De Australische schubpoothagedis (Aprasia striolata) is een pootloze hagedis uit de familie Pygopodidae.
Algemeen
De Australische schubpoothagedis komt voor in Australië, met name in het zuidwesten, waar hij in zand- of leemgronden leeft. Op het menu staan insecten en andere kleine ongewervelden, maar ook wel andere hagedissen. Het is een dagactieve soort die zich 's nachts ophoudt onder stenen of bladeren. De soort komt nog algemeen voor, hoewel het leefgebied onder druk komt te staan door met name landbouwactiviteiten. De naam schubpoothagedis is te danken aan het feit dat de positie van de vroegere poten aan de schubbenstructuur valt af te lezen.
Beschrijving
Hoewel deze soort op een wormhagedis lijkt, is de hagedis dat niet, en het is ook geen familie van de in Europa bekendere hazelworm (Anguis fragilis). De hagedis is eenvoudig te herkennen aan de bruine rug, witte of gele buik en vier tot zes duidelijke donkerbruine tot zwarte flankstrepen, die van de neus tot de staartpunt lopen. De lengte is maximaal 20 centimeter, en het lichaam is erg lang en dun. Verder heeft deze soort een stompe kop en staart en glanzende schubben.
Categorie:Hagedis
Pygopodidae
De Pygopodidae zijn een familie van hagedissen, en worden soms pootloze of schubpoothagedissen genoemd. De voorpoten zijn volledig verdwenen, maar resten van de achterpoten zijn nog te zien als twee platte geschubde flappen aan weerszijden van het onderlichaam, van boven zijn deze niet te zien.
Pygopodidae leiden vaak een zwervend bestaan, en jagen op ongewervelden en andere kleine dieren, soorten uit het geslacht Lialis zijn gespecialiseerd in skinken (Scincidae). Sommige soorten leven ondergronds en graven holen. Alle soorten zijn eierleggend en zetten altijd twee eitjes af per keer. De familie heeft veel overeenkomsten met de gekko's, maar vanwege de compleet andere bouw worden de soorten toch als aparte familie gezien.
Insecten (Insecta) zijn een klasse van de geleedpotigen (Arthropoda) met enkele miljoenen soorten.
Insecten leven op het land en in zoet water en vormen de soortenrijkste klasse van het dierenrijk. Ongeveer 70% van de ruim 1 miljoen beschreven diersoorten behoort tot de insecten. Sommige insecten spelen een directe rol in het leven van de mens, zoals bij het overbrengen van ziektes, het verzamelen van honing, of door het opeten van de oogst. De wetenschap die zich met de bestudering van insecten bezighoudt is de entomologie.
Algemene kenmerken
Een insect heeft zes poten, twee antennes; nul, twee of vier vleugels, en een in drieën verdeeld lijf. Elk insect heeft de volgende organen: hersenen, bijoog, darmkanaal, uitscheidingsorganen (buizen van Malphigi), eierstok, buisvormig hart, buikzenuw (streng).
Insecten hebben samengestelde ogen (facetogen) aan de zijkant van de kop. Meestal zijn er drie enkelvoudige ogen (ocelli) op het voorhoofd. Er is één paar (gelede) antennes, waarop vaak de reukzintuigen zitten.
De indeling van de anatomie van een insect is als volgt: kop, thorax (borststuk) in 3 segmenten, abdomen (achterlijf). Aan elk thoraxsegment zit één paar gelede poten, zodat het totaal aantal poten op zes komt. Aan elke poot zit een gelede voet (tarsus); het laatste (tweede tot vijfde) voetsegment is vaak een dubbel klauwtje met soms een hechtvlakje. Bij veel insecten zit aan het tweede en derde thoraxsegment elk éé paar vleugels, maar bij de vliegen zitter er maar twee vleugels aan het twee segment.
De kaken bestaan uit mandibulae en maxillae met mandibulaire en maxillaire palpen of kaaktasters.
Het bloed van insecten is kleurloos. De dieren hebben geen aders, maar wel een hart. De ademhaling geschiedt door middel van een tracheeënstelsel (een stelsel luchtbuisjes).
Vaak zijn insecten in staat vorm en kleur te onderscheiden. Sommige soorten hebben een uitstekend gehoor, bijvoorbeeld krekels en sprinkhanen.
De voortplanting van insecten gebeurt meestal door bevruchte, zich buiten het moederlichaam ontwikkelende eieren. Insecten maken een hele of gedeeltelijke gedaanteverwisseling door bij ontwikkeling van nimf (larve) naar imago (volwassen insect).
- http://www.nev.nl/ – Nederlandse Entomologische Vereniging
- http://www.arthropod.net/ – Algemene informatie
- http://www.insectidentification.net – Identificatie van insecten
- http://www.sel.barc.usda.gov/selhome/selhome.htm – Systematic Entomology Laboratory
- http://www.kidnet.utwente.nl/kidnet/portal/insecten.htm – Insecten op Kidnet
Aanbevolen literatuur
- Gullan PJ, Cranston PS. The Insects, an outline of entomology. 470 pp. Oxford, Blackwell science, 2nd ed (2000) ISBN 0-632-05343-7 (Een uitstekend boek dat vooral op de anatomie en fysiologie van insecten ingaat.)
- Borror DJ, Triplehorn CA, Johnson NF. An introduction to the study of insects. 875 pp. London, Thomson Learning, 6th ed. 1989 ISBN 0-030-25397-7 (Een uitstekend boek dat veel aandacht besteedt aan classificatie - echter alleen van Noord-Amerikaanse soorten)
- Michael Chinery: Nieuwe insektengids. 320 pp. 4e druk. Baarn: Tirion. ISBN 9-052-10101-9 (Veldgids waarmee veel insecten in het Nederlandse taalgebied kunnen worden nagezocht.)
ja:昆虫類ko:곤충ms:Seranggasimple:Insectth:แมลง
Hagedissen
Hagedissen vormen de onderorde Sauria (verouderd: Lacertilia) van de orde Squamata, die ook de slangen omvat. Deze orde behoort tot de reptielen.
Er zijn ruim 3000 soorten hagedissen, die meestal hetzelfde bouwplan volgen: een lange staart, vier gebogen poten (waardoor de buik over de grond sleept) en een kenmerkende schedel: de vorm en de plaatsing van de neusgaten, gehoororganen en ogen is onmiskenbaar en makkelijk te onderscheiden van slangen, krokodilachtigen en schildpadden. Met brughagedissen ligt het wat moeilijker.
Soms worden de wormhagedissen tot de echte hagedissen gerekend, maar door hun totaal andere physiologie worden ze vaak ingedeeld als een derde onderorde van de Squamata.
Leefgebied
Hagedissen leven vooral in (zowel droge als vochtige) tropische en subtropische gebieden, maar er zijn ook soorten bekend in woestijnen en gematigde gebieden. Er zijn hagedissen bekend in Nederland, evenals drie soorten slangen en (mogelijk) een schildpad in Limburg.
Het precieze leefgebied verschilt. Sommige hagedissen graven door het zand, andere kruipen over de grond. Sommige klimmen in bomen of leiden een amfibisch leven. Enkele soorten leven hoog in de bomen en zweven met huidvliezen door de lucht.
Voeding
De meeste hagedissen eten vlees (carnivoor) en ongewervelden (insectivoor). Ook zijn er die eieren eten (ovivoor). Ook kent men soorten die planten eten (herbivoor), of zowel vlees als plantaardig voedsel (omnivoor). Alleen viseters (piscivoor) zijn onbekend bij de hagedissen. Enkele bijzonderheden zijn de groene leguaan, die als jong vlees eet maar als volwassene planten, de zeeleguaan, die bijna alleen zeewier eet (en dus in de zee eet) en de Komodovaraan, die meer dan eens mensen heeft aangevallen (wat valt onder een carnivoor dieet).
Voortplanting
De meeste hagedissen leggen eieren (ovipaar), enkele zijn eierlevendbarend of ovivipaar, wat inhoudt dat de eieren geen schaal hebben en dat de jongen meteen uitkomen, soms al in het moederdier. Bij de paring moet het mannetje contact maken met de cloaca van het vrouwtje, wat bemoeilijkt wordt door de staart. Daarom hebben mannelijke hagedissen twee penissen. Het geheel noemt men een hemipenis. Deze zitten meer naar de zijkanten en maken het paren wat minder lastig. Zo kan het mannetje zowel van links als rechts contact maken.
Geschiedenis
Echte hagedissen ontstonden ongeveer 200 miljoen jaar geleden en hebben geen erg belangrijke rollen gespeeld in de prehistorie. Hoogstens in het Pleistoceen, toen was de 8 m lange varaan Megalania het toproofdier van Australië.
Het feit dat de eerste reptielen al hetzelfde bouwplan hadden, kan iemand doen denken dat dat ook hagedissen waren, maar kenmerken van het skelet, vooral de schedel, tonen aan dat dat niet zo is.
Ongeveer 150 miljoen jaar geleden begon een evolutieproces dat leidde naar de slangen in het Krijt.
Taxonomie
Krijt
Omdat er een aantal omstandigheden zijn die een voortdurende onzekerheid in de taxonomie veroorzaken liggen een aantal families en geslachten nog niet helemaal vast. Er is in een aantal geslachten grote verdeeldheid hoe bepaalde soorten in te delen, omdat er talloze manieren zijn om dat te doen, wat bij reptielen veelal gebeurde door het tellen van een aantal schubben op bepaalde plaatsen, bijvoorbeeld kop, staartwortel, cloaca, femoraalporiën etcetera. Maar een aantal andere factoren wil nog wel eens botsen met deze indelingsmethode:
- DNA-analyse wordt steeds belangrijker omdat het erg nauwkeurig genetische patronen kan aantonen. Ze stroken niet altijd met schubpatronen, wat al tot een aantal afsplitsingen heeft geleid.
- Het ontdekken van een enkele soort met een bepaalde combinatie van eigenschappen kan de boel in de war brengen en er worden nog steeds nieuwe soorten ontdekt, voornamelijk gekko's.
- Er is nog niet een echte internationale standaard, hoewel sommige laboratoria zoals EMBL daar wel voor worden aangezien en andere instanties ook een bepaalde bekendheid genieten zodat soms diverse indelingen door elkaar heen gebruikt worden.
- Literatuur is niet altijd blindelings te vertrouwen als gevolg van bovengenoemde oorzaken; dat is de reden dat bij een 'correcte' taxografie vaak vele namen en data staan, en er vele referenties vernoemd moeten worden. Hierdoor lijkt de indeling van reptielen soms een netwerk van verwijzingen.
Begin jaren 70 bestond de suborde hagedissen uit negen losse families; agamen, echte hagedissen, gekko's, kameleons, leguanen, skinken, varanen, wormhagedissen en het aparte geval, de brughagedis. Tegenwoordig zijn deze groepen gerangschikt naar voorouder, onder andere te danken aan eerder genoemd EMBL, en zijn veel groepen opgesplitst en andere juist niet zoals echte hagedissen, die nu als een familie onder de Scincomorpha vallen, terwijl deze naam vroeger enkel voor de familie skinken werd gebruikt.
Een ander voorbeeld van deze verandering zijn de leguanen, deze zijn opgedeeld in maskerleguanen, aardleguanen etc., en deze losse families vallen in deze indeling in dezelfde infraorde als de kameleons, terwijl leguanen vroeger een enkele groep naast de kameleons waren. Omdat infra-orden niet altijd voorkomen, worden ze meestal weggelaten om verwarring te voorkomen. Soms is dat logisch, omdat het geslacht Lacerta onder de Lacertidae valt, en dat valt weer onder Lacertinae, en dit is een onderdeel van Lacertilia. Maar bij de hagedissen kunnen niet alle families in een grote groep gegooid worden, omdat oa dankzij DNA-analyse de verwantschap keihard is aangetoond.
Onderstaande indeling wordt tegenwoordig algemeen aanvaard:
Onderorde Sauria (Lacertilia) - (Hagedissen)
- Infraorde Iguania (Leguaanachtigen)
- Familie Agamidae: Agamen
- Familie Chamaeleonidae: Kameleons
- Familie Iguanidae: leguanen en stekelleguanen
- Familie Corytophanidae: Helmleguanen en basilisken; zie ook het mythische reptiel Basilisk - Familie Crotaphytidae: Luipaard- en halsbandleguanen
- Familie Hoplocercidae: Boom- en doornstaartleguanen
- Familie Leiocephalidae: Maskerleguanen
- Familie Leiosauridae: Onechte anolissen
- Familie Liolaemidae: Aardleguanen
- onder andere Zwartgele aardleguaan (Liolaemus pictus)
- Familie Opluridae: Madagaskar leguanen
- Familie Phrynosomatidae: Padhagedissen
- onder andere padhagedis (Phrynosoma platyrhinos)
- Familie Polychrotidae: Anolissen
- Familie Tropiduridae: Kielstaartleguanen
- Infraorde Gekkota - Familie Gekkonidae: Gekko's - Familie Pygopodidae: Schubpoothagedissen
- onder andere Australische schubpoothagedis (Aprasia striolata)
- Familie Dibamidae: Blinde hagedissen
- Infraorde Scincomorpha - Familie Scincidae: Skinken - Familie Lacertidae: Echte hagedissen
- Familie Teiidae Ameiva-achtigen en Teju's
- Familie Cordylidae: Gordelstaarthagedissen
- Familie Gerrhosauridae: Schildhagedissen
- onder andere Roodkeelschildhagedis (Gerrhosaurus flavigularis)
- Familie Gymnophthalmidae - Familie Xantusiidae: Nachthagedissen
- Infraorde Diploglossa (Hazelwormachtigen)
- Familie Anguidae: Hazelwormen - Familie Anniellidae: Amerikaanse pootloze hagedissen
- onder andere Californische pootloze hagedis (Anniella pulchra)
- Familie Xenosauridae: Knobbelhagedissen
- Infraorde Platynota (Varaanachtigen)
- Familie Varanidae: Varanen - Familie Lanthanotidae: Dove varanen
- Familie Helodermatidae: Korsthagedissen
En twee uitgestorven families:
- Maashagedissen - Kuehneosauridae
Noten
- De naam Halsbandhagedissen in plaats van de familie echte hagedissen is onjuist: het is een een Engelse verbastering die nog wel gebruikt wordt, voor het geslacht Lacerta. Het is echter verwarrend, omdat er ook halsbandleguanen en halsbandagamen zijn.
Hazelworm
De hazelworm (Anguis fragilis) is een pootloze hagedis uit de familie hazelwormen (Anguidae).
Kenmerken
De hazelworm kan tot 50 centimeter lang worden maar in sommige streken blijft hij kleiner. De kleur is bruin tot grijs met op de rug en flanken meestal enkele dunne donkere strepen van de nek tot de staart, die soms bestaan uit rijen zeer kleine vlekjes. Vanwege het enorme verspreidingsgebied zijn de kleuren variabel; sommige exemplaren zijn roestbruin, geel of zelfs zwart. In de paartijd krijgen vooral de mannetjes blauwe vlekken op de rug.
Omdat de hazelworm op een slang lijkt, worden er ook nu nog vele dieren per jaar doodgetrapt voor de zekerheid. Toch zijn er enkele kenmerken die ook vanaf een veilige afstand laten zien dat het om een onschuldige hagedis gaat;
- Slangen hebben geen oogleden, en de hazelworm wel.
- De kop van slangen is meestal driehoekig, die van de hazelworm is typisch hagedis-achtig en zonder duidelijke nek.
- Hazelwormen hebben kleine ogen, veel slangen hebben juist grote ogen.
Voedsel
Klimmen doet deze hagedis niet graag en hij jaagt met name op wat hij op de bodem aantreft; (naakt)slakken, insecten en wormen.
Voorkomen en habitat
De hazelworm komt voor in grote delen van Europa en Klein Azië. Het habitat bestaat uit begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier in kan schuilen en jagen. Omdat het een schemeractieve soort is wordt hij maar zelden overdag aangetroffen.
In Nederland is de hazelworm voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen.
Bescherming
Het gaat zeker in Nederland en België niet goed met deze soort; het habitat verdwijnt en ook natuurlijke houtstapels worden opgeruimd, terwijl deze plekken favoriet zijn voor de winterslaap; de dieren kunnen er massaal worden aangetroffen. De soort is dan ook beschermd door CITES, en mag niet meer worden gevangen of gedood.
Waarnemingen in Nederland
- [http://www.waarneming.nl/waarneming_invoeren.php Waarnemingen kunnen hier worden gemeld].
- [http://www.waarneming.nl/kaart.php?id=445 Kaart van Nederland met waarnemingen]
Externe links, bronnen, Afbeeldingen
- [http://www.herp.it/indexjs.htm?SpeciesPages/AnguiFragi.htm Enkele foto's van de hazelworm.]
Categorie:Hagedis
El ganado es el conjunto de animales criados por el hombre, sobre todo mamíferos, para la producción de carne y sus derivados que serán utilizados en la alimentación humana. La actividad humana encargada del ganado es la ganadería.
Tipos de ganado:
Según la especie domesticada o criada:
- Ganado vacuno: Es la cría de vacas y terneros para la producción de leche y carne respectivamente.
- Ganado bravo: Es el ganado no domesticado que pasta libre en el campo. En España se refiere a los toros de lidia.
- Ganado caprino: Es la cría de cabras.
- Ganado ovino: Es la cría de ovejas.
- Ganado caballar: Es la cría de caballos.
- Ganado mular: Es la cría de mulas.
- Ganado porcino o de cerda: Es la cría de cerdos o puercos.
- Ganado avícola: Es la cría de aves, generalmente gallináceas.
- Cunicultura: Es la cría de conejos.
- Apicultura: Es la cría de abejas, para la producción de miel.
- Helicicultura: Es la cría de caracoles.
- Piscicultura: Es la cría de peces.
Según el tamaño de la cabeza de ganado:
- Ganado mayor: Está formado por reses de gran tamaño como las vacas y los caballos.
- Ganado menor: Está formado por cabezas de ganado de menor tamaño como ovejas o cabras.
Tietar
El río Tiétar nace en el extremo oriental de la Sierra de Gredos, en el lugar denominado "La Venta del Cojo" perteneciente al pueblo de Santa Maria del Tietar provincia de Ávila. Desemboca en el río Tajo cerca del parque natural de Monfragüe. El Tiétar discurre por las provincias de Ávila
Management Information Base
Management Information Base (MIB) es un esquema o un modelo que contiene la orden jerárquica de todos los objetos manejados. Cada objeto manejado en un MIB tiene un identificador único. El identificador incluye el tipo (tal como contador, secuencia, galga, o dirección), el nivel de acceso (tal como read/write), restricciones del tamaño, y la información de la gama del objeto.
Define las variables necesitadas por el protocolo del SNMP para supervisar y para controlar componentes en una red. Los encargados traen o almacenan en estas variables. MIB-ii refiere a una base de datos extendi
Provincia de Quillota Provincia de Chile. La Provincia de Quillota se ubica en el centro de la V Región de Valparaíso, tiene una superficie de 1.638,7 Km2 y posee una población de 229.241 habitantes. Su capital provincial es la Ciudad de Quillota.
Camarín del Carmen
El Camarín del Carmen es una construcción ubicada en el centro histórico de Bogotá que ha cumplido diferentes funciones. El Camarín se utiliza actualmente como sala de teatro, siendo la sede de la Compañía estable del Camarín del Carmen, una de las más prestigiosas de Colombia.
El camarín fue construído en 1655 para cumplir fines religiosos, luego militares y educativos. Actualmente es una sala de teatro con capacidad para 500 personas.
La compa
Tour de Francia 2005 se desarrolló el 14 de julio de 2005 entre Briançon y Digne-les-Bains sobre una distancia de 187 km y con 4 puertos de dificultad media.
Tras 70 km de carrera, un grupo de 13 corredores se escapó del pelotón y a 37 km de la meta, en el col du Corobin