Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Monnik

Monnik

Het woord monnik komt van het Griekse μοναχος (monachos), dat 'eenzaam' betekent en het woord μονος ("monos" : alleen). Met de aanduiding monnik wordt iemand bedoeld die vanuit religieuze overtuiging afziet van het stichten van een gezin en die voor een speciale levensinvulling kiest. Monniken wonen dikwijls bij elkaar in een klooster of abdij, waar ze een speciale dagindeling hebben die helemaal gewijd is aan oefening in en beoefening van hun religie. Er bestaan echter ook tradities waar de monniken niet bij elkaar wonen en een aktief bestaan hebben in de samenleving. Het leven van een monnik is een leven waarin men onder andere streeft naar de beleving van mystieke ervaringen in de vorm van diepe meditatieve staten (zoals jhanas), spirituele realizaties (zoals Nirvana of moksha), of een vereniging met God of goden. De weg van de meditatie speelt vaak een belangrijke rol in de levensstijl van een monnik. Bij de kloostermonniken is de rust en regelmaat van het kloosterleven uitermate geschikt voor contemplatie en meditatie. Ook veel leken (niet-kloosterlingen) bezoeken kloosters voor de rust die daar ervaren kan worden. De levensstijl van monniken bevat meestal diverse vormen van ascese; het zo veel mogelijk beperken van mentale en lichamelijke genietingen en de overstijging van de eigen lichamelijke begrenzingen, om zo te trachten de belemmeringen voor grotere geestelijke groei weg te nemen. De aanduiding voor een vrouwelijke monnik is moniaal of non. Omdat het woord non meestal als pejoratief wordt beschouwd is tegenwoordig het woord zuster meer gebruikelijk. Vele religies kennen monniken en zusters. Voorbeelden zijn het boeddhisme, het christendom, het hindoeïsme en de islam. Het onderscheid tussen moniaal en zuster wordt wel gemaakt om vrouwelijke contemplatieve religieuzen te onderscheiden van zogeheten "actieve" religieuzen. Monialen verblijven strikt binnen een klooster en houden zich aan een vorm van afsluiting van de buitenwereld. Actieve religieuzen zijn meer "in de wereld" actief, buiten de muren van een klooster of convent. Een in afzondering levende monnik wordt wel heremiet of yogi genoemd.

Christendom

(Zie ook: Christelijk kloosterwezen) (Zie ook: Getijden)

Rooms-katholicisme

Het Rooms-katholieke contemplatieve kloosterwezen bestaat uit een aantal grote families die elk onderverdeeld zijn in de zogenaamde orden. orden

- De oudste familie, die tegenwoordig uitgestorven is, is de familie van kloosters die leefden volgens de Ierse monnikenregels. De bekendste daarvan is de regel van Columbanus geweest. Deze kloosters kenmerkten zich door een grote nadruk op de ascese.
- De tweede familie, tegenwoordig nog de grootste en bekendste, is de Benedictijnse familie, die bestaat uit kloosters die leven volgens de regel van de heilige Benedictus van Nursia. Hiertoe behoren de Benedictijnen, de Cisterciënzers, de Trappisten, de Camaldulenzers, de Olivetanen en nog enkele kleinere gemeenschappen. De kloosters van de Ierse regels zijn grotendeels in deze familie overgegaan.
- De derde familie bestaat uit kloosters met de regel van Augustinus. Hiertoe behoren de Augustijner heremieten, de Augustijner koorheren, de Norbertijnen, de Dominicanen, de Birgittinessen en Birgittijnen, de Visitandinnen en enkele kleinere gemeenschappen. Een hele serie congregaties uit de 19e eeuw leeft wel volgens de regel van Augustinus, maar wordt niet tot de orden gerekend.
- De vierde familie is die van de kartuizers, beperkt samenlevende heremieten die gesticht zijn door de heilige Bruno van Keulen.
- De vijfde familie is de familie van de karmelieten, waamee zich het vreemde fenomeen voordoet dat de mannelijke tak eigenlijk tot de actieven behoort, zodat alleen de vrouwelijke tak strikt gesproken contemplatief is en dus in dit artikel thuishoort. Deze orde ontstond uit een laura van westerse kluizenaars op d berg karmel in Israël. Men kent verschillende soorten monniken en zusters:
- Broeder / Zuster: kloosterling die niet tot priester is gewijd.
- Pater: tot priester gewijde kloosterling.
- abt (Aramees: abba = vader) / Moeder overste: Kloosteroverste. Oorspronkelijk werd de naam abt voor iedere in aanzien staande monnik gebruikt.
- Prior / Priorin: (Latijn: de eerste) Oorspronkelijk een kloosteroverste die ondergeschikt is aan de abt. In sommige ordes is de prior het zelfstandige hoofd van een klooster.
- sommige orden verenigen hun abdijen of kloosters in (kerk-)provincies, waar een provinciaal dan aan het hoofd staat.
- Begard / Begijn: man of vrouw die geen kloostergelofte heeft afgelegd en in een begijnhof leeft.

Russisch/Grieks Orthodox Christendom

Het Russisch/Grieks Orthodoxe kloosterwezen kent geen verschillende orden. Toch zijn er onderling grote verschillen aan te wijzen. Omdat de Byzantijnse kerken hun bisschoppen uit de kloosters recruteren is er bijvoorbeeld al verschil tussen kloosters waar monniken wonen die vergelijkbaar zijn met westerse wereldgeestlijken en kloosters waar het meer eigenlijke monniksideaal wordt nagestreefd. Zo is in bijvoorbeeld Rusland het beroemde klooster van Sergijev Possad een compleet kerkelijk centrum met academie, koorschool en seminarie, terwijl het klooster van Optina dan weer het centrum van het beschouwende, ascetische monnikendom genoemd zou kunnen worden. Zoals in het westen verschilt de praktijken van klooster tot klooster. Wel is de levensloop en de initiatie zo ongeveer overal vergelijkbaar, en ook vergelijkbaar met het Westen. Eerst wordt men novice. Novicen mogen soms gekleed gaan in de Isorason of potriassa, het zwarte onderkleed, en de skoufos, een soort zachte hoed, dat is aan de abt. De skoufos en de Potriassa zijn namelijk het eerste deel van het habijt, waarvan er in het oosten eigenlijk maar een vorm bestaat, met een paar regionale verschillen. Als de novice volgens de abt bekwaam genoeg is, wordt hij gevraagd om monnik te worden. Indien hij dit wil, wordt hij met een formele dienst gewijd, en ontvangt hij de Exoriassa, het buitenste gewaad, en de klobuk, een soort harde ronde hoed met een sluier.[http://www.vad1.com/photo/stock/a211-4-4.jpg] Dit is het eerste niveau. De monnik wordt nu Rassophor of Ryassophor genoemd. Hij heeft nog geen professie achter de rug, dus nog geen geloften afgelegd. De dienst wordt geleid door een Hieromonnik, een monnik die ook priester is. Het volgende niveau volgt een paar jaar later, naar het oordeel van de abt. De monnik wordt, eens temeer in een formele dienst, gewijd tot Stavrophor. Hij ontvangt symbolische onderscheidingen aan zijn habijt en de abt verhoogt zijn functie in de gebedsdiensten. Ook legt de monnik zijn geloften af. Ook deze dienst wordt geleid door een Hieromonnik. Het laatste niveau ten slotte heet Megaloschemos. Ook dit wordt 'uitgereikt' als de abt dat beslist. In sommige tradities wordt de monnik pas Megaloschemos op zijn sterfbed, in andere kan het al na 'slechts' 25 jaar. Monniken met deze rang leven meestal alleen. Orthodoxe monniken worden altijd aangesproken met 'Vader', tenzij ze novice zijn, maar ook als ze geen priester zijn. De abt heet hegumen of archimandriet. Orthodoxe nonnen worden altijd aangesproken met 'Moeder', tenzij ze novice zijn.

Zie ook


- Oblaat

Boeddhisme

Oblaat)]] De gemeenschap van boeddhistische monniken en nonnen wordt de Sangha genoemd. Monniken hebben een centrale functie in het boeddhistische openbare religieuze leven, wat gedeeltelijk verklaarbaar is doordat in veel boeddhistische landen en tradities er geen specifiek geestelijke 'zielzorg' functies voor de bevolking zijn, een rol die in het (katholieke) Westen door de priester of pastoor vervuld worden. Daarbij komt dat in het boeddhisme het kunnen achterlaten van het 'wereldse leven' als een goed en belangrijk element gezien wordt van het spirituele leven. In veel boedhistische landen is het gebruikelijk dat iedere daarvoor geschikte man een tijdje als monnik leeft, al of niet onder de hoede van een monnikengemeenschap. Er zijn hierdoor relatief veel monniken in het Boeddhisme. In Thailand alleen al zijn er zo'n 200.000 monniken, een aantal dat jaarlijks groeit tot 300.000 in de periode tussen juli en oktober, wanneer veel Thaise mannen het monnikschap tijdelijk opnemen. Er zijn ook boedhisten die, nadat hun of haar actieve gezinsleven en maatschappelijk leven is afgesloten, op latere leeftijd voorgoed monnik/non worden. Over het algemeen bestaan er in het boeddhisme de volgende soorten monniken en nonnen:
- Bhikkhu (Pali; Sanskriet: bhiksu): een boeddhistische monnik, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhus.
- Samanera (Pali): een mannelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samanera worden, geen bhikkhu.
- Bhikkhuni (Pali; Sanskriet: bhiksuni): non of zuster, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhunis.
- Samaneri (Pali): een vrouwelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samaneri worden, geen bhikkhuni Hierbuiten bestaat er ook een soort (tijdelijke) ordinatie voor leken, welke anagarika (Pali) heet. Deze traditie bestond ook al in de tijd van de Boeddha en een dergelijke vorm bestaat in meerdere landen. Een anagarika is traditioneel gezien een in het wit geklede (mannelijke of vrouwelijke) leek die in een klooster woont en de acht voorschriften volgt. Soms is een anagarika een postulant en dan is het slechts een tijdelijke (introductie) fase tot het monastisch leven. Het is echter ook mogelijk om anagarika te zijn gedurende het hele leven, of slechts voor een kortere tijd, zonder bhikkhu te willen worden. In sommige landen bestaan niet alle soorten monniken en nonnen. Soms werd wel het boeddhisme geintroduceerd in een land, maar gingen er geen monniken naar dat land toe. Voorbeelden hiervan zijn Japan (waar de originele boeddhistische monastische vorm nooit is geïntroduceerd), en Tibet (waar nooit bhikkhunis geweest zijn). Het dragen van een monnikenkleed is het symbool van het achterlaten van het normale wereldse leven; boeddhistische monniken worden daarom geacht altijd dit kleed te dragen, ook wanneer zij zich buiten een klooster bevinden.

Mahayana

In het Mahayana boeddhisme zijn er bhikkhus en bhikkhunis, en samaneras en samaneris. De tradities van bhikkhunis in China en Taiwan en Zuid-Korea zijn de enig overgebleven tradities van bhikkhunis ter wereld. Deze tradities gaan terug naar de tijd van de Boeddha, en zijn vanuit India en Sri Lanka in China, Taiwan en Zuid-Korea terecht gekomen.

Zen

In de grotere Zen kloosters in Japan is er een strenge hierarchie ingesteld, welke onderscheid maakt tussen beginnelingen en gevorderden. De zen monniken besteden een significant gedeelte van hun (zeer gestructureerde) dag over het algemeen aan zazen, een vorm van meditatie. In de Zen traditie zijn er overigens geen bhikkhus en bhikkunis, en geen vinaya en patimokkha; deze traditie is niet samen met de rest van het boeddhisme vanuit China in Japan beland. Japan heeft een eigen traditie van monniken, waarin de monniken tegenwoordig vaak meer een soort priester zijn, daar zij niet een consistent monniken-leven lijden. Zij zijn vaak getrouwd met vrouw en kinderen, beschikken over alle luxe, en de tempel is vaak hun persoonlijk bezit, een erfenis van hun vader die ook monnik was. De grotere Zen-kloosters zijn echter zeer strikt, maar monniken brengen vaak slechts een aantal jaren in deze striktere kloosters door, waarna zij teruggaan naar hun eigen tempeltje. Deze 'laxere' traditie is nog niet zo oud; zij werd zo'n honderd jaar geleden per keizerlijk besluit ingevoerd; de keizer beval in dit besluit de monniken te trouwen. Niet alle monniken deden dit echter.

Theravada

Het Theravada is de boeddhistische traditie die onder andere in Sri Lanka, Thailand en Myanmar gepraktizeerd wordt. In de Theravada traditie zijn er bhikkhus, samaneras, bhikkhunis en samaneris. Slechts sinds een aantal jaren zijn er weer Theravada bhikkhunis, nadat deze traditie sinds 800 jaar uitgestorven was in het Theravada. Deze nieuwe Theravada bhikkhunis hebben hun ordinatie in het Mahayana behaald, maar zijn zelf Theravada. Over het algemeen gesproken is ordinatie als Theravada bhikkhuni echter in veel traditionele Theravada landen controversieel, en de bhikkhunis worden hierdoor (nog) niet altijd erkend. Buiten deze 4 basis-vormen van het monastisch leven in het boeddhisme bestaan er nog een aantal soorten ordinatie welke alleen in het Theravada bestaan:
- Siladhara (Pali): in technische zin een Samaneri, volgt echter naast de tien voorschriften ook de extra regels en gebruiken van de Orde van Siladharas van Amaravati Buddhist Monastery en gerelateerde kloosters. Deze orde bestaat sinds 1979. De exra regels en gebruiken zijn gebaseerd op de voorschriften voor de bhikkhunis, maar zijn minder in aantal en ook minder streng.
- Mae Chiis (Thai): benaming voor vrouwelijke anagarikas in Thailand.
- Pah-Kauw (Thai): benaming voor mannelijke anagarikas in Thailand. In de Theravada traditie dragen monniken (en samaneras) oranje-bruine (Thailand en Sri Lanka) of bordeaux-rode (Myanmar en Sri Lanka) gewaden en scheren het hoofd kaal. Samaneris in Myanmar dragen een roze gewaad, terwijl bhikkhunis, siladharas en samaneris in overige landen veelal een donker rood/bruin gewaad dragen. In Myanmar dragen samaneris roze kledij. Mae Chiis dragen witte kledij. Monniken en nonnen kunnen verder vrijwillig de Dhutanga Vatta (Pali ondernemen, een verzameling van 13 licht-ascetische praktijken. Een bhikkhu die geen vaste verblijfplaats heeft en rondzwerft heet in Thailand een Toedong-monnik (Thai:Phra Toedong). Het woord 'toedong' is afgeleid van het Pali Dhutanga.

Tibetaans boeddhisme

In het Tibetaans boeddhisme zijn er bhikkhus, samaneras en samaneris. Tibet heeft nooit een traditie van bhikkhunis gekend. Een lama kan een monnik zijn, maar dat hoeft niet.

Hindoeïsme

In het hindoeïsme variëren de monastieke tradities al naar gelang de sekte. De termen sadhu en sanyasi zijn de meer algemene termen waarmee monniken, hermieten en asceten worden aangeduid en deze gaan meestal gekleed in safraan gekleurde gewaden. Historisch stond het monastieke pad meestal slechts open voor mannen, maar tegenwoordig accepteren sommige tradities ook wel nonnen. De Vaishnava monniken scheren hun hoofd op een klein plukje haar na, terwijl de Shaiva monniken in de meeste tradities hun haar en baard juist nooit afknippen. De geloftes van een Sadu verbieden meestal:
- het bezit van persoonlijke eigendommen, behalve een kom, een kop, twee sets kleding en medische hulpstukken zoals een bril.
- het hebben van contact met, het kijken naar of het zelfs maar denken aan of het zich ophouden in de buurt van een vrouw.
- eten uit genoegen.
- het bezitten of zelfs maar aanraken van geld of waardevolle zaken op welke manier en in welke vorm dan ook.
- persoonlijke relaties onderhouden.

Ananda Marga

Shaiva Ananda Marga kent zowel celibatair levende monniken en zusters (acharya's) als gehuwde acharya's. De ongehuwde acharya's dragen donker-oranje kledij, waarbij de monniken een tulband dragen en de zusters een kap en worden aangesproken als dada (oudere broer) of didi (oudere zus). Ze leven nooit in kloosters bij elkaar, maar volgen wel een hele serie monastieke leefregels (deels parallel aan die uit het boeddhisme) en leven een aktief en dienstbaar bestaan temidden van de samenleving. Zo moeten de monniken b.v. hun hoofdhaar en baard tot een bepaalde voorgeschreven minimale lengte laten groeien en mogen ze slechts zeer beperkt bezittingen hebben (twee sets kleding, één paar schoenen, etc.). De monniken en zusters volgen ongeveer dezelfde spirituele leefstijl als de "gewone" sadhaka's, maar mediteren bijvoorbeeld vaker, vasten vaker en hebben meer van dergelijke extra voorschriften en disciplines. Naast hun vrijwilligerswerk voor de samenleving zoals het stichten van scholen, tehuizen, meditatiecentra en het organiseren van noodhulp, hebben de acharya's ook specifieke taken binnen de samgha (letterlijk 'samen gaan', vereniging), zoals het leiden van huwelijksceremonies, naamgeefceremonies, begrafenis- en crematieceremonies en het leiden van spirituele retraites en wekelijkse groepsmeditaties. Daarnaast geven ze de verschillende individuele meditatielessen aan de "gewone" sadhaka's en kunnen ze hen specifieke yoga asana's voorschrijven.

Islam

Ook in de Islam kent men een traditie van monniken; de soefi traditie. De monniken van deze traditie worden soefis genoemd. Beginnelingen op het soefi pad heten derwisj. De derwisjen geloven dat liefde een projectie is van de essentie van God op het universum. Veel van de derwisjen zijn ascetische bedelmonniken die een gelofte van armoede hebben afgelegd, andere werken in gewone beroepen. Zo zijn de Egyptische Qadirieten vissers. Er zijn ook verscheidene dervisj broederschappen die teruggaan op verschillende islamitische heiligen en leraren, zoals Ali en Abu Bakr. Zij leven in een monastieke omgeving, ongeveer zoals de christelijke kloosterbroederschappen. Verscheidene sekten en subsekten zijn zo in de loop der eeuwen ontstaan en weer verdwenen. Het "werveldansen", dat beoefend wordt door de Mevlana sekte in Turkije, is een van de fysieke methoden om te trachten een spirituele extase (majdhb) en contact met Allah te bewerkstelligen. Rifgieten, ook wel bekend staand als de huilende derwisjen, snijden zichzelf met messen, pakken rood-gloeiende ijzers vast en eten hete kolen of levende slangen al naar gelang hun subsekte. Andere groepen waaronder de Bektashieten en de Senussi zijn meer orthodox in hun geloof. Weer andere broederschappen en subgroepen zingen verzen uit de Koran, spelen op drums of dansen in groepen, al naar gelang hun specifieke traditie. Iedere broederschap heeft zijn eigen kledij en wijze van toelating en initiatie, die erg streng kan zijn.

Jaïnisme

In het Jaïnisme heten monniken Digambaras. Deze monniken 'kleden' zich met lucht, wat er in de praktijk op neerkomt dat ze geen stoffen kleding dragen. Ze wijden hun leven aan het uitputten van hun Karma. Soms gebruiken ze een bezem om de grond schoon te vegen van kleine diertjes, zodat ze deze niet per ongeluk dood zullen trappen.

Externe links

Christendom


- [http://www.vhob.be/nieuwesite/index.cfm?CFID=46941&CFTOKEN=89861334 Mannelijke religieuzen in Vlaanderen]
- [http://www.kerknet.be/religieuzen/vrwelkom.html Vrouwelijke religieuzen in België]
- [http://www.knr.nl Konferentie Nederlandse Religieuzen]

Boeddhisme


- [http://www.amaravati.org/abm/english/nun.html Amaravati Buddhist Monastery] heeft meer informatie over de Orde van Siladharas. Categorie:Klooster Categorie:Rooms-katholieke Kerk ja:修道士

Grieks

Het Grieks is een van de Indo-Europese talen. Het werd door de Achaeërs naar Griekenland gebracht rond 1700 voor Christus. In eerste instantie waren er verschillende gesproken dialecten, met als belangrijkste groepen: Ionisch-Attisch, Dorisch en Aeolisch Grieks. Het eerste schrift voor deze taal is Lineair B. Sinds de tijd van de klassieken is de taal geschreven in het Griekse alfabet, dat 24 letters omvat. Attisch Grieks was de taal die gesproken werd in Athene. De meerderheid van de literatuur die uit die tijd nog bewaard is gebleven, is in dit dialect geschreven. Alexander de Grote speelde een belangrijke rol in het samenvoegen van deze dialecten tot Koinè-Grieks (naar het Griekse woord voor algemeen). Door de eentaligheid van zijn leger werd de communicatie makkelijker. Ook leerden de bewoners van bezette gebieden dit Koinè, waardoor het de status van "wereldtaal" kreeg. Koinè-Grieks werd dan ook de lingua franca in het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk (ook wel Byzantijnse Rijk). Het moderne Grieks stamt hiervan af.

Geschiedenis van het Grieks

Oud-Grieks

Zonder twijfel is het Grieks de oudst betuigde taal in Europa: bijna 30 eeuwen wordt er Grieks geschreven. En ook al verschilt het moderne Grieks natuurlijk heel sterk van het klassieke, toch zal de kenner vlug merken dat de historische evolutie het innerlijke wezen van de taal niet ingrijpend heeft gewijzigd. Het klassieke Latijn verdween vrij vroeg als gesproken taal en ging op in zijn dochtertalen: de Romaanse talen; het Grieks daarentegen is zelf nooit verdwenen, en ging ook nooit over in dochtertalen. In de archaïsche en klassieke periode was het Grieks zeker geen eenheidstaal: er bestonden onderling sterk afwijkende dialecten, die te herleiden zijn tot volgende hoofdgroepen:
- het Dorisch: in de Peloponnesus, op Kreta en de zuidelijke Cycladen,
- het Ionisch: op de eilanden, in zuidelijk Klein-Azië,
- het Aeolisch: in Thessalië, Boeotië en noordelijk Klein-Azië.

Attisch

Omdat Athene in de klassieke periode als het belangrijkste economische en culturele centrum van de Griekse wereld gold, verspreidde het lokale Ionisch-Attische dialect -de taal van Xenophon, Sophocles, Plato en Demosthenes- zich buiten zijn oorspronkelijke grenzen en groeide het uit tot een soort algemene omgangstaal in de Griekssprekende gebieden. Dit is dan ook de reden dat in onze scholen hoofdzakelijk de Attische grammatica wordt onderwezen.

Koinè-Grieks

Met de veroveringen van Alexander de Grote dringt het Attisch door naar het Oosten en wordt, gedurende de gehele Hellenistische periode, dé wereldtaal bij uitstek. De oude dialecten waren verdrongen en stierven uit ten voordele van een veralgemeend Grieks, dat men de "koinè (glootta)" - noemde. Zelfs de Romeinse veroveraars spraken onder elkaar bij voorkeur koinè-Grieks, om hun culturele bagage te etaleren, en ook de boeken van het Nieuwe Testament werden in deze taal geschreven en verspreid. Het Grieks wordt de taal van het vroegste christendom en vervolgens van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Imperium, waar het Latijn langzaam maar zeker in onbruik raakte. Dan voltrekt zich een evolutie die bij meer wereldtalen merkbaar is: om de bruikbaarheid te verhogen moeten de grammaticale moeilijkheden gereduceerd worden. Dat gebeurde reeds in de klassieke periode met de dualis-vormen (het "tweevoud"). In het koinè-stadium raakten de datief en de optatief steeds meer in onbruik om uiteindelijk, op een paar versteende uitdrukkingen na, geheel te verdwijnen.

Byzantijns Grieks

In de Byzantijnse Middeleeuwen vallen ook de infinitieven weg, evenals de oude futurum-, perfectum- en plusquamperfectumvormen, ten voordele van sterk vereenvoudigde omschrijvingen met hulpwerkwoorden (zoals in andere moderne talen). Daarnaast nam het Grieks doorheen zijn geschiedenis vele leenwoorden op uit de talen van de volken waarmee de Grieken -vaak met tegenzin- geconfronteerd werden, o.a.:
- uit het Latijn (van de Romeinse veroveringen tot de val van Rome)
- uit het Italiaans (tijdens de Venetiaanse bezetting)
- uit het Turks (tijdens de Turkse bezetting van 1453 tot 1830)
- uit het Frans en het Engels (in de moderne tijden) De verovering door de Turken betekent het definitieve einde van het Grieks als taal van wetenschap en cultuur. De meeste Byzantijnse intellectuelen vluchtten naar het Westen (waar zij o.a. bijdroegen aan het ontstaan van de Renaissance). Vier eeuwen lang leeft het Grieks nog slechts als de spreektaal van een verarmde, cultureel onmondig gehouden bevolking, die ondanks het schrikbewind haar eigenheid weet te bewaren.

Nieuwgrieks

Wanneer dan, rond 1830, het Ottomaanse juk wordt afgeschud, wenst men alles wat aan de islam herinnert zo spoedig mogelijk uit het openbare leven te bannen, en zeker niet in het minst de sterke Turkse invloeden in de Griekse volkstaal, de "dimotikí (glossa)" δημοτική (γλώττα). Daarom opteert de kersverse Griekse regering voor een terugkeer naar de "geleerdentaal" van de Byzantijnse christenheid, de "katharèvousa (glossa)" καθαρεύουσα (γλώττα). Maar de omschakeling verloopt minder vlot dan gewenst: buiten de bestuurlijke, kerkelijke en wetenschappelijke schrijftaal, de "katharèvousa", blijft het Griekse volk de "dimotikí" met haar eenvoudiger syntaxis hanteren als spreektaal, hierbij gesteund door een aantal toonaangevende letterkundigen. Zo kreeg Griekenland dan zijn eigen taalkwestie. Bij het einde van de 19e eeuw bereikt de academische polemiek tussen de taalpuristen en de "vulgaristen" zijn hoogtepunt: een nieuwe "hertaling" van de Evangeliën in de dimotikí lokte in 1902 zelfs relletjes uit in de straten van Athene, waarbij een aantal mensen het leven verloor.

Modern Grieks

Momenteel bestaan er dan ook in Griekenland nog steeds twee taalidiomen: enerzijds de "geleerde" en archaïsche "katharèvousa", die in de praktijk nog enkel door de Grieks-Orthodoxe liturgie wordt gehanteerd (en stilaan uitsterft) en anderzijds de vlotte en gemakkelijker hanteerbare "dimotikí", de gesproken taal van de media en de literatuur. De twee taal- (én spellings-!)vormen beïnvloeden elkaar sterk, en bijgevolg is er vaak weinig uniformiteit in de spelling en de syntaxis van het eigentijdse geschreven Grieks. In 1981 treedt Griekenland als 10e lidstaat toe tot de Europese Gemeenschap. In het kader van een algemene vereenvoudiging besluit een parlementaire commissie in 1982 een spellingwijziging door te voeren: de oude spiritustekens -sinds eeuwen reeds overbodig- worden niet meer genoteerd, en de ingewikkelde accentregels sterk vereenvoudigd (nog één enkel accentteken, op de lettergreep die de klemtoon draagt). Aan het begin van de 21e eeuw bestaat er een tendens om voor de moderne Griekse omgangstaal de term kini neo-elliniki glossa (gemeenschappelijke Nieuw-Griekse taal) te gebruiken.

Griekstaligen in de wereld

Het Grieks is de officiële taal in: #Griekenland #Cyprus Er zijn autochtone Griekstalige minderheden in #Albanië: in (Noord-Epirus) is er een Griekstalige minderheid. #Italië: in Puglia en Calabria spreken 40.000 mensen het zgn. Griko of Grecanico. #Turkije: krachtens het Verdrag van Lausanne van 1923 werd de Griekstalige minderheid in Istanbul niet opgenomen in de bevolkingsruil tussen beide landen. #Oekraïne en Georgië: hier wonen een 100.000 zgn. "Pontische" Grieken. #In Hongarije is het Grieks een van de 10 erkende minderheidstalen. #Libanon, Israël en Egypte Daarnaast zijn er Griekse emigrantengemeenschappen in West-Europa, Noord-Amerika en Australië.

Interne links


- Het griekse alfabet

Externe link


- [http://www.let.uu.nl/hist/goac/coogrieks/overzichtsgrammatica/index.html De Universiteit van Utrecht] heeft een overzichtspagina voor grammatica
- [http://www.perseus.tufts.edu/cgi-bin/resolveform?display=&lang=greek De LSJ] een zeer uitgebreid (klassiek) Grieks/Engels Engels/Grieks woordenboek Categorie:Griekenland Categorie:Indo-Europese taalfamilie Categorie:Natuurlijke taal als:Griechische Sprache ja:ギリシア語 ko:그리스어 ms:Bahasa Greek simple:Greek language th:ภาษากรีก

Klooster

Een klooster is de gemeenschappelijke woning van monniken of monialen.

Christendom

In de westerse cultuur zijn vooral de kloosters van de katholieke en de orthodoxe kerken bekend. In het christendom was het kloosterleven oorspronkelijk bedoeld voor mensen die zich wilden terugtrekken uit een zondige wereld om zich aan God te wijden. In de Middeleeuwen waren kloosters, en dan vooral de zelfstandige abdijen, vaak intellectuele en economische centra. Soms had een klooster het beheer of bestuur over een gebied; dat werd dan wel een sticht genoemd.

Boeddhisme

In het Theravada boeddhisme in Thailand is er een traditie van boskloosters, genaamd de Thaise Bos Traditie.

Zie ook


- Christelijk kloosterwezen
- Kloosterorde
- Congregatie ja:修道院

Abdij

Een abdij is een zelfstandige katholieke instelling waarvan een (mannen- of vrouwen)klooster het wezenlijk onderdeel is. Het behoort tot de oude kloosterorden, zoals de Benedictijnen, Kartuizers, Cisterciënzers, Norbertijnen enz. Om een abdij te stichten zijn er minimaal 12 leden nodig, een kloostergemeenschap met minder dan 12 leden wordt ook wel een priorij genoemd. In de Middeleeuwen waren de abdijen strak georganiseerde en gesloten leefgemeenschappen, die behalve het ommuurde gebouwencomplex (waarin de abdijkerk, woon-, slaap- en eetruimten, de bibliotheek, moestuin e.d.) vaak ook het beheer hadden over een uitgestrekt omliggend gebied. Niet alleen op religieus, maar ook op cultureel gebied waren de abdijen van grote betekenis.

Structuur

Een abdij kan je opdelen in drie delen:
- de kloosterzone: de gebouwen bewoond door de religieuzen. In het midden is er meestal een vierkante binnenplaats, met aan een zijde de kloostergalerij die toegang geeft tot de andere gebouwen. Tegen de kerkbeuk is meestal de noordelijke vleugel van het klooster gebouwd. De refter ligt meestal aan de zuidkant met daarboven de slaapzaal. De kapittelzaal is dicht bij het koor van de kerk gelegen. Van hieruit wordt de abdij bestuurd, het dagelijks werk geregeld en de abt verkozen.
- de landbouw- en/of nijverheidszone: allerlei activiteiten vonden er plaats zoals de zorg voor zieken en gewonden, het maken van kaas, een smederij, het malen van graan in wind- of watermolens en het brouwen van bier. De pachter van de abdijhoeve en ambachtslui van allerlei slag vonden er onderdak. Het was een dorp op zich.
- de invloedszone: de zone waar de abdij haar invloed deed gelden. Ze was een geestelijk centrum en haar religieuzen bedienden vaak parochies in de omgeving.

Abdijbestuur


- de abt of abdis is het hoofd. In het algemeen is hij verkozen voor het leven. De prior (Latijn voor eerste) is zijn rechterhand die hem bijstaat en vervangt bij afwezigheid. De supprior vervolledigt het driemanschap
- de econoom of procurator houdt zich bezig met de materiële administratie
- de koster staat in voor de altaarbenodigdheden
- de cantor van het koor was verantwoordelijk voor de liturgie en de officiezangen of getijden
- de gastenmeester verschafte onderdak aan iedereen die er om vroeg
- de infirmarius of ziekenverpleger

Dagindeling

In de Middeleeuwen begon de dag om 4 à 5 uur 's morgens om te eindigen rond 20 à 21 uur, naargelang de seizoenen. Gebed, arbeid en geestelijke lectuur wisselden elkaar af. Het gebed kon bestaan uit het zingen van psalmen, het voorlezen van bijbelteksten of de getijden.

Bekende abdijen


- Abdij van Achel
- De Adelbert-abdij in Egmond
- Abdij van Affligem
- Abdij van Averbode
- Abdij van Berne te Heeswijk
- Abdij van Drongen
- Ter Doest
- Onze-Lieve-Vrouw Ter Duinen
- Abdij van Grimbergen
- Abdij van Herkenrode
- Abdij van Keizersberg te Leuven
- Abdij van Orval
- Abdij van 't Park
- Abdij van Tongerlo
- Abdij van Vaals
- Trappisten-abdij van Westmalle
- Abdij van Sint-Winoksbergen

Abdijruïnes in België


- Aulne
- Villers-la-Ville
- Koksijde
- Orval
- Ename Categorie:Abdij

Jhana

Jhāna (Pali) verwijst in het Theravada boeddhisme naar de acht meditatiestadia die frequent door Gautama Boeddha onderwezen werden en waar veel vermeldingen naar worden gemaakt in het Pali Canon. In het Pali is het woord jhāna afgeleid van jhayati, wat denken of mediteren betekent. De jhanas zijn de hoogste vorm van samadhi (Pali voor mentale concentratie). De jhānas zijn in het boeddhisme niet het uiteindelijke doel van de boeddhistische praktijk, maar wel een zeer belangrijke tussenstap, of middel, naar het uiteindelijke doel van Nirvana. Het bereiken van de jhānas wordt beschouwd als een bovenmenselijke prestatie, en kan ook leiden tot een versnelde toegang of hogere kunde in de zes bovennatuurlijke krachten. De term jhāna wordt in het Sanskriet vertaald als dhyana, en heeft daar ook de betekenis van mediteren. Alhoewel deze twee begrippen dus op elkaar lijken, zijn er significante verschillen in de theoretische uitwerking en feitelijke praktijk van jhāna en dhyana.

Karakteristieken van de jhānas

Het bereiken van de jhānas leidt tot een grote innerlijke rust en stabiliteit. Tijdens een meditatie waarbij een van de jhānas bereikt wordt, en gedurende een periode nadat deze meditatie beeindigd is, is er een tijdelijke purificatie van de geest van de drie vergiften van begeerte, aversie en delusie. De jhānas zijn daardoor bevordelijk voor het maken van voortgang in de praktijk en ontwikkeling van wijsheid of vipassana, wat het Nirvana tot gevolg heeft. Tijdens een jhāna-meditatie verliest men gewoonlijk het besef van tijd, en deze meditaties kunnen daardoor moeiteloos voor een zeer lange periode (uren of dagen) gecontinueerd worden. Men beleeft ook geen lichamelijk discomfort wanneer men in een jhāna verblijft, omdat het contact van de geest met het fysiek lichaam tijdelijk verbroken is. Ook het gehoor is tijdelijk uitgeschakeld. Gedurende een meditatie waarin een van de jhānas behaald wordt, ontstaan er geen gedachten in de geest. Andere mentale faktoren als aandacht, concentratie, vreugde en geluk zijn echter in zeer grotere mate aanwezig. De jhanas worden gekenmerkt door de aan- of afwezigheid van de vijf jhana-faktoren: vittaka (initiatie van aandacht), vicāra (voortdurende aandacht), piti (vreugde), sukha (geluk) en ekaggata (eenheid van geest).

De acht Jhānas

Er zijn acht jhānas: #In de eerste jhāna zijn alle vijf jhāna-faktoren aanwezig. De jhāna-factoren van vitakka en vicara domineren. #De tweede jhāna is hoger dan de eerste en wordt bereikt door de jhāna faktoren vitakka en vicara achter te laten of te verlaten. Het voornaamste kenmerk van de tweede jhāna is piti of vreugde. #Voor het bereiken van de derde jhāna moet men de vreugde van de tweede jhāna achterlaten. Het voornaamste kenmerk van de derde jhāna is sukha of geluk. #Voor het bereiken van de vierde jhāna moet met het geluk van de derde jhāna achterlaten. Het voornaamste kenmerk van de vierde jhana is ekaggata: eenheid van geest, wat leidt tot een ervaring van grote vredigheid. #de basis van onbegrensde ruimte wordt bereikt door na het bereiken van de vierde jhāna het concept van onbegrensde ruimte als meditatie-object te nemen. #de basis van onbegrensd bewustzijn wordt bereikt door na het bereiken van de basis van onbegrensde ruimte het concept van onbegrensd bewustzijn als meditatie-object te nemen. #de basis van nietsheid wordt bereikt door na het bereiken van de basis van onbegrensd bewustzijn het concept van 'niets' als meditatie-object te nemen. #de basis van noch-perceptie-noch-geen-perceptie wordt bereikt door na het bereiken van de basis van nietsheid het concept van 'noch-perceptie-noch-geen-perceptie' als meditatie-object te nemen. De eerste vier jhānas zijn de fijn-materiele jhānas. De laatste vier jhānas zijn de immateriele jhānas. Deze immateriele jhānas worden in het boeddhisme als minder noodzakelijk voor de verdere mentale groei gezien. De vierde jhāna wordt gezien als de meest optimale jhāna voor de verdere mentale cultivatie.

Het bereiken van de jhānas

Voor de training van de geest in het bereiken van de jhānas is het noodzakelijk dat de geest zich eerst bevrijdt van de vijf obstakels (Pali: nivarana) van (1) begeerte, (2) haat, (3) slaperigheid, (4) onrust en zorgen, en (5) twijfel. Indien geen van deze obstakels aanwezig is, is toetreding tot de jhānas mogelijk door versterking en ontwikkeling van de vijf jhāna-faktoren. Iemand die kundig in het behalen van de jhānas is zal deze zeer snel kunnen bereiken. Voor iemand die niet weet wat de jhānas zijn of niet weet dat ze bestaan kan het zeer moeilijk zijn om ze te behalen, ook al wordt zijn geest momenteel niet belemmerd door de vijf obstakels. Ook een obsessie met de jhānas kan een obstakel zijn voor het werkelijk behalen ervan, omdat obsessie slecht samengaat met innerlijke rust en de vijf obstakels sterker kan maken. Kunde in de jhānas leidt tot een wedergeboorte in een van de zeer hoge hemels.

Zie ook

boeddhistische kosmos voor meer informatie over de relatie tussen de jhānas, wedergeboorte en hemels.
Samadhi omvat zowel de jhanas als de meditatiestadia waarin de concentratie minder diep is.

Externe links


- [http://accesstoinsight.org/lib/bps/wheels/wheel351.html The Jhānas in Theravada Buddhist Meditation] (Engelstalig)
- Boeddha's [http://www.accesstoinsight.org/ptf/jhana.html beschrijvingen van de vier eerste Jhanas] in het Pali Canon (Anguttara Nikaya V.28)
- Leigh Brasington's [http://www.geocities.com/Tokyo/6774/jhanas.htm uitgebreide site] over jhana en aanverwante oefeningen
- Jeffery S. Brooks' [http://www.greatwesternvehicle.org/jhanaarticles.htm uitgebreide essays] over jhana en aanverwante zaken categorie: boeddhistische meditatie categorie: boeddhistisch concept categorie: esoterie

Moksha

Moksha heeft meerdere betekenissen:
- Een rivier in Rusland: Moksha (rivier)
- Een taal die in het zuiden van Mordovië gesproken wordt: Moksha (taal)
- Een begrip uit het hindoeïsme: Moksha (hindoeïsme)

Meditatie

Er zijn verschillende soorten van meditatie binnen diverse tradities. In het christendom is meditatie de beschouwing van een bijbeltekst of een gebeurtenis uit het leven van Jezus. Sinds de Middeleeuwen wordt daarnaast als meditatie gezien de beschouwing van de natuur. In de 16e eeuw werd het doel van meditatie innerlijke organisatie, omgang met God, en toenemende dienstvaardigheid. Onder invloed van de Oosterse renaissance ontstond in de 20e eeuw hernieuwde belangstelling voor stilte, concentratie, en bewustzijnsverruiming. Er kan onderscheid gemaakt worden in objectgerichte meditatie en objectvrije meditatie.

Objectgerichte meditatie

Objectgerichte meditatie is gericht op (de beschouwing van) een object of een figuur, bijvoorbeeld God, een kaarsvlam of de natuur.

Objectvrije meditatie

Objectvrije meditatie is niet gericht op een object of een figuur. Vormen van objectvrije meditatie zijn bijvoorbeeld transcendente meditatie, vipassana en Zen-meditatie. Als meditatie object-gericht is, kan het evengoed de bedoeling zijn te komen tot een bewustzijnstoestand die vrij is van het object, wat de Ashtavakra Samhita bijvoorbeeld voorstaat. Als men zich in de objectgerichte meditatie concentreert op een object van devotie, bijvoorbeeld een godheid, of een soetra van Boeddha, dan doet men dit om met die ene devotie alle onrustige emoties uit te sluiten. Als men de aandacht focust op een neutraler object zoals bijvoorbeeld een kaarsvlam (trataka) of op de ademhaling, dan is dit omdat op die manier alle gedachten worden geweerd. Zo komen mettertijd gedachten en emoties tot rust en ontstaat er een toestand van getuige zijn. Deze getuige is zelf geen object. Men kan deze getuige niet als dusdanig leren kennen, met behulp van de zintuigen, maar men kan wel de getuige ervaren en tenslotte worden. Deze getuige is volgens swami Sivananda van Rishikesh, India, het ware 'IK', dat ook wel Atman wordt genoemd - Christenen zouden het de Ziel noemen - en dat de drijvende kracht is achter ons bestaan. Het Atman is dat wat denkt via het verstand, ziet via de ogen, eet via de mond, hoort via de oren, ruikt via de neus en voelt via het lichaam, maar onberoerd blijft bij alles wat via deze zintuigen wordt waargenomen. Dit ware 'IK', het bewustzijn dat enkel getuige is, is in alle mensen aanwezig. Door voortgezette meditatie versmelt Atman met Brahman. Het Nederlandse woord "adem" en het Duitse werkwoord atmen hebben waarschijnlijk dezelfde oorsprong als het Sanskriet atman. In de bijbel blaast God met zijn adem een mens van klei leven in. Hij "bezielt" daardoor de mens. Deze bezieling is de goddelijke vonk, het bewustzijn dat via meditatie kan groeien tot atman en mettertijd kan terugkeren tot God (Brahman). Gautama de Boeddha vermeldt 84.000 verschillende paden die naar verlichting kunnen leiden en alle zijn meditatief.

Meditatie als medicijn

Meditatie is een woord dat dezelfde origine heeft als de woorden medicijn en remediëren. Osho beweert in zijn meditatiehandboek dat meditatie een medicijn voor lichaam, emoties en geest is. Een groeiend aantal studies lijkt deze stelling te bevestigen. Volgens Osho en andere leraren zoals Gurdjieff en Li Hongzhi is meditatie een methode voor het remediëren van de oriëntatie van de geest. Volgens hen zijn de moeilijkheden die mensen in hun leven tegenkomen in oorsprong te wijten aan een oriëntatie van hun geest naar zichzelf toe. Met andere woorden, mensen hebben een ego dat te veel denkt in termen van eigen belang. De heroriëntering bestaat hierin dat mensen meer aan het welzijn van anderen de voorkeur beginnen geven dan aan dat van henzelf. Ook in het christendom is deze aanbeveling heel duidelijk aanwezig. Maar in het boeddhisme evenzeer en in het meer recente Falun Gong eveneens. Als Joods-christelijk gedachtegoed is de middenzin van Leviticus richtinggevend: 'de andere beminnen zoals jezelf en God (JHWH) beminnen boven alles.' In de christelijke mystiek is de drieëenheid motief, model en motor van het geestelijk leven. Een mogelijke definitie van meditatie is dus:
- Meditatie is een methode tot reinigen en versterken van het lichaam, tot kalmeren en evenwichtiger maken van emoties en tot een heroriëntatie van de geest van zichzelf naar anderen toe.

Meditatie gaat voorbij aan Maya

Het hindoeïsme en boeddhisme geven aan dat een mens een wereldbeeld kan hebben dat ver van de werkelijkheid afstaat, zo ver dat het verstoken is van licht (=inzicht). De mens is volgens deze leringen door een sluier van illusies omgeven die de ware toestand van de wereld aan het zicht onttrekt. Deze sluier noemen ze Maya een Sanskriet woord voor illusie. Volgens deze Indische en Chinese leringen worden mensen geboren omdat ze karma hebben, karma dat hem/haar aan de aarde bindt. Het is echter niet de bedoeling van het menszijn om zich met het aardse alleen tevreden te stellen; menszijn is volgen deze leringen een kans die men krijgt om door middel van meditatie dit karma te verwijderen. Dit levert een tweede definitie van meditatie op:
- Meditatie is een methode om karma ongedaan te maken, d.w.z. om de karmische bindingen die mensen aan de aarde kluisteren door te knippen, waardoor de sluier van illusie (Maya) verdwijnt en het bestaan zoals het werkelijk is zich aan hen openbaart. Boeddhisten zeggen het zo: een meditatieve toestand bereikt men pas als men alle gebondenheid en verbondenheid met aardse begeerten loslaat. Bij hen is het sleutelwoord "onthechting".

Meditatie als alchemie

Meditatie kan een methode zijn waarmee de mens zichzelf veredelt en verheft. Het doet denken aan de zoektocht van de middeleeuwse alchemisten naar de steen der wijzen, nodig om lood te kunnen veranderen in goud. Het doffe lood is een symbool voor de toestand van de een in zichzelf gekeerde, egoïstische, van het licht afgekeerde, verduisterde geest. Het blinkende goud staat voor de mens met een bevrijde, ongebonden en verlichte geest. De Soefis kennen dit begrip ook. Ook bij hen staat het zoeken naar de transformatie van een onedel metaal in een edel metaal model voor een spiritueel proces. In plaats van lood gebruiken zij kwikzilver. Kwikzilver is een vloeibaar metaal, dat altijd in beweging is, net zoals 's mensen emoties en gedachten. In de Soefi-alchemie wordt van het kwikzilver eerst zilver en daarna goud gemaakt. De geest en de emoties worden gestild. Het voor dit veranderingsproces onmisbare ingrediënt, de katalysator, is vuur of warmte, wat bij de Soefis een symbool is voor liefde, liefde voor de anderen, liefde tot God. Bij hen zien we dus ook dat de heroriëntering van zichzelf naar de anderen toe noodzakelijk is om als mens te veredelen en deugdzamer te kunnen leven. Liefde tot de mensen en de liefde tot God is bij de Soefis wat bij de Alchemisten de steen der wijzen is. Volgens de Soefis maakt enkel de liefde het leven de moeite waard. Daarom noemen zij hun methode van meditatie "de alchemie van het geluk". Meditatie als methode van alchemistische transformatie ter bevrijding van de menselijke geest, kan dus ook worden gezien als een streven naar geluk. In Falun Gong wordt er geen onderscheid gemaakt tussen het spirituele hart en de geest. De Soefis zijn het daamee eens, want volgens hen ontdekt alleen een bevrijde geest wat liefde is, een liefde die vervolgens uitstraalt vanuit het gezuiverde hart.

Meditatie als een weg naar meer licht

Osho noemt de aarde "het Paradijs van de lotus". Hij ontleent deze beeldspraak aan het Zenboeddhisme. De lotus is een bloem die onder water, in het duister, in de modder, wortel schiet en opgroeit naar de oppervlakte toe. Van zodra ze boven water uitkomt ontvouwt ze zich onder invloed van het licht van de zon. De modder is symbolisch voor de moeilijkheden die men op aarde tegenkomt, het donkere water staat voor de pijnlijke emoties die daardoor worden teweeg gebracht. Het openvouwen van de lotus boven het water, onder invloed van de zon, staat voor de bevrijding van alle zorg en voor het vinden van het geluk, de liefde en het licht. Van Jesus wordt gezegd dat hij op het water kon wandelen. Dit lijkt eveneens te wijzen op een overwinnen van emoties en moeilijkheden na het bereiken van diep inzicht. Ook in het hindoeïsme vindt men deze thematiek terug: de hindoegoden worden allen afgebeeld met lotusvoeten of zittende op een opengevouwen lotus ten teken van bevrijding van aardse zorg.

Meditatie als het einde van dualiteit

Extremisme is het kiezen en aanhangen van het ene of het andere deel van een paar van tegendelen. Als men bijvoorbeeld zegt dat mensen bewust leven, dan neemt men een extreem standpunt in. Beweert men het tegenovergestelde, namelijk dat niemand bewust leeft, dan is dat een even extreem standpunt. Volgens het boeddhisme is de waarheid zoek als men in een betoog te absoluut is. De waarheid is schuw van extremisme, en verbergt zich tussen de twee extremen in. Extremisme kan men bijvoorbeeld vinden in het Midden-Oosten, waar de Joden één bepaald standpunt verdedigen, en de Palestijnen het tegenovergestelde standpunt. Thesis, antithesis. De waarheid kan enkel duidelijk worden in de synthesis die meer is dan een louter compromis omdat ze beide tegendelen samenbrengt tot één complementair geheel. Meditatie is het vinden van het midden tussen twee tegendelen, waardoor inzicht in de complementariteit van de tegendelen ontstaat en de onverzoenlijkheid van de dualiteit in de synthese verdwijnt. Een andere manier om dit te bekijken is deze: als men voorstander is van een bepaalde stelling, houdt men er gedachten, emoties en handelingen op na die lijnrecht staan tegenover de gedachten, emoties en handelingen van diegene die voorstander is van de tegenovergestelde stelling. Met andere woorden, identificatie ligt aan de basis van discussie, argumentatie en strijd. Het midden houden tussen deze twee stellingen in betekent, dat men geen woorden, emoties of daden meer kan vinden om wat dan ook te verdedigen. In dit midden vindt men dus rust en stilte. Volgens het boeddhisme is het precies dit bewaren van het midden, en van de gelijkmoedigheid die er het gevolg van is, wat de essentie van meditatie uitmaakt. Jiddu Krishnamurti noemt deze meditatieve ingesteldheid "keuzeloos bewustzijn" (choiceless awareness). Dit keuzeloos gewaar zijn vindt men terug bij Vipassana (wat "inzicht" betekent of "zien wat is", in Pali, de taal van Gautama de Boeddha). Bij Vipassana is men zich bewust van alle opkomende gedachten en emoties maar laat men ze zonder meer aan zich voorbij gaan. Men hecht er geen belang aan en kijkt er afstandelijk naar, alsof ze aan iemand anders toebehoren, of als naar een wolk die aan een heldere hemel voorbijdrijft.

Meditatie als zelfkennis

Volgens een geschiedkundige uit de Griekse oudheid, Plutarchus, stond er boven de ingang van de tempel van het Orakel van Delphi, gewijd aan de zonnegod Apollo, "Gnothi se auton", wat Grieks is voor "Ken Uzelf". Plutarchus was één van diegenen die instonden voor het goede beheer van de tempel, zodat men over het algemeen denkt dat hij wel gelijk had. Het advies van Ramana Maharshi sluit hier bij aan. Uzelf leren kennen houdt volgens hem in, dat men aan zelfonderzoek doet en hij gaf daartoe aan zijn discipelen een heel simpele methode. De methode bestaat hierin dat men, telkens als er een gedachte, emotie of drang tot handelen opkomt, men zich de vraag stelt "wie heeft die gedachte, emotie of drang?". Het antwoord luidt natuurlijk "ik". De tweede vraag die men zich vervolgens moet stellen is "wie is die ik?". Het is niet de bedoeling om op deze laatste vraag het definitieve antwoord te geven. Waar het op aan komt is, dat iemand die voor deze meditatie kiest met deze vragen alle opkomende gedachtenassociaties en emotiestromen voortdurend onderbreekt en de aandacht verlegt naar een beschouwen van de bron van al deze activiteit. Mettertijd stilt deze meditatie de gedachten en emoties en voelt men de bron van het ik in het spirituele hart, dat volgens Ramana Maharshi ter hoogte van het fysieke hart ligt, maar aan de rechterkant van de middenlijn. Volgens hem verwerft men zelfkennis niet door antwoorden te vinden op gestelde vragen, maar doordat men voorbij alle antwoorden rust vindt in het spirituele hart, waar stilte heerst. "TAT svam asi" zegt de Chandogya Oepanishad: "DAT (Atman) is wat u bent". In het vinden van stilte ontdekt de mens volgens de Oepanishaden dat hij een onsterfelijke Atman of Ziel heeft en bereikt hij een bewustzijnstoesand waarin alles in het universum met elkaar tot een eenheid is verweven. Deze onsterfelijkheid wordt wel beschouwd als het "goud" waarnaar alchemisten zo ijverig zochten.

Meditatie is individueel

Het lijkt er op dat aan de basis van alle meditaties, welke die ook zijn, het streven ligt van de mens naar het ware geluk. De vele verschillende uitingsvormen kunnen worden verklaard doordat mensen verschillend van aard zijn. Osho beweert dat er voor ieder mens een meditatie bestaat die overeenstemt met zijn/haar inborst. Het komt er enkel op aan dat ieder mens die voor meditatie kiest een methode zoekt en vindt die voor hem/haar geschikt is.

Zie ook

Jhāna
Metta meditatie
Vipassana meditatie

Externe links


- [http://www.abc-van-meditatie.nl/ ABC-van-Meditatie.nl]
- [http://www.arsfloreat.nl/meditatie.html Ars Floreat - Citaten over meditatie]
- [http://www.minnehof.com/smile/ Christelijke meditatie]
- [http://www.wccm.nl Christelijke Meditatie Nederland]
- [http://www.sufiblog.com/sufi-meditation.php Sufi Meditatie] Categorie:Meditatie Categorie:Mystiek ja:瞑想

Meditatie

Er zijn verschillende soorten van meditatie binnen diverse tradities. In het christendom is meditatie de beschouwing van een bijbeltekst of een gebeurtenis uit het leven van Jezus. Sinds de Middeleeuwen wordt daarnaast als meditatie gezien de beschouwing van de natuur. In de 16e eeuw werd het doel van meditatie innerlijke organisatie, omgang met God, en toenemende dienstvaardigheid. Onder invloed van de Oosterse renaissance ontstond in de 20e eeuw hernieuwde belangstelling voor stilte, concentratie, en bewustzijnsverruiming. Er kan onderscheid gemaakt worden in objectgerichte meditatie en objectvrije meditatie.

Objectgerichte meditatie

Objectgerichte meditatie is gericht op (de beschouwing van) een object of een figuur, bijvoorbeeld God, een kaarsvlam of de natuur.

Objectvrije meditatie

Objectvrije meditatie is niet gericht op een object of een figuur. Vormen van objectvrije meditatie zijn bijvoorbeeld transcendente meditatie, vipassana en Zen-meditatie. Als meditatie object-gericht is, kan het evengoed de bedoeling zijn te komen tot een bewustzijnstoestand die vrij is van het object, wat de Ashtavakra Samhita bijvoorbeeld voorstaat. Als men zich in de objectgerichte meditatie concentreert op een object van devotie, bijvoorbeeld een godheid, of een soetra van Boeddha, dan doet men dit om met die ene devotie alle onrustige emoties uit te sluiten. Als men de aandacht focust op een neutraler object zoals bijvoorbeeld een kaarsvlam (trataka) of op de ademhaling, dan is dit omdat op die manier alle gedachten worden geweerd. Zo komen mettertijd gedachten en emoties tot rust en ontstaat er een toestand van getuige zijn. Deze getuige is zelf geen object. Men kan deze getuige niet als dusdanig leren kennen, met behulp van de zintuigen, maar men kan wel de getuige ervaren en tenslotte worden. Deze getuige is volgens swami Sivananda van Rishikesh, India, het ware 'IK', dat ook wel Atman wordt genoemd - Christenen zouden het de Ziel noemen - en dat de drijvende kracht is achter ons bestaan. Het Atman is dat wat denkt via het verstand, ziet via de ogen, eet via de mond, hoort via de oren, ruikt via de neus en voelt via het lichaam, maar onberoerd blijft bij alles wat via deze zintuigen wordt waargenomen. Dit ware 'IK', het bewustzijn dat enkel getuige is, is in alle mensen aanwezig. Door voortgezette meditatie versmelt Atman met Brahman. Het Nederlandse woord "adem" en het Duitse werkwoord atmen hebben waarschijnlijk dezelfde oorsprong als het Sanskriet atman. In de bijbel blaast God met zijn adem een mens van klei leven in. Hij "bezielt" daardoor de mens. Deze bezieling is de goddelijke vonk, het bewustzijn dat via meditatie kan groeien tot atman en mettertijd kan terugkeren tot God (Brahman). Gautama de Boeddha vermeldt 84.000 verschillende paden die naar verlichting kunnen leiden en alle zijn meditatief.

Meditatie als medicijn

Meditatie is een woord dat dezelfde origine heeft als de woorden medicijn en remediëren. Osho beweert in zijn meditatiehandboek dat meditatie een medicijn voor lichaam, emoties en geest is. Een groeiend aantal studies lijkt deze stelling te bevestigen. Volgens Osho en andere leraren zoals Gurdjieff en Li Hongzhi is meditatie een methode voor het remediëren van de oriëntatie van de geest. Volgens hen zijn de moeilijkheden die mensen in hun leven tegenkomen in oorsprong te wijten aan een oriëntatie van hun geest naar zichzelf toe. Met andere woorden, mensen hebben een ego dat te veel denkt in termen van eigen belang. De heroriëntering bestaat hierin dat mensen meer aan het welzijn van anderen de voorkeur beginnen geven dan aan dat van henzelf. Ook in het christendom is deze aanbeveling heel duidelijk aanwezig. Maar in het boeddhisme evenzeer en in het meer recente Falun Gong eveneens. Als Joods-christelijk gedachtegoed is de middenzin van Leviticus richtinggevend: 'de andere beminnen zoals jezelf en God (JHWH) beminnen boven alles.' In de christelijke mystiek is de drieëenheid motief, model en motor van het geestelijk leven. Een mogelijke definitie van meditatie is dus:
- Meditatie is een methode tot reinigen en versterken van het lichaam, tot kalmeren en evenwichtiger maken van emoties en tot een heroriëntatie van de geest van zichzelf naar anderen toe.

Meditatie gaat voorbij aan Maya

Het hindoeïsme en boeddhisme geven aan dat een mens een wereldbeeld kan hebben dat ver van de werkelijkheid afstaat, zo ver dat het verstoken is van licht (=inzicht). De mens is volgens deze leringen door een sluier van illusies omgeven die de ware toestand van de wereld aan het zicht onttrekt. Deze sluier noemen ze Maya een Sanskriet woord voor illusie. Volgens deze Indische en Chinese leringen worden mensen geboren omdat ze karma hebben, karma dat hem/haar aan de aarde bindt. Het is echter niet de bedoeling van het menszijn om zich met het aardse alleen tevreden te stellen; menszijn is volgen deze leringen een kans die men krijgt om door middel van meditatie dit karma te verwijderen. Dit levert een tweede definitie van meditatie op:
- Meditatie is een methode om karma ongedaan te maken, d.w.z. om de karmische bindingen die mensen aan de aarde kluisteren door te knippen, waardoor de sluier van illusie (Maya) verdwijnt en het bestaan zoals het werkelijk is zich aan hen openbaart. Boeddhisten zeggen het zo: een meditatieve toestand bereikt men pas als men alle gebondenheid en verbondenheid met aardse begeerten loslaat. Bij hen is het sleutelwoord "onthechting".

Meditatie als alchemie

Meditatie kan een methode zijn waarmee de mens zichzelf veredelt en verheft. Het doet denken aan de zoektocht van de middeleeuwse alchemisten naar de steen der wijzen, nodig om lood te kunnen veranderen in goud. Het doffe lood is een symbool voor de toestand van de een in zichzelf gekeerde, egoïstische, van het licht afgekeerde, verduisterde geest. Het blinkende goud staat voor de mens met een bevrijde, ongebonden en verlichte geest. De Soefis kennen dit begrip ook. Ook bij hen staat het zoeken naar de transformatie van een onedel metaal in een edel metaal model voor een spiritueel proces. In plaats van lood gebruiken zij kwikzilver. Kwikzilver is een vloeibaar metaal, dat altijd in beweging is, net zoals 's mensen emoties en gedachten. In de Soefi-alchemie wordt van het kwikzilver eerst zilver en daarna goud gemaakt. De geest en de emoties worden gestild. Het voor dit veranderingsproces onmisbare ingrediënt, de katalysator, is vuur of warmte, wat bij de Soefis een symbool is voor liefde, liefde voor de anderen, liefde tot God. Bij hen zien we dus ook dat de heroriëntering van zichzelf naar de anderen toe noodzakelijk is om als mens te veredelen en deugdzamer te kunnen leven. Liefde tot de mensen en de liefde tot God is bij de Soefis wat bij de Alchemisten de steen der wijzen is. Volgens de Soefis maakt enkel de liefde het leven de moeite waard. Daarom noemen zij hun methode van meditatie "de alchemie van het geluk". Meditatie als methode van alchemistische transformatie ter bevrijding van de menselijke geest, kan dus ook worden gezien als een streven naar geluk. In Falun Gong wordt er geen onderscheid gemaakt tussen het spirituele hart en de geest. De Soefis zijn het daamee eens, want volgens hen ontdekt alleen een bevrijde geest wat liefde is, een liefde die vervolgens uitstraalt vanuit het gezuiverde hart.

Meditatie als een weg naar meer licht

Osho noemt de aarde "het Paradijs van de lotus". Hij ontleent deze beeldspraak aan het Zenboeddhisme. De lotus is een bloem die onder water, in het duister, in de modder, wortel schiet en opgroeit naar de oppervlakte toe. Van zodra ze boven water uitkomt ontvouwt ze zich onder invloed van het licht van de zon. De modder is symbolisch voor de moeilijkheden die men op aarde tegenkomt, het donkere water staat voor de pijnlijke emoties die daardoor worden teweeg gebracht. Het openvouwen van de lotus boven het water, onder invloed van de zon, staat voor de bevrijding van alle zorg en voor het vinden van het geluk, de liefde en het licht. Van Jesus wordt gezegd dat hij op het water kon wandelen. Dit lijkt eveneens te wijzen op een overwinnen van emoties en moeilijkheden na het bereiken van diep inzicht. Ook in het hindoeïsme vindt men deze thematiek terug: de hindoegoden worden allen afgebeeld met lotusvoeten of zittende op een opengevouwen lotus ten teken van bevrijding van aardse zorg.

Meditatie als het einde van dualiteit

Extremisme is het kiezen en aanhangen van het ene of het andere deel van een paar van tegendelen. Als men bijvoorbeeld zegt dat mensen bewust leven, dan neemt men een extreem standpunt in. Beweert men het tegenovergestelde, namelijk dat niemand bewust leeft, dan is dat een even extreem standpunt. Volgens het boeddhisme is de waarheid zoek als men in een betoog te absoluut is. De waarheid is schuw van extremisme, en verbergt zich tussen de twee extremen in. Extremisme kan men bijvoorbeeld vinden in het Midden-Oosten, waar de Joden één bepaald standpunt verdedigen, en de Palestijnen het tegenovergestelde standpunt. Thesis, antithesis. De waarheid kan enkel duidelijk worden in de synthesis die meer is dan een louter compromis omdat ze beide tegendelen samenbrengt tot één complementair geheel. Meditatie is het vinden van het midden tussen twee tegendelen, waardoor inzicht in de complementariteit van de tegendelen ontstaat en de onverzoenlijkheid van de dualiteit in de synthese verdwijnt. Een andere manier om dit te bekijken is deze: als men voorstander is van een bepaalde stelling, houdt men er gedachten, emoties en handelingen op na die lijnrecht staan tegenover de gedachten, emoties en handelingen van diegene die voorstander is van de tegenovergestelde stelling. Met andere woorden, identificatie ligt aan de basis van discussie, argumentatie en strijd. Het midden houden tussen deze twee stellingen in betekent, dat men geen woorden, emoties of daden meer kan vinden om wat dan ook te verdedigen. In dit midden vindt men dus rust en stilte. Volgens het boeddhisme is het precies dit bewaren van het midden, en van de gelijkmoedigheid die er het gevolg van is, wat de essentie van meditatie uitmaakt. Jiddu Krishnamurti noemt deze meditatieve ingesteldheid "keuzeloos bewustzijn" (choiceless awareness). Dit keuzeloos gewaar zijn vindt men terug bij Vipassana (wat "inzicht" betekent of "zien wat is", in Pali, de taal van Gautama de Boeddha). Bij Vipassana is men zich bewust van alle opkomende gedachten en emoties maar laat men ze zonder meer aan zich voorbij gaan. Men hecht er geen belang aan en kijkt er afstandelijk naar, alsof ze aan iemand anders toebehoren, of als naar een wolk die aan een heldere hemel voorbijdrijft.

Meditatie als zelfkennis

Volgens een geschiedkundige uit de Griekse oudheid, Plutarchus, stond er boven de ingang van de tempel van het Orakel van Delphi, gewijd aan de zonnegod Apollo, "Gnothi se auton", wat Grieks is voor "Ken Uzelf". Plutarchus was één van diegenen die instonden voor het goede beheer van de tempel, zodat men over het algemeen denkt dat hij wel gelijk had. Het advies van Ramana Maharshi sluit hier bij aan. Uzelf leren kennen houdt volgens hem in, dat men aan zelfonderzoek doet en hij gaf daartoe aan zijn discipelen een heel simpele methode. De methode bestaat hierin dat men, telkens als er een gedachte, emotie of drang tot handelen opkomt, men zich de vraag stelt "wie heeft die gedachte, emotie of drang?". Het antwoord luidt natuurlijk "ik". De tweede vraag die men zich vervolgens moet stellen is "wie is die ik?". Het is niet de bedoeling om op deze laatste vraag het definitieve antwoord te geven. Waar het op aan komt is, dat iemand die voor deze meditatie kiest met deze vragen alle opkomende gedachtenassociaties en emotiestromen voortdurend onderbreekt en de aandacht verlegt naar een beschouwen van de bron van al deze activiteit. Mettertijd stilt deze meditatie de gedachten en emoties en voelt men de bron van het ik in het spirituele hart, dat volgens Ramana Maharshi ter hoogte van het fysieke hart ligt, maar aan de rechterkant van de middenlijn. Volgens hem verwerft men zelfkennis niet door antwoorden te vinden op gestelde vragen, maar doordat men voorbij alle antwoorden rust vindt in het spirituele hart, waar stilte heerst. "TAT svam asi" zegt de Chandogya Oepanishad: "DAT (Atman) is wat u bent". In het vinden van stilte ontdekt de mens volgens de Oepanishaden dat hij een onsterfelijke Atman of Ziel heeft en bereikt hij een bewustzijnstoesand waarin alles in het universum met elkaar tot een eenheid is verweven. Deze onsterfelijkheid wordt wel beschouwd als het "goud" waarnaar alchemisten zo ijverig zochten.

Meditatie is individueel

Het lijkt er op dat aan de basis van alle meditaties, welke die ook zijn, het streven ligt van de mens naar het ware geluk. De vele verschillende uitingsvormen kunnen worden verklaard doordat mensen verschillend van aard zijn. Osho beweert dat er voor ieder mens een meditatie bestaat die overeenstemt met zijn/haar inborst. Het komt er enkel op aan dat ieder mens die voor meditatie kiest een methode zoekt en vindt die voor hem/haar geschikt is.

Zie ook

Jhāna
Metta meditatie
Vipassana meditatie

Externe links


- [http://www.abc-van-meditatie.nl/ ABC-van-Meditatie.nl]
- [http://www.arsfloreat.nl/meditatie.html Ars Floreat - Citaten over meditatie]
- [http://www.minnehof.com/smile/ Christelijke meditatie]
- [http://www.wccm.nl Christelijke Meditatie Nederland]
- [http://www.sufiblog.com/sufi-meditation.php Sufi Meditatie] Categorie:Meditatie Categorie:Mystiek ja:瞑想

Ascese

Ascese (van het Griekse 'askèsis' = oefening) is het streven naar of het beoefenen van een reine levenswandel door de eigen hartstochten en begeerten te beteugelen en zelftucht toe te passen. Ascese kan gepaard gaan met zelfkastijding. In India werd ascese waarschijnlijk al sinds tenminste 1500 voor Christus geparktizeerd. Ascese in de oudheid in Griekenland was van oorsprong de training van atleten. Daarna werd het begrip uitgebreid tot de beoefening van wijsheid, deugd en vroomheid (zie o.m. de Stoa). In religieuze zin is het het streven naar beheersing of onderdrukking van natuurlijke behoeften om tot een vorm van reinheid te komen. Vasten en seksuele onthouding zijn in die zin vormen van ascese. De doelen van een ascetische levenshouding kunnen verschillen. Het kan een vorm van boetedoening zijn, zichzelf offeren aan een godheid, een middel tot discipline voor het geestelijk leven, het verkrijgen van bovennatuurlijke krachten of het verwerven van verdienste voor het hiernamaals. Ook kan het zijn dat men het (eigen) lichaam of dit bestaan zelf slecht of waardeloos acht en de versterving zoekt. In de bijbel is ascese geen doel op zich, aangezien de schepping als goed wordt voorgesteld en de mens daarin geen minderwaardig wezen is. Wel wordt in het Nieuwe Testament matigheid gepredikt. Het (vroege) christendom kende echter wel (soms extreme) vormen van ascese zoals het kluizenaars- en kloosterbestaan, gebaseerd op geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. Ook nu nog komt in verschillende culturen zelfkastijding voor als vorm van ascese.

Externe links


- [http://d-sites.net/nederlands/eros08.htm 'Ascese en celibaat'] Categorie:Lifestyle Categorie:Religie

Non

Het woord monnik komt van het Griekse μοναχος (monachos), dat 'eenzaam' betekent en het woord μονος ("monos" : alleen). Met de aanduiding monnik wordt iemand bedoeld die vanuit religieuze overtuiging afziet van het stichten van een gezin en die voor een speciale levensinvulling kiest. Monniken wonen dikwijls bij elkaar in een klooster of abdij, waar ze een speciale dagindeling hebben die helemaal gewijd is aan oefening in en beoefening van hun religie. Er bestaan echter ook tradities waar de monniken niet bij elkaar wonen en een aktief bestaan hebben in de samenleving. Het leven van een monnik is een leven waarin men onder andere streeft naar de beleving van mystieke ervaringen in de vorm van diepe meditatieve staten (zoals jhanas), spirituele realizaties (zoals Nirvana of moksha), of een vereniging met God of goden. De weg van de meditatie speelt vaak een belangrijke rol in de levensstijl van een monnik. Bij de kloostermonniken is de rust en regelmaat van het kloosterleven uitermate geschikt voor contemplatie en meditatie. Ook veel leken (niet-kloosterlingen) bezoeken kloosters voor de rust die daar ervaren kan worden. De levensstijl van monniken bevat meestal diverse vormen van ascese; het zo veel mogelijk beperken van mentale en lichamelijke genietingen en de overstijging van de eigen lichamelijke begrenzingen, om zo te trachten de belemmeringen voor grotere geestelijke groei weg te nemen. De aanduiding voor een vrouwelijke monnik is moniaal of non. Omdat het woord non meestal als pejoratief wordt beschouwd is tegenwoordig het woord zuster meer gebruikelijk. Vele religies kennen monniken en zusters. Voorbeelden zijn het boeddhisme, het christendom, het hindoeïsme en de islam. Het onderscheid tussen moniaal en zuster wordt wel gemaakt om vrouwelijke contemplatieve religieuzen te onderscheiden van zogeheten "actieve" religieuzen. Monialen verblijven strikt binnen een klooster en houden zich aan een vorm van afsluiting van de buitenwereld. Actieve religieuzen zijn meer "in de wereld" actief, buiten de muren van een klooster of convent. Een in afzondering levende monnik wordt wel heremiet of yogi genoemd.

Christendom

(Zie ook: Christelijk kloosterwezen) (Zie ook: Getijden)

Rooms-katholicisme

Het Rooms-katholieke contemplatieve kloosterwezen bestaat uit een aantal grote families die elk onderverdeeld zijn in de zogenaamde orden. orden

- De oudste familie, die tegenwoordig uitgestorven is, is de familie van kloosters die leefden volgens de Ierse monnikenregels. De bekendste daarvan is de regel van Columbanus geweest. Deze kloosters kenmerkten zich door een grote nadruk op de ascese.
- De tweede familie, tegenwoordig nog de grootste en bekendste, is de Benedictijnse familie, die bestaat uit kloosters die leven volgens de regel van de heilige Benedictus van Nursia. Hiertoe behoren de Benedictijnen, de Cisterciënzers, de Trappisten, de Camaldulenzers, de Olivetanen en nog enkele kleinere gemeenschappen. De kloosters van de Ierse regels zijn grotendeels in deze familie overgegaan.
- De derde familie bestaat uit kloosters met de regel van Augustinus. Hiertoe behoren de Augustijner heremieten, de Augustijner koorheren, de Norbertijnen, de Dominicanen, de Birgittinessen en Birgittijnen, de Visitandinnen en enkele kleinere gemeenschappen. Een hele serie congregaties uit de 19e eeuw leeft wel volgens de regel van Augustinus, maar wordt niet tot de orden gerekend.
- De vierde familie is die van de kartuizers, beperkt samenlevende heremieten die gesticht zijn door de heilige Bruno van Keulen.
- De vijfde familie is de familie van de karmelieten, waamee zich het vreemde fenomeen voordoet dat de mannelijke tak eigenlijk tot de actieven behoort, zodat alleen de vrouwelijke tak strikt gesproken contemplatief is en dus in dit artikel thuishoort. Deze orde ontstond uit een laura van westerse kluizenaars op d berg karmel in Israël. Men kent verschillende soorten monniken en zusters:
- Broeder / Zuster: kloosterling die niet tot priester is gewijd.
- Pater: tot priester gewijde kloosterling.
- abt (Aramees: abba = vader) / Moeder overste: Kloosteroverste. Oorspronkelijk werd de naam abt voor iedere in aanzien staande monnik gebruikt.
- Prior / Priorin: (Latijn: de eerste) Oorspronkelijk een kloosteroverste die ondergeschikt is aan de abt. In sommige ordes is de prior het zelfstandige hoofd van een klooster.
- sommige orden verenigen hun abdijen of kloosters in (kerk-)provincies, waar een provinciaal dan aan het hoofd staat.
- Begard / Begijn: man of vrouw die geen kloostergelofte heeft afgelegd en in een begijnhof leeft.

Russisch/Grieks Orthodox Christendom

Het Russisch/Grieks Orthodoxe kloosterwezen kent geen verschillende orden. Toch zijn er onderling grote verschillen aan te wijzen. Omdat de Byzantijnse kerken hun bisschoppen uit de kloosters recruteren is er bijvoorbeeld al verschil tussen kloosters waar monniken wonen die vergelijkbaar zijn met westerse wereldgeestlijken en kloosters waar het meer eigenlijke monniksideaal wordt nagestreefd. Zo is in bijvoorbeeld Rusland het beroemde klooster van Sergijev Possad een compleet kerkelijk centrum met academie, koorschool en seminarie, terwijl het klooster van Optina dan weer het centrum van het beschouwende, ascetische monnikendom genoemd zou kunnen worden. Zoals in het westen verschilt de praktijken van klooster tot klooster. Wel is de levensloop en de initiatie zo ongeveer overal vergelijkbaar, en ook vergelijkbaar met het Westen. Eerst wordt men novice. Novicen mogen soms gekleed gaan in de Isorason of potriassa, het zwarte onderkleed, en de skoufos, een soort zachte hoed, dat is aan de abt. De skoufos en de Potriassa zijn namelijk het eerste deel van het habijt, waarvan er in het oosten eigenlijk maar een vorm bestaat, met een paar regionale verschillen. Als de novice volgens de abt bekwaam genoeg is, wordt hij gevraagd om monnik te worden. Indien hij dit wil, wordt hij met een formele dienst gewijd, en ontvangt hij de Exoriassa, het buitenste gewaad, en de klobuk, een soort harde ronde hoed met een sluier.[http://www.vad1.com/photo/stock/a211-4-4.jpg] Dit is het eerste niveau. De monnik wordt nu Rassophor of Ryassophor genoemd. Hij heeft nog geen professie achter de rug, dus nog geen geloften afgelegd. De dienst wordt geleid door een Hieromonnik, een monnik die ook priester is. Het volgende niveau volgt een paar jaar later, naar het oordeel van de abt. De monnik wordt, eens temeer in een formele dienst, gewijd tot Stavrophor. Hij ontvangt symbolische onderscheidingen aan zijn habijt en de abt verhoogt zijn functie in de gebedsdiensten. Ook legt de monnik zijn geloften af. Ook deze dienst wordt geleid door een Hieromonnik. Het laatste niveau ten slotte heet Megaloschemos. Ook dit wordt 'uitgereikt' als de abt dat beslist. In sommige tradities wordt de monnik pas Megaloschemos op zijn sterfbed, in andere kan het al na 'slechts' 25 jaar. Monniken met deze rang leven meestal alleen. Orthodoxe monniken worden altijd aangesproken met 'Vader', tenzij ze novice zijn, maar ook als ze geen priester zijn. De abt heet hegumen of archimandriet. Orthodoxe nonnen worden altijd aangesproken met 'Moeder', tenzij ze novice zijn.

Zie ook


- Oblaat

Boeddhisme

Oblaat)]] De gemeenschap van boeddhistische monniken en nonnen wordt de Sangha genoemd. Monniken hebben een centrale functie in het boeddhistische openbare religieuze leven, wat gedeeltelijk verklaarbaar is doordat in veel boeddhistische landen en tradities er geen specifiek geestelijke 'zielzorg' functies voor de bevolking zijn, een rol die in het (katholieke) Westen door de priester of pastoor vervuld worden. Daarbij komt dat in het boeddhisme het kunnen achterlaten van het 'wereldse leven' als een goed en belangrijk element gezien wordt van het spirituele leven. In veel boedhistische landen is het gebruikelijk dat iedere daarvoor geschikte man een tijdje als monnik leeft, al of niet onder de hoede van een monnikengemeenschap. Er zijn hierdoor relatief veel monniken in het Boeddhisme. In Thailand alleen al zijn er zo'n 200.000 monniken, een aantal dat jaarlijks groeit tot 300.000 in de periode tussen juli en oktober, wanneer veel Thaise mannen het monnikschap tijdelijk opnemen. Er zijn ook boedhisten die, nadat hun of haar actieve gezinsleven en maatschappelijk leven is afgesloten, op latere leeftijd voorgoed monnik/non worden. Over het algemeen bestaan er in het boeddhisme de volgende soorten monniken en nonnen:
- Bhikkhu (Pali; Sanskriet: bhiksu): een boeddhistische monnik, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhus.
- Samanera (Pali): een mannelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samanera worden, geen bhikkhu.
- Bhikkhuni (Pali; Sanskriet: bhiksuni): non of zuster, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhunis.
- Samaneri (Pali): een vrouwelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samaneri worden, geen bhikkhuni Hierbuiten bestaat er ook een soort (tijdelijke) ordinatie voor leken, welke anagarika (Pali) heet. Deze traditie bestond ook al in de tijd van de Boeddha en een dergelijke vorm bestaat in meerdere landen. Een anagarika is traditioneel gezien een in het wit geklede (mannelijke of vrouwelijke) leek die in een klooster woont en de acht voorschriften volgt. Soms is een anagarika een postulant en dan is het slechts een tijdelijke (introductie) fase tot het monastisch leven. Het is echter ook mogelijk om anagarika te zijn gedurende het hele leven, of slechts voor een kortere tijd, zonder bhikkhu te willen worden. In sommige landen bestaan niet alle soorten monniken en nonnen. Soms werd wel het boeddhisme geintroduceerd in een land, maar gingen er geen monniken naar dat land toe. Voorbeelden hiervan zijn Japan (waar de originele boeddhistische monastische vorm nooit is geïntroduceerd), en Tibet (waar nooit bhikkhunis geweest zijn). Het dragen van een monnikenkleed is het symbool van het achterlaten van het normale wereldse leven; boeddhistische monniken worden daarom geacht altijd dit kleed te dragen, ook wanneer zij zich buiten een klooster bevinden.

Mahayana

In het Mahayana boeddhisme zijn er bhikkhus en bhikkhunis, en samaneras en samaneris. De tradities van bhikkhunis in China en Taiwan en Zuid-Korea zijn de enig overgebleven tradities van bhikkhunis ter wereld. Deze tradities gaan terug naar de tijd van de Boeddha, en zijn vanuit India en Sri Lanka in China, Taiwan en Zuid-Korea terecht gekomen.

Zen

In de grotere Zen kloosters in Japan is er een strenge hierarchie ingesteld, welke onderscheid maakt tussen beginnelingen en gevorderden. De zen monniken besteden een significant gedeelte van hun (zeer gestructureerde) dag over het algemeen aan zazen, een vorm van meditatie. In de Zen traditie zijn er overigens geen bhikkhus en bhikkunis, en geen vinaya en patimokkha; deze traditie is niet samen met de rest van het boeddhisme vanuit China in Japan beland. Japan heeft een eigen traditie van monniken, waarin de monniken tegenwoordig vaak meer een soort priester zijn, daar zij niet een consistent monniken-leven lijden. Zij zijn vaak getrouwd met vrouw en kinderen, beschikken over alle luxe, en de tempel is vaak hun persoonlijk bezit, een erfenis van hun vader die ook monnik was. De grotere Zen-kloosters zijn echter zeer strikt, maar monniken brengen vaak slechts een aantal jaren in deze striktere kloosters door, waarna zij teruggaan naar hun eigen tempeltje. Deze 'laxere' traditie is nog niet zo oud; zij werd zo'n honderd jaar geleden per keizerlijk besluit ingevoerd; de keizer beval in dit besluit de monniken te trouwen. Niet alle monniken deden dit echter.

Theravada

Het Theravada is de boeddhistische traditie die onder andere in Sri Lanka, Thailand en Myanmar gepraktizeerd wordt. In de Theravada traditie zijn er bhikkhus, samaneras, bhikkhunis en samaneris. Slechts sinds een aantal jaren zijn er weer Theravada bhikkhunis, nadat deze traditie sinds 800 jaar uitgestorven was in het Theravada. Deze nieuwe Theravada bhikkhunis hebben hun ordinatie in het Mahayana behaald, maar zijn zelf Theravada. Over het algemeen gesproken is ordinatie als Theravada bhikkhuni echter in veel traditionele Theravada landen controversieel, en de bhikkhunis worden hierdoor (nog) niet altijd erkend. Buiten deze 4 basis-vormen van het monastisch leven in het boeddhisme bestaan er nog een aantal soorten ordinatie welke alleen in het Theravada bestaan:
- Siladhara (Pali): in technische zin een Samaneri, volgt echter naast de tien voorschriften ook de extra regels en gebruiken van de Orde van Siladharas van Amaravati Buddhist Monastery en gerelateerde kloosters. Deze orde bestaat sinds 1979. De exra regels en gebruiken zijn gebaseerd op de voorschriften voor de bhikkhunis, maar zijn minder in aantal en ook minder streng.
- Mae Chiis (Thai): benaming voor vrouwelijke anagarikas in Thailand.
- Pah-Kauw (Thai): benaming voor mannelijke anagarikas in Thailand. In de Theravada traditie dragen monniken (en samaneras) oranje-bruine (Thailand en Sri Lanka) of bordeaux-rode (Myanmar en Sri Lanka) gewaden en scheren het hoofd kaal. Samaneris in Myanmar dragen een roze gewaad, terwijl bhikkhunis, siladharas en samaneris in overige landen veelal een donker rood/bruin gewaad dragen. In Myanmar dragen samaneris roze kledij. Mae Chiis dragen witte kledij. Monniken en nonnen kunnen verder vrijwillig de Dhutanga Vatta (Pali ondernemen, een verzameling van 13 licht-ascetische praktijken. Een bhikkhu die geen vaste verblijfplaats heeft en rondzwerft heet in Thailand een Toedong-monnik (Thai:Phra Toedong). Het woord 'toedong' is afgeleid van het Pali Dhutanga.

Tibetaans boeddhisme

In het Tibetaans boeddhisme zijn er bhikkhus, samaneras en samaneris. Tibet heeft nooit een traditie van bhikkhunis gekend. Een lama kan een monnik zijn, maar dat hoeft niet.

Hindoeïsme

In het hindoeïsme variëren de monastieke tradities al naar gelang de sekte. De termen sadhu en sanyasi zijn de meer algemene termen waarmee monniken, hermieten en asceten worden aangeduid en deze gaan meestal gekleed in safraan gekleurde gewaden. Historisch stond het monastieke pad meestal slechts open voor mannen, maar tegenwoordig accepteren sommige tradities ook wel nonnen. De Vaishnava monniken scheren hun hoofd op een klein plukje haar na, terwijl de Shaiva monniken in de meeste tradities hun haar en baard juist nooit afknippen. De geloftes van een Sadu verbieden meestal:
- het bezit van persoonlijke eigendommen, behalve een kom, een kop, twee sets kleding en medische hulpstukken zoals een bril.
- het hebben van contact met, het kijken naar of het zelfs maar denken aan of het zich ophouden in de buurt van een vrouw.
- eten uit genoegen.
- het bezitten of zelfs maar aanraken van geld of waardevolle zaken op welke manier en in welke vorm dan ook.
- persoonlijke relaties onderhouden.

Ananda Marga

Shaiva Ananda Marga kent zowel celibatair levende monniken en zusters (acharya's) als gehuwde acharya's. De ongehuwde acharya's dragen donker-oranje kledij, waarbij de monniken een tulband dragen en de zusters een kap en worden aangesproken als dada (oudere broer) of didi (oudere zus). Ze leven nooit in kloosters bij elkaar, maar volgen wel een hele serie monastieke leefregels (deels parallel aan die uit het boeddhisme) en leven een aktief en dienstbaar bestaan temidden van de samenleving. Zo moeten de monniken b.v. hun hoofdhaar en baard tot een bepaalde voorgeschreven minimale lengte laten groeien en mogen ze slechts zeer beperkt bezittingen hebben (twee sets kleding, één paar schoenen, etc.). De monniken en zusters volgen ongeveer dezelfde spirituele leefstijl als de "gewone" sadhaka's, maar mediteren bijvoorbeeld vaker, vasten vaker en hebben meer van dergelijke extra voorschriften en disciplines. Naast hun vrijwilligerswerk voor de samenleving zoals het stichten van scholen, tehuizen, meditatiecentra en het organiseren van noodhulp, hebben de acharya's ook specifieke taken binnen de samgha (letterlijk 'samen gaan', vereniging), zoals het leiden van huwelijksceremonies, naamgeefceremonies, begrafenis- en crematieceremonies en het leiden van spirituele retraites en wekelijkse groepsmeditaties. Daarnaast geven ze de verschillende individuele meditatielessen aan de "gewone" sadhaka's en kunnen ze hen specifieke yoga asana's voorschrijven.

Islam

Ook in de Islam kent men een traditie van monniken; de soefi traditie. De monniken van deze traditie worden soefis genoemd. Beginnelingen op het soefi pad heten derwisj. De derwisjen geloven dat liefde een projectie is van de essentie van God op het universum. Veel van de derwisjen zijn ascetische bedelmonniken die een gelofte van armoede hebben afgelegd, andere werken in gewone beroepen. Zo zijn de Egyptische Qadirieten vissers. Er zijn ook verscheidene dervisj broederschappen die teruggaan op verschillende islamitische heiligen en leraren, zoals Ali en Abu Bakr. Zij leven in een monastieke omgeving, ongeveer zoals de christelijke kloosterbroederschappen. Verscheidene sekten en subsekten zijn zo in de loop der eeuwen ontstaan en weer verdwenen. Het "werveldansen", dat beoefend wordt door de Mevlana sekte in Turkije, is een van de fysieke methoden om te trachten een spirituele extase (majdhb) en contact met Allah te bewerkstelligen. Rifgieten, ook wel bekend staand als de huilende derwisjen, snijden zichzelf met messen, pakken rood-gloeiende ijzers vast en eten hete kolen of levende slangen al naar gelang hun subsekte. Andere groepen waaronder de Bektashieten en de Senussi zijn meer orthodox in hun geloof. Weer andere broederschappen en subgroepen zingen verzen uit de Koran, spelen op drums of dansen in groepen, al naar gelang hun specifieke traditie. Iedere broederschap heeft zijn eigen kledij en wijze van toelating en initiatie, die erg streng kan zijn.

Jaïnisme

In het Jaïnisme heten monniken Digambaras. Deze monniken 'kleden' zich met lucht, wat er in de praktijk op neerkomt dat ze geen stoffen kleding dragen. Ze wijden hun leven aan het uitputten van hun Karma. Soms gebruiken ze een bezem om de grond schoon te vegen van kleine diertjes, zodat ze deze niet per ongeluk dood zullen trappen.

Externe links

Christendom


- [http://www.vhob.be/nieuwesite/index.cfm?CFID=46941&CFTOKEN=89861334 Mannelijke religieuzen in Vlaanderen]
- [http://www.kerknet.be/religieuzen/vrwelkom.html Vrouwelijke religieuzen in België]
- [http://www.knr.nl Konferentie Nederlandse Religieuzen]

Boeddhisme


- [http://www.amaravati.org/abm/english/nun.html Amaravati Buddhist Monastery] heeft meer informatie over de Orde van Siladharas. Categorie:Klooster Categorie:Rooms-katholieke Kerk ja:修道士

Non

Het woord monnik komt van het Griekse μοναχος (monachos), dat 'eenzaam' betekent en het woord μονος ("monos" : alleen). Met de aanduiding monnik wordt iemand bedoeld die vanuit religieuze overtuiging afziet van het stichten van een gezin en die voor een speciale levensinvulling kiest. Monniken wonen dikwijls bij elkaar in een klooster of abdij, waar ze een speciale dagindeling hebben die helemaal gewijd is aan oefening in en beoefening van hun religie. Er bestaan echter ook tradities waar de monniken niet bij elkaar wonen en een aktief bestaan hebben in de samenleving. Het leven van een monnik is een leven waarin men onder andere streeft naar de beleving van mystieke ervaringen in de vorm van diepe meditatieve staten (zoals jhanas), spirituele realizaties (zoals Nirvana of moksha), of een vereniging met God of goden. De weg van de meditatie speelt vaak een belangrijke rol in de levensstijl van een monnik. Bij de kloostermonniken is de rust en regelmaat van het kloosterleven uitermate geschikt voor contemplatie en meditatie. Ook veel leken (niet-kloosterlingen) bezoeken kloosters voor de rust die daar ervaren kan worden. De levensstijl van monniken bevat meestal diverse vormen van ascese; het zo veel mogelijk beperken van mentale en lichamelijke genietingen en de overstijging van de eigen lichamelijke begrenzingen, om zo te trachten de belemmeringen voor grotere geestelijke groei weg te nemen. De aanduiding voor een vrouwelijke monnik is moniaal of non. Omdat het woord non meestal als pejoratief wordt beschouwd is tegenwoordig het woord zuster meer gebruikelijk. Vele religies kennen monniken en zusters. Voorbeelden zijn het boeddhisme, het christendom, het hindoeïsme en de islam. Het onderscheid tussen moniaal en zuster wordt wel gemaakt om vrouwelijke contemplatieve religieuzen te onderscheiden van zogeheten "actieve" religieuzen. Monialen verblijven strikt binnen een klooster en houden zich aan een vorm van afsluiting van de buitenwereld. Actieve religieuzen zijn meer "in de wereld" actief, buiten de muren van een klooster of convent. Een in afzondering levende monnik wordt wel heremiet of yogi genoemd.

Christendom

(Zie ook: Christelijk kloosterwezen) (Zie ook: Getijden)

Rooms-katholicisme

Het Rooms-katholieke contemplatieve kloosterwezen bestaat uit een aantal grote families die elk onderverdeeld zijn in de zogenaamde orden. orden

- De oudste familie, die tegenwoordig uitgestorven is, is de familie van kloosters die leefden volgens de Ierse monnikenregels. De bekendste daarvan is de regel van Columbanus geweest. Deze kloosters kenmerkten zich door een grote nadruk op de ascese.
- De tweede familie, tegenwoordig nog de grootste en bekendste, is de Benedictijnse familie, die bestaat uit kloosters die leven volgens de regel van de heilige Benedictus van Nursia. Hiertoe behoren de Benedictijnen, de Cisterciënzers, de Trappisten, de Camaldulenzers, de Olivetanen en nog enkele kleinere gemeenschappen. De kloosters van de Ierse regels zijn grotendeels in deze familie overgegaan.
- De derde familie bestaat uit kloosters met de regel van Augustinus. Hiertoe behoren de Augustijner heremieten, de