Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Isolationisme

Isolationisme

Isolationisme is de politieke neiging van een volk of natie om zichzelf van de wereld buiten hen af te wenden. Het gebeurt meestal uit vrees in cultureel, militair of economisch oogpunt overheerst te raken, of zich juist van die als zodanig ingeschatte dreiging af te keren. Als middel om isolationisme vol te houden wordt gestreefd naar autarkie. Niet altijd is isolationisme het einddoel, het kan ook de opmaat betekenen van een hegemonistisch streven. Isolationisme is een nagestreefde politiek en moet daarom onderscheiden worden van een opgelegde geïsoleerde positie, zoals Zimbabwe (toentertijd Rhodesië geheten), Zuid-Afrika, Cuba, Libië en Iran lange tijd als gevolg van economische sancties ondervonden hebben (en Myanmar en Somalië nog steeds ondervinden).

Vreedzame voorbeelden

De Oostaziatische landen China en Japan hebben op het westers imperialisme uit het koloniale tijdperk gereageerd door zich te isoleren. Japan dreef - na in de zeventiende eeuw missionarissen verdreven te hebben - alleen handel via het eilandje Dejima met Nederland, China stond enkel handelsposten aan de kust toe. Na ingrijpen door de Amerikaanse Marine werd Japan in 1854 'opengelegd'. China had een steeds zwakker wordend keizerlijk bewind dat de westerse invloed moeilijker kon tegenhouden. De Bokseropstand van rond 1900 was een reactie van het volk en luidde de val van het bewind in. Tibet verklaarde zich in 1913 met het Verdrag van Urga eenzijdig van China onafhankelijk en isoleerde zich om een theocratisch lamaïstische staatsvorm in stand te kunnen houden. De Verenigde Staten (V.S.) hebben meerdere perioden van isolationisme gekend. Medio de negentiende eeuw kende het conservatief Protestantisme er een revival. Tegelijkertijd bevrijdde Latijns-Amerika onder leiding van Simón Bolívar zichzelf waarop de Monroe-doctrine werd afgekondigd. Later, in de jaren '20 van de twintigste eeuw, keerde de V.S. zich opnieuw in zich, als reactie op de Eerste Wereldoorlog. Zelfs na de Tweede Wereldoorlog, toen de V.S. een wereldmacht geworden waren, speelde het isolationisme van tijd tot tijd op, vooral in Republikeinse kringen. Het Cambodja onder Pol Pot vond de verwesterde buitenwerld decadent waarop het land alle betrekkingen verbrak. In het tegenwoordige Noord-Korea, en in Albanië tijdens de communistische periode, vinden de leiders dat de buitenwereld dusdanig vijandig gezind is tegenover de politieke koers van het land, dat dat als voldoende reden wordt gezien de grenzen zo gesloten mogelijk te houden.

Oorlogszuchtige voorbeelden

Japan sloeg medio jaren '20 van de twintigste eeuw langzamerhand weer een in zichzelf gekeerde koers in, als reactie op de westerse invloeden. Het bewind militariseerde en ging zich richten op een Japans Imperium. Na de inval in Mantsjoerije in 1931 werd de gang naar een Groot-Japan de opgang naar de Tweede Wereldoorlog. De tendens om de Japanse cultuur en godsdienst als superieur te beschouwen is nog altijd niet verdwenen. Japan weert nog altijd buitenlandse invloeden, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de economische orde. Nazi-Duitsland wilde alle financiële en economische banden met het buitenland, na de knechting door de in het Verdrag van Versailles opgelegde herstelbetalingen, zoveel als mogelijk afbreken. Deze banden hadden namelijk volgens het bewind geleid tot afhankelijkheid van het 'internationale Joodse bankwezen'. Door middel van een plan-economie werd het land in sneltempo geleid naar een oorlogseconomie waarna de weg opgegaan werd naar de veroveringen ten eigen bate in de Tweede Wereldoorlog. Hedendaagse neo-nazi's staan nog altijd een pan-germanisme voor met uitsluiting van andere volkeren op deze wereld. Categorie:Politiek

Volk

Het woord volk kan meerdere betekenissen hebben, waarmee een groep mensen wordt aangeduid. De tak van de wetenschap die zich met het verschijnsel volk, voornamelijk als etniciteit, bezighoudt, is de volkenkunde.

Volk als groot aantal mensen

Men kan met het woord volk gewoonweg een groot aantal mensen bedoelen, bijvoorbeeld Er was veel volk aanwezig.

Volk als onderdaanschap

Het woord volk kan inwoners van bepaald land betekenen, bijvoorbeld het Belgisch volk. In dit geval kan men het begrip volk min of meer als het synoniem voor het begrip onderdaanschap beschouwen.

Volk als etniciteit

Een volk kan ook een bepaalde groep mensen zijn die onderlinge verwantschap en verbondenheid voelen op basis van één of meerdere gemeenschappelijke kenmerken. Gebruikmakend van deze definitie kunnen we zeggen dat Belgische bevolking uit drie volkeren bestaat: Vlamingen, Walen en Duitsers. Vaak wordt taal als hét kenmerk van een volk gezien. Toch zijn er uitzonderingen. Ieren hebben over het algemeen Engelse taal overgenomen, toch zal geen enkele Ier zichzelf als Engelsman beschouwen. Vlamingen en Nederlanders spreken dezelfde taal, maar zijn twee verschillende volkeren. Bovendien is het begrip taal ook vaag. In Nederland wordt het Limburgs als streektaal beschouwd. Kunnen Limburgers op grond hiervan als apart volk gezien worden? Niet alleen de taal kan de onderscheidsbasis zijn, maar ook andere kenmerken, zoals, bijvoorbeeld, godsdienst. Voorbeeld: Kresjeny (lett. gedoopte, dopelingen) zijn in feite Tataren. Ze spreken de Tataarse taal, houden aan de tradities en gebruiken van het Tataarse volk, maar op basis van hun godsdienst (Russisch-Orthodox, i.p.v. Islamitisch bij de Tataren) beschouwen zij zichzelf als apart volk. Tijdens de volksstelling van 2002 hadden de meeste Kresjeny dat ook in de enquête vermeld. Op basis van de uitslag van deze volkstelling zijn ze sinds enkele jaren door Russische autoriteit als apart volk erkend. Categorie:Volk simple:People

Cultuur

Het begrip cultuur wordt in verschillende verwante betekenissen gebruikt:
- In brede zin wordt het gebruikt voor 'alles wat door de samenleving wordt voortgebracht'. 'Cultuur' wordt dan tegenover 'natuur' gesteld.
- In engere zin wordt het woord gebruikt voor kunstuitingen of voor kunst en wetenschap, inclusief literatuur, architectuur, en dergelijke. Als men spreekt over cultuurpolitiek gaat het meestal om zaken als kunst, pers en omroep, theaters, musea en dergelijke. Onder de cultuur van een land wordt tevens de tradities van het land verstaan, zoals volksmuziek, volksdansen en klededracht, traditionele bouwkunst, religieuze rituelen enzovoort. Soms wordt het woord cultuur gebruikt voor de sfeer en gewoonten van een bepaalde gemeenschap; zo kan men bijvoorbeeld spreken van de bedrijfscultuur bij Shell.

De geschiedenis van het woord cultuur

Het woord cultuur komt uit het Latijn van cultura en is afgeleid van colere hetgeen betekent: bebouwen, bewerken, vereren, versieren, onderhouden. De Romeinen gebruikten het bijvoorbeeld in agri cultura, het bewerken van de akkers. Sinds 45 voor Chr. wordt nog een andere betekenis mogelijk. In een boek van Cicero, Tusculanae Disputationes, vindt een gesprek plaats over het nut van de filosofie. Een leerling twijfelt aan het nut daarvan, omdat 'filosofen nogal eens een liederlijke levenswandel hebben'. Cicero antwoordt: "Evenmin als alle akkers die je bewerkt vrucht dragen, evenmin brengen alle zielen die je bewerkt vruchten voort. Maar de bewerking van de geest is de filosofie (cultura animi, filosofia est)". Met deze vergelijking is plotseling een nieuwe betekenis mogelijk geworden, die echter in de oudheid niet vaker voorkomt. In de christelijke Middeleeuwen krijgen de betekenissen vereren en aanbidden de overhand. In de Vulgaat (de Bijbel in het Latijn) komt bijvoorbeeld voor cultura Domini (vereren van de Heer) en cultura Dei (aanbidden van God). Cicero is door alle eeuwen, tot in onze tijd, een zeer gerespecteerd auteur geweest. Vanaf de Renaissance gebruiken veel schrijvers Cicero's cultura animi weer, maar nu als een vast begrippenpaar. Soms nog letterlijk vertaald als bebouwing van de geest, maar steeds begrepen als vorming van de geest. Cultura is daarmee tot in de achttiende eeuw een actief woord: het vormen van. In de achttiende eeuw gaat men geleidelijk aan steeds meer spreken over de verschillende niveaus van vorming, en uiteindelijk gaat men het woord Cultur ook gebruiken voor zo'n niveau, en dus voor het gevormde zelf (Johann Gottfried Herder). Daarmee is dan het dynamische, werkwoord, vorming (in Nederland zeggen we beschaving) tot een statisch, zelfstandig naamwoord beschaving of cultuur geworden. Nog steeds heeft het echter niet die brede betekenis zoals wij die nu gebruiken, namelijk de levenswijze van een volk. Het cultuur'begrip' ontwikkelt zich vooral in Frankrijk waarvoor dan eerst het woord civilisation wordt gebruikt (1756). Dat Franse woord civilisation staat in betekenis wel dicht bij het Duitse woord Kultur (dan nog gespeld met C, Cultur). In 1871, in de openingszin van het werk van Edward B. Tylor, Primitive Culture, krijgen beide woorden een definitief antropologische betekenis: "Culture or Civilization, taken in its wide ethnographic sense, is that complex whole which includes knowledge, belief, art, morals, law, custom, and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society." Het boek van Willie Bierman, getiteld Van cultura tot cultur, (Herpen, 2002) geeft een uitgebreide geschiedenis van het woord cultuur.

Cultus

Uiteraard is het bovenstaande een bijzonder brede definitie. Het geheel aan gedragingen omvat de normen en waarden van de cultuur, haar taal en kunstuitingen, religie, politiek, economie en technologie. En eveneens het leefbaar maken van het landschap door het in cultuur te brengen. In die zin is cultuur (door de mensen gecreëerd) het tegengestelede van natuur (wat al bestond voor menselijk ingrijpen). Door al deze gedragingen en werkwijzen ontstonden vrij snel plaatselijke verschillen, die kenmerkend waren voor de plaats of het volk. Nauw verwant is het begrip cultus dat te maken heeft met een gebruik van bepaalde rituelen bij religies en de kunstuitingen daarvan.

Motieven

In de archeologie wordt daarom vaak de ene cultuur van de andere onderscheiden aan de hand van de stijl van de overblijfselen, bijvoorbeeld de motieven op het aardewerk of de vorm van de werktuigen.

Slavencultuur

Culturen zijn veranderlijk en beïnvloeden elkaar zodra de dragers van een cultuur in contact komen met dragers van een andere cultuur. Het is daarom gevaarlijk om de grenzen van de ene cultuur en de andere te absoluut te zien. Een goed voorbeeld daarvan is de cultuur van de mensen die uit Afrika als slaven naar Noord-Amerika gesleept werden. Afgaande op het aardewerk dat zij achterlieten in nederzettingen op de Amerikaanse kust zou men gemakkelijk de gevolgtrekking maken dat zij iets met China te maken hadden. Zij gebruikten namelijk het aardewerk van hun slavenhouders. Toch is het waarschijnlijk dat zij aan een deel van hun Afrikaanse erfdeel vasthielden. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk dat er zeker sprake is van samensmeltingen van culturen die de definiëringen weer bemoeilijken.

Nederlands Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

In de hedendaagse samenleving wordt vaak een veel nauwere definitie van het begrip cultuur gebruikt. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bemoeit zich alleen met scholen, universiteiteiten, de musea, concertzalen, theaters, de kunstmanifestaties enzovoorts. Cultuur in deze zin wordt opgevat als "hoge cultuur": datgene aan kunstuitingen dat in de loop der jaren (eeuwen) door een zekere elite als bijzonder en waardevol wordt beschouwd.

Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en cultuur

Het cultuurbeleid was één van de eerste domeinen die geregionaliseerd werd bij de Staatshervorming.

Elite en populaire cultuur

Een onderscheid dat internationaal in de sociale wetenschappen wordt gemaakt is dat tussen "hoge" of elite cultuur (high culture) en populaire cultuur (popular culture). Onder het eerste vallen kunstuitingen als (klassieke) muziek, bellettrie of literatuur, beeldende kunst, bijzondere architectuur, serieus theater. Onder het tweede popmuziek, film, televisieamusement. Deze tegenstelling is echter moeilijk vol te houden omdat er vele grensgebieden zijn: sommige popmuziek is bijvoorbeeld zeer kunstzinnig en sommige klassieke muziek is sterk gepopulariseerd (bijvoorbeeld Andre Rieu).

Externe links


- [http://www.vlaanderen.be/cultuur Afdeling cultuur van het Vlaamse Ministerie van WVC] Categorie:Cultuur ja:文化 simple:Culture zh-min-nan:Bûn-hoà

Militair

Een militair is een persoon die gewapende diensten verricht in dienst van een leger, in principe in dit van zijn vaderland. Voor deze diensten hebben zij zich of vrijwillig geëngageerd, in het geval van een beroepsmilitair, of worden zij ertoe verplicht door hun nationale wetgeving, in het geval van een dienstplichtige. Militair kan (als bijvoeglijk naamwoord) ook "van het leger" betekenen. Er zijn zowel mannelijke als vrouwelijke militairen. De Nederlandse luchtmacht heeft reeds sedert 1 november 1951 vrouwelijke militairen in dienst in de Luva, de Luchtmacht Vrouwen Afdeling. Ook andere krijgsmachtdelen hadden soortgelijke vrouwenafdelingen Milva, de Militaire Vrouwen Afdeling en Marva, de Marine Vrouwen Afdeling. Deze afdelingen werd in 1982 formeel opgeheven en volledig geïntegreerd in het leger. In het Belgische leger werden pas in 1976 de eerste vrouwelijke militairen in dienst genomen.

Militaire hiërarchie

De militaire hiërarchie wordt onderverdeeld in categorieën en per categorie in graden.
- De hoogste categorie is deze van de officieren. Deze worden op hun beurt onderverdeeld in drie subcategorieën, namelijk de Opperofficieren, de Hogere officieren en de Lagere officieren.
- De middelste categorie is deze van de onderofficieren. Ook deze worden (in België) onderverdeeld in subcategorieën, namelijk de Hogere onderofficieren, de Keuronderofficieren en de Lagere onderofficieren.
- De laagste categorie is deze van de vrijwilligers onderverdeeld in keurvrijwilligers en lagere vrijwillligers.

De militaire graden

Hieronder de klassieke graden. Bepaalde legeronderdelen, deze waar vroeger paarden gebruikt werden zoals bij de artillerie en de cavalerie, hebben voor onderofficieren afwijkende benamingen (wachtmeester, kwartiermeester enz.). De Marine heeft totaal andere benamingen, zowel voor de officieren als voor de onderofficieren en de vrijwilligers.
- Officieren
  - Opperofficieren
    - Generaal
    - Luitenant-Generaal
    - Generaal-Majoor
    - Brigadegeneraal (Commodore in de Nederlandse Luchtmacht)
  - Hogere Officieren
    - Kolonel
    - Luitenant-Kolonel
    - Majoor
  - Lagere Officieren
    - Kapitein-Commandant (Enkel in het Belgisch leger)
    - Kapitein
    - Eerste Luitenant
    - Onderluitenant / Tweede luitenant
- Onderofficieren
  - Hogere Onderofficieren (Enkel in het Belgisch leger)
    - Adjudant-Majoor
    - Adjudant-Chef
  - Keuronderofficieren
    - Adjudant
    - Eerste-Sergeant-Majoor (Sergeant-Majoor - ook klein majoor genoemd - in het Nederlands Leger)
  - Lagere Onderofficieren
    - Eerste-Sergeant-Chef (Enkel in het Belgisch leger)
    - Eerste-Sergeant
    - Sergeant
- Vrijwilligers
  - Keurvrijwilligers
    - Eerste-Korporaal-Chef (Enkel in het Belgisch leger)
    - Korporaal-Chef (Enkel in het Belgisch leger)
    - Korporaal
  - Lagere vrijwilligers
    - Eerste-Soldaat (Enkel in het Belgisch leger)
    - Soldaat

Zie ook


- Lijst van militaire rangen van de Nederlandse Strijdkrachten

Externe link

[http://www.mil.be/def/ranks/index.asp?LAN=N Voorbeelden van Belgische militaire graden] Categorie:Beroep

Economie

Economie is een sociale wetenschap die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en middelen. Schaarste heeft in de economie niet de betekenis van zeldzaam maar van beperkt beschikbaar. Er zal iets gekozen moeten worden want niet alles kan tegelijk. Het keuzevraagstuk, omdat de (financiële) middelen beperkt (schaars) zijn, determineert het zogenaamde economische probleem.

Definities

De schaarste van goederen en productiemiddelen, en het beheer daarvan vormt de vraagstelling voor de economie als wetenschap. De kernvraag voor de economie als wetenschap is de optimale verdeling van de schaarste. Die vraag heeft ook raakvlakken met de politiek en de politieke filosofie. Het economische vraagstuk omvat onder meer productie, distributie, welvaart en consumptie. Economisch handelen ontstaat omdat men niet alles tegelijk kan hebben. Er moeten keuzen worden gemaakt. De economische wetenschap bestudeert de factoren die deze keuzen bepalen. Prijzen zijn hierbij belangrijk. Economie wordt ook wel opgevat als de studie van de ruil in de ruimste zin van het woord. Het voordeel daarvan is dat die wat specifieker is dan de bovengenoemde, en de kern raakt van datgene waar het in de economie om gaat (lonen, prijzen, verkoop, koop), maar het nadeel ervan is dat deze iets te beperkt is: niet alle economische handelingen hebben direct met ruil te maken. De term economie wordt ook gebruikt in de zin van behoeftebevrediging van een land. 'Het gaat goed met de economie' betekent dat er welvaartsgroei is. De lonen stijgen, de werkloosheid is laag en de bedrijven maken winst. In dit lemma wordt het woord gebruikt in de betekenis van economie als sociale wetenschap.

Vraag en aanbod

Binnen de economische wetenschap zijn er twee belangrijke kernthema's. In de eerste plaats is er de aanbodzijde van de economie. De aanbodzijde wordt gekenmerkt door de inzet van productiefactoren. Er worden drie productiefactoren onderscheiden:
- arbeid
- kapitaal
- natuur Sommigen voegen hier nog ondernemerschap aan toe. Bij de aanbodzijde van de economie gaat het om de voortbrenging van goederen en diensten. De maximaal mogelijke productie noemen we de productiecapaciteit. Aan de andere kant is de vraagzijde van de economie van belang. Deze wordt bepaald door de voorkeuren van consumenten, producenten en overheid. Vraag en aanbod komen samen op de markt. Door vraag en aanbod samen ontstaat een prijs per product. Producten kunnen goederen en diensten zijn. In de vrije markt wordt het geheel (spontaan) gestuurd door prijzen. Prijzen zijn schaarste-indicatoren. In de overheidsector wordt het geheel gestuurd door politieke beslissingen. Het beschikbare budget bepaalt hier de omvang van de goederenstroom.

Geschiedenis van de economie

De bakermat voor de moderne economie ligt in het Verenigd Koninkrijk. De vader van de economie is Adam Smith. Zijn boek The wealth of nations uit 1776 is het begin voor de economie als wetenschappelijk bedrijf. Anderen hebben zijn werk verder opgepakt. Het grote moment in de geschiedenis van de economie is de industriële revolutie. Deze revolutie vond plaats in de jaren 1780-1850. De productie van goederen en diensten wordt anders opgezet en indrukwekkend vergroot.

Economische organisatievormen

Er zijn verschillende manieren om de staathuishouding en het productieproces te organiseren. De belangrijkste vormen zijn: # De centraal geleide economie die in praktijk is gebracht door het communisme. # De vrijemarkteconomie of wel het kapitalisme dat in zijn pure vorm voorkwam in de beginfase van de industriële revolutie. # De gemengde economie die nu min of meer in praktijk wordt gebracht in alle landen op de wereld. De ene samenleving zal meer het karakter vertonen van een centraal geleide economie terwijl een andere samenleving meer het karakter heeft van een vrije-markteconomie. Hier zijn verschillende vormen van organisatie mogelijk. De meeste westerse samenlevingen kennen een vorm van gemengde economie met de nadruk op het vrije-marktmodel. In de organisatieleer wordt ingegaan op zwakke en sterke punten van verschillende economische stelsels.

Deelterreinen

Het brede terrein van de economische wetenschap kan in een aantal deelterreinen worden onderscheiden. Een belangrijke eerste onderscheiding is
- de algemene economie
- de bedrijfseconomie Binnen het vakgebied van de algemene economie zijn er weer verschillende deelterreinen:
- de macro-economie
- de micro-economie
- de internationale betrekkingen
- de openbare financiën. Verder zijn er nog weer andere deelterreinen zoals de vervoerseconomie, de monetaire economie, etc.

Macro-economie

De macro-economie wil de verschillende geaggregeerde (opgetelde) grootheden in de volkhuishouding vaststellen en hun ontwikkeling verklaren. Enkele belangrijke grootheden in de macro-economie zijn: het nationaal inkomen, de werkgelegenheid, de betalingsbalans, de consumptie, de investeringen en de overheidsbestedingen. In de macro-economie wordt nagegaan hoe deze grootheden zich in het verleden hebben ontwikkeld en hoe ze zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Van groot belang hierbij is het inzicht in de conjunctuur, het ondernemersklimaat, de productiecapaciteit, de hoogte van de wisselkoersen enzovoort. Op basis van de relaties tussen economische sectoren zoals productiehuishoudingen, consumptiehuishoudingen, overheid en buitenland tracht de macro-economie inzicht te verschaffen in toekomstige ontwikkelingen. Vooral de groei van het nationaal inkomen heeft de aandacht van economen en politici.

Micro-economie

Micro-economie houdt zich bezig met gedragingen van individuele gezinnen en bedrijven. In deze tak van de economie staan vraag en aanbod centraal. Vraag en aanbod komen samen op de markt waar via het prijsmechanisme een prijs totstandkomt. Prijzen beïnvloeden de gedragingen van personen. De micro-economie tracht te verklaren in welke mate de prijs aan- en verkoopgedrag beïnvloedt. Hiervoor zijn elasticiteiten erg belangrijk. De micro-economie is deels een theoretische exercitie waarbij het gaat om het vaststellen van elasticiteiten. Een voorbeeld van een elasticiteit is de prijselasticiteit van de vraag. Dit is een getal dat aangeeft in welke mate de gevraagde hoeveelheid van een goed gaat veranderen als de prijs van dat goed verandert. Bijvoorbeeld: als de prijs van i-pods met 1% stijgt, met hoeveel procent zal dan de gevraagde hoeveelheid van i-pods dalen? De daling (of soms de stijging, zoals bij een zogenaamd Giffen-goed) kan aan de hand van elasticiteiten berekend worden.

Internationale economische betrekkingen (IEB)

Dit onderdeel van de economie kent twee poten: de reële sfeer en de monetaire sfeer. In de reële sfeer gaat het om de bestudering van internationale goederen- en dienstenstromen. Een mogelijke verklaringsgrond voor die stromen ligt in het feit dat landen verschillen. Een andere bron is gelegen in onvolledige mededinging tussen bedrijven. Bedrijven met een grotere afzetmarkt kunnen goedkoper produceren en dus exporteren. De monetaire sfeer bestudeert de geldstromen tussen de landen. Hierbij komen zaken aan de orde als betalingsbalans, wisselkoersen en kapitaalstromen.

Openbare financiën

Openbare financiën houdt zich bezig met de inkomsten en de uitgaven van de overheid. De effecten van de belastingen en de overheiduitgaven op de economie worden in kaart gebracht. Ook wordt nagedacht over de vraag wat tot de taak van de overheid hoort en wat niet. Vragen rond bijvoorbeeld privatisering en profijtbeginsel komen in de leer van de openbare financiën aan de orde.

Bedrijfseconomie

Binnen het deelterrein van de bedrijfseconomie zijn globaal vier deelterreinen te onderscheiden:
- de kosten- en waardeleer (externe rapportage)
- de financiering
- de marketing
- de interne oganisatie (management en Organisatie)

Vakgebieden en Onderwerpen

Onderverdeling

Economie kan als volgt worden onderverdeeld:
- Algemene Economie
  - Milieu-economie
- Bedrijfseconomie
  - Accounting
  - Bedrijfsethiek
  - Logistiek
  - Management
  - Marketing
  - Organisatiekunde
  - Risicomanagement (zie ook: Risico (financieel))
  - Treasury:
    - Cash management
    - Corporate finance
    - Rente- en valutamanagement
    - Werkkapitaalbeheer
- Fiscale economie
- Micro-economie
:Vraag en aanbod - Speltheorie
- Macro-economie
:Betalingsbalans - Conjunctuur - Consumptie - Inflatie - Investeringen - Geldpolitiek - Nationaal inkomen - Werkgelegenheid - WisselkoersHollandse ziekte Ook wordt onderscheid gemaakt tussen 'positieve' economie en 'normatieve' economie. Positieve economie gaat uit van de vraag 'Hoe werkt het?' en presenteert objectieve, wetenschappelijke verklaringen. Normatieve economie probeert de vraag 'Hoe werkt het beter?' te beantwoorden, door aanbevelingen te doen en recepten aan te bieden ter voorkoming van economische malaise. Hoe dan ook maken waardebepalingen deel uit van de economische analyse.

Gerelateerde vakgebieden

Beroepseconomie - Communicatie - Econometrie - Ethiek - Informatiekunde - Ondernemingsrecht - Operations Research - Statistiek - Wiskunde

Gerelateerde onderwerpen


- BCG-matrix
- Bedrijfsvorm
- Beurshandel
- Economie als systeem
- Econoom
- Euro en euromunten
- Lijst van bekende economen
- Nobelprijs voor de Economie
- SWOT-analyse
- Varkenscyclus

Cijfermatige kerngegevens van Nederland

De economische wetenschap heeft cijfers nodig. Steeds opnieuw gaat het om de interpretatie en ontwikkeling van grootheden die cijfermatig tot uitdrukking kunnen worden gebracht. In Nederland worden veel cijfers over de economie verzameld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Berekeningen voor de toekomst worden gemaakt door het CPB. Onderstaand worden enkele kerngegevens weergegeven. Ter vergelijking: Het BNP beloopt in Nederland in 2002 435 miljard euro. Het BNP van de Verenigde Staten in 2002 bedroeg ca. 10.000 miljard US-dollar. Dit is ca. 30x het Nederlandse BNP. Nederland was daarmee 15de op de lijst van in totaal 208 landen ([http://www.worldbank.org www.worldbank.org]).

Lijsten


- Lijst van bekende economen
- Lijst van begrippen in de economische wetenschap

Externe informatie


- [http://www.cbs.nl Centraal Bureau voor de Statistiek (Nederland)]
- [http://www.cpb.nl Centraal Planbureau (Nederland)]
- [http://www.minez.nl Ministerie van Economische Zaken (Nederland)] categorie:Economie Economie ja:経済学 ko:경제학 simple:Economics th:เศรษฐศาสตร์

Hegemonie

Het woord hegemonie is afgeleid van het Oudgriekse hègemoon (ηγεμών = aanvoerder, leidsman, gids). Hegemonie noemt men het overwicht (op allerlei gebieden) van een partij of staat over andere partijen of staten. Het woord wordt vooral (maar niet uitsluitend) gebruikt als men het over de Griekse oudheid heeft. Vb.: Sparta, Athene en Thebe hebben afwisselend de hegemonie over de andere Griekse stadsstaten gehad. categorie:Griekse oudheid categorie:Staat

Rhodesië

Zimbabwe (voorheen Rhodesië) is een land in Afrika en grenst aan Zambia, Mozambique, Zuid-Afrika, Namibië en Botswana.

Geschiedenis

In de eerste helft van de 19 de eeuw werd het gebied bewoond door de Matabele (ook Ndebele genoemd). Zij stonden onder leiding van koning Mzilikazi en waren vooral veeboeren. De 'British South Africa Company', onder de leiding van Cecil Rhodes, startte in 1888 met de ontginning van de aanwezige ertsen. Hij noemde het gebied naar zichzelf: Rhodesië. Het was de start van de kolonisatie. De lokale bevolking wordt ondergebracht in reservaten, terwijl de blanken de beste landbouwgronden bezetten. De Ndebele en later ook de Shona stam kwam in opstand, maar deze mislukte. In 1923 kreeg het gebied zelfbestuur en werd het een Britse kolonie, met als naam Zuid-Rhodesië. Sinds 1953 maakte het deel uit van de 'Federatie van Rhodesië en Nyassaland': Zuid-Rhodesië (het latere Rhodesië of het huidige Zimbabwe), Noord-Rhodesië (het huidige Zambia) en Nyassaland of het huidige Malawi. In 1963 viel de federatie uiteen: Zambia en Malawi werden zelfstandig. Op 11 november 1965 riep de blanke regering onder leiding van Ian Smith de onafhankelijkheid uit van Rhodesië. Er kwam gewapend verzet van de lokale bevolking via de 'Zimbabwe African People's Union (ZAPU) en de 'Zimbabwe African National Union (ZANU). Na lange onderhandelingen werd Zimbabwe onafhankelijk op 18 april 1980. Robert Mugabe werd president. Hij voert tot vandaag een dictatoriaal bewind. Hij voerde het landhervormingsprogramma in, met de bedoeling om een eerlijk deel van de goede landbouwgronden in handen van de blanken terug te geven aan de zwarte Zimbabwanen. Van die herverdeling kwam echter niet veel in huis, zodat vanaf 2000 de regering het land van de blanken begon te onteigenen. De nieuwe zwarte eigenaars hadden echter geen ervaring om de gronden te bewerken of geen geld om zaden en machines aan te kopen, zodat de akkers onbewerkt bleven. Hierdoor verhoogde de werkloosheid aanzienlijk en ontstond er een hongersnood.

Geografie

Kaart van Zimbabwe

- lengte landgrenzen: Botswana: 813 km, Mozambique: 1231 km, Zuid-Afrika: 225 km, Zambia: 797 km en Namibië: 0 km (vierlandenpunt)
- kustlijn: geen
- hoogste punt: Inyangani 2592 m
- laagste punt: samenloop van de rivieren Runde en Save 162 m
- delfstoffen: steenkool, chroom, asbest, goud, koper, vanadium, lithium, tin, platina
- grootste rivier: Zambezi
- Karibameer: 6000 km²: is een stuwmeer gevormd door de aanleg in 1955 van de Kariba-dam in Kariba.

Provincies

Provincies Zimbabwe is ingedeeld in 8 provincies en 2 steden met provinciale status: # Bulawayo (stad) # Harare (stad) # Manicaland # Centraal Mashonaland # Oost Mashonaland # West Mashonaland # Masvingo # Noord Matabeleland # Zuid Matabeleland # Midlands

Zie ook


- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Zimbabwe van A tot Z Categorie:Land Categorie:Zimbabwe ja:ジンバブエ ko:짐바브웨 ms:Zimbabwe simple:Zimbabwe zh-min-nan:Zimbabwe

Zuid-Afrika

| |- | |- | |{{{

Libië

| |- | |- | |{{{

Iran

De Islamitische Republiek Iran (Perzisch: جمهوری اسلامی ایران Jomhuri-ye Eslami-ye Iran) of Iran (ایران) is een land in het Midden-Oosten. Iran werd in het buitenland Perzië genoemd tot en met 1935. In 1979 werd onder leiding van Ayatollah Ruhollah Khomeini de Islamitische Revolutie tot stand gebracht en maakte van Iran een Islamitische Republiek. Volgens het principe van Welayate Faqih of de 'Leiderschap en voogdij (Welayat) van de jurist (Faqih)' werd het land daarna geregeerd. De staatsreligie in Iran is de islam met het Sjiisme (Jafari) als de ideologische stroming. Iran grenst aan Irak, Turkije, Armenië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan. De Perzische Golf en de Golf van Oman bevinden zich ten zuiden en de Kaspische Zee ten noorden van Iran.

Geschiedenis

Hoofdartikel: Geschiedenis van Iran Iran (of Perzië) heeft een bijzonder lange geschiedenis en kan met recht één van de bakermatten van de beschaving genoemd worden. De geschiedenis van 'Iran' als land gaat terug tot de 6e eeuw v. Chr., toen Cyrus de Grote van de Achaemeniden-dynastie verschillende volkeren verenigde. In de eeuwen hierna bereikte Perzië een enorme macht en besloeg het een gebied tot aan de Middellandse Zee. Met het oude Griekenland voerde het regelmatig oorlog, de zogenoemde Perzische Oorlogen van de 5e eeuw v. Chr.. 5e eeuw v. Chr. In de 4e eeuw v. Chr. veroverde Alexander de Grote Perzië en versloeg koning Darius III nabij Persepolis. Het land werd na Alexanders dood bestuurd door een Hellenistische (Griekse) klasse onder de Seleuciden. Later vestigden de Parthen en de Sassaniden machtige rijken. In de zevende eeuw werd het veroverd door de islamitische Arabieren. Het Arabische Rijk van de kaliefen overheerste Iran tot de 9e eeuw en vanaf toen verloor het centrale gezag zijn autoriteit en waren er in Iran diverse rijken en rijkjes. In de dertiende eeuw vielen de Mongolen Iran binnen en verwoestten vele steden en vermoordden vele inwoners. In de vijftiende eeuw verenigde de dynastie van de Safawiden Iran. Zij voerde onder andere het sjiisme als staatsgodsdienst in. Iran wist als één van de weinige landen in Azië onafhankelijk te blijven van westerse landen. In de twintigste eeuw heerste gedurende lange tijd de Pahlavi-dynastie. Vader Reza Pahlavi en zoon Mohammed Reza Pahlavi namen weliswaar de titel sjah (koning) aan, maar regeerden als dictators, waarbij de bevolking vaak hardhandig onderdrukt werd. In 1979 dwong een brede opstand van geestelijken, intellectuelen, middenstanders en vele maatschappelijke organisaties de sjah ten val. Uiteindelijk koos de machtigste politieke partij, die van de geestelijkheid, ervoor om de macht in handen van één persoon te geven: ayatollah Ruhollah Khomeini. Hierna werd het land volgens een door hem opgestelde conservatieve islamitische wetgeving geregeerd.

Staatskunde en politiek van Iran

Hoofdartikel: Politiek van Iran Iran is sinds de Iraanse Revolutie een Islamitische Republiek. Het heeft een unieke staatsstructuur, die in geen enkel ander land voorkomt. De politiek wordt wel beschreven als het khomeinisme, de interpretatie van het twaalver sjiisme (de staatsgodsdienst van Iran) door ayatollah Ruhollah Khomeini. Het land wordt (onder andere) door vier entiteiten bestuurd:
- De religieus leider of
rahbar (Perzisch: رهبر) religieus leider
- De Raad van Hoeders of
Shuraye Negahbane Ghanune Assasi (Perzisch: شورای نگهبان قانون اساسی)
- De president van Iran of
Rais-e-Jumhur (Perzisch: ریس جمهور)
- Het Parlement van Iran of
Majles (Perzisch: مجلس شورای اسلامی) bestaande uit 290 zetels. Vijf zetels zijn gereserveerd voor religieuze minderheden. Van de leden van het huidige parlement zijn twaalf vrouw. Veel politieke beslissingen worden door de president of het parlement genomen, maar de geestelijken, zowel de religieuze leider als de Raad van Hoeders, hebben de uiteindelijke macht in handen, omdat zij over deze beslissingen een veto hebben. Zie ook: Lijst van premiers van Iran - Lijst van presidenten van Iran

Geografie, demografie, provincies

De hoofdstad van Iran is Teheran. Andere belangrijke steden zijn Masjjhad, Tabriz, Sjiraz, Abadan, Kerman, Zahedan, Karaj, Rashjt, Jazd, Hamadan, Chorramsjahr, Ahvaz, Urmiye, Arak, de religieuze stad Qom en de oude hoofdstad Isfahan. Iran grenst aan de volgende landen: Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan in het oosten. Ook grenst het aan Irak, Turkije, Azerbeidzjan en Armenië in het westen. In het noorden grenst het aan de Kaspische Zee en in het zuiden aan de Perzische Golf, waarvan de Straat van Hormuz een onderdeel is. Straat van Hormuz

Demografie van Iran

De bevolkingsgroei in Iran is sterk gestegen na de Iraanse Revolutie van 1979. Een meerderheid van de bevolking is jonger dan 20 jaar. Volgens het CIA World Factbook is de bevolking verdeeld in de volgende etnische groepen: Perziërs (51%), Azerbeidzjanen (24%), Gilaki en Mazandarani (8%), Koerden (7%), Arabieren (3%), Baluchi's (2%), Lurs (2%), Turkmenen (2%), Qashqai Turken, Armeniërs, Joden, Assyriërs en anderen. Hierbij moet worden opgemerkt dat andere bronnen andere percentages geven.

Provincies van Iran

AssyriërsZie
provincies van Iran voor een overzicht van de dertig provincies van Iran.

Cultuur van Iran

Iran heeft een bijzonder rijke cultuur, zowel uit het verleden als een moderne cultuur. Naast diverse archeologische plaatsen, zoals de oude hoofdstad Persepolis en de stad Pasargadae, heeft het ook recentere culturele hoogtepunten zoals de stad Isfahan. De
Shahnama of het boek der koningen is het nationale epos van Iran. Tijdens de Middeleeuwen kwamen diverse wetenschappers, zoals de arts Avicenna en de astronoom en dichter Omar Khayyam uit Iran. Tegenwoordig zijn nog steeds veel schrijvers en filmmakers actief in Iran. Bekend over de hele wereld zijn de Perzische tapijten. De windmolen en de domesticatie van de tulp komen waarschijnlijk uit het oude Perzië.

Talen van Iran

De officiële landstaal van Iran is het (Nieuw) Perzisch ('Farsi'). Iran kent een grote verscheidenheid aan talen. De belangrijkste taalfamilies zijn de Altaïsche talen, de Indo-Europese talen en de semitische talen. Veel gesproken talen zijn het Azeri (Turks met grote Perzische invloed), Arabisch, Armeens en Koerdisch. Koerdisch Zie ook: Iraanse monumenten op de Werelderfgoedlijst

Fysische geografie, geologie, delfstoffen en aardbevingen

Het landschap van Iran is droog, bergachtig gebied. Het Iraans Plateau vormt het grootste en centrale gedeelte van het land. De belangrijkste bergketens zijn het Zagrosgebergte en het Alborzgebergte. In het Alborzgebergte is ook Irans hoogste punt, de Damavand op 5,607m. Het westen van het land is het dichtstbevolkt, terwijl in het oosten veel woestijnen zijn en enkele zoutmeren.

Geologie

Iran ligt op het zuidelijke deel van de Euro-Aziatische plaat dat het Iraans Plateau heet. Het Iraans Plateau is dat deel van de aardkorst dat ingeklemd ligt tussen de Anatolische plaat in het westen, de Arabische plaat in het zuiden, de Indiase plaat in het oosten en de rest van de Euro-Aziatische plaat in het noorden. Door de langzame bewegingen van deze delen van de aardkorst ten opzichte van elkaar worden er langs de breuken in Iran spanningen opgebouwd die zich ontladen in de vorm van sterke aardbevingen. In Iran vinden we voornamelijk afzettingsgesteente, dat vaak rijk aan delfstoffen is.

Delfstoffen

Iran beschikt over enorme voorraden aardolie en aardgas. Ze zijn voornamelijk gelegen in de provincie Khuzestan en de Perzische Golf. Ook wordt veel koper gevonden, met name in het centrale deel van het land tussen de steden Yazd en Kermān. In deze regio wordt onder andere ook bauxiet, steenkool, ijzererts, lood en zink gewonnen. In februari 2003 wordt in Iran uranium aangetroffen op 200 kilometer afstand van de stad Yazd. Er werd meteen een fabriek gebouwd om het uranium te winnen. Ook in het Alborzgebergte, nabij Zanjan, Mashhad en op het eiland Hormuz komen koolmijnen voor. Ook wordt in Iran chromiet, goud, mangaan, zilver, tin en wolfraam gevonden. Daarnaast komen (half-)edelstenen zoals barnsteen, agaat, lapis lazuli en turkoois veel voor.

Aardbevingen

Belangrijke aardbevingen van de laatste jaren:
- 26 december 2003 om 02:56 Nederlandse tijd (05:27 Iraanse tijd). De magnitude is 6,7 op de schaal van Richter. De haarddiepte wordt geschat op 33 km. De aardbeving vond plaats nabij de historische stad Bam, waarvan een groot deel is verwoest. Begin februari 2004 wordt het aantal slachtoffers geschat op rond de 35.000 doden en vele gewonden.
- 22 juni 2002, 02:58 UTC, magnitude 6,5. Locatie ongeveer 250 km ten westen van Teheran.
- 14 maart 1998 19:40:27 UTC 30.05 N 57.64 E (EMSC), 's Nachts om 00:10 lokale tijd vond een krachtige beving met magnitude 6,9 plaats in centraal Iran nabij de Kuhbananbreuk. Het hypocentrum is gelokaliseerd in de korst op een diepte tussen de 10 en 33 km.
- 10 mei 1997, 07:57 UTC, in het noordoosten van Iran, magnitude 7,1. Er vielen meer dan 2400 doden.
- 20 juni 1990 werd Rasht getroffen door een zware aardbeving met een kracht van 7,7 op de schaal van Richter. Er vielen 50.000 doden, 400.000 mensen raakten dakloos.

Zie ook


- Iran van A tot Z
- Lijst van koningen van Perzië
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Lijst van premiers van Iran
- Lijst van presidenten van Iran
- Perzisch tapijt

Externe links


- [http://www.minbuza.nl/default.asp?CMS_ITEM=810FD1C3452D49CA8A7C369017B5BEBFX1X37177X63 Pagina bij het Nederlands ministerie van Buitenlandse Zaken over Iran]
- [http://www.iranica.com/ Encyclopaedia Iranica - Engelstalige encyclopedie over Iran]
- [http://www.iranianembassy.com/ Iraanse Ambassade te Den Haag - Engelstalig en Farsi]

Bronnen


-
Bron: Het gedeelte over aardbevingen op deze pagina is in de oorspronkelijke vorm afkomstig van de website van het KNMI Categorie:Land Categorie:Midden-Oosten ja:イラン ko:이란 ms:Iran simple:Iran th:ประเทศอิหร่าน zh-min-nan:Iran

Somalië

Somalië (Somalisch: Soomaaliya; Arabisch: الصومال, As-Soemal) is een land in Afrika dat grenst aan Djibouti, Ethiopië en Kenia. Somalië heeft momenteel geen centrale overheid; zeggenschap over delen van het land wordt betwist door een aantal elkaar hevig bestrijdende groeperingen.

Geschiedenis

De voormalige Britse kolonie Brits Somaliland ging in 1960 samen met Italiaans Somaliland om Somalië te vormen. De eerste president van Somalië was Aden Abdullah Osman Dar van de Somalische Jeugdliga (SYL), een in 1943 in Italiaans Somaliland opgerichte nationale beweging. De vroegere premier van Brits Somaliland, Abdirashid Ali Shermake (SYK), volgde Osman Dar in 1967 als president op. Op 15 oktober 1969 werd Shermarke vermoord. Zijn opvolger als president, sjeik Moktar Muhammad Husayn werd zes dagen later afgezet. Op 21 oktober 1969 pleegden officieren van het leger onder leiding van kolonel Mohammed Siyad Barre een coup. Siyad Barre werd kort daarop voorzitter van Opperste Revolutionaire Raad (SRC [Supreme Revolutionary Council]). Het nieuwe bewind van Siyad Barre was gebaseerd op het zgn. "Wetenschappelijk Socialisme" en het werd duidelijk dat Siyad Barre Somalië wilde omvormen tot een socialistische en links-islamitische staat. De invloed van marxistische sympathisanten op het regeringsbeleid was in het begin groot. Er werden contacten gelegd met de Sovjet-Unie en Oost-Europese landen. In 1974 waren er in Ethiopië officieren aan de macht gekomen. Kolonel Mengistu Haile Mariam, een marxistische sympathisant, trad naar voren als de sterke man. Het regime van Siyad Barre streefde van het begin af aan naar een 'Groot-Somalië' waar ook de Ethiopische provincie West-Somalië bij zou moeten horen. West-Somalië wordt bewoond door de Ogaden, een aan Somaliërs verwante bevolkingsgroep. In 1977 brak er een oorlog uit tussen Somalië en Ethiopië. West-Somalië werd door Somalische troepen 'bevrijd.' Maar al spoedig bleek dat de USSR, Cuba en Oost-Europese landen Ethiopië gingen steunen. In 1977 verbrak Somalië de betrekkingen met de Sovjet-Unie. Somalië wende zich voor hulp tot de Verenigde Staten van Amerika, maar die bleken in eerste instantie geen hulp te willen leveren. Alleen China en Egypte bleken bereid Somalië op beperkte schaal te willen helpen. In 1976 vormde Siyad Barre Somalië om tot een éénpartijstaat met de Somalische Socialistische Revolutionaire Partij (SSRP) als enige partij. Siyad Barre werd tot president van de Democratische Republiek Somalië en secretaris-generaal van SSRP gekozen. Bij de verkiezingen van 1979 werd de SSRP de grootste partij (dit omdat er naast SSRP-kandidaten ook onafhankelijke kandidaten konden worden gekozen). In 1980 schoot de VS het internationaal geïsoleerde Somalië van Siyad Barre te hulp. In ruil voor strategische bases besloot de VS Somalië vooral op militair gebied te steunen. In 1980 riep Siyad Barre de noodtoestand uit en de in 1976 afgeschafte Opperste Revolutionaire Raad (SRC) werd opnieuw ingesteld om de 'revolutie' in goede banen te leiden. Vanaf de jaren '80 werd er in Somalië ook een burgeroorlog uitgevochten. Revolutionaire bewegingen in Noord-Somalië bestreden de regering. In 1988 sloten Somalië en Ethiopië vrede. De burgeroorlog ging echter onverminderd door. De USC (Verenigd Somalisch Congres) en de SSNM (Somalische Nationale Reddingsbeweging) bereikten in januari 1991 de hoofdstad Mogadishu. President Siyad Barre week daarna uit naar het buitenland. USC-voorzitter Ali Mahdi Mohammed volgde Siyad Barre als interim-president op. Binnen de USC werd een machtsstrijd uitgevochten tussen interim-president Ali Mahdi Mohammed en generaal Mohammed Farah Aydid. In het Zuiden streden aanhangers van de verdreven president Mohammed Siyad Barre tegen USC-guerrilla's. In september 1992 werd er een VN-vredesmacht naar Mogadishu overgevlogen om de burgers aldaar te beschermen. Troepen van generaal Aydid en de VN geraakten in 1993 met elkaar in gevecht. In 1994 sloten interim-president Mahdi en generaal Aydid een vredesverdrag en in 1995 werd de VN-vredesmacht teruggetrokken. Toen de vredesmacht echter weg was, laaide de strijd weer op. In juni 1995 werd Aydid zelf president. Hij bleef tot 1998 aan de macht, toen er een Nationaal Reddingsfront werd ingesteld om het land te regeren. In 1991 verklaarde het voormalig Britse deel zich onafhankelijk en riep de republiek Somaliland uit, die echter geen internationale erkenning kreeg. Puntland, het noordoostelijke deel van Somalië heeft zich in 1998 eveneens onafhanklijk verklaard zonder erkenning te krijgen. In 2002 verklaarde Zuidwest-Somalië zich onafhankelijk.

Staatsinrichting

Het staatshoofd van de Republiek Somalië (tot 1991 Democratische Republiek Somalië geheten), is de president. Het is niet duidelijk hoe lang het ambtstermijn van de president is. Sinds 2001 is er in Baidoa een tegenregering gevormd. Deze tegenregering wordt voorgezeten door een roulerend voorzitter. De provincies Somaliland, Puntland en Zuidwest-Somalië verklaarden zich tussen 1991 en 2002 onafhankelijk. Deze drie landen worden niet erkend door de internationale gemeenschap, maar zijn wel een feit. Deze drie landen vallen ongeveer samen met oorspronkelijk stam- en clangrenzen van invloedrijke families. De volksvertegenwoordiging bestaat uit een 171-personen tellend parlement. De Confederazione Somala dei Lavoratori is de belangrijkste vakbond. Tot 1991 was de Somalische Socialistische Revolutionaire Partij de enige toegestane politieke beweging. Thans zijn de USC (Verenigd Somalisch Congres) en het SSNM (Somalische Nationale Reddingsbeweging) de voornaamste partijen in het internationaal erkende deel van Somalië. In Puntland is het Somalisch Democratisch Reddingsfront (SSDF) de belangrijkste partij, in Somaliland is de Verenigde Volksdemocratische Partij (UDUB) de belangrijkste partij en in Zuidwest-Somalië is het Rahawein Verzetsleger (RRA) van de Rahawein-clan de belangrijkste beweging.

Geografie

Kaart van Somalië

- lengte landgrenzen: Djibouti 58 km, Ethiopië 1600 km, Kenia 682 km
- kustlijn: 3025 km
- hoogste punt: Shimbiris 2416 m.
- laagste punt: Indische Oceaan 0 m
- grootste rivieren: Giubba (1,610) km. Somalië is verdeeld in 18 provincies (gobolka's):
- Awdal (Somaliland)
- Bakool
- Banaadir
- Bari
- Bay
- Galguduud
- Gedo
- Hiiraan
- Jubbada Dhexe
- Jubbada Hoose
- Mudug
- Nugaal
- Sanaag (Somaliland)
- Shabeellaha Dhexe
- Shabeellaha Hoose
- Sool (Somaliland)
- Togdheer (Somaliland)
- Woqooyi-Galbeed (Somaliland) Categorie:Land Categorie:Somalië ja:ソマリア ko:소말리아 ms:Somalia simple:Somalia th:ประเทศโซมาเลีย zh-min-nan:Somalia

Japan

Japan (Japans: 日本 Nippon, Nihon; letterlijke betekenis: oorsprong van de zon; 大和 Yamato is naam voor het oude Japan) is een eilandenrijk ten oosten van het Aziatische continent, dat bestaat uit meer dan 3000 eilanden. De bevolking concentreert zich echter voornamelijk in vier eilanden (北海道 Hokkaidō, 本州 Honshū, 四国 Shikoku, 九州 Kyūshū).

Etymologie

Voor 'Japan' zijn in het Japans tegenwoordig twee namen in gebruik:
- 日本 Nihon
- 日本 Nippon De twee woorden zijn eigenlijk hetzelfde maar worden slechts anders uitgesproken. Over het algemeen beschouwt men Nippon als een officiele term. Op deze manier komt hij bijvoorbeeld voor op postzegels, bij sportevenementen en in de naam Nippon Ginkou (Bank of Japan / De Japanse Bank). Voor normaal gebruik heeft echter Nihon de voorkeur. Bijvoorbeeld 日本人 nihon-jin "Japanner" 日本語 nihon-go "de Japanse taal". Hiernaast vindt men vaak het woord 和 'wa', wat afstamt van 大和 Yamato, waarmee Japan bedoeld wordt. Bijvoorbeeld: 和風 Japanse stijl, 和食 Japanse gerechten, 和英 Japans-Engels (bijv. in woordenboek) In het eerste deel van de Chinese Tang-dynastie verzonnen Japanse geleerden die Chinees hadden gestudeerd een nieuwe naam voor hun land. Ze gebruikten de Chinese uitdrukking voor "oorsprong van de zon, zonsopgang" omdat Japan ten oosten van China ligt. In het Chinees van die tijd (Midden-Chinees), was de uitdrukking nzyet-pwun. Aan dit voegden de geleerden het Chinese achtervoegsel kwuk (land) toe, hetgeen leidde tot de samenstelling nzyet-pwun-kwuk (zonsopkomstland, land van de rijzende zon). De medeklinkers in het woord waren niet uitspreekbaar in Oud-Japans, zodat de term werd de vereenvoudigd tot Nip-pon-gu of Ni-pon-gu. De laatstgenoemde veranderde door regelmatige verandering in Ni-hon-gu. De vormen Nippon en Nihon van vandaag zijn hetzelfde als deze, minus het "land"-achtervoegsel. In het Mandarijn, één van de vormen van Chinees die zich uit het Midden-Chinees ontwikkelden, evolueerde de uitdrukking tot Ra-ban-gua, een vroege vorm die door Marco Polo als Chipangu werd geregistreerd. Het vroege Mandarijnse woord werd Japang, die door Portugese handelaren in de 16e eeuw werd gehoord. Deze handelaren kunnen degenen zijn geweest die het woord naar Europa hebben gebracht. Het huidige Japan werd voor het eerst geregistreerd in 1577.

Geografie

Japan bestaat voornamelijk uit de vier grote eilanden: (van noord naar zuid) Hokkaido, Honshu, Shikoku en Kyushu. Honshu is het grootste eiland; hierop zijn de belangrijkste steden van Japan gevestigd. Tevens behoren de Ryukyu-eilanden in het zuiden van de vier grote eilanden tot Japan, samen met vele andere kleinere eilanden. Het land is verdeeld in 47 prefecturen. Op Hokkaido ligt een gebied waar onder meer de Ainu wonen, de oorspronkelijke bewoners van Japan. De algemene eigenschappen van de vier belangrijke eilanden zijn: besneeuwde steile bergen (waaronder de beroemde vulkaan Fuji), korte rivieren, beboste hellingen, onregelmatige en mooie meren en kleine, vruchtbare vlaktes. Op het gecultiveerde land, dat slechts 11% van totaal het landgebied van Japan vormt, is de bevolkingsdichtheid zeer hoog. De belangrijkste Japanse steden zijn:
- Tokio
- Osaka
- Nara
- Kyoto
- Kobe
- Hiroshima
- Yokohama
- Nagasaki
- Sapporo
- Nagano
- Nagoya
- Fukuoka

Samenleving en religie

Japan is een uiterst homogene maatschappij waarin niet-Japanners, vooral Koreanen, minder dan 1% van de bevolking uitmaken. De Japanse mensen zijn hoofdzakelijk de nakomelingen van diverse volkeren die in voorhistorische tijden naar Azië migreerden; een van de eerste groepen, Ainu, die nog steeds in zekere mate in Hokkaido voortleven, zijn genetisch enigszins verwant met Kaukasiërs. De belangrijkste godsdiensten van Japan zijn shinto en boeddhisme; de meeste Japanners hangen beide geloven aan. Terwijl de ontwikkeling van shinto radicaal door de invloed van boeddhisme werd veranderd, ontwikkelden zich in de Japanse godsdienstige verscheidenheden ook bewegingen zoals Jodo, Shingon en Nichiren. Talrijke bewegingen, genoemd de "nieuwe godsdiensten", zijn na de Tweede Wereldoorlog gevormd en hebben vele leden aangetrokken. Eén hiervan, Soka Gakkai, een boeddhistische sekte, groeide snel in de jaren '50 en de jaren '60 en werd een sterke sociale en politieke macht. Minder dan 1% van de bevolking is christen. Het confucianisme heeft diep het Japanse gedachtengoed beïnvloed en over het algemeen heeft de Chinese cultuur een significante invloed gehad op de vorming van Japanse beschaving (zie Japanse architectuur; Japanse kunst; Japanse literatuur). Japanse literatuur Het Japanse onderwijssysteem, opgezet na de Tweede Wereldoorlog, is één van de meest efficiënte in de wereld. Negen jaar scholing is verplicht, hoewel de grote meerderheid van burgers een veel langere schoolperiode doormaakt. De twee belangrijke nationale universiteiten zijn die in Tokio en Kyoto. De levensstandaard is drastisch verbeterd vanaf de jaren '50, en de Japanners hebben het hoogste inkomen per hoofd van alle Aziaten. De programma's voor maatschappelijk welzijn en ziekteverzekering zijn vrij uitvoerig. Sinds 1961 heeft Japan een ziekteverzekeringssysteem dat elk van zijn burgers voorziet van noodzakelijke gezondheidszorg. De belangrijke zorgen zijn vergrijzing en overbevolking.

Overheid

De overheid in Japan is gebaseerd op de grondwet van 1947 opgesteld door de Verenigde Beroepsautoriteiten. Het verklaart dat de keizer dient als "symbool van de staat", maar dat de soevereiniteit bij de bevolking ligt. Hirohito was keizer vanaf 1926 tot zijn dood in 1989; hij werd opgevolgd door zijn zoon, Akihito. De uitvoerende macht is een kabinet dat door de minister-president wordt benoemd en wordt geleid, die gewoonlijk de leider van de meerderheidspartij is. Een hooggerechtshof leidt een onafhankelijke rechterlijke macht. De meeste politieke partijen in Japan zijn klein; hun leden zijn hoofdzakelijk professionele politici. Japan heeft momenteel meer dan 10.000 politieke partijen, de meesten zijn lokaal en regionaal. De Liberale Democratische Partij (LDP) hield de meerderheid van zetels in het kabinet vanaf 1955 tot 1993, toen een oppositiecoalitie een overheid vormde. Nochtans kwam de partij in 1996 wederom aan de macht. De LDP is vrij conservatief en heeft een alliantie met de Verenigde Staten en de wederzijdse veiligheidspacten tussen de twee landen gesteund. De Sociale Democratische Partij (SDP, vroeger de Socialistische Partij), die zich tegen de veiligheidsverdragen met de Verenigde Staten heeft verzet, was lang de belangrijkste rivaal van de LDP. In 1994 vormde de partij echter een regeringscoalitie met de LDP. Japan is verdeeld in 47 prefecturen, elk geregeerd door een direct verkozen gouverneur. De steden en dorpen kiezen hun eigen burgemeesters en wethouders.

Klimaat en natuurverschijnselen

prefecturen Het klimaat varieert van een koel vochtig continentaal klimaat tot een vochtig subtropisch klimaat. De regenval is overvloedig, en natuurgeweld zoals tyfoons en aardbevingen treden frequent op.

Aardbevingen

Japan is een vulkanische eilandenboog en behoort tot de seismisch meest actieve gebieden ter wereld. De aardbevingen worden veroorzaakt door platentektoniek. De Pacifische plaat en de Filipijnse plaat duiken langzaam (enkele centimeters per jaar) naar beneden onder de Euraziatische plaat. Dit proces, waarbij de platen zich moeizaam langs elkaar wringen, veroorzaakt grote spanningen. De plaatselijk in de loop der vele jaren opgebouwde spanning kan zich ontladen in een plotselinge verschuiving, de aardbeving. De diepte van de aardbevingen die in Japan optreden neemt toe van oost naar west. Dit is het gevolg van de platentektoniek in de regio en laat zien dat de Pacifische plaat vanuit het oosten onder Japan weg duikt. Onder de 700 km is het gesteente visceus, het gedraagt zich als een traag stromende massa en er kunnen geen bevingen meer voorkomen.
- Op 1 september 1923 werd Tokio getroffen door een zeer zware aardbeving met een kracht van 8,2 op de schaal van Richter. De stad werd door de beving en de daarop volgende brand nagenoeg volledig verwoest. Er vielen meer dan 140.000 doden.
- Op 17 januari 1995 werd Kobe getroffen door een zware aardbeving met een kracht van 7,3 op de schaal van Richter. De stad werd voor een groot deel verwoest. Er vielen 6.433 doden, 43.000 gewonden. 250.000 gebouwen werden zwaar beschadigd. Een van de weinige grote gebouwen die de aardbeving goed doorstond was het Portopia Hotel. De reden hiervoor is de harde steenlaag waarop dit hotel gebouwd is.
- Op 26 mei 2003 om 11:24 Nederlandse tijd (18:24 Japanse tijd) trad een beving op met een kracht van 7,2 op de schaal van Richter. De haarddiepte wordt geschat op 60 km. De beving vond plaats 300 km ten noordoosten van Tokio.
- Op 26 september 2003 werd Hokkaido getroffen door een zeer zware aardbeving met een kracht van 8,0 op de schaal van Richter, gevolgd door een krachtige naschok, en enkele uren later een aardbeving met een kracht van 7,0 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag circa tachtig kilometer oostelijk van de oostkust van Hokkaido.
- Op 20 maart 2004 werd met name het zuidelijke eiland Kyushu getroffen door een aardbeving met een kracht van 7,0 op de schaal van Richter. Er vielen 1 dode en 400 gewonden, maar de materiele schade was groot.

Zie ook

Kyushu
- Japan van A tot Z
- Geschiedenis van Japan
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst

Externe links


- [http://hanami.ath.cx/ Japanese culture]
- [http://www.landenweb.com/l.cfm?LandID=128&JAPAN Landenweb Japan] Categorie:Land als:Japan ja:日本 ko:일본 ms:Jepun simple:Japan th:ประเทศญี่ปุ่น zh-min-nan:Ji̍t-pún

Imperialisme

Imperialisme is ontstaan in de tijd van de kolonisatie. Imperialisme heeft een politiek van staatkundige en economische expansie dat het streven naar een wereldmacht vergroot. Als voorbeeld kan men het Imperialistische Engeland uit eind achttiende eeuw-begin negentiende eeuw nemen. Hun streven was om de glorie van de in die tijd heersende monarchie onder leiding van Victoria I van Engeland overal op de wereld tentoon te stellen en om een zo hoog mogelijke status te verkrijgen in de wereld en uiteindelijk streven zij naar wereldoverheersing. categorie:Politiek ja:帝国主義 ko:제국주의 th:ลัทธิจักรวรรดินิยม

Kolonialisme

Kolonisatie wil zeggen dat een land (vaak rijk en machtig) een ander land binnenvalt en dit land dan als een deel van zichzelf, als een kolonie gaat beschouwen. In voorbije eeuwen werd in zulke kolonies gezocht naar natuurlijke rijkdommen om de schatkist van de kolonisator aan te vullen. In de geschiedenis van de Europese kolonisatie zijn grofweg twee perioden aan te duiden:

Vroege kolonisatie van de 15e tot en met de 17e eeuw

In deze periode werden voornamelijk handelsnederzettingen gesticht langs de Afrikaanse en Amerikaanse kusten. Aanvankelijk door Portugal (Afrika) en vanaf de ontdekking van Amerika ook door Spanje. Vanaf de 16e eeuw gingen Engeland en de Republiek en in iets mindere mate Frankrijk er toe over om kolonies te verwerven. Deze vroege kolonies waren veelal kleine handelsposten, soms uitgroeiend tot nederzettingen, maar nog zelden de grote kolonies die het later zouden worden. Vanuit de nederzettingen werd handel gedreven met lokale handelaren. In Amerika was Spanje het eerste Europese land dat de zaken groots ging aanpakken en een begin maakte met imperiumvorming, d.w.z. dat grotere gebieden onder Spaans bestuur werden gebracht. Eerst werden begin 16de eeuw de eilanden Hispaniola en Cuba volledig onder Spaans bestuur gebracht. Vervolgens werden deze vast in Spaanse handen zijnde bruggehoofden gebruikt als uitvalsbases naar het Amerikaanse vasteland. Eerst werd het Midden-Amerikaanse Aztekenrijk onderworpen en iets later was het Incarijk van Zuid-Amerika aan de beurt. In een enkel geval (bijv. door de Republiek op Java) gebeurde dat ook elders. Handelsposten waren soms echte forten vooral ter bescherming tegen Europese concurrenten en in mindere mate tegen lokaal oproer. In de 18e eeuw verloor Engeland zijn eerste koloniale rijk ten gevolge van de eerste dekolonisatie: de opstand van de Noord-Amerikaanse koloniën (Verenigde Staten) in 1776. Maar iets eerder was het begonnen met de opbouw van zijn tweede koloniale rijk, door de verovering van grote delen van India (slag bij Plassey, 1757). In de 18e eeuw begon de Nederlandse Verenigde Oostindische Compagnie zijn macht over Java uit te breiden.
In het begin van de 19e eeuw verklaarde een aantal Zuid-Amerikaanse kolonies zich onafhankelijk van Spanje.

Modern Imperialisme van de 19e eeuw

In de 2e helft van de 19e eeuw gingen steeds meer Europese mogenheden er toe over om hun koloniaal bezit uit te breiden naar het achterland en aldus grote, voorheen onafhankelijke gebieden, onder hun bestuur te brengen. In deze periode werd vrijwel heel Afrika en grote delen van Azië onder bestuur van enkele mogendheden gebracht. Voor een deel werd de motivatie hier in gevonden door de toenemende industrialisering en nationalisering van de handel, waarbij het gevaar aanwezig leek dat grondstoffen- en afzetgebieden onbereikbaar of veel duurder zouden worden. Het was dan ook vooral Engeland dat hierin het initiatief nam. Deze veroveringen werden mede mogelijk door de snelle technische ontwikkeling die in Europa had plaatsgevonden, waardoor moderne snelvuurwapens beschikbaar kwamen, waartegen geen primitieve legermacht was opgewassen. Kan de aandrang tot het reserveren van exclusieve afzet- en grondstofgebieden nog als een rationale beschouwd worden, o.a. Shumpeter heeft er op gewezen dat er nog een andere factor meespeelt. Imperiumvorming, het irrationele verlangen een groot wereldrijk te bezitten, heeft zijns inziens belangrijk bijgedragen aan de vorming van een Oostenrijks-Hongaars imperium op de Balkan en is zeker een motief geweest in de totstandkoming van vele koloniale imperia waarvan de kosten vaak hoger waren dan de opbrengsten.

Betekenis van kolonisatie voor de economie

De motivatie voor kolonisatie werd en wordt vaak gezocht in het belang om goedkope grondstoffen en gegarandeerde afzetgebieden te hebben. Dat is maar heel betrekkelijk: enkele van de welvarendste economieën van Europa hebben nooit of in zeer geringe mate kolonies gehad. Verder is gebleken dat door het bezit van een groot koloniaal rijk de economie zich eenzijdig ontwikkeld en er weinig vernieuwende impulsen plaatshebben. De kosten zijn bovendien groot: met name Engeland zag zich genoodzaakt een groot koloniaal leger en een grote marine te handhaven. Desondanks bevonden zich de belangrijkste Engelse afzetgebieden in Europa en Amerika.

De houding van enkele landen

Duitsland ontwikkelde zich in de 2e helft van de 19e eeuw zeer snel als industriele mogendheid. Voor het einde van de 19e eeuw overtrof de productie van kolen en staal al die van Engeland. Over de richting van de buitenlandse politiek was in die periode een meningsverschil tussen Rijkskanselier Otto von Bismarck en keizer Wilhelm II. De laatste streefde een koloniaal rijk na, de eerste zag de rol van Duitsland vooral op het Europese vasteland. Het conflict leidde tot het vertrek van Bismarck en de verwerving van Duitse kolonies in Afrika en de Grote oceaan. In de Duitse kolonies werd door de nieuwe koloniale mogendheid genocide gepleegd. Deze periode duurde slechts kort, want na 1918 werden de Duitse kolonies door de Volkenbond als mandaatgebieden aan de overwinnaars afgestaan. De houding van de Verenigde Staten ten aanzien van kolonies was een combinatie van idealen en eigenbelang. Als voormalige Engelse kolonie wierp zij zich in de 19e eeuw op als tegenstrever van de Europese expansiedrang en voorstander van vrije handel. De opdeling van Afrika werd in de Verenigde Staten scherp bekritiseerd en zij verzette zich fel tegen kolonisering van China. Tevens achtte zij zich de beschermer van het Amerikaanse continent tegen buitenlandse invloeden. Merkwaardig genoeg leidde met name die houding tot een inmenging in binnenlandse aangelegenheden van een aantal Noord- en Zuid-Amerikaanse landen waardoor zij zich de facto ook als imperiale mogendheid ging opstellen. Tevens kwam zij daardoor in conflict met Spanje (1895). Hierna nam zij enkele voormalige Spaanse kolonies over, waaronder voor enige tijd de Filipijnen. als:Landnahme

Missionaris

Een missionaris of zendeling is een persoon die wordt uitgezonden om de blijde boodschap van het evangelie te verkondigen. In de christelijke kerk zijn er talloze missionarissen geweest. In de protestanse kerken spreekt men meer van zendelingen. In de rooms-katholieke kerken spreekt men van missionarissen. De woorden missionaris en missie zijn afgeleid van het Latijnse woord missio, dat het zenden betekent. De studie om missionaris (of zendeling) te worden heet: zendingswetenschappen. De geschiedenis van de christelijke kerk kent grote zendelingen. Willibrord en Bonifatius zijn de zendelingen geweest voor de lage landen. In de 19e eeuw zijn talloze zendelingen uitgegaan. Het Nederlandsch Zendeling Genootschap was de eerste Nederlandse zendingsorganisatie, opgericht door Johannes Theodorus van der Kemp, die zelf werkzaam is geweest in Zuid-Afrika. De 19e eeuw wordt daarom ook wel de zendingseeuw genoemd. Albert Schweitzer was als arts werkzaam in Lambarene in West-Afrika. In de 20e eeuw is er een kentering. Bij sommige kerken is de zending veranderd in dialoog. Andere christelijke gemeenschapen kennen een bloeiende zending. Een bekende naam uit de Nederlandse zendingswereld is Johannes Verkuyl, die jaren heeft gewerkt in Indonesië, en later hoogleraar missiologie werd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Een grote verandering aan het einde van de 20e eeuw was de komst van zendelingen uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië naar Europa. Zending is een belangrijke opdracht voor de kerk. De Here Jezus heeft zijn discipelen de wereld ingezonden om het evangelie (= goede boodschap) aan de volken bekend te maken. Bekend is de uitspraak: een kerk die niet werft, sterft.
-
ja:宣教師 zh-min-nan:Thoân-kàu-sū

Nederland

Nederland is een West-Europees land, begrensd door de Noordzee met een totale kustlijn van 451 km, Duitsland en België (landsgrens van 1027 km). De hoofdstad van het land is Amsterdam, de regeringszetel is Den Haag. Andere belangrijke steden zijn: Rotterdam, met een van de grootste havens van de wereld, Utrecht, het verkeersknooppunt van het land, en Eindhoven, de vijfde stad van het land. Nederland vormt samen met het Caribische eiland Aruba en de Nederlandse Antillen het Koninkrijk der Nederlanden. De verhoudingen zijn bepaald in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 1954.

Staatkundige indeling

Nederland is onderverdeeld in 467 gemeenten.
gemeenten width=300 |+ Nederland is ingedeeld in twaalf provincies:
Aantal inwoners per provincie (1 januari 2005) |- |||align="right"|575.234 |- |||align="right"|642.998 |- |||align="right"|483.173 |- |||align="right"|1.109.250 |- |||align="right"|365.301 |- |||align="right"|1.970.865 |- |||align="right"|1.171.356 |- |||align="right"|2.595.294 |- |||align="right"|3.452.323 |- |||align="right"|379.948 |- |||align="right"|2.410.649 |- |||align="right"|1.135.962 |{{zieook|Zie hoofdartikel Talen in Nederland{zieook|Zie hoofdartikel Godsdiensten in Nederland{zieook|Zie hoofdartikel Nederlandse economie{zieook|Zie hoofdartikelen Nederland - Overheid en Politiek, Nederland - Monarchie, Historische Gedenkdagen, Nederlandse vlag en Vlaginstructie{zieook|Zie hoofdartikel De Nederlandse Opstand{zieook|Zie hoofdartikel Geschiedenis van Nederland

1854

----

Gebeurtenissen


- Heinrich Göbel vindt de gloeilamp uit.
- Het Parijse Nationaal Instituut voor Blinde kinderen erkent het brailleschrift officieel als volwaardige lees- en schrijfmethode voor blinden.
- Met de stichting van de theologische school (later hoogeschool en weer later universiteit) te Kampen worden de Afgescheidenen weer bijeengebracht uit hun onderlinge onenigheden.
- Tussen de Verenigde Staten en Canada wordt een handelsovereenkomst gesloten: de "Reciprocity Treaty".
- 31 januari - Het Nederlandse KNMI wordt opgericht.
- 17 februari - Bij conventie van Bloemfontein erkennen de Engelsen de onafhankelijkheid van Oranje Vrijstaat.
- 28 februari - In Rippon (Wisconsin) wordt de Republikeinse Partij (VS) van de Verenigde Staten opgericht. Doel is om uitbreiding van de slavernij te voorkomen.
- 27 maart - Engeland en Frankrijk verklaren Rusland de oorlog (Krimoorlog).
- 24 april - In Wenen vindt het huwelijk plaats tussen de Oostenrijkse keizer Frans Jozef en de Beierse Elisabeth, beter bekend onder de naam Sisi.
- 13 juli - In Kaïro wordt de khedive Abbas I Hilni vermoord.
- 17 september - De Wetterhorn voor het eerst bestegen door Alfred Wills.
- 8 december - Paus Pius IX verklaart de Onbevlekte Ontvangenis van de Heilige Maagd Maria tot dogma.
- Florence Nightingale verpleegt onder zeer erbarmelijke omstandigheden de gewonde Engelse soldaten in de Krimoorlog. Zij wordt gezien als de eerste verpleegkundige in de wereld.
- De nieuwe gouverneur van Egypte, Said Pasja, verleent de diplomaat Ferdinand de Lesseps een concessie voor het graven van een kanaal tussen de Middellandse Zee en de Rode zee.
- De Duitse bioloog Christiaan Gottlieb Ehrenberg toont aan, dat sommige aardlagen zijn gevormd uit verkalkte schelpen.
- Het traject Antwerpen-Roosendaal-Etten heeft een spoorweg gekregen, de eerste in Noord-Brabant. ----

Geboren

;januari
- 6 - Sherlock Holmes (volgens sir Arthur Conan Doyle) ;februari
- 9 - Aletta Jacobs, Nederlands arts en feministe
- 28 - Elisabeth van Saksen-Weimar-Eisenach, Duits vorstin ;maart
- 14 - Paul Ehrlich, Duits chemicus en medicus ;april
- 29 - Henri Poincaré, Frans wiskundige ;mei
- 18 - Bernard Zweers, Nederlands componist ;juni
- 9 - Prof. Bolland ;augustus
- 22 - Milan Obrenović, Servisch koning († 1901) ;september
- 9 - Anton Dreesmann (1854-1934), Nederlands ondernemer
- 15 - Cornelis Lely, Nederlands waterbouwkundige en minister ;oktober
- 7 - Christiaan de Wet, Zuid-Afrikaans Boeren-generaal
- 16 - Oscar Wilde, Iers/Brits schrijver, dichter en estheet
- 18 - Karl Kautsky, sociaal-democratisch voorman
- 20 - Arthur Rimbaud, Frans dichter ;december
- 13 - Herman Bavinck, Nederlands predikant, theoloog en politicus († 1921) ;datum onbekend
- Emil von Behring, geneeskundige (ontdekker van het difterie-serum) ----

Overleden

;juli
- 7 - Georg Ohm, Duits natuurkundige ;oktober
- 26 - Theresia van Saksen-Hildburghausen, Duits koningin van Beieren, echtgenote van Lodewijk I van Beieren Categorie:19e eeuw ko:1854년 ms:1854 simple:1854 th:พ.ศ. 2397

Bokseropstand

De Bokseropstand of Bokseroorlog was een opstand van een Chinese nationalistische beweging, gericht tegen de westerse imperialistische mogendheden (1899-1901) en hun commerciële belangen.

Voorspel

1901 China was een grootmacht in verval. De westerse mogendheden profiteerden hiervan door hun commerciële belangen ten gelde te maken in het land. Zo bedongen westerse mogendheden vrije handelstoegang tot de havens, mijnconcessies,... Dit leidde tot grote onvrede bij de Chinezen. Een geheim genootschap, de Vuisten der Gerechtigheid en Eensgezindheid werd opgericht (vandaar: Boksers). Deze kenmerkten zich door hun ongenoegen over de Westerse inmenging en de Chinese keizerlijke dynastie die maar liet betijen. Ze propageerden dan ook het verdrijven van zowel de westerse kolonisten als de keizerlijke dynastie. Maar keizerin-regentes Cixi was helemaal niet zo gelukkig met de Westerse invloeden in haar land. Ze slaagde er in de Boksers voor haar te winnen in oktober 1899, en vormden zo een front tegen het Westen. Cixi vaardigde maatregelen uit die de Boksers beschermden, wat tot grote onrust leidde bij de Westerse diplomaten.

De opstand

1899 In januari 1900 startten de Boksers hun agitatie op grote schaal. Westerlingen, Japanezen en Chinese christenen werden aangevallen en hun goederen geplunderd. In juni was de toestand al zodanig uit de hand gelopen, dat er sprake was van een effectieve opstand. Toen de Boksers nog eens samen gingen met delen van het keizerlijke leger, was het hek helemaal van de dam. Tianjin en Peking werden aangevallen, en toen er een Duitse minister werd omgebracht, verklaarde het Duitse Keizerrijk op 20 juni 1900 de oorlog aan