:: wikimiki.org ::
| H.F. Rikken |
H.F. Rikken
Henri François Rikken (°Paramaribo, 30 mei 1863 — † aldaar, 17 mei 1908) was een Surinaams prozaschrijver. Rikken deed zijn priesterstudies van 1877 tot 1891 in Nederland. Als redemptorist werkte hij in de Surinaamse districten Coronie, Para en Nickerie. Hij organiseerde de missie onder de Chinezen, waartoe hij hun taal leerde. Hij maakte studie van de Surinaamse geschiedenis en folklore en verdiepte zich in het Sranan en ten behoeve van de Antilliaanse gouddelvers in het Papiamentu. Zijn drie historische romans werden als feuilleton uitgebracht in Rooms-katholieke dagbladen en tijdschriften. Tokosì of Het Indiaansch meisje verscheen voor het eerst in 1901, Codjo, de brandstichter in 1902, Ma Kankantrie, een verhaal uit de Slaventijd in 1907. Alleen Codjo, de brandstichter verscheen ook in boekvorm. De roman beschrijft tot in details de plannen en de uitvoering van de grote brand in Paramaribo van 1832, aangestoken door de weggelopen slaven Codjo, Mentor en Present en enige helpers, en de berechting van de betrokkenen. Rikken schreef ook enkele kortere verhalen.
Over Henri François Rikken
- Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel I, pp. 452-456.
Zie ook
- Surinaamse literatuur
Rikken, Henri François
30 mei
Gebeurtenissen
- Algemeen
- 1539 - De Spaanse ontdekkingsreiziger Hernando De Soto komt aan in Florida.
- 1972 - Leden van het Japanse Rode Leger richten een bloedbad aan op de Israëlische luchthaven Lod.
- 1992 - De reguliere treindienst tussen Maastricht en Aken wordt gestaakt.
- 1998 ? Bij een aardbeving in Afghanistan komen circa vijfduizend mensen om.
- Oorlog
- 1434 - Bij de Slag bij Lipany worden de Taborieten definitief verslagen.
- 1453 - Val van Byzantium: einde van het 21 eeuwen oude Romeinse rijk.
- Politiek
- 1814 - Napoleon wordt verbannen naar Elba.
- 1876 - Staatsgreep van de Jong-Turken.
- 1950 - De tweede regeerperiode van koning Norodom Sihanouk loopt af.
- 1967 - Egypte en Jordanië tekenen een tweezijdig defensieverdrag.
- 1967 - De onafhankelijke republiek Biafra wordt uitgeroepen.
- 1969 - Arbeidersopstand in Willemstad Curaçao.
- 1982 - Spanje treedt als zestiende lid toe tot de NAVO.
- Sport
- 1911 - De eerste editie van de Indianapolis 500 vindt plaats op Indianapolis Motor Speedway.
- 1962 - Begin van het WK voetbal in Chili.
- 1968 - Wim van Hanegem maakt zijn debuut voor het Nederlands voetbalelftal in het vriendschappelijke duel tegen Schotland (0-0).
- 1982 - De Nederlandse biljarter Rini van Bracht behaalt in de Ecuadoriaanse stad Guayaquil de wereldtitel driebanden.
- Wetenschap en Technologie
- 1898 - Ontdekking van krypton door Morris Travers.
- 1971 - Geslaagde lancering van de Mariner 9 Marssonde.
Geboren
- 1672 - Peter de Grote, Russisch tsaar
- 1814 - Michael Bakoenin, Russisch anarchist
- 1834 - Emmanuel Hiel, Vlaams dichter en schrijver
- 1863 - Henri François Rikken, Surinaams prozaschrijver († 1908)
- 1909 - Benny Goodman, Amerikaans jazz-klarinettist en bandleider
- 1909 - Cees Robben, Nederlands tekenaar
- 1910 - Inge Meysel, Duitse actrice
- 1917 - Charles Moons, president van de Hoge Raad der Nederlanden
- 1922 - Hal Clement, sciencefiction-schrijver
- 1933 - Sylvia de Leur, Nederlands actrice
- 1934 - Aleksei Leonov, Russisch ruimtevaarder
- 1936 - Keir Dullea, Amerikaans acteur
- 1945 - Heleen Dupuis, Nederlands hoogleraar en politicus (VVD)
- 1953 - Judith Brokking, Nederlands actrice en regisseuse
- 1953 - Colm Meaney, Iers acteur
- 1955 - Tommy Emmanuel, Australisch gitarist
- 1957 - Willem Smink, Nederlands wethouder van Groningen
- 1958 - Marie Frederiksson, Zweeds zangeres in de groep Roxette
- 1958 - Ted McGinley, Amerikaans acteur
- 1964 - Wynona Judd, Amerikaans zangeres in het duo The Judds
- 1966 - Tom Cordes, Nederlands wielrenner
- 1969 - Albertino Essers, Nederlands darter
- 1969 - Tom Morello, Amerikaans gitarist van Rage Against The Machine en Audioslave
- 1969 - Koen Pijpers, Nederlands hockeyinternational en -coach
- 1986 - Claudia Beni, Kroatisch zangeres
Overleden
- 1035 - Boudewijn IV (54), graaf van Vlaanderen
- 1431 - Jeanne d'Arc (19), Frans vrijheidstrijdster (verbrand)
- 1453 - Constantijn XI van Byzantium, laatste keizer van Rome, gesneuveld
- 1593 - Christopher Marlowe (29), Engels toneelschrijver
- 1640 - Pieter Pauwel Rubens (62), Vlaams schilder en diplomaat
- 1744 - Alexander Pope (55), Engels dichter
- 1778 - François-Marie Arouet (83), Frans schrijver (Voltaire)
- 1901 - Victor D'Hondt (60), Belgisch jurist, bekend voor zijn zetelverdelingsmethode bij verkiezingen.
- 1912 - Wilbur Wright (45), Amerikaans vliegtuigpionier.
- 1941 - Rama VII (47), koning van Thailand (koning Prajadhipok)
- 1944 - Marinus Adrianus Koekkoek (71), Nederlands tekenaar en schilder
- 1964 - Leo Szilard (66), Hongaars/Amerikaans atoomfysicus (Manhattanproject)
- 1993 - Sun Ra (79), Amerikaans jazzmusicus
- 2004 - Bob Bakels (78), Nederlands jurist
- 2004 - Archibald Cox (92), Amerikaans aanklager in het Watergate schandaal dat leidde tot het aftreden van president Nixon
Viering/herdenking
- Feestdag van de Heilige Jeanne d'Arc
365-dagenschema: 29 mei - 30 mei - 31 mei
Decennia: Jaaroverzichten
Jaarschema's per eeuw
ja:5月30日
ko:5월 30일
ms:30 Mei
simple:May 30
th:30 พฤษภาคม
1863
----
Gebeurtenissen
- 1 januari - Ondertekening van de emancipatieproclamatie door Abraham Lincoln.
- 4 juli - In de Verenigde Staten geeft de belegerde stad Vicksburg zich over aan het leger van Ulysses S. Grant; tegelijkertijd begint Robert E. Lee aan zijn aftocht, na verslagen te zijn bij Gettysburg
- 16 december - De 22-jarige Gerard Adriaan Heineken koopt de brouwerij 'De Hooiberg' in Amsterdam
- Jules Verne publiceert zijn boek Cinq semaines en ballon (Vijf weken in een ballon). Dit betekent zijn doorbraak.
- Londense metro opent eerste lijn.
----
Geboren
;februari
- 17 - Fjodor Sologoeb, Russisch schrijver († 1927)
;april
- 3 - Henry Van de Velde, Belgisch schilder, ontwerper, vormgever en architect († 1957)
- 18 - Leopold Berchtold, Oostenrijk-Hongaars politicus († 1942)
;mei
- 30 - Henri François Rikken, Surinaams prozaschrijver († 1908)
;juni
- 10 - Louis Couperus, Nederlands schrijver
- 21 - Max Wolf, Duits astronoom
;september
- 10 - Charles Spearman, Brits psycholoog
- 13 - Arthur Henderson, Brits politicus
;november
- 9 - Paul Sérusier, Frans kunstschilder
- 14 - Leo Baekeland, Belgisch uitvinder van het bakeliet
----
Overleden
;januari
- 18 - Said Pasja (40), khedive van Egypte
;augustus
- 13 - Eugène Delacroix, Frans schilder uit de romantiek
;september
- 17 - Alfred de Vigny (66), Frans schrijver
;oktober
- 4 - Gerrit Schimmelpenninck (69), Nederlands politicus en zakenman
;december
- 14 - Ignacio Comonfort (41), Mexicaans staatsman
Categorie:1860-1869
ko:1863년
ms:1863
simple:1863
th:พ.ศ. 2406
1908
----
Gebeurtenissen
- De derde Olympische Zomerspelen worden gehouden in Londen, zie Olympische Zomerspelen 1908.
- De nieuwe Belgische regering-Schollaert neemt de legerkwestie onder de loep. De persoonlijke dienstplicht wordt ingevoerd.
- Britten voeren Two Power Standard in.
- Invoering van de dienstplicht in het Verenigd Koninkrijk.
- Franse president op staatsbezoek in het Verenigd Koninkrijk.
- Britse koning Edward VII bezoekt Rusland.
; januari
- 11 - Grand Canyon National Monument wordt gesticht.
- 12 - Er wordt voor het eerst over langere afstand een radiobericht verzonden; van de Eiffeltoren in Parijs.
; juni
- 30 - Een meteoriet veroorzaakt de Toengoeska-explosie in Toengoeska in Siberië.
;juli
- 19 - Oprichting van Rotterdamse voetbalclub Feyenoord.
- 19 - Oprichting in Manchester van de wereldzwembond Fédération Internationale de Natation Amateur (FINA).
- 20 - De Amerikaanse zwemmer Charles Daniels scherpt bij de Olympische Spelen in Londen het wereldrecord op de 100 meter vrije slag aan tot 1.05,6. Het oude record stond sinds 3 december 1905 op naam van de Hongaar Zoltán Halmay.
- Het Nederlandse kabinet De Meester neemt ontslag.
; oktober
- 5 oktober - Het autonome vorstendom Bulgarije verklaart zich onafhankelijk van het Osmaanse rijk.
- 6 - Oostenrijks-Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Aehrenthal bezoekt Russische collega Iswolski.
- 18 - Koning Leopold draagt de Kongo-Vrijstaat over aan de Belgische staat.
; november
- November - William Howard Taft verslaat William Jennings Bryan in de presidentsverkiezingen in de VS.
- 14 - In China sterft keizer Guangxu, vermoedelijk door vergiftiging. Een dag later overlijdt de machtige keizerin-weduwe Cixi. Het keizerschap gaat over op een kleuter: Pu-Yi. Hij wordt de laatste keizer van de Qing-dynastie.
; december
- 28 - Een aardbeving vernietigt Messina op Sicilië en doodt meer dan 75.000 mensen.
Geboren
;januari
- 9 - Simone de Beauvoir, Frans romancier en filosofe
- 14 - Rus Columbo, zanger, bandleider en componist
- 15 - Edward Teller, Joods-Amerikaans kerngeleerde
- 26 - Stéphane Grappelli, Frans jazzviolist
;februari
- 5 - Marie Baron, Nederlands zwemster († 1948)
- 11 - Sutan Takdir Alishahbana, Indonesisch taalkundige en schrijver
- 11 - Vivian Ernest Fuchs, geologe
- 11 - Josh White, musicus
- 29 - Balthus, Frans kunstschilder († 2001)
;maart
- 5 - Rex Harrison, acteur
- 18 - Martien Coppens, Nederlands fotograaf († 1986)
;april
- 5 - Herbert von Karajan, Duits dirigent
- 20 - Lionel Hampton, Amerikaans jazzvibrafonist
;mei
- 20 - Jimmy Stewart, Amerikaans acteur
- 23 - John Bardeen, Amerikaans natuurkundige, tweevoudig winnaar van de Nobelprijs voor Natuurkunde
- 25 - Theodore Roethke, Amerikaans dichter
- 28 - Ian Fleming, Brits romanschrijver
;juni
- 2 - Michael Staksrud, Noors schaatser
- 11 - Cor Lemaire, Nederlands pianist, dirigent en componist
- 30 - Dave Baan, Nederlands bokser († 1984)
;juli
- 7 - Evert Willem Beth, Nederlands logicus
- 18 - Daoed Khan, Afghaans staatsman († 1978)
;augustus
- 27 - Lyndon B. Johnson, 36ste president van de Verenigde Staten
;september
- 13 - Sicco Mansholt, Nederlands boer en politicus, dertien jaar minister van landbouw en lid Europese Commissie
- 19 - Mika Waltari, Fins schrijver († 1979)
;oktober
- 9 - Jacques Tati, Frans filmacteur en -regisseur
- 16 - Enver Hoxha, Albanees staatsman
- 17 - Jan van Hout, Nederlands wielrenner en verzetsstrijder
;november
- 21 - Salo Flohr
- 28 - Claude Levi-Strauss, Frans etnoloog
;december
- 10 - Olivier Messiaen, componist
- 22 - Marius Duintjer, Nederlands architect († 1983)
- 31 - Simon Wiesenthal, Joods-Oekraïens nazi-jager
Overleden
- Jacob Davis (74), uitvinder van de spijkerbroek
;januari
- 4 - Anthony Winkler Prins (90), Nederlands schrijver, dichter en dominee, auteur van de naar hem genoemde encyclopedie
;februari
- 1 - Karel I (44), Portugees koning
;mei
- 17 - Henri François Rikken (44), Surinaams prozaschrijver
;juni
- 24 - Grover Cleveland (71), 22ste en 24ste president van de Verenigde Staten
;juli
- 10 - Elisabeth van Saksen-Weimar-Eisenach (54)
;augustus
- 25 - Antoine Henri Becquerel (55), Frans natuurkundige en ontdekker van de radioactiviteit
;november
- 14 - Guangshui (37), Chinees keizer
- 15 - Cixi (72), Chinees keizerin-weduwe
Verschenen
- A Room with a View van E. M. Forster
- The Old Wives' Tale van Arnold Bennett
- All Things Considered van G. K. Chesterton
- Anne of Green Gables van Canadees auteur Lucy Maude Montgomery
Categorie:1900-1909
ja:1908年
ko:1908년
ms:1908
simple:1908
th:พ.ศ. 2451
Redemptoristen
De Congregatie van de Allerheiligste Verlosser (Congregatio Sanctissimi Redemptoris, C.Ss.R.) is een katholieke internationale congregatie van religieuzen, die ook bekendstaat als de redemptoristen. Hun devies luidt : Copiosa apud Eum redemptio (Bij Hem is overvloedige verlossing, Psalm 130).
De congregatie werd in 1732 gesticht door de Heilige Alfonsus-Maria de Liguori in het toenmalige koninkrijk Napels te Scala bij Napels. Het doel van deze congregatie is evangelisatie tussen de meest verlatenen. In 1749 werd ze een exempte pauselijke congregatie. Vooral door toedoen van Clemens Maria Hofbauer (1751-1820) verbreidde de congregatie zich buiten Italië.
De congregatie telde in 1971 ruim 8000 leden, waarvan ongeveer 250 in de Nederlandse provincie en ongeveer 450 in de Belgische provincies. Anno 2005 telt de congregatie 5500 leden, verspreid over de vijf continenten en 77 landen.
Sinds 1997 is pater Joseph W. Tobin de generaal overste van de redemptoristen.
Aanwezigheid in Nederland
Sinds 1832 zijn ze in Nederland aanwezig, allereerst te Wittem in Limburg. In 1855 ontstond er een zelfstandige Nederlandse provincie. De redemptoristen hebben een sterk christocentrische spiritualiteit. Ze zijn vooral bekend geworden door hun retraites, deels in eigen retraitehuizen, deels in volksmissies en vastenprediking. De redemptoristen missioneerden vanuit Nederland in Suriname en Brazilië. De bekendste Nederlandse redemptorist is de zaligverklaarde Peerke Donders (1809 - 1887).
In Overdinkel, een dorp in Twente, vindt onder leiding van lokale redemptoristen nog een processie ter ere van de heilige redemptorist Gerardus Majella plaats.
Aanwezigheid in België
In 1841 werd een Belgische provincie opgericht, die sedert 1961 opgesplitst is in een Noord- en Zuid-Belgische provincie. In Vlaanderen hebben de redemptoristen huizen in Jette (Provincialaat), Essen, Gent, Leuven en Roeselare.
Vanaf 1 augustus 2005 zijn de Nederlandse en Vlaamse provincies opgenomen in een nieuwe internationale provincie, die de naam kreeg van ‘provincie Sint Clemens’. Deze provincie omvat de voormalige Nederlandse, Zwitserse, Vlaamse en Noord-Duitse provincies.
Traditionalistische redemptoristen
Tussen 1963 en 1969 werden de [http://www.cssr.com/english/whoarewe/constitutions.shtml statuten van de redemptoristen] "vereenvoudigd", wat op een afschaffen van vele eigenheden neerkwam. Zo kwamen vastendagen te vervallen, werd niet meer streng op het dragen van het congregatiekleed toegezien en vervielen door het opkomende moderne Oecumenische streven de statuten die betrekking hadden op de bekering van andersgelovigen tot het rooms-katholieke geloof door missies en prediking. In reactie hierop kwamen in 1988 enkele traditionalistische redemptoristencongregaties tot stand, o.m. in Schotland (de Transalpijnse redemptoristen), die gelieerd zijn met de Priesterbroederschap Sint Pius X. Zij zijn nog altijd zeer missionair - dat is: met als doel de bekering van niet-katholieken - ingesteld. Deze traditionalistische redemptoristen, die niet door het Generalaat van de congregatie erkend worden, hebben bovendien de sinds 1993 geheel stil liggende missioneringsactiviteit in Rusland en de Oekraïne heropgestart door priesters op te leiden die ook de liturgie van de Byzantijnse ritus machtig zijn. De katholieke missionering was stil komen te vallen onder invloed van het oecumenische document The Balamand Declaration.
Bekende redemptoristen
- H. Alfonsus-Maria de Liguori
- H. Gerardus Majella
- Clemens Maria Hofbauer (1751-1820)
- Z. Petrus Norbertus (Peerke) Donders (1809 - 1887)
- Victor-Auguste-Isidore Dechamps, bisschop van Namen van 1865 tot 1867
Externe links
- [http://www.cssr.com/ De redemptoristen wereldwijd]
- [http://www.geloofenleven.be/cssr01.html#cssrtop De redemptoristen in Vlaanderen]
- [http://www.redemptoristen.nl/lay-out/index.htm De redemptoristen in Nederland]
- [http://www.redemptorists.org.uk Traditionalistische redemptoristen van het Schotse eiland Papa Stronsay.] Gelieerd met de Priesterbroederschap Sint Pius X.
Categorie:Kloosterorde in het christendom
Categorie:Rooms-katholieke Kerk
Coronie
Coronie is een district in het noordwesten van Suriname, met als hoofdplaats Totness. Het is qua inwoneraantal zowat het kleinste en dunst bevolkte district van Suriname. Het district kent 2.809 inwoners (2004) op een totale Surinaamse bevolking van ruim 400.000 mensen.
Algemeen
Totness
Coronie staat in Suriname bekend om zijn kokospalmen. Surinamers en Coronianen zelf maken grappen over het beklimmen van die bomen. Waarschijnlijk zijn Coronianen in Suriname het meest bespotte bevolkingsdeel, een beetje zoals Nederlanders grappen maken over het vaak onlogische denken van hun Zuiderburen, de Belgen. Uit de noten maakte men vroeger op grote schaal kokosolie, maar met die industrie is het al tientallen jaren gedaan.
Het gebied is uitermate vruchtbaar. Begin negentiende eeuw kwamen hier Engelsen en Schotten die er vanaf 1808 plantages stichtten en vooral katoen begonnen te verbouwen. De dorpen Burnside, Friendship en Totness dateren uit die tijd.
De meeste Coronianen wonen nog steeds in die dorpjes en op een dunne strook langs de kust, die aan de andere kant wordt begrensd door de grootste zoetwaterzwamp in Suriname. Tijdens het militaire bewind in de jaren tachtig besloot de met de militairen samenwerkende politieke partij PALU om de rijstbouw een impuls te geven. Er groeit rijst en allerlei grondvruchten, en in de rijstakkers wordt volop vis gevangen. Met name de kwi-kwi, een soort katvis, is zeer geliefd. Ook staat Coronie bekend om bijenteelt en honing terwijl er ook flink wat veeboertjes rondlopen.
Dwars door die dunne strook loopt de Oost-West-verbinding. Dat is de weg die van het uiterste oosten in Suriname (de grens met buurland Frans-Guyana) loopt naar de andere kant (de grens met buurland Guyana) en uiteindelijk aansluiting heeft met het internationale wegennet van Zuid- naar Noord-Amerika. Langs de weg bieden vissers kwi-kwi's aan die ze aan takken hebben geregen. Volgens sommige Coronianen is deze delicatesse niet gevrijwaard van landbouwpesticiden. De vis wordt echter volop gegeten en er lijken nog geen rampzalige meldingen over de volksgezondheid in het gebied te zijn gedaan.
Waterhuishouding
Een belangrijk probleem voor de bewoners is het water. De zee spoelt met grote snelheid de kust weg. Soms ligt de Oost-West-verbinding onder zeewater. De meeste mensen wonen aan deze weg. De kanalen die leiden van de zee naar de zwamp en naar de sluizen worden niet altijd even goed onderhouden. Bij de rijstvelden ten zuiden van deze weg ligt een dam die het water van de Coroniezwamp tegenhoudt. Dat water wordt gebruikt voor irrigatie van landbouwvelden. Niet iedereen is daar even blij mee. Een milieugroep in Coronie vindt dat er meer water uit de zwamp naar zee moeten stromen omdat anders het gebied te brak wordt voor landbouwactiviteiten buiten de rijstvelden. Al sinds de jaren negentig bestaan er plannen voor de vervanging van de uit klei bestaande zeedam door een hogere dam van sterker materiaal. Waterbouwkundigen maken luchtfoto's om de kustafslag in kaart te brengen.
Ressorten
Coronie is onderverdeeld in drie ressorten:
- Johanna Maria
- Totness
- Welgelegen
Externe link
- [http://www.coronie.nl/ website over Coronie]
Categorie:District van Suriname
NickerieNickerie heeft meerdere betekenissen:
- Nickerie (district); een district in het noordwesten van Suriname
- Nickerie (rivier); een rivier in het westen van Suriname
Zie ook:
- Nieuw-Nickerie; de tweede stad van Suriname en de hoofdstad van het district Nickerie
ChineesHet begrip Chinees kan betrekking hebben op:
- Chinese talen; de talen die in China gesproken worden
- Mandarijn (taal); de officiële taal van China
- Chinezen (volk); een volk dat voornamelijk in China leeft
- Chinese keuken en Chinees restaurant
- Hanzi; de karakters van het Chinese schrift
- Vereenvoudigd Chinees en Traditioneel Chinees; twee standaarden voor het Chinese schrift
Nederlandse Antillen
De Nederlandse Antillen zijn een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit vijf eilanden in de Caraïbische Zee behorende tot twee eilandengroepen van de Kleine Antillen. De totale landoppervlakte is ongeveer 800 km², terwijl het aantal inwoners ongeveer 180.870 bedraagt (1 januari 2004). De bevolkingsdichtheid ligt daarmee rond de 203 inwoners per km². De hoofdstad en tevens verreweg de grootste stad van de Nederlandse Antillen is Willemstad op het eiland Curaçao.
Geschiedenis
De eilanden werden aan het eind van de 15e eeuw ontdekt door Alonso de Ojeda en in 1634 door de West-Indische Compagnie op de Spanjaarden veroverd. In de loop der tijden zijn de eilanden enige malen in handen geweest van andere Europese mogendheden en hebben zij - in wisselende samenstellingen - verschillende bestuursvormen gekend. Aan deze koloniale status kwam een eind toen op 15 december 1954 het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden na acht jaar onderhandelen ondertekend werd door Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.
Op 25 november 1975 werd Suriname een onafhankelijke staat en bestond het Koninkrijk der Nederlanden uit Nederland en de Nederlandse Antillen.
Per 1 januari 1986 verwierf Aruba een aparte status. Dit hield in dat Aruba de status van Land binnen het Koninkrijk verkreeg en op 1 januari 1996 onafhankelijk zou worden. Het uitgangspunt van onafhankelijkheid (en daarmee dus de status aparte) voor Aruba is in 1994 geschrapt zodat sindsdien het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland.
Eilandgebieden
aparte status
De Nederlandse Antillen omvatten vijf eilandgebieden:
- Bonaire
- Curaçao
- Saba
- Sint Eustatius
- Sint Maarten
Bonaire en Curaçao behoren tot de Benedenwindse eilanden en liggen voor de kust van Zuid-Amerika (Venezuela). De overige drie eilanden behoren tot de Bovenwindse eilanden en liggen ten oosten van Puerto Rico.
Het eilandgebied Sint-Maarten omvat alleen de zuidelijke helft van het gelijknamige eiland Sint-Maarten. De noordelijke helft daarvan behoort tot het Franse overzeese departement Guadeloupe.
Tot de Nederlandse Antillen behoren ook enkele kleinere eilanden:
- Klein Bonaire (eilandgebied Bonaire)
- Klein Curaçao (eilandgebied Curaçao)
- Green Island (eilandgebied Saba).
Bevolking
Curaçao is het grootste en bevolkingsrijkste eiland van de Nederlandse Antillen. Bonaire is het tweede grootste en dunstbevolkte eiland. Op Sint-Maarten valt het hoge aantal buitenlanders (inwoners met een andere dan de Nederlandse nationaliteit) op: 49% van de bevolking komt van elders. Op alle eilanden werken veel arbeiders uit de regio: op de Bovenwindse eilanden zijn ze veelal afkomstig van Haïti, de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico, op de Benedenwindse eilanden komen ze vooral uit Venezuela.
Bron: CBS Nederlandse Antillen, 2004
Talen
De officiële taal van de Nederlandse Antillen is Nederlands. De volkstaal is op de Benedenwindse eilanden het Papiaments, een creooltaal gebaseerd op Portugees of Spaans, met veel Nederlandse en ook Engelse en Franse invloeden. Op de Bovenwindse eilanden is Engels de volkstaal. De scholen waren altijd Nederlandstalig, maar enkele jaren geleden is besloten op de basisscholen het Papiaments en Engels als onderwijstaal in te voeren. De middelbare scholen blijven Nederlandstalig, omdat men gebruikt maakt van hetzelfde Centraal Schriftelijk Eindexamen als in Nederland en omdat veel scholieren na afronding van de middelbare school hoger onderwijs gaan volgen in Nederland.
De Antilliaanse literatuur is voornamelijk geschreven in het Nederlands en Papiaments, voor een klein deel ook in het Engels en Spaans.
Bron: Volkstelling 2001
Religie
De Nederlandse Antillen zijn in overgrote meerderheid Rooms-katholiek. Daarnaast zijn er op de Bovenwindse eilanden grote protestantse gemeenschappen (pinkstergemeenten, methodisten, baptisten, zevendedagsadventisten en anglicanen). Op Curaçao en Sint-Maarten bestaat daarnaast van oudsher een aanzienlijke joodse gemeenschap. Ook bestaat er op Curaçao een moslim gemeenschap.
Staatsinrichting
Op de Nederlandse Antillen is sprake van twee bestuurslagen, de Landsregering en de (vijf) eilandsbesturen. De regering van de Antillen zetelt in Willemstad op Curaçao.
Regering
De regering van de Nederlandse Antillen wordt gevormd door een gouverneur (in vertegenwoordiging van de Koningin) en de Raad van Ministers. De Koningin benoemt de gouverneur en die benoemd op zijn beurt de ministers.
Traditioneel levert elk eiland van de Nederlandse Antillen bewindspersonen voor de centrale regering. De ministerraad is verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordiging, de Staten van de Nederlandse Antillen (te vergelijken met de Tweede Kamer in Nederland).
Gouverneur
De gouverneur heeft een dubbelfunctie: hij is zowel hoofd van de regering als vertegenwoordiger van het Koningshuis in de Koninkrijksgebieden. Hij is niet verantwoordelijk voor de beslissingen en daden van de regering.
De gouverneur waakt over het algemeen belang van het Koninkrijk en zien erop toe dat door wetgevings- en bestuursorganen in de Nederlandse Antillen geen beslissingen worden genomen die de eenheid van het Koninkrijk kunnen schaden of die in strijd zijn met de bepalingen van het Koninkrijksstatuut of met een internationale regeling. De uitvoerende macht berust bij de gouverneur in samenwerking met de Raad van Ministers.
De gouverneur wordt hierin bijgestaan door een Raad van Advies, die uit ten minste vijf door hem benoemde leden bestaat en die over alle ontwerpen van landsverordeningen, rijkswetten, landsbesluiten houdende algemene maatregelen en dergelijke, advies uitbrengt. De gouverneur is voorzitter van deze raad, maar oefenen deze functie alleen uit bij bijzondere gelegenheden. Een ondervoorzitter, benoemd uit de leden van de raad, heeft de leiding van de gewone vergaderingen.
De Staten
Voor de Nederlandse Antillen geldt dat de Staten de bevolking vertegenwoordigen. Zij worden bij algemene verkiezingen voor vier jaar gekozen. De volksvertegenwoordiging van de Nederlandse Antillen bestaat uit 22 leden (Curaçao 14, Bonaire 3, Sint-Maarten 3 en Saba en Sint Eustatius elk 1). Samen met de gouverneur vormen zij de wetgevende macht. De volksvertegenwoordiging heeft het recht van amendement, van enquête en van interpellatie. Zij heeft eveneens het recht van initiatief. De landsbegroting dient door haar te worden goedgekeurd.
Eilandgebieden
Elk eilandgebied heeft een eigen bestuur dat bestaat uit de eilandsraad, het bestuurscollege en de gezaghebber. De eilandsraden van Curaçao (21 leden), Bonaire (9 leden), Sint-Maarten (11 leden), Saba (5 leden) en Sint Eustatius (5 leden) vertegenwoordigen de bevolking van het eilandgebied. De leden worden voor vier jaar gekozen. Het bestuurscollege en de gezaghebber kunnen worden vergeleken met het college van burgemeester en wethouders in een Nederlandse gemeente. Het bestuurscollege vormt het dagelijks bestuur van het eilandgebied en voert de besluiten van de Eilandsraad uit.
Economie
De economie van de Nederlandse Antillen steunt op drie pijlers: het toerisme, de olie en de (financiële) dienstverlening. De invloed en de groei per sector verschilt sterk van eiland tot eiland. De olie-industrie, vervoerssector, havenactiviteiten en financiële dienstverlening zijn essentieel voor de economie van Curaçao. Willemstad heeft de achtste grootste haven ter wereld. De andere grote eilanden hebben zich gespecialiseerd in de toeristische sector. De Antilliaanse economie is hierdoor sterk gericht op het buitenland. Men is voor een groot deel afhankelijk van import. De Nederlandse Antillen zijn geen lid van de Europese Unie, maar ze zijn er wel mee geassocieerd. Dat biedt een aantal handelsvoordelen. De Antilliaanse munt is de Antilliaanse gulden. Deze is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.
Jaarlijks geeft Nederland hulp aan de Nederlandse Antillen. Deze hulp wordt met name ingezet voor rechtshandhaving, het onderwijs, de bestuurlijke ontwikkeling en duurzame economische ontwikkeling.
Zie ook:
- Staatkundige vernieuwing in het Koninkrijk der Nederlanden
- Lijst van premiers van de Nederlandse Antillen
- Lijst van gouverneurs van de Nederlandse Antillen
- Antilliaanse literatuur
Categorie:Land
----
Delen van deze pagina zijn afkomstig van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden; overname is toegestaan met bronvermelding. De gebruikte teksten zijn te vinden op http://www.minbzk.nl/aruba_en_de/algemene_informatie
Categorie:Nederlandse Antillen
Categorie:Nederlands eiland
ja:オランダ領アンティル
zh-min-nan:Kē-tē-kok Antilles
PapiamentsPapiaments (Curaçao: Papiamentu; Aruba: Papiamento; Bonaire: Papiamen) is een Romaanse taal die wordt gesproken op de Benedenwindse Eilanden van de Nederlandse Antillen (Curaçao en Bonaire) en op Aruba.
Naam
De naam Papiaments is afgeleid van de Portugese en Spaanse termen voor spreken (respectievelijk papia en papear). In het Papiaments zelf wordt de taal Papiamentu (Curaçao), Papiamento (Aruba) of Papiamèn (Bonaire) genoemd.
Status
Hoewel op de Nederlandse Antillen het Nederlands de officiële taal is, wordt het Papiaments in de praktijk door een groot deel van de bevolking gesproken op de Benedenwindse Eilanden. Op de Bovenwindse Eilanden (Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba), is Engels de meest gesproken taal. Op Aruba is het Papiaments vanaf 2004 een officiële taal geworden naast het Nederlands, hoewel ook daar het Nederlands nog de meest gebruikte taal is door de overheid.
Er bestaan twee hoofdvormen van het Papiaments, die vooral in spelling van elkaar verschillen. Het Papiamento dat wordt gesproken op Aruba heeft een etymologisch georiënteerde spelling, terwijl Papiamentu, dat gesproken wordt op Curaçao, fonetisch gespeld wordt. Het dialect van Bonaire heet Papiamen en wordt eveneens fonetisch geschreven.
Ontstaan
Ondanks de vele onderzoeken die gedaan zijn naar de oorsprong van het Papiaments is nog niemand in staat gebleken de exacte bron te verklaren. Bekend is dat de taal is ontstaan omstreeks de zeventiende eeuw; een tijd waarin de slavernij hoogtijdagen vierde op het eiland Curaçao. De West-Indische Compagnie had in die tijd een slavendepot op Curaçao, van waaruit slaven gekocht en verkocht werden aan landen over de hele wereld. Een groot deel van deze slaven kwam uit Zuid-Amerika of Afrika. Deze slaven werden behalve voor de handel ook gebruikt om te werken op de plantages of zoutmijnen van de Nederlandse koloniën. De oudste kwalificatie van de Curaçaose volkstaal ooit gepubliceerd, is de verklaring van Pater Schabel dat de negerslaven van Curaçao gebroken Spaans spraken.
De meest waarschijnlijke theorie over het ontstaan van het Papiaments is dan ook dat de taal gegroeid is uit de wil van de slaven om met elkaar te kunnen communiceren. Papiaments is een pidgin-taal ontstaan uit verschillende talen zoals het Spaans, Portugees, Nederlands, Engels en Afrikaanse dialecten en de Arowakse taal. Taalkundigen zijn er echter nog niet uit welke van deze talen de grootste invloed heeft gehad, en hoe de taal precies verder ontwikkeld is. Sommige onderzoeken wijzen uit dat het Spaans de grootste invloed op de taal heeft gehad (gezien het groot aantal overeenkomstige werkwoorden). Andere onderzoeken houden het op een Braziliaanse/Creoolse invloed. Het meest recente onderzoek gaat er echter van uit dat er een grote Proto-Afro-Portugese invloed is, en zoekt dus verbanden met de verschillende landen in Afrika. Ook heeft men ontdekt dat een kleine groep op het schiereiland van Venezuela een variant van het Papiaments spreekt. Hierdoor is de onderzoek naar de ontwikkeling van het Papiaments weer op losse schroeven komen te staan. Sommige onderzoekers beweren dat het Papiamentu dat ontstaan is op Curaçao via Venezuela op Aruba terecht is gekomen. Reden waarom de Arubaande Papiamento qua klank en woordenschat meer op het Spaans lijkt.
Net als alle talen is ook het Papiaments onderhevig aan evoluties. Zo heeft het huidige Papiaments veel nieuwe woorden uit het Engels en het Spaans. Kenmerkend zijn ook de vele onvertaalde woorden uit het Nederlands.
Toen in 1634 de Nederlanders Curaçao op de Spanjaarden veroverden bestond er geen uitgebreid onderwijssysteem op de ABC-eilanden. De West-Indische Compagnie zag het echter als haar plicht om goed onderwijs te verzorgen en stuurde dus een Nederlandse schoolmeester naar Curaçao. Deze docent verzorgde lessen in het lezen, schrijven, rekenen en de Nederduitse taal. Terwijl op de plantages en de zoutmijnen het Papiaments verrees als een echte taal, verzette een klein deel van de bewoners (voornamelijk de blanken) zich tegen het gebruik van deze ongewenste (voor hun onverstaanbare) taal. Zo werd in 1818 een boekje uitgegeven (Beschrijving van het eiland Curaçao en onderhoorige eilanden) waarin de vooroordelen tegen het Papiaments onvervalst tot uitdrukking werden gebracht, getuige bijvoorbeeld het volgende citaat:
:De vorige bewoners van dit eiland Indianen zijnde, onder Spaansche overheersing geraakt, heeft zulk een mengelmoes of jargon doen geboren worden, hetwelk door de komst der Hollanders nog veranderd is. Het papiament (van pappiar, spreken) bestaat uit bedorven Spaansch, Indiaansch en Hollansch, arm in woorden, zonder buiging, voeging of geslacht onderscheiden, maar rijk in hevig door de keel uitgesproken wordende schelle klanken, en vooral in scheldwoorden. Onverdragelijk is dit gekakel voor het fijnere oor van den Europeaan bij zijnde eerste aankomst, en moeijelijk kan men zich aan dit kalkoenen geluid wennen. Niet alleen de Negers, Mulatten en andere kleurlingen spreken dit jargon, maar ook de blanken, vooral de Creolen, wier kinderen, door Negerinnen gezoogd, door dezelfde eerste indrukselen ontvangende, niets dan Creoolsch of Papiament spreken, en dan naderhand het Hollandsch of Nederduitsch doorgaans gebrekkig en onvolkomen leeren, hetzelve nog gebrekkiger lezende en schrijvende. Deze kwade gewoonte, vooral onder de schoone kunne is zoo ingeworteld, dat daaraan geen verbeteren schijnt te zijn. In verscheiden huisgezinnen, is het Nederduitsch zoo bekend als het Arabisch; en echter rekenen zij zich van Nederlandsche afkomst. Van daar dan ook de verbazende moeite voor den onderwijzer, om zijne leerlingen met de Hollandsche taal gemeenzaam te maken, daar zij Nederduitsch Papiament met moeite sprekende, telkens de geslachten verwarren, het toekomende, tegenwoordige en voorledene dooreen haspelen, en alzoo dikwijls onverstaanbaar worden.
Het onderwijssysteem was aan het begin van de negentiende eeuw behoorlijk uitgebreid en er werd op sommige scholen zelfs les in het Papiaments gegeven. Dit was vaak meer van praktische aard, omdat de bevolking van de plattelandsgebieden uitsluitend het Papiaments beheerste. Het was ook deze tijd dat veel blanken zich hier fel tegen verzetten. Onder aandringen van deze blanke bewoners werd in 1838 besloten dat het Nederlands de enige toegelaten taal op scholen was. Tot op de dag van vandaag (2004) is dit besluit niet ingetrokken.
1838
Het verplicht stellen van het Nederlands als onderwijstaal had echter geen gunstig effect op het onderwijs. De prestaties van studenten bleven ver achter bij de prestaties van leeftijdgenoten in Nederland. De toenmalige secretaris van de schoolcommissie, de heer A.M. Chumaceiro, wees als belangrijkste oorzaak van de slechte prestaties het taalprobleem aan. Hij vond het onaanvaardbaar dat de leerlingen een vreemde taal dienden te leren, zonder dat zij de moedertaal goed machtig waren. Hij omschreef dat treffend in de volgende zinsnede uit 1884:
:Is men er overal tegen, kinderen iets te doen leren, dat zij niet verstaan, hen als papegaaien lessen te doen opdreunen, waarvan de woorden, zoals zij die wedergeven, voor anderen moeijelijk te verstaan zijn, men kan het den Curaçaoschen onderwijzer niet euvel duiden, dat hij dit beginsel dikwijls opoffert, en zich met uitkomsten vergenoegt, die uit een opvoedkundig oogpunt als hoogst onvoldoende moeten beschouwd worden.
Ondanks de adviezen van de schoolcommissie en tal van deskundigen, hielden de Staten vast aan de in de zeventiende eeuw gezette toon. Er vond zelfs een verschuiving plaats van zoveel mogelijk Nederlands naar uitsluitend Nederlands.
In 1935 vond echter een kleine verandering plaats. De onderwijsverordening ten aanzien van het Papiaments in het onderwijs werd in één artikel aangepast:
:... in de eilandgebieden Aruba, Bonaire en Curaçao kan, met toestemming van de gouverneur, op bepaalde scholen of in bepaalde klassen de papiamentse taal als voertaal bij het onderwijs worden gebezigd.
Dit was een stap in de richting van het Papiaments als instructietaal, ware het niet dat nimmer een beroep op de gouverneur gedaan werd. Een ware mijlpaal in de geschiedenis van het Papiaments werd in 1950 gezet toen de Staten de wens uitspraken om het Papiaments te maken tot voertaal in de laagste klassen van het basisonderwijs. Deze wens was niet te realiseren zonder een juiste leermethode, een goede grammatica en een officiële spelling. Daarom werd nog in het zelfde jaar een taalcommissie opgericht. Deze door de staat aangestelde groep onderzoekers kreeg de opdracht een meertalig woordenboek (dikshinario) te ontwikkelen, waarin ook het Papiaments opgenomen werd. Dit boek zou tevens een vaste spelling en grammatica moeten vaststellen, zodat men uiteindelijk aan de hand van dit boek het Papiaments als instructietaal kon invoeren. Dat is inmiddels ruim 50 jaar geleden. Omdat men niet eens kon worden over de fonetische of ethymologische spelling, hebben Curaçao en Bonaire gekozen voor de fonetische spelling en Aruba voor de ethymologische. Overigens is het een feit dat in de woordenschat van het Arubaanse Papiaments meer woorden afkomstig uit de Arawakse taal aanwezig zijn. Dit ziet men onder andere in de toponiemen en namen voor flora en fauna van Aruba.
Onder invloed van een stijgende werkloosheid en een groeiend gevoel van politiek onbehagen werd veel kritiek geuit op het sociaal-economisch en politiek beleid van de regering. Dit leidde tot acties en demonstraties van de bevolking, welke uiteindelijk de arbeidersopstand van 30 mei 1969 tot gevolg hadden. Op deze 30ste mei van 1969 werden grote delen van Willemstad geplunderd en platgebrand. Een zwarte dag in de geschiedenis van Curaçao, een dag waarvan men de gevolgen heden ten dagen nog zo duidelijk kan zien. De onlusten van '69 versnelden het proces van culturele bewustwording en luidden drastische veranderingen in op sociaal en politiek gebied. Bij het zoeken naar de eigen identiteit dat deze processen begeleidde, kwam de nadruk sterk te liggen op het gebruik van de volkstaal. Begin jaren zeventig is er weer een voorzichtige start gemaakt met Papiaments in het onderwijs. Ondanks het feit dat de officiële spelling- en grammaticawijze nog steeds niet vast staat, werd er begonnen met de ontwikkeling van lesmateriaal in het Papiaments voor de laagste klassen van het basisonderwijs. Na tal van studies en afgewezen spellingswijzen werd in 1976 de spelling-Römer-Maduro-Jonis door het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao aangewezen voor algemeen en educatief gebruik. Doordat deze beslissing er één was van de individuele eilandgebieden, kon Aruba kiezen voor een spelling die gebaseerd was op de etymologie. Er bestaat sindskort een leermethode voor Papiaments voor de eerste drie jaren van de middelbare school.
Moedertaal
Voor 79,3 procent van de bevolking van Bonaire en Curaçao is het Papiaments de moedertaal (1983), terwijl het percentage dat van huis uit Nederlands spreekt slechts 8,6% bedraagt. Dit heeft een directe invloed op het taalgebruik op school en in de thuissituatie. Een onderzoek uit 1986 onder leerlingen uit de 2e en 6e klas van het basisonderwijs, gaf de volgende resultaten met betrekking tot hun voertaal.
Thuis spreek ik alleen Papiaments
Thuis spreek ik Papiaments en een beetje Nederlands
Thuis spreek ik net zo veel Papiaments als Nederlands
Buiten schooltijd spreek ik tegen niemand Nederlands
De uiteenlopende uitkomsten (maximaal en minimaal) zijn terug te vinden in de verschillende scholen, schooltypen en milieus waar de onderzoeken gedaan zijn.
Kinderen die thuis van jongs af aan opgroeien met het Papiaments ontvangen op school lessen gegeven in het Nederlands. Een taal die sowieso niet één-op-één staat met het Papiaments. Zo kennen beide talen woorden en uitdrukkingen, die eigenlijk niet te vertalen zijn. De leerlingen moeten dus tijdens hun schoolse leven continu een omschakeling maken tussen Papiaments denken, Nederlands horen, vertalen, denken en vervolgens weer in het Nederlands antwoorden. Zo kan het dus voorkomen dat leerlingen meer problemen hebben met de vraagstelling dan met de stof zelf. Zo stelde Mevr. N. Winkel tijdens één van haar onderzoeken, de volgende vraag; Hoe luidt de wet der communicerende vaten? Het antwoord van de zesdejaars was: Ting-tong, ting-tong. Dit was geen vorm van brutaliteit, maar het antwoord op de vraag; Hoe luidt...... De leerling kende immers maar één manier van 'luiden' en dat is het luiden van een klok.
Voorbeeld van de grammatica
Hieronder staat een voorbeeld van de grammatica.
- In het papiaments worden werkwoorden niet vervoegd
- De lidwoorden zijn un (een), e (de)
- Het meervoud van een zelfstandig naamwoord wordt gemaakt door er -nan, bijv. Makamba, Makambanan (Nederlander, Nederlanders) aan toe te voegen. (net zoals het Nederlandse -en)
Ta (zijn)
Traha (werken)
Literatuur
- Maritza Coomans-Eustatia, Bibliography of the Papiamento language. Henny E. Coomans, Ronald Severing (eds.). Bloemendaal/Willemstad: Stichting Libri Antilliani/Fundashon pa Planifikashon di Idioma, 2005.
Voetnoot
- De uitspraak van de Curaçaose en de Arubaanse termen zijn hier gelijk. Het spellingsverschil gaat terug op twee uiteenlopende spellingsgewoonten van de taal: Op Aruba spelt men gewoonlijk etymologisch, op Curaçao meestal fonetisch.
Externe link
- [http://www.leren.nl/rubriek/talen/papiamento/ Links over het leren van Papiamento en algemene informatie]
- [http://koninkrijksstatuut.kennisnet.nl/papiaments/ Introductie Papiaments van Kennisnet]
Categorie:Natuurlijke taal
Categorie:Nederlandse Antillen
Rooms-Katholicisme]]
De Rooms-katholieke Kerk, in de meeste landen ook kortweg Katholieke Kerk genoemd, is de grootste geloofsrichting binnen het christendom. Zij beroept zich op het Oude en Nieuwe Testament van de bijbel, de Traditie en het leergezag van Rome. Tot aan de Reformatie belichaamde ze veel politieke macht. De leider van de Kerk is de bisschop van Rome beter bekend als de paus, die in Rome resideert en aan het hoofd staat van de clerus; hij is tevens staatshoofd van Vaticaanstad.
Geschiedenis
Eerste tot vijfde eeuw
Vanaf de eerste eeuw van onze tijdrekening ontstonden hier en daar in en rond de Middellandse Zee kleine, geïsoleerde christelijke gemeenschappen, eerst in het oostelijk gedeelte, later ook in het westen, en vooral onder de rechtelozen: vrouwen en slaven. Het Romeinse Rijk stond altijd al bekend om zijn religieuze tolerantie, zolang lippendienst bewezen werd aan de staatsreligie. Christenen weigerden te offeren aan de Romeinse goden, wat een van de redenen was voor vele bloedige vervolgingen van christenen door de Romeinse overheden. De christenen accepteerden de heidense keizers wel als staatshoofd, maar absoluut niet als een god. De invloed van het christendom groeide desondanks verder en het werd onvermijdelijk dat de christelijke religie erkend werd: dat gebeurde onder keizer Constantijn, in het begin van de vierde eeuw. Op het einde van dezelfde eeuw, onder keizer Theodosius I, werd het christendom zelfs de Romeinse staatsgodsdienst. Vanaf dat ogenblik zijn de politieke en religieuze macht van de Kerk in het westen nauw verweven.
Vanaf het begin was de jonge Kerk regelmatig het toneel van felle onderlinge discussies en resulterende scheuringen (in het Grieks: schisma), zoals het arianisme en nestorianisme. De bisschop van Rome (nog een Grieks woord; het betekent letterlijk ‘opzichter/toezichthouder’) was Petrus, de apostel die door Jezus "rots, waarop hij de Kerk zou bouwen" werd genoemd; stilaan werd de bisschop van Rome in het westen duidelijk de ‘primus inter pares’, die meer en meer gezag won als hoofd van de Kerk. Dat proces vorderde maar heel beperkt, en alleen in het (Latijnse) westen. In het Griekstalige Oosten oriënteerden de gelovigen zich meer op de patriarch van Constantinopel, hoewel de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed hadden. De bisschop van Rome was ook de patriarch van Rome en zijn collega-patriarchen beschouwden hem als een gelijke zonder speciale bevoegdheden over henzelf. Getuigenissen van zowel de oostelijke als de westelijke kerkvaders zijn echter duidelijk over de primaatschap van de zetel van Petrus (Rome) aangaande de einduitspraken over geloofstwisten. De bisschoppen kwamen soms samen in een Concilie, nog steeds het hoogste orgaan binnen de christelijke gemeenschap, zoals dat van Nicea in Turkije, rond 325, om theologische problemen op te lossen die dikwijls over politieke geschillen handelden.
Middeleeuwen
Na de val van het West-Romeinse Rijk werd West-Europa opgedeeld onder de binnengevallen Germanen. Hun nieuwe koninkrijken op het oude Romeinse grondgebied waren de beginpunten van de huidige Europese staten.
In dit versplinterde West-Europa bleek het niet erg moeilijk voor de bisschop van Rome om zijn gezag tenslotte gestaag uit te breiden, en behalve op geestelijk gebied vooral ook op wereldlijk vlak. Dat kon pas nadat West-Europa gekerstend was; vooral Ierse monniken hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Stilaan kwam men ook tot meer eensgezindheid op het vlak van de theologie, die gebaseerd was op de Platonische inzichten van Augustinus, hoewel dat niet zonder slag of stoot ging: zeer geregeld waren er belangrijke scheuringen (die van Pelagius, de Albigenzen of Katharen b.v.), en er was onophoudelijk frictie tussen het Oosten en het Westen. Verder werd de opmars van de islam (voorlopig) gestopt.
De splitsing in een oosterse en westerse Kerk in het jaar 1054 het Grote Schisma, was in feite een formele bevestiging van een reeds lang bestaande situatie. Opnieuw camoufleerden theologische disputen de politieke realiteit; deze keer was er verschil over de leer van de Heilige Geest: de westerse Kerk leert dat de Heilige Geest uitgaat van God de Vader en van God de Zoon. De oosterse Kerk leert dat de Heilige Geest alleen uitgaat van God de Vader.
Een belangrijke rol was weggelegd voor de kloosterorden: over geheel West-Europa werden in twee golven abdijen en kloosters opgericht. Deze bezaten nagenoeg een monopolie op cultuur, scholing, gezondheidszorg en wetenschappen, hoewel er ook enorm veel kennis verloren ging, die pas vanaf de 12e eeuw via de Arabische cultuur geleidelijk terugkwam, wat dan het Thomisme mogelijk maakte, nog steeds één van de fundamenten onder de katholieke theologie.
Het bestrijden van de heterodoxie, ketterijen en schisma's was vanaf het begin van de Kerk een steeds terugkerend thema. Deze strijd werd, uitgaande van het middeleeuwse wereldbeeld, vanaf de 13e eeuw geleverd door de Inquisitie, die als kerkelijke rechtbank in wisselwerking stond met de wereldlijke rechtbanken. De absolute controle op wat er gedacht en/of geschreven mocht worden, was de rol van de Inquisitie, die nu nog steeds bestaat in de vorm van de Congregatie van de Geloofsleer. Maatschappelijke en kerkelijke intolerantie kwam tot uiting in fel antisemitisme; tijdens de Kruistochten –eerder een politiek dan religieus fenomeen- ging het er eveneens bloedig aan toe.
Gedurende de eeuwen ontwikkelde de bisschopszetel van Rome zich tot de stoel van de Christus' plaatsbekleder, het petrusambt, dat een centralisering van de Kerk betekende en lokale bisschoppen aan haar ondergeschikt maakte; de Investituurstrijd had als inzet wie kerkelijke benoemingen mocht uitvoeren: de politiek of de Kerk. Terwijl de Kerk deze strijd formeel won, zal haar invloed vanaf de 16e eeuw beginnen te tanen.
De Nieuwe Tijd
Tijdens de Renaissance was Europa weer welvarend geworden en door de toenemende handel en voortschrijdende techniek werden de Europeanen steeds rijker. De Kerk profiteerde hier ook van en begon steeds meer een praalziek instituut te worden. De hoge clerus hield zich tenslotte hoofdzakelijk bezig met de wereldlijke macht en de geestelijke taken schoten er grotendeels bij in. Vooral de 'renaissance pausen' van de 15de-16e eeuw waren hoewel cultureel een hoogtepunt (bouw van de huidige Sint Pieterskerk) geestelijk en moreel een dieptepunt waarbij verschillende bisschoppen en pausen, zoals die afkomstig van de beruchte familie Borgia, elkaar zelfs naar het leven stonden om de hoogste kerkelijke ambten te bemachtigen.
Corruptie, decadentie, nepotisme en simonie binnen de Kerk zorgden in heel Europa voor een ware opstand, de Reformatie, tegen Rome. Voorlopers waren: Jan Hus (Bohemen), Savonarola (Florence) en John Wycliffe, Engeland. Later gaven Luther (Heilige Roomse Rijk), Johannes Calvijn (Frankrijk/Zwitserland) John Knox (Schotland) en Huldrych Zwingli (Zwitserland) aanleiding tot permanente afscheidingen: zo maakte in 1517 Luther de 95 stellingen tegen de aflaat bekend. Aanvankelijk wilden de meeste van deze protestanten (zoals ze al snel werden genoemd) de Katholieke Kerk niet verlaten maar hervormen door een terugkeer naar de christelijke beginselen zoals deze volgens hen in de evangeliën zijn beschreven. Het optreden van Luther, zijn pacteren met Duitse wereldlijke vorsten en de reactie van de Kerk inzake de oproep tot een concilie dat tot deze interne hervormingen zou moeten leiden, heeft tenslotte geleid tot de afscheiding van de protestanten. Ook Engeland scheurde zich af onder Hendrik de Achtste en vormde de Anglicaanse Kerk. Zoals vaker in de geschiedenis kwamen deze schisma's als gevolg van zowel religieuze als politieke redenen tot stand.
De Kerk reageerde met het Concilie van Trente, de komst van vernieuwingsbewegingen zoals de jezuïetenorde en de verspreiding van de barok. Terwijl grote landstreken in Europa verloren gingen voor Rome tijdens eeuwenlange godsdienstoorlogen die leidden tot een wijdverbreide papenhaat (papa = Latijn voor paus; een katholiek is dus een paap), breidde ze evenwel haar gebied uit tijdens de periode van de Europese kolonisatie.
Het grote kenmerk van de periode na de Middeleeuwen, is dat meer en meer de mens zichzelf als het centrum van de dingen beschouwde, vandaar het humanisme, de zelfverzekerde renaissance, en de opkomst van de (exacte) wetenschappen. Dit zal uiteindelijk uitmonden in de Verlichting, met de vastlegging van het principe van de scheiding tussen Kerk en staat. Dit principe (en andere) zal verspreid worden samen met de Franse Revolutie. Verschillende kerkelijke monopolies, zoals onderwijs en gezondheidszorg werden doorbroken, en aanvankelijk wist Rome niet om te gaan met nieuwe ontwikkelingen zoals darwinisme en socialisme. In deze periode werd het principe van de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd. Uiteindelijk zorgde de Kerk wel met de encycliek Rerum Novarum (1891) voor een sociale leer.
Vandaag
Het onafhankelijke Italië bleef knabbelen aan de omvang van de Pauselijke Staten, en in 1929 wordt het Verdrag van Lateranen gesloten tussen de paus en Benito Mussolini: het Vaticaan als onafhankelijk staatje wordt geboren.
In de jaren zestig zorgt het Tweede Vaticaans Concilie voor een vernieuwende interpretatie van de katholieke leer en brengt zo het geloof bij de tijd (aggiornamento). Hierover was en is nog steeds veel discussie: volgens de conservatieven was dit al te vergaand en volgens de progressieven ging dit nog lang niet ver genoeg. Ondanks deze hervormingen blijft de invloed van de RK Kerk in West-Europa dalen. De standpunten van de Kerk, vooral betreffende seksualiteit en moraal worden in het geseculariseerde West-Europa dikwijls beschouwd als controversieel en niet meer passend in de praktijk van de moderne wereld. Terwijl de Kerk zich probeert aan te passen aan de sterk geïndividualiseerde samenleving in het Westen blijft het aantal gelovigen wereldwijd en dan vooral in de ontwikkelingslanden sterk groeien. Hier is het geestelijke, morele en vaak ook politieke gezag van de Kerk nog steeds aanzienlijk. Verschillende vernieuwingsbewegingen ontstaan binnen de Kerk, die vaak de rol van de leek benadrukken, zoals de charismatische beweging, die ook banden met het protestantisme onderhoudt.
Stilaan wordt ook toenadering gezocht tot andere strekkingen binnen het christendom, en andere verwante religies zoals het jodendom. Dat is de zogenaamde oecumenische gedachte.
De Rooms-katholieke Kerk blijft nog altijd verreweg de grootste geloofsrichting binnen het christendom: volgens het Annuario Pontificio (Vaticaans jaarboek) leefden er in 2003 in de hele wereld 1,09 miljard gedoopten, verspreid over 2800 bisdommen en 220 000 parochies. Ongeveer de helft van hen leeft in de Derde Wereld. De Kerk telt 405 000 priesters (1 priester per 2680 gedoopten).
Huidige verdeeldheid en polarisatie
De verdeeldheid binnen de Rooms-katholieke Kerk is sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) ernstig vergroot. Er is sprake van grote polarisatie.
Modernisme
Aan de ene kant staan vele zogenaamde modernistische ofwel progressieve organisaties en groepen. Veel diocesane bisschoppen (in Nederland bijv. Mgr. Bluyssen en Mgr. Muskens) en organisaties zoals Wir sind Kirche (We are Church) en de opgeheven Nederlandse Acht Mei Beweging en de vergrijzende Mariënburgvereniging maken deel van deze factie uit. Zij streven naar een kerkvorm zonder veel grote dogma's en een kerk die zich aanpast aan de wereld van nu, zowel in liturgie als in openbaar optreden. Deze factie wil, dat de Rooms-katholieke Kerk een liberalere positie inneemt ten aanzien van abortus, euthanasie en anti-conceptie. Bovenal zijn hun speerpunten echter: de vrouw in het priesterambt, vergaande democratisering en een vereniging met overige wereldgodsdiensten. Direct gevoeld werd de invloed van deze factie na de liturgiehervorming eind jaren '60 en de invoering van de Nieuwe Liturgie (Novus Ordo Missae) van Paulus VI. Men denke in Nederland aan de invloed van de ex-Jezuïet en pastor van de Amsterdamse Studentenekklesia Huub Oosterhuis en zijn liedgoed op de nieuwe katholieke liturgie. Internationaal is de naam van de theoloog Hans Küng bekend.
Gematigd modernisme
Dan bestaat er een gematigd progressieve, op enige vlakken modernistische, factie bestaande uit bepaalde kardinalen zoals Walter kardinaal Kasper, Karl kardinaal Lehmann, aartsbisschop Jean-Marie Lustiger en enige andere curiekardinalen en zeer vele bisschoppen uit Europa en Noord-Amerika. Zij willen op een voorzichtige wijze openingen maken naar het vrouwelijke priesterambt, meer uitwisseling met de wereld en een wereldraad waarin alle wereldgodsdiensten samen kunnen komen, elk met hun verschillende inzichten. De gematigd progressieve factie vindt, dat de veranderingswil van het Tweede Vaticaans Concilie niet ten volle uitgewerkt is.
Conservatisme
Dan is er de conservatieve factie. Zij hebben alle hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) aangenomen en wensen, dat deze rustig worden uitgewerkt. Men neemt wat betreft de moraaltheologie de kerkelijke leer wat betreft abortus, euthanasie en anti-conceptie aan, hoewel de een iets verder gaat dan de ander. Wat betreft de toenadering tot andere godsdiensten ondersteunen zij onvoorwaardelijke de huidige moderne lijn van het Vaticaan. Doorgaans wil men in de oecumene toenadering tot de overige christelijke kerkgenootschappen. De missioneringsgedachte van vóór het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze factie doorgaans reeds afgelegd voor de moderne oecumenische gedachte en praktijk van zogenaamde Dialoog, omdat men in de overige denominaties en godsdiensten ook waardevolle elementen zegt te ontwaren. Toch streeft men niet direct naar een fusionerende oplossing zoals de progressieve facties. Deze factie is soms ontevreden over de uitvoering van de Nieuwe Liturgie van Paulus VI, maar accepteert de liturgiehervorming van 1969/1970 ten volle. Tot deze factie behoren Paus Benedictus XVI en de meeste bisschoppen uit de Derde-Wereld en Zuid-Amerika. Een bekende representant was ook Paus Johannes-Paulus II die sterk de toenadering met andere godsdiensten zocht en daarbij geen missionering bedreef (Assisi Gebedsconferentie 1986), maar tegelijkertijd toch de noodzaak benadrukte van de "cultuur van het leven". Hij verwierp derhalve abortus, euthanasie en kunstmatige anti-conceptie. Op ecclesiologisch vlak is deze conservatieve factie ook meegegaan met de moderne opvatting. De vrouw in het priesterambt blijft er evenwel nog taboe. De conservatieve factie is in het algemeen - uitzonderingen daargelaten: bijv. het afzetten van theoloog Hans Küng - redelijk verdraagzaam ten opzichte van de progressievere facties. Men blijft onverzettelijk qua morele standpunten, maar tolereert de progressieve facties wel in kerkelijke functies en op hoge kerkelijke posities. Slechts bij tijd en wijle komt uit deze factie verzet voort tegen de progressievere (modernistische) facties. Een bekend voorbeeld van dit conservatief verzet tegen progressiviteit is het Contact Rooms-Katholieken (CRK) in Nederland.
Traditionalisme
Rechts van de conservatieve factie is het zogenaamde Rooms-katholieke traditionalisme te vinden. Deze traditionalistische factie wordt ook wel incorrect "ultra-conservatief" of - bijtend - "integralistisch" genoemd. Algemeen kenmerk is het vasthouden aan de Tridentijnse H. Mis (ook wel: Mis van altijd, Traditionele Latijnse Mis, overgeleverde ritus). De vanaf de Oudheid organisch gegroeide Romeinse christelijke liturgie werd in 1570 - als reactie op de vernieuwingen tijdens de Reformatie - gecodificeerd door Paus Pius V en draagt soms ook de naam Mis van Pius V of Piánum. Nadat reeds vanaf 1963 doorheen de R.K. Kerk liturgische vernieuwingen terrein wonnen, werd in 1969 (1970) door Paus Paulus VI een Nieuwe Liturgie (Novus Ordo Missae) ingevoerd. Door de apostolische constitutie Missale Romanum (1969) werd de facto (in de praktijk) afgerekend met de eeuwenoude Tridentijnse liturgie, hoewel de jure (wettelijk) deze oude liturgie nog te gebruiken bleef. Direct op de invoering van de Nieuwe Liturgie door Paulus VI kwam een storm van verontwaardiging van traditionalistische katholieken - die toch al niet gelukkig waren met het Tweede Vaticaans Concilie - op gang. [http://www.ecclesiadei.nl/docs/kortkritischonderzoek.pdf] Bovendien protesteerden de curiekardinalen Alfredo kardinaal Ottaviani en Antonio kardinaal Bacci openlijk tegen de Nieuwe Liturgie met hun Kort Kritisch Onderzoek van de Nieuwe Ordo Missae. Deze door Pius XII benoemde kardinalen waagden zelfs de geldigheid in twijfel te trekken en noemden de Algemene Inleiding tot het Nieuwe Missaal "ketters" en "protestants". Dit document, aan Paulus VI aangeboden door de kardinalen en een groep zeer behoudende Romeinse professoren, verspreidde zich door Gravin Guerrini snel over de gehele katholieke wereld. Inmiddels bleven verspreid over de katholieke wereld groepjes behoudende priesters de Tridentijnse liturgie aanhouden voor hun Misvieringen.
De groepen binnen de traditionalistische factie verschillen qua verdere theologische posities wel enigszins van elkaar. De Priesterbroederschap van Sint Petrus (FSSP) is officieel door het Vaticaan erkend en is zelfs een gemeenschap van Pauselijk Recht. Zij gebruikt de Tridentijnse ritus met toestemming van de lokale bisschoppen. De FSSP is de belangrijkste organisatie (congregatie) binnen de Indult-Mis-beweging onder de traditionalisten. Indult-Missen worden soms ook gecelebreerd door priesters uit de bisdommen zelf. Men erkent de resultaten en uitwerkingen van het Tweede Vaticaans Concilie en ook de liturgiehervorming van Paulus VI wordt door hen niet in twijfel getrokken. De Tridentijnse ritus geniet echter sterk de voorkeur - niet in het minst vanwege de liturgische misbruiken en vernieuwingen die op lokaal vlak - zo ziet ook het Vaticaan het inmiddels - veel schade aan zouden richten.
De bekendste wereldwijd werkzame groep is wel de Priesterbroederschap Sint Pius X (FSSPX), in 1970 in Zwitserland opgericht door aartsbisschop Mgr. Marcel Lefebvre (1905-1991), die vanaf 1988 niet langer erkend wordt door de Vaticaanse autoriteiten. Deze momenteel sterk groeiende groep wijst de hervormingen van de liturgie af als modernistische uitvindsels. Men gebruikt uitsluitend de Tridentijnse ritus voor de Mis. Tevens ziet de FSSPX in de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie bepaalde leerstellige dwalingen, die men - logischerwijs - dan ook weigert aan te nemen. Met name de conciliaire concepten van oecumene, de liturgiehervorming, het principe van morele godsdienstvrijheid en het universalistische heilsconcept (zoals in 1978 uitgewerkt in de encycliek Redemptor Hominis door Johannes-Paulus II), worden uitdrukkelijk verworpen. Rond de FSSPX hebben zich bepaalde kloosters en abdijen geschaard die dezelfde posities aanhangen. De FSSPX erkent de legitimiteit van Paus Benedictus XVI wel. De congregatie heeft altijd haar verbondenheid met de Heilige Stoel (Vaticaan) beleden. Nog in augustus 2005 werd de belangrijke FSSPX-leider Bisschop Mgr. Bernard Fellay ontvangen door Benedictus XVI.
Enige traditionalistische groeperingen wijzen zelfs radicaal de legitimiteit van de Pausen na de dood van Paus Pius XII af. Deze noemt men de sedisvacantisten (van Sede Vacante: Lege H. Stoel). Door de ketterijen die door het Tweede Vaticaans Concilie en de "Conciliaire" Pausen verbreid zijn, redeneren de sedisvacantisten binnen de traditionalistische factie, hebben deze Pausen hun ambt automatisch verloren, want "ketters zijn geen lid van de Kerk en kunnen dus ook geen hoofd van de Kerk zijn". De sedisvacantisten houden dan ook vast aan de Tridentijnse liturgie. Zij verwerpen het Tweede Vaticaans Concilie in het geheel als een niet-katholieke synode en een poging om de Rooms-Katholieke Kerk omver te werpen. Vele sedisvacantisten zien de ondermijning van het Pausschap en de kerkelijke leer als inmiddels tamelijk geslaagde pogingen van de Vrijmetselarij om het Christendom uit te roeien. In Vlaanderen is het Italiaanse Istituto Mater Boni Consilii actief. Dat priesterinstituut houdt de sedisvacantistische positie aan. Vele sedisvacantisten wijden zonder toestemming van het Vaticaan zelf hun bisschoppen en priesters. Een bekende sedisvacantistische leider was aartsbisschop mgr. Pierre-Martin Ngo Dinh Thuc († 1984), van wie de apostolische wijdingslinie (Thuc Line) van vele sedisvacantistische bisschoppen (in VS, Frankrijk, Duitsland) afkomstig is. Thuc legde eind jaren '70 en begin jaren '80 meermaals de verklaring af, dat de H. Stoel onbezet (vacante) is. De sedisvacantisten zijn slechts een zeer kleine groepering.
De traditionalistische factie wordt in het algemeen door zowel de conservatieve factie als de progressievere facties, die alle de Nieuwe Liturgie aangenomen hebben, met grote vijandigheid bejegend. In de media worden zij onophoudelijk afgeschilderd als dinosauriërs uit het stenen tijdperk. Toch groeien zowel de Indult-groeperingen als de omstreden Priesterbroederschap Sint Pius X met verbazingwekkende snelheid. Met de doorgaande leegloop in de West-Europese Kerk en de voortschrijdende secularisatie lijkt de invloed van het groeiend aantal kerkgetrouwere traditionalisten steeds verder toe te nemen.
Evangelisatie
Missionarissen uit de westerse landen werden naar gekoloniseerde landen gestuurd om daar te preken en de lokale bevolking tot het katholieke geloof te bekeren. In Spaans en Portugees Amerika gebeurde de 'bekering' van de oorspronkelijke bevolking grotendeels onder (soms grove) dwang. In later eeuwen in Afrika en Azië vertrouwden missionarissen meer op hun overtuigingskracht. In veel landen, ook in Europa en Amerika, stonden zij bovendien aan de wieg van charitatieve instellingen en gezondheidszorg. Eveneens in Europa was de Kerk meestal de grondlegger van de gezondheidszorg en het onderwijs. Veel ziekenhuizen en scholen werden tot voor kort of worden nog steeds door kloosterorden en congregaties gerund.
Structuur en organisatie
De Rooms-katholieke Kerk is de oudste, nog steeds functionerende organisatie ter wereld. Hierin is ze werkelijk uniek. Het is de enige organisatie ter wereld die aantoonbaar ononderbroken heeft gefunctioneerd sinds de 1e eeuw en het enige instituut van het Romeinse rijk dat heeft weten te overleven tot in de moderne tijd. Ook het archief en de bibliotheek van het Vaticaan zijn voor zover bekend de oudste ter wereld. Er zijn echter (onbevestigde) berichten dat sommige boeddhistische kloosters nog oudere archieven en bibliotheken bezitten.
De organisatie van de Kerk is het eindpunt van een eeuwenlange evolutie; hier volgt een beschrijving hoe de Kerk vandaag georganiseerd is. De Kerk kent een strakke organisatiestructuur, met zowel verticale als horizontale assen, een Kerk georganiseerd in kruisvorm.
- Verticaal: van paus tot gelovige leek; en
- Horizontaal: op verschillende niveaus bestaat een aantal al dan niet formele instellingen naast elkaar.
De Kerk kent haar eigen rechtbanken die zich baseren op het canoniek recht. De Kerk is geen democratie en er bestaat geen scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en controlerende macht. Alle macht wordt geconcentreerd in de persoon van de paus.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de paus als politiek staatshoofd van het Vaticaan, wat niet veel om het lijf heeft, en als religieus leider waarbij de paus wereldwijd zeer invloedrijk is.
Van paus tot gelovige (Verticale structuur)
canoniek recht]
De paus regeert eigenmachtig (hoewel zijn macht informeel beperkt wordt) door middel van decreten en richtlijnen. De grote lijnen en principes worden verwoord in encyclieken, apostolische exhortaties en vele andere documenten. Deze worden in het Latijn gepubliceerd en benoemd met de eerste woorden ervan. Zo behandelt de encycliek "Rerum Novarum" ('over nieuwe zaken') de sociale leer van de Kerk en de encycliek "Humanae Vitae" ('over het menselijk leven') de houding van de Kerk ten aanzien van geboortenregeling.
Formeel wordt zo'n brief naar alle bisschoppen gestuurd, die gewoonlijk (maar niet altijd) een geografisch gebied onder zich hebben. Zij moeten de inhoud verder spreiden onder de priesters, die hun gelovigen moeten inlichten, en verklaringen verschaffen, indien nodig. Een encycliek geldt voor alle gelovigen, in de hele wereld.
Een "herderlijke brief" daarentegen is vrijblijvender en dikwijls gericht tot een beperkt gebied, of een gedeelte van de gelovigen, bijvoorbeeld alleen voor priesters, of alleen voor katholieke Amerikanen.
Geografische structuur (Horizontale structuur)
Een plaatselijke kerk, een zogenaamde "parochie," wordt geleid door een pastoor. Enkele parochies vormen samen een dekenaat (ook: decanaat) dat onder leiding staat van een deken. (In de praktijk stelt de invloed van het dekenaat niet veel voor, de pastoor is verantwoordelijk voor zijn parochie.) Een aantal dekenaten vormt samen een bisdom (ook: diocees) dat door een bisschop bestuurd wordt; hij wordt daarin geassisteerd door een bestuursorgaan, de bisschoppelijke curie. Meerdere bisdommen samen vormen een kerkprovincie onder leiding van een metropoliet. De grenzen van kerkprovincies in kleine staten, zoals Nederland en België, vallen meestal samen met de landsgrenzen. Voor kerkprovincies in grotere staten met veel katholieken gaat dit meestal niet op.
Hiernaast zijn er kardinalen, deze worden door de Paus benoemd (officieel: "gecreëerd,") en kiezen de opvolger van de Paus bij zijn overlijden. Pauselijk aftreden is in de geschiedenis maar enkele keren voorgekomen. De paus wordt in zijn bestuurlijke taken bijgestaan door een bestuurslichaam, de zogenaamde Romeinse Curie.
Zie ook:
- Hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk
- Lijst van rooms-katholieke bisdommen
Positie van het Vaticaan
Vaticaanstad, het gedeelte van Rome waar Petrus begraven ligt en de paus zijn zetel heeft, heeft de status van een onafhankelijk land; veel landen hebben daarom naast een ambassade in Italië een ambassade bij het Vaticaan. Het Vaticaan heeft op haar beurt een nuntius als ambassadeur in vele landen. Dit betekent dat de organisatie van de Kerk en de betrekkingen met staten los van elkaar georganiseerd zijn.
Leer van de Kerk
De christelijke leer gaat ten diepste terug op de persoon en het optreden van de Heer Jezus Christus. Christenen belijden dat in Jezus God Zelf mens is geworden, alhoewel Hij God bleef, en naar de aarde gekomen is om zondaren te redden van de dood, het kwaad en de duivel. In de bijbel is de beloofde komst en de betekenis van Christus komst vastgelegd. De christelijke leer heeft zijn oorsprong in de boodschap van de bijbel. Voor de rooms-katholieken ligt een aantal geloofspunten vast. Aan deze waarheden, dogma's genaamd, valt niet te tornen. De belangrijkste geloofswaarheden staan opgesomd in de apostolische geloofsbelijdenis .
Naast de bijbel erkennen de rooms-katholieken ook het recht van de Traditie of de overlevering. De Traditie is alles wat in de kerkhistorie als openbaring van de geloofsleer naar voren is gekomen. De onfeilbaarheid van de Paus in geloofszaken is gefundeerd op de Traditie en pas in 1870 als dogma bekrachtigd. In de loop van de tijd zijn er ook enkele andere geloofspunten als dogma "gedefinieerd," zoals in 1950 de tenhemelopneming van Maria. Alleen de paus kan iets als dogma "definiëren," en hij zal dat in de praktijk alleen doen bij zaken die al eeuwen, vanuit de Traditie, door het grootste gedeelte van de Kerk zo worden geloofd.
Volgens de leer van de Kerk, is de Rooms-katholieke Kerk de oorsprong van alle kerken binnen het christendom, omdat de paus, de leider van de Rooms-katholieke Kerk, de opvolger is van de apostel Petrus. Op grond van dit primaatschap zijn volgens de Rooms-katholieke Kerk alle christenen, dus ook alle kerkgenootschappen, gehouden om het gezag van de paus te erkennen. De Rooms-katholieke Kerk wordt ook de Kerk van Rome genoemd. Naast de Rooms-katholieke Kerk, zijn er vele Kerken met een andere ritus, die in gemeenschap (communio) met de Kerk van Rome leven en het primaatschap van de Paus erkennen (zie Oosters-katholieke Kerken). De belangrijkste geünieerden zijn:
Zie ook
- Portaal christendom
- Categorie: Rooms-katholieke Kerk
Externe links
- http://www.vatican.va
- http://www.katholieknederland.nl
- http://www.rorate.com
- http://www.katholieknieuwsblad.nl
- http://www.kerknet.be
- http://www.catholica.nl
- http://www.katholiek.tk
Categorie:Rooms-katholieke Kerk
ja:カトリック教会
ko:카톨릭
ms:Gereja Roman Katolik
simple:Roman Catholicism
PresentPresent heeft meerdere betekenissen:
- Present, als synoniem voor een geschenk of cadeau
- Present : Een experimentele Belgische band
- Present betekent ook aanwezig
Surinaamse literatuur
De literatuur van Suriname onderscheidt zich in de Surinaamse orale (mondeling overgeleverde) literatuur en de Surinaamse geschreven literatuur.
Suriname
De orale literatuur is een uiterst vitaal, authentiek en wezenlijk domein van expressie geweest, en is dat goeddeels nog altijd. De invloed van de orale cultuur is uit de geschreven letteren van Suriname niet weg te denken. Amputatie van de orale letteren zou nooit kunnen leiden tot een adequate beschrijving van de geschreven letterkunst.
Vanaf het einde van de 18de eeuw kan gesproken worden van de eerste autochtone geschreven Surinaamse literatuur. Deze schets beperkt zich primair tot teksten die binnen het Surinaamse literatuurbedrijf tot stand zijn gekomen, of die direct belang hebben gehad voor de Surinaamse situatie (in bijvoorbeeld het debat over de afschaffing van de slavernij).
Definitie
De Surinaamse literatuur kan als volgt gedefinieerd worden:
Surinaamse literatuur omvat alle orale en geschreven teksten en andere communicatieve uitingen (interacties) die een aspect van literariteit bezitten, voortgebracht in een of meer van de door groepen gehanteerde talen van Suriname, en die deel uitmaken van het retroactief-historische proces van bijdragen aan een van de tradities die de nationale identiteit van Suriname constitueren.
Talen
In Suriname worden tweeëntwintig talen gehanteerd, enkele daarvan echter uitsluitend in niet-literaire gebruikssituaties, bijvoorbeeld bij godsdienstige rituelen. De drie belangrijkste literaire talen zijn het (Surinaams-)Nederlands dat de officiële landstaal en voor steeds meer mensen ook de moedertaal is, de lingua franca: het Sranantongo of Sranan - de taal van de slaven en hun nakomelingen, maar nu door het merendeel van de Surinamers gesproken -, en de taal van de grootste bevolkingsgroep (de hindostanen): het Sarnami. Voor het proza is het Nederlands kwantitatief absoluut de belangrijkste taal; voor de poëzie houden Nederlands en Sranantongo elkaar in evenwicht, terwijl het Sarnami eerst betrekkelijk recent, na 1977, belangrijk is geworden. Het Surinaams-Javaans, de taal van de op twee na grootste bevolkingsgroep, wordt slechts sporadisch in geschreven vorm gehanteerd, terwijl de orale literaire uitingen in die taal zwaar onder druk staan, om niet te zeggen: op het punt staan geheel te verdwijnen. Voor alle andere talen geldt dat hun bereik ophoudt bij hooguit enkele duizenden of soms zelfs maar honderden mensen.
Orale literatuur
Orale literatuur bezit een esthetische functie (een aspect van schoonheid), maar orale teksten functioneren binnen een holistisch kader: het onderscheid tussen sacrale en profane teksten, tussen amusement en onderricht is veelal minder scherp dan in de westerse culturen. Er is een complexe samenhang tussen status en structuur van orale teksten, de wijze waarop de tekst gebracht wordt, de ritual performance, is van groot belang en teksten maken bijna altijd deel uit van een groter geheel met zang en dans.
amusement
De oudste bewoners van Suriname zijn de indianen, of inheemsen. De twee grootste groepen zijn de kari'na (of karaïben) en de lokonon (of arowakken) die, evenals de kleinere stam der warau, hun woonplaatsen hebben in de kuststreek. De tarëno (of trio), de wayana en de akuriyo wonen alle diep in het binnenland, niet ver van de Braziliaanse grens. Elk van deze volkeren hebben eigen verhaalgenres, liedgenres en spreekwoorden. Vertellingen en liederen met bijzondere magische kracht worden gekend door de pyjai, de sjamaan die bij alle volkeren een cruciale rol vervult. Natuur en bovennatuur, mens en dier vormen voor de inheemsen één onverbrekelijke eenheid. Verhalen werden vastgelegd van en door o.m. Nardo Aluman, A.C. Cirino en Leo Toenaé.
De afro-Surinamers, nakomelingen van uit Afrika aangevoerde slaven, worden onderscheiden in bosnegers of marrons (in het binnenland) en creolen (in stad en kuststreek). Hun orale cultuur staat sterk in het teken van de winti, de afro-Surinaamse religie en levenswijze. Van de zes bosnegervolkeren zijn de saamaka en de ndyuka de grootste, kleiner zijn de matawai, de paamaka, de aluku (of boni) en de kwinti. Ook van elk van deze volkeren heeft eigen verhalen, liederen, dansen, spreekwoorden en raadsels en het vertellen, zingen en dansen heeft telkens bijzondere vormen. Bij de creolen vormen de Anansitori’s een bijzonder genre: uit Afrika overgeërfde vertellingen rond de spin Anansi, die in de harde slaventijd een bijzondere identificatiefiguur werd, en nog steeds in allerlei gedaantes zeer populair is. Twee belangrijke creoolse vertellers waren Aleks de Drie en Harry Jong Loy.
Harry Jong Loy
Het sacrale dansritueel van de creolen heet wintipré (spel van de geesten). Daarnaast zijn er verschillende vormen van profane spelen, die alle elementen van creools verzet tegen de koloniale overheerser in zich dragen. De Du is een gedramatiseerd spel met vaste karakters en werd al in de slaventijd als grootse muzikale komedie gebracht; lobisingi en laku zijn van latere datum.
Ook de latere immigrantengroepen brachten eigen cultureel erfgoed mee en gaven dat in de loop der jaren een eigen Surinaamse gedaante.
Harry Jong Loy
In de hindostaanse cultuur spelen het oude religieuze gedachtegoed en de oude grote epen als Rámáyana en het Mahábhárata nog altijd een belangrijke rol. Jaarlijkse opvoeringen van het Rámlilá, Spel van Ram, vonden een talrijk publiek. Op tal van verhaal-, toneel- en liedvormen begon het leven in de contracttijd en daarna een stempel te zetten. Zeer populair werd de baithak gáná, die aanvankelijk een begeleidingsmuziek bij toneelopvoeringen was, maar zich geleidelijk aan tot een eigen genre met Surinaamse teksten ontwikkelde. Aan de hand van een verhaal wordt uiteengezet hoe ook de van Java gekomen contractarbeiders hun cultuuruitingen een Surinaamse gedaante gaven. Ook in zang, wayang (schimmenspel), toneel, cabaret en dans (de jaran képang, paardendans) manifesteerde zich het Surinaams-javaanse cultuurgoed. De andere bevolkingsgroepen (chinezen, libanezen, joden) zijn minder nadrukkelijk met | | |