:: wikimiki.org ::
| Steenkool |
Steenkool
Steenkool bestaat uit afzettingen van plantenresten die in een geologisch verleden zijn gevormd en daarna langdurig aan hoge druk en warmte zijn blootgesteld, waarbij tamelijk zuivere koolstof en vluchtige verbindingen ontstonden, waarvan de laatste weer grotendeels zijn ontsnapt. De transformatie verloopt met toenemende blootstelling aan druk en temperatuur van veen via bruinkool naar steenkool en antraciet uiteindelijk naar grafiet. Dat voor dit proces in principe geen lange tijd nodig is, is in diverse experimenten bewezen. Hierbij werd organisch materiaal aan sterke druk onderworpen waarbij zich binnen een paar dagen steenkool vormde.
Steenkool is een fossiele brandstof die in grote afzettingen wereldwijd verbreid te vinden is en het is een belangrijke energiebron voor industriële processen en elektriciteitscentrales. Ook wordt het na ontgassing als cokes gebruikt in hoogovens als koolstof- en energiebron bij de productie van ijzer.
Voor energieopwekking is het de laatste decennia steeds minder in trek omdat bij de verbranding ervan veel meer kooldioxide, een broeikasgas, ontstaat dan bij de verbranding van aardolie of aardgas, en omdat het vaak vrij sterk verontreinigd is met o.a. zwavel waardoor bij de verbranding ook het schadelijke zwaveldioxide als bijproduct ontstaat. Het blijft echter een van de goedkoopste fossiele brandstoffen.
In steenkoolafzettingen zijn vaak de afdrukken van de fossiele planten waar de kool uit is ontstaan nog heel goed te herkennen.
Kolenmijnen
In de oudheid, bv bij de Romeinen, was al bekend dat steenkool als brandstof te gebruiken was, maar omdat hout toen nog veel gemakkelijker te verkrijgen was werden de bekende vindplaatsen niet intensief gebruikt. En bovendien alleen als de steenkool dicht aan de oppervlakte lag en zo goedkoop te delven was. Toen in Middeleeuws Europa de houtvoorraad slonk werd het econonomisch interessanter om de produktie van steenkool op te pakken en werden er langzamerhand nieuwe mijnen aangelegd.
In Nederland werd vanaf de 13e eeuw steenkool gedolven in de omgeving van het dal van de Worm nabij Rolduc. Bij octrooi van Maria Theresia ontving de Abdij van Rolduc op 2 januari 1723 het recht tot het exploiteren van de steenkoolmijnen in het gebied van Kerkrade. Bij wet van 24 juni 1901 werd beschikt dat in Zuid-Limburg van Staatwege kolenmijnen zouden worden ontgonnen. Naast de particuliere mijnen ontstonden zo de mijnen Wilhelmina (Terwinselen-Kerkrade, 1909), Emma (Hoensbroek-Heerlen, 1918), Hendrik (Rumpen-Brunssum, 1918), Maurits (Geleen-Lutterade, 1927). Onder het Kabinet-Den Uyl is aan deze steenkoolonginning door de staat een einde gekomen. De staatsmijn Beatrix (Vlodrop) is daardoor nooit tot exploitatie gekomen Het chemische bedrijf DSM (Dutch State Mines) is voortgekomen uit deze voormalige Staatsmijnen.
Zuid-Afrika bezit grote voorraden steenkool die het land nog honderden jaren van energie zouden kunnen voorzien. Olie wordt er echter nauwelijks gevonden. In de apartheidstijd werd Zuid-Afrika door vele landen bedreigd met een handelsboycot, zodat daardoor geen olie ingevoerd zou kunnen worden. Om dit te voorkomen is een complete industrietak uit de grond gestampt om kolen om te zetten in vloeibare brandstoffen en grondstoffen voor de chemische industrie. Het staatsbedrijf dat zich hier mee bezighield heette SASOL en was gevestigd in Sasolburg. Na 1994 is een deel van deze industrie, die politiek niet meer nodig was omdat het land nu volop olie kon krijgen, gesloten maar net als in Nederland bij DSM is er wel een chemische industrie overgebleven rond Sasolburg.
Categorie:Brandstof
categorie:Delfstof
ja:石炭
Koolstof
Koolstof is een scheikundig element met symbool C en atoomnummer 6. Het is een kleurloos niet-metaal.
Ontdekking
Koolstof werd al in de prehistorische oudheid ontdekt en gebruikt in de vorm van houtskool, dat bereid werd door organisch materiaal (meestal hout) te verhitten in een zuurstofarme omgeving. Het Engelse carbon is dan ook afgeleid van het Latijn, waar carbo houtskool betekent.
Ook diamanten, die een andere allotrope vorm van koolstof zijn, zijn sinds lang bekend. Pas sinds enkele decennia is het mogelijk deze synthetisch te vervaardigen. Fullerenen, de derde allotrope vorm, werden in de jaren 80 (20e eeuw) bij toeval ontdekt.
Toepassingen
De voornaamste toepassing van koolstof is in de vorm van koolwaterstoffen, met name de fossiele brandstoffen methaangas en ruwe olie. Uit ruwe olie wordt in de petrochemische industrie onder andere petroleum, benzine en kerosine gedestilleerd en het dient als basis voor veel synthetische stoffen, waaronder plastics.
Andere toepassingen zijn:
- De isotoop 14C (ontdekt op 27 februari 1940) wordt gebruikt bij koolstof-14 datering.
- Grafiet wordt, vermengd met klei voor meer stevigheid, gebruikt in potloden.
- Diamanten vinden toepassing in (kostbare) sieraden en worden om hun hardheid onder andere toegepast in boorkoppen.
- Bij de productie van staal is koolstof een van de stoffen die met het ijzer wordt gemengd.
- Koolstof wordt in staven toegepast in kernreactors om het kernsplijtingsproces te modereren, ofwel beheersbaar te houden.
- De chemische en strukturele eigenschappen van fullerenen maken dat voor deze koolstofcomplexen misschien een veelbelovende rol is weggelegd in de nanotechnologie.
Opmerkelijke eigenschappen
Koolstof is een vierwaardig element dat in grote hoeveelheden op aarde voorkomt. Koolstof kent vier allotrope vormen:
- diamant, het hardste mineraal dat we kennen met een hardheid van 10,0
- grafiet, een van de zachtste bekende substanties met een hardheid van 0,5, maar in de vorm van koolstofvezel wel met een hoge treksterkte
- fullereen, dat interessante structurele en elektrochemische eigenschappen heeft die het wellicht bruikbaar maken voor nanotechnologie
- amorf
Bij normale druk vormt koolstof grafiet. Hierbij vormt elk koolstofatoom bindingen met drie andere koolstofatomen. Deze verbindingen liggen alle in hetzelfde vlak, dat bestaat uit gefuseerde hexagonale ringen, net als bij aromatische koolwaterstoffen. De twee bekende vormen van grafiet, alfa hexagonaal en beta rhombohedraal, hebben identieke fysische eigenschappen, maar verschillen in kristalstructuur. Natuurlijk grafiet kan tot 30% uit de beta vorm bestaan. Synthetisch grafiet bevat alleen de alfavorm. De alfavorm kan overgaan in de betavorm door mechanische behandeling. Boven 1000 °C gaat de betavorm weer over in de alfavorm.
Grafiet geleidt elektriciteit (door de delocalisatie van de pi-wolk). Grafiet is zeer zacht en bestaat uit lagen die makkelijk overal elkaar heen glijden, omdat de binding tussen de lagen alleen door van der Waals krachten wordt gevormd. De sterkte binnen een laag is wel weer groot, een eigenschap die bij koolstofvezels ('linten' van grafiet) tot uiting komt.
Bij zeer hoge druk kan de tweede allotrope vorm, diamant, ontstaan. In diamant vormt elk koolstofatoom bindingen met vier andere koolstofatomen. Diamant heeft dezelfde kubische structuur als silicium en germanium. De sterkte van de koolstof-koolstof bindingen maken diamant, samen met het isoelektrische boornitride de hardst bekende verbindingen, die uiterst krasbestendig zijn.
Bij kamertemperatuur verloopt de overgang van grafiet naar diamant extreem traag. Onder sommige omstandigheden kristalliseert koolstof als Lonsdaleïet, een vorm die overeenkomsten vertoont met diamant, maar hexagonaal is.
Koolstof komt in zeer veel verschillende verbindingen voor, in alle organische levensvormen en vormt de basis voor de organische chemie. Koolstof heeft ook de interessante eigenschap dat het chemische verbindingen met zichzelf en talloze andere elementen kan aangaan (het aantal koolstofverbindingen is theoretisch onbeperkt). Koolstof vormt in verbinding met zuurstof onder andere CO2, dat van essentieel belang is voor plantengroei. In verbinding met waterstof vormt het zogenaamde koolwaterstoffen. Hiertoe behoren ook de vetzuren, waarvan vele onmisbaar zijn voor leven. Ook worden veel koolwaterstoffen als fossiele brandstoffen aangetroffen.
Koolstof is om vele redenen een bijzonder element. De verschillende toestanden lopen uiteen van één van de zachtst bekende materialen (grafiet) tot één van de hardste (diamant). Koolstof gaat gemakkelijk verbindingen aan met veel andere kleine atomen, waaronder ook andere koolstofatomen. Er zijn zo'n 10 miljoen koolstofverbindingen bekend. Koolstofverbindingen vormen de basis voor al het leven op aarde. De koolstof-stikstof cyclus is één van de processen die in de zon en andere sterren energie levert.
Koolstof werd niet gevormd bij het ontstaan van het heelal (in de Big Bang) vanwege het feit dat er drie botsingen tussen alfadeeltjes (heliumkernen) nodig zijn om koolstof te vormen. Het heelal koelde daarvoor in het begin te snel af. De vorming van koolstof vindt daarom voornamelijk in sterren plaats.
Fullerenen zijn genoemd naar de architect Buckminster Fuller die soortgelijke constructies in architectonische ontwerpen introduceerde,
en worden om dezelfde reden ook wel "buckyballs" en "buckytubes" genoemd.
Fullerenen hebben een grafietachtige structuur, maar in plaats van een zuivere hexagonale opeenstapeling komen er ook pentagonale en mogelijk heptagonale ordeningen van koolstofatomen in voor, waardoor de lagen zich vormen tot bollen, ellipsen en cilinders.
Aan de eigenschappen van fullerenen valt nog veel te ontdekken.
Verschijning
Er zijn als gezegd zo'n 10 miljoen koolstofverbindingen bekend. Koolstof komt in grote hoeveelheden voor in sterren (en dus de zon), kometen en in de atmosfeer van veel planeten. Sommige meteorieten bevatten microscopisch kleine diamanten die gevormd zijn toen ons zonnestelsel nog een protoplanetaire schijf was. Koolstof komt in diverse verbindingen voor in de aardatmosfeer en in water. Kooldioxide CO2 is daarvan wellicht de voornaamste verbinding.
Een zeer geleidelijke door mensen veroorzaakte toename van CO2 in de atmosfeer wordt door velen gezien als een bedreiging voor de aarde. Men spreekt van het broeikaseffekt.
In combinatie met kleinere hoeveelheden calcium, magnesium en ijzer komt koolstof op aarde in grote hoeveelheden voor in carbonaat en rotsgesteenten als kalksteen, dolomiet, marmer, etc. Koolstof komt ook in zeer grote hoeveelheden voor in fossiele brandstoffen. Grafiet wordt in grote hoeveelheden aangetroffen in de Verenigde Staten, Rusland, Mexico, Groenland en India.
Natuurlijke diamanten worden gevonden in oude vulkanische gesteenten, opgesloten in het mineraal kimberliet. De meeste diamanten worden gedolven in Afrika, vooral in Zuid-Afrika, Namibië, Botswana, de Republiek Congo en Sierra Leone. Verder worden diamanten gevonden Canada, de Russische Poolzee, Brazilië en in Noord- en West Australië.
Isotopen
Het element komt op aarde van nature als twee stabiele isotopen voor: 12C en 13C. Daarnaast is er een radioactief isotoop 14C (Koolstof 14) dat in de atmosfeer voortdurend aangemaakt wordt door kernreacties ten gevolge van de kosmische straling. Koolstof 14 datering wordt veel gebruikt om archeologische vondsten te dateren.
Toxicologie en veiligheid
Naast de talloze koolfstofverbindingen zonder welke aards leven niet mogelijk zou zijn, zijn er ook veel toxische koolstofverbindingen, waaronder:
- Koolmonoxide (CO) dat onder andere voorkomt in uitlaatgassen van verbrandingsmotoren
- Cyanide (CN-), dat soms in mijnen wordt aangetroffen.
Organische gassen zoals ethyleen (CH2=CH2) en methaan (CH4) zijn explosief en brandbaar wanneer ze met lucht (zuurstof) gemengd zijn.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/C.html EnvironmentalChemistry.com - Carbon]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/C/index.html WebElements.com - Carbon]
Categorie:Koolstofgroep
ja:炭素
ko:탄소
ms:Karbon
simple:Carbon
th:คาร์บอน
Bruinkool
Bruinkool bestaat uit afzettingen van plantenresten die in het geologisch verleden langdurig aan hoge druk en warmte zijn blootgesteld. De transformatie ging met toenemende blootstelling aan druk en temperatuur van veen via bruinkool naar steenkool en antraciet uiteindelijk naar grafiet. Droge bruinkool bevat tot 75% koolstof. Ter vergelijking: droge turf bevat tot 60% koolstof en antraciet tot 95% koolstof.
Bruinkool is een fossiele brandstof en wordt gebruikt voor huisverwarming maar vooral voor elektriciteitsopwekking.
Bruinkool heeft een hoog zwavelgehalte. Verbranding van bruinkool in verouderde elektriciteitscentrales (met name in Oost-Europa) draagt daarom bij aan zure regen. In moderne bruinkoolcentrales wordt de zwaveluitstoot grotendeels afgefilterd.
In Europa wordt bruinkool vooral gewonnen in Duitsland. In Nederland komt in Limburg bruinkool voor uit het Mioceen tijdperk.
Bruinkool is te vinden op dieptes van 100 tot 500 m onder het aardoppervlak en wordt daarom meestal in dagbouw gewonnen. Dit is eenvoudiger dan de winning van het dieper gelegen steenkool met schachtbouw. Om de dagbouwgroeves droog te houden wordt grondwater weggepompt. Dit zorgt voor verdroging van omliggende landbouw- en natuurgebieden. Een ander nadeel van de bruinkoolwinning d.m.v dagbouw is de permanente beschadiging van het landschap.
Categorie:Brandstof
Categorie:Delfstof
GrafietGrafiet is een vorm van het element koolstof. Koolstof komt ook voor als Buckminsterfullereen en diamant.
Grafiet is één van de zachtste vaste elementaire materialen. De kristalstructuur is hexagonaal. Grafiet bestaat atomair gezien uit lagen, die gemakkelijk van elkaar af kunnen schuiven. Deze eigenschap zorgt ervoor dat het afgeeft en daardoor toepasbaar is in potloden. Grafiet wordt daarom ook wel als smeermiddel gebruikt.
Grafiet komt op verschillende plaatsen in de bodem voor. Er bestaat echter ook synthetisch gemaakt grafiet: dit wordt geproduceerd uit cokes, vermengd met teer, voorgebakken en uiteindelijk volgens het Acheson-proces onder hoge stroomsterkten omgezet in elektrografiet. Toepassingen van dit elektrografiet zijn onder andere koolborstels voor elektromotoren, hoge temperatuur toepassingen, zelfsmerende glijlagers, en in gemodificeerde vorm als pakkingmateriaal.
Grafiet is in tegenstelling tot diamant een elektrische geleider.
Categorie:Mineraal
ja:グラファイト
th:แกรไฟต์
Fossiele brandstofFossiele brandstoffen zijn koolstofverbindingen die zijn ontstaan als resten van plantaardig en dierlijk leven uit het geologisch verleden van de aarde, vooral uit het Carboon maar ook uit andere tijdperken. Hieronder vallen aardolie, aardgas, steenkool en bruinkool. Ook turf gewonnen uit hoogveen en laagveen zijn producten in deze reeks, die echter nog niet aan de extremen van druk en temperatuur in het binnenste van de aarde hebben blootgestaan die tot de vorming van kolen, olie en gas hebben geleid.
Fossiele brandstoffen worden door de mens gedolven en gewonnen als energiebron, en de voorraden ervan zijn beperkt en zullen ooit opraken. Deze vorm van zonne-energie, miljoenen jaren geleden opgeslagen in koolstofverbindingen, wordt de laatste eeuwen vele malen sneller opgemaakt dan aangevuld.
Door het grootschalige gebruik van fossiele brandstoffen in verbrandingsmotoren van auto's, elektriciteitscentrales, en voor verwarming van woningen en kantoren, komt veel kooldioxide vrij. Op zich is dat een onschadelijk gas, dat van nature ook in de atmosfeer voorkomt en door alle dieren wordt uitgeademd, maar in grote hoeveelheden draagt dit gas bij aan het broeikaseffect, waardoor in de toekomst het klimaat van de aarde zou kunnen veranderen. Zie ook: luchtvervuiling.
Zie ook: Brandstof
Categorie:lijsten van natuurlijke materialen
Categorie:Delfstof
Categorie:Brandstof
ja:化石燃料
Elektriciteitscentrale
Een elektriciteitscentrale is een centrale productielocatie voor de opwekking van elektriciteit. De meeste elektriciteitscentrales wekken elektriciteitsenergie op door water in een stoomketel te verwarmen door middel van het verbranden van (fossiele) brandstoffen . Het water wordt omgezet in stoom en onder hoge druk door een turbine geperst. De turbine gaat draaien en brengt op deze manier een generator op gang die elektriciteit produceert. Daarnaast kan de warmte ook verkregen worden uit kernreacties.
Elektriciteitscentrale die op deze manier werken, zijn:
- Kolencentrale
- Gascentrale
- STEG-centrales
- Oliecentrale
- Kerncentrale
- Biomassacentrale
- Vuilverbrandingscentrale
Sommige van deze types centrale hebben als nevenfunctie het opwekken van warmte voor bijvoorbeeld stadsverwarming of industrie. Dit type noemt men warmtekrachtcentrale. Een dergelijke centrale heeft meestal wel een lager rendement voor de elektriciteitsopwekking omdat een deel van de energie bewust wordt gebruikt voor het opwekken van warmte.
Er zijn ook centrales die op een andere manier werken, zoals:
- Windturbines
- Waterkrachtcentrale
- Zonne-energie
- Getijdencentrale
- Spaarbekkencentrale
- Golfslagcentrale
Externe links
- [http://www.tennet.nl/overige/productiegegevens/ Tennet: Actuele energieproductie in Nederland]
- [http://www.kennislink.nl/web/show?id=110923 Blauwe energie (energie door gecontroleerd mengen van zoet en zout water!) (Kennislink.nl)]
Categorie:Elektrotechniek
E
ja:発電所
simple:Power station
PyrolysePyrolyse (Latijn voor uit elkaar halen met vuur) ook wel droge destillatie genoemd, is een proces waarbij materiaal wordt ontleed door het te verhitten zonder dat er zuurstof bij kan komen. Dit in tegenstelling tot verbranding dat wel met aanwezigheid en verbruik van zuurstof plaatsvindt.
Pyrolyse kan plaatsvinden vanaf temperaturen vanaf ongeveer 300 °C.
Een praktisch gebruik van pyrolyse is het schoonmaakprogramma van sommige moderne ovens dat bij tot wel 500°C alle aangekoekte resten verwijdert.
Pyrolyse als productieproces wordt gebruikt voor het maken van houtskool en cokes (en hun afgeleide producten), en voor het maken van koolstofvezels.
Pyrolyse kan ook toegepast worden voor het omzetten van biomassa in biobrandstof.
Categorie:Techniek
Cokes
Cokes is het product van droge destillatie van steenkolen. Cokes wordt gebruikt als reductiemiddel bij de productie van ruw ijzer. Daarnaast dient cokes ook als dragermateriaal voor de pellets en sinter. De derde functie van cokes in een hoogoven is het poreus houden van de lading zodat de hete wind door de hoogoven kan stromen zonder groot drukverschil.
Door de droge destillatie van vermalen steenkool ontstaat cokes. Het steenkool wordt door de hoge temperatuur van ongeveer 1000 tot 1200 °C, plastisch en stolt weer wanneer de vluchtige componenten zijn ontweken. Door het vervluchtigen van een deel van de kolen ontstaat een poreuse structuur. Door deze behandeling krijgt de cokes eigenschappen waardoor het geschikt wordt voor gebruik in hoogovens.
Een deel van de steenkool wordt tot poederkool vermalen. Dit fijne kool wordt ter vervanging van cokes rechtstreeks in de hoogoven geïnjecteerd.
Cokes wordt ook gebruikt als reductiemiddel bij het ‘voorbakken’ van fijn ijzererts tot brokken en knikkers, die sinter en pellets worden genoemd. Hierna begint pas de eigenlijke productie van ruwijzer.
Uit cokes, sinter en pellets ontstaat in de hoogoven vloeibaar ruwijzer, dat met een temperatuur van circa 1500 °C uit de hoogoven wordt getapt.
In de industrie wordt ook de spelling kooks gebruikt.
categorie:Materiaal
ja:コークス
IJzer (element)
IJzer is een scheikundig element met symbool Fe en atoomnummer 26. Het is een grijs overgangsmetaal.
Ontdekking
Uit opgravingen blijkt dat rond 4000 v. Chr. ijzer al werd gebruikt door de Sumeriërs en de Egyptenaren voor speerpunten en ornamenten. Veelal was het ijzer hiervoor afkomstig van ingeslagen meteorieten. In de daarop volgende eeuwen werd het gebruik van ijzer verspreid naar Mesopotamië, Anatolië, Midden-Oosten en andere gebieden. Nadat men ontdekte hoe men ijzer uit zijn ertsen kon winnen en vervolgens smeden, nam het gebruik een grote vlucht.
Tussen de 12e eeuw v. Chr. en de 10e eeuw v. Chr. nam ijzer de plaats van brons over bij de productie van gereedschappen en wapens. Deze overgang van brons naar ijzer, die de IJzertijd inluidde, werd niet zo zeer veroorzaakt door betere eigenschappen van ijzer, maar meer door sterk geslonken beschikbaarheid van tin, een hoofdbestandsdeel van brons. In het Midden-Oosten ontdekte men dat de kwaliteit kon worden verbeterd door het ruwe ijzererts te verhitten in een bed van houtskool. Later werd dit procedé bekend als carbonisatie. In China werd het principe van de hoogoven bedacht en kon de kwaliteit van het ijzer verder worden verbeterd.
De naam ijzer is afkomstig van het Oudgermaanse woord îsarn, wat op zijn beurt mogelijk weer afkomstig is van het Etruskische aisar "goden". De Latijnse naam luidt ferrum, het woord waar het symbool Fe van afgeleid is.
Toepassingen
Van alle bekende metalen wordt ijzer het meest gebruikt, tegenwoordig vooral in de vorm van staal. Omdat het goedkoop en sterk is wordt het gebruikt voor bijvoorbeeld auto's, schepen en voor het bouwen van grote constructies.
Andere toepassingen van ijzer zijn:
- In transformatoren (als ijzer of als ferriet).
- Gietijzer, waarbij het gesmolten ijzer in een vuurvaste vorm wordt gegoten.
- IJzerwerk, vroeger ambachtelijk vervaardigd door een smid in een smederij.
Opmerkelijke eigenschappen
IJzer is net als nikkel en kobalt een ferromagnetisch metaal. De kern van de meest frequente ijzer-isotoop 56Fe heeft de hoogste bindingsenergie van alle elementen waardoor ijzer het zwaarste element is dat exotherm kan worden gemaakt door fusie en het lichtste element dat zonder energieverlies kan worden gemaakt door kernsplijting.
Verschijning
De aardkorst bestaat voor ongeveer 5% uit ijzer, meest voorkomend als het mineraal hematiet; ijzertrioxide (Fe2O3). Zuiver ijzer wordt hieruit geïsoleerd door het erts bij hoge temperatuur te reduceren met koolstof. In vrijwel alle delen van de wereld zijn ijzermijnen te vinden. De grootste wingebieden liggen in China, Brazilië, Australië, Rusland en India, samen goed voor ongeveer 70% van de wereldproductie.
Bijzondere benaming van ijzerverbindingen
Verbindingen met Fe2+ worden aangeduid met ferro- of Fe(II); Fe3+ met ferri- of Fe(III) en Fe4+ met ferryl- of Fe(IV), naargelang de oxidatietoestand.
vb. ferrocyanide en ferricyanide (de twee toestanden van hexacyanoferraat)
Isotopen
In de natuur komen vier stabiele ijzerisotopen voor waarvan 56Fe de meest voorkomende is. 60Fe is een erg lang levende radioactieve isotoop en is van groot belang bij onderzoek naar de oorsprong van het zonnestelsel.
Toxicologie en veiligheid
Hoewel ijzer als sporenelement in het menselijk lichaam voorkomt, is het in grote hoeveelheden giftig omdat het dan reageert met peroxiden en vrije radicalen vormt. Het kan de lever en andere organen aantasten.
IJzer in voeding
In levende organismen speelt ijzer een belangrijke rol. Het eiwit hemoglobine dankt zijn activiteit aan ijzerionen en ijzer is ook een belangrijk bestandsdeel van veel enzymen. Belangrijke voedselbronnen van ijzer zijn vlees, vis, granen, peulvruchten en bonen. De gelijktijdige consumptie van Vitamine C bevordert de opname van ijzer. Het menselijk lichaam heeft dagelijks ongeveer 15 mg ijzer nodig.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/Fe.html EnvironmentalChemistry.com - Iron]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/Fe/index.html WebElements.com - Iron]
Categorie:Platinagroep
Categorie:Metaal
ja:鉄
ko:철
ms:Besi
simple:Iron
th:เหล็ก
Kooldioxide
Kooldioxide of koolstofdioxide (chemische formule CO2) is een kleurloos en reukloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt. Het molecuul is lineair (zie de afbeelding).
De atmosfeer van de aarde bevat tegenwoordig (rond 2003) ongeveer 368 ppm kooldioxide. Voor het begin van de Industriele Revolutie was dit ongeveer 280 ppm.
Kooldioxide wordt veel gebruikt in frisdranken, en veroorzaakt daar de "prik". Het komt ook van nature voor in mineraalwater. Kooldioxide wordt als blusmiddel gebruikt als water niet toegepast kan worden.
Chemische eigenschappen
Kooldioxide wordt gebruikt door planten in het proces van fotosynthese. Door de bladgroenwerking van planten wordt de koolstof (C) opgenomen door de plant en in andere verbinden (vooral koolhydraten) ingebouwd, terwijl de zuurstof (O2) weer terug in de lucht wordt afgegeven. In kassen wordt het gas als een soort bemesting van de planten gebruikt: bij aanwezigheid van meer kooldioxide groeien veel planten wat sneller.
Mensen en dieren doen het omgekeerde van wat planten doen. Zij ademen zuurstof in en kooldioxide uit, die bij de verbranding van energiehoudende voedingsstoffen (vetten en koolhydraten) in het lichaam vrijkomt.
De eenvoudigste manier om kooldioxide te maken is door verbranding van koolstof (bijvoorbeeld houtskool). Het komt in grote hoeveelheden vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen en uit sommige vulkanen.
Kooldioxide is oplosbaar in water onder vorming van koolzuur.
Fysische eigenschappen
Omdat kooldioxide infrarode straling absorbeert, speelt het gas een belangrijke rol bij het broeikaseffect (Zie: luchtvervuiling). De atmosfeer van de planeet Venus bestaat vrijwel geheel uit kooldioxide. Het broeikaseffect op deze planeet is daardoor zeer sterk.
Bij afkoeling tot -79 °C gaat kooldioxide direct over in een vaste stof, ook wel droogijs of koolzuursneeuw genoemd. Bij de normale luchtdruk smelt het droogijs niet als het verwarmd wordt, maar het sublimeert direct naar de gastoestand. Vast CO2 ziet er ongeveer uit zoals ijs van water.
Er kunnen spectaculaire en toch ongevaarlijke experimenten met vast kooldioxide gedaan worden. Als een paar korreltjes in een glas water worden gestrooid gaat het droogijs door de "hitte" van het water meteen verdampen. Het water gaat borrelen en er komt een flinke damp uit. Zo lijkt het of het water kookt, terwijl het gewoon op kamertemperatuur blijft, en zelfs iets afkoelt. Omdat koolzuurdamp zwaarder is dan lucht loopt de damp vanuit het glas naar beneden. Dit effect wordt vaak op het toneel of op televisie gebruikt op grotere schaal in nevelmachines.
Waarschuwing: pak het vaste kooldioxide niet met de handen vast, door de intense kou ontstaan dan blaren.
Geologische eigenschappen
Koolzuur is ook geologisch van belang omdat het opgelost in regenwater in staat is kalksteen op te lossen. Dit leidt tot karstverschijnselen.
categorie:oxide
categorie:anorganische verbinding van koolstof
ja:二酸化炭素
ko:이산화 탄소
ms:Karbon dioksida
simple:Carbon dioxide
th:คาร์บอนไดออกไซด์
Broeikasgas
Broeikasgassen zijn gassen die in de atmosfeer de balans tussen inkomende en uitgestraalde energie beïnvloeden. Hierdoor kunnen ze, als ze in te grote hoeveelheden voorkomen bijdragen aan de opwarming van de atmosfeer. Dit verschijnsel noemt men het broeikaseffect. Voorbeelden zijn dergelijke gassen zijn kooldioxide en methaan.
Vaak wordt het broeikaseffect uitgedrukt in CO2 equivalent. De belangrijkste zijn:
CO2 - 1 CO2 equivalent
Methaan - 23 CO2 equivalent
Lachgas - 296 CO2 equivalent
HFK's - 150 tot 12000 CO2 equivalent
PFK's - 5700 tot 11900 CO2 equivalent
SF6 - 22200 CO2 equivalent
Er is op zich geen relatie tussen het broeikaseffect en de mechanismes die het gat in de ozonlaag veroorzaken, hoewel sommige soorten gassen beide effecten zouden kunnen veroorzaken.
De belangrijkste broeikasgas in de atmosfeer van de aarde is echter waterdamp, voor zover dit tot de gassen gerekend kan worden. Niet voor niets vernevelen tuinders dan ook water in hun kassen.
Zie ook
- Luchtvervuiling
- Emissiehandel
Categorie:milieu
ja:温室効果ガス
ko:온실가스
Aardolie
Aardolie is een van de fossiele brandstoffen: koolwaterstoffen ontstaan uit afzettingen van plantenresten die in een geologisch verleden zijn gevormd en daarna langdurig aan hoge druk en warmte zijn blootgesteld (net als aardgas of steenkool). Aardolie vertegenwoordigt de zwaardere fractie organische producten van dat proces. Waar aardolie wordt gevonden bevindt zich hierdoor vaak ook een aardgasbel.
Aardolie wordt op veel plaatsen in de wereld gevonden. Op sommige plekken is de druk in de oliereserve zo hoog dat de olie vanzelf uit de grond spuit wanneer er een gat is geboord. Op andere plekken moet de aardolie worden opgepompt, soms uit de diepe zee. De economische winbaarheid hangt duidelijk af van deze verschillen.
Aardolie dekt thans ongeveer 40% van de energiebehoeften der mensheid. Aardgas en steenkool elk ongeveer 25%. Alle andere vormen van energie tezamen ongeveer 10%. Op korte en middellange termijn zal de mensheid niet zonder aardolie kunnen toekomen.
Soorten aardolie
De precieze samenstelling van aardolie verschilt per bron, maar per olieveld zijn grote overeenkomsten in de chemische samenstelling van de olie.
Op de wereldmarkt worden de prijzen bepaald per veld. De belangrijkste prijzen hangen ook samen met deze velden. De belangrijkste prijzen zijn de Brent-olie van de Noordzee en de West Texas Intermediate (WTI) waarin in de Verenigde Staten wordt gehandeld. Deze prijzen kunnen door marktwerking van elkaar verschillen en het is daarom feitelijk onmogelijk om van dé olieprijs te spreken. De olieprijs verschilt dus per handelsplek. In het algemeen is de olieprijs van de WTI hoger dan die van Brent.
Ook de samenstelling (bijvoorbeeld het gehalte aan zwavelverbindingen) van aardolie is sterk afhankelijk van de winplaats.
De kleur van aardolie varieert per veld, vaak zwart maar bruine, gele en heldere ruwe olie komt ook voor. Ook de viscositeit varieert sterk per veld en ook met temperatuur. Sommige olie is bij -30 °C nog vloeibaar waar andere olie bij 20 °C al zo stroperig wordt dat pijpleidingen erdoor verstopt raken.
zwavel
Voorraden
De totale bewezen aardolievooraad volgens BP anno 2003 bestaat uit 1147,7 miljard vaten. Dat komt overeen met 40 maal het huidige jaarlijkse verbruik. Van deze voorraad bevindt zich 2/3 in het Midden-Oosten, en in Azië en Europa bevindt zich elk 9% van deze vooraad. Saudi-Arabië heeft de grootste voorraad, gevolgd door Iran en Irak. Ook onder andere Rusland, Venezuela, Nigeria zijn belangrijke producenten van aardolie. In Europa wordt aardolie onder andere gevonden in en rond de Noordzee. Naast de bewezen oliereserves zijn er ook onbewezen reserves. Voorbeelden hiervan zijn aanzienlijke hoeveelheden olie in de Canadese teerzanden. Er wordt geschat dat uit deze teerzanden nog minstens 1 biljoen (1000 miljard) vaten geproduceerd kunnen worden. De winning ervan zal echter een moeizaam proces zijn, want de teerzanden bevatten slechts enkele procenten kerogeen, dat tot aardolie kan worden getransformeerd.
Ontstaan van aardolie en aardgas
De meeste wetenschappers gaan ervan uit dat aardolie en aardgas fossiele brandstoffen zijn.
In tegenstelling tot steenkool en bruinkool, die in een moerassige omgeving werden gevormd, vormde de voorloper van aardolie, het kerogeen of aardwas, zich op de zeebodem. Noodzakelijk was dat die zeebodem zeer zuurstofarm was, waardoor de bezinkende organismen niet volledig konden worden verteerd door aaseters of bacteriën. Zo vormde zich, ten gevolge van gedeeltelijke afbraak van de organische materie door anaërobe bacterieën, de kerogeen, die te vinden is in de zogenaamde teerzanden. Als de kerogeen bevattende sedimenten later diep begraven werden onder andere sedimenten, kon het gebeuren dat de temperatuur opliep tot tegen de 100 graden Celsius. In dat geval werd de kerogeen omgezet in aardolie. Bij nog hogere temperaturen werd hij omgezet in aardgas. Aardolie of aardgas is veel lichter dan steen en water, dus de fossiele brandstof werd, als het bovenliggende gesteente poreus genoeg was, naar boven gedrukt. Vaak stuitte de aardolie of het aardgas dan uiteindelijk op een ondoordringbare laag, en daar vormde zich dan een aardolie- of aardgas voorkomen. (Kerogeen is een vaste stof, die geen neiging heeft om door de poriën van het gesteente naar omhoog op te stijgen).
Een minderheid onder de wetenschappers is van mening dat aardolie of aardgas geheel of ten dele hun ontstaan hebben te danken aan methaan dat van oudsher al in de aardmantel aanwezig was en dat vervolgens door de aardkorst omhoog gestegen is.
Als de voorraad van aardolie opraakt
De voorraad van aardolie is ondanks grote onzekerheden zonder meer eindig. Olieproducenten (landen en bedrijven) hebben er belang bij de deze olievoorraad groter voor te doen dan hij in werkelijkheid is (i.v.m. leningen, productiequota en aandelenkoersen).
Verschillende studies laten zien dat steeds meer landen een dalende olieproductie hebben. Zij hebben meer dan de helft van hun aardolie geproduceerd en vanaf dat moment laten de productiecijfers een dalende trend zien. De vraag is wanneer deze zogenaamde Peak Oil of Hubbert Peak zich wereldwijd voordoet. Dit is vanwege de onbetrouwbaarheid van de cijfers lastig vast te stellen. Instituten als de IEA (International Energy Agency) houden vast aan de optimistische cijfers van de olieproducenten zelf en voorspellen een Peak Oil datum rond 2030.
Dissidenten uit de olie-industrie wijzen op het feit dat de afgelopen veertig jaar de hoeveelheid nieuwe aardolie die wordt gevonden (exclusief diepzeereserves) sterk is gedaald. Dit wijst op een naderende daling in de productie ervan. Zij gaan uit van een Peak Oil datum rond 2010. Vooruitgang in technologie, bijvoorbeeld diepzee- en Arctische exploratie en productie, maar ook technieken om uit een hoger percentage van de in een bestand aanwezige aardolie te winnen, heeft tot gevolg dat er momenteel olie gevonden en geproduceerd wordt op plaatsen waar dat voorheen nog onmogelijk geacht werd of uit bronnen die al als bijna uitgeput werden beschouwd.
De vraag naar fossiele brandstoffen zal van 2004 tot 2020 naar verwachting met 40% stijgen, met name door de consumptie in landen zoals China. Op een gegegeven moment zal de productie van olie plus de combinatie van dalende opbrengst van steeds meer velden (depletion) de stijgende vraag niet meer kunnen opvangen. De spanning op de wereldmarkt zal dan een sterk stijgende olieprijs tot gevolg hebben.
Alternatieven
Vanwege de stijgende prijs en om de naderende schaarste in aardolie op te vangen zal de productie van synthetische olie een steeds grotere rol gaan spelen. Synthetische olie kan geproduceerd worden uit alternatieve fossiele energiebronnen zoals gas, steenkool, bruinkool en teerzanden. Als voordelen van dit type olie worden genoemd dat het minder vervuilend is dan gewone aardolie en dat de nu op olie draaiende industrieën in de toekomst niet hoeven over te stappen op andere energiebronnen. Verwacht wordt dat met de stijgende prijs van aardolie de productie van synthetische olie commercieel haalbaar zal worden (wat twijfelachtig is voor zonne-energie of windenergie). Verder blijkt uit onderzoeken dat er waarschijnlijk nog genoeg gas of steenkool is voor de productie van synthetische olie voor ten minste tweehonderd jaar. Dit is vermoedelijk de reden waarom China zoveel investeert in dit type olie. Ter aanvulling zullen ook andere energiebronnen als zonne-energie, windenergie, geothermische energie, en bio-energie opgang vinden bij het opraken van de aardolie. Eveneens kernenergie zou wederom meer toepassing kunnen vinden. Veel onderzoekers gaan er vanuit dat op de lange termijn kernfusie gecombineerd met deze alternatieve energiebronnen de rol als energieleverancier voor de wereldeconomie van fossiele brandstoffen zal kunnen overnemen.
OPEC
Elf olieproducerende landen zijn verenigd in de organisatie van Organisatie van Petroleum Exporterende Landen, meestal afgekort tot het Engelse OPEC.
Aardolie als grondstof
Aardolie dient na raffinage als brandstof, maar ook als grondstof voor de complete petrochemische industrie. Zeer veel organische verbindingen waaronder de meeste synthetische polymeren worden uit aardolie gemaakt.
Aardolie wordt verhandeld per vat van 159 liter.
Zie ook
- boortoren
- ja-knikker
- ruwe olie in Nederland (opslag en transport in Nederland)
Categorie:Brandstof
Categorie:Delfstof
Categorie:Geofysica
Categorie:Geologie
Categorie:Olie-industrie
ja:石油
ko:석유
Aardgas
Aardgas is één van de fossiele brandstoffen. Het ontstaat bij hetzelfde proces dat tot de vorming van aardolie leidt en vertegenwoordigt de lichtere fractie organische producten van dat proces.
Aardgas wordt daarom vaak samen met aardolie gevonden, hoewel soms het gas kans ziet in andere aardlagen door te dringen dan de veel zwaardere olie en er zo een scheiding kan zijn ontstaan.
In Europa wordt aardgas vooral in en rond de Noordzee aangetroffen onder andere onder het noorden van Nederland (zie ook Aardgaswinning). Aardgas uit het Groningse Slochteren bestaat voor 81% uit methaan, voor 3,6% uit hogere gasvormige koolwaterstoffen, voor 0,4% uit H2S (zwavelwaterstof) en voor de rest uit stikstof en kooldioxide. Veel soorten aardgas van andere winplaatsen bevatten minder methaan; sommige ook meer.
In het verleden is aardgas vaak als een afvalproduct beschouwd en eenvoudigweg 'afgefakkeld'. Ook nu gebeurt dit nog wel als het erg ver van de bewoonde wereld aangetroffen wordt en het transport naar de consument te veel hoofdbrekens oplevert. Dit is ecologisch gesproken erg jammer omdat van de fossiele brandstoffen aardgas de schoonste soort is. Methaan levert bij verbranding naar verhouding weinig kooldioxide en veel water op en bij steenkool is dat andersom.
Schoon aardgas (ontdaan van de zwavelwaterstof) is reukloos. Om ervoor te zorgen dat gaslekken snel kunnen worden opgespoord wordt aan aardgas dat aan huishoudens wordt geleverd het zeer sterk en vies ruikende tetrahydrothiofeen toegevoegd dat zorgt voor de welbekende gaslucht. Ter beveiliging van gastoevoer wordt wel de gasgebrekbeveiliging toegepast.
Toepassingen
|
Gasverbruik
Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt circa 1900 m3 gas per jaar. Alhoewel 83% van de huishoudens op gas kookt vraagt koken slechts 3% van het gasverbruik. De warmwatervoorziening neemt 19% van het verbruik voor zijn rekening. Verwarming van het huis vraagt 78% van het gasverbruik. (cijfers 2001)
Kosten (huishoudelijk gebruik)
Eén m3 gas kost gemiddeld 53 eurocent (2005). Deze prijs per m3 is exclusief het vastrecht. Vastrecht is het vaste bedrag dat voor de gasaansluiting betaald moet worden. Gemiddeld is het vastrecht ongeveer € 120 per jaar.
|
Zwavel
Zwavel is een scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16. Het is een geel niet-metaal.
Ontdekking
Al in de 9de eeuw v. Chr. was bekend dat een mengsel van zwavel, kool en teer uiterst brandbaar was en werd het daarom regelmatig toegepast bij het oorlogshandelingen. In de 12de eeuw werd in China buskruit uitgevonden dat een mengsel was van kaliumnitraat, koolstof en zwavel. In de mythologie werd zwavel vaak in verband gebracht met de hel. Vroegere alchemisten gebruikten voor zwavel een symbool dat bestond uit een driehoek met daarop een kruis. Proefondervindelijk was bekend geworden dat zwavel makkelijk reageerde met kwik. Rond 1774 was het de wetenschapper Antoine Lavoisier die ontdekte dat zwavel een chemisch element was en geen verbinding.
De naam zwavel komt uit het sanskriet waar het sulvere werd genoemd.
Toepassingen
In de chemische industrie wordt zwavel veelvuldig gebruikt als grondstof voor velerlei verbindingen. Belangrijke afnemers van zwavel zijn de productie van zwavelzuur en de rubberindustrie waar het wordt gebruikt voor het vulkaniseren. Andere toepassingen van zwavel zijn:
- Grondstof voor kunstmest
- Vuurwerk en lucifers
- Voor het opruimen van gemorst kwik, omdat zwavel hiermee snel reageert en voorkomt dat het verdampt
Ook bij de productie van munitie wordt zwavel veel gebruikt.
Opmerkelijke eigenschappen
munitie
Zwavel is een niet-metaal met een helder gele kleur. Als zelfstandig element is het geurloos. Bij verbranding straalt het een blauw licht uit en vormt daarbij het stekend ruikende zwaveldioxide. In water is het onoplosbaar, maar in koolstofdisulfide lost het wel goed op. De zwavelchemie is een belangrijke tak van de chemie, mineralogie, milieukunde en technologie.
Het element zelf vormt een gele kristallijne vaste stof met een rhombische kristalstructuur, die bestaat uit een opstapeling van ringvormige S8 moleculen. Het is een isolator. Bij 112.8°C gaat zwavel over in een monokliene fase, die vervolgens bij 119.0°C smelt. De vloeistof bestaat eerst uit S8 moleculen en is dan weinig stroperig. Bij hogere temperaturen neemt de viscositeit enorm toe omdat er ringopening en polymerisatie plaats vindt. Bij afschrikken in koud water van de polymere smelt vormt zich plastische zwavel, een amorfe vorm die echter geleidelijk uitkristalliseert. Zwavel kookt bij 444.674°C.
Verschijning
viscositeit
Op aarde komt zwavel in grote hoeveelheden voor in mineralen zoals pyriet, galena, sfaleriet, gips en bariet. In vulkanische gebieden wordt het ook in vrije vorm aangetroffen. Op andere planeten met actief vulkanisme wordt zwavel veelvuldig aangetroffen. De maan Io van Jupiter is daarvan een duidelijk voorbeeld. De belangrijkste bron van zwavel is echter de petrochemische industrie waar het in grote hoeveelheden vrijkomt als nevenproduct.
In alle levende wezens komt zwavel voor omdat de aminozuren cysteïne en cystine zwavel bevatten. Dat wil zeggen dat de meeste eiwitten zonder zwavel niet kunnen bestaan.
Isotopen
Van zwavel zijn 18 isotopen bekend waarvan er vier stabiel zijn. 32S is daarvan met een fractie van ongeveer 95% de meestvoorkomende zwavelisotoop op aarde. Van de radioactieve zwavelisotopen heeft alleen 35S een redelijk lange halfwaardetijd van ruim 87 dagen. De overige radioisotopen vervallen opmerkelijk veel sneller.
Toxicologie en veiligheid
Elementair zwavel is brandbaar. Sommige zwavelverbindingen zoals bijvoorbeeld diwaterstofsulfide (H2S) zijn uiterst giftig. Veel organische zwavelverbindingen hebben een onaangename geur.
Zie ook
- Scheikunde
- Periodiek systeem
- Standaard
- Alternatief
- Isotopentabel
- Complete tabel
- Tabel in delen
- Lijst met elementen
- Gesorteerd op naam
- Gesorteerd op symbool
- Gesorteerd op nummer
Externe links
- [http://environmentalchemistry.com/yogi/periodic/S.html EnvironmentalChemistry.com - Sulphur]
- [http://www.webelements.com/webelements/elements/text/S/index.html WebElements.com - Sulphur]
Categorie:Zuurstofgroep
ja:硫黄
ko:황
simple:Sulfur
th:กำมะถัน
Zwaveldioxide
Eigenschappen
|
Algemeen
|
| Naam |
Zwaveldioxide |
| Chemische formule |
SO2 |
| Kleur |
Kleurloos gas |
|
Fysische eigenschappen
|
| Molgewicht |
64.1 g/mol |
| Smeltpunt |
198K (-75 °C) |
| Kookpunt |
263 K (-10 °C) |
| Dichtheid |
1.4 ×103 kg/m3 (vloeibaar) |
| Oplosbaarheid |
9.4 g in 100g water |
|
Thermodynamische gegevens
|
ΔfH0gas |
-296.84 kJ/mol |
ΔfH0vl |
? kJ/mol |
ΔfH0vast |
? kJ/mol |
S0gas, 1 bar |
248.21 J/mol·K |
S0vl, 1 bar |
? J/mol·K |
S0vast |
? J/mol·K |
|
Veiligheid
|
| Ingestie |
Relatief lage giftigheid, kan misselijkheid en overgeven veroorzaken. De gevaren op langere termijn zijn bekend. |
| Inademing |
Extreme irritatie van de luchtwegen |
| Meer informatie (in Engels) |
[http://ull.chemistry.uakron.edu/erd/chemicals/8/7111.html Hazardous Chemical Database] |
Zwaveldioxide (SO2) is het belangrijkste verbrandingsproduct van zwavel in lucht. Het komt met name ook vrij bij het verbranden van zwavelhoudende fossiele brandstoffen, zoals sommige soorten aardolie, bruinkool of steenkool en is een van de belangrijkste componenten van luchtvervuiling en smog. Het vormt in lucht in aanwezigheid van vocht en andere verbindingen makkelijk zwaveltrioxide of SO3, een verbinding waaruit zich in water zwavelzuur vormt. Dit regent uit de atmosfeer op de aarde neer (zure regen).
Zwaveldioxide is een kleurloos gas met een scherpe karakteristieke reuk en een molecuulgewicht van 64,1. Het kookt bij -10 °C (263 K) en smelt bij -75 °C (198 K) (bij atmosferische druk).
Korstmossen zijn erg gevoelig voor SO2 en het al dan niet aanwezig zijn van bepaalde soorten kan als biologische meetmethode voor de mate van luchtvervuiling worden gebruikt.
Zwaveldioxide komt verder bij veel vulkanen uit de grond en wordt gebruikt bij industriële processen, o.a. voor het maken van zwavelzuur.
Het werkt ook in lage concentraties al vrij sterk irriterend op de longen.
De zouten van zwaveligzuur, H2SO3, dat ontstaat bij het oplossen van SO2 in water, worden gebruikt als conserveringsmiddel in voedsel (sulfiet).
categorie:verbinding van zwavel
categorie:oxide
ja:二酸化硫黄
Fossiel
Onder fossielen verstaat men meestal de versteende overblijfselen van planten/dieren in de geologische kolom. Het woord komt van Lat. fossa dat gracht of opgraving betekent en wordt ook wel gebruikt voor onderaardse overblijfselen die niet van organische oorsprong zijn. Een voorbeeld is fossiel water. Dit is water dat gevonden wordt in een ondergrondse waterdragende laag onder wat nu een woestijn is, maar lang geleden een vochtiger gebied was.
Aangezien de geologische kolom volgens de moderne geologie is gevormd door afzetting van sedimenten over perioden van miljoenen jaren, kunnen de fossielen ons veel vertellen over de geschiedenis van het leven op aarde. Toch kunnen we niet verwachten dat alle levende wezens die ooit hebben geleefd als fossiel bewaard zijn gebleven omdat fossilisatie (=de vorming van fossielen uit dode organismen) zeldzame omstandigheden vereist.
Soorten fossielen
Bij het woord fossielen denkt men het eerst aan de botten van Dinosauria of van Mammoeten en het is inderdaad zo dat de harde delen van een organisme de grootste kans maken door fossilisatie geconserveerd te worden. Voor gewervelde dieren zijn dat de botten en vooral de tanden. De zachtere weefsels van het organisme blijven alleen in bijzondere gevallen bewaard en zijn daarom veel zeldzamer. Zachtere weefsels worden alleen dan bewaard als zij snel bedolven raken in een laag die ze afschermt tegen iedere vorm van rot of vraat. Daardoor is het soms moelijk zich een goed beeld te vormen van het complete organisme. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Conodonta, die lange tijd in grote aantallen alleen van hun tanden bekend waren. Pas toen ook een afdruk van de rest van het diertje gevonden werd werd het duidelijk dat het hier om primitieve vormen van ons eigen Phylum Chordata ging. Bij andere Phyla blijven vaak andere harde delen, bijvoorbeeld schelpen over.
Er zijn een aantal bijzondere vormen van fossilisatie. In barnsteen bijvoorbeeld worden soms complete insecten ingesloten gevonden omdat de hars waaruit de barnsteen ontstaan is een goede afsluiting tegen ieder bederf vormt. Dat geldt op grotere schaal ook voor teerputten. Bij Los Angeles is een goed voorbeeld daarvan in de La Brea teerputten. Van dieren die in de teerput verstrikt raken blijven de botten vaak bijzonder goed bewaard. Bovendien trekken verstrikte dieren vaak roofdieren aan die ook weer verstrikt raken. Daardoor verzamelen zich steeds meer botten in de put.
Naast botten worden ook andere sporen van lang verdwenen dieren gevonden, zoals voetafdrukken of uitgegraven gangen of holen. Het is niet altijd mogelijk om vast te stellen van welke dier zij afkomstig zijn. Zij krijgen daarom vaak hun eigen taxonomische benaming.
Gidsfossielen
Veelal worden fossielen gebruikt om de ouderdom van de betreffende aardlaag te bepalen. De aldus gevonden datering kan dan gebruikt worden om de ouderdom van andere fossielen in desbetreffende of geassocieerde aardlagen te bepalen. Fossielen die gebruikt worden om aardlagen en andere fossielen te dateren worden gidsfossielen genoemd.
Zie ook
- Lijst van musea met fossielen
- Lijst van vindplaatsen van fossielen
- Lijst van vindplaatsen van fossielen in Nederland
- Fossiele brandstof
Externe links
- http://www.fossiel.net/
- http://www.geocities.com/avanmarrewijk/fossielvorming.html - Meer over fossielvorming en tips om zelf fossielen te vinden
categorie:Paleontologie
ja:化石
ko:화석
simple:Fossil
th:ซากดึกดำบรรพ์
RomeinenRomein of Romeinen kan zijn:
- iemand uit de stad Rome, zie Rome (stad)
- een inwoner van het Romeinse Rijk
- of specifieker Romeinen in België en Romeinen in Nederland
- een rechtopstaande (niet-cursieve) letter, zie romein (lettertype)
- een bijbelboek, zie Brief van Paulus aan de Romeinen.
Zie ook: Rome (doorverwijspagina).
Categorie:Archeologie
DelfstofDelfstoffen zijn gesteenten en mineralen die kunnen worden aangewend tot nut van de mensheid en die economisch voordelig kunnen worden gewonnen.
Er wordt op zeer veel uiteenlopende terreinen gebruik gemaakt van delfstoffen, onder andere als brandstof, als bouwsteen en als grondstof. Of een bepaald nuttig gesteente of mineraal economisch kan worden ontgonnen, hangt af van de waarde van de delfstof, de hoeveelheid en concentratie, de geologische wijze van voorkomen, de geografische ligging en de politieke en sociaal-economische omstandigheden bij de vindplaats.
De term delfstof wordt ook gebruikt voor vloeibare en gasvormige nuttige stoffen, zoals aardolie, aardgas en zelfs water. De bekendste delfstoffen zijn ertsen, fossiele brandstoffen, zouten, en water.
Categorie:Geofysica
Categorie:Geologie
Categorie:Gesteente
Categorie:Mineraal
Categorie:Natuurlijke hulpbron
Middeleeuwen
|
|-
|
|{
Mijn(Een) mijn kan zijn:
- het bezittelijk voornaamwoord van ik
- een plaats waar erts, steenkool enz. wordt gedolven, zie: mijn (delfstoffen)
- een toestel dat als het wordt aangeraakt ontploft, zie: mijn (explosief)
- een veiling bij opbod of afslag, zie: veiling
Limburg (Nederland)
|
Limburg is een van de twaalf provincies van Nederland en ligt in het zuidoosten van het land. Het heeft ongeveer een bevolking van 1,14 miljoen inwoners. Hiervan is circa 19,6 procent allochtoon. De hoofdstad van Limburg is Maastricht.
Limburg bestaat voornamelijk uit zandgrond. Het zuiden van Limburg wordt gekenmerkt door het voor komen van de leemsoort löss. In het zuiden is de provincie heuvelachtig. De belangrijkste rivier is de Maas, die over de hele lengte van zuid tot noord door de provincie stroomt. Verder zijn de belangrijkste rivieren de Geul, de Roer en de Geleenbeek. In het verleden werd in Limburg turf, bruinkool en steenkool gewonnen. Tegenwoordig nemen de winning van zand en grind nog een belangrijke plaats in.
Uit de tijd van de mijnbouw stamt nog de onderverdeling in een Oostelijke Mijnstreek en een Westelijke Mijnstreek. Het Limburgs heuvelland wordt vaak als mergelland bestempeld. Toeristisch is de streek Zuid-Limburg een begrip. De bekendste onderdelen van het mergelland is het Plateau van Margraten dat aan de noordzijde wordt begrensd door het dal van de Geul, en aan de westzijde door de Maasvallei met aan de overzijde de Sint Pietersberg, aan de oostzijde door het dal van de Gulp met even verder de hoogten rond de Vaalserberg en zuidelijk door de Voerstreek.
Limburg kenmerkt zich door een duidelijke eigen identiteit, die onder andere bestaat uit een eigen streektaal, het Limburgs, culturele bijzonderheden als de vele fanfares, harmonieorkesten en schutterijen, en culinaire specialiteiten als de Limburgse vlaai.
Ook het carnaval wordt uitgebreid gevierd in Limburg.
Werkgelegenheid
De werkloosheid in Limburg bedroeg in 2003 10,5%. De bedrijvigheid per sector was in die periode zoals in de onderstaande tabel.
(Bron: Dagblad De Limburger, 18-09-2004.)
Geschiedenis
werkloosheid
werkloosheid in 1860]]
werkloosheid
werkloosheid
werkloosheid
Politiek gezien was Limburg traditioneel een lappendeken, wat gedeeltelijk de grote verscheidenheid aan dialecten kan verklaren: elke gemeente heeft zijn eigen dialect, waarbij er soms binnen een gemeente (zie Venlo) grote verschillen kunnen bestaan.
Het grondgebied van het huidige Limburg was vanaf de vroege Middeleeuwen meestal verdeeld tussen de hertogdommen Brabant, Gelre, Gulik, de prinsbisschop van Luik en de keurvorst van Keulen.
In de Nieuwe Tijd was Limburg grotendeels verdeeld tussen Spanje en diens opvolger Keizerrijk Oostenrijk, Pruisen, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en tal van zelfstandige kleine heerlijkheden.
In 1794 kwam het grootste deel van de twee huidige Limburgse provincies onder Frans gezag. Het gebied werd toen voor het eerst een bestuurlijke eenheid onder de naam "Département de la Meuse inférieure" ofwel het departement Nedermaas.
Na de Franse tijd, bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd een deel van de huidige provincie bij Brabant gevoegd en werd het resterende deel op gezag van Willem I Limburg genoemd.
Tijdens de Belgische onafhankelijkheidsoorlog maakte geheel Limburg, met uitzondering van bezette gebieden zoals Maastricht, deel uit van België. Na de erkenning van de Belgische onafhankelijkheid werd de provincie echter gesplitst in een Belgisch en een Nederlands deel.
De "Limburgers" hebben zich tegen deze beslissing nog lang verzet, getuige het feit dat de grondwet in deze provincie 10 jaar later dan in de rest van Nederland van kracht werd.
Het Nederlandse Limburg was vanaf dat moment als Hertogdom Limburg tot 1866 deel van de Duitse Bond, ter compensatie van het aan België verloren gedeelte van Luxemburg. De Limburgse vertegenwoordigers in de Duitse Bond beijverden zich voor aansluiting bij Duitsland, maar dit leidde uiteindelijk niet tot resultaat.
De economie van de Nederlandse provincie Limburg heeft lange tijd in het teken gestaan van de steenkoolwinning. De exploitatie van de steenkoolmijnen kwam betrekkelijk laat op gang: aan het begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog werden de mijnen niet langer rendabel gevonden. Omstreeks 1965 werden ze gesloten, hetgeen geruime tijd een hoge werkloosheid heeft veroorzaakt. Nederlands en Belgisch-Limburg waren de enige steenkoolwinningsgebieden in West-Europa, waaromheen geen staalindustrie werd gebouwd. De overheden van beide landen hadden hun zware industrie in de Franstalige gebieden respectievelijk in de Randstad.
De provincie bleef de titel Hertogdom tot 1906 gebruiken. Een andere Limburgse bijzonderheid in de titulatuur is tot op de dag van vandaag blijven bestaan: de commissaris van de Koningin van Limburg wordt gouverneur genoemd, hetgeen in alle Belgische provincies de officiële benaming is.
De Nederlandse overheid erkent de oorspronkelijk in Nederlands-Limburg gesproken variëteiten onder de naam Limburgs als streektaal.
Gemeenten
Zie ook
- Lijst van voormalige gemeenten in Limburg
- Lijst van gouverneurs van Limburg
- Zuid-Limburg (Nederland)
- Er is ook een Belgische provincie Limburg
Rivieren en beken
Waters in Limburg zijn:
;Rivier
- Geul
- Gulp
- Jeker
- Maas
- Niers
- Roer
- Swalm
- Worm (rivier)
;Beek
- Geleenbeek
- Haelensche beek
- Itterbeek
- Kingbeek
- Panheelderbeek
- Sleybeek
- Thornerbeek
- Tungelroysebeek
- Uffelse beek
Categorie:Nederlands-Limburg
Categorie:Limburg
ja:リンブルグ州 (オランダ)
Staatsmijn Wilhelmina
De Staatsmijn Wilhelmina was een Nederlandse steenkolenmijn die van 1906 tot 1969 gevestigd was in Terwinselen (gemeente Kerkrade). Het was de kleinste en oudste staatsmijn van Nederland.
De mijn was ingesloten door de concessievelden van de particuliere mijnen Laura te Eygelshoven (thans gemeente Kerkrade), de nabij gelegen Oranje-Nassau II te Schaesberg (thans gemeente Landgraaf) en de Domaniale Mijn te Kerkrade. Net als deze mijnen produceerde de Wilhelmina voornamelijk gasarme magerkool van het huisbrandtype en bezat een eigen syntracietfabriek (voor de productie van synthetische antraciet). Dit in tegenstelling tot de andere staatsmijnen die voornamelijk gasrijke vetkool voor industrieel gebruik produceerden en veelal een cokesfabriek bezaten.
Daar de mijn was ingesloten door de bovengenoemde concessiegebieden kon ze na enkele decennia alleen nog in de diepte worden uitgebreid, wederom in tegenstelling tot de andere staatsmijnen die uitgestrekte concessievelden bezaten. De mijn was om veiligheidsredenen ondergronds verbonden met alle bovengenoemde particuliere mijnen; deze verbindingen werden echter afgesloten met zware luchtdichte deuren die alleen in geval van nood geopend mochten worden.
Na de sluiting van de mijn was het aanvankelijk de bedoeling de steenberg -met een hoogte van 93m en een volume van meer dan 20 miljoen m3 de grootste van Nederland- af te graven, maar een berekening toonde aan dat dit een dure aangelegenheid zou worden die 20 jaar in beslag zou nemen. De steenberg werd bestemd tot recreatiegebied en werd met 20m verlaagd, waarbij het vrijgekomen materiaal benut werd om de hellingen minder stijl te maken. Op de zuidhelling is thans de 500m lange overdekte skipiste SnowWorld gevestigd, de enige niet-natuurlijke skipiste met echte sneeuw ter wereld.
categorie:Mijnbouw
categorie:Nederlands-Limburg
Staatsmijn Emma
De Staatsmijn Emma was een Nederlandse steenkolenmijn die van 1911 tot 1973 gevestigd was tussen Treebeek (thans gemeente Brunssum) en Hoensbroek (thans gemeente Heerlen). Het was de op een na grootste steenkolenmijn van Nederland en bereikte met meer dan 109 miljoen ton steenkool de hoogste totale nettoproductie van alle mijnen in Nederland.
Geschiedenis
De mijn bezat aanvankelijk twee schachten die voorzien waren van traditionele stalen schachtbokken, open staalconstructies voorzien van een koepesysteem bestaande uit grote wielen om de schachtkabels naar de nabijgelegen ophaalmachines te leiden.
In 1939 vond de eerste uitgebreiding plaats met de aanleg van schacht 3 die voorzien was van een betonnen schachtbok met een geïntegreerde ophaalmachine recht boven de schacht. Dit was een bijzonderheid daar deze schacht als enige in Nederland was uitgerust met een skip, een grote laadbak die in staat was 25 ton steenkool in eens naar de losvloer op te halen. Skiptransport van steenkool is efficiënter dan transport met behulp van mijnwagens in de liftkooi van een normale schacht, daar de mijnwagens een aanzienlijke dode last vormen; men kan echter geen personen vervoeren in een skip.
Ten slotte werd in 1947 te Schinnen gestart met de aanleg van schacht 4, ook voorzien van betonnen schachtbok en geïntegreerde ophaalmachine maar met traditionele liftkooien, die na veel vertraging in 1956 opgeleverd werd. De schacht was aanvankelijk bedoeld voor het omlaagtransporteren van wasberger, afvalsteen die gebruikt werd om gemijnde pijlers op te vullen en zo instorting te voorkomen, maar werd later ook voor personentransport gebruikt.
De mijn was vanaf 1947 door middel van een 13 km lange tunnel verbonden met de Staatsmijn Maurits te Geleen (thans gemeente Sittard-Geleen) en werd in 1963 geïntegreerd met de Staatsmijn Hendrik te Brunssum, waarna de mijn tot haar sluiting Emma-Hendrik genoemd werd.
Veel mensen uit Hoensbroek en omgeving werkten in deze mijn (ca. 10.000 mensen waarvan ca. 6000 ondergronds) tot ze in 1973 gesloten werd. Na de sluiting van de mijnen heerste er grote werkloosheid in deze regio.
Op 28 oktober 1983 werd de imposante schachttoren van schacht 3 van de Emma, met zijn 63 meter hoogte destijds een blikvanger in deze regio, na 10 jaar gecondonneerd geweest te zijn in afwachting van een eventuele heropening van de ondergrondse werken (daar het gehele concessiegebied Emma-noordveld als strategische reserve nooit ontgonnen is), alsnog gesloopt. Door een technische fout viel de schachttoren verkeerd en werden grote betonnen brokstukken meer dan 250 meter in de omgeving rondgeslingerd, waarbij vele gebouwen beschadigd werden waaronder woonhuizen en het gebouw van de voormalige mijnpolitie, dat dusdanige schade opliep dat het moest worden gesloopt. Drie politieagenten raakten gewond, verschillende buurtbewoners verkeerden in shocktoestand en de regionale krant van zaterdag 29 oktober 1983 kopte: "Wonder dat er geen doden zijn gevallen".
Tegenwoordig
Het Emmaterrein, inmiddels gemeente Brunssum werd gedurende lange tijd gesaneerd in verband met vervuiling door onder meer polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs). Hierbij speelde de discussie wie verantwoordelijk was voor de vervuiling: DSM (als de opvolger van de staatsmijnen) of de overheid (omdat milieuregelgeving nieuw was).
Op het grote terrein van deze voormalige mijn is tegenwoordig een woonwijk, een park en een industrieterrein gevestigd. Ook ligt er een weg die Brunssum met Hoensbroek verbindt. De plek van schacht 3 van de mijn is gelegen onder het pleintje aan de voorzijde van verzorgingshuis EmmaStaete. Onder het pleintje ligt de deksel van de vulopening van de schacht.
Trivia
Hoewel als vestigingsplaats van Staatsmijn Emma werd aangeduid als Treebeek of Hoensbroek, heeft de mijn gedurende de gehele periode van haar bestaan gelegen op grondgebied van de gemeente Heerlen, waardoor het aantal mijnen in deze gemeente uitkwam op vier.
categorie:Mijnbouw
Categorie:Nederlands-Limburg
Staatsmijn Hendrik
De staatsmijn Hendrik stond in de Brunssumse wijk Rumpen, maar was oorspronkelijk gepland in de gemeente Schinnen nabij Hoensbroek, met name in het gebied tussen de Moutheuvel en Hommert. De staatsmijn Hendrik produceerde hoofdzakelijk gasrijke vetkool die bewerkt werd tot cokes voor industrieel gebruik.
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd een aanvang gemaakt met de aanleg van de 700 en 855 meter verdiepingen, maar pas halverwege de jaren vijftig werden de uitbreidingswerkzamheden hervat. Ze werden in 1959 afgesloten met de ingebruikname van de 855 meter verdieping, die bedoeld was om de vetkool noordelijk van de Feldbiss-breuk te ontginnen. Er waren nog verdere uitbreidingen gepland; in 1959 was schacht IV nog niet in productie, maar reikte toen al tot onder de 1000 meter, waarmee de schacht de diepste mijnschacht van Nederland was. In 1963 werd de staatsmijn Hendrik geïntegreerd met de in het nabije Treebeek gelegen staatsmijn Emma, waarmee ze al van tevoren ondergronds verbonden was. Daarna gingen de de staatsmijn Emma en de staatsmijn Hendrik gezamenlijk door het leven als de staatsmijn Emma-Hendrik.
Na de mijnsluiting in 1975 nam de NAVO er haar intrek en werd het terrein in gebruik genomen als het hoofdkwartier van de noordelijke strijdkrachten in Europa; daaraast herbergt het terrein de radiostudio's van Canadian Forces Network (CFN), waarvan de antennes tot de sloop eind jaren tachtig stonden opgesteld op de betonnen schachtbok van schacht IV. Na de sloop van de schachttoren werd op nagenoeg dezelfde plek een nieuwe communicatietoren gebouwd.
Categorie:Mijnbouw
Categorie:Nederlands-Limburg
Categorie:Brunssum
Kabinet-Den Uyl
Het Kabinet-Den Uyl was het Nederlands Kabinet van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 (demissionair vanaf 22 maart 1977).
- Minister-president, minister van Algemene Zaken, drs. Joop den Uyl (PvdA)
- Vice-minister-president en minister van Justitie,
- mr. Dries van Agt (KVP), afgetreden 8 september 1977 (moest volgens de Nederlandse Grondwet kiezen tussen zijn functies in het kabinet en het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Hij koos voor het laatste, mede gezien de moeizame ontwikkelingen in de formatie van een nieuw kabinet-Den Uyl; uiteindelijk zou hij zelf premier worden.)
- mr. Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman (ARP), 8 september 1977
- Minister van Buitenlandse Zaken, mr. Max van der Stoel (PvdA)
- Minister van Binnenlandse Zaken, mr. Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman (ARP)
- Minister van Onderwijs en Wetenschappen, dr. Jos van Kemenade (PvdA)
- Minister van Financiën, dr. Wim Duisenberg (PvdA)
- Minister van Defensie
- ir. Henk Vredeling (PvdA), afgetreden 31 december 1976
- mr. Bram Stemerdink (PvdA), 31 december 1976
- Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, drs. Hans Gruijters (D66)
- Minister van Verkeer en Waterstaat, drs. Tjerk Westerterp (KVP)
- Minister van Economische Zaken, drs. Ruud Lubbers (KVP)
- Minister van Landbouw en Visserij
- mr. Tiemen Brouwer (KVP), afgetreden 1 november 1973
- mr. A.P.J.M.M. van der Stee (KVP), 1 november 1973
- Minister van Sociale Zaken, drs. Jaap Boersma (ARP)
- Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, mr. Harry van Doorn (PPR)
- Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, mw. mr. Irene Vorrink (PvdA)
- Minister voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken, mr. Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman (ARP)
Zonder Portefeuille
- Minister zonder Portefeuille belast met de ontwikkelingssamenwerking, (met ingang van 25 juli 1973 aangeduid met: minister voor Ontwikkelingssamenwerking), drs. Jan Pronk (PvdA)
- Minister zonder Portefeuille belast met het wetenschapsbeleid, (met ingang van 25 juli 1973 aangeduid met: minister voor Wetenschapsbeleid), Boy Trip (PPR)
- Buitenlandse Zaken
- mr. Laurens Jan Brinkhorst (D66), afgetreden 8 september 1977
- mr. Peter Kooijmans (ARP)
- Justitie
- mr. Jan Glastra van Loon (D66), 13 juni 1973 - 28 mei 1975
- mr. Henk Zeevalking (D66), 6 juni 1975 - 8 september 1977
- Binnenlandse Zaken, Wim Polak (PvdA), afgetreden 1 mei 1977
- Onderwijs en Wetenschappen
- dr. Ger Klein (PvdA), afgetreden 8 september 1977
- dr. Antoon Veerman (ARP), afgetreden 31 augustus 1975
- drs. Klaas de Jong Ozn. (ARP), 1 september 1975
- Financiën
- Aar de Goede (D66)
- mr. Fons van der Stee (KVP), afgetreden 1 november 1973
- drs. Martin van Rooijen (KVP), 21 december 1973 - 14 oktober 1977
- Defensie
- mr. Joep Mommersteeg (KVP), afgetreden 28 februari 1974
- Cees van Lent (KVP), 11 maart 1974
- mr. Bram Stemerdink (PvdA), afgetreden 31 december 1976
- Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Jan Schaefer (PvdA), afgetreden 8 september 1977
- drs. Marcel van Dam (PvdA), afgetreden 8 september 1977
- Verkeer en Waterstaat, dr. Michel van Hulten (PPR)
- Economische Zaken, Ted Hazekamp (KVP), afgetreden 8 september 1977
- Sociale Zaken Jan Mertens (KVP)
- Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Wim Meijer (PvdA), afgetreden 8 september 1977
- Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Jo Hendriks (KVP)
- Vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen: 29 november 1972
- Beëdiging kabinet: 11 mei 1973
- Duur formatie: 163 dagen
- Informateur, dr. M. Ruppert (ARP), 59 dagen
- Formateur, mr. J.A.W. Burger (PvdA), 64 dagen
- Informateurs, mr. A.A.M. van Agt (KVP) en dr. W. Albeda (ARP), 14 dagen
- Formateurs, mr. J.A.W. Burger (PvdA) en dr. M. Ruppert (ARP), 19 dagen
Reden ontslagaanvraag, grondpolitiek-crisis
Er bestond verschil van mening in de ministerraad over de in de Tweede Kamer in behandeling zijnde nieuwe Onteigeningswet. Het ging daarbij om de onteigening van bouwgrond in agrarische gebieden ten behoeve van woningbouw. Om grondspeculatie tegen te gaan, wilde de progressieve meerderheid in het kabinet de agrarische gebruikswaarde van de grond nemen als basis voor vergoeding bij onteigening. De verantwoordelijke ministers van landbouw en justitie echter hielden vast aan vergoeding van de marktwaarde. In het klimaat van de naderende verkiezingen lukte het niet, dit meningsverschil op te lossen.
De ministers van KVP en ARP boden op 22 maart 1977 hun ontslag aan en de ministers van PvdA, PPR en D'66 stelden hun portefeuilles ter beschikking. Op 28 maart 1977 besloot het kabinet in zijn geheel in demissionaire status aan te blijven tot aan de verkiezingen van 25 mei 1977, het eind van de parlementaire periode.
Een bijzonder kabinet.
Het kabinet Den Uyl was een bijzonder kabinet. Dat kwam niet alleen door de uitstraling van de naamgever en van de vele andere bewindslieden, maar ook omdat dit kabinet het de overgang naar een andere manier van politiek bedrijven markeerde. Daarnaast kwamen de diverse bijzondere karakters binnen dit kabinet regelmatig met elkaar in conflict. Met name de hemelbestormende stijl van premier Den Uyl boste met "het beton verstopt achter een bloementjesgordijn" van zijn vice-premier van Agt. Voor parlementaire journalisten waren dit gouden tijden. Er gebeurde altijd wel wat.
De formatie van het kabinet verliep op zich al heel moeizaam. De verstandhouding tussen PvdA en de christen-democratische partijen (ARP, KVP en CHU) was beladen. Dat kwam door een aantal gebeurtenissen uit het verleden zoals de Nacht van Schmelzer en de polariserende opstelling van de PvdA. Uiteindelijk kwam het kabinet er doordat de PvdA-formateur Burger een aantal ARP en KVP politici wist te overreden om in het Kabinet zitting te nemen. Het kabinet had daardoor geen parlementaire meerderheid en kan daardoor een extraparlementair kabinet genoemd worden.
De CHU, die samen met ARP en KVP samenwerkte om het toekomstige CDA tot stand te brengen, kwam hierbij buitenspel te staan. De demissionaire ARP minister-president Barend Biesheuvel was totaal verrast door de totstandkoming van het kabinet.
Een aantal van de affaires in de historie van het kabinet:
- De verstandhouding tussen Den Uyl en Van Agt.
Een voorbeeld: Het kabinet nam een besluit in de afwezigheid van van Agt en die reageerde dan weer voor de TV-kamera dat hij van niets wist etc.
- Vredeling en de aanschaf van de straaljager F16.
- De vrijlating van de drie van Breda.
- Van Agt en de sluiting van de abortuskliniek Bloemenhove.
- Van Agt en de pornobioscoop.
- Den Uyl die thuis door zijn vrouw Liesbeth werd aangesproken, omdat zij vond dat hij van Agt harder aan moest pakken.
- De VVD-oppositieleider Hans Wiegel die riep dat de bewindslieden vechtend over straat rolden. Dat was niet letterlijk het geval, maar veel scheelde het niet.
- De Oliecrisis.
- De Lockheed-affaire.
- De affaire Menten, dit was een oorlogsmisdadiger, die in eerste instantie aan vervolging wist te ontkomen. De PvdA-fractie haalde minister van Justitie Van Agt, tevens de eerste CDA-lijsttrekker, in de Tweede Kamer hierover keihard onderuit. Van Agt was hierdoor beledigd. Dit was de opmaat voor de val van het kabinet.
Al dit gedoe leidde er uiteindelijk toe dat de samenwerking tussen PvdA en het pas opgerichte CDA voor jaren heel problematisch was geworden. Het mislukken van de formatie van een mogelijk CDA/PvdA kabinet na de verkiezingen in 2003 wordt voor een deel veroorzaakt door het in deze periode opgebouwde wederzijdse wantrouwen.
Uyl
Staatsmijnen in Limburg Bij de wet van 24 juni 1901 werd beschikt dat van staatswege in Zuid-Limburg kolenmijnen zouden worden ontgonnen. De bij deze wet voor Staatsexploitatie aangewezen terreinen beslaan vrijwel geheel Zuid-Limburg waar steenkolen in de bodem voorkomen, voor zover niet reeds eerder aan particulieren concessie was verleend.
De volgende Staatsmijnen zijn in Limburg in bedrijf geweest:
- Staatsmijn Wilhelmina te Terwinselen (1906 - 1969)
- Staatsmijn Emma te Hoensbroek (1911 - 1973)
- Staatsmijn Hendrik te Brunssum (1915 - 1963)
- Staatsmijn Maurits te Lutterade-Geleen (1926 -1967)
De Staatsmijn Beatrix (1954) bij Vlodrop is nooit in productie genomen.
De Staatsmijn Hendrik werd in 1963 geïntegreerd met de Staatsmijn Emma, waarna de combinatie Staatsmijn Emma-Hendrik genoemd werd. De Nederlandse Staatsmijnen zijn later overgegaan in Koninklijke DSM N.V..
Vindplaatsen van fossielen: op het stort van de Laura en de Staatsmijn Emma-Hendrik te Brunssum kunnen nog fossielen worden gevonden uit het Carboon.
Zie ook
- Mijnbouw.
categorie:mijnbouw
categorie:Industrie
Aardolie
Aardolie is een van de fossiele brandstoffen: koolwaterstoffen ontstaan uit afzettingen van plantenresten die in een geologisch verleden zijn gevormd en daarna langdurig aan hoge druk en warmte zijn blootgesteld (net als aardgas of steenkool). Aardolie vertegenwoordigt de zwaardere fractie organische producten van dat proces. Waar aardolie wordt gevonden bevindt zich hierdoor vaak ook een aardgasbel.
Aardolie wordt op veel plaatsen in de wereld gevonden. Op sommige plekken is de druk in de oliereserve zo hoog dat de olie vanzelf uit de grond spuit wanneer er een gat is geboord. Op andere plekken moet de aardolie worden opgepompt, soms uit de diepe zee. De economische winbaarheid hangt duidelijk af van deze verschillen.
Aardolie dekt thans ongeveer 40% van de energiebehoeften der mensheid. Aardgas en steenkool elk ongeveer 25%. Alle andere vormen van energie tezamen ongeveer 10%. Op korte en middellange termijn zal de mensheid niet zonder aardolie kunnen toekomen.
Soorten aardolie
De precieze samenstelling van aardolie verschilt per bron, maar per olieveld zijn grote overeenkomsten in de chemische samenstelling van de olie.
Op de wereldmarkt worden de prijzen bepaald per veld. De belangrijkste prijzen hangen ook samen met deze velden. De belangrijkste prijzen zijn de Brent-olie van de Noordzee en de West Texas Intermediate (WTI) waarin in de Verenigde Staten wordt gehandeld. Deze prijzen kunnen door marktwerking van elkaar verschillen en het is daarom feitelijk onmogelijk om van dé olieprijs te spreken. De olieprijs verschilt dus per handelsplek. In het algemeen is de olieprijs van de WTI hoger dan die van Brent.
Ook de samenstelling (bijvoorbeeld het gehalte aan zwavelverbindingen) van aardolie is sterk afhankelijk van de winplaats.
De kleur van aardolie varieert per veld, vaak zwart maar bruine, gele en heldere ruwe olie komt ook voor. Ook de viscositeit varieert sterk per veld en ook met temperatuur. Sommige olie is bij -30 °C nog vloeibaar waar andere olie bij 20 °C al zo stroperig wordt dat pijpleidingen erdoor verstopt raken.
zwavel
Voorraden
De totale bewezen aardolievooraad volgens BP anno 2003 bestaat uit 1147,7 miljard vaten. Dat komt overeen met 40 maal het huidige jaarlijkse verbruik. Van deze voorraad bevindt zich 2/3 in het Midden-Oosten, en in Azië en Europa bevindt zich elk 9% van deze vooraad. Saudi-Arabië heeft de grootste voorraad, gevolgd door Iran en Irak. Ook onder andere Rusland, Venezuela, Nigeria zijn belangrijke producenten van aardolie. In Europa wordt aardolie onder andere gevonden in en rond de Noordzee. Naast de bewezen oliereserves zijn er ook onbewezen reserves. Voorbeelden hiervan zijn aanzienlijke hoeveelheden olie in de Canadese teerzanden. Er wordt geschat dat uit deze teerzanden nog minstens 1 biljoen (1000 miljard) vaten geproduceerd kunnen worden. De winning ervan zal echter een moeizaam proces zijn, want de teerzanden bevatten slechts enkele procenten kerogeen, dat tot aardolie kan worden getransformeerd.
Ontstaan van aardolie en aardgas
De meeste wetenschappers gaan ervan uit dat aardolie en aardgas fossiele brandstoffen zijn.
In tegenstelling tot steenkool en bruinkool, die in een moerassige omgeving werden gevormd, vormde de voorloper van aardolie, het kerogeen of aardwas, zich op de zeebodem. Noodzakelijk was dat die zeebodem zeer zuurstofarm was, waardoor de bezinkende organismen niet volledig konden worden verteerd door aaseters of bacteriën. Zo vormde zich, ten gevolge van gedeeltelijke afbraak van de organische materie door anaërobe bacterieën, de kerogeen, di | | |