Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Suiker

Suiker


- de correcte chemische benaming van een Koolhydraat
- de populaire term voor sucrose
- een alternatieve naam voor diabetes mellitus

Koolhydraat

In de scheikunde is een koolhydraat (ook wel suiker of sacharide genoemd) een bepaald type verbinding van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen waarbij de waterstof en zuurstofatomen in een verhouding 2:1 voorkomen. Ook derivaten met andere atoomtypen en andere verhoudingen worden wel onder de suikers gerekend zolang ze dezelfde basisstructuur hebben. Suiker is in het dagelijks gebruik de naam van een zoetsmakende chemische verbinding die veel in de keuken wordt gebruikt. Deze verbinding wordt beschreven onder sucrose. Koolhydraten bestaan als monomeren, dimeren en andere oligomeren, en als polymeren.

Monosachariden

De monomere basissuikers worden gekenmerkt door een lineaire keten van 3, 4, 5, 6 of 7 koolstof atomen die op één na elk een hydroxylgroep dragen. Het overgebleven koolstofatoom vormt een carbonylgroep. Als de carbonylgroep aan het eerste koolstofatoom in de keten zit, spreekt men van een aldose (genoemd naar aldehyde), als één van de andere koolstofatomen de carbonyl draagt spreekt men over een ketose (genoemd naar keton). Elk van de hydroxyl groepen behalve die aan het einde, en in een ketose ook die aan het begin, kan aan twee zijden van het koolstof atoom worden geplaatst. Twee-aan-twee kunnen de combinaties elkaars spiegelbeeld zijn (Ze zijn elkaars enantiomeer): een van de twee krijgt in de naam het voorvoegsel D- (van het Latijnse dexter, dat rechts betekent), de ander het voorvoegsel L- (van het Latijnse laevo, dat links betekent). De meeste in de natuur voorkomende suikers zijn D-suikers. Buiten de spiegelbeelden ontstaat in elk van de combinaties van hydroxyl posities een verbinding met andere eigenschappen (stereo-isomeren). Als twee suikers slechts verschillen in de positie van één hydroxyl groep, spreekt men over epimeren. Een suiker met 3 koolstofatomen wordt wel triose genoemd, een met 4 tetrose, een met 5 pentose, een met 6 hexose, en een met 7 heptose. De meeste suiker-monomeren kunnen in twee vormen voorkomen: in de open vorm zoals boven beschreven, maar ook in een ringvorm, een zogenaamde halfacetaal voor aldoses of halfketaal voor ketoses. Daarbij is de carbonyl groep opengevouwen en neemt een H atoom over van een koolstofatoom aan de andere kant van de keten. In een oplossing van de monomere suiker kan dit ringsluitingsproces en de ringopening gewoon plaatsvinden (een chemisch evenwicht), daarom worden de open en de gesloten monomeer als twee verschillende isomeren toch vaak met dezelfde naam aangeduid. Als door de ringsluiting een ring wordt gevormd met 4 koolstofatomen en een zuurstofatoom spreekt men van een furanose (genoemd naar furaan), als de onstane ring 5 koolstofatomen en een zuurstofatoom heeft spreekt men over een pyranose (genoemd naar pyraan). De naam voor de ringvorm wordt soms samen gebruikt met de aldose/ketose naamgeving voor de plaats van de carbonyl groep: aldo-furanose, aldo-pyranose, keto-furanose en keto-pyranose. De ringsluiting maakt van een hydroxyl groep een halfacetaal, en door de carboxy groep wordt een nieuwe hydroxyl groep gevormd; dit heet de anomere hydroxyl groep. Net als bij de andere hydroxylgroepen is er hiervoor de keuze of dit aan de linkerkant of aan de rechterkant gebeurt. Als de hydroxyl groep onder de ring ligt spreekt men van een α anomeer, als de hydroxyl groep boven de ring ligt van een β anomeer. Ook hier weer geldt dat doordat de ring in de oplossing van het monomeer regelmatig opent en weer sluit, de α en β isomeren niet als aparte biologisch actieve stoffen kunnen worden gezien.

Gemodificeerde monomeren

anomere Ter hoogte van elk van de hydroxyl groepen kan het suiker-monomeer worden gemodificeerd. Natuurlijk voorkomende modificaties zijn onder andere:
- het verwijderen van een hydroxyl groep (Een voorbeeld dat in de natuur voorkomt: deoxyribose zoals in DNA)
- het vervangen van een hydroxyl groep door een aminogroep (voorbeeld: glucosamine), of door een geacetyleerde aminogroep (voorbeeld: N-acetylglucosamine, afgekort GlcNac).
- het vervangen van de carboxyl groep door nóg een hydroxyl groep (voorbeeld: de zoetstof xylitol gebaseerd op de suiker xylose).

Disachariden

Twee monomere suikers (identiek of verschillend) kunnen met elkaar worden gekoppeld door een hydroxylgroep van de een te combineren met een hydroxylgroep van de ander. Bij zo'n koppeling wordt een dimeer gevormd, en komt een watermolecuul vrij. De binding tussen de monomeren heet een glycoside binding. Tafelsuiker (rietsuiker, sacharose of sucrose) is een dimeer van α-D-glucopyranose en β-D-fructofuranose, waarbij de glycoside binding zit tussen de hydroxy groep op plaats 1 van de glucose, en de hydroxy groep op plaats 2 van de fructose. Korter opgeschreven: glucose α(1->2) fructose. Hierbij worden beide anomere koolstoffen gebruikt, en daarmee kan geen ring-opening meer plaatsvinden; sucrose kan niet meer isomeriseren in oplossing. Het is daardoor een niet-reducerende suiker. Moutsuiker (maltose) is een dimeer van 2 identieke monomeren: glucose α(1->4)glucose. Er is een halfacetaal-groep aanwezig. Het is daardoor een reducerende suiker. De mens heeft een enzym met de naam sucrase dat speciaal de glycoside binding in sucrose kan verbreken. Andere belangrijke disachariden zijn:
- lactose (galactose β(1->4) glucose), melksuiker. Komt vrijwel alleen in melkproducten voor. De glycoside binding kan in het menselijk lichaam worden verbroken door het enzym lactase. Mensen die niet of niet voldoende lactase produceren zijn daardoor lactose intolerant.
- maltose (glucose α(1->4) glucose), moutsuiker. Maltose is een dimeer van eenheden die net zo zijn gebonden als in zetmeel. Vrijwel alle levende organismen kunnen het afbreken door het enzym maltase.
- cellobiose (glucose β(1->4) glucose). Cellobiose is een dimeer van eenheden die net zo zijn gebonden als in cellulose. Het menselijk lichaam heeft geen enzym dat geschikt is om cellobiose af te breken.
- trehalose (glucose α,α (1->1)glucose). Komt voor in gist, paddestoelen en ook in kleine hoeveelheden in planten en dieren. Het is zeer stabiel (niet-reducerende suiker) en beschermt eiwitten tegen beschadiging door bevriezing en uitdroging.

Oligosachariden en glycoproteinen

Ketens van een klein aantal (3-9) suiker-eenheden (oligomeren) worden in de cel gebruikt om aan eiwitten (vaak via een arginine-zijketen) te koppelen. De zo gemodificeerde eiwitten worden glycoproteinen genoemd. Glycoproteinen worden vaak aan de buitenkant van de cel getoond, en hebben een sterk soort-specifiek karakter. Zo is het voor ons afweersysteem mogelijk om aan de suikers van de glycoproteinen te herkennen welke cellen tot het eigen lichaam behoren, en welke indringers zijn. Bij transplantaties kan dat tot afstoting lijden. Een voorbeeld van glycoproteine-herkenning waar iedereen wel eens van heeft gehoord zijn bloedgroepen.

Oligosachariden


- Raffinose

Polysachariden

Lineair of vertakt.
- zetmeel
  - amylose: lineair, glucose α1->4
  - amylopectine: vertakt, amylose-ketens, onderling verbonden met α1-6 bindingen
- cellulose: lineair, glucose β1->4
- chitine: lineair, N-acetyl glucosamine β1->4
- Pectine: vertakt, veresterde D-galacturonzuur α1->4 Categorie:Organische chemie Categorie:Suiker Koolhydraten ja:炭水化物 ko:탄수화물 th:คาร์โบไฮเดรต

Sucrose

Sacharose(C12H22O11 (of sucrose), of in huishoudelijke termen suiker, is een voedingsmiddel dat geassocieerd wordt met één van de primaire smaken, namelijk zoetheid. Het wordt gemaakt van suikerbieten, suikerriet of suikerpalm middels een raffinageproces. Bij dat proces wordt de suiker uit de plant opgelost in heet water, en door herkristallisatie en filtratie gezuiverd. Bruine suiker is suiker die niet compleet gezuiverd is, en die nog smakelijke verontreinigingen bevat. Sacharose, net als veel andere koolhydraten, is een prima leverancier van energie aan het lichaam. De energie-inhoud is ongeveer een kwart van die van vetten.
Afbeelding:Saccharose.png Chemisch gezien is sacharose een disacharide, bestaande uit een glucoseeenheid (druivensuiker) en een fructoseeenheid (vruchtensuiker). Bij de vertering van sucrose moet als eerste de binding tussen deze twee eenheden worden verbroken. Hierdoor is de beschikbaarheid van de energie ten opzichte van die van glucose iets trager; toch wordt er bij sportdranken ook wel gebruik gemaakt van sucrose. Het vrijmaken van de eenheden gebeurt nog wel zo snel, dat na consumptie van een hoeveelheid sacharose een duidelijke piek in het bloedsuikergehalte kan worden gezien. Sacharose lost erg goed op in water (bij kamertemperatuur tot wel 150 gram in een liter). Een verzadigde suikeroplossing is de zoetst smakende vloeistof die er bestaat. Geen enkele zoetstof kan hieraan tippen, zelfs al zijn die bij lage concentraties tot duizenden malen zoeter dan een vergelijkbare hoeveelheid suiker. Invertsuiker ontstaat uit sacharose door hydrolyse onder inwerking van zuren of bepaalde enzymen: het resultaat is een mengsel van gelijke delen fructose en glucose. Omdat fructose zoeter is dan sacharose, heeft invertsuiker per gram een grotere zoetkracht dan suiker. Het wordt industrieel als zoetstof gebruikt. Sucralose is een kunstmatige zoetstof op basis van sucrose, die wordt verkregen door drie OH-groepen in de sucrosemolecule te vervangen door drie chlooratomen; sucralose is 500 à 600 keer zoeter dan sucrose.

Sacharose als voedingsmiddel


- Als zoetstof
- In veel gerechten wordt suiker gebruikt voor de structuur (stevigheid) die het aan het gerecht kan geven.
- Bij verhitting van zuivere sacharose vindt een chemisch proces plaats dat het omzet in karamel, dat voor zijn typische smaak en kleur wordt toegepast.
- In grote concentraties dient suiker ter conservering van bijvoorbeeld fruit in jam en confitures.
- In cola zit zoveel suiker dat er fosforzuur aan wordt toegevoegd om het minder zoet te laten smaken.
- Suiker wordt o.a. ook gebruikt in koffie, thee en yoghurt, en op pannenkoeken en oliebollen.

Soorten suiker


- Kristalsuiker, de meest gebruikte soort. Bij de benaming "suiker" bedoelen we meestal kristalsuiker.
- Basterdsuiker, suiker met een fijne korrel. Meestal gebruikt bij gebak en ijsbereiding.
- Poedersuiker, suiker waarbij de korrel geheel is vermalen. Veelal gebruikt bij producten die niet gebakken worden. Bijvoorbeeld sauzen, glazuur, etc. Ook veel gebruikt als decoratie.
- Geleisuiker, gebruik bij de bereiding van jams, marmelade en vruchtensauzen.

Gezondheidsaspecten

Zoals boven al besproken is de eerste stap van de vertering van suiker de splitsing in fructose en glucose. De tweede stap is de omzetting van de fructose in nog een glucose-eenheid. De glucose kan daarna door het bloed worden getransporteerd naar alle cellen in het lichaam die energie nodig hebben. Voor de opname van glucose in de cellen is insuline nodig, een hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier. Bij veel mensen is de productie van insuline door de alvleesklier verstoord (verminderd ofwel helemaal niet aanwezig), dit wordt suikerziekte genoemd. Het effect is dat de glucosespiegel in het bloed verhoogd is. Bij langdurige verhoging van de glucosespiegel kan in het lichaam allerlei schade worden aangericht, zoals bijvoorbeeld vertroebeling van de ooglens. Mensen met suikerziekte moeten om schade door verhoging van de glucosespiegel te voorkomen heel erg oppassen met voedingsmiddelen die de glucosespiegel snel en/of sterk verhogen. Dat geldt niet alleen voor alle soorten suiker (sucrose, glucose, lactose, dextrose enz) maar ook voor witmeel. Als de alvleesklier te veel in plaats van te weinig insuline aanmaakt, spreekt men van hypoglykemie, ofwel glucoseintolerantie. Door de overmaat aan insuline worden de koolhydraten te snel afgebroken waardoor de glucosespiegel daalt. Een ander gezondheidsaspect is cariës. Het nuttigen van sucrose geeft een uitstekende voedingsbodem voor bacteriën in de mond. Deze bacteriën produceren een zuur dat het beschermende glazuurlaagje op de tanden kan aantasten. Als dit vaak genoeg gebeurt ontstaan gaatjes.

Zie ook


- Suikerzakje
- Borstplaat Categorie:Suiker ja:スクロース ko:자당 zh-min-nan:Chià-thn̂g

Categoria:Províncias da Coréia do Norte

Artigos na categoria províncias da Coréia do Norte. Categoria:Coreia do Norte

hoteles en Praga hotels Berlin Pozycjonowanie warsaw map tablice










































:: RELATED NEWS ::

Russia imperiale (Le riforme in Russia e i loro limiti, 1855-1892)
Gli anni che vanno dal 1855 fino al 1892 coprono il periodo storico che seguì direttamente il regno di Nicola I caratterizzato da un indirizzo prettamente reazionario. In questi anni la Russia attraversò un periodo di riforme. Lo Zar Alessandro II, che succedette a Nicola I fu inizialmente moderato conservatore consapevole di dover non avere alternative ad accettare alcuni cambiamenti. Durante il suo regno tutti gli aspetti della vita russa furono sottoposti a riforme. Dopo il 1866 a seguito di var
Cortocircuito
Un cortocircuito è un collegamento fra due punti di un circuito che ha resistenza nulla, impone una tensione nulla ai suoi capi e non impone vincoli sulla corrente che passa attraverso di esso, che può assumere valori molto elevati. Il suo contrario è il
Circuito aperto
Un circuito aperto è uno stato di non collegamento fra due punti: la conduttanza è nulla (cioè la resistenza è infinita) e non può passare alcuna corrente: invece la tensione ai capi di un circuito aperto può assumere valori arbitrari. Il suo contrario è il