:: wikimiki.org ::
| Profeet |
ProfeetHet Nederlandse woord profeet is afgeleid van het Griekse woord prophètès. In die taal betekent het zoiets als "openlijk spreken", maar ook "voorspellen". Het gaat dan om mannen en vrouwen (profeten en profetessen) die in spreken en handelen een boodschap verkondigen waarvan de inhoud niet afkomstig is van henzelf, maar van een god of godin die zichzelf aan hen openbaar maakt. Dat kan een boodschap over verleden en heden, maar ook een boodschap met voorspellend karakter voor de toekomst zijn. Het woord wordt in de Griekse oudheid overigens ook gebruikt voor dichters en priesters, waarvan men geloofde dat ook zij op enigerlei wijze kennis konden verkrijgen door middel van wat wij inspiratie zouden noemen.
Het woord profeet
Het woord is in de van oorsprong (Angel-)Saksische en Germaanse talen terechtgekomen via vertaling van de bijbel in de volkstaal. Er was voor dit woord geen alternatief, dus nam men klank en woordbeeld uit het Grieks over. In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het de Hebreeuwse Tenach, wordt het woord profeet gebruikt voor het Hebreeuwse nawie, dat zoiets als "wij zullen brengen" betekent. Ook in het Nieuwe Testament wordt het Griekse woord profeet gebruikt, waarbij men de praktijk van de newi'iem (meervoud van nawie) in gedachten heeft.
Verschillende profeten
De newi'iem krijgen in de Tenach een opdracht van God, (elohim of JHWH) die zij vaak als zwaar, doch onafwendbaar opvatten. Deze opdracht bestaat soms uit spreken, soms uit het voltrekken van bepaalde metaforische handelingen. Hiermee wordt een bepaalde boodschap overgebracht van God naar hun volk, waarvan de inhoud soms troostend, dikwijls echter waarschuwend is ("keer u om van de dwaalwegen en wandel in de weg van uw God!").
Ook in andere religies dan jodendom en christendom is sprake van personen met de functie zoals beschreven van de newi'iem. Volgens de islam is Mohammed de laatste profeet van God (Allah). Het zou om een voltooiing van een reeks van 125.000 profeten gaat, maar niemand weet dit aantal precies. In de koran is sprake van 25 met naam genoemde profeten, zoals Isa, Ibrahim en Musa.
Van de nieuwere profetische religies is de kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen wellicht het bekendste, waar de volgelingen tot op de dag van vandaag door hun leider nieuwe boodschappen van God worden doorgegeven. In pinkstergemeenten en andere evangelische richtingen van het christendom spelen profeten ook nog steeds een rol, alhoewel hun functie vaak niet met het leiderschap samenvalt.
Valse profeten
Voor profeten die niet de macht hebben, kan de verleiding groot zijn de boodschap aan te passen aan de wensen van de leider(s). Hiermee wordt dan het leiderschap ondersteund, maar dat gaat ten koste van de bijsturende functie die profeten idealiter hebben. Voor zulke opportunistische 'profeten' is in het Hebreeuws zelfs een apart woord: newie-sjeker (= leugenprofeet).
Categorie:Profeet
ja:預言者
GrieksHet Grieks is een van de Indo-Europese talen. Het werd door de Achaeërs naar Griekenland gebracht rond 1700 voor Christus. In eerste instantie waren er verschillende gesproken dialecten, met als belangrijkste groepen: Ionisch-Attisch, Dorisch en Aeolisch Grieks.
Het eerste schrift voor deze taal is Lineair B. Sinds de tijd van de klassieken is de taal geschreven in het Griekse alfabet, dat 24 letters omvat.
Attisch Grieks was de taal die gesproken werd in Athene. De meerderheid van de literatuur die uit die tijd nog bewaard is gebleven, is in dit dialect geschreven. Alexander de Grote speelde een belangrijke rol in het samenvoegen van deze dialecten tot Koinè-Grieks (naar het Griekse woord voor algemeen). Door de eentaligheid van zijn leger werd de communicatie makkelijker. Ook leerden de bewoners van bezette gebieden dit Koinè, waardoor het de status van "wereldtaal" kreeg. Koinè-Grieks werd dan ook de lingua franca in het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk (ook wel Byzantijnse Rijk). Het moderne Grieks stamt hiervan af.
Geschiedenis van het Grieks
Oud-Grieks
Zonder twijfel is het Grieks de oudst betuigde taal in Europa: bijna 30 eeuwen wordt er Grieks geschreven. En ook al verschilt het moderne Grieks natuurlijk heel sterk van het klassieke, toch zal de kenner vlug merken dat de historische evolutie het innerlijke wezen van de taal niet ingrijpend heeft gewijzigd. Het klassieke Latijn verdween vrij vroeg als gesproken taal en ging op in zijn dochtertalen: de Romaanse talen; het Grieks daarentegen is zelf nooit verdwenen, en ging ook nooit over in dochtertalen.
In de archaïsche en klassieke periode was het Grieks zeker geen eenheidstaal: er bestonden onderling sterk afwijkende dialecten, die te herleiden zijn tot volgende hoofdgroepen:
- het Dorisch: in de Peloponnesus, op Kreta en de zuidelijke Cycladen,
- het Ionisch: op de eilanden, in zuidelijk Klein-Azië,
- het Aeolisch: in Thessalië, Boeotië en noordelijk Klein-Azië.
Attisch
Omdat Athene in de klassieke periode als het belangrijkste economische en culturele centrum van de Griekse wereld gold, verspreidde het lokale Ionisch-Attische dialect -de taal van Xenophon, Sophocles, Plato en Demosthenes- zich buiten zijn oorspronkelijke grenzen en groeide het uit tot een soort algemene omgangstaal in de Griekssprekende gebieden. Dit is dan ook de reden dat in onze scholen hoofdzakelijk de Attische grammatica wordt onderwezen.
Koinè-Grieks
Met de veroveringen van Alexander de Grote dringt het Attisch door naar het Oosten en wordt, gedurende de gehele Hellenistische periode, dé wereldtaal bij uitstek. De oude dialecten waren verdrongen en stierven uit ten voordele van een veralgemeend Grieks, dat men de "koinè (glootta)" - noemde. Zelfs de Romeinse veroveraars spraken onder elkaar bij voorkeur koinè-Grieks, om hun culturele bagage te etaleren, en ook de boeken van het Nieuwe Testament werden in deze taal geschreven en verspreid. Het Grieks wordt de taal van het vroegste christendom en vervolgens van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Imperium, waar het Latijn langzaam maar zeker in onbruik raakte. Dan voltrekt zich een evolutie die bij meer wereldtalen merkbaar is: om de bruikbaarheid te verhogen moeten de grammaticale moeilijkheden gereduceerd worden. Dat gebeurde reeds in de klassieke periode met de dualis-vormen (het "tweevoud"). In het koinè-stadium raakten de datief en de optatief steeds meer in onbruik om uiteindelijk, op een paar versteende uitdrukkingen na, geheel te verdwijnen.
Byzantijns Grieks
In de Byzantijnse Middeleeuwen vallen ook de infinitieven weg, evenals de oude futurum-, perfectum- en plusquamperfectumvormen, ten voordele van sterk vereenvoudigde omschrijvingen met hulpwerkwoorden (zoals in andere moderne talen). Daarnaast nam het Grieks doorheen zijn geschiedenis vele leenwoorden op uit de talen van de volken waarmee de Grieken -vaak met tegenzin- geconfronteerd werden, o.a.:
- uit het Latijn (van de Romeinse veroveringen tot de val van Rome)
- uit het Italiaans (tijdens de Venetiaanse bezetting)
- uit het Turks (tijdens de Turkse bezetting van 1453 tot 1830)
- uit het Frans en het Engels (in de moderne tijden)
De verovering door de Turken betekent het definitieve einde van het Grieks als taal van wetenschap en cultuur. De meeste Byzantijnse intellectuelen vluchtten naar het Westen (waar zij o.a. bijdroegen aan het ontstaan van de Renaissance). Vier eeuwen lang leeft het Grieks nog slechts als de spreektaal van een verarmde, cultureel onmondig gehouden bevolking, die ondanks het schrikbewind haar eigenheid weet te bewaren.
Nieuwgrieks
Wanneer dan, rond 1830, het Ottomaanse juk wordt afgeschud, wenst men alles wat aan de islam herinnert zo spoedig mogelijk uit het openbare leven te bannen, en zeker niet in het minst de sterke Turkse invloeden in de Griekse volkstaal, de "dimotikí (glossa)" δημοτική (γλώττα). Daarom opteert de kersverse Griekse regering voor een terugkeer naar de "geleerdentaal" van de Byzantijnse christenheid, de "katharèvousa (glossa)" καθαρεύουσα (γλώττα).
Maar de omschakeling verloopt minder vlot dan gewenst: buiten de bestuurlijke, kerkelijke en wetenschappelijke schrijftaal, de "katharèvousa", blijft het Griekse volk de "dimotikí" met haar eenvoudiger syntaxis hanteren als spreektaal, hierbij gesteund door een aantal toonaangevende letterkundigen.
Zo kreeg Griekenland dan zijn eigen taalkwestie. Bij het einde van de 19e eeuw bereikt de academische polemiek tussen de taalpuristen en de "vulgaristen" zijn hoogtepunt: een nieuwe "hertaling" van de Evangeliën in de dimotikí lokte in 1902 zelfs relletjes uit in de straten van Athene, waarbij een aantal mensen het leven verloor.
Momenteel bestaan er dan ook in Griekenland nog steeds twee taalidiomen: enerzijds de "geleerde" en archaïsche "katharèvousa", die in de praktijk nog enkel door de Grieks-Orthodoxe liturgie wordt gehanteerd (en stilaan uitsterft) en anderzijds de vlotte en gemakkelijker hanteerbare "dimotikí", de gesproken taal van de media en de literatuur. De twee taal- (én spellings-!)vormen beïnvloeden elkaar sterk, en bijgevolg is er vaak weinig uniformiteit in de spelling en de syntaxis van het eigentijdse geschreven Grieks.
In 1981 treedt Griekenland als 10e lidstaat toe tot de Europese Gemeenschap. In het kader van een algemene vereenvoudiging besluit een parlementaire commissie in 1982 een spellingwijziging door te voeren: de oude spiritustekens -sinds eeuwen reeds overbodig- worden niet meer genoteerd, en de ingewikkelde accentregels sterk vereenvoudigd (nog één enkel accentteken, op de lettergreep die de klemtoon draagt).
Aan het begin van de 21e eeuw bestaat er een tendens om voor de moderne Griekse omgangstaal de term kini neo-elliniki glossa (gemeenschappelijke Nieuw-Griekse taal) te gebruiken.
Griekstaligen in de wereld
Het Grieks is de officiële taal in:
#Griekenland
#Cyprus
Er zijn autochtone Griekstalige minderheden in
#Albanië: in (Noord-Epirus) is er een Griekstalige minderheid.
#Italië: in Puglia en Calabria spreken 40.000 mensen het zgn. Griko of Grecanico.
#Turkije: krachtens het Verdrag van Lausanne van 1923 werd de Griekstalige minderheid in Istanbul niet opgenomen in de bevolkingsruil tussen beide landen.
#Oekraïne en Georgië: hier wonen een 100.000 zgn. "Pontische" Grieken.
#In Hongarije is het Grieks een van de 10 erkende minderheidstalen.
#Libanon, Israël en Egypte
Daarnaast zijn er Griekse emigrantengemeenschappen in West-Europa, Noord-Amerika en Australië.
Interne links
- Het griekse alfabet
Externe link
- [http://www.let.uu.nl/hist/goac/coogrieks/overzichtsgrammatica/index.html De Universiteit van Utrecht] heeft een overzichtspagina voor grammatica
- [http://www.perseus.tufts.edu/cgi-bin/resolveform?display=&lang=greek De LSJ] een zeer uitgebreid (klassiek) Grieks/Engels Engels/Grieks woordenboek
Categorie:Griekenland
Categorie:Indo-Europese taalfamilie
Categorie:Natuurlijke taal
als:Griechische Sprache
ja:ギリシア語
ko:그리스어
ms:Bahasa Greek
simple:Greek language
th:ภาษากรีก
DichterEen dichter is een schrijver die gespecialiseerd is in het schrijven van poëzie (gedichten).
Nederland heeft een Dichter des Vaderlands.
Zie ook:
- Lijst van Nederlandstalige dichters
- Lijst van Engelstalige dichters
- Lijst van dichters
- Dichters in de Gouden Eeuw
Categorie:Beroep
Categorie:Dichter
ja:??
Priester
(Afgeleid van het Griekse presbuteros dat oudste (van de gemeente) of ouderling betekent)
Een priester is een tussenpersoon tussen God (goden) en de mensen en komt in veel religies voor, zoals het boeddhisme, hindoeïsme, christendom en vele andere. Een priester is meestal een man, maar kan ook een vrouw zijn, afhankelijk van de voorschriften van de religie.
Binnen de hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk is een priester een man die, na een opleiding van 6 à 7 jaar aan een seminarie of ander vormingsinstituut, van een bisschop de priesterwijding heeft ontvangen. Door deze sacramentele wijding krijgt hij de bevoegdheid om te preken en de sacramenten toe te dienen. Een belangrijke functie is de offerhandeling, het Misoffer in de katholieke theologie. Het woord priester staat in het Nederlands dan ook vaak gelijk aan: "offeraar aan God of goden".
Uitdrukkelijk vindt men de functies van de priester binnen het Christendom terug in de aloude (Latijnse) riten die de bisschop over de zojuist gewijde priester uitspreekt:
Gewaardig u, Heer, om deze handen te wijden en te heiligen door deze zalving en onze zegening. Dat al hetgeen zij mogen zegenen gezegend zij, and al hetgeen zij toewijden toegewijd en geheiligd moge zijn, in de naam van Onze Heer Jezus-Christus. (...) Ontvang de macht aan God het Offer op te dragen en de Mis te vieren zowel voor de levenden als de doden, in de Naam des Heren.
Vroeger behoorde de priesterwijding in de katholieke Kerk tot de Hogere Wijdingen, waarvan zij de hoogste trap was.
Seculiere en reguliere geestelijkheid
Een priester belooft bij zijn wijding gehoorzaamheid, ofwel aan de bisschop die hem wijdt, ofwel aan een overste van een religieuze orde, klooster of congregatie.
De eerstgenoemde noemt men seculiere geestelijkheid. Zij worden door de bisschop benoemd, tot leraar in een bisschoppelijk college; tot aalmoezenier van een ziekenhuis, rusthuis, van het leger of een beweging; of binnen een parochie (de pastoor en de parochievicaris - ook kapelaan of onderpastoor genoemd).
Hen die aan een overste gehoorzaamheid beloofden, noemt men reguliere geestelijkheid: zij volgen een bepaalde levensregel (van de Heilige Benedictus of de Heilige Augustinus) en leven samen met andere broeders (niet-priesters) en paters (priesters). Zij krijgen hun taak van hun overste, die hen eventueel ter beschikking kan stellen van de plaatselijke bisschop om in zijn bisdom een taak op zich te nemen. Ook zij kunnen dus tot pastoor benoemd worden, maar slechts met instemming van hun overste.
Externe link
- [http://www.katholieknederland.nl/documents/kerkdoc/priesterherderenleidsman.doc De priester, herder en leidsman van de parochiegemeenschap] - Instructie van de Congregatie voor de Clerus (4 augustus 2002)
- [http://www.ecclesiadei.nl/rkstat/graphs06.html Aantal priesters en priesterwijdingen per bisdom in Nederland] - Statistieken van 1950 tot 1996
Categorie:Beroep
Categorie:Kerkelijke titulatuur
Categorie:Religie
Categorie:Religieus leider
Categorie:Priester
ja:司祭
GrieksHet Grieks is een van de Indo-Europese talen. Het werd door de Achaeërs naar Griekenland gebracht rond 1700 voor Christus. In eerste instantie waren er verschillende gesproken dialecten, met als belangrijkste groepen: Ionisch-Attisch, Dorisch en Aeolisch Grieks.
Het eerste schrift voor deze taal is Lineair B. Sinds de tijd van de klassieken is de taal geschreven in het Griekse alfabet, dat 24 letters omvat.
Attisch Grieks was de taal die gesproken werd in Athene. De meerderheid van de literatuur die uit die tijd nog bewaard is gebleven, is in dit dialect geschreven. Alexander de Grote speelde een belangrijke rol in het samenvoegen van deze dialecten tot Koinè-Grieks (naar het Griekse woord voor algemeen). Door de eentaligheid van zijn leger werd de communicatie makkelijker. Ook leerden de bewoners van bezette gebieden dit Koinè, waardoor het de status van "wereldtaal" kreeg. Koinè-Grieks werd dan ook de lingua franca in het oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk (ook wel Byzantijnse Rijk). Het moderne Grieks stamt hiervan af.
Geschiedenis van het Grieks
Oud-Grieks
Zonder twijfel is het Grieks de oudst betuigde taal in Europa: bijna 30 eeuwen wordt er Grieks geschreven. En ook al verschilt het moderne Grieks natuurlijk heel sterk van het klassieke, toch zal de kenner vlug merken dat de historische evolutie het innerlijke wezen van de taal niet ingrijpend heeft gewijzigd. Het klassieke Latijn verdween vrij vroeg als gesproken taal en ging op in zijn dochtertalen: de Romaanse talen; het Grieks daarentegen is zelf nooit verdwenen, en ging ook nooit over in dochtertalen.
In de archaïsche en klassieke periode was het Grieks zeker geen eenheidstaal: er bestonden onderling sterk afwijkende dialecten, die te herleiden zijn tot volgende hoofdgroepen:
- het Dorisch: in de Peloponnesus, op Kreta en de zuidelijke Cycladen,
- het Ionisch: op de eilanden, in zuidelijk Klein-Azië,
- het Aeolisch: in Thessalië, Boeotië en noordelijk Klein-Azië.
Attisch
Omdat Athene in de klassieke periode als het belangrijkste economische en culturele centrum van de Griekse wereld gold, verspreidde het lokale Ionisch-Attische dialect -de taal van Xenophon, Sophocles, Plato en Demosthenes- zich buiten zijn oorspronkelijke grenzen en groeide het uit tot een soort algemene omgangstaal in de Griekssprekende gebieden. Dit is dan ook de reden dat in onze scholen hoofdzakelijk de Attische grammatica wordt onderwezen.
Koinè-Grieks
Met de veroveringen van Alexander de Grote dringt het Attisch door naar het Oosten en wordt, gedurende de gehele Hellenistische periode, dé wereldtaal bij uitstek. De oude dialecten waren verdrongen en stierven uit ten voordele van een veralgemeend Grieks, dat men de "koinè (glootta)" - noemde. Zelfs de Romeinse veroveraars spraken onder elkaar bij voorkeur koinè-Grieks, om hun culturele bagage te etaleren, en ook de boeken van het Nieuwe Testament werden in deze taal geschreven en verspreid. Het Grieks wordt de taal van het vroegste christendom en vervolgens van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Imperium, waar het Latijn langzaam maar zeker in onbruik raakte. Dan voltrekt zich een evolutie die bij meer wereldtalen merkbaar is: om de bruikbaarheid te verhogen moeten de grammaticale moeilijkheden gereduceerd worden. Dat gebeurde reeds in de klassieke periode met de dualis-vormen (het "tweevoud"). In het koinè-stadium raakten de datief en de optatief steeds meer in onbruik om uiteindelijk, op een paar versteende uitdrukkingen na, geheel te verdwijnen.
Byzantijns Grieks
In de Byzantijnse Middeleeuwen vallen ook de infinitieven weg, evenals de oude futurum-, perfectum- en plusquamperfectumvormen, ten voordele van sterk vereenvoudigde omschrijvingen met hulpwerkwoorden (zoals in andere moderne talen). Daarnaast nam het Grieks doorheen zijn geschiedenis vele leenwoorden op uit de talen van de volken waarmee de Grieken -vaak met tegenzin- geconfronteerd werden, o.a.:
- uit het Latijn (van de Romeinse veroveringen tot de val van Rome)
- uit het Italiaans (tijdens de Venetiaanse bezetting)
- uit het Turks (tijdens de Turkse bezetting van 1453 tot 1830)
- uit het Frans en het Engels (in de moderne tijden)
De verovering door de Turken betekent het definitieve einde van het Grieks als taal van wetenschap en cultuur. De meeste Byzantijnse intellectuelen vluchtten naar het Westen (waar zij o.a. bijdroegen aan het ontstaan van de Renaissance). Vier eeuwen lang leeft het Grieks nog slechts als de spreektaal van een verarmde, cultureel onmondig gehouden bevolking, die ondanks het schrikbewind haar eigenheid weet te bewaren.
Nieuwgrieks
Wanneer dan, rond 1830, het Ottomaanse juk wordt afgeschud, wenst men alles wat aan de islam herinnert zo spoedig mogelijk uit het openbare leven te bannen, en zeker niet in het minst de sterke Turkse invloeden in de Griekse volkstaal, de "dimotikí (glossa)" δημοτική (γλώττα). Daarom opteert de kersverse Griekse regering voor een terugkeer naar de "geleerdentaal" van de Byzantijnse christenheid, de "katharèvousa (glossa)" καθαρεύουσα (γλώττα).
Maar de omschakeling verloopt minder vlot dan gewenst: buiten de bestuurlijke, kerkelijke en wetenschappelijke schrijftaal, de "katharèvousa", blijft het Griekse volk de "dimotikí" met haar eenvoudiger syntaxis hanteren als spreektaal, hierbij gesteund door een aantal toonaangevende letterkundigen.
Zo kreeg Griekenland dan zijn eigen taalkwestie. Bij het einde van de 19e eeuw bereikt de academische polemiek tussen de taalpuristen en de "vulgaristen" zijn hoogtepunt: een nieuwe "hertaling" van de Evangeliën in de dimotikí lokte in 1902 zelfs relletjes uit in de straten van Athene, waarbij een aantal mensen het leven verloor.
Momenteel bestaan er dan ook in Griekenland nog steeds twee taalidiomen: enerzijds de "geleerde" en archaïsche "katharèvousa", die in de praktijk nog enkel door de Grieks-Orthodoxe liturgie wordt gehanteerd (en stilaan uitsterft) en anderzijds de vlotte en gemakkelijker hanteerbare "dimotikí", de gesproken taal van de media en de literatuur. De twee taal- (én spellings-!)vormen beïnvloeden elkaar sterk, en bijgevolg is er vaak weinig uniformiteit in de spelling en de syntaxis van het eigentijdse geschreven Grieks.
In 1981 treedt Griekenland als 10e lidstaat toe tot de Europese Gemeenschap. In het kader van een algemene vereenvoudiging besluit een parlementaire commissie in 1982 een spellingwijziging door te voeren: de oude spiritustekens -sinds eeuwen reeds overbodig- worden niet meer genoteerd, en de ingewikkelde accentregels sterk vereenvoudigd (nog één enkel accentteken, op de lettergreep die de klemtoon draagt).
Aan het begin van de 21e eeuw bestaat er een tendens om voor de moderne Griekse omgangstaal de term kini neo-elliniki glossa (gemeenschappelijke Nieuw-Griekse taal) te gebruiken.
Griekstaligen in de wereld
Het Grieks is de officiële taal in:
#Griekenland
#Cyprus
Er zijn autochtone Griekstalige minderheden in
#Albanië: in (Noord-Epirus) is er een Griekstalige minderheid.
#Italië: in Puglia en Calabria spreken 40.000 mensen het zgn. Griko of Grecanico.
#Turkije: krachtens het Verdrag van Lausanne van 1923 werd de Griekstalige minderheid in Istanbul niet opgenomen in de bevolkingsruil tussen beide landen.
#Oekraïne en Georgië: hier wonen een 100.000 zgn. "Pontische" Grieken.
#In Hongarije is het Grieks een van de 10 erkende minderheidstalen.
#Libanon, Israël en Egypte
Daarnaast zijn er Griekse emigrantengemeenschappen in West-Europa, Noord-Amerika en Australië.
Interne links
- Het griekse alfabet
Externe link
- [http://www.let.uu.nl/hist/goac/coogrieks/overzichtsgrammatica/index.html De Universiteit van Utrecht] heeft een overzichtspagina voor grammatica
- [http://www.perseus.tufts.edu/cgi-bin/resolveform?display=&lang=greek De LSJ] een zeer uitgebreid (klassiek) Grieks/Engels Engels/Grieks woordenboek
Categorie:Griekenland
Categorie:Indo-Europese taalfamilie
Categorie:Natuurlijke taal
als:Griechische Sprache
ja:ギリシア語
ko:그리스어
ms:Bahasa Greek
simple:Greek language
th:ภาษากรีก
SeptuagintaSeptuagint of Septuaginta (Lat. = zeventig), vaak afgekort tot LXX (= 70 in Romeinse cijfers), is de naam voor de Griekse vertaling van de Tenach (onder christenen beter bekend als "Oude Testament") die tussen circa 250 v. Chr. en 100 v. Chr. werd gemaakt. Volgens de legende gebeurde dit door 70 of 72 vertalers die hoewel onafhankelijk werkend op miraculeuze wijze toch allen dezelfde vertaling maakten. Dit werd uitgelegd als een teken van goedkeuring door God van deze Grieks/Hebreeuwse vertaling. In eerste instantie was deze vertaling ten behoeve van de grote groep Griekstalige joden in Egypte. Deze spraken namelijk niet meer Hebreeuws als moedertaal. Volgens de Brief van Aristeas wilde bovendien de Hellenistische koning van Egypte Ptolemeus II Philadelphos een vertaling voor zijn groeiende bibliotheek, maar de meeste historici staan hier sceptisch tegenover.
Voor de christenen is de LXX van grote betekenis geweest bij hun zendingswerk. De meeste bekeerlingen in de eerste eeuwen waren namelijk Griekstalig en deze hadden met de LXX direct een vertaling van het OT bij de hand. Het belang van de LXX blijkt verder uit het feit dat veel citaten uit het OT in de brieven en de evangelien uit de LXX zijn en niet uit de masoretische Hebreeuwse tekst. Zo zijn in het bijbelboek Mattheus alle aanhalingen uit het Oude Testament uit de Griekse LXX genomen en niet rechtstreeks uit het Hebreeuws.
Oorsprong en betrouwbaarheid
Vroegere tekstcritici veronderstelden dat de LXX een vertaling van de Masoretische tekst (MT) was. Door nieuwe tekstvondsten gaat men er nu van uit dat de LXX en de hedendaagse MT beiden vertalingen zijn van een nog oudere inmiddels verloren gegane Hebreeuwse versie ook wel genaamd de Vorlage. Bij een vergelijking met de eveneens zeer oude Samaritaanse Torah (ST) komt men ook tot deze conclusie. Vaak lijken de Samaritaanse Torah en LXX meer op elkaar dan op de MT. Ook heeft de MT bij verschillende boeken meer uitweidingen dan de LXX en de ST. Dit kan er op wijzen dat de LXX eerder een vaste vorm verkreeg dan de MT en dus van een oudere bron uitgaat dan de MT.
De LXX was gedurende het Hellenisme en de eerste eeuwen van het christendom de belangrijkste en meest gebruikte bijbelvertaling, ook bij de joden. Bij de joden verdween langzaam het gebruik na het jaar 100 als reactie op het gebruik van de LXX in de christelijke kerk. Ook kwam toen de Masoretische tekst definitief tot stand en werd voortaan gestandaardiseerd overgeschreven voor de Joodse traditie tot op de huidige dag. Na 300 kwamen er ook andere vertalingen zoals de Latijnse vulgata in gebruik voor nieuwe nietgrieks sprekende christenen. Tegenwoordig is de LXX alleen nog de standaard tekst voor de Grieks Orthodoxe kerk. Nieuwe bijbelvertalingen van het OT maken meestal gebruik van de Masoretische grondtekst en niet meer van de LXX.
Overigens zijn de echt belangrijke verschillen tussen deze verschillende vertalingen in aantal gering en hebben meestal betrekking op getallen of volgorde van verzen. In het Hebreeuws, Aramees en Grieks worden voor getallen lettertekens gebruikt en een kleine verschrijving kan dan een heel ander getal opleveren. De belangrijke dogmatische punten van het OT zijn in alle vertalingen vrijwel hetzelfde.
De boeken van de Septuagint
Externe links
- [http://students.cua.edu/16kalvesmaki/lxx/ LXX online]
- [http://www.users.dircon.co.uk/~hancock/sept.zip LXX als MS Word document.]
- [http://www.lxx.org Studiebijbel met het OT vertaald uit de LXX]
- [http://www.christian-thinktank.com/baduseot.html Een verdediging van de citaten uit de LXX door de NT schrijvers.]
- [http://www.scripturecatholic.com/septuagint.html Septuaginta verwijzingen in het NT door John Salza]
Categorie:Hebreeuwse bijbel
Categorie:Bijbelvertaling
ja:七十人訳聖書
HebreeuwsHet Hebreeuws, in de moderne vorm ook wel Ivriet genoemd, is een van de twee officiële talen en de belangrijkste spreektaal in Israël.
Semitische talen
Hebreeuws behoort tot de Semitische talen. In diezelfde taalgroep bevinden zich talen als Arabisch, Aramees, Akkadisch en (gedeeltelijk) Egyptisch. Een kenmerk van veel Semitische talen, zoals het Hebreeuws, is het zogenaamde triconsonantalisme. Bijna alle woorden kunnen herleid worden tot drie consonanten (medeklinkers), de radicalen, die de wortel (radix) van het woord vormen. Sommige radicaalstammen zijn 'afgesleten' of 'uitgehold', zodat er soms nog maar twee radicalen zichtbaar zijn. Er zijn ook stammen die uit meer dan drie radicalen bestaan, soms onder invloed van andere talen. En dan zijn er nog de leenwoorden, waarvoor de linguïstische wetten van het Hebreeuws uiteraard niet gelden.
Van rechts naar links
Hebreeuws wordt van rechts naar links geschreven met het Hebreeuwse alfabet. De reden waarom de Semitische talen, die begonnen met letters als "vertaling" van een enkele klankuitdrukking, van rechts naar links werden en worden geschreven, is omdat het in de beginjaren van het schrift op stenen tafelen werd "geschreven" met hamer en beitel. Men hield de beitel in de linkerhand en de hamer in de rechterhand, zodat het "schrijven" het makkelijkst werd gedaan van de rechter kant naar de linkerkant. In feite werd er in die tijd ook regelmatig boustrophedon (letterlijk: zoals een os ploegt) geschreven, dat wil zeggen: afwisselend van rechts naar links en van links naar rechts. Het feit dat de tekens in steen werden gegraveerd of gebeiteld verklaart tevens, waarom het Fenicische alfabet en het Paleo-hebreeuwse alfabet zeer hoekige en rechte tekens hebben.
Taalfasen
Er worden verschillende taalfasen onderscheiden: het bijbels, rabbijns, middeleeuws en modern Hebreeuws.
Bijbels Hebreeuws
Het Bijbels Hebreeuws, ook wel het Klassiek Hebreeuws, is de taal waarin de Tenach is geschreven.
Rabbijns Hebreeuws
Vanaf ongeveer 200 n.Chr. werden bepaalde joodse juridisch-religieuze en zgn. halachische teksten te boek gesteld, in de vorm van de Misjna, de Tosefta en andere werken. Deze rabbijnse literatuur werd decennialang, zo niet eeuwenlang mondeling overgeleverd. Het karakter van de teksten maakt het goed mogelijk ze uit het hoofd te leren. De taalfase van deze teksten wordt vaak Rabbijns Hebreeuws genoemd, omdat de auteurs van de teksten "rabbijnen" heten (hebr. "rav", meester, heer). De twee grote tekstverzamelingen met de naam Talmoed (de Babylonische Talmoed en de Palestijnse Talmoed, naar het gebied waar de redactie plaatsvond) zijn deels een soort commentaar en aanvulling op de Misjna. De taal die hiervoor werd gebruikt is grotendeels Aramees.
Middeleeuws Hebreeuws
De Middeleeuwen brachten aanzienlijke vernieuwingen in de Hebreeuwse taal, en wel voornamelijk als schrijftaal. De meeste ontwikkelingen op taalkundig gebied, inclusief een seculiere literatur, vonden plaats in Spanje, onder de islamitische overheersing. In veel mindere mate was ook in Italië belangrijk, vooral voor romantische poëzie. In Spanje waren dichters zoals Ibn Gevrirol en Yehuda Halevi actief. Hun gedichten en andere literatuur besloegen een wijd genre. Voor deze literatuur, alsook de medische en religieuze lectuur van bijvoorbeeld Maimonides, moesten nieuwe woorden en uitdrukkingen in het Hebreeuws worden ontwikkeld.
Rabbijnen als Maimonides vertaalden hun werk naar dit Hebreeuws, na het eerst in het Arabisch in omloop te hebben gebracht.
Modern Hebreeuws
Als gesproken taal is het Hebreeuws eeuwenlang een 'dode taal' geweest, in de zin dat mensen het niet gebruikten voor dagelijkse communicatie. In de joodse godsdienst werd de taal echter altijd gebruikt en onderwezen.
Het Hebreeuws werd opnieuw een levende taal begin 19e eeuw, waarbij het geleidelijk een aantal andere door joden gesproken talen, zoals Jiddisch en Ladino, verving. Eliezer Ben Yehuda was de voornaamste pionier van moderne Hebreeuws. Hij was toonaangevend in een beweging die probeerde het Hebreeuws nieuw leven in te blazen. Dat hield niet alleen in dat mensen moesten leren het actief te gaan spreken en gebruiken, maar ook dat er nieuwe woorden gecreëerd moesten worden voor allerlei zaken die er nog niet waren toen de Tenach in het Hebreeuws werd opgeschreven en toen de taal intensief werd gebruikt, in de tijd van de rabbijnen. De taal kende geen woorden voor bijvoorbeeld trein, telefoon en fiets, en later tv, magnetron en computer. Zo ontstond het Modern Hebreeeuws.
De "Commissie van de Hebreeuwse taal" houdt zich bezig met het creëren van nieuwe woorden. Dat garandeert overigens niet dat die woorden ook geaccepteerd en in gebruik genomen worden door de bevolking. Sommige woorden, zoals het woord voor computer: 'machshev' (bereken-object), vinden onmiddellijk ingang, maar andere uitgevonden woorden worden aan de kant geschoven voor populaire leenwoorden, zoals bijvoorbeeld sach-rachok (ver-spreker) dat het moest afleggen tegen telefon.
Ivriet
Met name aanhangers van het Zionisme of (ex-)Nederlanders die naar Israël zijn geëmigreerd, gebruiken de naam 'Ivriet' voor het Hebreeuws zoals dat tegenwoordig in Israël als voertaal in gebruik is. Ivriet wordt dan in tegenstelling tot Hebreeuws gebruikt, dat oud-Hebreeuws zou moeten beduiden. Het gebruik van deze term is echter uit een misverstand afkomstig. Hebreeuws is simpelweg de Nederlandstalige term voor Ivriet, hetgeen Hebreeuws in het Hebreeuws betekent. Het moderne Hebreeuws, herleefd door Eliezer Ben-Yehuda, is slechts een nieuwe generatie van dezelfde taal.
Invloed op het Nederlands
Via het Jiddisch, het christendom en het jodendom zijn veel Hebreeuwse woorden tot het Nederlands doorgedrongen (al dan niet officieel). Als voorbeeld hiervan de volgende woorden:
- bajes (van bajit = huis)
- bolleboos (van ba'al bajit = huisbaas, heer des huizes).
- goochem (van chacham =w ijsneus)
- hallelujah (= loof God)
- jajem (van jajin = wijn)
- jat, jatten (van het aanwijsstokje met een handje, de 'jat')
- joetje (van de letter jod met nummerwaarde 10)
- koosjer (van kasjer = toegestaan)
- mazzel en broche (van mazzal en bracha = geluk en zegen)
- mesjogge (van mesjoega = gek)
- mokum (stad)
- ponem (van paniem = gezicht)
Zie ook
- Hebreeuws alfabet
- Jiddisch
- Sjwa
- Tseree
Categorie:Natuurlijke taal
Categorie:Jodendom
Categorie:Cultuur in Israël
categorie:Semitische taal
ja:ヘブライ語
ko:히브리어
simple:Hebrew language
th:ภาษาฮีบรู
Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament is de naam van het tweede gedeelte van de bijbel. Het werd geschreven na de geboorte van Jezus. Het begrip is een vertaling uit het Latijn van Novum Testamentum, wat een vertaling is uit het Grieks van Η Καινη Διαθηκη, Hê Kainê Diathêkê, hetgeen "Het Nieuwe Verbond of "Het Nieuwe Testament" betekent. De vroege christenen gebruikten het oorspronkelijk om hun relatie met God aan te geven.
Het Nieuwe Testament beschrijft daden en woorden van Jezus die volgens het christendom en het Nieuwe Testament de Messias (de Christus) en de stichter van het christendom is. Verder staan de vroege geschiedenis van de eerste christelijke gemeenschappen en de leer en de prediking van de apostelen erin beschreven. Het Nieuwe Testament vormt daarmee de voornaamste basis van het christelijk geloof. Binnen dat geloof wordt behalve de bijbeltekst van het Oude Testament ook die van het Nieuwe Testament als het Woord van God beschouwd.
Betekenis
De reden waarom de tweede helft van de Bijbel het Nieuwe Testament wordt genoemd (het woord testament betekent 'verbond' of 'convenant') is omdat er volgens het christelijk geloof sprake is van een nieuw verbond: God heeft door Jezus Christus een nieuw verbond gesloten met de mensheid. Was het oude verbond uit het Oude Testament nog beperkt tot het volk van Israël, het Nieuw-Testamentische verbond geldt voor iedereen die gelooft dat Jezus Christus de Messias, de Verlosser is van de zonde, de duivel en de dood.
Op grond hiervan beschouwen (orthodoxe) christenen het Nieuwe Testament dan ook als het Woord van God.
Volgens de opvatting en de uitleg van de kerk door de eeuwen heen is dit het hoofdthema van het Nieuwe Testament en daarmee van het christelijk geloof, namelijk dat Jezus Christus aan het kruis zijn leven heeft gegeven voor de zonden van de mensen en uit de dood is opgestaan en dat men als zondaar aan dit heilswerk van Jezus deel krijgt door het geloof in Hem. Volgens de belijdenis van de kerk der eeuwen zijn de opstanding van Jezus uit de doden en het geloof in zijn heilswerk dan ook de twee grote kerngedachten van het Nieuwe Testament. 'Moderne theologen' (niet te verwarren met 'hedendaagse theologen') trekken deze betekenis van het Nieuwe Testament op grond van het zogeheten historisch-kritisch Bijbelonderzoek echter in twijfel.
Over de betekenis van het Nieuwe Testament wordt - begrijpelijkerwijs - anders geoordeeld door niet-christenen. Een meerderheid van de niet-gelovigen beschouwen het Nieuwe Testament hooguit als een menselijk boek met betekenis voor de wereldliteratuur. Belijders van niet-christelijke religies, maar ook aanhangers van sommige New Age-achtige stromingen daarentegen willen aan het Nieuwe Testament nog wel een bepaalde religieuze waarde toekennen die echter afwijkt of/en niet zo ver gaat als die van (orthodoxe) christenen. Zo verwerpen bijvoorbeeld (orthodoxe) joden het Nieuwe Testament omdat zij het schadelijk achten voor de – huns inziens – ware leer, beschouwen moslims de Bijbel (waaronder dus ook het Nieuwe Testament) als gedeeltelijk vervalst en leggen hindoes en boeddhisten en New Age-achtige gelovigen het Nieuwe Testament volgens hun eigen geloofsprincipes uit, de laatsten vaak met steun van ideeën van theologen uit de hoek van het historisch-kritisch Bijbelonderzoek.
Totstandkoming van de canon
Hoofdartikel: canonvorming van het Nieuwe Testament
canonvorming van het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken die in de eerste eeuw na Christus zijn geschreven. De taal waarin dit waarschijnlijk heeft plaatsgevonden is het Koinè-Grieks, afgezien van het Matteüs-evangelie dat waarschijnlijk, naar de mededeling van een aantal kerkvaders, oorspronkelijk in het Hebreeuws is geschreven of anders in het Aramees en daarna naar het Grieks is vertaald. De thans beschikbare handschriften van het Nieuwe Testament zijn alle in de Griekse taal.
De 27 boeken van het Nieuwe Testament zijn geschreven door verschillende auteurs, hebben een verschillend karakter, zijn taalkundig ook verschillend en zijn vanuit diverse plaatsen en omstandigheden geschreven. Toch zijn er in deze 27 boeken ook weer gelijkluidende gedachten. Het is een intrigerende vraag hoe juist deze 27 boeken uiteindelijk het Nieuwe Testament, met zoveel invloed in het christendom, zijn gaan vormen.
Over welke boeken in het Nieuwe Testament thuishoren, de zogeheten canon, zijn eeuwenlang veel discussies gevoerd, zij het dat dit niet met alle Nieuw-Testamentische boeken in dezelfde mate het geval was. Zo stond tegen het einde van de tweede eeuw een vrij groot gedeelte ervan reeds praktisch vast zoals bijvoorbeeld de evangeliën, de Handelingen van de Apostelen en de brieven van Paulus. De huidige canon waar men het tegenwoordig wereldwijd over eens is, kreeg in 367 een officieel karakter in de paasbrief van Athanasius. Na die paasbrief was er vooral nog discussie over het Bijbelboek Openbaring.
Inhoud
De boeken van het Nieuwe Testament zijn in vier groepen in te delen:
Openbaring
Evangeliën
De evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes) zijn de eerste vier boeken; zij geven elk een beschrijving van het leven van Jezus Christus zoals geboorte, onderwijs, wonderen, conflicten, kruisiging, sterven, dood en opstanding. Er is geen consensus over of (één of meerdere van) de evangeliën geschreven werden door directe ooggetuigen.
De beschrijving van Johannes wijkt qua stijl en opzet duidelijk af van de andere drie evangeliën die meer met elkaar gemeen hebben. In deze evangeliën ligt het accent op de beschrijving van daden en woorden van Jezus, reden waarom ze ook wel de synoptische evangeliën worden genoemd. Johannes daarentegen gaat dieper in op de duiding van de betekenis van Jezus' woorden en daden.
Handelingen
Het vijfde boek, de Handelingen, begint met de Hemelvaart van Jezus Christus, gevolgd door de beschrijving van de uitstorting van de Heilige Geest.
Hierna volgt een uiteenzetting van het ontstaan en de groei van de eerste christelijke gemeenschappen plus al het wel en wee waarmee zij worden geconfronteerd. De tweede helft is geheel gewijd aan de wederwaardigheden en de zendingsreizen van de apostel Paulus. Over het algemeen gaat men ervan uit dat dit boek geschreven is door Lukas, die mogelijk een leerling van Paulus was.
Daar het boek Handelingen begint met een beschijving van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem en eindigt met een beschrijving van de prediking van het evangelie door Paulus in Rome hebben sommigen in deze opbouw een programma gezien: het evangelie gaat vanuit de beslotenheid van het joodse volk (gesymboliseerd door Jeruzalem) naar de heidenen (gesymboliseerd door de wereldstad Rome), met andere woorden het evangelie is er voor de joden én de niet-joden.
Brieven
De Brieven zijn door prominente christenen van het eerste uur (vooral Paulus) aan concrete personen of aan christelijke gemeenschappen geschreven en geven diverse uiteenzettingen van de christelijke geloofsleer en de praktische toepassing ervan.
Deze brieven kunnen op allerlei manieren nader worden gecategoriseerd; zo wordt onder andere de volgende genre-indeling gehanteerd:
- liederen, belijdenissen en doxologieën
- deugden- en zondenlijsten
- gezins- en ambtsverplichtingen
Openbaring
Het laatste boek van het Nieuwe Testament, de Openbaring van Johannes, is overwegend apocalyptisch van aard en staat daardoor geheel op zichzelf. In vaak zinnebeeldige taal wordt er een voorstelling gegeven van hoe het er aan het einde der tijden aan toe zal gaan.
Verhouding ten opzichte van het Oude Testament
In het Nieuwe Testament wordt het Oude Testament vaak en op allerlei plaatsen geciteerd. Soms wordt teruggegrepen op de hebreeuwse tekst; soms op de tekst van de Septuaginta; soms wordt het Oude Testament op een wat vrije wijze aangehaald. In ieder geval zijn vele schrijvers van het Nieuwe Testament van oordeel dat ze gaan in het spoor van het Oude Testament. Vooral de taal en de gedachtenrijkdom van de Septuaginta heeft grote invloed op de inhoud en verwerking van motieven in het Nieuwe Testament. Reeds in het eerste boek (Mattheus) treft de onbevangen lezer talloze citaten uit het Oude Testament aan. Kennelijk wilde de schrijver van dit boek daarbij aanknopen.
Voor het christendom is het Oude Testament, het eerste gedeelte van de Bijbel, nog steeds geldig. Volgens de evangeliën heeft Jezus Christus zelf nadrukkelijk verklaard dat wat in het Oude Testament staat zijn geldigheid zal behouden totdat "alles wat zal moeten plaatsvinden zal hebben plaatsgevonden en dat hij niet was gekomen om de wetten en profetieën in het Oude Testament af te schaffen, maar om deze tot vervulling te brengen".
Christenen volgen echter in de regel niet alle bepalingen uit het Oude Testament meer na omdat zij geloven dat door het "verlossingswerk" van Jezus Christus bepaalde ge- en verboden hun geldigheid hebben verloren (bijvoorbeeld de spijswetten). Met name in de Bijbelboeken Handelingen, de brieven van de apostel Paulus en de Brief aan de Hebreeën (deze is mogelijkerwijs ook van Paulus) komt deze kwestie aan bod.
Centrale begrippen
Het Nieuwe Testament is geschreven door verschillende personen, vanuit verschillende omstandigheden en vanuit verschillend perspectief. Toch valt het op hoeveel centrale motieven er door de verschillende boeken lopen. Deze motieven keren ook elke keer weer terug. De Bijbelwetenschap vraagt aandacht voor dit opmerkelijke fenomeen. Een belangrijk motief is het koninkrijk Gods. Ook zijn er andere centrale motieven. Bijvoorbeeld de plaats en betekenis van het geloof. Het is van belang om na te gaan hoe deze begrippen zich in het Nieuwe Testament ontwikkelen en welke inhoud eraan gegeven wordt.
Het Koninkrijk van God
Reeds in het Oude Testament wordt gesproken over het Koninkrijk van God. In het Nieuwe Testament begint Johannes de Doper zijn prediking met de boodschap van de nabijheid van het Koninkrijk van God. Ook Jezus herhaalt deze boodschap. In de bergrede geeft Jezus een uitvoerige tekening van het koninkrijk van God. Ook bij de apostelen komt dit motief weer nadrukkelijk naar voren. Zie ook: Koninkrijk van God.
Verwante literatuur
- Het kompas van het christendom: ontstaan en betekenis van een omstreden Bijbel, J. van Bruggen
Externe links
- [http://www.biblija.net De Bijbel in zes verschillende vertalingen: Statenvertaling, Statenvertaling 1977, Nederlands Bijbelgenootschap 1951, Willibrordvertaling 1995, Groot Nieuws Bijbel 1996 en Nieuwe Bijbelvertaling 2004]
- [http://www.vatican.va/archive/bible/nova_vulgata/documents/nova-vulgata_novum-testamentum_lt.html Het Nieuwe Testament in het Latijn (Nova Vulgata)]
- [http://www.godswoord.nl/bruce/ De betrouwbaarheid van de geschriften van het Nieuwe Testament door F.F. Bruce]
Categorie:Nieuwe Testament
ja:新約聖書
zh-min-nan:Sin-iok Sèng-keng
th:คำพยากรณ์ในคัมภีร์ไบเบิลใหม่
JHWHDe Hebreeuwse lettercombinatie יהוה (jod-hee-waw-hee (JHWH of JHVH), van rechts naar links gelezen) is in het Oude Testament / de Tenach de Naam van God. Deze lettercombinatie wordt ook wel genoemd: τετραγράμματον - tetragrammaton wat Grieks is voor 'vier letters'.
Naam van God in het jodendom
Joden spreken vrijwel nooit de naam JHWH uit, uit respect voor de heiligheid van God of omdat de uitspraak onbekend is aan de spreker. In plaats daarvan worden de volgende namen voor God gehanteerd:
- Adonai - mijn Heer; deze wordt gehanteerd bij plechtige voorlezingen (in gebeden etc.)
- Elohiem of in dagelijks gebruik Elokiem
- Hakadosj Baroech Hoe - De Heilige, Gezegend is Hij (in religieus-orthodoxe kringen)
- Hasjem - de Naam
- El(i) - de eerst-bekende naam
- God, net zoals anderen het zeggen. Religieuze joden schrijven de laatste naam meestal zonder de 'o' omdat ook deze naam, wanneer geschreven, niet uitgewist mag worden. Daarom wordt G-d vaak met een streepje (of met aanhalingsteken, naar het Hebreeuws, als G'd) geschreven.
In Leviticus 24:16 stond een zeer strenge straf op het lasteren van Gods Naam (de doodstraf) wat reden kan zijn waarom men Zijn Naam niet uitspreekt.
Naam van God in het christendom
Christenen hanteren andere namen dan joden, ook al wordt hiermee dezelfde God bedoeld:
- God (algemeen)
- HERE, HEER of HEERE (HEER wordt in de NBV gebruikt)
- de Eeuwige
- de Heilige Naam (ook wel: nomen sacrum)
- Jahweh (redelijk algemeen)
- Adonai - mijn Heer (niet echt algemeen)
- Elohiem (deze naam werd oorspronkelijk in het oude testament gebruikt)
- Aanwezige
- Enige
- Levende
- De Naam
- Onnoembare
- Jehova of Jehovah (meestal bij Jehovah's Getuigen)
- El(i) - de eerst-bekende naam
Herkomst en mogelijke betekenis
In de bijbel (Exodus hoofdstuk 3) wordt verteld dat Mozes aan God vroeg met welke naam Hij aangeduid wilde worden. In deze bijbelpassage zegt God "Ik ben wie ik ben" en Mozes moet hem als "Ik ben" voorstellen aan de menigte als die de naam wilde weten.
Qua etymologie houdt de naam waarschijnlijk verband met een een oud Hebreeuws werkwoord 'zijn' (HWH); de betekenis is dan: 'hij is' of 'hij zal zijn' (derde persoon mannelijk enkelvoud, onvoltooide tijd). Vormen van dit werkwoord zijn verder betrekkelijk zeldzaam, in tegenstelling tot de (modernere?) stam HJH die hetzelfde betekent maar juist veel voorkomt.
JHWH kan ook een verbuiging zijn van de causatieve vorm van HWH, 'hi·wah' (vormen, veroorzaken te zijn); de naam betekent dan 'hij veroorzaakt (zal veroorzaken) te zijn'.
In het tweede boek van Mozes, Exodus, vinden we een regel met zowel de werkwoordstam היה als הוה. (Beiden betekenen 'zijn'.)
Opmerkelijk is dat de verbuiging אהיה van de eerste stam traditioneel is vertaald met 'Ik zal zijn', maar de verbuiging יהוה van de tweede stam met 'HEERE'.
Uitspraak
Verder heeft men, omdat het Hebreeuws doorgaans geen klinkers gebruikt, en de naam ook niet wordt uitgesproken, ook veel gespeculeerd over de juiste uitspraak van de naam JHWH. De juiste uitspraak voor wat betreft de klinkers is niet (meer) zeker.
Als meest waarschijnlijke uitspraak wordt JaHWeH beschouwd, maar ook JaHoWaH, verkregen door de klinkers van 'adonai' in JHWH in te voegen, is een mogelijkheid. In de meeste gevallen hebben masoreten bij het overschrijven van teksten van de Tenach deze klinkers ingevoegd, maar in veel gevallen stond JHWH naast het woord 'adonai' zelf; in die gevallen werden de klinkers van het woord 'elohim' ingevoegd, zodat men de woordcombinatie niet als 'adonai adonai' uitsprak, maar als 'adonai elohim'. Van de vorm met de klinkers van het woord 'adonai' is overigens de naam "Jehovah" afgeleid.
De religieuze groepering "Jehovah's Getuigen" heeft zich naar deze uitspraak van JHWH genoemd. Hierdoor wordt de naam Jehovah meestal met de Jehovah's Getuigen geassocieerd, hoewel reeds ver voor het ontstaan van dit genootschap het woord Jehovah in de Nederlandse en Duitse taal werd gebruikt.
Orthodoxe Joden zullen echter nooit de vierletter-naam proberen uit te spreken.
Gebruik in vertalingen
In navolging van de joden is in veel bijbelvertalingen de naam JHWH vervangen door Heer, bedoeld als vertaling van 'Adonai'. Toch kan men soms nog zien (bijvoorbeeld bij de Statenvertaling) of er oorspronkelijk in het Hebreeuws JHWH of Adonai stond: Adonai wordt in de Statenvertaling vertaald met Heere (kleine letters) en JHWH wordt daar vertaald met HEERE (hoofdletters); de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 heeft dezelfde lijn gevolgd met dit verschil dat daar respectievelijk "Here" en "HERE" wordt gebruikt.
De Jehovah's Getuigen daarentegen gebruiken nog steeds JHWH, en vinden dit zo belangrijk dat zij in hun bijbelvertaling, de zogenaamde Nieuwe Wereld Vertaling, deze naam zelfs in het in het Grieks geschreven Nieuwe Testament toevoegen, terwijl in het origineel het tetragrammaton mogelijk niet voorkomt, en hoe dan ook niet in de versies die ten grondslag lagen aan de vertaling.
Ook in nieuwtestamentische citaten uit het Oude Testament (Tenach), waar men de naam van God zonder enig bezwaar correct zou kunnen hebben geciteerd als JHWH, blijkt men in de -Griekstalige- grondtekst toch de voorkeur te hebben gegeven aan het Griekse "ΚΥΡΙΟΣ". Hier zou de Septuaginta, de Joodse vertaling van de Tenach in de Griekse taal, van invloed kunnen zijn geweest. Zo wordt de profeet Joël geciteerd (Joël 2 vers 32 in de meeste vertalingen=Joël 3 vers 5 in de Biblia Hebraica en in de Willibrordvertaling) door de apostel Petrus in Handelingen 2 vers 21 en door de apostel Paulus in Romeinen 10 vers 13 (zie:Paulus (brieven). Opmerkelijk is, dat in beide citaten van Joël de weergave van JHWH als "ΚΥΡΙΟΣ" (=HEER) wordt betrokken op de naam ΙΗΣΟΥΣ (=JESUS).
Zie ook
- Nomen sacrum
Externe links
- [http://www.archiv-vegelahn.de/jehova.html Archiv-Vegelahn (Duits)]
Categorie:Bijbel
Categorie:God
Categorie:Jehovah's Getuigen
Categorie:Jodendom
Categorie:Hebreeuwse bijbel
ja:ヤハヴェ
Jodendom
Het jodendom is de godsdienst en de cultuur van het Joodse volk en één van de vroegst geregistreerde monotheïstische religies. De principes en de geschiedenis van het jodendom vormen de historische fundamenten van vele andere godsdiensten, waaronder het christendom en de islam. Voor een bespreking van Jodendom als het behoren tot de etnische groep, zie het artikel Joden.
Het Jodendom past niet gemakkelijk in de westerse categorieën zoals religie, ras, etniciteit of cultuur. Dit komt omdat Joden het Jodendom in termen van 4000 jaar geschiedenis begrijpen. Tijdens dit lange tijdperk hebben Joden slavernij, anarchisme, theocratie, verovering, bezetting en ballingschap ervaren en zijn zij in contact geweest en beïnvloed door het Oude Egypte, Babylonië, Perzië, het Griekse hellenisme, evenals moderne bewegingen zoals de Verlichting en de opkomst van het nationalisme. Daarom stelt Daniel Boyarin dat "Joods zijn de pure categorieën van identiteit doorbreekt, omdat het niet nationaal is, niet genealogisch, niet godsdienstig, maar elk van deze, in een dialectische spanning."
Ontstaan
Rabbijnse visie
dialectische spanning]
Volgens godsdienstige joden, was Abraham de eerste Jood. Rabbijnse literatuur vertelt dat hij de eerste was om het tegen de rest van de wereld op te nemen en de dwaasheid van afgodendienst af te werpen. Daarop beloofde God dat Abraham, inmiddels al op hoge leeftijd, nog kinderen zou krijgen, om te beginnen Isaak, die zijn werk zouden voortzetten en het land van Israël (daar Kanaän genoemd) zouden erven. Volgens de Tenach gaf God de zoon van Isaak, Jacob, de naam Israël, hetgeen "hij die met God worstelt" betekent, en wijdde zijn nakomelingen in om zijn natie te zijn.
God stuurde Jacob en zijn kinderen naar Egypte; nadat zij uiteindelijk slaven werden, stuurde God Mozes om de Israëlieten uit de slavernij terug te kopen. Na de Uittocht uit Egypte bracht God hen naar de berg Sinaï om hun de Thora te geven, en bracht hen uiteindelijk naar het Land van Israël. God bepaalde dat de nakomelingen van Mozes' broer Aaron een priesterklasse binnen de Israëlitische gemeenschap zouden zijn. Zij dienden eerst in de Tabernakel (een verplaatsbaar huis van verering), en later dienden hun nakomelingen in de Tempel van Jeruzalem.
Bij terugkomst in het Land van Israël, werd de tent met de tabernakel in de stad van Sjilo geplaatst en bleef daar meer dan 300 jaar. Gedurende deze tijd verstrekte God het Joodse volk leiders en strijders, waaronder zo nu en dan vrouwen, om de natie te verzamelen nadat hij vijanden stuurde om hen aan te vallen. Na verloop van tijd daalde de moraal van de natie tot het punt waarin God de Filistijnen toestond om de tempel in Sjilo te veroveren en te plunderen.
De inwoners van Israël vertelden de profeet Samuel dat zij het punt hadden bereikt waar zij behoefte hadden aan een permanente koning, zoals andere naties die hadden. God wist dat dit niet het beste voor de joden was, maar willigde het verzoek in en liet Samuel Saul, een groot maar zeer bescheiden mens, benoemen als koning. Toen de mensen Saul overhaalden tegen een order die via Samuel gegeven was in te gaan, beviel God Samuel om David in plaats van Saul te benoemen.
Zodra David gevestigd was, vertelde hij de profeet Nathan dat hij een permanente tempel zou willen bouwen. Als beloning beloofde God David dat hij zijn zoon zou toestaan om de tempel te bouwen en de troon nooit van zijn kinderen zou onttrekken. Davids zoon Salomo bouwde de eerste permanente tempel volgens de wil van de God, in Jeruzalem.
Na de dood van Salomo, werd het koninkrijk verdeeld in de twee koninkrijken Israël en Judea bestaande uit twee stammen. Israël had een verscheidenheid aan koningen, maar na een paar honderd jaar vanwege een zich uitbreidende afgodendienst stond God Assyrië toe om Israël te veroveren en zijn volk te verbannen. Het koninkrijk van Judea, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was en dat de tempel bevatte, bleef onder het gezag van het huis van David. Echter, afgodendienst steeg tot het punt dat God Babylonië toestond om Judea te veroveren, de tempel te vernietigen die 410 jaar in gebruik was geweest en Zijn volk naar Babylonië te verbannen, met de belofte dat zij na zeventig jaar zouden worden bevrijd.
Na zeventig jaar werd het de mensen toegestaan terug te keren naar Israël onder leiding van Ezra, en de tempel werd herbouwd. Deze tweede tempel stond 420 jaar overeind, waarna hij werd vernietigd door de Romeinse generaal en latere keizer Titus. Dit is de staat waarin de berg Moriah moet blijven totdat een nakomeling van David zich voordoet om de glorie van Israël te herstellen (het bestaan van de islamitische Koepel van de Rots doet in deze theoretische visie niet ter zake).
De Thora, die op de berg Sinaï werd gegeven, werd samengevat in de vijf boeken van Mozes en samen met de boeken van en over de profeten en de geschriften de 'Geschreven Thora' genoemd. De details, die de bijbehorende 'Mondelinge Thora' vormden, moesten ongeschreven blijven. Echter, aangezien de vervolging van de joden toenam, ontstond het gevaar dat details vergeten zouden worden. Daarom werden zij alsnog opgetekend in de Misjna, de Talmoed, en andere heilige boeken van het jodendom.
Kritisch-historische visie
Talmoed en het jodendom]]
Volgens kritische historici, onderscheiden twee kenmerken het jodendom van de andere godsdiensten die bestonden toen het zich eerst ontwikkelde. Het eerste kenmerk was het monotheïsme. De betekenis van dit geloof aan één god is niet zozeer de ontkenning van andere goden. Hoewel die ontkenning voor het Rabbijnse jodendom fundamenteel is, impliceert de Thora volgens vele kritische geleerden vaak dat vroege Israëlieten het bestaan van andere goden goedkeurden. De betekenis ligt eerder in het joodse idee dat God de mensen creëerde en voor hen zorgde. In polytheïstische godsdiensten, wordt de mensheid vaak per toeval gecreëerd, en zijn de goden hoofdzakelijk betrokken bij hun relaties met andere goden, maar niet met mensen.
Ten tweede, specificeert de Thora vele wetten die door de afstammelingen van Israël moeten worden gevolgd. Andere godsdiensten werden toentertijd gekenmerkt door tempels waarin de priesters hun goden door offers zouden aanbidden. De Joden hadden ook zo'n tempel, met priesters, en maakten offers, maar dit waren niet de enige middelen om God dienstig te zijn. In vergelijking met andere godsdiensten, verhoogt het jodendom het dagelijkse leven tot het niveau van een tempel en aanbidden joden God door dagelijkse acties.
Ten tijde van de Helleense periode waren de meeste Joden al gaan geloven dat hun God de enige god was (en dus de god van iedereen), en dat de Thora, het verslag van zijn openbaring universele waarheden bevat. Deze ontwikkeling kan samen hebben gegaan met de niet-Joodse interesse in het jodendom (sommige Grieken en Romeinen beschouwden de Joden als een zeer "filosofisch" volk vanwege hun geloof in een abstracte god) en de groeiende Joodse interesse in Griekse filosofie, die als doel had om universele waarheden te vestigen. De Joden begonnen te werken aan de spanning tussen het particularisme van hun stelling dat alleen Joden de Thora uit hoefden te voeren, en het universalisme van hun stelling dat de Thora universele waarheden bevatte.
Het resultaat is een reeks ideeën en praktijken betreffende de identiteit, ethiek, de relatie met de natuur, alsook de relatie met God, die een voorkeur geven aan "verschil" tussen Joden en niet-Joden; ideeën en praktijken betreffende de verschillen in het praktiseren van het jodendom per plaats; een hechte aandacht aan verschillende betekenissen van woorden bij het interpreteren van teksten; pogingen om verschillende standpunten over teksten vast te leggen, samen met een relatieve onverschilligheid over credo en dogma.
Het onderwerp van de Hebreeuwse bijbel is een beschouwing van de verhouding tussen de Israëlieten en God zoals deze tevoorschijn komt in hun geschiedenis van het begin van de tijd tot de bouw van Tweede Tempel (ongeveer 350 voor de gangbare jaartelling). Deze verhouding wordt over het algemeen als controversieel afgebeeld, aangezien de joden worstelen tussen hun geloof in God en de aantrekkelijkheid van andere goden, en aangezien sommige Joden (in het bijzonder Abraham, Jacob — later gekend als Israël — en Mozes) worstelden met God.
Moderne kritische geleerden zijn van mening dat de Hebreeuwse bijbel uit een verscheidenheid van inconsistente teksten bestaat die samengebundeld werden op een manier die om aandacht vraagt voor de uiteenlopende beschouwingen. Voorbeelden zijn verschillen in namen van God, in politieke voorkeuren en de botsende verklaringen van hetzelfde fenomeen zoals scheppingsverhalen van Genesis 1 en 2. Deze documentaire hypothese stipuleert in dit kader vijf bronnen voor de Tenach, alsook een zesde, de redacteur. Bronnen kunnen in dit geval ook groepen schrijvers zijn. Hoewel het werk aan de hypothese al in de 19e eeuw begon, is dit onderzoeksgebied nog in ontwikkeling.
Geschiedenis
Het jodendom tot 1700
Rond de eerste eeuw voor de jaartelling waren er verscheidene kleine joodse sektes: de Farizeeërs, Sadduceeërs, de Zealoten, Essenen en de christenen. Na de vernietiging van de Tweede Tempel in -70, verdwenen deze sektes. Het christendom bleef bestaan, maar het brak met het jodendom en werd een afzonderlijke godsdienst; Farizeeërs bleven ook bestaan, maar in de vorm van het rabbijns jodendom.
Sommige Joden uit de 8e en 9e eeuw waren het eens met de Sadduceeërs wat betreft de verwerping van de mondelinge wetten die in Misjna en de twee talmoeds werden geregistreerd, van de Farizeeërs en de rabbijnen sinds de verwoesting van de tempel. Tot deze groep separatisten behoorden de Isunianen, Judganieten, Malikieten en anderen. Deze Joden volgden aanvankelijk op een vrij letterlijke wijzen de wetten van de Tenach. Spoedig echter ontwikkelden zij hun eigen mondelinge tradities, die van de rabbijnse tradities verschilden, en vormden uiteindelijk het Karaïtische jodendom. Karaïeten zijn er vandaag nog in kleine aantallen. De meesten leven tegenwoordig in Israël.
Met de tijd ontwikkelden de Joden zich tot verschillende etnische groepen — onder andere de Asjkenazische Joden uit Midden- en Oost-Europa en Rusland; de Sefardische Joden uit Spanje, Portugal en Noord-Afrika en de Jemenieten, in het zuidelijke uiteinde van het Arabische schiereiland. De afsplitsingen zijn vooral cultureel-geografisch van aard en zijn niet gebaseerd op een aanzienlijk doctrinair geschil, hoewel de afstand tussen de etnische groepen wel resulteerde in kleine verschillen in de praktijk en gebeden.
Chassidisme
Hoofdartikel: Chassidisch jodendom
Het Chassidisch jodendom werd opgericht door Israël ben Eliezer (1700-1760), ook bekend als Ba'al Shem Tov (of Ba'ashat). Zijn discipelen trokken vele aanhangers aan. Zij zelf vestigden talrijke Chassidische sekten in heel Europa. Het Chassidisch jodendom werd uiteindelijk de manier van leven voor vele joden in Europa. De Joodse immigratiegolf in de jaren 1880 bracht deze richting binnen het jodendom ook naar de Verenigde Staten.
Vroeger was er een ernstig schisma tussen de Chassidische en niet-Chassidische joden. De Europese Joden die de Chasidische beweging verwierpen, werden door Chassidische joden bestempeld als mitnagdim (letterlijk "tegenstanders"). Enkele redenen voor de verwerping van het Chassidische jodendom waren de overweldigende proportie van de Chassidische verering en de vele sektes binnen de groepering. Desalniettemenin zijn alle sektes van het Chassidische jodendom ondergebracht in de (buiten de VS) dominante stroming, het orthodox jodendom, waarin ze samen met de 'tegenstanders' het Haredi jodendom vormen.
Het jodendom tijdens de Verlichting en de Hervorming
Hoofdartikel: haskala
In de late 18e eeuw werd Europa overspoeld door een groep intellectuele, sociale en politieke bewegingen in het kader van de Verlichting. De Verlichting leidde tot vermindering van de Europese wetten die Joden belemmerden te emanciperen, met de bredere seculaire wereld in contact te staan. Joden werden toegang tot seculaire onderwijs en instellingen verleend. Een parallelle Joodse beweging, haskala of de "Joodse Verlichting" ontstond als reactie op zowel de Verlichting als de nieuwe vrijheden. De haskala legde een nadruk op integratie met de seculaire maatschappij. De strijd tussen verdedigers van haskala en traditionelere joodse concepten leidde uiteindelijk tot de vorming van verschillende takken in het jodendom: verschillende takken van liberaal jodendom, vele vormen van orthodox jodendom en conservatief jodendom en een aantal kleinere groepen.
De holocaust
Hoofdartikel: holocaust
Het verlies van 6 miljoen levens in de holocaust had een radicale demografische verschuiving en beïnvloedde uiteindelijk de organisatie van het georganiseerde jodendom zoals het tegenwoordig bestaat. Desondanks had de holocaust weinig blijvende invloed op de inhoud van de joodse religie.
De huidige situatie
In de meeste westelijke naties, zoals de Verenigde Staten van Amerika, Israël, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika, bestaat onder Joden een grote verscheidenheid van religieuze praktijken, evenals een groeiende meerderheid van seculaire en onorthodoxe Joden. Bijvoorbeeld, in de grootste Joodse gemeenschap van de wereld, die van de Verenigde Staten, hadden volgens het bevolkingsonderzoek van 2001 ([http://www.ujc.org/content_display.html?ArticleID=83784]), 4,3 miljoen van de 5,1 miljoen Joden één of andere aansluiting met de godsdienst. Van die bevolking van verbonden joden, nam 80% aan één of andere soort joodse godsdienstige praktijk deel, maar slechts 48% was lid van een joodse gemeenschap.
De godsdienstige en seculaire Joodse bewegingen in de V.S. en Canada vinden veelal dat er sprake is van een crisissituatie en hebben ernstige zorg over de toenemende percentages van gemengde huwelijken en assimilatie in de Joodse gemeenschap. Aangezien de Amerikaanse Joden later in hun leven trouwen dan vroeger gebruikelijk was en gemiddeld minder kinderen hebben dan vroeger, is het geboortecijfer voor Amerikaanse Joden van meer dan 2,0 gedaald tot 1,7. Als gevolg van gemengde huwelijken en lage geboortecijfers, kromp de Joodse bevolking in de V.S. van 5,5 miljoen in 1990 tot 5,1 miljoen in 2001. Dit is indicatief voor de algemene bevolkingstendensen onder de Joodse gemeenschap in diaspora, maar een nadruk op bevolking maskeert de diversiteit van de huidige joodse godsdienstige praktijk, evenals de groeitendensen onder sommige gemeenschappen, zoals Haredi-joden.
In de laatste 50 jaar is er een algemene verhoging van interesse in godsdienst onder vele segmenten van de joodse bevolking geweest. Alle belangrijke joodse groepering hebben een heropleving in populariteit ervaren, met stijgende aantallen jongere joden die aan joods onderwijs deelnemen en toetreden tot synagogen. Hoewel deze groei niet het algehele demografische verlies heeft gecompenseerd, groeien vele joodse gemeenschappen en bewegingen, waarbij het hoogtepunt in de V.S. jaren 70 lag. De charedische bewegingen in Israël en met name de sefardische charediem kenden een bloeiperiode in de jaren 80 en 90 van 19e eeuw.
Hoewel te vroeg voor geschiedschrijving, lijkt de euforie van de verschillende religieuze bewegingen in de 20e eeuw gekalmd. Om de langzame neerwaartse daling te compenseren, is de openheid voor bekeringen - met name onder niet-Joden met een joodse achtergrond - iets groter dan voorheen. In Israël is een nieuwe Sanhedrin opgericht die het wellicht mogelijk zou kunnen maken voor orthodoxe joden wat aanzienlijkere aanpassingen in regelgeving te maken door een bredere consensus.
Joodse wet
Sanhedrin
Het fundament de van joodse wet en traditie (halacha) is de Thora, de vijf boeken van Mozes. Volgens rabbijnse traditie zijn er 613 geboden (mitswot) in de Thora. Sommige van deze wetten zijn alleen van toepassing op mannen of op vrouwen, op priesters (kohaniem) of op leden van de stam van Levi, op personen die de agrarische producten van het Land van Israël behandelen (bebouwen, eten, etc.). Vele wetten waren slechts relevant toen de Tempel van Jeruzalem nog bestond. Minder dan 300 van deze geboden zijn vandaag nog toepasselijk.
Ondanks dat er Joodse groepen zijn ontstaan die zich alleen op de geschreven tekst van de Thora baseerden (met name de Sadduceeërs, Beta Israël en de Karaïeten), volgden de meeste joden wat zij de mondelinge wet noemen. Het Rabbijnse jodendom heeft altijd gesteld dat de boeken van de Tenach (de geschreven wet) parallel aan een mondelinge wet werden overgebracht. Zij baseren zich hierin op de tekst van de Thora, waarin vele woorden ongedefinieerd blijven en vele procedures zonder verklaring of instructies worden vermeld; dit, stellen zij, betekent dat de lezer verondersteld wordt met andere details vertrouwd te zijn, en daaronder vallen de mondelinge bronnen.
Deze parallelle reeks van materiaal werd oorspronkelijk mondeling overgebracht, en werd gekend als de mondelinge wet. Tegen de tijd van rabbijn Juda Hanasi (200 na de gangbare jaartelling), werd veel van dit materiaal uitgegeven in de Misjna. In de loop van de volgende vier eeuwen onderging deze wet bespreking en debat in zowel de belangrijkste Joodse gemeenschappen ter wereld (in het Land van Israël en Babylon), waarop de commentaren op de Misjna werden uitgebracht, van iedere gemeenschappen apart, in compilaties samengebundeld werden en bekend geworden zijn als de talmoeds van Babylonië en het Land van Israël. Deze zijn sindsdien becommentarieerd door vele Thora-geleerden.
De Halacha, de rabbijnse levensvoorschriften, is gebaseerd op een gecombineerde lezing van de Thora en de mondelinge traditie - Misjna, Midrasj, Talmoed en commentaren. Doordat de Halacha een precedent-gebaseerd systeem is, heeft het zich langzaam ontwikkeld. De literatuur van vragen aan rabbijnen en hun overwogen antwoorden, worden opgenomen in de responsa-literatuur (in het Hebreeuws: Sjeëlot Oetesjoewot - 'vragen en antwoorden'). Aangezien praktijken zich blijven ontwikkelen, worden codes van de joodse wet geschreven die op responsa gebaseerd zijn; de voornaamste code daarvan, de Sjoelchan Aroech, bepaalt grotendeels de joodse religieuze praktijk tot vandaag de dag.
Geloofsbeginselen
Betekenis
Sjoelchan Aroech
Hoewel het jodendom altijd een aantal geloofsbeginselen heeft bevestigd, heeft het nooit een bindende catechismus ontwikkeld. Kortom, er is geen formeel overeengekomen dogma of reeks van religieuze geloofspunten. Hoewel individuele rabbijnen, of soms volledige groepen, af en toe met een vast dogma akkoord gingen, gingen andere rabbijnen en groepen hiermee niet akkoord. Zonder centraal overeengekomen gezag, kon geen enkele formulering van joodse geloofsprincipes blijvende voorkeur over een andere verkrijgen.
Ook de Joods-Romeinse historicus Flavius Josephus benadrukt vooral praktijken en tradities, en niet de geloofsleer, in zijn beschrijving van de kenmerken van een apostaat (een afvallige Jood) en de eisen ten aanzien van het Joods worden (de besnijdenis en het houden aan traditionele regels). Desalniettemin werden in het orthodoxe jodendom sommige beginselen, bijvoorbeeld de Goddelijke oorsprong van de Thora, wel zo belangrijk geacht, dat openlijke verwerping van die beginselen een reden kon zijn om die persoon tot 'afvallige' (apikoros) te bestempelen.
Samenvatting
Een aantal formuleringen van geloofsprincipes zijn in de loop der tijden verschenen; de meesten van hen hebben veel gemeenschappelijk, doch verschillen in bepaalde details. Een onderlinge vergelijking toont een brede tolerantie voor variërende theologische perspectieven aan. Hieronder volgt een samenvatting van joodse geloofsbeginselen:
#Monotheïsme - het jodendom is gebaseerd op strikt unitaristisch monotheïsme, het geloof in één God. God wordt opgevat als eeuwig, de schepper van het heelal en de bron van ethiek.
#God is één - het idee van een dualiteit of een drievuldigheid van God is voor joden een heresie; het wordt beschouwd als verwant aan polytheïsme.
# God is alleskunnend of omnipotent (binnen de grenzen van de logica) en alleswetend (omniscient). De verschillende namen van God zijn manieren om verschillende aspecten van de aanwezigheid van God in de wereld uit te drukken.
# God is niet-fysisch, niet materieel en eeuwig. Alle verklaringen in de Hebreeuwse Bijbel en in rabbijnse literatuur die antropomorfisme gebruiken, zijn metaforen, aangezien het anders onmogelijk zou zijn om over God te spreken.
# Aan God alleen kan men een gebed aanbieden. Iedere tussenpersoon (uit welke overtuiging dan ook) tussen een mens en God, verplicht of optioneel, wordt traditioneel als afvallig beschouwd.
# De Tenach, en veel van wat in de Misjna en Talmoed wordt beschreven, is het product van goddelijke openbaring. Hoe de openbaring werkt, en wat het precies betekent wanneer men zegt dat een boek 'goddelijk' is, is altijd een kwestie van geschil geweest. Onder Joden bestaan verschillende begrippen van dit concept.
# De woorden van profeten zijn waarheden.
# Mozes was de voornaamste profeet.
# De Thora, de vijf boeken van Mozes, is de primaire tekst van het jodendom. Het Rabbijnse jodendom stelt dat de Thora dezelfde is als die door God aan Mozes werd gegeven op de berg Sinaï. Het Orthodoxe jodendom stelt dat de Thora van nu precies gelijk is als wat toen werd ontvangen, afgezien van een klein aantal fouten in de overschrijving. Wegens de ontwikkelingen in het Tenachisch, archeologisch en taalkundig onderzoek, verwerpen vele joden dit principe. In plaats daarvan, aanvaarden zij dat de kern van de mondelinge en geschreven Thora van Mozes afkomstig zijn, maar dat de geschreven Thora van nu uitgegeven is met andere documenten.
# God zal alleen diegenen belonen die zijn geboden nakomen, de diegenen die hen overtreden straffen.
# God koos het Joodse volk om een uniek verbond met God te hebben; de beschrijving van deze overeenkomst is de Thora zelf. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, zijn de Joden niet Gods verkozen volk op zich. Joden geloven dat zij voor een specifieke opdracht zijn gekozen; om een licht te zijn voor de naties en een overeenkomst met God na te komen zoals die wordt beschreven in de Thora. Het Reconstructionistisch jodendom verwerpt geheel het idee van verkozen te zijn.
# Er zal een Joodse messias komen of wellicht een messiaans tijdperk.
# De ziel is zuiver bij geboorte. Mensen zijn geboren met een jetser hatov, een tendens om goed te doen, en een jetser hara, een tendens om slecht te doen. Daarom zijn de mensen vrij de weg in het leven te kiezen die zij willen nemen.
# Mensen kunnen boeten voor zonden, die slechts fouten zijn in het nakomen van de wetten. De liturgie van de 'ontzagwekkende dagen' (Rosj Hasjana en Jom Kippoer) en de tien dagen van inkering ertussen, verklaren dat het gebed, boete doen en tsedaka, het verplichte geven voor goede doelen (en in deze verschillend van de vrijwillige liefdadigheid), zonden herstelt. Boete doen wordt alleen zinvol geacht, indien vergezeld van een oprecht besluit om op te houden met onaanvaardbare acties en zelfs dan alleen als acties om verontschuldigingen aan derden aan te bieden eerlijk worden ondernomen.
Richtingen in het jodendom
liefdadigheid op jom kippoer, door Maurycy Gottlieb (1878)]]
Hieronder volgt een opsomming van de primaire richtingen binnen het rabbijns en niet-rabbijns jodendom, met enige onderverdeling bij het zeer versnipperde orthodoxe jodendom. Het reconstructionistich en niet-rabbijns jodendom zijn klein van omvang.
- Rabbijns jodendom
- Orthodox jodendom – Aanhangers zien zichzelf meestal als praktiserend van het normatieve jodendom en niet als een beweging. “Orthodox” is in dit verband niet gelijk aan religieus, ondanks het bestaan van niet-deterministische correlatie tussen die twee. Het orthodox jodendom is op te splitsen in:
- Modern-orthodox jodendom en
- Haredi jodendom, vaak bekend onder de minder politiek correcte naam “ultra-orthodox”. Het haredi jodendom is wederom onderverdeeld in twee hoofdstromingen:
- Chassidisch jodendom en
- Mitnagdiem (tegenstanders) Litouws jodendom is een richting die in Litouwen ontstond en tegen het chassidisme inging. Tegenwoordig wordt de naam gebruikt voor het haredi-jodendom dat niet chassidisch is. Het mag niet worden verward voor joodse gemeenschap van Litouwen. Een groot gedeelte van de aanhangers zijn sefardische joden.
- Masorti jodendom – Hangt een evolutie in joodse wetgeving (de halacha) aan die wat groter is dan de principes van het orthodox jodendom toestaan. Tussen de revisies zijn velen omtrent de gelijkschakeling van vrouwen. Masorti betekent traditioneel in het Hebreeuws. De Masorti-beweging is meer bekend als “conservatief”, de officiële naam in de Verenigde Staten, waar deze de grootste is binnen het jodendom. Conservatief betekent hier dat men zich, in tegenstelling tot het liberaal jodendom, wil houden aan de meeste principes van het traditionele jodendom.
- Liberaal jodendom – voorstander van verregaande integratie in de maatschappij en een persoonlijke interpretatie van de Thora. Deze beweging is oorspronkelijk afkomstig uit Duitsland, als een reactie op de spanning tussen enerzijds het traditionele jodendom en anderzijds de Verlichting. Het liberaal jodendom is ook bekend onder de namen “reform”, de officiële naam in de Verenigde Staten, en “progressief”, de overkoepelende naam in het Verenigd Koninkrijk.
- Reconstructionistisch jodendom – een kleine, liberale joodse beweging, voornamelijk in de Verenigde Staten. De persoonlijke interpretatie van de Thora wordt in consensus gezocht, waarmee het meestal iets traditioneler is dan het liberaal jodendom.
- Niet-rabbijns jodendom
- Karaïtisch jodendom – Een kleine beweging die alleen de geschreven thora (tenach) accepteert, voornamelijk in Israël. De beweging, ooit omvangrijk, vermindert snel in omvang vanwege secularisatie.
- Beta Israël – In Ethiopië hadden meeste joden alleen toegang tot de tenach. In Israël seculariseren meesten, terwijl anderen overgaan op het orthodoxe jodendom. De oudere generatie bewaart de Beta Israël-traditie, maar wellicht niet als ideologie. Daarmee is het onduidelijk of dit een richting binnen het niet-rabbijnse jodendom is of slechts een Rabbijnse gemeenschap met enige afwijkende praktijken.
Zie ook
- Joden
- Joodse geschiedenis
- Jodendom van A tot Z
- Rabbijnse literatuur
- Christelijke visies op het jodendom
Externe link
- [http://www.jhm.nl/ Joods Historisch Museum, Amsterdam]
-
Categorie:Religie
ja:ユダヤ教
ko:유대교
ms:Yahudi
simple:Judaism
th:ยูได
zh-min-nan:Iu-thài-kàu
Islam
De islam (Arabisch: الإسلام al-islām) is een monotheïstische godsdienst en één van de drie Abrahamitische religies. Het Arabische woord islam betekent overgave (aan God) en wijst op het fundamentele religieuze principe dat een aanhanger van de islam (moslim) zich overgeeft aan Gods (Allahs) wil. Het heilige boek voor moslims is de Koran, waarvan zij geloven dat God de tekst via de aartsengel Gabriël aan de profeet Mohammed doorgaf. Het aantal moslims wordt wereldwijd geschat op zo'n 20 procent van de wereldbevolking oftewel ruim 1,2 miljard mensen.
Moslims kunnen het woord moslim in een bredere betekenis gebruiken, namelijk - zoals hierboven vermeld - iemand die zich aan God overgeeft, maar zich niet per se tot de islam heeft bekeerd. Volgens deze definitie wordt Abraham als de eerste moslim beschouwd.
Abraham)]]
Oorsprong
De islam als zodanig is ontstaan in de 7e eeuw. Mohammed ontving via de aartsengel Gabriël de koran, die door God naar de aarde werd gestuurd. Moslims zien de komst van de islam als een 'herintroductie van het geloof van Adam en Abraham, waarmee de jongste godsdienst dus feitelijk als de oudste gezien kan worden.
De islam bouwt namelijk voort op joodse en christelijke tradities en overlevingen. In de koran zijn veel verwijzingen te vinden naar de joodse thora en de christelijke bijbel. De aanhangers van deze religies worden Mensen van het Boek genoemd. Ook zijn verscheidene voor-islamitische elementen in de islam geïntegreerd zoals de heilige plek de Ka'aba en de rondgangen die daar omheen gemaakt worden tijdens de oemra en de hadj (tawaaf). Mohammed wordt in de islam beschouwd als de laatste profeet die de geschiedenis van de doorlopende openbaring van Gods wil heeft afgesloten, hij is het zogenaamde "Zegel der Profeten". In totaal worden in de Koran 25 profeten genoemd, waaronder Adam, Abraham, Mozes en Jezus.
De koran stelt dat de term islam afkomstig is van God zelf:
:"Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de islam voor u als religie gekozen". (Koran 5:3)
De islam is voor moslims de vervolmaking van de monotheïstische religie van Allah. 'Allah' is Arabisch voor 'de God'. Vanwege het islamitische gebruik van deze Arabische term voor God zijn christenen wel eens in de veronderstelling dat hier een andere god in het geding zou zijn dan de God van de christenen, maar dat is in ieder geval niet uit het woord als zodanig op te maken. Vanuit het perspectief van de moslims is Allah het Arabische woord voor dezelfde God als die van de joden en de christenen.
Het Arabische woord islam betekent "onderwerping" of "overgave" aan de wil van de enige echte God. Iemand die dit doet wordt een 'moslim' genoemd. Het woord moslim betekent 'gehoorzaam aan God'. Door buitenstaanders worden zij ook wel islamieten en soms ook wel mohammedanen genoemd, maar deze laatste benaming suggereert dat zij volgelingen zijn van Mohammed in plaats van God, iets dat iedere moslim zeer beslist zal afwijzen.
De Koran en de Hadith
christenen, Egypte]]
De Koran (ook wel Qur'an genoemd) spreekt tevens met respect over de Thora (Tawrat), de Psalmen (Zaboer) en het Bijbelse Evangelie (Indjil), waardoor volgens de islam God in vroeger tijden eveneens tot de mensen heeft gesproken. Maar men gelooft dat de Koran de laatste en beslissende openbaringen van God bevat en dat de andere heilige boeken veranderd en vervalst zijn.
Koran betekent letterlijk 'oplezing', wat erop duidt dat het niet alleen een tekst is die bestudeerd moet worden, maar vooral moet worden gereciteerd. Koranrecitatie wordt dan ook als een bijzondere vorm van kunst gezien. Pas door een kundige recitatie komt de poëtische kwaliteit van de tekst tot uitdrukking. Overigens is het Arabisch een taal die zich bij uitstek leent voor poëzie en de dichtkunst staat in Arabisch sprekende landen op een hoog niveau. Grote dichters worden er als helden vereerd.
Andere namen voor de Koran zijn Foerqaan (openbaring), Kitaab (boek) en Moeshaf (boek, d.w.z. bladzijden in een kaft).
Naast de Koran wordt aan de Hadith (dat zijn de overleveringen van Mohammed en zijn volgelingen) veel gezag toegekend. In zes grote verzamelingen overleveringen staat beschreven wat Mohammed (of zijn naaste volgelingen) zei en deed, de soenna ofwel 'de weg' geheten. Men kent ook aan zijn algemene spreken en handelen het gezag van een goddelijke openbaring toe. Islamitische wetgeleerden en theologen hebben de eerste drie eeuwen lang gediscussieerd en gestudeerd over de vraag welke van de overgeleverde tradities, die elkaar op sommige punten tegenspreken, authentiek zijn en welke later verzonnen zijn. Men classificeerde de overleveringen tenslotte als volgt:
- sahieh 'zeer betrouwbaar'
- hasan 'goed, maar minder betrouwbaar'
- da'ief 'twijfelachtig' en
- mawdoe 'verzonnen'
Een zeer gerespecteerde uitlegger en 'redacteur' van de Hadith uit de negende eeuw was Al-Boechari, een soennitisch geleerde. Samen met Muslim, een andere Hadith-geleerde, legde hij collecties aan van 'zeer betrouwbare' Hadith. Zij hebben daarmee grote invloed gehad op de ontwikkeling van de islamitische wetgeving. De Koran en de Hadith vormen met elkaar de basis voor het leven en de leer van de moslims.
Uit de Koran en de Hadith werden de islamitische wetten samengesteld, de sjaria. In de meeste islamitische landen geldt de sjaria als basis van een deel van het recht. De meeste landen hebben overigens een gemengd rechtssysteem.
De inhoud van de Koran werd in het Arabisch geopenbaard en die taal is voor de islam dan ook de taal van de hemel (lughat al-sama). Men gelooft dat het Arabisch van God komt en dat deze hemelse taal niet goed genoeg in een aardse taal kan worden omgezet. Vertalingen van de Koran worden dan ook gezien als minderwaardig en onbetrouwbaar. Een probleem is dat tegenwoordig verreweg de meeste moslims geen Arabieren zijn en niet het Arabisch als moedertaal hebben, al is het wel zo dat ook veel niet-Arabische moslims Arabisch leren. Daarom wordt in de praktijk toch vaak een vertaling van de Koran gebruikt.
Een wetenschappelijke discipline zoals een 'schriftkritiek van de koran', in het Arabisch kalam genoemd, komt heden ten dage in de islam minder voor in vergelijking met het christendom. In sommige islamitisch orthodoxe landen is dit verboden en de sharia kan zo geïnterpreteerd worden dat het met de dood bestraft kan worden. Voor meer liberale moslims is schriftkritiek overigens bespreekbaar. In diverse islamitische landen waar een wat gematigder religieus klimaat heerst, zoals Egypte, wordt aan universiteiten (door enkelingen) schriftkritiek geleverd. Door het zeer reeële gevaar om in eigen land vermoord te worden door extremisten zijn sommige moderne islamitische geleerden zoals Tariq Ramadan, Nasr Abu Zayd en Mohammed Arkoun naar het Westen uitgeweken.
De leer
het Westen
God wordt door moslims aanbeden als schepper van alle dingen. Hij is (ver boven de mens) verheven, soeverein, barmhartig, almachtig en alwetend. De islam kent aan God negenennegentig eigenschappen toe. Volgens moslims openbaart God niet zichzelf; Zijn tekenen van bestaan zijn wel terug te herkennen in de pracht van de schepping. Niets van God is door de mens te kennen, behalve zijn wil die via Mohammed aan de mens geopenbaard is. Moslims spreken de grootheid van Allah vaak uit door middel van de uitdrukking Allahoe Akbar (God is de grootste). Centraal staat ook het begrip tawhid, dat letterlijk 'een maken' betekent. Het staat voor het principe dat God de enige is die er werkelijk toe doet.
Moslims geloven evenals veel christenen en joden in het bestaan van door God geschapen engelen, dienaren van God. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen. Ook geloven moslims traditioneel dat naast elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven. Verder kent de islam mannelijke en vrouwelijke geesten of geestelijke wezens, de djinn. Deze wezens spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. De Koran leert ook dat de duivel, Iblis of Sjaytaan, een djinn is, in tegenstelling tot de christenen die in de duivel een gevallen engel zien. Hoewel djinns andere wezens zijn dan mensen zitten ze volgens de islam in dezelfde positie als de mensen. Ze hebben de keus om God al of niet te volgen. Onder hen bestaan daarom dus ook moslims en niet-moslims. Net als in het christendom en jodendom geleerd wordt zijn de geestelijke wezens die God niet willen volgen bekend als kwade geesten of demonen.
Islamitische eschatologie
De islam leert dat alle levende wezens op aarde op de Laatste Dag door God geoordeeld zullen worden en wel op basis van hun daden. In tegenstelling tot het christendom leert de islam geen erfzonde, maar wel de neiging van ieder mens om van het goede pad af te dwalen. Adam wordt in de Koran net zo goed als Eva (die niet bij naam wordt genoemd) verantwoordelijk gesteld voor de zondeval. Hij had zijn partner immers moeten afhouden van het overtreden van Gods gebod. 'Zonde' is voor de moslim het begaan | | |