCl2. Er zijn echter ook veel complexe zouten waar of het anion of het kation uit meer dan één atoom bestaat. Een goed voorbeeld zijn sulfaten, die gebaseerd zijn op het zuur H2SO4 (zwavelzuur). Magnesiumsulfaat lost op de volgende ionen: :MgSO4 > Mg2+ + SO42- Hoewel zwavel in zouten als Na2S als sulfide ion S2- kan voorkomen treedt het hier in zijn hoogste oxidatietoestand (6+) zuurvormend op. In deze hoge oxidatietoestanden komen ionen in het algemeen alleen omringd door bijvoorbeeld zuurstof in een complex ion voor. Er zijn ook een aantal metalen die in hun hoogste oxidatietoestand zuurvormende oxiden vormen. Een goed voorbeeld is mangaan dat in zijn 7+ toestand permanganaten vormt zoals KMnO4 :KMnO4

> K+ + MnO4- In dit geval zit er dus een metaalatoom in het anion.
Een zout bevat niet altijd een metaalion. Voorbeelden hiervan zijn zouten die NH4+ (ammonium) bevatten, zoals ammoniumnitraat NH4NO3 Op de website http://www.zout.dl.am staat nog veel meer zoutkundige informatie! Categorie:delfstof Categorie:scheikunde ja:塩 simple:Salt

Water

Water (H2O) is een verbinding van twee waterstofatomen en een zuurstofatoom. Al het leven op aarde bestaat grotendeels uit en is afhankelijk van water. Bij kamertemperatuur is water een vloeistof. Het heeft enkele eigenschappen waardoor het zich onderscheidt van andere vloeistoffen.

Fysische eigenschappen

Water kan in drie hoofdfasen of aggregatietoestanden bestaan: ijs, water en waterdamp. Ofwel: vaste stof, vloeistof en gas. De temperatuurschaal van Celsius (en daardoor ook die van Kelvin) zijn gebaseerd op de overgang tussen deze toestanden: ijs smelt (wordt vloeibaar) bij 0°C en water verdampt (wordt gasvormig) bij 100°C. Er zijn bij (zeer) hoge druk nog een aantal (circa 11) verschillende ijsfasen te onderscheiden. Bij normale atmosferische druk kunnen ook "oververhit water", en "onderkoeld water" voorkomen. Dat is water dat respectievelijk warmer dan 100°C of kouder dan 0°C is, maar nog steeds in de vloeistoffase is. verdampt verdampten (rood streepje)]] Het watermolecuul is een dipool: omdat de waterstofatomen niet symmetrisch liggen ten opzichte van het zuurstofatoom is één kant van het watermolecule elektrisch geladen ten opzichte van de andere kant. In overeenkomst met de octetregel heeft het zuurstofatoom in water zijn elektronen als volgt verdeeld: twee keer twee elektronen voor de binding met de twee waterstofatomen, en twee keer twee vrije elektronenparen. Door de polariteit van het watermolecuul, trekken deze moleculen elkaar dus sterk aan, wat het ten opzichte van andere stoffen lage smeltpunt, hoge kookpunt en de hoge smeltwarmte en verdampingswarmte verklaart. De polariteit van water verklaart ook waarom zouten (ionen) en polaire stoffen (zoals suiker) zo goed in water oplossen. Water heeft zijn grootste dichtheid bij 4 graden Celsius boven het smeltpunt; hierdoor is de vaste stof minder dicht dan de vloeistof. Als dit niet zo was zou ijs naar de bodem zinken en zouden daardoor alle oceanen tot op de bodem bevroren zijn. Watermoleculen kunnen opsplitsen in (zure) H+-ionen en (basische) OH--ionen. Deze reactie wordt autoprotolyse genoemd. In zuiver water bij een temperatuur van 298 K zijn de activiteiten van beide ionen 10-7 molair. De zuurgraad van het water is dan pH=7.

Kringloop

Op aarde bestaat er een waterkringloop waarbij zeewater verdampt, uit de atmosfeer condenseert en als neerslag weer terugvalt, waarna rivieren en grondwater het weer terugvoeren naar de zee. Waarna het weer opnieuw verdampt.

Water voor ontwikkeling

zee Water is erg belangrijk voor de mens. Het speelt dan ook een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Derde Wereld. Meestal wordt onderwijs als belangrijkste factor gezien, maar water is een niet te verwaarlozen middel om bij te dragen aan het succes van dit onderwijs. Zowel de medische gevolgen alswel de hygiënische aspecten van een watertekort, met daarbij ook de tijd die het kost om water bij een ver gelegen pomp te halen, verminderen de tijd die leraren en leerlingen aan school kunnen besteden. Anno 2004 hebben 1,1 miljard mensen geen schoon water. Dit is een zesde van de wereldbevolking. Daarbij hebben 2,4 miljard mensen onvoldoende hygiëne als gevolg van een watergebrek. Per dag zouden wereldwijd 6.000 mensen sterven door een gebrek aan water. Er is aangetoond dat water een positief effect op het onderwijs in arme landen heeft. Een studie van de Wereldbank wees uit dat een school in Tanzania, toen er een waterpomp op een kwartier lopen in plaats van een uur kwam, een 12% hogere opkomst gerealiseerd kreeg. Toen de haaltijd van water op een plek in Bangladesh werd verkort leverde dit een 15% hogere opkomst op. (Bron: 'No drain, no gain', Gideon Burrows. The International Guardian, 24 maart 2004.)

Zie ook

Zie ook:
- waterkwaliteit
- zoet water
- zeewater
- drinkwater
- Zoetwater in de Benelux
- Hardheid van water

Externe links


- [http://www.lsbu.ac.uk/water/index.html Een pagina van de London South Bank University] met zeer veel (chemisch) informatie en met meer dan 580 verwijzingen over water.
- [http://www.wateraid.org.uk WaterAid], maatschappelijke organisatie voor water in ontwikkelingslanden.
- [http://water.pagina.nl water.pagina.nl], mooi Nederlandstalig waterportaal Categorie:Drank categorie:verbinding van waterstof categorie:verbinding van zuurstof als:Wasser ja:水 ko:물 ms:Air simple:Water th:น้ำ zh-min-nan:Chúi

Southern Cross Tasmania

TNT-9 Launceston is a television station based in Launceston, Tasmania, Australia. It is presently known as Southern Cross Tasmania. To be expanded on:
- 1962 - Founded as Northern TV Ltd and broadcasts in Launceston and Northern Tasmania
- 1965 - Became part of ENT Ltd (Examiner-Northern TV Ltd)
- 1982 - ENT bought TVT-6 in Hobart - both stations identify on-air as TasTV
- 1989 - ENT sold TNT-9 to Southern Cross Broadcasting, station became part of Southern Cross Network
- 1994 - Aggregation of Tasmanian television market occurs - Southern Cross broadcasts statewide, competiting with TasTV
- 1999 - Southern Cross Tasmania, while still a part of Southern Cross Broadcasting, changes logo independently of Southern Cross stations on the mainland.
- 2003 - Southern Cross and WIN Television launch Tasmanian Digital Television, a jointly owned digital only commercial broadcaster in Hobart.
- 2005 - Southern Cross Broadcasting adapts new logo for all stations it owns. Southern Cross Tasmania loses its Tasmanian Tiger logo to a new corporate Southern Cross Logo. Southern Cross Tasmania is an affiliate of the Seven Network and Network Ten although Tasmanian Digital Television is now the Ten affiliate. It's news service Southern Cross Nightly News is the highest rated news bulletin in Tasmania.

External link


- [http://www.sctv.com.au Southern Cross Television]
- [http://austv.hostforweb.com/cgi-bin/cgi2/index.rb?page=TNT9%20Northern%20Tasmania§ion=Television%20History%20Reference/TV%20Stations/Other%20Commercial/Defunct/Tasmanian Australian Television Archive page on TNT9] Category:Australian media

hosting darmowe statystyki transport biaystok eba gadu










































:: RELATED NEWS ::
Choho
Choho (長保) esseva un era japonese post Chotoku e ante Kanko, ab 999 a 1004.
Era previe:
Chotoku
era japonese Era sequente:
Kanko
Kanko (寛弘) esseva un era japonese post Choho e ante Chowa, ab 1004 a 1012.
Era previe:
Choho
era japonese Era sequente:
era japonese post Kanko e ante Kannin, ab 1012 a 1017.
Era previe:
Kanko
era japonese Era sequente:
era japonese post Chowa e ante Jian, ab 1017 a 1021.
Era previe:
Chowa
era japonese Era sequente:
Jian (era)
Jian (治安) esseva un era japonese post Kannin e ante Manju, ab 1021 a 1024.
Era previe:
Kannin
era japonese Era sequente:

Manju (era)
Manju (万寿) esseva un era japonese post Jian e ante Chogen, ab 1024 a 1028.
Era previe:
Jian
era japonese Era sequente
Chogen
Chogen (長元) esseva un era japonese post Manju e ante Choryaku, ab 1028 a 1037.
Era previe:
Manju
era japonese Era
Choryaku
Choryaku (長暦) esseva un era japonese post Chogen e ante Chokyu, ab 1037 a 1040.
Era previe:
Chogen
era japonese Era sequente:
Chokyu
Chokyu (長久) esseva un era japonese post Choryaku e ante Kantoku, ab 1040 a 1044.
Era previe:
Choryaku
era japonese Era sequente:
Kantoku
Kantoku (寛徳) esseva un era japonese post Chokyu e ante Eisho, ab 1044 a 1046.
Era previe:
Chokyu
era japonese Era sequente
All Rights Reserved 2005 wikimiki.org