Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Staatsgreep

Staatsgreep

Een staatsgreep of coup (uit het Frans, kort voor coup d'état) is een snelle politieke handeling, waarbij op een niet-reguliere manier het staatsgezag overgaat van het ene regime naar het andere. Staatsgrepen zijn dus geen regimewisselingen na bijvoorbeeld verkiezingen. Meestal gaat het hem om gewelddadige acties van een oppositiegroep die het tot dan toe erkende gezag afzet. In dat opzicht kun je bepaalde afzettingen zoals die van Saddam Hoessein in Irak of de nazi's door de VS ook zien als staatsgrepen. Meestal verstaat men onder 'staatsgreep' het ingrijpen van een politieke groep in een land, waarmee die groep zichzelf installeert als regime. Ook hier is de grens met een afzetting zoals in de eerdergenoemde voorbeelden zeer klein, omdat deze oppositiegroepen vaak door andere landen gesteund worden, zoals in de Koude Oorlog, of recent ook bij Afghanistan toen de Taliban werden afgezet. Staatsgrepen kunnen ook redelijk vreedzaam verlopen. Met het massale volksprotest - met organisatie van de oppositie - in Servië om Slobodan Milošević af te zetten, om vervolgens Vojislav Koštunica te verkiezen als president, ging niet veel geweld gepaard. Het onderscheid met een bloedloze revolutie is hier echter niet zo groot. De plegers van een staatsgreep gebruiken zelf de term uiteraard bijna nooit. Zo spraken de militairen van de zonder veel bloedvergieten verlopen 'sergeantencoup' onder leiding van Desi Bouterse op 25 februari 1980 in Suriname aanvankelijk van een 'ingreep', en pas later van een 'revolutie'. De coup in Suriname vond plaats in een sfeer van nationale malaise, politieke machteloosheid en grote ontevredenheid onder de bevolking en ook vooral binnen de lagere rangen van het leger. De sergeanten kregen aanvankelijk dan ook veel steun voor hun 'ingreep' vanuit de bevolking; de internationale politiek stelde zich afwachtend of gematigd-positief op. Eerst na enige tijd, toen de coupplegers met steeds meer geweld hun regime in het zadel wilden houden, werd de aard van de staatsgreep duidelijk. Verhullend taalgebruik onder coupplegers is dan ook duidelijk een manier om de per definitie antidemocratische aard van een staatsgreep te verbergen.

Zie ook


- Putsch
- Sergeantencoup
- Telefooncoup Categorie:Staat ja:クーデター ko:쿠데타

Frans

Het Frans is een lid van de Romaanse talen familie en is zoals alle Romaanse talen afkomstig uit het Latijn. Het Frans wijkt echter van de andere Romaanse talen af op een groot aantal punten. Ten eerste kent het Frans een verregaande afslijting van morfologische uitgangen. Ten tweede heeft het Frans een groot aantal brekingen en klankmutaties, die al in het Oudfrans optraden en in het Middelfrans nog verder zijn geëvolueerd. Ten derde heeft het een licht Keltisch substraat (terug te vinden in een woord als quatre-vingt, "tachtig", letterlijk "vier-twintig"; in de Keltische talen telt men in twintigtallen) en een vrij ingrijpend Germaans, vooral Frankisch, superstraat, dat zich onder meer uit in de dubbele ontkenningen ne ... pas, ne ... rien, ne ... personne enz.

Plaatsbepaling en indeling

Het Frans zoals wij dat kennen is de gecultiveerde versie van het Francien, de streektaal van de Île de France. Dit behoort tot de Oïl-groep van de Gallo-Romaanse talen. Hoewel het Standaardfrans de streektalen van Frankrijk grotendeels verdrongen heeft onderscheidt men nog altijd een aantal meer of minder verwante zusjes van het Frans. Het overzicht laat zich als volgt samenstellen:
- Gallo-Romaanse talen
  - Oïl-talen:
    - Waals
    - Picardisch
    - Normandisch
    - Gallo
    - Francien, met het Frans als standaardvorm
    - Champenois
    - Bourgondisch
    - Lotharings
    - Poitevin-Saintognais
  - Oc-talen
    - Provençaals
    - Gasconisch
    - Languedocien (in enge zin)
    - Limousijns
    - Niçois
  - Francoprovençaals (overgangstaal tussen oïl- en oc-varianten) Binnen Frankrijk worden de meeste van deze talen nog steeds als dialecten beschouwd. Bovendien kijkt mer erop neer en wordt het gebruik ervan ontmoedigd. In de laatste jaren is de houding tegenover deze talen evenwel duidelijk versoepeld.

Verbreiding

Het Frans wordt gesproken door ongeveer 72 miljoen mensen als hun moedertaal en door zeker 50 miljoen mensen als 's lands tweede taal. Het wordt gesproken door 53 miljoen mensen in Frankrijk, 6 miljoen mensen in Canada (Québec), 4 miljoen in België en 1,3 miljoen in Zwitserland. En door vele mensen meer die het Frans als een internationale taal gebruiken. Met name in Afrika en wat minder in Zuidoost-Azië heeft het Frans een grote rol als cultuurtaal, omdat de bevolking ofwel meerdere volkstalen spreekt ofwel een taal die weinig gecultiveerd is; hier geldt het Frans dus als neutrale factor voor de elite. Het is in veel van die landen een officiële taal, vaak de enige, en het is een van de officiële talen van de Verenigde Naties. Het Frans wordt in 45 landen en territoria gesproken. In minimaal vijf van die gebieden (Frankrijk, Frans-Polynesië, Monaco, Nieuw-Caledonië en Saint-Pierre en Miquelon) is dit zelfs de meest gesproken taal. Daarnaast is het Frans een belangrijke immigrantentaal in elf andere landen. Het Frans is nog steeds, ondanks de opkomst van het Engels, een belangrijke taal in het diplomatieke verkeer. Tot in de eerste helft van de 20e eeuw was het de belangrijkste internationale taal; dit vind je onder andere terug in het gebruik van Franse termen in de posterijen.

Geschiedenis

Er zijn geschriften terug te vinden van het Frans uit de 9e eeuw na Christus. Het oudste document in het Frans zijn de Eden van Straatsburg, die blijkbaar door het gewone volk begrepen moesten worden. Het Frans als taal leefde echt op in de 12 eeuw maar de Gouden Eeuw van het Frans was tijdens de 17e eeuw, vooral door de literaire werken van Corneille, Racine en Molière. Men deelt het Frans in in het Oudfrans (ongeveer tot de dertiende eeuw), het Middelfrans (tot de zestiende eeuw) en het Nieuwfrans. De moderne Franse spelling stamt, net als de Engelse, grotendeels uit het einde van de Middeleeuwen; omdat de uitspraak sindsdien is veranderd is de schrijfwijze verre van fonetisch meer. Ze vertelt ons dan ook meer over de situatie in de Middeleeuwen, toen alle eindletters nog werden uitgesproken (filles klonk dus zoals het geschreven werd), de ai en de oi nog wijde tweeklanken waren en de ou meer als oow klonk (evenals de Middelnederlandse oe in boec!). De meeste "Franse" teksten tot aan de veertiende eeuw zijn gesteld in de zuidelijke dialecten, het Occitaans dus.

Woordvolgorde


- Onderwerp
- Ontkenning (ne ...)
- Wederkerend voornaamwoord
- Meewerkend voorwerp: me, te, nous, vous
- Lijdend voorwerp
- Meewerkend voorwerp: lui, leur
- y en/of en
- Infinitief
- Ontkenning (... pas, rien, personne, jamais etc.)
- Voltooid deelwoord

Zie ook


- Cajun-Frans
- Lijst van Franse spreekwoorden

Externe links

Categorie:Natuurlijke taal categorie:Romaanse taal categorie:Taal in België als:Französische Sprache ja:フランス語 ko:프랑스어 simple:French language th:ภาษาฝรั่งเศส zh-min-nan:Hoat-gí

Verkiezing

Een verkiezing is een methode waarbij een aantal personen, de kiesgerechtigden, door middel van een stemming bepalen aan wie een bepaalde functie, post of titel moet worden toegekend. Door middel van verkiezingen wordt bijvoorbeeld uitgemaakt wie of wat "de beste" is, bijvoorbeeld bij het Eurovisie Songfestival of bij de Miss Worldverkiezingen. Ook in de politiek vinden veel verkiezingen plaats, met name in democratische landen.

Politieke verkiezingen

In het staatsrecht wordt bepaald wat de waarde is van politieke verkiezingen; wat het gevolg is van de uitslag van de verkiezing. In Nederland hebben de meeste volwassenen stemrecht. In België is er opkomstplicht. In de Europese Unie worden regelmatig Europese verkiezingen gehouden voor het Europees Parlement. In Nederland worden de volgende soorten verkiezingen gehouden:
- gemeenteraadsverkiezingen
- Provinciale Statenverkiezingen
- Tweede-Kamerverkiezingen
- Eerste-Kamerverkiezingen De leden van de gemeenteraad, Provinciale Staten en Tweede Kamer worden rechtstreeks door het volk gekozen, de leden van de Eerste Kamer door de leden van de Provinciale Staten. In België worden de volgende verkiezingen gehouden:
- gemeenteraadsverkiezingen en verkiezingen voor de Antwerpse districtsraden
- verkiezingen voor de vijf Vlaamse en vijf Waalse provincieraden
- verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers
- verkiezingen voor (een deel van) de Senaat
- sinds 1995 ook voor de gewesten en gemeenschappen, met name voor het Vlaams Parlement, het Waals Parlement, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap Het Parlement van de Franse Gemeenschap wordt niet verkozen maar onrechtstreeks samengesteld uit de niet Duitstalige leden van het Waalse Parlement en de eerste 15 Franstalige leden van het Brussels Parlement. Een aantal senatoren wordt ook onrechtstreeks aangeduid door de drie gemeenschappen.

Zie ook


- Kieskring
- Verkiezingen in Vlaanderen
- Nederlandse Tweede-Kamerverkiezingen

Externe links


- Belgische verkiezingsuitslagen
  - [http://www.vub.ac.be/belgianelections/Browser.html Historiek (tot 2000)]
  - [http://verkiezingen2003.belgium.be/index_nl.shtml 2003: Kamer & Senaat]
  - [http://verkiezingen2004.belgium.be/nl/index.html 2004: Europese en regionale verkiezingen] Categorie:Parlement categorie:Kiessysteem ja:選挙 simple:Election

Saddam Hoessein

Saddam Hoessein Abd al-Majid al-Tikriti (28 april 1937) was van 1979 tot 2003 autocratisch president en heerser van Irak. Saddam Hoessein (صدام حسين) werd in Irak geboren in het dorp Al-Auja, nabij de stad Tikrit in de provincie Salah ad Din. Zijn vader verliet het gezin voordat Saddam werd geboren. Saddam werd naar eigen zeggen mishandeld door zijn stiefvader. Hij mocht niet naar school en bracht zijn vroege jeugd als schaapherder door. Vanaf zijn tiende werd hij opgevoed door zijn xenofobe oom Khairullah Tulfah, een van de weinige geletterden in Tikrit en auteur van het pamflet Drie dingen die God niet had moeten scheppen: Perzen, joden en vliegen.
Behalve door zijn oom werd de jonge Saddam tot politiek activisme geïnspireerd door Nassers pan-arabisme. In 1957 werd Hoessein lid van de socialistische Ba'ath Partij. In hetzelfde jaar pleegde hij zijn eerste politieke moord; hij liquideerde zijn zwager, een communistische activist. In 1959 werd Saddam Hoessein, na een mislukte poging tot liquidatie van de Iraakse premier Abdul Karim Kassem, bij verstek ter dood veroordeeld, waarna hij onderdook in het dorpje Adwar (Ad Dawr) en vervolgens via Syrië naar Egypte vluchtte. Een deel van zijn opleiding ontving Hoessein, door bemiddeling van Nasser (met wie hij in Egypte kennis maakte), aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Caïro. Na de 14e Ramadanrevolutie van 8 februari 1963 keerde hij naar Irak terug. Hoessein werd na een machtswisseling gevangengezet, maar wist de gevangenis in 1967 te ontvluchten. In 1968 deed hij actief mee aan de geweldloze coup door de Ba'ath Partij. In datzelfde jaar studeerde hij af in rechten aan de Universiteit van Bagdad. Hij werd prompt benoemd tot vice-voorzitter van de Revolutionaire Commandoraad en was vanaf 1973 generaal in de krijgsmacht. In 1979 kondigde president Ahmad Hassan al-Bakr (op 42-jarige leeftijd) zijn aftreden aan waarna Hoessein zich zowel het voorzitterschap van de partij als het presidentschap wist toe te eigenen. Hoessein verkreeg de absolute macht in Irak en benoemde leden van zijn Al-Tikriticlan op bijna alle belangrijke posten in zijn regering. Hij overleefde tal van couppogingen en aanslagen op zijn leven. Ter consolidatie van zijn macht liet hij vele opponenten ombrengen, waaronder leden van zijn eigen familie. Een uitgebreid veiligheids- en inlichtingensysteem, de geheime politie en zeer waarschijnlijk het gebruik van dubbelgangers, hebben hem behoed voor liquidatie. Onder zijn dictatoriale regime gebruikte hij de oliereserves om van zijn land een belangrijke regionale militaire macht te maken. Tijdens dit regime werden de Koerden, die vooral in het noorden van het land wonen, zwaar onderdrukt. In totaal werden naar schatting 200.000 Koerden vermoord door middel van chemische en conventionele wapens, alsmede dodenmarsen waarbij mensen werden uitgebuit en verhongerd.

Irak-Iran oorlog

Saddam Hoessein voerde van 1980 tot 1988 een bloedige oorlog met het buurland Iran, de Irak-Iran oorlog. Hoessein zette in deze oorlog verschillende chemische massavernietigingswapens in (bevestigd door inspecteurs van de Verenigde Naties). Formeel was het twistpunt de grenslocatie met betrekking tot de Shatt-al-Arab, het gecombineerde kanaal van de Eufraat en de Tigris naar de Perzische Golf.

Golfoorlog

In augustus 1990 bezette hij het eveneens olierijke buurland Koeweit. Ook vuurde hij Scud-raketten af op Israël en Saoedi Arabië. De bezetting werd begin 1991 met de eerste Golfoorlog door geallieerde strijdkrachten onder aanvoering van de Verenigde Staten ongedaan gemaakt.

Sancties

Na deze oorlog werd een handelsembargo van de Verenigde Naties afgekondigd. Hoewel het oorspronkelijk bedoeld was als strafmaatregel wegens Hoesseins weigering om mee te werken met de VN op het gebied van wapeninspecties in Irak, gaven de Verenigde Staten aan de sancties te willen handhaven, zelfs al zou Hoessein volledig aan de inspecties meewerken. In 1996 aanvaardde het Iraakse parlement een plan van de VN-Veiligheidsraad om Irak toe te staan een beperkte hoeveelheid olie te verkopen met de opbrengst waarvan iets aan de meest urgente humanitaire noden zou kunnen worden gedaan. Critici van de sancties, waaronder vele humanitaire belangengroepen, stellen dat de sancties miljoenen onnodige slachtoffers hebben geëist. Anderen menen dat de vele doden het gevolg zijn van Hoesseins onbuigzaamheid en economisch mismanagement, en stellen dat de noodzaak om Irak in bedwang te houden van meer belang is dan humanitaire overwegingen. De Veiligheidsraad van de VN riep Saddam in november 2002 unaniem en onder ultimatum op volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan wapeninspecties. In maart 2003 oordeelden de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en bondgenoten dat Irak niet aan deze VN-oproep voldeed, en openden de aanval. Het regime was in april verslagen; sindsdien werd Hoessein, tot zijn plotselinge gevangenname in december, niet meer gezien. Wel liet de televisiezender Al-Arabia enkele malen een geluidsopname horen van een man die opriep tot verzet tegen de Amerikaanse indringers. Volgens de CIA is het zeer waarschijnlijk dat het hierbij ging om de stem van Saddam Hoessein. Saddam Hoessein is gehuwd met Sajida Talfah. Het echtpaar heeft drie dochters, Raghat, Rana en Chrisnia en had twee zonen. De echtgenoten van twee dochters werden vermoord door aanhangers van Hoessein, nadat zij in ongenade vielen bij hun schoonvader. Beide zonen - Oedai Saddam Hoessein, die de post van minister van defensie bekleedde, en Koesai Hoessein - kwamen om in een vuurgevecht met Amerikaanse troepen in Mosul.

Gevangenneming

Mosul Op 13 december 2003 (rond 20.00 uur) werd Saddam Hoessein gearresteerd door Koerdische troepen van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) en Amerikaanse speciale eenheden. De operatie heette Red Dawn (Rode Dageraad). Hoessein werd aangetroffen in een onderaardse ruimte bij een boerderij in het dorp Adwar, 15 kilometer ten zuiden van de stad Tikrit. De toegang tot de ruimte, nauwelijks groot genoeg voor een volwassen man maar voorzien van luchtkanalen, was afgesloten door een stuk schuimrubber en afgedekt met aarde. Omdat Hoessein een geweer bij zich droeg wilden de militairen een handgranaat naar binnen gooien maar lieten dit achterwege toen Hoessein zich bekend maakte. Saddam Hoessein had zijn baard en haren laten groeien, waarschijnlijk om onherkenbaar te worden. Ondanks de door de VS uitgeloofde hoge prijs op zijn hoofd en de intensieve zoekacties, heeft Hoessein zich ruim 8 maanden schuil kunnen houden. Saddam Hoessein werd waarschijnlijk verhoord op een Amerikaans marineschip en begin 2004 teruggebracht naar Irak. Hij was krijgsgevangene van de Coalitie tot hij op 1 juli werd overgedragen aan het op 29 juni aangetreden Iraakse interim-bewind. Op 1 juli 2004 werd hij voorgeleid aan het gerechtshof. Hij erkende de rechtbank niet en weigerde de aanklacht, die zeven punten bevatte, te ondertekenen. Op 19 oktober 2005 begon de rechtszitting tegen Hoessein.

Zie ook


- Irak van A tot Z
- Oorlog Iran-Irak
- Golfoorlog (1991)
- Golfoorlog (2003)

Externe links


- [http://projects.sipri.se/cbw/research/factsheet-1984.html Site over chemische wapens van Irak] Hoessein, Saddam Hoessein, Saddam Hoessein, Saddam Hoessein, Saddam ja:サッダーム・フセイン ko:사담 후세인 ms:Saddam Hussein simple:Saddam Hussein th:ซัดดัม ฮุสเซน

Irak

Irak (Arabisch: العراق al-ʿIrāq) is een land in het Midden-Oosten; het ligt voor een groot deel in en rond het stroomgebied van de rivieren de Eufraat en de Tigris. Het grenst in het zuidoosten aan de Perzische Golf, en verder met de klok mee aan Koeweit, Saoedi-Arabië, Jordanië, Syrië, Turkije en Iran.

Geschiedenis

Hoofdartikel: Geschiedenis van Irak Het gebied dat het huidige Irak inneemt is vrijwel hetzelfde als het vroegere Mesopotamië, het land tussen de rivieren Eufraat en Tigris. Vele beschavingen heersten over Mesopotamië: de Sumeriërs, Assyrië en Babylon. In de 7de eeuw werd Mesopotamië door moslims op de Perzen veroverd. Irak werd deel van het Ottomaanse Rijk, dat in 1917 ten val kwam. Bij de verdeling van het Ottomaanse Rijk door de Volkenbond kwam Irak onder Brits mandaat. Faisal Ibn Hoessein werd door de Britten geïnstalleerd als koning. De Britten maakten Irak een min of meer zelfstandig land dat in 1932 onafhankelijkheid verwierf. In 1941 veroverde het Verenigd Koninkrijk het land nog een keer; een militaire staatsgreep in 1958 maakte een einde aan de door de Britten opgelegde monarchie. In 1979 werd Saddam Hoessein de machtigste man binnen de Ba'ath-partij en daarmee van het land. Zijn regime maakte een hardhandig einde aan alle politieke oppositie en voerde een waar schrikbewind. Irak voerde een zeven jaar durende en zeer bloedige oorlog met buurland Iran (zie Iran-Irak oorlog). Het gebruik van gifgassen om een Iraans-Koerdische opstand in het plaatsje Halabja te bestrijden, werd later een bekend voorbeeld van de onderdrukking door Hoessein. Op 2 augustus 1990 viel Irak het veel kleinere buurland Koeweit binnen en bezette het. Koeweit werd door een internationale coalitie in de Golfoorlog van 1991 bevrijd. Het luchtruim in het noorden en het zuiden van Irak werd daarna overgenomen door de VS, Frankrijk en Engeland, volgens deze landen als uitvloeisel van VN resolutie 688. In 1998 begon de militaire operatie Desert Fox, vanwege het vermeende bezit van massavernietigingswapens, waarbij installaties in Irak met tomahawks beschoten werden. In 2003 werd Hoessein verdreven na een aanval van een internationale coalitie, de zogenaamde Coalition of the Willing, onder leiding van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk tijdens de Irakoorlog. Nadat op 1 mei 2003 de oorlog over werd verklaard, werd in Irak een stabilisatiemacht geïnstalleerd, de Stabilisation Force Iraq. Ook werd een overgangsregering ingesteld, de Coalition Provisional Authority (CPA) onder leiding van de Amerikaan Paul Bremer. Op 28 juni 2004 droeg de CPA de macht over aan een interimregering onder leiding van premier Iyad Allawi en president Ghazi al-Yawar. Die werden weliswaar (net als de CPA) tegengewerkt door diverse groepen van opstandelingen in Irak, maar wisten het land klaar te maken voor verkiezingen van 30 januari 2005. De verkiezingen werden gewonnen door een sjiitische partij, maar zij behaalden geen absolute meerderheid en moesten dus een coalitie vormen met andere partijen. De belangrijkste posten werden langs etnische lijnen verdeeld. Jalal Talabani (Koerd) werd president, Ibrahim Jaafari (sjiiet) werd premier en een soenniet werd voorzitter van het parlement. Op 28 april 2005 werd de voltallige regeringsploeg aan de buitenwereld gepresenteerd. Een speciaal comité stelde uiteindelijk op 28 augustus 2005 een ontwerpgrondwet voor, die in oktober 2005 middels een referendum aan het volk zal worden voorgelegd, waarna nieuwe verkiezingen volgens die grondwet plaats dienen te vinden.

Geografie

Er zijn vier landschappen te onderscheiden:
- het heuvel- en bergachtige noordoosten(zuid Koerdistanse gebied), met veel rivieren en een vruchtbare bodem
- een steppegebied in het noordwesten, tussen de rivieren Eufraat en Tigris
- het dichtbevolkte gebied aan de benedenloop van Eufraat en Tigris, ruwweg tussen Bagdad en Perzische Golf
- de woestijnen en steppewoestijnen in het westen en het zuiden De zomers zijn zeer heet en droog, met temperaturen tot 50°C; de meeste neerslag valt 's winters, in het noorden. De hoofdstad van Irak, Bagdad, is vrij centraal gelegen aan de Tigris. Andere belangrijke steden zijn de havenstad Basra (Al Basrah), het noordelijke Mosoel (Al Mawsil) en Kirkoek(Koerdische toekomstige hoofdstad) De belangrijkste religieuze steden, speciaal voor sjiitische moslims, zijn Najaf, Karbala en Koefa.

Bevolkingsgroepen

De belangrijkste bevolkingsgroepen van Irak zijn de Arabieren, Koerden en in mindere mate Turkmenen. Verder wonen ook Assyrische en Chaldeeuwse christenen in Irak. In het midden en zuiden van Irak wonen Arabieren. Ongeveer 60% van de bevolking is sjiitisch. Zij wonen hoofdzakelijk in het zuiden. De heilige steden van de sjiieten, Karbala en Najaf bevinden zich ook hier. Daarnaast woont ook een grote groep sjiieten in Bagdad, de meesten in de 'wijk' Sadr-stad. In het midden van Irak, in de zogenoemde Soennitische driehoek, wonen de meeste soennieten, die ongeveer 20% van de bevolking uitmaken. De Koerden leven in het noorden van Irak, dat ook wel Koerdistan wordt genoemd. De Koerden hebben een zekere mate van autonomie. Ze vormen 20% van de totale Iraakse bevolking. Ze hebben een eigen taal, het Koerdisch, en een eigen cultuur. In het Iraakse deel van Koerdistan wonen ongeveer 6 miljoen Koerden. Zij hebben als hoofdstad Kirkuk en als regeringsstad Hawlêr. Verder hijsen ze een eigen vlag. In Koerdistan leven ook wel Turkmenen en groepen Arabieren. De Koerden zijn overwegend soennitisch.

Politiek

Tot het voorjaar van 2003 was Irak een dictatuur met Saddam Hoessein als president (dictator). Hoogste orgaan van de staat was formeel het parlement, maar in werkelijkheid de Revolutionaire Commando Raad. Deze Raad bestond uit getrouwen van Hoessein (ministers, de vice-presidenten, de premiers en vice-premiers, partijbonzen en militairen). Saddam Hoessein was tevens voorzitter van de Revolutionaire Commando Raad. Naast deze raad was er een kabinet dat onder leiding stond van een premier. Irak werd centralistisch bestuurd: iedere provincie werd bestuurd door een gouverneur die werd bijgestaan door een Provinciale Raad. De steden hadden gekozen gemeenteraden en centraal benoemde burgemeesters. De belangrijkste partij onder Saddam Hoessein was de Ba'ath-partij ('Partij van de Arabische Herrijzenis'). Tot 1991 was de Ba'ath ook de enige toegestane politieke partij. Het hoogste orgaan van de Ba'ath-partij in Irak was de Regionale Commando Raad (een bestuursraad). Saddam Hoessein was naast president van Irak en Voorzitter van de Revolutionaire Commando Raad, tevens secretaris-generaal van de Ba'ath-partij. Naast de Ba'ath bestonden er nog andere partijen. Deze partijen moesten echter wel de doelstellingen van de Ba'ath-revolutie van 1968 onderschrijven. De door Saddam zo vreselijk vervolgde Iraakse Communistische Partij (ICP) was formeel legaal en soms waren er zelfs communisten lid van de regering. De Ba'ath-partij en de ICP vormden samen het Nationaal Progressief Front. Dit Front werd evenwel gedomineerd door de Ba'ath en de communistische invloed was 0,0%. Na de aanval van de Coalitie (Amerika, Verenigd Koninkrijk en anderen) in 2003 en de verovering van het land, was de macht in Irak tot 28 juni 2004 in handen van de Coalition Provisional Authority onder leiding van Paul Bremer. Ook had de Iraakse Bestuursraad, bestaande uit 25 Irakezen, veel macht. Op 28 juni 2004 werd de macht formeel overgedragen aan een benoemde regering, waarna in begin 2005 verkiezingen werden gehouden. Ghazi al-Yawar was gedurende die periode interim-president van Irak. Iyad Allawi was toen interim minister-president. De Amerikaanse troepen blijven echter op onverminderde tegenstand stuiten, waarbij verzet zowel van soennieten, sjiieten als van nationalisten komt. Een speciaal comité met Koerdische, Soennitische & Sji'itische vertegenwoordigers stelde op 28 augustus 2005 een ontwerp-grondwet op, die in oktober 2005 aan het Iraakse volk zal voorgelegd worden. De Soennitische vertegenwoordigers keurden het ontwerp af, verwacht wordt dan ook dat de grondwet in het referendum ook zal afgewezen worden (gezien de Soennieten de facto een veto hebben).

Leiders


- President: Jalal Talabani (mam Jalal) Hoofd van de Koerdische PUK, één van de grootste Koerdische partijen in het, door de Koerden geregeerde, noordelijke gebied, genaamd Koerdistan.
- Vice-president: sjeik al-Yawar,
- Vice-president: de sjiiet Mehdi
- Premier: Ibrahim Jaafari (sjiitische politicus uit Karbala; afgestudeerd arts; voorzitter van sjiitische Da'awa-partij)
- Vice-premier: Roj Nouri Shaways (KDP- (politicus uit Koerdistan, voormalig Parlemenstvoorzitter in de Koerdische regering in Hawlêr/Arbil)

Ministers


- Buitenlandse Zaken: Hoshiyar Mahmud Mohammed Zebari
- Binnenlandse Zaken: Falah al-Naqib
- Olie: Thamer Abbas Ghadhban
- Financiën: Adel Abdul Mahdi
- Handel: Mohammed Mustafa al-Jibouri.
- Justitie: Malik Dohan al-Hassan
- Defensie: Hazim al-Shaalan
- Onderwijs: Sami al-Mudhaffar
- Hoger Onderwijs: Taher Khalaf Jabur al-Bakaa
- Wetenschap en Technologie: Rashad Mandan Omar
- Volksgezondheid: Alaadin Alwan
- Mensenrechten: Bakhtiar Amin
- Communicatie: Mohammed Ali al-Hakim
- Elektriciteitsvoorziening: Ayham al-Sameraei
- Volkshuisvesting: Omar al-Faruq Salim al-Damluji
- Milieu: Mishkat Moumim
- Migratie en Ontheemden: Pascale Isho Warda
- Arbeid en Sociale Zaken: Leyla Abdul Latif
- Industrie en Delfstoffen: Hajem al-Hassani
- Landbouw: Sawsan Ali Magid al-Sharifi
- Water en Irrigatie: Abdul Latif Jamal Rasheed
- Planning: Barham Salih
- Openbare Werken: Nasreen Mustapha Barwari
- Transport: Louay Hatem Sultan al-Erris
- Cultuur: Mufeez Mohammed Jawad al-Jazaeri
- Jeugd en Sport: Ali Faiq al-Ghabban
- Minister van Staat, belast met Vrouwenzaken: Narmin Othman
- Minister van Staat, belast met Provinciezaken: Wail Abdul-Latif
- Minister van Staat, zonder portefeuille: Qasim Daoud
- Minister van Staat, zonder portefeuille: Mahmud Farham Othman
- Minister van Staat, zonder portefeuille: Adnan al-Janabi Zie ook: Lijst van staatshoofden van Irak categorie:Land Categorie:Midden-Oosten ja:イラク ko:이라크 ms:Iraq simple:Iraq th:ประเทศอิรัก zh-min-nan:Iraq

Nationaal-socialisme

Het nationaal-socialisme of nazisme is de ideologie waaronder de Duitse dictatuur van 1933 tot 1945 werd uitgevoerd. Het kwam er bij deze ideologie op neer dat het Duitse nationale ras van mensen, het Arische ras, superieur is aan alle andere rassen. Die superioriteit uitte zich in de ideeën dat de andere rassen mochten worden uitgebuit, gemarteld en gedood. Vooral joden en zigeuners werden hiervan het slachtoffer gedurende de Tweede Wereldoorlog en gedurende de Holocaust. Aanhangers van het nationaal-socialisme worden ook wel nazi's genoemd. Het nationaal-socialisme komt voort uit het extreme nationalisme dat aan het einde van de negentiende eeuw een enorme bloei doormaakte. Dit extreme nationalisme werd gekenmerkt door antisemitisme en racisme. Ook plaatst het het groeps- en volksbelang boven het individuele belang en keert het zich sterk tegen het individualisme. Het nationaal-socialisme kent sterke trekken van het sociaal-darwinisme, wat blijkt uit het feit dat men het 'biologisch bepaald' achtte om sociaal zwakkere elementen in de samenleving te elimineren. Hiermee werd bedoeld: de grootschalige euthanasie van mensen met het syndroom van Down, geestelijk en/of lichamelijk gehandicapten, enz. Men beriep zich hierbij op de natuur waarin het recht van de sterkste overheerst. Om een superras te creëren werden jonge, Arische mannen (dat wil zeggen mannen met 'juiste' lichaamskenmerken zoals blond haar, blauwe ogen en goede verhoudingen) aangemoedigd om bij arische vrouwen (met natuurlijk dezelfde kenmerken) kinderen te verwekken in een lebensbornhaus. Deze mannen waren veelal lid van de SS. De ouders van de kinderen kenden elkaar niet persoonlijk en moesten de kinderen afstaan die vervolgens door de SS werden opgevoed, onderwezen in de nazi-ideologie. Hoewel Hitler zich meer aangetrokken voelde tot de 'pseudo-wetenschappelijke' kant van het nationaal-socialisme, was Heinrich Himmler, de leider van de SS, geïnteresseerd in mystiek, kruidenleer en paranormale verschijnselen. Uit de SS werden blonde en blauwogige mannen gehaald die bijeenkwamen in een soort erediensten waarin de Germaanse mystiek herleefde. (zie: Jörg Lanz von Liebenfels, Thule) De dictator Adolf Hitler kwam aan de macht als de leider van de Duitse politieke partij met de naam NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij). Naar het Duitsland in deze periode wordt wel verwezen met de term nazi-Duitsland. Een van de eerste antisemitische acties van dit regime was de Kristallnacht op 9 november 1938. Nazikopstukken waren: Heinrich Himmler, Reinhard Heydrich, Joseph Goebbels, Alfred Rosenberg, Albert Speer, Hermann Göring, Rudolf Hess, Karl Dönitz, Julius Streicher, Ernst Röhm, Baldur von Schirach, Joachim von Ribbentrop, Ernst Kaltenbrunner, Hans Frank, Wilhelm Frick, Walther Funk, Hjalmar Schacht, Arthur Seyss-Inquart, Alfred Jodl, Martin Bormann, Erich Räder, Fritz Sauckel, Constantin von Neurath, Hans Frische, Robert Ley, Gustav Krupp, Horst Wessel. Het nationaal-socialisme is sinds de Tweede Wereldoorlog verboden in Duitsland, maar kleine groepen van mensen die de principes van het nationaal-socialisme aanhangen bestaan nog steeds, zowel in Duitsland als daarbuiten. Deze mensen worden neonazi's genoemd. Naast neonazi's bestaat er een gerelateerde groep die het bestaan van de Holocaust en andere historische feiten uit het nationaal-socialisme ontkennen, en over nazi-Duitsland en wat er gedurende die jaren gebeurde uitsluitend positieve geschiedenis schrijven (zie Holocaustontkenning).

Nationaal-socialisme als vorm van socialisme

De opvattingen over hoeverre het nationaal-socialisme een deels nationalistische en een deels socialistische stroming was, lopen ver uiteen. Verschillende schrijvers benadrukken dat de nazi’s antikapitalistisch waren, een keynesiaanse overheidspolitiek en een grote verzorgingsstaat voorstonden, en derhalve op het economische vlak een socialistische politiek kenden. Hitler zelf stelde in een toespraak in 1922 dat het nationale en het socialistische bij elkaar hoorden. Volgens hem was het beginsel van de klassenstrijd toepasbaar op een rassenstrijd; in plaats van een strijd tussen onderworpen en heersende klassen, zou er volgens hem een nationale strijd gaande zijn tussen het onderworpen Duitse volk en het zogenaamd heersende Jodendom. Het zogeheten ‘wereldjodendom’ zou volgens de nazi’s de Duitsers willen overheersen via het bolsjewisme en het kapitalisme. Verscheidene andere schrijvers en hedendaagse socialisten ontkennen echter ten stelligste dat het nationaal-socialisme een deels socialistische stroming is, omdat volgens hen de rassenstrijd een totaal verkeerde uitleg is van het begrip klassenstrijd, en het doel van de nazi’s niet was om het kapitaal eerlijker te verdelen, maar om het Jodendom en andere niet-Duitse groepen uit te roeien of te onderwerpen en het Duitse volk van meer Lebensraum te voorzien. Volgens hen was het socialisme in het begrip ‘nationaal-socialisme’ louter populistisch om een brede aanhang te krijgen onder het Duitse volk, maar hadden de nazi’s vooral een eigen agenda die weinig met het socialisme te maken had. Al met al blijft het een heikel punt waar moeilijk overeenstemming over is te bereiken.

Gerelateerde onderwerpen


- Nazi
- NSB
- NSDAP Categorie:Tweede Wereldoorlog Categorie:Rechts-extremisme Categorie:Politieke stroming Categorie:Nazi-Duitsland ja:ナチズム simple:Nazism

Verenigde Staten van Amerika

De Verenigde Staten van Amerika (afgekort als VS, of op zijn Engels als USA of US) zijn een Noord-Amerikaans land, een federatie van 50 staten en het district van Columbia (District of Columbia). Twee staten, Alaska en Hawaï, liggen apart en grenzen niet aan de andere staten. Tot het land behoren ook diverse eilandgebieden in de Caraïbische Zee en de Grote Oceaan. De Verenigde Staten zijn na China en India het grootste land van de wereld in bevolking en na Rusland en Canada het grootste land in oppervlakte. Het wordt aan de noordkant begrensd door Canada en aan de zuidkant door Mexico en het Caraïbisch gebied, en wordt geflankeerd door de Grote Oceaan in het westen, de Atlantische Oceaan in het oosten en de Golf van Mexico in het zuiden. De grens met Rusland loopt tussen het Russische eiland Groot-Diomede en Klein-Diomede, dat in Alaska ligt (de twee eilanden liggen maar enkele kilometers van elkaar verwijderd). Alaska grenst bovendien aan de Arctische Oceaan. Washington D.C. is de hoofdstad en New York is de grootste stad. Tot de afgelegen gebieden van de Verenigde Staten behoren:
- In het Caraïbische Bassin: Puerto Rico (een gemenebest geassocieerd met de Verenigde Staten) en de Amerikaanse Maagdeneilanden (die in 1917 van Denemarken werden gekocht);
- In de Grote Oceaan: Guam (afgestaan door Spanje na de Spaans-Amerikaanse Oorlog), de Noordelijke Marianen (een gemenebest geassocieerd met de Verenigde Staten), Amerikaans-Samoa, Wake Island en verscheidene andere eilanden. De Verenigde Staten hebben ook samenwerkingsovereenkomsten met de republiek van de Marshalleilanden, de republiek Palau en de Federale staten van Micronesië. Onder deze overeenkomsten, die bekend staan als de "Compacts of Free Association", geven de Verenigde Staten deze naties financiële hulp en andere rechten als compensatie voor het gebruik van hun grondgebied voor doeleinden in het belang van de defensie van de Verenigde Staten.

Politieke geografie

Federale staten van Micronesië] De volgende staten maken deel uit van de Verenigde Staten: Alabama - Alaska - Arizona - Arkansas - Californië - Colorado - Connecticut - Delaware - District van Columbia (hoofdstedelijk district) - Florida - Georgia - Hawaï - Idaho - Illinois - Indiana - Iowa - Kansas - Kentucky - Louisiana - Maine - Maryland - Massachusetts - Michigan - Minnesota - Mississippi - Missouri - Montana - Nebraska - Nevada - New Hampshire - New Jersey - New Mexico - New York - North Carolina - North Dakota - Ohio - Oklahoma - Oregon - Pennsylvania - Rhode Island - South Carolina - South Dakota - Tennessee - Texas - Utah - Vermont - Virginia - Washington - West Virginia - Wisconsin - Wyoming Bij de onafhankelijkheidsverklaring in 1776 waren er slechts 13 staten. Voor de achtergrond van de namen, zie: Staten van de Verenigde Staten Alaska is de grootste staat (1.700.578 km²), en Rhode Island de kleinste (4003 km²). Californië heeft de grootste bevolking (33.871.648 in 2000), terwijl Wyoming de minst bevolkte staat is (493.782 in 2000). In de late 20e eeuw ervaarden Nevada, Arizona, Florida, Colorado, Utah, Georgia en Texas het snelste tempo van bevolkingstoename. West Virginia, North Dakota en het District van Colombia hadden te maken met bevolkingsdalingen tijdens dezelfde periode.

Steden

De grootste steden van de VS zijn:
- New York
- Los Angeles
- Chicago
- Houston
- Philadelphia
- Washington D.C. Andere grote steden zijn: Boston, Pittsburgh, Baltimore, Richmond, Virginia Beach, Charlotte, Atlanta, Jacksonville, Tampa, Miami, Cleveland, Columbus, Cincinnati, Detroit, Indianapolis, Milwaukee, Minneapolis, Saint Louis, Nashville, Memphis, New Orleans, Oklahoma City, Dallas, Austin, San Antonio, El Paso, Albuquerque, Denver, Salt Lake City, Phoenix, Tucson, San Diego, Long Beach, Las Vegas, Seattle, Portland, Sacramento, San Francisco, San Jose, Fresno en Honolulu.

Fysieke geografie

Honolulu Het landschap van de Verenigde Staten varieert sterk. Het kan in zeven brede geografische gebieden worden verdeeld. Van van het oosten naar het westen:
- de kustvlakte van de Atlantische Golf;
- de Appalachiaanse Hooglanden;
- de binnenlandse vlaktes;
- de binnenlandse hooglanden;
- het rotsachtige bergsysteem;
- het intermontane gebied; en
- het pacifische bergsysteem. Het terrein van het noorden van de Verenigde Staten werd gevormd door grote continentale ijskap die in Noord-Amerika tijdens de recente Cenozoïsche periode zijn ontstaan. De zuidelijke rand van de ijskap loopt ruwweg in een lijn die in het oosten door Long Island loopt en in het westen langs de rivieren Ohio en Missouri tot de Rocky Mountains. Het land ten noorden van deze lijn was bedekt met ijs. Alaska en de bergen in het noordwesten van Noord-Amerika hadden vroeger uitgebreide berggletsjers en werden zwaar geërodeerd. Great Salt Lake en andere meren in dit gebied zijn restanten van de ijstijd. In het zuidwesten van de Verenigde Staten liggen woestijnen. Dit zijn de heetste en droogste plekken van het land. Langs de pacifische kust heeft het klimaat een mediterraan type (bijvoorbeeld in Zuid-Californië). Dit klimaat gaat geleidelijk over in het maritieme klimaat van de westkust. Het noordwesten is een van de natste delen van de Verenigde Staten en is dicht bebost. Rotsachtige bergen, bijvoorbeeld de Cascades en Sierra Nevada hebben typische hooglandklimaten en zijn ook dicht bebost. Naast de Grand Canyon in Arizona en Great Salt Lake in Utah, zijn er andere natuurwonderen in het land, zoals de Niagara-watervallen op de grens van Canada en de VS; de klippen van het Nationale Park van Canion Bryce, in Utah; en de geisers van Nationaal Park Yellowstone, hoofdzakelijk in Wyoming (voor anderen, zie lijst van parken en reservaten en Werelderfgoed).

Klimaat

De Verenigde Staten hebben een gevarieerd klimaat, variërend van tropisch regenwoud van Hawaï en tropische savanne van Zuid-Florida (Everglades) tot subarctisch en toendraklimaat in Alaska. In het oosten van de honderste meridiaan (de algemene scheidingslijn tussen de droge en vochtige klimaten) is het klimaat vochtig en subtropisch. Het noordoosten van de Verenigde Staten heeft een vochtig, continentaal klimaat. Uitgestrekte bossen worden gevonden in beide gebieden. Ten westen van de honderste meridiaan is er sprake van een steppeklimaat.

Overheid

steppe De Verenigde Staten van Amerika zijn een op de constitutie gebaseerde federale republiek met een sterke democratische traditie. Elke vier jaar worden er presidentsverkiezingen gehouden. De president van de Verenigde Staten wordt, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, niet direct gekozen maar door getrapte verkiezingen. Men volgt hierbij een vrij ingewikkeld proces:
- allereerst worden voorverkiezingen gehouden, waarbij de presidentskandidaten van elke partij gekozen moeten worden (er zijn slechts twee partijen van betekenis: de Republikeinen en de Democraten).
- Bij de eigenlijke verkiezingen worden de stemmen geteld per staat. Elke staat heeft een op het inwonertal gebaseerd aantal 'kiesmannen' (in het Huis van Afgevaardigden). Wie in een staat de meeste stemmen krijgt, 'krijgt' in principe ook alle kiesmannen van die staat (het principe van het districtenstelsel). Wie de meeste kiesmannen heeft, wint de verkiezingen en wordt president. Kiesmannen kunnen echter het stemadvies van de burgers naast zich neerleggen. In 1988 stemde bijvoorbeeld een Democratische kiesman niet op Michael Dukakis, de officiële kandidaat, maar op Lloyd Bentsen, de kandidaat voor vice-president. Ook in 1876 en 1888 kreeg de kandidaat met de minste stemmen toch het grootste aantal kiesmannen. Een gekozen president kan maximaal twee periodes dienen (acht jaar). De presidentkandidaten kiezen al voor de verkiezingen hun running mate, de beoogde vice-president, uit. De president van de Verenigde Staten sedert 20 januari 2001 is George W. Bush. Het Congres (U.S. Congress) is de volksvertegenwoordiging en bestaat uit de Senaat en het Huis van Afgevaardigden.

Politieke partijen

De federale en staatsoverheden worden overheerst door twee belangrijke politieke partijen, de Republikeinen en de Democraten. De Republikeinse Partij is conservatiever en de Democratische Partij is progressiever. Verscheidene andere, kleinere partijen bestaan, maar zij hebben zeer weinig inspraak in nationale bolwerken. De politieke partijen in de Verenigde Staten hebben geen formele 'leiders' zoals veel andere landen, hoewel er complexe hiërarchieën binnen de politieke partijen zijn die diverse uitvoerende commissies vormen. De ideologie van de partij blijft zeer individueel gedreven; zo zijn er binnen een partij meestal zowel gematigden als radicalen. De bedrijfsbelangen verlenen het grootste deel van de financiële steun aan beide belangrijke partijen. De Republikeinen ontvangen over het algemeen meer financiering en steunen van commerciële groepen, godsdienstige christenen en Amerikanen op het platteland, terwijl de Democratische partij meer steun van arbeidsvakbonden en etnische minderheidsgroepen ontvangt. Omdat de federale verkiezingen in de Verenigde Staten tot de duurste van de wereld zijn, is de toegang tot fondsen essentieel in het politieke systeem. Aldus spelen bedrijven, vakbonden en andere georganiseerde groepen die fondsen en politieke steun aan partijen verlenen een zeer grote rol in het bepalen van politieke agenda's en overheidsbesluitvorming. Het politieke systeem van Verenigde Staten heeft historisch catch-all-partijen eerder dan coalitieoverheden gesteund.

Buitenlandse relaties

Als gevolg van de grote militaire, economische en culturele invloed van de Verenigde Staten op de wereld buiten de VS besteedt de politiek in de VS veel aandacht aan dit onderwerp. Veel burgers en bedrijven zijn bezorgd over het beeld van de Verenigde Staten in de rest van de wereld, vaak ook omdat het de belangen van de VS kan schaden. Het buitenlandse beleid van de VS is in de geschiedenis meerdere keren veranderd tussen de extremen van isolationisme en imperialisme en alles ertussenin. Als resultaat van de reusachtige politiek als culturele invloed zijn de reacties naar de VS vaak heftig en soms irrationeel. Het varieert van bewondering van alle dingen die 'Amerikaans' zijn tot anti-Amerikanisme. Bewondering van de VS komt vaak voort uit het feit dat veel mensen het als het land van de vrijheid zien. Zij bewonderen het feit dat Verenigde Staten een van de eerste moderne democratieën was en hebben respect voor de American Dream. Voor veel Europeanen komt daar nog dankbaarheid voor de bevrijding van het fascistische juk tijdens de Tweede Wereldoorlog bij. Tegenstanders van het buitenlands beleid van de VS daarentegen vinden dat de VS gedurende hun geschiedenis weinig respect hebben getoond voor de vrijheid en soevereiniteit van veel andere volkeren. Zij wijzen onder andere op de Vietnamoorlog of de Amerikaanse bemoeienissen in Latijns-Amerika. Ook de invasie van Afghanistan en de Irakoorlog worden door tegenstanders als onrechtvaardig geacht. Een extreem voorbeeld van anti-Amerikanisme zijn de woorden die Ayatollah Khomeini over de VS sprak: Grote Satan.

Bevolking

Ayatollah Khomeini Ayatollah Khomeini] Ayatollah Khomeini De Verenigde Staten telden in 2004 293 miljoen inwoners. Meer dan 79% van de bevolking woont in de stad (en meer dan de helft daarvan in voorsteden). Ongeveer 70% van de inwoners is van Europese oorsprong (Census Bureau, 2004), maar dit percentage heeft een dalende trend door uitbreiding van andere groepen door immigratie en geboorten. Volgens de volkstelling van 2000 bestond de grootste groep minderheden uit latino's, die 35.305.818 mensen, 12,5% van de bevolking, vertegenwoordigden. Dit cijfer omvat mensen van Mexicaanse, Puerto Ricaanse en Cubaanse oorsprong. De Afrikaans-Amerikaanse bevolking bedroeg 34.658.190, of 12,3% van de bevolking, hoewel een extra 0,6% van de bevolking van gedeeltelijk Afrikaans-Amerikaanse oorsprong was. De Aziatische bevolking bedroeg 10.242.998 in 2000, of 3,6%, en bestond hoofdzakelijk uit mensen van Chinese, Filipijnse, Indiase, Vietnamese, Koreaanse of Japanse oorsprong. De inheemse Amerikaanse bevolking van de Verenigde Staten, zoals eskimo's in Alaska en Aleuts, had een bevolking van 2.475.956, ofwel 0,9%. Ruwweg een derde van de inheemse Amerikanen leefde in reservaten, vertrouwensland, of ander land onder inheemse Amerikaanse jurisdictie. Er waren 398.835 Hawaïanen en andere pacifische eilandbewoners in 2000. Dat is 0,1% van de bevolking.

Immigratie

Naast de oorspronkelijke groep Britse kolonisten in de talrijke kolonies van de Atlantische kust, werden andere nationale groepen geïntroduceerd door immigratie. De grote aantallen Afrikanen werden vervoerd onder hopeloze omstandigheden ten behoeve van slavenarbeid, met name op de aanplantingen van het Zuiden. Toen de Verenigde Staten regelingen trof met het Westen (waaronder sommige vroegere groepen Franse en Spaanse kolonisten), stroomde de immigranten uit Europa het land binnen. Een belangrijke groep waren de Schotten en Ieren. Vlak voor het midden van de 19e eeuw waren de Ierse en Duitse immigranten overheersend. Na de burgeroorlog kwamen de immigranten hoofdzakelijk uit de naties uit Zuid- en Oost-Europa: Italië, Griekenland, Rusland, het deel van Polen dat toen tot Rusland behoorde, en uit Oostenrijk-Hongarije en de Balkan. Tijdens deze periode kwamen er ook grote aantallen immigranten uit China. Tijdens de piekjaren van immigratie tussen 1890 en 1924 kwamen meer dan 15 miljoen immigranten in de Verenigde Staten aan. Na de immigratiewet van 1924 werd de immigratie zwaar beperkt tot midden de jaren '60. Sinds de jaren '80 zijn er grote aantallen nieuwe immigranten bijgekomen. De cijfers wijzen erop dat het aandeel niet-inheemse mensen 11,1% is (2000), het hoogste percentage sinds de telling van 1930; meer dan 40% meer dan de 31 miljoen buitenlanders in 1990. Meer dan de helft van alle immigranten in de Verenigde Staten komt uit Latijns-Amerika en meer dan een kwart komt uit Azië.

Sociale klassen

In termen van relatieve rijkdom, genieten de meeste ingezetenen van de VS een norm van persoonlijke economische rijkdom die veel groter is dan dat in het grootste deel van de wereld. Bijvoorbeeld, 51 procent van alle huishoudens heeft toegang tot een computer en 67,9 procent van de huishoudens van de VS was eigenhuisbezitter in 2002. Nochtans heerst er ook een aanzienlijke armoede in de Verenigde Staten: 12,1% van de bevolking leeft onder het officiële nationale armoedeniveau. De sociale structuur van de Verenigde Staten is enigszins gelaagd, met een significante klasse van zeer rijke individuen, die vaak onevenredige culturele en politieke invloed hebben. Nochtans is de sociale mobiliteit een bekend concept in Amerika, beschouwd als een deel van de American dream, in zoverre dat zelfs iemand geboren in een achtergestelde familie kan opklimmen tot iemand van de hogere klasse. De coëfficiënt van Gini (die inkomensongelijkheden aangeeft) bedraagt 40,8% en is de op twee na hoogste van alle ontwikkelde naties (na Zuid-Afrika en Mexico).

Godsdienst

Er is godsdienstvrijheid in de Verenigde Staten. De meerderheid van de Amerikanen is christen. Binnen het christendom is de Protestantse Kerk het meest vertegenwoordigd. Ongeveer 55% van alle Amerikanen zijn protestants. Dat komt neer op zo'n 165 miljoen protestanten (census 2005). Echter binnen de Verenigde Staten zijn er vele verschillende stromingen binnen de protestantse gemeenschap die geen hechte eenheid vormen zoals dat bij de katholieken het geval is. 65 miljoen inwoners zijn Rooms-katholiek (2005). De Oosters-orthodoxe Kerk wordt ook vertegenwoordigd echter hun aandeel is miniem. Bovendien hangen ruwweg 1,5% (2005) van Amerikanen het jodendom aan, en 0,6% (2005) is moslim (census 2005). Het boeddisme wordt door 0,5% (2005) als geloof aangehangen.

Onderwijs

Het onderwijs in de Verenigde Staten wordt voornamelijk beheerd door de afzonderlijke staten. Elk van de 50 staten heeft een kosteloos openbaar schoolsysteem (public school system). Er zijn ook meer dan 3500 instellingen van hoger onderwijs, gesteund door de individuele staten. Het openbare schoolsysteem is gebaseerd op 13 jaar onderwijs voor iedere leerling, beginnend met Kindergarten voor vijfjarigen, en eindigend met de twaalfde klas, waarna leerlingen hun High school diploma behalen. Daarom wordt het systeem ook wel "K through 12", of kortweg "K12", genoemd. Meestal doorlopen kinderen achtereenvolgens drie verschillende scholen: elementary school, middle school (in sommige staten junior high school genoemd) en highschool. Als men hierna nog een opleiding wil volgen komt men vaak uit in een zogenoemde College. Dit duurt 2,5 jaar. Hierna kan men eventueel nog een Universitaire studie volgen.

Cultuur

Kindergarten De Amerikaanse cultuur heeft een grote invloed op de rest van de wereld, vooral de westerse wereld. Deze invloed wordt soms bekritiseerd als cultureel imperialisme. De muziek van de VS wordt gehoord over de hele wereld en het is de vader van muziekvormen zoals blues en jazz. Vele grote westelijke klassieke musici en forums zijn gevestigd in de stad New York, een hub voor internationale opera en instrumentale muziek evenals het wereldberoemde theater Broadway voor musicals. New York en San Francisco zijn wereldwijd leiders in grafisch ontwerp en New York en Los Angeles concurreren met belangrijke Europese steden in de mode-industrie. De films uit de VS (hoofdzakelijk opgenomen in Hollywood) en televisieprogramma's kunnen bijna overal worden gezien. Het Amerikaanse fast-foodprincipe is overal ter wereld neergestreken. Dit is in grimmig contrast met de vroege dagen van de republiek, toen het land door Europeanen als landbouwland werd gezien. Verdere typische Amerikaanse cultuursymbolen is de appeltaart, de honkbalknuppel, de Amerikaanse vlag die bij sommige huizen 365 dagen per jaar wappert en de fastfoodketens als McDonald's, Burger King, Kentucky Fried Chicken en Wendy's. Wendy's

Vervoer

Om het grote gebied te verbinden, beschikken de Verenigde Staten over een groot netwerk van infrastructuur, waarvan het Interstate Highway System een belangrijk aspect is. Amerikanen zijn sterk afhankelijk van de automobiel voor vervoer over korte and middellange afstand. Met enkele uitzonderingen (bij voorbeeld New York City, San Francisco) is het openbaar vervoer onvoldoende om een alternatief te bieden. Steden zoals Los Angeles zijn volledig op de auto georiënteerd. Voor afstanden over 500 km wordt meestal de voorkeur gegeven aan het vliegtuig als vervoermiddel. Er is ook een transcontinentaal spoorwegsysteem dat voor het vervoeren van vracht wordt gebruikt, hoewel Amtrak een succesrijke snelle passagiersverbinding onderhoudt van Boston, via New York City naar Washington D.C. (North East Corridor). Deze treinverbinding kan concurreren met vlieg- en autoverbindingen omdat de trein direct van stadscentrum naar stadscentrum rijdt.

Geschiedenis

Washington D.C. :Hoofdartikel: Geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika Het gebied, dat nu ingenomen wordt door het continentale deel van de Verenigde Staten, werd oorspronkelijk bewoond door talrijke inheemse Amerikaanse volken en werd gekoloniseerd vanaf de 16e eeuw door Spanje, Frankrijk, Nederland en Engeland. Als resultaat van de Franse en Indiaanse oorlog (1754 - 1763) nam Groot-Brittannië de Franse koloniën in Noord-Amerika over (het oostelijk deel van Canada en delen van het huidige Illinois en Ohio). Daarmee kwam het grootste deel van de oostkust onder Britse controle. De kolonisten hadden de bescherming van het moederland tegen de Fransen niet langer nodig, en begonnen zich te verzetten tegen de Britse belastingheffing. De originele dertien koloniën verklaarden hun onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1776 en vormden een overheid die een nieuwe grondwet opstelde die na 1789 effectief werd. De natie begon spoedig zich westelijk uit te breiden. De groeiende spanningen over de kwestie van de zwarte slavernij verdeelden het land volgens geografische lijnen. Er volgde een burgeroorlog (1861-1865). De rest van de 19e eeuw werd gekenmerkt door verhoogde westelijke uitbreiding, industrialisatie, en de toevloed van miljoenen immigranten. In de 20e eeuw namen de Verenigde Staten deel aan beide Wereldoorlogen. Daarbij vielen vele slachtoffers. Na de Tweede Wereldoorlog, waar de Verenigde Staten in terecht kwamen na de Japanse aanval op Pearl Harbor in 1941, werden de Verenigde Staten een wereldmacht.

Economie

De Verenigde Staten zijn rijk aan delfstoffen. De Verenigde Staten bezitten ongeveer 20% van de kolen, 13% van de aardolie, en 24% van het aardgas reserves in de wereld. De olie wordt voornamelijk gewonnen aan de Golf van Mexico, en in de staten Alaska en Texas. Vanwege de grote grondoppervlakte en het gunstige klimaat is landbouw altijd erg belangrijk geweest voor de Verenigde Staten. De Verenigde Staten zijn marktleider in de productie van kaas, graan, sojabonen en tabak. Andere belangrijke landbouwproducten zijn rundvee, varkens, koemelk, boter, katoen, haver, tarwe, gerst en suiker; het is de belangrijke exporteur van de wereld van tarwe en graan en derde van de wereld in de rijstuitvoer. In 1995 was de visserij van de VS vijfde in de wereld in totale productie. Tegenwoordig werkt nog maar 3% van de beroepsbevolking in de landbouw. Dankzij moderniseringen is de productie echter nog steeds hoog. Ook vanuit de bosbouw worden veel producten geëxporteerd. Hoewel het land in het verleden vrijwel zelfvoorzienend was, blijft de stijgende consumptie, vooral van energie, het van bepaalde invoer afhankelijk maken. Het is, niettemin, de grootste producent van de wereld van zowel elektro als kernenergie. Het leidt alle naties in de productie van vloeibaar aardgas, aluminium, zwavel, fosfaten en zout. Het is ook een belangrijke producent van koper, goud, steenkool, ruwe olie, stikstof, ijzererts, zilver, uranium, lood, zink, mica, molybdeen en magnesium. Hoewel de output is gedaald, zijn de Verenigde Staten wereldleiders in de productie van ruwijzer en ferrolegeringen, staal, motorvoertuigen en synthetisch rubber. De belangrijkste exportproducten van de VS zijn motorvoertuigen, vliegtuigen, voedsel, ijzer en staalproducten, elektronische apparatuur, industriële en energie-genererende machines, chemische producten en consumptiegoederen. Belangrijke invoerproducten zijn onder andere ertsen en metaalschroot, aardolie en aardolieproducten, machines, vervoersapparatuur (vooral auto's) en kantoorproducten. De belangrijkste handelspartners van de VS zijn Canada (de grootste tweezijdige handelsverhouding van de wereld), Mexico, Japan, het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Korea en Duitsland. Het volume van de handel is gestaag gestegen. Het bruto binnenlands product is blijven toenemen en vandaag de dag bedraagt het $11750 miljard dollar (11,75 biljoen), met afstand het grootste van de wereld. De ontwikkeling van de economie is aangespoord door de groei van een complex communicatienetwerk. Dit bestaat niet alleen uit spoorwegen, wegen, binnenwateren en luchtvaart maar ook telefoon, radio, televisie, computer (waaronder internet) en de faxmachine. Deze infrastructuur heeft niet alleen de landbouw bevorderd en productiegroei verhoogd. maar ook bijgedragen aan de toerismeinkomsten en de verschuiving naar een op diensten gebaseerde economie. In 1996 werkte ongeveer 74% van Amerikanen in de dienstensector. Onder landen met een ontwikkelde economie is dit bijna het hoogste percentage, slechts Canada heeft percentueel een grotere dienstensector. De Verenigde Staten hebben al met al een werelddomineerende economie, en het gemiddeld inkomen per persoon is hoog. Dit betekent niet dat iedereen een hoog inkomen heeft. De rijkdom is namelijk onevenwichtig verdeeld. 1% van de bevolking bezit meer rijkdom dan 90% van de rest van de bevolking bij elkaar. En deze kloof lijkt groter te worden: bij de 25% armen daalde het inkomen tussen 1979 en 1995 met 9%, terwijl dat van de rijkste 25% met maar liefst 26% steeg. Er is een groot verschil in de economische status van blank en zwart. Een blank gezin bezit gemiddeld tien keer zoveel als een zwart gezin. De Verenigde Staten Het tekort op de begroting van de Amerikaanse regering is in het eind september afgelopen boekjaar 2005 teruggelopen met 94 miljard dollar tot 319 miljard dollar (265,33 miljard euro. In een toelichting op de publicatie van het tekort zei Snow: "Lagere belastingen en een beleid dat de economie stimuleert, hebben tot miljoenen nieuwe banen en een groei van de economie geleid. Daardoor namen de belastinginkomsten toe." Hij voegde eraan toe dat hij verwacht dat de VS het tekort tegen 2009 gehalveerd hebben. Het begrotingstekort van 319 miljard dollar valt lager uit dan het recordtekort van vorig jaar. Het tekort van 2005 is nog wel het op twee na grootste in de Amerikaanse geschiedenis. Toch is het gemelde tekort enigszins misleidend. In het bedrag is niet de 60 miljard dollar aan noodhulp opgenomen die de Amerikaanse regering heeft toegewezen voor herstelwerkzaamheden na de orkaan Katrina.

Defensie

internet De strijdkrachten van de Verenigde Staten van Amerika bestaan uit:
- De Landmacht van de Verenigde Staten (US Army)
- De Marine van de Verenigde Staten (US Navy)
- De Luchtmacht van de Verenigde Staten (US Air Force)
- Het Korps Mariniers van de Verenigde Staten (US Marine Corps)
- De Kustwacht van de Verenigde Staten (US Coast Guard) De US Coast Guard is formeel geen onderdeel van de strijdkrachten, maar ressorteert onder het Ministerie van Verkeer. In tijd van oorlog wordt de kustwacht echter onder controle van de marine geplaatst. De kustwacht kent wel een min of meer militaire hiërarchie en haar schepen zijn bewapend. De dagelijkse leiding is in handen van de minister van defensie (Secretary of Defense) en een plaatsvervangend minister (Deputy Secretary of Defense). Zij worden bijgestaan door een aantal assistent-ministers (Assistent Secretary of Defense) voor materieelzaken, personeelaangelegenheden, financiën enz. De overkoepelende organisatie is het Department of Defense (DoD). Daaronder vallen drie departementen voor de afzonderlijke krijgsmachtdelen: Department of the Navy, Department of the Air Force en het Department of the Army. Elk wordt geleid door een minister (Secretary) en een onder-minster (Under Secretary). Zowel de marine als het Korps Mariniers vallen onder het Department of the Navy. De gecombineerde bewapende krachten van de Verenigde Staten bestaan uit 1,4 miljoen actieve dienstnemers plus honderdduizenden in de reserves en de National Guard. De dienstplicht is na de Vietnam-oorlog afgeschaft. De defensie van de Verenigde Staten is een hiërarchische organisatie, met een systeem van militaire rangen om niveaus van gezag binnen de organisatie aan te duiden. De legerdienst is verdeeld in een professioneel ambtenarenkorps samen met een groter aantal aangeworven personeel dat de militaire handelingen van dag tot dag uitvoert. In tegenstelling tot bepaalde andere landen, wordt het de ambtenarenkorps van Verenigde Staten niet beperkt door de maatschappijklasse of onderwijs. Het leger van de VS handhaaft een aantal militaire toekenningen en onderscheidingen om de kwalificaties en de verwezenlijkingen van militair personeel aan te duiden. Op 26 juli 1948 ondertekende de Amerikaanse president Harry Truman de Executive Order 9981 die raciaal de scheiding ophief tussen de militairen van de Verenigde Staten. Homoseksuelen wordt het echter nog niet toegelaten om openlijk te dienen in het leger.

Symboliek

Executive Order 9981 De vlag van de Verenigde Staten, de Star-Spangled Banner of stars and stripes, bestaat uit 13 strepen en 50 sterren op een blauw vlak. De 13 strepen staan voor de oorspronkelijke 13 koloniën. De sterren staan voor de huidige 50 staten. Het wit in de vlag staat voor de waarheid, het rood voor moed en het blauw voor gerechtigheid. Voor de vlaggen van de deelstaten, zie Vlaggen van de Verenigde Staten. Er zijn meerdere ontwerpen geweest voordat de vlag die vandaag de dag wordt gebruikt het licht zag. Zo was er een ontwerp dat de sterren en strepen 'andersom' had, dus 13 kleine streepjes linksboven en een groot blauw vak met sterren, en een vermeerdering van het aantal strepen met elke staat die er bij kwam. Het huidige ontwerp werd in 1795 goedgekeurd door het congres. In 1813 gaf het Congres de opdracht aan vlaggenmaakster Mary Pickersgill voor het maken van de eerste officiële "Star-Spangled Banner", de vlag van 10 bij 14 meter die moest gaan wapperen boven fort McHenry. Het was deze vlag die amateurdichter Francis Scott Key inspireerde tot het schrijven van het gelijknamige volkslied. Het grootzegel, waarop de Amerikaanse zeearend is afgebeeld, dateert uit 1782. Het wordt nog steeds 2000 tot 3000 keer per jaar gebruikt om officiële documenten te verzegelen.

Nationale Feestdagen

De individuele staten bepalen wat de officiële feestdagen zijn voor hun staat. Al zijn de openbare instellingen op die dagen meestal gesloten, volgen bedrijven niet altijd de aanbeveling van de staat en werken gewoon door.
- New Year's Day, 1 januari
- Martin Luther King Day, derde maandag in januari
- President's Day, derde maandag in februari
- Memorial Day, laatste maandag in mei
- Independence Day, 4 juli
- Labor Day, eerste maandag van september
- Columbus Day, tweede maandag in oktober (alleen gevierd in staten met een grotere Italiaanse bevolking)
- Election Day, eerste dinsdag in november
- Veterans Day, 11 november
- Thanksgivings Day, vierde donderdag in november
- Christmas Day, 25 december De belangrijkste feestdagen, waarop bijna alle bedrijven gesloten zijn, zijn: New Year's Day, Memorial Day, Independence Day, Labor Day, Thanksgivings Day, en Christmas Day.

Overige informatie


- Affilliaties: APEC, NAFTA, NAVO, OSA.
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Lijst van de hoogste gebouwen van de Verenigde Staten

Externe links


- [http://www.firstgov.gov Officiële website van de overheid van Verenigde Staten (Engelstalig)] - Gateway naar regeringssites.
- [http://www.whitehouse.gov Witte Huis (Engelstalig)]
- [http://usinfo.state.gov/usa/infousa/facts/factover/homepage.htm Portret van de VS (Engelstalig)] - dat door het Agentschap van Informatie van de Verenigde Staten in september 1997 werd gepubliceerd.
- [http://nationalatlas.gov/ Nationale Atlas (Engelstalig)]
- [http://www.cia.gov/cia/publications/factbook/geos/us.html CIA World Factbook - VS (Engelstalig)] Categorie:NAVO Categorie:Land Categorie:Verenigde Staten als:USA ja:アメリカ合衆国 ko:미국 ms:Amerika Syarikat simple:United States th:สหรัฐอเมริกา zh-min-nan:Bí-kok

Afghanistan

| |- |] |- | |- | |- | |{{

Taliban

Taliban (Pasjtoe en Farsi: طالبان) is het meervoud van talib dat student (van theologie) betekent. Meer in het bijzonder is taliban de aanduiding van een moslimfundamentalistische beweging die van 1996 tot eind 2001 aan het bewind was in Afghanistan. De beweging vond haar oorsprong in de door vluchtelingen gestichte madrassa's (Koranscholen) vlak over de grens in Pakistan. De Taliban werden gesteund door Pakistan en in het begin ook door de Amerikaanse CIA.

Opkomst en bloei

Sinds de invasie van de Sovjet-Unie in 1979 was Afghanistan het strijdtoneel geworden van diverse partijen. Het verzet tegen de Sovjets werd aanvankelijk met geld en wapens door de Verenigde Staten gesteund. Na verloop van tijd waren er diverse krijgsheren die niet alleen de Sovjets, maar ook elkaar bestreden. De teelt van papaver voor de productie van heroïne was een belangrijke inkomstenbron. In 1992 lieten de Taliban voor het eerst van zich horen door een roofoverval op een konvooi af te slaan. De rovers werden geëxecuteerd en verminkt, en als voorbeeld tentoongesteld. Kort daarna werd Kandahar ingenomen, dat tot 2001 als hoofdstad van het Talibanregime zou fungeren. In de jaren 1992-1996 rukten de Talibanstrijders steeds verder noordwaarts op. Hoewel ze de hoofdstad Kaboel aanvankelijk niet konden innemen, bezetten ze wel de tweede stad Herat, en werden ze door de oorlogsmoede Afghanen (met name de Pashtuns) als bevrijders binnengehaald. Mullah Mohammed Omar werd in deze jaren meer en meer de leider van de Taliban. Op 26 september 1996 werd Kaboel alsnog ingenomen. Hierbij werd voormalig president Muhammad Nadjiboellah uit een VN-gebouw gesleurd en opgehangen. De oppositie, die zich verenigde in de Noordelijke Alliantie, trok terug in de Panshirvallei. Een patstelling ontstond, waarbij de Taliban de facto heerser over het land waren, maar de Noordelijke Alliantie, gesteund door de Russen, in het noordoosten stand hield. Afghanistan werd een broeinest van fundamentalisme en terrorisme. Zo vond de internationale terrorist Osama bin Laden onderdak in Afghanistan voor zichzelf én voor de opleidingskampen van zijn organisatie al Qaida. Mohammed Omar vormde Afghanistan om tot een streng islamitisch land. De Taliban stichtten het Islamitisch Emiraat Afghanistan. Ze gingen meteen over tot het verplichten van top-tot-teen bedekkingen voor vrouwen (burqa's) en baardgroei voor mannen, en tot het verbieden van onderwijs voor vrouwen, van foto's en video en verder elke vorm van afbeelden van levende wezens, en zelfs tot een verbod van het altijd zo populaire vliegeren. In 2000 bliezen de Taliban de boeddhabeelden van Bamyan op, en bereidden een wet voor die niet-moslims verplichtte een merkteken te dragen. Lijfstraffen zoals amputatie, verminking en zweepslagen werden ingevoerd, en de bevolking van Kaboel werd verplicht executies in het voetbalstadion bij te wonen. Daarnaast verboden de Taliban de heroïneteelt. Het Emiraat werd overigens door verreweg de meeste landen niet als wettige regering erkend. Weliswaar was Kaboel de formele hoofdstad, maar het zenuwcentrum van de Taliban lag in Kandahar, waar mullah Omar meestal ook verbleef. Daar gaf hij leiding aan de sjoera, een vergadering van geestelijken die de Talibandecreten uitvaardigde. Ook Mutawakkil, de Minister van Buitenlandse Zaken, was daar vaak te vinden. Hier waren de regels nog strenger, en waren hindoe's al verplicht gele kleding te dragen. Omar wilde Kandahar volbouwen met moskeeën en liet daarvoor de weinige hijskranen, ingenieurs en bouwmaterialen die het land nog bezat naar Kandahar halen. Deze projecten werden door de val van de Taliban niet voltooid. Afghanistan, de Taliban en al-Qaeda raakten zo verweven met elkaar, dat na de aanslag op het World Trade Center op 11 september 2001 de Taliban weigerden om Osama bin Laden uit te leveren. Daarna verklaarde de VS de Taliban de oorlog, waarna de Oorlog in Afghanistan uitbrak. Eén voor één trokken de weinige bondgenoten van Afghanistan zich terug of liepen over, en de VS ondernamen talrijke luchtaanvallen. In coördinatie met de door hen gesteunde Noordelijke Alliantie, werd vervolgens een grondoorlog begonnen. De Taliban verloren de hoofdstad Kaboel op 12 november 2001. Na beëindiging trokken de Taliban zich terug in de bergen en werden ze een guerrillagroepering die nog steeds actief is en sommige delen van het land controleert. Ze voerden bijvoorbeeld op 16 september 2004 een aanslag uit op Hamid Karzai in de stad Gardez, die mislukte. Naar aanloop van de verkiezingen van 18 september 2005 werden diverse politici gedood. Vele aanhangers van de Taliban zijn in de oorlog met de VS en haar bondgenoten gevangen genomen. Enkele honderden zijn via de Amerikaanse legerbasis te Baghram overgebracht naar het op Cuba gelegen Guantánamo Bay. Het is de VS op veel kritiek komen te staan dat deze gevangen buiten elke rechtsorde vallen. Internationale verdragen zoals de Conventies van Geneve, worden volgens critici met voeten getreden. Categorie:Afghanistan categorie:Terrorisme Categorie:Islamisme ja:ターリバーン ms:Taliban simple:Taliban

Slobodan Milošević

Slobodan Milošević (Слободан Милошевић, 20 augustus 1941) is een voormalig president van Servië en van Joegoslavië. Hij werd geboren in Požarevac, Servië. Milosevic is getrouwd met Mirjana Marković en heeft twee kinderen. Slobodan studeerde rechten in Belgrado. Zijn vader, in een vroeger leven een pope, maakte in 1962 een eind aan zijn leven, 10 jaar later gevolgd door zijn vrouw.

Opgang

Langzaam klom Milošević op de hiërarchische ladder, in 1984 werd hij partijleider van Belgrado om in 1987 partijleider van de deelstaat Servië te worden. Daarvoor diende hij wel zijn politieke mentor Ivan Stambolić op een zijspoor te zetten. Deze zou in 2000 ontvoerd worden en spoorloos verdwijnen, waarna pas in 2003 zou blijken dat hij werd vermoord. Op 28 juni 1989 wist Milošević, tijdens een herdenkingstoespraak van de veldslag tegen de Turken op Kosovo Polje, het Merelveld (1389), de nationalistische gevoelens fel aan te wakkeren. Op verscheidene plaatsen waren er steunbetogingen voor Milošević. Bijna 3 miljoen Serviërs (een derde van de bevolking) nam eraan deel. Nooit kreeg een Servisch leider zo'n massale steun. Dat jaar werd hij president van Servië. In 1990 verlieten de Sloveense en Kroatische leden van de federale Communistenbond het Congres, de republiek Joegoslavië stond op het punt te imploderen.

Oorlog

Slovenië verwierf zijn onafhankelijkheid relatief gemakkelijk, met weinige slachtoffers. Milošević had in het homogene Slovenië geen Servische belangen te verdedigen. Anders was het met Kroatië, daar leefden een 650.00 Serviërs. Er waren bloedige gevechten in Vukovar en in de Krajina's. In 1989 hief hij de autonomie van Kosovo op. Kroatië en Slovenië verklaren zich in 1991 onafhankelijk. Daarna deed Bosnië-Herzegovina hetzelfde. In Kosovo deden de (Albanese) separatisten van zich horen. Hoogtepunt van de regeerperiode van Milošević was de oorlog met Bosnië-Herzegovina (1992-95), met een bevolking die bestond uit 40% moslims, 32% Serviërs en 17% Kroaten. President Alija Izetbegović, een moslim, wilde een onverdeelde onafhankelijkheid van zijn deelstaat. Maar Milošević en de Kroatische president Tudjman sloten een geheim akkoord waarbij ze afspraken maakten over de verdeling van het gebied. De uitvoering van dit plan werd voorkomen door militaire interventie van westerse troepen. Eind 1995 werd het Verdrag van Dayton gesloten. Omdat hij niet meer herverkiesbaar was liet Milošević zich uitroepen tot president van nieuw-Joegoslavië (1997) en wijzigde hij de grondwet, waarbij hij zich meer bevoegdheden toe-eigende dan voorheen. Op dat moment begon ook Montenegro wat tegen te pruttelen en in Kosovo laaide het gewapend verzet weer op. Hij stuurde troepen om het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) te bestrijden. In 1999 vonden in de omgeving van Parijs vredesonderhandelingen plaats, die resulteerden in het vredesverdrag van Rambouillet. Dit verdrag werd door de Kosovaren ondertekend, maar Milošević weigerde. De NAVO zou uiteindelijk, om de burgerbevolking te beschermen, van maart tot juni 1999 luchtaanvallen uitvoeren tegen Joegoslavië. Servië antwoordde met een etnische zuivering, waardoor honderduizenden Kosovaren op de vlucht sloegen.

Ondergang

Op 27 mei 1999 werd Milošević door het Internationaal Joegoslavië-tribunaal in Den Haag aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Milošević capituleerde en Kosovo werd een internationaal protectoraat. Milošević schreef vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen uit (24 september 2000). Deze werden echter afgetekend gewonnen door de Democratische Oppositie van Servië (DOS). Een misrekening dus, 200.000 betogers eisten in Belgrado de erkenning van de overwinning van Vojislav Koštunica (DOS). Op 5 oktober viel uiteindelijk het Milošević-regime, het parlementsgebouw werd in brand gestoken. Op 7 oktober 2000 legde Koštunica de eed als nieuwe president af. Het olie-embargo en vliegverbod tegen Servië werd opgeheven en het Westen beloofde steun voor de wederopbouw. De Amerikaanse regering stelde de nieuwe machthebbers een ultimatum dat op 31 maart 2001 afliep; zij eisten de arrestatie van Milošević in ruil voor verdere financiële hulp. Op 1 april 2001 werd Slobodan Milošević in zijn villa in Dedinje, een wijk van Belgrado, gearresteerd. Hij staat sinds 12 mei 2002 terecht voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, wegens verdenking van oorlogsmisdaden .

Externe links


- [http://jurist.law.pitt.edu/issue_milosevic.htm jurist.law.pitt.edu/issue_milosevic.htm]
- [http://jurist.law.pitt.edu/issue_milo_discuss.php Jurist Milosevic Trial Discussion]
- [http://emperors-clothes.com/yugo.htm Emperor's Clothes]
- [http://fmc.dotnet-services.nl/arrival_milosevic.htm Aankomst van Milosevic in Nederland, radiocommunicatie registratie door het Frequency Monitor Centre] Milosevic ja:ソロボダン・ミロシェビッチ th:สโลโบดัน มิโลเชวิช

Vojislav Koštunica

Vojislav Koštunica (Servisch: Војислав Коштуница, 24 maart 1944) is een Servisch politicus. Hij was de laatste president van de Federale Republiek Joegoslavië totdat deze republiek in 2003 werd hernoemd tot Servië en Montenegro. In 2004 wordt hij premier van de deelrepubliek Servië. Vojislav Koštunica is lid van de Democratische Partij van Servië, een gematigd nationalistische en lange tijd kleine oppositiepartij tegen Slobodan Milošević. Hij won in 2000 de presidentsverkiezingen van Milošević. Nadat enkele andere oppositieleiders, waaronder Vuk Drašković en Zoran Đinđić, buitenspel kwamen te staan, werd Vojislav Koštunica naar voren geschoven als de kandidaat van 18 partijen. In het Westen wordt Vojislav Koštunica vaak als democraat beschouwd, maar ook hij is een nationalist die het liefst alle Serviërs in een Groot-Servië zou verenigen. Maar in tegenstelling tot andere Servische nationalisten als Milošević wil Kostunica dit doel op vreedzame wijze bereiken. Koštunica was een fel tegenstander van de NAVO-bombardementen op Servië in 1999, en verklaarde na zijn aantreden dat de vrienden van Servië niet in Washington of Moskou zitten. Kostunica, Vojislav ja:ヴォイスラヴ・コシュトニツァ

Revolutie

Een revolutie is een plotselinge radicale omslag of verandering. Het is daarmee de tegenhanger van evolutie, wat een geleidelijke verandering is. De verandering kan slaan op een plotselinge verandering in de sociale of politieke instellingen, maar ook op een grote culturele of economische omslag. In de politiek bedoelt men met revolutie vaak het afzetten van een autoriteit en/of een plotselinge verandering van politieke verhoudingen en politiek systeem. Een geweldloze revolutie wordt een fluwelen revolutie genoemd. Een revolutie die een wijziging van heerser maar niet van systeem inhoudt heet ook wel een paleisrevolutie. Zie ook: Lijst van revoluties Categorie:Revolutie ja:革命

Serge