:: wikimiki.org ::
| Museumtramlijn |
MuseumtramlijnEen museumtramlijn is een tramdienst die voornamelijk of uitsluitend met historisch trammaterieel wordt geëxploiteerd.
Er bestaan twee soorten: de ene is een tramdienst op de sporen van een bestaand trambedrijf, voorbeelden zijn bijvoorbeeld lijn 10 in Rotterdam en de tramdienst tussen Woluwe en Tervuren in Brussel, de andere vorm is een lijn waar uitsluitend historische trams rijden, voorbeelden zijn de Electrische Museumtramlijn Amsterdam, de tramlijn in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem, de stoomtramlijnen van de SHM in Hoorn, de Stichting voorheen RTM in Ouddorp en de Elektrische Buurttramlijn van de ASVi in Thuin in België.
In andere steden worden ritten met museumtrams niet volgens een vaste route (museumlijn) gereden, maar over verschillende routes of op onregelmatige tijden. In Den Haag worden vanuit het Haags Openbaar Vervoer Museum op zondagen tramritten gereden naar verschillende bestemmingen op het Haagse tramnet.
Ook in diverse andere landen in Europa, Amerika en Australië zijn sinds de jaren zestig museumtramlijnen en trammusea opgezet.
Zie ook
- Museumstoomtram Hoorn-Medemblik
- Stichting voorheen RTM
- Electrische Museumtramlijn Amsterdam
- Haags Openbaar Vervoer Museum
- Rotterdamse Museumtrams (RoMeO)
- Tramweg-Stichting
Externe Links
- [http://www.museumstoomtram.nl/ Museumstoomtram Hoorn - Medemblik]
- [http://www.rtm-ouddorp.nl/ Museum R.T.M. Ouddorp]
- [http://www.museumtram.nl/ Electrische Museumtramlijn Amsterdam]
- [http://www.hovm.nl/ Haags Openbaar Vervoer Museum]
- [http://www.lijn10.nl/ Stichting RoMeO en tramlijn 10 in Rotterdam]
- [http://www.museumtramarnhem.blogspot.com/ Museumtram Arnhem]
- [http://home.hetnet.nl/~tram/ Tramweg-Stichting]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
- [http://www.stib.irisnet.be/NL/52000n.htm Trammuseum Brussel]
Museumtramlijn
Museumtramlijn
Museumtramlijn
Museumtramlijn
Tram
]
Net als de trein en de metro is de tram een voertuig dat geleid wordt met rails. In tegenstelling tot het spoorverkeer zijn de rails echter vaak op de openbare weg aangebracht, waarmee de tram tussen het andere verkeer rijdt. Daarom worden trams met richtingaanwijzers en remlichten uitgerust, in tegenstelling tot treinen van metroachtige light-rail systemen.
Tegenwoordig rijden trams meestal in steden. De meeste interlokale trams zijn in de loop der tijd vervangen door busdiensten. Het voertuig wordt veelal aangedreven door elektromotoren die de stroom betrekken van een bovenleiding, net als bij elektrisch aangedreven treinen.
Het woord tram (in Nederland uitgesproken als "trem" in Vlaanderen als "tram") houdt verband met het woord "treem". Het is van oorsprong de aanduiding voor elk van de houten latten die gebruikt werden om de mijnlorries en dergelijke te geleiden. Deze werden later vervangen door ijzeren rails, waardoor de naam overging op de wagens zelf. Toen daarna personenwagens hun entree maakten, werd de naam ook daar op toegepast.
Geschiedenis
ijzeren
De tram is ontstaan uit de combinatie van de goederentrams, door mankracht voortbewogen erts- of goederenbaantjes, en de Omnibus, door paarden voortgetrokken koetsen. Aan de Omnibus werd het idee ontleend van regelmatig personenvervoer via een vaste route. Aan de goederentram werd het idee ontleend van een wagen die over eigen, vaste rails door de straat loopt, zodat die geen hinder heeft van de slechte bestrating, wat in de oude binnensteden in de 19e eeuw een voorwaarde was voor een rustige rit. De eerste personentram reed in 1832 in Manhattan, in New York in de Verenigde Staten. Echter, de rails, die wel 15 cm hoog staken waren in het begin een duidelijke belemmering en het grote succes kwam dan ook pas nadat Alphonse Loubat in 1852 de groefrail uitvond, waardoor de rails gelijk gelegd konden worden met het straatoppervlak.
Tegen het einde van de 19e eeuw werden streektrams mogelijk door het gebruik van stoomtrams. De lijnen in de stad werden meestal nog bereden door paardentrams. Rond de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw veranderde dit toen de meeste paardentramnetwerken in Europa geëlektrificeerd werden. Ook veel stoomtramlijnen werden geëlektrificeerd, waardoor de streektram tot een goedkopere variant van de spoorweg werd, die het spoorwegnet in de landelijke gebieden aanvulde.
geëlektrificeerd
In de Verenigde Staten deed zich een andere ontwikkeling voor. Nadat Andrew Smith Hallidie op 1 augustus 1873 de eerste kabeltram had laten rijden, werd dit systeem in meerdere grote steden in de VS in gebruik genomen. Hoewel de kabeltram duidelijke voordelen had boven zowel de paardentram als de stoomtram, werd er in Europa nauwelijks gebruik van gemaakt, onder andere omdat de Europese steden meestal de lange rechte lijnen ontbeerden die voor kabeltrams noodzakelijk waren. Ook de kabeltram werd grotendeels door de elektrische tram verdrongen. Kabeltrams in Europa zijn nog te zien in Lissabon (Portugal). In Amerika zijn zij nog in San Francisco aan te treffen.
Tussen de twee wereldoorlogen kwam de klad erin: de jaren twintig en dertig was de tijd dat iedereen een bus kon kopen en een lijndienst kon opstarten. Vooral streektrams konden de concurrentie niet aan. De stadstram kwam over het algemeen pas na de Tweede Wereldoorlog in de verdrukking door het oprukkende autoverkeer.
In de jaren tachtig en jaren negentig keerde het tij voor de tram: nieuwe netwerken werden aangelegd en bestaande netwerken werden uitgebreid en kregen zo veel mogelijk een vrijliggende baan.
In de laatste jaren is de tram in vele Europese steden waar daarvoor de trambedrijven opgeheven waren zelfs weer ingevoerd. De tram werd onder andere heringevoerd in diverse Franse steden Parijs, Orléans, Straatsburg en Lyon en in Britse steden Londen, Birmingham, Manchester, Sheffield en Nottingham. In Frankrijk kreeg de tram echter ook meteen weer concurrentie van de bandentram.
Ook het comfort van de tram is de laatste jaren sterk verbeterd. Zo worden vooral lagevloertrams (zoals de HermeLijn in Vlaanderen) aangeschaft. Deze hebben een verlaagde vloer waardoor geen treden hoeven worden te worden genomen bij het in- en uitstappen waardoor mensen met een kinderwagen, rolstoelgebruikers en mensen die slecht ter been zijn zelfstandiger en vlotter kunnen instappen. Dit komt ook de dienstuitvoering ten goede.
Technische evolutie
rolstoel
De trams van eerste generatie (eeuwwisseling - jaren '30) hadden meestal twee assen. In de beginjaren hadden ze nog open balkons voor en achter. Het koetswerk was meestal van hout, hoewel ook stalen trams hun intrede deden. Zeer toepasselijk kregen deze trams tweeasser als aanduiding. De tweeassers werden vooral na de Tweede Wereldoorlog door de volgende generatie trams snel verdrongen. Toch kon men ze in sommige steden (vooral in oostbloklanden) nog tot in de jaren '80 zien.
rolstoel]
In de jaren '20-'30 kwam er een opvolger van de tweeasser: de tram op draaistellen. Zulke trams bestaan ofwel uit één rijtuig (hier zijn de PCC's, die men in Gent en Antwerpen ziet, een mooi voorbeeld van), ofwel zijn ze uit twee of drie rijtuigen samengesteld, die door een soort "harmonica" verbonden zijn. In dit geval spreekt men van gelede tram. Trams met draaistellen (zowel uit één rijtuig bestaande als gelede) werden het meest voorkomende tramtype.
gelede tram]
De derde generatie trams zijn de zogenoemde lagevloertrams. Zoals de naam het zelf zegt, worden zulke trams gekenmerkt door een lage vloer, zodat het instappen, vooral voor bejaarden en gehandicapten, vergemakkelijkt wordt. Men kan de vloer laag maken door de elektrische uitrusting zo veel mogelijk op het dak te plaatsen. Alleen de motoren bevinden zich onder de vloer. De vloer is niet altijd over gehele lengte laag: boven de draaistellen (en dus ook de motoren)is er verhoging (hier is de HermeLijn een goed voorbeeld van). Soms werden oudere gelede trams tot semi-lagevloertrams omgebouwd door tussen de rijtuigen een lagevloermiddenbak te plaatsen. Zo zijn bijvoorbeeld de trams van de Belgische Kustlijn omgebouwd.
Een nieuwere ontwikkeling is de 100% lagevloertram. Hier zijn geen verhoogde vloerdelen meer aanwezig, maar kunnen ook geen draaistellen meer worden toegepast. Deze trams hebben dan ook losse wielen die ingebouwd zijn in wielkasten in de wagenbak. Dit is een technisch zeer complexe constructie.
- Meer gedetailleerd - zie Lagevloertram
- Meer gedetailleerd - zie Trammotorwagens
Belgische tramgeschiedenis
De eerste (paarden)tram reed in België in 1867 te Brussel. In 1877 werd de Brusselse paardentram opgevolgd door de stoomtram. De eerste Belgische elektrische tram reed in 1894, alweer in Brussel.
In de laatste decennia van de 19e eeuw en de eerste decennia van de 20e eeuw werd over geheel België een uitgestrekt net van Buurttrams aangelegd. De meeste lijnen waren stoomtrams. In de loop der 20e eeuw werden vele drukkere lijnen geëlektrificeerd. Minder drukke lijnen kregen motortractie. In de tweede helft van de 20e eeuw werden de meeste tramdiensten buiten de grote steden vervangen door busdiensten.
Het buurttramnet werd vanaf 1885 uitgebaat door de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) / Societe National de Chemins de fer Vicinaux (SNCV). In 1991 werd dit bedrijf opgedeeld in De Lijn (Vlaanderen) en de TEC (Wallonië).
Stadstrams zijn er nu nog in Antwerpen, Gent en Brussel. Vroeger waren die ook te vinden in onder andere Charleroi, Luik en Verviers.
Nederlandse tramgeschiedenis
Op 25 juni 1864 reed de eerste tram in Nederland: een paardentram van de DTC (Dutch Tramway Company). De tramlijn liep van Den Haag naar Scheveningen. Tegenwoordig is dit traject nog steeds in gebruik als tramlijn 1 (voorheen 9, daarvoor lijn 8).
De eerste elektrische tram in Nederland, een accutram, reed in 1890 tussen Den Haag en Scheveningen over de route van de huidige tramlijn 1 (voorheen lijn 9).
In 1899 reed tussen Haarlem en Zandvoort de eerste elektrische tram met bovenleiding van de ENET (Eerste Nederlandsche Electrische Tram-Maatschappij). Dit was het begin van de tramlijn Amsterdam - Haarlem - Zandvoort van de ESM (Electrische Spoorweg Maatschappij), later NZH. De eerste elektrische stadstram reed op 14 augustus 1900 in Amsterdam, tussen Leidscheplein en Haarlemmerplein. Op 6 augustus 1904 startte de Haagse "beugeltram" (er was al een accutram sinds 1890). Ook andere steden kregen elektrische (stads)trams: Rotterdam op 18 september 1905, Utrecht in 1906, Haarlem en Groningen in 1910, Arnhem en Nijmegen in 1911 en Leiden en Enschede in 1913.
1913, omstreeks 1960.]]
Buiten de grote steden kwamen er veel stoomtramverbindingen tot stand, die later werden vervangen door elektrische trams of motortrams of door autobussen.
De belangrijkste elektrische trambedrijven waren die van de Haagsche Tramweg Maatschappij HTM (tussen Den Haag, Rijswijk, Voorburg en Delft, respectievelijk Wassenaar en Leiden, zie Gele Tram), de Noordzuidhollandse Tramweg Maatschappij NZH (tussen Scheveningen, Den Haag, Leiden, Katwijk, Noordwijk, Haarlem, Zandvoort, Amsterdam, Purmerend en Volendam, zie Blauwe Tram), voorts de Nederlandse Buurtspoorweg Maatschappij NBM (tussen Utrecht, De Bilt, Zeist, Amersfoort, Driebergen, Rhenen en Arnhem) en de Limburgse Tramweg Maatschappij LTM (tussen Roermond, Hoensbroek, Brunssum, Heerlen en Kerkrade).
De belangrijkste stoomtrambedrijven waren de Nederlandse Tramweg Maatschappij NTM in Friesland, Oostelijk Groningen OG, Eerste Drentse Stoomtram EDS, Gelderse Tramwegen GTW, Gooische Tramweg Maatschappij (GTM), Rotterdamse Tramweg Maatschappij RTM (Zuidhollandse en Zeeuwse eilanden), Zeeuws Vlaamse Tramweg Maatschappij ZVTM, Brabantse Buurtspoorwegen en Autobusdiensten BBA en Limburgse Tramweg Maatschappij LTM. Diverse stoomtrambedrijven hadden later ook motortractie of gingen er zelfs (bijna) geheel op over (GTM, RTM). De meeste van deze trambedrijven eindigden hun tramdiensten tussen 1935 en 1957. Alleen de RTM hield het met motortrams als laatste nog vol tot 14 februari 1966.
Uitsluitend in de drie grote steden Amsterdam, Roterdam en Den Haag bleven elektrische trams rijden. In 1983 werd een nieuwe sneltramlijn Utrecht-Nieuwegein/IJsselstein geopend.
Infrastructuur
De tram krijgt elektriciteit van de bovenleiding. De spanning bedraagt 600 volt, of bij modernere systemen 750 volt, gelijkstroom. De stroomafname gebeurt met een pantograaf, soms ook via een derde rail. Vroeger werd echter ook een sleepbeugel of een trolleystang gebruikt.
In het Franse Bordeaux wordt echter op sommige gedeeltes van het tramnet een derde rail i.p.v. de bovenleiding gebruikt. Om elektrocutiegevaar te voorkomen, is er een speciaal systeem ontworpen, dat ervoor zorgt dat alleen het gedeelte, dat zich op dat moment onder de tram bevindt, onder de spanning staat.
De spoorwijdte is veelal 1.000 mm (meterspoor) of 1435 mm (normaalspoor). Afwijkende spoorwijdten in Europa zijn bijvoorbeeld: 900 mm, 1067 mm, 1100 mm. In GOS-landen hebben de meeste trambedrijven de spoorwijdte van 1524 mm.
Zie ook:Elektrificatie
Status
Verkeersregels
Volgens de Nederlandse wet kunnen tramwegen onderverdeeld worden in stadstramwegen en de lokale tramwegen.
Voor de stadstram geldt het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, afgekort als RVV. De Stadstram kent geen maximum snelheid omdat er in het RVV alleen een maximumsnelheid voor motorvoertuigen is vastgelegd.
Stadstrams zijn te vinden in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Ook de Rotterdamse sneltram in de Alexanderpolder is volgens de wet een stadstram.
Voor de tramweg zijn bedrijfsvoorschriften wettelijk verplicht en worden door de minister vastgesteld. Zo wordt ook de maximumsnelheid in deze voorschriften vastgelegd (artikel 56 Tramwegreglement 1920).
Externe link: [http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Tramwegreglement Tramwegreglement uit www.wetten.nl]
Technische eisen
Aan stadstrams worden in Nederland niet of nauwelijks technische eisen gesteld. In Duitsland moeten trams voldoen aan de BOStrab-eisen (Straßenbahn-Bau- und Betriebsordnung). Bij gebrek aan Nederlandse regelgeving, voldoen Nederlandse trams aan deze BOSTRAB-normen. In de BOStrab worden bijvoorbeeld zandstrooiers, een alarmbel en richtingaanwijzers verplicht gesteld.
Externe link: [http://www.wedebruch.de/gesetze/persbef/bostrab1.htm BOStrab richtlijnen (in het Duits)]
Trams in Nederland
Duitsland
Duitsland
Duitsland
In Nederland zijn drie steden met een stadstrambedrijf te vinden:
- Amsterdam (GVB; zie ook Amsterdamse tram)
- Den Haag (HTM; zie ook Haagse tram)
- Rotterdam (RET; zie ook Rotterdamse tram)
sneltrams in Amsterdam, Rotterdam en in de provincie Utrecht.
De interlokale tramwegen in Nederland zijn:
- Sneltram Utrecht-Nieuwegein/IJsselstein,
- De Amstelveenlijn (tramlijn 5 en Sneltram 51)
- HTM-tramlijn 1 naar Delft (Tanthof)
- De museumtramlijn 's-Heer Arendskerke-Sloehaven
Zie ook Lijst van tramsteden in Nederland.
Houten
Houten heeft sinds januari 2001 de kortste tramlijn van Nederland. De 1,9 km lange lijn loopt parallel aan de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch en verbindt station Houten met Houten Castellum. De lijn is echter van tijdelijke aard en een voorschot op de spoorverdubbeling op eerdergenoemd spoorbaanvak. Omdat een extra stop met de stoptrein niet in te leggen was op dit drukke baanvak heeft men besloten op een extra spoortje een tram te laten rijden. De tram is eigendom van HTM en wordt verhuurd aan NS Reizigers. Het rijdend personeel is afkomstig van het Gemeente Vervoerbedrijf Utrecht.
Gouda-Alphen a/d Rijn
Gemeente Vervoerbedrijf Utrecht
Vanaf voorjaar 2003 worden er Zweedse A32-trams ingezet op het baanvak Gouda - Alphen aan den Rijn. Deze proef van HTM en NS Reizigers moet uitwijzen of het mogelijk is trams ("lightrail" voertuigen) in te zetten tussen conventionele reizigerstreinen ("heavy rail"). De proef is het begin van de Rijn-Gouwe-Lijn, een lightrailproject waar trams op NS spoor rijden tot NS-station Leiden Lammenschans en vandaar de straat op gaan door de binnenstad van Leiden en dan verder als sneltram door naar Katwijk aan Zee, met een aftakking naar Noordwijk aan Zee. Het plan is gebaseerd op het tram-treinsysteem van Karlsruhe.
Zie ook: RijnGouweLijn
Trams in België
In België zijn vijf trambedrijven te vinden, waarvan er twee overblijfselen zijn van een streektramnet. In Brussel rijdt men op normaalspoor. De andere trambedrijven rijden op meterspoor. De bovenleidingspanning is 600 volt.
Zie ook Lijst van tramsteden in België.
Stadstrams
- Antwerpen
- Brussel
- Gent
Vlaamse Kust
De Kusttram is een overblijfsel van de buurtspoorwegen zoals die vroeger in heel België te vinden waren. De tramlijn loopt van Knokke via Oostende naar De Panne.
Charleroi en omgeving
In Charleroi ligt nog een restant van de voormalige buurttram in Henegouwen gecombineerd met premetrotunnels. De exploitant is TEC (Transport en Commun).
Het grootste deel van de lijnen wordt als premetro geëxploiteerd, maar van de lijnen 88 en 89 wordt op het deel tussen Pétria een Anderlues over de oude tramlijn gereden.
Ook de lijn van Beaux-Arts tot het depot in Jumet is een oude tramlijn. Momenteel wordt deze alleen gebruikt voor het vervoer van trams tussen het metronet en het depot, maar in de toekomst wordt deze lijn tot aan Gosselies ook weer voor reizigersvervoer geëxploiteerd. Deze lijn volgt voor het grootste deel het tracé van de Brusselsesteenweg.
Zie ook: Métro Léger de Charleroi.
Trams in Duitsland
In Duitsland zijn er zo'n 60 trambedrijven. Zie Lijst van tramsteden in Duitsland. In sommige Duitse steden is het tramnet gedeeltelijk verbouwd tot Stadtbahn, een kruising tussen metro en sneltram.
Weetjes over trams
sneltram
- Het grootste tramnet ter wereld vindt men in Russische Sint-Petersburg. In 2002 had de stadstramnet een totale lengte van 691 km, dat komt op 64 verschillende lijnen neer. Het net wordt bediend door 2402 trams - ook een record.
- De oudste nog in normale dienst blijvende trams zijn de Motorwagens 1 en 2 van Manx Electric Railway (Isle of Man). Ze dateren uit 1893 en zijn in dienst op 28,5 lange interlokale lijn tussen dorpen Douglas en Ramsey
- De langse tramreis is die van St. Tönis (Krefeld) naar Witten, in Duitsland. De route is 105,5 km lang en kan op ongeveer 5,5 uur (met acht overstappen) afgelegd worden.
- De langste tramreis zonder overstappen kan men ondernemen door de Kusttram (Knokke - Oostende - De Panne) in België te nemen. Met 60 haltes en 67 kilometers is dat de langste tramlijn ter wereld.
Gerelateerde onderwerpen
- Lijst van steden waar trams rijden of ooit reden
Categorie:Openbaar vervoer Categorie:Stads- en streekvervoer Categorie:Tram
ja:路面電車
ko:노면전차
Tramlijn 10 (Rotterdam)Tramlijn 10 is de museumtramlijn van Rotterdam, in de zomermaanden wordt deze rondrit verzorgd door de stichting RoMeO.
Externe links
- [http://www.lijn10.nl/lijn10.htm lijn10]
- [http://www.ret.rotterdam.nl Website van de RET]
Categorie:Rotterdamse tram
WoluweDe Woluwe is een zijriviertje van de Zenne en behoort tot het stroomgebied van de Schelde.
Ze ontspringt in Watermaal-Bosvoorde in het zuid-oosten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ter hoogte van de Kattenberg op een hoogte van ongeveer 70 m. Vervolgens stroomt de Woluwe op grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest doorheen Oudergem, Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Lambrechts-Woluwe. Ter hoogte van het Hof Ten Bergaarde-Woluwedal, Zaventem, stroomt de Woluwe de provincie Vlaams-Brabant binnen. De Woluwe stroomt doorheen Sint-Stevens-Woluwe, Kraainem, Zaventem, Diegem, Machelen en Vilvoorde, waar ze uitmondt in de Zenne op een hoogte van 16 m.
De lengte van de Woluwe bedraagt 10,55 km. De waterlopen die in de Woluwe uitmonden zijn: de Vuilbeek, de Kleine Maalbeek (in Kraainem), de Trawool, de Vondelgracht, en het Toevoerkanaal (wachtbekken Trawool).
Haar loop wordt door veel molens opgesmukt, waaronder de schilderachtige "Lindekemalemolen" te Sint-Lambrechts-Woluwe.
De gemeenten Sint-Pieters-Woluwe, Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Stevens-Woluwe zijn naar dit riviertje genoemd.
Externe links
- [http://www.vlaamsbrabant.be/levenenwonen/waterbeleid/waterbeleidCONTENT.jsp?page=5031 Deelbekken Woluwe (Vlaams-Brabant)]
- [http://www.ibgebim.be//nederlands/contenu/content.asp?ref=1092 Kaart (Brussel)]
Categorie:Rivier in België
Tervuren
Tervuren is een plaats en gemeente in de provincie Vlaams-Brabant. De gemeente telt ruim 20.500 inwoners.
In Tervuren vind je het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika met een prachtig vijverpark.
Koning Leopold II liet na de wereldtentoonstelling van 1897 aan architect Girault de opdracht geven om een museum voor Afrikaanse kunst te ontwerpen. Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika werd tussen 1904 en 1910 opgetrokken aan de rand van het park van Tervuren, het vroegere jachtdomein van de hertogen van Brabant nabij het Zoniënwoud.
Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika herbergt uitzonderlijke collecties. Zo beschikt het onder andere over 's werelds rijkste en meest befaamde verzameling etnografische voorwerpen uit Centraal-Afrika en over het volledige archief van Henry Morton Stanley. De wetenschappers werken in vijf verschillende domeinen : culturele antropologie, zoölogie, geologie, geschiedenis en land- en bosbouweconomie. Verschillende wetenschappelijke databanken zijn voor het publiek toegankelijk. Zo beheert Metafro InfoSys een enorme metadatabank die een catalogus van gegevensbronnen over Centraal-Afrika bevat.
Koninklijk Museum voor Midden-Afrika
Tervuren kent minderheden van EU-burgers, Amerikanen, Britten (mede door de lokale Britse school) en Franstaligen. De eerste groep bestaat deels uit tijdelijk hier verblijvenden, werkend voor internationale bedrijven of organisaties. De Franstalige minderheid bestaat vooral uit inwijkelingen uit Brussel en Wallonië.
Overige kernen
Duisburg, Moorsel en Vossem.
Externe links
- [http://www.tervuren.be Website van de gemeente]
- [http://www.africamuseum.be/museum/visitor Koninklijk Museum voor Midden-Afrika]
Categorie:Plaats in Vlaams-Brabant
Electrische Museumtramlijn Amsterdam
De Electrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) exploiteert een dienst met historische elektrische trams tussen het Haarlemmermeerstation, Amstelveen en Bovenkerk. Dit is het laatst overgebleven restant van de vroegere Haarlemmermeerspoorlijnen.
De museumlijn werd geopend op 20 september 1975 in het kader van het eeuwfeest van de Amsterdamse tram. In eerste instantie werd op een 1200 meter lang deel van de lijn gereden tot aan de Ringweg Zuid. In de volgende jaren werd de tramdienst geleidelijk verlengd, nadat de spoorlijn geschikt was gemaakt voor het rijden met elektrische trams. Hiertoe werd de lijn van bovenleiding voorzien en werden wisselplaatsen en halteperrons aangelegd.
In 1979 werd het Jollenpad bereikt, in 1981 ging de tram doorrijden naar de Kalfjeslaan, waarmee ook op enkele haltes bij het Amsterdamse Bos gestopt werd. In 1983 kwam de verlenging naar het station van Amstelveen in gebruik. De museumtramlijn bereikte hiermee een lengte van 5,7 kilometer. De laatste verlenging betrof die naar Bovenkerk in 1997, waarmee de totale lengte op bijna 7 kilometer kwam.
De tramdienst wordt uitgevoerd op zon- en feestdagen tussen april (Pasen) en eind oktober. In de zomervakantie wordt ook een beperkte dienst op andere dagen verzorgd.
1997
Voor de dienst op de museumtramlijn worden oude elektrische trams ingezet uit Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen, Wenen, Graz en Praag, waarvan de bouwjaren liggen tussen circa 1910 en 1970.
Externe links
- [http://www.museumtram.nl/ Electrische Museumtramlijn]
- [http://www.museumtram-amsterdam.nl/ Museumtrams in Amsterdam]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
Categorie:Nederlandse spoorlijn
Categorie:Toeristische spoorweg
Categorie:Amsterdamse tram
Categorie:Museum in Amsterdam
Categorie:Trammuseum
Categorie:Tram
Nederlands Openluchtmuseum
Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem geeft een mooi beeld van het leven in Nederland gedurende de laatste eeuwen. Wonen en werken van de Nederlanders worden aan de hand van veelal verplaatste originele gebouwen in beeld gebracht. Ook tal van gebruiksvoorwerpen, oude ambachten en klederdrachten zijn tentoongesteld.
Het openluchtmuseum kwam tot stand mede dankzij Frederic Adolph Hoefer, en opende in 1918 haar deuren.
In 1987 leek het er even op dat het Openluchtmuseum haar deuren moest sluiten, als gevolg van sterk teruglopende bezoekersaantallen. Na een flinke reorganisatie, waarbij naast het leven op het platteland ook de industriële ontwikkeling aandacht kreeg, kon het museum haar bestaansrecht toch behouden.
In 1996 werd op het terrein van het museum een tramlijn aangelegd. Dankzij deze ringlijn kunnen ook bezoekers die minder goed ter been zijn gemakkelijker de verder van de hoofdingang gelegen delen van het museum bezoeken. Een replica van een kwart van de in 1944 verwoeste Arnhemse tramremise werd gebouwd. Ook een Arnhemse tram uit 1929 werd gereconstrueerd. Deze kwam in 1998 in gebruik.
In mei 2005 won het Nederlands Openluchtmuseum de Europese prijs voor het Museum van het Jaar 2005. De prijs werd in Brussel uitgereikt door voormalig koningin Fabiola. Het is een "excellent voorbeeld voor andere klassieke musea die nieuwe wegen willen inslaan", aldus de jury.
Externe links
- [http://www.openluchtmuseum.nl Officiële website]
- [http://www.museumtramarnhem.blogspot.com/ Museumtram Arnhem]
- [http://www.hollandinvideo.nl/index.html?deeplink=5&provincie=gelderland Filmpje over het Openluchtmuseum op Holland in Video]
Categorie:Arnhem
Categorie:Museum in Nederland
Museumstoomtram Hoorn-MedemblikDe Museumstoomtram Hoorn-Medemblik voert met historisch stoomtrammaterieel een dienst uit tussen Hoorn en Medemblik.
De eerste ritten met museummaterieel werden hier in 1968 gemaakt. In de daarop volgende jaren ontwikkelde zich het stoomtrambedrijf zoals we dat nu kennen. De stoomtramverbinding is onderdeel van de ‘Historische Driehoek’, een dagtocht die men kan maken tussen de Westfriese steden Hoorn, Medemblik en Enkhuizen, waarbij tussen Medemblik en Enkhuizen een bootdienst wordt ingezet en voor de derde zijde van de driehoek gebruik gemaakt wordt van de NS-treindienst.
Het stoomtrambedrijf herinnert aan de vele stoomtrambedrijven zoals die tussen 1879 en 1966 in Nederland bestonden. Als leidraad voor de stoomtram wordt het jaar 1926 aangehouden.
De Stoomtram Hoorn-Medemblik beschikt over een belangwekkende collectie historisch stoomtrammaterieel, waaronder twee rijvaardige vierkante stoomtramlocomotieven, locomotief 8 van de voormalige HTM (gebouwd door Machinefabriek Breda) en locomotief 18 van de voormalige GSM (gebouwd door Henschel). Voorts de Verhoop-locomotief LTM 26 en loc NS 7742 ‘Bello’, afkomstig van de in 1955 opgeheven tramlijn Alkmaar - Bergen aan Zee. Andere rijvaardige stoomlocomotieven zijn de ‘La Meuse’ loc 5, en de ‘Jung’ locomotieven 16 en 30.
Ook bezit de museumtram een fraaie collectie houten stoomtramrijtuigen, waaronder de 21 en 22 van de GSM, de 370 en 395 van de RTM, de AB 6 van Zutphen-Emmerik (ZE) en de C205 van de Friese Tram (NTM).
Verder is nog een flink aantal goederentramwagens gerestaureerd, veelal uit teruggevonden wagenbakken, die na opheffing van trambedrijven nog tientallen jaren als schuurtjes dienstdeden.
Niet alleen het rollend materieel, maar ook de entourage van de lijn draagt bij tot het historische karakter van de tramdienst, zoals de gerestaureerde stationsgebouwen te Wognum, Twisk en Opperdoes en het seinhuis te Hoorn
In Hoorn bevindt zich ook het Kenniscentrum over de Geschiedenis van de Stoomtram in Nederland: Het Stoomtram Documentatie Centrum (SDC).
Externe links
- [http://www.museumstoomtram.nl/ Museumstoomtram Hoorn - Medemblik]
- [http://www.stoomtrams.ontheweb.nl/ STOOMTRAMOnline]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
- [http://www.museummaterieel.nl/ Online Nederlands Museummaterieel Database]
Categorie:Museum in Nederland
Categorie:Nederlandse spoorlijn
Categorie:Toeristische spoorweg
Categorie:Trammuseum
Categorie:Tram
categorie:Hoorn (Noord-Holland)
categorie:Medemblik
categorie:Enkhuizen
Stichting voorheen RTMDe Stichting voorheen RTM voert tussen de De Punt op het eiland Goeree en Port Zélande (Ouddorp) op de Brouwersdam een tramdienst uit met historisch materieel van de vroegere Rotterdamse Tramweg Maatschappij (RTM). Dit is de enige in Nederland overgebleven lijn op ‘Kaapspoor’, met een spoorwijdte van 1067 mm, waarop vroeger veel Nederlandse tramlijnen waren aangelegd.
Na opheffing van de laatste tramlijnen van de RTM ten zuidwesten van Rotterdam in 1965-’66 zag de in 1965 opgerichte Tramweg-Stichting kans om een groot deel van het overgebleven trammaterieel over te nemen en te bewaren in Hellevoetsluis.
Dit betrof drie stoomlocomotieven, twee diesellocomotieven, twee dieselmotorwagens en een aantal houten rijtuigen en goederenwagens. Omdat er niet voldoende stallingsruimte beschikbaar was moest het materieel hier in de openlucht worden opgesteld, wat de staat van onderhoud niet ten goede kwam. Onder moeilijke omstandigheden werd een korte tramlijn over het vroegere tracé aangelegd waarop tussen 1968 en 1988 regelmatig werd gereden. Ondertussen werd een deel van de oude trams gerestaureerd.
In 1989 zag men kans om te verhuizen naar De Punt in de gemeente Goedereede, waar betere mogelijkheden waren om het museumbedrijf uit te bouwen. Hier werd een groot remisegebouw neergezet waar het materieel ondergebracht kon worden. Door het duingebied en over de Brouwersdam werd een 6 kilometer lange nieuwe tramlijn aangelegd naar Kabbelaarsbank, bij het vakantiepark Port Zélande, die gereed kwam in 1996. Sinds de verhuizing naar de huidige locatie is het museumtrambedrijf opgebloeid.
In 1999 werd van de Zillertalbahn in Oostenrijk het vroegere tramstel de ‘Sperwer’ overgenomen, gerestaureerd en in 2005 in dienst gesteld. Sinds enkele jaren zijn de RTM-voertuigen uit de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum bij de RTM ondergebracht.
Er wordt gewerkt aan een verlenging naar Middelplaat-Haven, waar aansluiting kan worden gegeven op en rondvaartboot.
Materieel
Stoomlocomotieven
50, 54, 56;
57 (eigendom NSM)
Dieseltractie
M 67 (eigendom NSM),
ABD 1602 "Reiger",
M 1651 "Puttershoek",
MABD 1804 "Kievit",
MD 1805 "Meeuw",
MBD 1700 EB 1701-1702 "Sperwer"
Rijtuigen en wagens
Voorts 16 tramrijtuigen en 23 goederenwagens, alle afkomstig van de RTM.
Externe links
- [http://www.rtm-ouddorp.nl/ Museum R.T.M. Ouddorp]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
RTM
RTM
RTM
RTM
Thuin
Thuin is een historische vestingstad ten zuidwesten van Charleroi in de Belgische provincie Henegouwen. Thuin is de hoofdplaats van het arrondissement Thuin en ligt in de historische streek Thudinië. De stad telt ruim 14.500 inwoners.
De stad werd gebouwd op een heuvel die de Samber en de Biesmelle scheidt. De ligging is daarom bijzonder mooi.
De stad is verdeeld in 'la Ville-Haute' en 'la Ville-Basse': de bovenstad en de benedenstad. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn de stadswallen (met Notgertoren) en het belfort uit de 17e en 18e eeuw (vroeger de toren van de collegiale kerk).
Het belfort staat sinds 1999 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
Geschiedenis
UNESCO Thuin is een heel oude stad. Een gallo-romeinse begraafplaats, ontdekt in de wijk Petit Paradis, bewijst de Romeinse aanwezigheid in de 2e en 3e eeuw. Onder de naam Tudinium Castellum wordt ze voor het eerst vermeld in de 9e eeuw, als eigendom van de abdij van Lobbes: de versterkte bovenstad diende in tijden van nood als vluchtoord voor de monniken, en ze bleef dan ook nauw verbonden met de geschiedenis van de abdij.
In 888 ging ze samen met Lobbes deel uitmaken van het bisdom Luik. De stad bereikte haar grootste bloeiperiode onder prinsbisschop Notger (10e – begin 11e eeuw), die haar snel van indrukwekkende vestigingwerken voorzag, gezien haar strategische ligging aan de grens van zijn prinsbisdom. Sindsdien behoorde Thuin tot de bonnes villes van het prinsbisdom Luik.
De naburige abdijen van Lobbes en Aulne hadden allebei in de 16e eeuw een refugiehuis te Thuin, dat nog steeds bestaat (in de Grande-Rue in de bovenstad, resp. de huisnummers 27/29 en 22). In dat van Lobbes werd het postgebouw ondergebracht. Meer dan eens werd de stad belegerd en verwoest, o.m. door de troepen van Lodewijk XIV in 1675.
Evenementen
1675 De derde zondag van mei wordt in Thuin de militaire mars ter ere van de heilige Rochus gehouden. Dit folkloristische gebeuren vindt zijn oorsprong in 1654, toen de stad belegerd werd door de Spanjaarden, en op wonderbaarlijke wijze van hongersnood en ziekte gered zou zijn door de heilige Rochus, beschermheilige van de melaatsen. Als dank wordt zijn beeld (nog steeds bewaard in de kerk van Notre-Dame del Vaux in de benedenstad) ieder jaar in processie door de stad gevoerd. In 1866, toen Thuin bedreigd werd door een epidemie van cholera, zou Sint-Rochus zelfs een tweede maal de stad gered hebben.
Gastronomie
De spantôles, een soort biscuits, is de lokale specialiteit van Thuin. De lekkernij kreeg haar naam van La Spantôle, een kanon (te zien in de rue Alphonse-Liégois) dat door de inwoners in 1654 zou buitgemaakt zijn op de troepen van Condée, toen in dienst van de Spaanse koning. Volgens andere bronnen zou het echter veel ouder zijn, en uit 1466 dateren. De naam Spantôle lijkt een verbastering te zijn van het Spaanse espantoso (d.i. angstaanjagend).
Externe links
- [http://www.thuin.be Officiële webstek van de gemeente Thuin]
Categorie:Plaats in Henegouwen
Categorie:Stad in België
België
|
|-
|
|{| style="float: right; clear: right;" border=0
|
|{| align="right"
|-----
| Gewesten (hieronder)
Afbeelding:Gewestenkaart.png
|-----
| Gemeenschappen (hieronder)
Afbeelding:Gemeenschappenkaart.png
|{{{{{{{
Haags Openbaar Vervoer Museum
Het Haags Openbaar Vervoer Museum (HOVM) is sinds 1989 gevestigd in een oude tramremise, de remise Frans Halsstraat te Den Haag. Deze remise is gebouwd in 1906 en is tot 1983 in gebruik geweest bij de Haagsche Tramweg Maatschappij (HTM).
Sinds 1983 is er het historisch trammaterieel van HTM gestald. Het gebouwencomplex staat sinds 1988 op de Rijksmonumentenlijst. In 1990 werd een omvangrijke restauratie afgerond zodat het gebouw nu weer te bewonderen is in de oorspronkelijke staat van 1906.
In het museum werken twee stichtingen (SHTM en HBM) samen om een beeld te geven van het tram- en busvervoer in Den Haag in het verleden, heden en toekomst.
In het zomerseizoen worden op zondagen vanuit het museum ritten met historische Haagse elektrische trams door Den Haag gehouden.
Externe links
- [http://www.hovm.nl/ Haags Openbaar Vervoer Museum]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
Categorie:Museum in Nederland
Categorie:Rijksmonument
Categorie:Tram
Categorie:Trammuseum
Categorie:Den Haag
Categorie:Haagse tram
Haagse tram
De Haagse tram wordt geëxploiteerd door de HTM Personenvervoer NV (voorheen NV Gemengd bedrijf Haagsche Tramweg-Maatschappij), welke, ondanks de naam, ook veel bussen exploiteert.
- 1 - Scheveningen Noorderstrand (Zwarte Pad) - Delft Tanthof
- 2 - Kraayenstein (Kraayensteinlaan) - CS - Leidschendam Leidsenhage (Sint Antoniushove)
- 3 - Laan van NOI - CS - Loosduinen (Arnold Spoelplein)
- 6 - Uithof - CS - Leidschendam Noord (Dillenburgsingel)
- 9 - Scheveningen Noorderstrand - Vrederust (De Dreef)
- 10 - Statenkwartier (Frankenslag) - Voorburg NS
- 11 - Scheveningen Haven (Strandweg) - Hollands Spoor
- 12 - HS - Duindorp (Markenseplein)
- 15 - CS - Nootdorp (Centrum)
- 16 - CS - Moerwijk (Loevesteinlaan)
- 17 - Statenkwartier (Frankenslag) - Rijswijk - Wateringse Veld (Lage Veld)
De lijn 15 en 16 vormen in feite één lijn. In het centrum gaat lijn 15 over naar lijn 16 of andersom.
Lijn 10 rijdt alleen maandag tot vrijdag in de spitsuren.
De spoorwijdte is 1435 millimeter, de bovenleidingspanning is 600 volt en het netwerk is geschikt voor eenrichtingtrams.
In de jaren zeventig kwam Den Haag met een plan voor de semimetro (in België premetro genoemd); het plan is inmiddels grotendeels verlaten al zijn er nog steeds 'resten' van te vinden, zoals de verhoogde baan tussen Ternoot en het Centraal Station en de aanleg van een (aanvankelijk lekkende) tramtunnel onder het centrum van Den Haag. Deze tramtunnel is op 16 oktober 2004 in gebruik genomen voor de lijnen 2, 3 en 6.
Materieel
Na de buitendienststelling van de laatste trams van de PCC-vloot in 1993, werd het Haagse tramnet jarenlang volledig gedomineerd door de 147 gelede trams GTL. Sinds december 2002 reden er acht trams uit Hannover die HTM gekocht heeft van het vervoerbedrijf Üstra. Deze werden tot voorjaar 2005 ingezet op lijn 11. In de toekomst zal de Regio-Citadis van RandstadRail gaan rijden op de lijnen 3 en 6. Voor toeristen in Den Haag is interessant dat men op zondagen in het zomerseizoen vanuit het Haags Openbaar Vervoer Museum ritjes met oude tot zeer oude trams kan maken, waarvan sommige veel bekijks trekken.
Nieuwe tramlijnen
De lijnen 15 en 17 zijn Agglonetlijnen die Den Haag sinds enkele jaren verbinden met omliggende Vinex-locaties, zoals Wateringse Veld bij Rijswijk (17) en Ypenburg/Nootdorp (15). In de toekomst zal lijn 9 of lijn 16 aftakken van de Melis Stokelaan en ook naar Wateringse Veld gaan rijden. In de toekomst komt er nog een Agglonetlijn: (lijn 8 of 19), die van Delft via Ypenburg en Leidschenveen naar Leidschendam gaat rijden.
Verder wordt het Haagse net over enkele jaren uitgebreid met de Zoetermeerlijn in het kader van Randstadrail. Dit zal samengaan met een hernummering van het lijnennet.
Lijnennet
Randstadrail
Categorie:Haagse tram
Categorie:Den Haag
categorie:Openbaar vervoer in Nederland
Categorie:Nederlands trambedrijf
Europa (continent)
Europa is de naam van het continent dat ten westen van Azië en ten noorden van Afrika ligt. Het wordt eveneens begrensd door de Arctische en Atlantische Oceaan. Het telde in 2000 ca. 728 miljoen inwoners. Daarmee is het in termen van bevolking het derde grootste continent na Azië en Afrika.
In termen van oppervlakte is Europa het op één na kleinste continent van de wereld. Totaal bestrijkt het een gebied van 10.400.000 km². Het is slechts een fractie groter dan het continent Australië. Horizontaal zijn de uitersten IJsland en Nova Zembla, verticaal zijn dat Frans Jozefland en Kreta.
Europa wordt in dit artikel gedefinieerd als:
- het Europees vasteland;
- de eilanden op het Europees continentaal plat;
- eilanden die niet op het Europees continentaal plat liggen maar gewoonlijk beschouwd worden als behorend tot Europa (aangeduid met (1));
- het Oeralgebergte, de Oeralrivier, de Kaspische Zee, het Kaukasusgebergte, de Zwarte Zee, de Bosporus, de Zee van Marmara en de Dardanellen worden gezien als de Europees-Aziatische grens.
Geografie
Europa heeft veel berggebieden, waaronder de Pyreneeën, de Alpen, de Karpaten, het Balkangebergte en de Kaukasus. De hoogste punten zijn de Elbrus (5633 m) in de Kaukasus en Mont Blanc (4807 m) in de Alpen. Het laagste punt van Europa (28 m onder zeeniveau) is de oppervlakte van de Kaspische Zee. Tussen het bergachtige Scandinavische schiereiland in het noorden en de Alpen in het zuiden ligt het Midden-Europese Hoogland dat door de grote Europese vlakte wordt omringd, zich uitstrekkend van de Atlantische kust van Frankrijk tot aan het Oeralgebergte.
Een groot deel van deze vlakte (die door minder belangrijke berggroepen en heuvels wordt onderbroken) heeft vruchtbare landbouwgrond; in het oosten en het noorden zijn er enorme steppen, bos, meren, en toendragebieden.
Gebieden
Europa kan in de volgende geografische gebieden worden onderverdeeld:
- Noord-Europa (IJsland, Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken);
- de Britse eilanden (het Verenigd Koninkrijk en Ierland);
- West-Europa (Frankrijk, België, Nederland, Luxemburg en Monaco);
- Zuid-Europa (Portugal, Spanje, Andorra, Italië, Malta, San Marino en Vaticaanstad);
- Midden-Europa (Duitsland, Zwitserland, Liechtenstein, Oostenrijk, Polen, de Tsjechische Republiek, Slowakije, en Hongarije);
- Zuidoost-Europa (Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Montenegro, Albanië, Macedonië, Roemenië, Bulgarije, Griekenland en het Europese deel van Turkije);
- Oost-Europa (Estland, Letland, Litouwen, Wit-Rusland, de Oekraïne, Moldavië, het Europese gedeelte van Rusland en het Europese gedeelte van Kazachstan);
- en de landen voorbij de Kaukasus: Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. al kunnen deze drie landen ook bij Azië gerekend worden.
Klimaat
Het klimaat van Europa varieert van subtropisch tot polair. Het mediterrane klimaat van het zuiden is droog en warm. De westelijke en noordwestelijke delen hebben een mild, over het algemeen vochtig klimaat, dat door de wind vanuit de Atlantische Oceaan wordt beïnvloed. In Midden- en Oost-Europa is het klimaat van een vochtig continentaal type met de koele zomers.
Economie
Europa is hoogst geïndustrialiseerd. De grootste industriezones worden gevonden in West- en Midden-Europa, Engeland, Noord-Italië, de Oekraïne, en Europees Rusland. Landbouw, bosbouw (in Noord-Europa) en visserij (langs de Atlantische kust) zijn ook belangrijk. Europa heeft een grote verscheidenheid aan mineralen: steenkool, ijzererts en zout zijn overvloedig. Olie en gas worden gevonden in Oost-Europa en onder de Noordzee. Voor de opwekking van elektriciteit wordt voornamelijk steenkool gebruikt, maar deze brandstofsoort wordt langzamerhand verdrongen door schonere brandstoffen.
Geschiedenis
:Hoofdartikel: Geschiedenis van Europa
Europa is de bakermat van de westerse cultuur. De beschaving in Europa heeft zich sinds oude tijden ontwikkeld en werd beïnvloed door oudere beschavingen in Mesopotamië en in Egypte. De Romeinse en Griekse culturen hebben een deel van de geschiedenis van het continent bepaald. Na de val van het Romeinse Rijk volgden de Middeleeuwen. De ontwikkeling van de beschaving van Europa versnelde zich in de Renaissance. In de geschiedenis is Europa het toneel geweest van vele grote en vernietigende oorlogen die zowel landelijke als stedelijke gebieden hebben verwoest. Hoewel Europa ooit bestond uit enorme en krachtige imperia en koninkrijken, verdeelden de succesvolle nationalistische opstanden (vooral in de 19e eeuw) het continent in vele soevereine staten. De politieke fragmentatie leidde tot de economische concurrentie en politieke geschillen tussen staten. Ondanks dat slaagden de Europese landen erin om een groot deel van de wereld te kolonialiseren en werden buiten Europa westerse staten gesticht.
Moderne geschiedenis
Na de Tweede Wereldoorlog werd Europa verdeeld in twee ideologische blokken (Oost-Europa, dat door de Sovjet-Unie werd overheerst, en West-Europa, dat door de Verenigde Staten werd overheerst). De Koude Oorlog woedde. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd gevormd als militair afschrikmiddel tegen de verspreiding van het communisme. De spanningen als gevolg van de Koude Oorlog werden in de jaren '60 minder, en de tekenen van normalisatie van oost-west-relaties verschenen in de jaren '70.
In West-Europa vormden zich de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM). De EEG heet sinds 1993 de Europese Unie en heeft een behoorlijke uitbreiding doorgemaakt, met name in het oosten van Europa.
Etymologie
In de oude Griekse mythologie, was Europa een Fenicische prinses die door een stiervormige Zeus werd ontvoerd en naar het eiland Kreta werd meegenomen, waar zij haar zoon Minos baarde. Voor Homerus was Europa (Grieks: Ευρώπη) een mythologische koningin van Kreta, niet een geografische benoeming. En omdat zij een Fenicische prinses was, is reeds volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotos deze mythe niet de oorsprong van de naam van het continent Europa.
Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de naam Europa een geografische oorsprong heeft: in de oudste tijden was Europe in het gebied van Boötië tot aan Macedonië de naam van een aardgodin en kwam deze naam daar ook als plaats- en riviernaam voor. Nadat eerst het noordelijke deel van Griekenland met de naam Europe is gaan aanduiden, werd dit vervolgens de naam voor het hele vaste land van Griekenland en uiteindelijk voor het hele Europese vasteland zoals dat door de Hellespont en de Bosporus van Azië en door de straat van Gibraltar van Afrika gescheiden was.
De term Europa wordt over het algemeen afgeleid uit het Griekse woorden die breed (eurys) en gezicht (ops) betekenen. Een minderheid, echter, ziet een Semitische oorsprong, afgeleid van het Semitische woord ereb wat "zonsondergang" betekent. Vanuit een gezichtspunt van het Midden-Oosten gaat de zon onder in Europa: het land in het westen.
Grieks
Tot Europa behoren de volgende gebieden:
- Åland-eilanden - Albanië - Alderney - Andorra - Azerbeidzjan (gedeelte ten noorden van het Kaukasusgebergte) - België - Bosnië-Herzegovina - Bulgarije - Cyprus 1 2- Denemarken - Duitsland - Engeland - Estland - Faeröer 1 - Finland - Frankrijk - Gibraltar - Griekenland - Guernsey - Hongarije - Ierland - IJsland 1 - Italië - Jan Mayen 1 - Jersey - Kazachstan (gedeelte ten westen van de Oeralrivier) - Kroatië - Letland - Liechtenstein - Litouwen - Luxemburg - Macedonië - Man - Malta - Moldavië - Monaco - Nederland - Noord-Ierland - Noorwegen - Oekraïne - Oostenrijk - Polen - Portugal - Roemenië - Rusland (gedeelte ten westen van het Oeralgebergte) - Sark - Schotland - San Marino - Servië en Montenegro - Slovenië - Slowakije -Spanje - Spitsbergen 1 - Tsjechië - Turkije (gedeelte ten westen en ten noorden van de Bosporus, de Zee van Marmara en de Dardanellen) - Vaticaanstad - Verenigd Koninkrijk - Wales-- Wit-Rusland - Zweden - Zwitserland
1 Alhoewel deze eilanden niet op het Europees continentaal plat liggen worden zij gewoonlijk toch beschouwd als behorend tot Europa.
2 Afhankelijk van de bron wordt Cyprus soms beschouwd als een Europees, dan weer als een Aziatisch land.
Categorie:Europa Categorie:Continent
als:Europa
ja:ヨーロッパ
ko:유럽
ms:Eropah
roa-rup:Evropa
simple:Europe
th:ทวีปยุโรป
zh-min-nan:Europa
Amerika (continent)
Amerika is een landmassa op het westelijk halfrond dat ten oosten van de Grote Oceaan en ten westen van de Atlantische Oceaan ligt. Amerika wordt over het algemeen onderverdeeld in Noord-, Zuid- en Midden-Amerika, alsook de Caraïben, de eilanden in en rond de Caraïbische Zee en Groenland. Daarentegen wordt IJsland om culturele en historische redenen niet tot Amerika gerekend.
De naam Amerika is afgeleid van de de Italiaanse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci (1454-1512). Een wereldkaart die in 1507 door Martin Waldseemüller werd gepubliceerd was de vroegst bekende publicatie waarin de naam werd gebruikt.
Zowel in het Engels als het Nederlands, worden met de termen Amerika en Amerikaan vaak slechts de Verenigde Staten van Amerika en haar inwoners bedoeld.
Status als continent
De classificatie van Amerika als één enkel continent in plaats van meerdere continenten staat ter discussie. Traditioneel worden in Engelstalige landen, alsook in Nederland, Noord- en Zuid-Amerika beschouwd als twee continenten. In veel andere landen wordt Amerika als één enkel continent gezien. Van de vijf ringen van de Olympische vlag die de vijf delen van de wereld vertegenwoordigen, wordt Amerika door één enkele ring gesymboliseerd.
Talen
Olympische vlag
Er worden diverse talen gesproken in Amerika. De meest gesproken talen zijn:
- Spaans, gesproken door ongeveer 350 miljoen mensen in vele landen, regio's en eilanden over het hele continent.
- Engels, gesproken door ongeveer 300 miljoen mensen in de Verenigde Staten, Canada, Belize en eilanden in de Caribische Zee
- Portugees, gesproken door ongeveer 185 miljoen mensen in Brazilië
- Frans, gesproken door ongeveer 7 miljoen mensen in Québec en 2 miljoen in de rest van Canada, de Caraïben (vooral in Haïti) en in Frans-Guyana.
- Guaraní, gesproken door ongeveer 6 miljoen mensen in Paraguay, en in bepaalde gebieden van Argentinië, Bolivia en Brazilië.
- Mapudungun (of Mapuche), gesproken door ongeveer 440.000 mensen in Chili en Argentinië.
- Aymará, volkstaal in de Andes, vooral in Bolivia.
- Nederlands, gesproken in de Nederlandse Antillen, op Aruba en in Suriname.
- Quiché en andere Maya-talen, volkstaal gesproken in Guatemala en het zuiden van Mexico.
- Quechua, volkstaal gesproken in Ecuador, Peru, Bolivia en het noorden van Chili en Argentinië.
- Haïtiaans Creools, creoolse taal, gesproken door ongeveer 7,8 miljoen mensen in Haïti.
- Nahuatl, volkstaal in Centraal-Mexico met 1,5 miljoen sprekers.
Zie ook
- Nieuwe Wereld
- Latijns-Amerika
Categorie:Amerika
ja:アメリカ州
ko:아메리카
simple:The Americas
th:ทวีปอเมริกา
zh-min-nan:Bí-chiu
Australië (land)
|
|-
|
|-
|
|{{{{
Jaren zestigDe jaren 60 (zestiger jaren) staan bekend als de protestjaren of
roaring sixties.
Jaren: 1960 – 1961 – 1962 – 1963 – 1964 – 1965 – 1966 – 1967 – 1968 – 1969
Decennia: 1950-60 – 1960-70 – 1970-80 Jaaroverzichten
Eeuwen: 19e eeuw – 20e eeuw – 21e eeuw.
----
Wetenschap en Techniek
De meest in het oog springende ontwikkeling is ongetwijfeld de ruimterace tussen de VS en de Sovjet-Unie met als hoogtepunt de eerste Maanlanding. De eerste kleurentelevisie en hifi radio. De eerste IC's worden ontwikkeld wat de computer binnen bereik van (vooralsnog rijke) particulieren brengt.
In de jaren zestig werden in hoog tempo de meeste overblijvende kolonies, vooral in Afrika, onafhankelijk. Met de onafhankelijkheid kwamen echter ook nieuwe problemen: Veel landen werden al snel politiek instabiel.
Ook waren de grenzen tussen de nieuwe landen koloniale grenzen, die vaak weinig of niets te maken hadden met de verdeling van de diverse bevolkingsgroepen over het gebied. In Congo (Leopoldville) probeerde de provincie Katanga zich onafhankelijk te maken, en kwam het tot een burgeroorlog. Wellicht nog bloediger was de Biafra-oorlog tussen Nigeria en de opstandige provincie Biafra (1967-1970).
Vietnam was na de onafhankelijkheid verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijke deel was communistisch, het zuidelijke deel was pro-Amerikaans. De verdeling was oorspronkelijk bedoeld tijdelijk te zijn, tot verkiezingen hadden plaatsgevonden, maar geen van beide helften leek van zins deze daadwerkelijk doorgang te doen vinden. Wel was er in het zuiden een communistische guerillagroep, bekend in het westen als de Vietcong.
De Amerikanen stuurden 'militaire adviseurs' naar Zuid-Vietnam, en raakte geleidelijk aan steeds meer betrokken in de oorlog. Uiteindelijk werd in 1964 de Amerikaanse aanwezigheid op grote schaal opgevoerd, met zowel grondtroepen als grootschalige luchtsteun. Ondanks steeds hardere militaire acties, slaagden Amerikanen en Zuid-Vietnamezen er niet in om de tegenstander echt terug te drijven.
In de Verenigde Staten ontstond er ook weerstand tegen de oorlog. Sommigen, vooral jonge linkse mensen, achtten de oorlog een foute inmenging in een binnenlands conflict. Hiertegenover stelde de gevestigde orde de dominotheorie: Als Vietnam communistisch werd, zouden vervolgens een voor een ook de andere landen in de regio volgen. Daarnaast waren er problemen wegens de vele doden die de oorlog eiste, het schijnbare gebrek aan vooruitgang, en berichten van ernstige mensenrechtenschendingen (zoals de moord in My Lai) door de Amerikanen en Zuid-Vietnamezen.
Richard Nixon trachtte de Amerikanen geleidelijk uit Vietnam terug te trekken, maar het duurde nog tot in 1973 een vredesakkoord werd getekend, voor de Amerikaanse militairen daadwerkelijk uit Vietnam vertrokken. Intern ging de oorlog echter verder, en in 1975-1976 werd Zuid-Vietnam door de Noord-Vietnamezen veroverd, waarna het land onder een communistische regering verenigd werd.
Andere gebeurtenissen in de jaren '60
- Snelle economische groei in het westen; opkomst van Japan als economische grootmacht
- Opkomst van de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten
- Jongerencultuur, provo, flower power
- in 1968 breekt de Hongkonggriep uit die tot 1970 ongeveer 1 miljoen mensen het leven kost
- Tweede Vaticaans Concilie
ja:1960年代
ko:1960년대
simple:1960s
Stichting voorheen RTMDe Stichting voorheen RTM voert tussen de De Punt op het eiland Goeree en Port Zélande (Ouddorp) op de Brouwersdam een tramdienst uit met historisch materieel van de vroegere Rotterdamse Tramweg Maatschappij (RTM). Dit is de enige in Nederland overgebleven lijn op ‘Kaapspoor’, met een spoorwijdte van 1067 mm, waarop vroeger veel Nederlandse tramlijnen waren aangelegd.
Na opheffing van de laatste tramlijnen van de RTM ten zuidwesten van Rotterdam in 1965-’66 zag de in 1965 opgerichte Tramweg-Stichting kans om een groot deel van het overgebleven trammaterieel over te nemen en te bewaren in Hellevoetsluis.
Dit betrof drie stoomlocomotieven, twee diesellocomotieven, twee dieselmotorwagens en een aantal houten rijtuigen en goederenwagens. Omdat er niet voldoende stallingsruimte beschikbaar was moest het materieel hier in de openlucht worden opgesteld, wat de staat van onderhoud niet ten goede kwam. Onder moeilijke omstandigheden werd een korte tramlijn over het vroegere tracé aangelegd waarop tussen 1968 en 1988 regelmatig werd gereden. Ondertussen werd een deel van de oude trams gerestaureerd.
In 1989 zag men kans om te verhuizen naar De Punt in de gemeente Goedereede, waar betere mogelijkheden waren om het museumbedrijf uit te bouwen. Hier werd een groot remisegebouw neergezet waar het materieel ondergebracht kon worden. Door het duingebied en over de Brouwersdam werd een 6 kilometer lange nieuwe tramlijn aangelegd naar Kabbelaarsbank, bij het vakantiepark Port Zélande, die gereed kwam in 1996. Sinds de verhuizing naar de huidige locatie is het museumtrambedrijf opgebloeid.
In 1999 werd van de Zillertalbahn in Oostenrijk het vroegere tramstel de ‘Sperwer’ overgenomen, gerestaureerd en in 2005 in dienst gesteld. Sinds enkele jaren zijn de RTM-voertuigen uit de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum bij de RTM ondergebracht.
Er wordt gewerkt aan een verlenging naar Middelplaat-Haven, waar aansluiting kan worden gegeven op en rondvaartboot.
Materieel
Stoomlocomotieven
50, 54, 56;
57 (eigendom NSM)
Dieseltractie
M 67 (eigendom NSM),
ABD 1602 "Reiger",
M 1651 "Puttershoek",
MABD 1804 "Kievit",
MD 1805 "Meeuw",
MBD 1700 EB 1701-1702 "Sperwer"
Rijtuigen en wagens
Voorts 16 tramrijtuigen en 23 goederenwagens, alle afkomstig van de RTM.
Externe links
- [http://www.rtm-ouddorp.nl/ Museum R.T.M. Ouddorp]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
RTM
RTM
RTM
RTM
Haags Openbaar Vervoer Museum
Het Haags Openbaar Vervoer Museum (HOVM) is sinds 1989 gevestigd in een oude tramremise, de remise Frans Halsstraat te Den Haag. Deze remise is gebouwd in 1906 en is tot 1983 in gebruik geweest bij de Haagsche Tramweg Maatschappij (HTM).
Sinds 1983 is er het historisch trammaterieel van HTM gestald. Het gebouwencomplex staat sinds 1988 op de Rijksmonumentenlijst. In 1990 werd een omvangrijke restauratie afgerond zodat het gebouw nu weer te bewonderen is in de oorspronkelijke staat van 1906.
In het museum werken twee stichtingen (SHTM en HBM) samen om een beeld te geven van het tram- en busvervoer in Den Haag in het verleden, heden en toekomst.
In het zomerseizoen worden op zondagen vanuit het museum ritten met historische Haagse elektrische trams door Den Haag gehouden.
Externe links
- [http://www.hovm.nl/ Haags Openbaar Vervoer Museum]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
Categorie:Museum in Nederland
Categorie:Rijksmonument
Categorie:Tram
Categorie:Trammuseum
Categorie:Den Haag
Categorie:Haagse tram
Rotterdamse Museumtrams (RoMeO)De stichting RoMeO is een organisatie die zich bezig houdt met de exploitatie van oude trams en bussen in Rotterdam en staat voor ‘Rotterdams Openbaar Vervoer museum en Exploitatie van Oldtimers’.
RoMeO is opgericht in 1993 en bundelt de activiteiten van verschillende organisaties die zich al voordien bezig hielden met de historie van het Rotterdamse openbaar vervoer. Hierin is een samenwerking opgezet van de Tramweg-Stichting (TS), Stichting Veteraan Autobussen (SVA) en het Openbaar Vervoer Museum (OVM). Dit in nauwe samenwerking met de Rotterdamse Elektrische Tram (RET).
Activiteiten
De belangrijkste activiteiten zijn:
- Rondritten in de zomermaanden vanaf het Willemsplein met historisch materieel op museumtramlijn 10.
- Tram Museum Rotterdam (TMR) in de remise Delfshaven.
- Openbaar Vervoer Museum (OVM) in metrostation Oostplein.
Externe Links
- [http://www.lijn10.nl/ Stichting RoMeO en tramlijn 10]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
Categorie:Museum in Nederland
Categorie:Tram
Categorie:Trammuseum
Categorie:Rotterdam
Categorie:Rotterdamse tram
Tramweg-StichtingToen in 1965 het einde van de laatste tramlijnen van de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (RTM) naderde namen een aantal trambelangstellenden het initiatief tot oprichting van de Tramweg-Stichting.
Deze organisatie kreeg tot doel het behoud en herstel van historisch Nederlands trammaterieel en zo mogelijk hiermee voor publiek mee te gaan rijden. Dit idee was overgewaaid uit het buitenland, met name in Engeland waren al diverse museumorganisaties opgericht waar ook met historisch spoor- of trammaterieel voor publiek werd gereden.
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werden vele oude trams vervangen door modern materieel (trams of bussen). Met het verdwijnen van de oude vooroorlogse trams in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam en de opheffing van de laatste interlokale stoom-, motor- en elektrische trams (de Blauwe Tram en de RTM) ontstond rond 1960 de wens om toch iets daarvan voor het nageslacht te bewaren. Incidentele acties tot behoud van oud materieel leidden soms tot succes, soms niet.
Na de oprichting van de Tramweg-Stichting groeide de collectie museumtrams in de jaren zestig en zeventig snel, alles wat nog te redden viel werd gepoogd te redden. In de jaren zeventig waren er elektrische trams uit onder andere Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Leiden en Utrecht in de collectie opgenomen.
Ook stoom- en dieseltrams werden verzameld. Hiertoe behoorde een groot deel van de boedel van het in 1966 opgeheven trambedrijf van de RTM, dat in Hellevoetsluis werd opgeslagen. Ook in Hoorn werd trammaterieel verzameld en werd een begin gemaakt met het rijvaardig maken en er mee te rijden.
Uit deze initiatieven zijn de museumbedrijven in Hoorn en Hellevoetsluis voortgekomen.
In de drie grote steden Amsterdam, Den Haag en Rotterdam ontstonden werkgroepen die zich met materieel uit die steden gingen bezig houden. Ook uit deze activiteiten zijn de respectievelijke plaatselijke museumorganisaties voortgekomen.
Wegens de groei van activiteiten en het steeds meer verschillende karakter van de inmiddels ontstane museumbedrijven werden deze in de jaren tachtig ondergebracht in zelfstandige organisaties.
De Tramweg-Stichting bleef hierna op kleinere schaal actief met de restauratie en fondsenwerving van diverse museumtrams. In de jaren negentig werd nog meegewerkt aan de totstandkoming van de museumtram bij het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. Thans zijn er nog werkgroepen actief in Scheveningen en Rotterdam, die bij diverse gelegenheden ook ritten met hun materieel maken.
Zie ook
- Museumstoomtram Hoorn-Medemblik
- Stichting voorheen RTM, Ouddorp
- Electrische Museumtramlijn Amsterdam
- Haags Openbaar Vervoer Museum
- Rotterdamse Museumtrams (RoMeO)
- Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem
Externe Links
- [http://home.hetnet.nl/~tram/ Tramweg-Stichting]
- [http://www.railmusea.nl/ Railmusea in Nederland]
Tramweg-Stichting
Tramweg-Stichting
Categorie:Museum in Nederland
categorie:Cultuur in Nederland
categorie:Museum
Categorie:Toeristische spoorweg
categorie:Toerisme
categorie:Spoorweg
Categorie:Trammuseum
Overzicht van enkele musea waar historisch trammaterieel te zien is. In veel musea worden ook regelmatig ritten met museumtrams voor publiek gemaakt.
Categorie:Museum in Nederland
Categorie:Tram Category:भारताचा प्राचीन इतिहासप्राचीन
wydarzenia heavy metal spielautomaten wynajem autokarw darmowe statystyki
|
|
|
| :: RELATED NEWS :: |
Saint-Maurice-de-Gourdans
Saint-Maurice-de-Gourdans to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwało 1 575 osób, a gęstość zaludnienia wynosiła 62 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Maurice-de-Gourdans plasuje się na 541. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejsc
|
Saint-Maurice-de-Rémens
Saint-Maurice-de-Rémens to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwały 613 osoby, a gęstość zaludnienia wynosiła 59 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Maurice-de-Rémens plasuje się na 1054. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 1093.)
|
Saint-Nizier-le-Bouchoux
Saint-Nizier-le-Bouchoux to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwało 625 osób, a gęstość zaludnienia wynosiła 22 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Nizier-le-Bouchoux plasuje się na 1043. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 253.).
|
Saint-Nizier-le-Désert
Saint-Nizier-le-Désert to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwały 484 osoby, a gęstość zaludnienia wynosiła 19 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Nizier-le-Désert plasuje się na 1158. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 319.).
|
Saint-Paul-de-Varax
Saint-Paul-de-Varax to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwało 1 081 osób, a gęstość zaludnienia wynosiła 42 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Paul-de-Varax plasuje się na 735. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 313.).
|
Saint-Rambert-en-Bugey
Saint-Rambert-en-Bugey to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwały 2 112 osoby, a gęstość zaludnienia wynosiła 74 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Rambert-en-Bugey plasuje się na 412. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 252.
|
Saint-Rémy (Ain)
Saint-Rémy to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwało 668 osób, a gęstość zaludnienia wynosiła 91 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Rémy plasuje się na 1007. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 1333.).
|
Saint-Sorlin-en-Bugey
Saint-Sorlin-en-Bugey to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwały 832 osoby, a gęstość zaludnienia wynosiła 92 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Sorlin-en-Bugey plasuje się na 882. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 1199.).
|
Saint-Sulpice (Ain)
Saint-Sulpice to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwały 102 osoby, a gęstość zaludnienia wynosiła 19 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Sulpice plasuje się na 1519. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu 1487.).
|
Saint-Trivier-de-Courtes
Saint-Trivier-de-Courtes to miejscowość i gmina we Francji, w regionie Rodan-Alpy, w departamencie Ain.
Według danych na rok 1990 gminę zamieszkiwały 1 064 osoby, a gęstość zaludnienia wynosiła 64 osób/km² (wśród 2880 gmin regionu Rodan-Alpy Saint-Trivier-de-Courtes plasuje się na 744. miejscu pod względem liczby ludności, natomiast pod względem powierzchni na miejscu
|
|