:: wikimiki.org ::
| 5e Eeuw V. Chr. |
5e eeuw v. Chr.
Gebeurtenissen:
- Ongeveer omsteeks deze tijd wordt in Babylonië het idee nul toegevoegd, als plaats-vervangend teken voor bv. nul honderden. Dit is de basis voor het tientallig stelsel (algemener: voor ieder n-tallig stelsel - het Babylonische stelsel was 60-tallig).
----
Geboren:
- 428 v. Chr. - Plato, Griekse filosoof
- 469 v. Chr. - Socrates, Griekse filosoof
----
Overleden:
----
Decennia: Jaaroverzichten
Categorie:5e eeuw v. Chr.
HonderdenF
ja:紀元前5世紀
ko:기원전 5세기
BabyloniëBabylonië of het Babylonische Rijk was een koninkrijk in Mesopotamië van 1800 v. Chr. tot 539 v. Chr.
Het strekte zich uit van het huidige Bagdad tot aan de Perzische Golf. De hoofdstad en het culturele centrum was Babylon. Het was van 800 tot 609 v. Chr. onderworpen aan het Assyrische Rijk.
Van de Babyloniërs zijn een paar van de oudste geschriften van de mensheid bewaard gebleven, zoals het Atrahasis-epos en het Gilgamesh-epos.
Categorie:5e eeuw v. Chr.
Categorie:Historisch land in Azië
Categorie:Mesopotamië
ja:バビロニア
Decimaal__NOTOC__
Decimaal betekent tientallig. Het decimale talstelsel is een stelsel waarbij getallen worden samengesteld uit de cijfers 0 t/m 9. De naam is afgeleid van het Latijnse woord voor tiende (decimus).
Opbouw van getallen
De 10 cijfers van het decimale systeem zijn: 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Door combinaties (achter elkaar plaatsen) van deze cijfers kunnen alle natuurlijk getallen verkregen worden.
Ieder cijfer in een getal heeft een eigen waarde. De waarde van een getal hangt af van de plaats die het cijfer in een getal heeft. Iedere positie vertegenwoordigt een bepaalde macht van 10.
Het getal 231475923 = 231.475.923 = Tweehonderdeenendertigmiljoen vierhonderdvijfenzeventigduizend negenhonderddrieëntwintig, bestaat uit de volgende onderdelen:
Decimaalteken
De bovenstaande tabel vemeldt alleen gehele getallen. De notatie kan echter ook simpel uitgebreid worden om fracties weer te geven. In dat geval wordt na het cijfer dat de eenheden weergeeft een komma geplaatst, en vervolgens gaan we gewoon verder met het systeem: het eerstvolgende cijfer geeft het aantal malen 10-1 (dus tienden) aan, het daaropvolgende cijfer het aantal malen 10-2 (honderdsten), enzovoort. Dit kan worden voortgezet totdat de gewenste nauwkeurigheid is bereikt. De plaats van de komma in het getal is in deze notatie cruciaal: het is het referentiepunt waaraan gezien kan worden welk deel van het getal de gehele waarden representeert en welk deel de fracties. Het eerste cijfer links van de komma geeft de eenheden weer, het eerste cijfer rechts van de komma de tienden. Indien er geen fractioneel deel aanwezig is, wordt de komma ook weggelaten: het laatste cijfer is in dat geval het referentiepunt.
Het gehele deel van grote getallen wordt vaak genoteerd (en ook uitgesproken) in groepjes van 3 cijfers, die ook wel door punten worden gescheiden om de leesbaarheid te vergroten. Hiermee wordt achteraan begonnen (dus op de plek van de komma). Het fractionele deel wordt niet met punten gegroepeerd (maar soms wel d.m.v. spaties). In China, India, de Angelsaksische landen en Japan worden de komma en de punt in de omgekeerde betekenis van die op het Europese vasteland gebruikt: dus de punt als decimaalscheider en de komma voor de groepering.
De hier bedoelde notatie van een groot getal wordt toegepast bij weergaven van aantallen; bij telefoonnummers of bankrekeningen, die ook uit cijfers bevatten, wordt dit indelen in groepjes anders gedaan (even als de uitspraak).
Als decimale getallen worden uitgesproken, gebeurt dat meestal van links naar rechts in deze groepjes van 3 cijfers, die elk als 3-cijferig getal worden uitgesproken, gevolgd door de vermenigvuldigingsfactor die met hun positie overeenkomt:
Voor getallen van 4 cijfers wordt ook wel een andere methode gebruikt.
Decimaal, als aanduiding van nauwkeurigheid
Uitsluitend in het tientallige stelsel wordt er een komma als scheidingsteken gebruikt. De cijfers achter de komma worden nu ook decimalen genoemd. Een getal met 2 decimalen is ieder willekeurig getal waarbij 2 cijfers achter de komma staan. Nullen achter de komma veranderen het getal niet, het aantal decimalen is vaak echter wel een indicatie van de nauwkeurigheid van het getal, ofwel de mate van afronding.
Traditioneel telt de mens met zijn vingers van 1 tot 10, bijvoorbeeld door telkens één vinger te strekken en de andere vingers te buigen. Vermoedelijk om die reden gebruiken wij het tientallig stelsel. Door alle combinaties van gestrekte en gebogen vingers te gebruiken zou een geoefende mens 2 tot de 10-de macht getallen met zijn vingers kunnen weergeven, oftewel 1024 verschillende waarden, oftewel zo'n 100 keer zoveel mogelijke getallen (spier- en peesbeperkingen even vergetend). We moesten daarmee echter wachten tot Boole dan wel Babbage of een van de andere groten der wiskunde, het binaire stelsel had uitgevonden.
Door per vinger meerdere toestanden te onderscheiden (bijvoorbeeld: gebogen, half gestrekt, gestrekt) zouden nog meer getallen kunnen worden weergegeven.
Een bekende uitspraak over dit onderwerp is: "Als God had gewild dat wij verder konden tellen dan 20, had hij ons wel meer vingers en tenen gegeven."
----
Zie ook hexadecimaal, octaal en binair.
categorie:getalsysteem Categorie:Standaard
ja:十進記数法
ko:십진법
th:เลขฐานสิบ
428 v. Chr.
----
Gebeurtenissen:
- Mytilene, de hoofdstad van Lesbos komt in opstand.
- In Athene wint Euripides de eerste prijs met zijn stuk Hippolytes.
- In Rome zijn A. Cornelius Cossus en T. Quinctius Poenus Cincinnatus (tweede keer) consul.
----
Geboren:
- 21 mei Plato Grieks filosoof
----
Overleden:
Categorie:5e eeuw v. Chr.
Plato
Plato (ware naam Aristokles) was een Grieks filosoof en een literair kunstenaar. Zijn beroemdste leerling was Aristoteles.
Biografie
Plato (Grieks: Πλατων, eigenlijk een bijnaam die Breedgeschouderde betekent, verwijzend naar zijn atletische gestalte) werd geboren te Athene in 428 v. Chr., uit een aristocratische familie, die niet bepaald dweepte met de democratie. Hij genoot een zeer verzorgde opvoeding: reeds als jongeman kende hij veel succes op sportief en literair vlak. Hij kan beschouwd worden als verreweg de meest getalenteerde "student" van Socrates. Na diens dood volgde hij eerst nog les bij Euclides van Megara, maar besloot toen uit te wijken naar Zuid-Italië en Sicilië, in de hoop daar een nieuw leven te beginnen. Zijn verblijf aan het hof van Dionysius I, tiran van Syracuse, liep slecht af: wegens een meningsverschil over de ideale staatsvorm viel hij in ongenade bij de tiran en werd wellicht gearresteerd.
Mogelijk heeft Plato rondgereisd, en bezocht hij ook Egypte. De tragische dood en de opvattingen van zijn leermeester Socrates bleven hem levenslang bezighouden en zijn werk beïnvloeden. Bij zijn terugkeer in Athene (in 387 v. Chr.) stichtte hij een studiegemeenschap, de Akademeia, waarvan hij de onbetwiste leider zou blijven tot zijn dood. Aristoteles werd zijn belangrijkste leerling. Plato overleed in circa 347 v. Chr. te Athene.
Zijn belangrijkste werken
Plato is een van de weinige Griekse schrijvers uit de klassieke periode waarvan het integrale gepubliceerde werk bewaard is gebleven.
Hij onderscheidt zich van vroegere en latere denkers door het schrijven van dialogen, waarin levende personen met elkaar van gedachten wisselen over een concrete situatie (vaak genoemd naar een van de gesprekspartners). Hij verkoos deze dialoogvorm boven de theoretische uiteenzetting: zo verhoogt hij de levendigheid van zijn werk en voorkomt hij ook het gevaar wereldvreemd te worden. Hij wilde immers zijn wijsgerige inzichten verspreiden over een ruim publiek, want alleen de filosofie leidt volgens hem tot het ware geluk. Daaruit volgt echter ook dat hij zijn inzichten nergens uitvoerig en systematisch uiteenzet.
Ondanks het feit dat hij zich sceptisch uitliet over de waarde van het geschreven woord, zijn zijn dialogen in sierlijke en verzorgde taal geschreven. Hij was een begenadigd stilist, en zijn werk vormt een van de onbetwiste hoogtepunten van de wereldliteratuur.
Een genre dat een uitzonderlijk belangrijke en paradoxale plaats inneemt binnen de dialogen van Plato is de mythe. Aan de ene kant zette hij zich af tegen de traditionele, antropomorfistische mythen zoals die door een Homeros werden overgeleverd (zie De Staat). Aan de andere kant maakte hij er vaak zelf gebruik van. Zo laat hij Protagoras in de gelijknamige dialoog zijn mening ("deugd is aanleerbaar") staven door middel van de mythe van Prometheus en Epimetheus. In De Staat maakt Plato zijn bedoeling met mythen duidelijk: de mythe is een waardevol leermiddel voor de jongere generaties, maar moet gezuiverd worden van alle ideeën en onderwerpen die tot ondeugd kunnen aanzetten (zo zijn de buitenechtelijke relaties van Zeus niet echt een voorbeeld voor de jeugd, en mogen zij dus niet verteld worden).
Indeling
- korte "Socratische" dialogen (periode ca. 399 – 390 v. Chr.): Socrates spreekt er, vaak met een sofist, over een ethisch begrip of probleem, op zoek naar ondubbelzinnige definities. Onder meer:
- (kleine) Hippias : over de dwaasheid van de sofisten
- (grote) Hippias: over "het Schone"
- de Ion : over de inspiratie van de dichters.
- Protagoras: over de vraag "kan men de deugd aanleren?"
- de Laches: een typische Socratische afbakenende dialoog over het begrip dapperheid
- Charmides: over (on)bezonnenheid en zelfbeheersing.
- Lysis: over wat ons lief is.
- Euthyphro: over het wezen van de deugd (vroomheid)
- Crito: over gehoorzaamheid aan de wetten
- Phaedo: waarin de omstandigheden van Socrates' dood worden verhaald
- Apologia Sokratous d.i. de (mogelijk deels fictieve) verdedigingsrede die Socrates zou uitgesproken hebben voor de volksrechtbank die hem ter dood zou veroordelen.
- overgangsperiode (ca. 390-385 v. Chr.): polemiek met de sofisten blijft het hoofdmotief, maar de filosofie van het geluk wordt duidelijker. Onder meer:
- Gorgias: over de verderfelijke invloed van de retoriek
- de "grote" dialogen (periode na 385 v. Chr.): waarin de Ideeënleer, de ziel en de staatsleer centraal staan. Onder meer:
- Symposium: over liefde en erotiek
- Politeia: over de ideale staat
- Phaedrus: over de ideeënwereld
- Timaeus: o.a. over Atlantis
- Theaetetus: Plato’s belangrijkste kentheoretische werk, waarin hij ook een kritiek op zijn eigen ideeënleer uitwerkte
- Nomoi (De Wetten): een uitvoerige wetgeving voor een nieuw op te richten stad, praktischer dan de Politeia
Plato's belangrijkste wijsgerige stellingen
Kosmologie / Ontologie: de Ideeënleer
- wat de mens direct waarneemt is slechts de veranderlijke schijn der dingen; achter de zintuiglijke wereld ligt de echte realiteit in eeuwige, onveranderlijke, bovenzintuiglijke en zelfstandige "ideeën". Deze wereld waarvan wij slechts een weerspiegeling waarnemen is perfect. (of "vormen")
- de "ideeën" vormen een soort hiërarchie, met als toppunt de Idee van het Goede (het goede is ook waar en mooi kalokagathia)
- Plato probeert de godsopvattingen te bevrijden van anthropomorfistische voorstellingen: hij zoekt eerder "het goddelijke" en meent het terug te vinden in de Hoogste Idee van het Goede.
Psychologie / Epistemologie: het Dualisme
- ziel en lichaam zijn twee afzonderlijke wezens: de verbinding met het lichaam (reïncarnatie of "met-em-psychosis"!) is voor de ziel hinderlijk, ze verblijft in het lichaam als in een kerker, een graf (σωμα σημα)
- het waarneembare is slechts een schijn van de werkelijkheid: zintuiglijke waarneming is onbetrouwbaar en leidt hoogstens tot een mening (doxa); het verstand is gericht op de kennis van de Ideeën, de enige ware kennis
- tussen opeenvolgende reïncarnaties vertoeft de ziel tussen de GRONDVORMEN en leert ze kennen. Bij elke wedergeboorte verliest zij echter die kennis. De ontwikkeling van kennis (van de Grondvormen) is een stapsgewijs terughalen (anamnesis) van wat door het fysieke bestaan verloren is gegaan. (Hij gebruikte het beeld van de mensen als grotbewoners, die in donkere holen in een kring rond een vuur zitten, maar met de rug ernaar toe. Ieder kijkt voor zich uit, en ziet slechts schaduwen tegen de rotswand spelen. Zij aan wie het lukt uit de grot te ontsnappen, zullen de werkelijke wereld leren kennen.)
Moraal
- ons levensdoel bestaat erin, het goede te vinden, niet in de zintuiglijke wereld (hij wijkt van de lichamelijkheid af), maar door de beschouwing van de Ideeën (kennis = deugd), door het filosoferen dus
- het leven is dus een wereldvlucht om aan het goddelijke / het goede zo veel mogelijk gelijkvormig te worden
- na dit leven komt er vergelding voor het voorbije leven (cf. Pythagoras en de Pythagoreërs, wier visie over getalsmatige harmonie duidelijk blijken in Plato's beeld van de Ideeën)
Socio-Politieke gedachten: de ideale staat?
- De mens is gelijkwaardig, maar niet gelijk. Een goede landbouwer is respectabel in zijn eigen omgeving, net zoals een goed heerser respectabel is in zijn omgeving.
Plato maakte onderscheid tussen drie soorten mensen: 1° zij die de begeerte als leidraad hebben en daarnaar handelen, 2° zij die streven naar kennis (wijs-begeerte) en 3° zij die de kennis bezitten.
- de staat is voor de mens absoluut noodzakelijk. De mens kan alleen in een gemeenschap tot volle ontplooiing komen. Met ontplooiing wordt het vervullen van de menselijke natuur bedoeld. De staat moet aristocratisch opgebouwd zijn: áristos = meest bekwaam
- bovenaan staat de stand der "heersers", die "filosofen" (lees "intellectuelen") zijn
- dan komt de stand der "wachters"(= ambtenaren en militairen), tenslotte de stand der handwerkers
- elke stand moet werken voor het welzijn der beide andere; het leven der eerste twee standen moet verlopen in volledige gemeenschap van goederen en gezin (Plato wordt ook wel "de eerste communist" genoemd).
Een bekend citaat van Plato is: "Wie rijk wil zijn moet niet zijn vermogen vermeerderen maar zijn hebzucht verminderen".
- Met zijn sofistische dialogen probeerde Plato synopsis te bereiken: hij claimt al de mogelijkerwijs te nemen wegen tegen elkaar af te wegen om uiteindelijk bij de beste mogelijkheid uit te komen.
Literatuur
Om kennis te maken met Plato en zijn ideeën:
- Plato, schrijver. Teksten gekozen en vertaald door Gerard Koolschijn, ISBN 90-351-1616-X
- Plato. De strijd tegen het democratische beest door Gerard Koolschijn, ISBN 90-5713-007-6
Zijn verzameld werk is beschikbaar in een bewerkte heruitgave van de vertaling van Xaveer de Win, ISBN 90-289-2548-1 (België) / ISBN 90-391-0750-5 (Nederland).
Externe links
- [http://www.arsfloreat.nl/documents/Plato10.pdf Plato's Politeia (De Staat) op het web] (Nederlands - pdf)
- [http://www.arsfloreat.nl/documents/Plato11.pdf Plato's Nomoi (De Wetten) op het web] (Nederlands - pdf)
- [http://classics.mit.edu/Browse/browse-Plato.html Plato's werken op het web] (Engels)
Interne link
- platonische liefde
categorie:Oud-Grieks persoon
Categorie:Grieks filosoof
Categorie:5e eeuw v. Chr.
ja:プラトン
ko:플라톤
ms:Plato
simple:Plato
th:เพลโต
Filosoof
Een filosoof is een beoefenaar van de filosofie of afgestudeerd in de filosofie. Het woord stamt uit het Grieks en betekent letterlijk 'iemand die van wijsheid houdt'.
Sinds de zevende eeuw v. Chr. waren er zowel in de Westerse wereld (bijvoorbeeld Thales van Milete en Pythagoras) als in het Oosten (bijvoorbeeld Gautama Boeddha en Confucius) de eerste filosofen zoals ze dat nu ook nog kennen.
Een chronologisch overzicht van filosofen staat in de Lijst van filosofen.
Categorie:Filosoof
Categorie:Filosofie
ko:철학자
ja:思想家
th:นักปรัชญา
469 v. Chr.
----
Gebeurtenissen:
----
Geboren:
- - Socrates
----
Overleden:
Categorie:5e eeuw v. Chr.
Socrates
Socrates (4 juni 470 - 399 v. Chr.) was de eerste van de drie invloedrijkste filosofen (naast Plato en Aristoteles) uit de Griekse oudheid. Hij leefde van 470-399 v. Chr. Hij was de eerste die het handelen van de mens centraal stelde in zijn wereldbeschouwing vanuit de vraag: hoe moeten wij zo verantwoord mogelijk leven?
Van Socrates zijn in het geheel geen geschriften bewaard gebleven. Voor een beeld van zijn werk moet men afgaan op wat anderen daarover hebben gezegd, zoals Plato in zijn dialogen Apologie en Symposium en in geschriften van Xenophon. De Griekse blijspeldichter Aristophanes verwerkte in zijn werk venijnige kritiek op Socrates' filosofie (deze geeft, hoewel zwaar gekarikaturiseerd, een idee van hoe Socrates bij de gewone man in de straat overkwam, maar hoeft weliswaar niet als deugdelijk referentiepunt genomen te worden als het op de waarde van zijn filosofie zelf aankomt).
Socrates was een echte communiceerder. Hij toetste zijn denkbeelden voortdurend in z.g. 'dialectische' gesprekken met allerlei mensen, en perste als het ware hun kennis uit hen, om die vervolgens op waarheids- en houdbaarheidsgehalte te onderzoeken en zo nodig te verwerpen (en dit gebeurde maar al te vaak! Men noemde deze verwerping aporia, van het Griekse aporein: zich geen uitweg meer weten). Niet iedereen kon deze methode van onderzoek (elenchus) waarderen en hij had dan ook vele tegenstanders. Onderwerpen voor deze dialogen waren meestal deugden als rechtvaardigheid, zelfbeheersing, vroomheid, dapperheid en wijsheid. Door beredeneerd onderzoek van ieders kennis van toepassingen zocht Socrates naar algemeen geldende waarheden en principes voor het menselijk doen en laten. Hij was ervan overtuigd dat het mogelijk was door inzicht en kennis de deugd te vinden en vond dat iedereen de deugd kan aanleren, zijnde een zaak van het intellect. Dit denken wordt ook wel het ethisch intellectualisme genoemd.
Socrates paste de inductieve methode van redeneren toe, waarbij hij vanuit een verzameling van details naar het geheel toewerkte, ofwel door toetsing van vele individuele inzichten tot een algemeen geldende waarheid trachtte te komen. Zijn uitgangspunt was "Ik weet dat ik niets weet"; daarmee attaqueerde hij methoden van de Sofisten, de rondtrekkende leraar-deskundigen van die dagen, maar erkende tevens dat ook hij niet het definitieve antwoord had op het ethisch-kentheoretische vraagstuk. Wel boekte hij een negatief resultaat: hij bakende scherper af wat ondeugd was. Zelf leefde hij consequent naar de wel gevonden principes.
Twee voorbeelden van die morele onkreukbaarheid zijn de volgende: Op een gegeven moment (404 v. Chr.) was er in Athene een periode van terreur (door de zgn. Dertig Tirannen) Deze kliek probeerde Socrates te compromitteren door hem te bevelen een zekere Leon die in Salamis woonde (en waarover de dertig volgens de, overigens te harde, wet geen jurisdictie konden laten gelden) te arresteren. Deze Leon zou vervolgens ter dood gebracht worden. Socrates weigerde. Hij behield alleen maar zelf het leven doordat niet lang daarna de dertig werden vervangen door een nieuwe democratie. Twee jaar later, onder de nieuw gevestigde democratie, was hij toevallig voorzitter van de volksvergadering (die functie rouleerde namelijk) vlak nadat Athene bij de Arginusae een zeeslag had uitgevochten. Daar gingen 25 schepen verloren maar de vijand verloor er 75. De Atheense bevelhebbers waren echter door een opgestoken storm niet terug gegaan om eventuele overlevenden te helpen en om de lijken te bergen (die dan thuis begraven konden worden). Het Atheense volk was furieus en wilde de betrokkenen het liefst meteen lynchen maar ze wilden dat de schijn van legitimiteit geven door middel van een hoofdelijke stemming in de vergadering zonder begeleidend proces. Door allerlei dreigementen kwam Socrates alleen te staan, maar hij bleef weigeren met de verkeerde procedure akkoord te gaan. (Hij werd overigens overstemd en de executies vonden toch plaats).
Omdat we Socrates voornamelijk via Plato kennen is het (nog steeds) onduidelijk waar Socrates' leer precies ophoudt en waar die van Plato begint. In zijn Metafysika (987b) zegt Aristoteles echter dat Socrates voorbijging aan de fysieke wereld en zijn denken wijdde aan de moraal en zich als eerste denker in déze sfeer op de definities richtte om naar de universalia te zoeken, en dat Plato hem hierin volgde. Plato nam aan dat er geen algemene definities van de zintuiglijke dingen konden zijn (die immers waarneembaar steeds aan verandering onderhevig waren) en dat we daarom de algemene definities dus elders moeten zien te vinden. Plato noemde die algemene definities: "Ideeën". Tot zover Aristoteles. Alles overziend kunnen we stellen dat Plato voortborduurde op de Socratische dialectische methode waarmee hij (S.) de (meestal nog onvolmaakte) definities van anderen toetste in hun onderling verband (en waarmee hij zich niet altijd populair maakte).
universalia
In 399 v. Chr. werd Socrates veroordeeld voor het introduceren van nieuwe goden en het misleiden van de jeugd. Als verdediging paste Socrates, consequent als hij was, zijn dialectische methode toe op zijn aanklagers. Hij dreef hen dusdanig in het nauw dat zij aan het einde niet anders konden dan de misplaatstheid van hun eigen aanklacht te onderkennen. Socrates was dermate overtuigend dat hij net niet de grote helft van de aanwezige juryleden in zijn voordeel kon laten beslissen (indrukwekkend, want vrijwel alle juryleden stonden aanvankelijk vijandig tegenover hem). Het verschil tussen pro en contra bestraffing was zodanig klein dat men Socrates toestond zijn strafmaat te bepleiten. In plaats van te proberen de laatste twijfelaars te overreden, gooide Socrates het echter over een totaal andere boeg: die van de spot. Hij stelde totaal belachelijke strafmaten voor, en lachte openlijk met rechters en juryleden. Dit joeg de jury zodanig tegen hem in het harnas, dat hij uiteindelijk de doodstraf kreeg. Socrates koos voor de terechtstelling voor het drinken van een gifbeker, en koos een gif uit met een langzame werking die van onderuit het lichaam werkt; zo kon hij nog een tijd voor zijn leerlingen spreken. Plato's beschrijving van Socrates' proces (de Apologie) en zijn ter dood brenging (Phaedo) behoren tot de meest aangrijpende werken uit de filosofie.
Socrates werd de mogelijkheid geboden te ontsnappen uit Athene, maar hij zei dat hij jaren in Athene als burger gewoond had en daarmee de wet had onderschreven en dat zich nu te onttrekken aan een oordeel hoe onrechtvaardig ook, onjuist zou zijn. Zijn laatste woorden waren: 'Crito, ik ben Asclepius een haan schuldig, betaal jij de schuld?' Een haan was het traditionele offer aan Asclepius voor een zachte dood.
Categorie:Oud-Atheens persoon
Categorie:5e eeuw v. Chr.
Categorie:4e eeuw v. Chr.
Categorie:Griekse oudheid
Categorie:Oud-Grieks persoon
Categorie:Grieks filosoof
ja:ソクラテス
ko:소크라테스
ms:Socrates
Griekenland
Griekenland (Grieks: Ελλάδα = Elláda) is een land in Zuid-Europa, bestaande uit het zuidelijkste deel van het Balkanschiereiland en een groot aantal eilanden. Deze eilanden vormen samen ongeveer 20% van het landoppervlak.
Griekenland grenst in het noorden (van west naar oost) aan Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije. Voor het overige is het vasteland van Griekenland omgeven door de Middellandse Zee (in het zuiden), de Ionische Zee (in het westen) en de Egeïsche Zee (in het oosten). De grootste eilanden zijn Kreta, Evia, Lesbos en Rodos.
Griekenland is sinds 1981 lid van de Europese Unie.
Naam
De formele naam van Griekenland in het Grieks is Ελλάς (Ellás), wat internationaal vaak vervormd wordt tot Hellas. Deze naam wordt door sommige Grieken ook in andere talen geprefereerd (‘Welcome to Hellas!’) en Grieken noemen zich ook wel Hellenen.
Het Nederlandse woord Griekenland, alsmede verwante namen in veel andere talen, komt van het Latijnse Magnia Graeca, waarmee de Romeinen aanvankelijk het door Grieken gekoloniseerde deel van Zuid-Italië en later de volledige door Grieken bewoonde wereld aanduidden. Overigens komt dit woord op haar beurt wel weer uit het Griekse Γραικός (Graikós) voort, volgens Aristoteles een oude naam voor het Griekse volk.
Kerngegevens
left
- Omtrek landgrenzen: 1210 km (Bulgarije 494 km, Albanië 292 km, Macedonië 228 km, Turkije 206 km)
- Kustlijn: 14.880 km
- Grootste rivieren: Álfios, Axios, Evros, Nestos, Strymon.
- Grootste meer: Prespameer (gedeeltelijk buiten Griekenland gelegen)
- Hoogste punt: Olympus 2917 m.
- Officiële naam: Griekse (of: Helleense) Republiek (Ελληνική Δημοκρατία = Ellinikí Dimokratia)
- President: Karolos Papoulias (sinds 12 maart 2005)
- Regeringsleider: Kóstas Karamanlís
- Parlement: één kamer: Kamer van Afgevaardigden (Vouli ton Ellinon) van 300 zetels met een termijn van 4 jaar
- Bestuurlijke indeling: 13 provincies (periferies), onderverdeeld in 51 prefecturen. De monnikenstaat Athos heeft een autonome status.
- Munteenheid vóór 2002: Drachme. Zie ook: Griekse euromunten
- Onafhankelijkheid van het Ottomaanse Rijk op 25 maart 1821 en erkenning in 1828
Belangrijke plaatsen op het Griekse vasteland
- Athene (de hoofdstad)
- Dafní
- Delphi
- Ioannina
- Kavala
- Kanaal van Korinthe - Korinthe
- Larissa
- Patras
- Piraeus
- Thessaloniki
Eilanden
zie ook Lijst van Griekse eilanden
In de wateren die het Griekse vasteland omgeven liggen ongeveer 1700 eilanden die ook tot Griekenland behoren:
Egina – Chios – Evia – Ikaria – Kreta (Kriti) – Korfoe (Kerkyra) – Kos – Lesbos (Lesvos) – Naxos – Mykonos – Paros – Rodos – Samos – Zante (Zakynthos)
e.a.
De meeste eilanden worden gegroepeerd in archipels: de voornaamste zijn de Ionische eilanden, de Sporaden, de Cycladen en de Dodekanesos.
Bestuurlijke indeling
Dodekanesos]]
Griekenland is onderverdeeld is 13 regio's (peripheries), die weer onderverdeeld zijn in 51 departementen (nomí). De departementen zijn weer onderverdeeld in 147 kleinere bestuursgebieden, zogenaamde eparchies, die weer onderverdeeld zijn in in totaal 1.033 gemeenten: 900 stedelijke gemeenten (demoi) en 133 landelijke (koinotetes).
De regio's met hun nomi zijn:
Geschiedenis
: Hoofdartikel: Geschiedenis van Griekenland
Tot 1000 v. Chr. werd Griekenland geregeerd door vele verschillende leiders van diverse afkomst. Het gebied groeide uit tot een mengsel van onafhankelijke stadsstaten, waarvan velen kolonies in het Middellandse-Zeegebied vestigden. De klassieke Griekse cultuur, die rond Athene wordt gecentreerd, bereikte zijn hoogtepunt in de vijfde eeuw voor Christus alvorens het werd veroverd door Philippus II van Macedonië in 338 v. Chr. Het gebied werd later gecontroleerd door de Romeinse en Byzantijnse imperiums alvorens het werd geabsorbeerd in het Ottomaanse imperium (1456). In 1829 bereikte Griekenland zijn onafhankelijkheid en vestigde een constitutionele monarchie. Er volgde een militaire staatsgreep in 1967 en een democratische republiek werd gevestigd in 1974.
Zie ook
- Lijst van Griekse plaatsen
- Griekenland van A tot Z
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Geschiedenis van Griekenland
- Griekse gerechten
- Europees kampioenschap voetbal 2004
Categorie:NAVO
Categorie:Land
Categorie:Europese Unie
fiu-vro:Kriika
ja:ギリシャ
ko:그리스
ms:Yunani
roa-rup:Gârţii
simple:Greece
th:ประเทศกรีซ
zh-min-nan:Hi-lia̍p
JaaroverzichtenWikipedia geeft op verschillende manieren toegang tot de beschikbare actuele en historische informatie:
__NOTOC__
Een samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen van de laatste vijf jaar.
Toegang tot de jaarbladzijden van de gehele geschiedenis.
Toegang tot de belangrijkste gebeurtenissen, gerangschikt naar de dag van het jaar waarop zij hebben plaats gevonden.
Overzichten per decennium.
Zie voor alle nu beschikbare jaartallen: Lijst van jaartallen
Categorie:geschiedenis naar periode
Categorie:5e eeuw v. Chr.Geschiedenis -- naar periode -- Jaren
----
Deze categorie behandelt de 5e eeuw v. Chr.. Zie ook :Categorie:6e eeuw v. Chr. en :Categorie:4e eeuw v. Chr.
-95e eeuw
ja:Category:紀元前5世紀
ko:분류:기원전 5세기
Európai Gazdasági és Monetáris UnióAz Európai Gazdasági és Monetáris Unió vagy egyszerűbben Gazdasági és Monetáris Unió (magyar rövidítése EGMU vagy GMU, angol rövidítése EEMU vagy EMU) az Európai Unió 25 tagállamát tömörítő nemzetközi szervezet, amely 1990 és 2002 között, fokozatosan jött létre. Ténylegesen csak 12 tagja alkot monetáris uniót – az eurózóna országai, vagyis azok az EU-országok, ahol az eurót bevezették; magának a szervezetnek mégis minden uniós állam tagja.
Története
A Bretton-Woods-i rendszer felbomlása (1971) után az Európai Közösség tagállamai egyre inkább szükségesnek érezték, hogy valutáik árfolyamának egymáshoz viszonyított mozgása kiszámítható legyen. Ennek érdekében vezették be előbb a valutakígyót, majd az Európai Monetáris Rendszert és az Európai Valutaegységet (ECU); ezek azonban csak részsikereket hoztak. Végül 1988-ban az Európai Unió Tanácsa felkért egy bizottságot, hogy tervezze meg a gazdasági és monetáris unió létrehozásának folyamatát. A bizottság elnökéről, Jacques Delors-ról (aki ekkor az Európai Bizottságnak is elnöke volt) elnevezett híres jelentésében – Delors-jelentés – három szakaszban javasolta a GMU megvalósítását.
A Gazdasági és Monetáris Unió első szakaszában eltörölték a tagállamok közti tőkeáramlás minden korlátját. Emellett egyre jelentősebbé vált az EU-országok közti konzultáció gazdaságpolitikai és monetáris politikai kérdésekben; ennek helyszíne főleg a központi bankok elnökeiből álló Elnöki Bizottság volt, amelynek a hatásköreit lényegesen kibővítették. Az 1992-es maastrichti szerződés célként jelöli meg a Gazdasági és Monetáris Unió létrehozását és konvergenciakritériumokat állapít meg az inflációra, az állami költségvetésre, a kamatlábakra és a valutaárfolyam stabilitására vonatkozóan.
A második szakasz kezdetekor jött létre – az Elnöki Bizottság megszüntetésével – az Európai Monetáris Intézet. Az EMI két fő feladata az euró bevezetésének és az egységes közösségi monetáris politikának az előkészítése, valamint az EU-országok monetáris politikájának koordinálása volt. Bizonyos hatáskörök azonban ekkor még a tagállami jegybankoknál maradtak.
1995. december 16-án a tagállamok elhatározták, hogy a közös valuta neve euró lesz, egyben rögzítették az új pénznem bevezetésének időrendjét.
1997. június 16-án és június 17-én elfogadták a Stabilitási és Növekedési Paktumot, amelynek fő célja a GMU megteremtésének további lépéseihez szükséges költségvetési fegyelem biztosítása volt, valamint bevezették az ERM II rendszerét.
1998. május 2-án az EU Tanácsa kiválasztotta azt a 11 tagállamot, amelyek teljesítették a maastrichti szerződésben rögzített konvergenciakritériumokat, így készek a harmadik szakaszba való átlépésre. A többi uniós országban (Dánia, Görögország, Nagy-Britannia és Svédország) ennek megfelelően az eurót sem lehetett bevezetni.
1998. június 1-jén létrejött az Európai Központi Bank (EKB), az Európai Monetáris Intézet utódjaként.
1999. január 1-jén rögzítették a harmadik szakaszba lépő 11 tagállam nemzeti valutájának az euróhoz viszonyított árfolyamát. Megszületett az új fizetőeszköz – igaz, ekkor még csak bankszámlapénz formájában. Az eurózóna monetáris politikájának alakítása az EKB kezébe került.
2001. január 1-jén – az EU Tanácsának 2000. június 19-i határozata alapján – Görögország is beléphetett a harmadik szakaszba, így az eurózóna 12 tagúra bővült.
2002. január 1-jén, az euróbankjegyek és -érmék kibocsátásával az Európai Gazdasági és Monetáris Unió – legalábbis 12 országban – valódi monetáris unióvá vált.
Értékelése
Az Európai Gazdasági és Monetáris Unió – és általában minden monetáris unió – legnagyobb előnye, hogy megszünteti a különböző valuták árfolyamainak ingadozásából eredő kockázatot, ami lényegesen olcsóbbá teszi az unión belüli kereskedelmet. Hátránya viszont, hogy a különböző gazdasági fejlettségű tagállamokra egyetlen valutát és egységes monetáris politikát kényszerít rá.
Ráadásul a közgazdászok túlnyomó része egyetért abban, hogy egy monetáris unió csak akkor működhet hatékonyan, ha azon belül biztosított a javak és a termelési tényezők (vagyis például a tőke és a munkaerő) szabad mozgása; ez viszont az Európai Gazdasági és Monetáris Unióban még messze nincs így.
Az euró bevezetését követő években a szakemberek többsége szerint a hátrányok nagyobbnak bizonyultak az előnyöknél. Az Európai Unió vezetői mindennek ellenére hisznek abban, hogy a GMU-nak van jövője, és a közös pénzzel, valamint a közös monetáris politikával járó előnyök mértéke idővel meghaladja majd a hátrányokét.
Külső hivatkozások
- [http://www.ecb.int/ecb/history/emu/html/index.hu.html A GMU-ról az Európai Központi Bank honlapján]
Kategória:Európai Unió
slots tablice jastrzbia gra pensjonat free poker Gry Playstation
|
|
|
| :: RELATED NEWS :: |
Landmover
In civil engineering, a wheel tractor-scraper is a piece of heavy equipment used for earthmoving. The rear part has a vertically moveable hopper with a sharp horizontal front edge. The hopper can be hydraulically lowered and raised. When the hopper is lowered, the front edge
|
Americana (Starflyer 59 album)
Americana is the third full-length album by Starflyer 59. It was the last of the band's three consecutive albums featuring monochromatic covers.
Track listing
# "The Voyager" (4:38)
# "The Hearttaker" (4:06)
# "Harmony" (4:22)
# "All You Want Are the Things I Need" (4:00)
# "You Think You're Radical" (4:08)
# "The Translator" (2:56)
# "You Don't Miss Me" (4:45)
# "The Boulevard" (2:29)
# "Help Me When You're Gone" (5:04)
# "Everyone But Me" (4:46)
|
Heroes of Lallor
The Heroes of Lallor were characters in Adventure Comics involving the Legion of Super-Heroes.
The original Heroes of Lallor were five super-powered youths born roughly during the same time period on Lallor, a planet run by a dictatorship. They were raised by the government and rarely traveled off-world. First appearing in Adventure Comics #324, these heroes had "stronger" powers than the members of the Legion of Super-Heroes. They were tricked into attempting to destroy the
|
Xbox Media Player
Xbox Media Player, or XBMP for short, was the predecessor to Xbox Media Center, or XBMC. Based on the Mplayer core, it allowed owners of a modified Xbox to display pictures and movie files, as well as play music files from the hard drive, CDs, DVDs or SMB shares. Due to copyright issues, XBMP is illeagal to distribute in its compiled form, but since XBMP is Read More... |
Wikipedia:WikiProject Missing encyclopedic articles/Hot/L2
Missing articles
#Lepidodendrales
#Lepidodendron and Sigillaria
#Leptaena
#Leptis Minor
#Leptodesma
#Leptodus
#Leptolepiformes
#Leptolepis
#
|
Don't Forget About Us
"Don't Forget About Us" is a song written by American singer-songwriter Mariah Carey, produced by Carey and Jermaine Dupri and recorded by Carey for the re-release of her fourteenth album, The Emancipation of Mimi. Co-written by Carey, Jermaine Dupri, Johnta Austin and Bryan Michael Cox, the song was released as the fifth Read More... |
Wikipedia:Articles for deletion/Dan Arthurs
| |