Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Völkerschlachtdenkmal

Völkerschlachtdenkmal

Het Völkerschlachtdenkmal is een oorlogsmonument in het Duitse Leipzig. Tijdens de herfst van 1813 wordt er in de buurt van Leipzig wereldgeschiedenis geschreven. De legers van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden staan het leger van Napoleon tegenover. Van 16 tot en met 19 oktober vechten een half miljoen soldaten voor het toekomstige politieke lot van Europa. Dagenlang wordt er verbitterd bij de dorpen voor de muren der stad gevochten. Tenslotte trekt zich Napoleon terug en blijven op het slachtveld 110.000 doden achter. Voor de bevolking speelde deze historische gebeurtenis sinds die tijd een heel belangrijke rol. In 1913 werd het Völkerschlachtdenkmal door keizer Wilhelm II bij Leipzig ingewijd. Aanwezig waren de koning van Saksen en andere vorsten van Duitse staten, vertegenwoordigers van Oostenrijk, Rusland en Zweden. Het waarteken van de stad staat op een plaats waar Napoleon zich op 18 oktober 1813 tijdens de gevechten bevond. Het bijzondere van het monument is dat alle slachtoffers worden herdacht onafhankelijk van de rol die ze tijdens de slacht hebben gespeeld.
- Hoogte: 91 m
- Breedte: 126 m
- Hoogte koepelhal: 60 m
- Gewicht: 300.000 ton
- Bouwtijd: 15 jaar
- Kosten: 6 miljoen Goldmark

Externe links


- [http://www.voelkerschlachtdenkmal.de/ www.voelkerschlachtdenkmal.de] categorie:Monument

Leipzig

Leipzig (297,61 km², 492.701 inwoners (2002)) is een stad in Duitsland, gelegen aan de Pleise, en na Berlijn de grootste stad in de voormalige DDR. De stad, waarvan de naam afkomstig is van het oud-Slavische Lipsk (plaats bij linden), werd voor het eerst, als burcht, genoemd in 1015. Als stichtingsdatum geldt het jaar 1165, toen de stad stadsrechten en marktrecht kreeg. Het is vanouds een belangrijke handelsstad. Na de stichting van de universiteit in 1409 werd de stad een centrum van de boekdrukkunst. In 1813 vond bij Leipzig de volkerenslag plaats, waarbij Napoleon werd verslagen door een gecombineerd leger van onder meer Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Een eeuw later, in 1913, werd ter gelegenheid van deze slag het 91 meter hoge Völkerschlachtdenkmal opgericht. De eerste lange-afstandsspoorbaan in Duitsland liep tussen Leipzig en Dresden, en door de industrialisatie in de 19e eeuw groeide Leipzig sterk. Het hoogste inwoneraantal van 750.000 had Leipzig rond de Tweede Wereldoorlog; het was toen de vijfde stad van Duitsland qua grootte. Na de Tweede Wereldoorlog nam het inwoneraantal en het belang van Leipzig af. Leipzig is ook een belangrijk centrum voor uitgeverijen en de daaraan verwante industrie. De Duitse nationale bibliotheek is dan ook in Leipzig gevestigd.

Bezienswaardigheden


- Opera
- Gewandhaus (zie ook Gewandhausorchester)
- Dierentuin, met 's werelds grootste afdeling voor primaten
- Völkerschlachtdenkmal (oorlogsmonument)
- Thomaskerk
- Nicolaaskerk
- Deutsche Bücherei (nationale bibliotheek)
- Oude en nieuwe raadhuis
- Oude beurs
- Hoofdstation van de spoorwegen (Hauptbahnhof), het op één na grootste kopstation van Europa
- Auerbachs Keller (bekend geworden uit Goethes Faust)
- Egyptisch museum
- Muziekinstrumentenmuseum
- Bach-museum
- Woonhuis van Felix Mendelssohn-Bartholdy
- Woonhuis van Friedrich Schiller
- Woonhuis van Robert Schumann

Geboren in Leipzig


- Kristin Otto (7 februari 1966), olympisch zwemkampioene

Sport

Samen met Rostock was Leipzig kandidaat om de Olympische Spelen van 2012 te organiseren, maar het lukte de steden niet om bij de laatste groep genomineerden te komen.

Externe link


- http://www.leipzig.de - officiële site
- http://www.leipzig-info.net

Zusterstad


- Birmingham, Verenigd Koninkrijk Categorie:District in Saksen Categorie:Stad in Duitsland ja:ライプツィヒ ko:라이프치히 simple:Leipzig

Leipzig

Leipzig (297,61 km², 492.701 inwoners (2002)) is een stad in Duitsland, gelegen aan de Pleise, en na Berlijn de grootste stad in de voormalige DDR. De stad, waarvan de naam afkomstig is van het oud-Slavische Lipsk (plaats bij linden), werd voor het eerst, als burcht, genoemd in 1015. Als stichtingsdatum geldt het jaar 1165, toen de stad stadsrechten en marktrecht kreeg. Het is vanouds een belangrijke handelsstad. Na de stichting van de universiteit in 1409 werd de stad een centrum van de boekdrukkunst. In 1813 vond bij Leipzig de volkerenslag plaats, waarbij Napoleon werd verslagen door een gecombineerd leger van onder meer Rusland, Oostenrijk en Pruisen. Een eeuw later, in 1913, werd ter gelegenheid van deze slag het 91 meter hoge Völkerschlachtdenkmal opgericht. De eerste lange-afstandsspoorbaan in Duitsland liep tussen Leipzig en Dresden, en door de industrialisatie in de 19e eeuw groeide Leipzig sterk. Het hoogste inwoneraantal van 750.000 had Leipzig rond de Tweede Wereldoorlog; het was toen de vijfde stad van Duitsland qua grootte. Na de Tweede Wereldoorlog nam het inwoneraantal en het belang van Leipzig af. Leipzig is ook een belangrijk centrum voor uitgeverijen en de daaraan verwante industrie. De Duitse nationale bibliotheek is dan ook in Leipzig gevestigd.

Bezienswaardigheden


- Opera
- Gewandhaus (zie ook Gewandhausorchester)
- Dierentuin, met 's werelds grootste afdeling voor primaten
- Völkerschlachtdenkmal (oorlogsmonument)
- Thomaskerk
- Nicolaaskerk
- Deutsche Bücherei (nationale bibliotheek)
- Oude en nieuwe raadhuis
- Oude beurs
- Hoofdstation van de spoorwegen (Hauptbahnhof), het op één na grootste kopstation van Europa
- Auerbachs Keller (bekend geworden uit Goethes Faust)
- Egyptisch museum
- Muziekinstrumentenmuseum
- Bach-museum
- Woonhuis van Felix Mendelssohn-Bartholdy
- Woonhuis van Friedrich Schiller
- Woonhuis van Robert Schumann

Geboren in Leipzig


- Kristin Otto (7 februari 1966), olympisch zwemkampioene

Sport

Samen met Rostock was Leipzig kandidaat om de Olympische Spelen van 2012 te organiseren, maar het lukte de steden niet om bij de laatste groep genomineerden te komen.

Externe link


- http://www.leipzig.de - officiële site
- http://www.leipzig-info.net

Zusterstad


- Birmingham, Verenigd Koninkrijk Categorie:District in Saksen Categorie:Stad in Duitsland ja:ライプツィヒ ko:라이프치히 simple:Leipzig

Pruisen

en West-Pruisen lagen erbuiten.]] West-Pruisen te Sanssouci met Voltaire]] Pruisen (Duits: Preußen) is de historische naam van een aantal gebieden in oostelijk en centraal Europa, respectievelijk: # Het land bewoond door het gelijknamige volk aan de zuidoostkust van de Oostzee, dat in de Middeleeuwen onder Poolse en Duitse invloed kwam; # Het koninkrijk dat vanaf 1701 werd geregeerd door de Duitse Hohenzollern-dynastie, omvattende Pruisen en Brandenburg met Berlijn als hoofdstad, dat gedurende de 18e en 19e eeuw grote delen van Noord-Duitsland en West-Polen veroverde en in 1871 Duitsland onder zijn leiderschap verenigde; en # Het Land (deelstaat) ontstaan na de val van de Hohenzollerns in 1918, dat het grootste deel van het voormalige koninkrijk omvatte en dat door de geallieerden werd ontbonden in 1947 als onderdeel van de politieke reorganisatie van Duitsland na de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog.

Vroege geschiedenis

Het oorspronkelijke Pruisische volk, de Oudpruisen, primitieve landbouwers en veetelers, maakte deel uit van de Baltische familie van Indo-Europeanen. Ze waren verwant aan de Letten en Litouwers en leefden in stammen in de toen zwaar beboste streek tussen de rivieren Weichsel en Nemunas. Vroege pogingen om de Pruisen tot het christendom te bekeren - voornamelijk door de heiligen Adalbert van Praag en Bruno van Querfurt aan het begin van de 11e eeuw - waren niet succesvol (eerstgenoemde verwierf zich hierdoor wel het martelaarschap). De Pruisen ondernamen af en toe plundertochten tegen hun Poolse buren, hetgeen voor de Poolse hertog Koenraad van Mazovië aanleiding was om de Duitse Orde uit te nodigen om iets tegen hen te ondernemen, waartoe hij deze orde ook het land van dit heidense volk aanbood. Vanaf 1231 werden de Pruisen overwonnen door de Duitse Orde en bekeerd, voor zover zij tenminste de oorlog hadden overleefd. Het christendom werd de Pruisen namelijk in eenzelfde pakket aangeboden met lijfeigenschap, en daarin hadden ze geen trek. Ze kwamen dan ook, na te zijn onderworpen, keer op keer in opstand. Volgens somige schattingen zouden de kruisridders daarom de ene helft van de Pruisen hebben moeten uitroeien om de andere helft te bekeren.... Het Pruisische land werd bezet, kastelen werden gebouwd voor de adel en vele Duitse boeren werden binnengehaald om het land te bewerken. Tegen het midden van de 14e eeuw sprak het merendeel van de Pruisische bevolking Duits, toch hield de Oud-Pruisische taal in afgelegen gebieden tot in de 17e eeuw stand. Tegen de 17e eeuw was de oorspronkelijke bevolking geheel geassimileerd.

Vijftiende eeuw

In de 15e eeuw, door de beide vredesverdragen van Thorn (1411 en 1466), werd de Duitse Orde gedwongen het westelijk deel, dat voortaan (Koninklijk Pruisen) zou worden genoemd, af te staan aan de Poolse Kroon en de Poolse opperheerschappij te erkennen over de rest. Het oude hoofdkwartier van de Orde, de imposante burcht Marienburg (in het Pools Malbork geheten), bevond zich in het afgestane gebied. De hoofdstad van de orde werd daarom verplaatst naar Königsberg, dat voor bijna 500 jaar de hoofdstad zou zijn van de provincie Oost-Pruisen.

Zestiende en zeventiende eeuw, of: hoe Brandenburg "Pruisen" werd

Toen de laatste grootmeester van de Orde, Albrecht van Hohenzollern, tot het protestantisme overging, wist hij te verkrijgen dat het grondgebied van de Orde in 1525 als erfelijk Hertogdom (Oost-Pruisen), met als hoofdstad Koningsbergen, in zijn familie kwam. Om daartoe toestemming te krijgen, bewees hij leenhulde aan koning Sigismund I van Polen (zie het beroemde schilderij van Jan Matejko). In 1656 zegden de Hohenzollerns de Poolse leenhorigheid op, zodat het gebied onder direct beheer van Brandenburg kwam, zonder dat het overigens deel werd van het Duitse Rijk. Tegen het eind van de 17e eeuw, voornamelijk door de bemoeienissen van Frederik Willem I (1640-1688), was Brandenburg-Pruisen een verenigde en financiëel gezonde staat geworden, de vaandeldrager van het Duits Protestantisme en een belangrijke macht binnen Europa. Tijdens de Dertigjarige Oorlog was Brandenburg door de voorbijtrekkende keizerlijke en Zweedse legers enorm geteisterd. De bevolking was misschien met de helft verminderd. Frederik Willem I was vast besloten dat zijn land nooit meer een voeteveeg voor andere mogendheden zou worden en besloot daarom een sterk leger op te bouwen waarmee het land zich zou kunnen verweren. Daarbij keek hij de les af van wat de Zweden in de 17e eeuw hadden gedaan. Om een land met een relatief kleine bevolking toch in staat te stellen een sterk leger op te bouwen en te onderhouden is het nodig alles te richten op dat ene doel. Dat betekent:
- hoge belastingen
- een zuinig beheer van de overheidsinkomsten, zodat het leeuwendeel beschikbaar zou zijn voor het leger
- een systeem van een betrekkelijk klein staand leger, dat in oorlogstijd snel kan worden aangevuld met reservisten. (Een groot deel van de boerenjongens werd door de landheren naar de kazerne gestuurd, waar ze vijf of zes jaar moesten dienen, waarna ze nog evenveel jaren als reservist beschikbaar moesten blijven.)
- met ijzeren tucht en harde dril werd van de opgetrommelde recruten een efficiënt leger gemaakt. Het beginsel was dat de soldaten banger moesten zijn voor hun eigen officieren dan voor de vijand!
- alle autonomiestreven van adel en steden werd genadeloos de kop ingedrukt. De landheren, de "Junker", zouden geen privélegertjes meer bezitten, maar gehoorzame officieren of onderofficieren van de koning worden. Terwijl de meeste Europese landen destijds een leger hadden met een sterkte van ongeveer 1 procent van de totale bevolking, was dit in het geval van Brandenburg-Pruisen ruim 3 procent. In de achttiende eeuw zou een Fransman opmerken dat andere landen een staat met een leger waren, maar dat Brandburg-Pruisen een "leger met een staat" was.

Achttiende eeuw

In 1701 kreeg Frederik III, zoon en opvolger van Frederik Willem, toestemming van keizer Leopold I om de titel 'Koning in Pruisen' te voeren als Frederik I. Tijdens zijn regering voegde hij de graafschappen Mörs, Lingen en Tecklenburg toe aan het grondgebied van Pruisen. Koning Frederik Willem I (1713-1740) voegde hier nog meer grondgebied aan toe onder de verdragen van Utrecht en Stockholm. Hij maakte goed gebruik van de bescheiden opbrengsten van zijn koninkrijk en door verstandig beheer en met behulp van een effectief leger van vrijwilligers wist hij de financiële reserves verder uit te breiden. In 1720 verwierf hij Voorpommeren tot bij de Peene. Frederik II (Frederik de Grote, 1740-1786), een briljant staatsman en generaal, gebruikte dit formidabele leger om de grote en welvarende provincie Silezië af te pakken van Habsburg-Oostenrijk (1740) en in 1772 nam hij West-Pruisen over van Polen. In 1793 en 1795 werden meer gebieden veroverd op Polen (Poolse delingen) maar het merendeel hiervan ging weer verloren in de Napoleontische oorlogen. Onder zijn regering werd Pruisen een van de grote mogendheden in Europa.

Negentiende eeuw

Pruisens nederlagen tegen Napoleon in 1807 (de slagen bij Jena en Auerstädt) leidden tot hervormingen in leger en regering. Het vernieuwde Pruisische leger speelde een voorname rol in de uiteindelijke overwinning op Napoleon. De Pruisen en de Russen vochten samen in de lente van 1813 tegen de Fransen bij Lützen en Bautzen. In de herfstcampagne van 1813 werd Napoleon vernietigend verslagen bij Leipzig waar de Pruisen weer een significant aandeel in hadden. Ook in de campagne van 1815 hadden de Pruisen weer een groot aandeel. Ze werden verslagen bij Ligny, maar ze kwamen in de Slag bij Waterloo op een beslissend moment Wellington te hulp waardoor de dreigende nederlaag een klinkende overwinning werd. Door het naoorlogse Congres van Wenen (1814-1815) kreeg Pruisen het merendeel van de vooroorlogse gebieden terug en daarbij grote delen van Saksen en van het Rijnland. In de volgende halve eeuw werd Pruisen, samen met Oostenrijk, een van de twee leidende staten binnen de Duitse Bond. Bij de Duitse hereniging nam de Pruisense eerste minister Otto von Bismarck de leiding op zich. In de jaren 1860 volgde confrontaties met Denemarken en Oostenrijk, de laatste resulterend in een overwinning in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866). Pruisen annexeerde vervolgens Sleeswijk-Holstein, Hannover, Hessen-Kassel, Nassau en Frankfurt am Main, en vormde de Noord-Duitse bond. De effectiviteit van het Pruisische leger werd opnieuw gedemonstreerd door de overwinning in de Frans-Pruisische Oorlog (1870-1871), waarna Wilhelm I tot keizer werd uitgeroepen en het Duitse Keizerrijk werd geformeerd.

Twintigste eeuw

De Duitse nederlaag aan het einde van de Eerste Wereldoorlog en de omverwerping van het Rijk en het Pruisische koninkrijk maakten een einde aan de overheersing door Pruisen. Het verloor delen van Silezië, Posen, West-Pruisen, Danzig, Memelland, Noord-Sleeswijk, een paar kleine gebieden aan de Belgische grens en het Saargebied als gevolg van het Verdrag van Versailles. Op 2 november 1918 brak een revolutie uit. De koning deed afstand van de troon, Pruisen werd een republiek, en een regering van sociaal-democraten nam het roer over. Op 1 november 1920 werd een nieuwe grondwet aangenomen en werd Pruisen een republiek onder het Weimar-regime. Tot 1932 werd Pruisen bestuurd door een gematigde coalitie van sociaal-democraten, de katholieke Centrum-partij en de linkse liberalen onderleiding van premier Dr. Otto Braun (SPD). In 1932 brachten de Nazi's in samenwerking met de communisten de regering-Braun ten val kwam Pruisen onder het gezag van een rijkscommissaris (Franz von Papen). In 1933 kwamen de nazi's aan de macht. De Pruisische grondwet werd nietig verklaard, maar Pruisen bleef wel een eenheid voor administratieve doeleinden.

Na de Tweede Wereldoorlog

In 1945, na het verlies in de Tweede Wereldoorlog, kwam Duitsland onder beheer van de vier geallieerde grootmachten - Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Frankrijk. Noordoost-Pruisen (oblast Kaliningrad) werd geannexeerd door de Sovjet-Unie, de rest van het 'Land' oostelijk van de Oder-Neisselijn werd toegewezen aan Polen, de rest werd verdeeld over de Sovjet-, Britse- en Franse bezettingsmacht. Eén van de weinige acties van de 'Geallieerde Controleraad' was het formeel opheffen van Pruisen op 1 maart 1947.

Bestuurlijke indeling

Pruisen werd in 1713 in de volgende provincies opgedeeld: Mittel-, Ucker- en Altmark, Neumark-Pommeren-Kasjoeben, Pruisen, Geldern-Kleef, Minden-Mark-Ravensberg, Maagdenburg-Halberstadt, Neuchâtel (Neuenburg) en Valangin. In de loop der jaren werd deze indeling verschillende malen gewijzigd. Na het Congres van Wenen werd Pruisen op 30 april 1815 in tien provincies verdeeld, die met uitzondering van Posen, West- en Oost-Pruisen tot de Duitse Bond toetraden:
- Brandenburg
- Groothertogdom Beneden-Rijn
- Gulik-Kleef-Berg
- Oost-Pruisen
- Pommeren
- Posen
- Saksen
- Silezië
- Westfalen
- West-Pruisen Ook deze indeling onderging verschillende wijzigingen. In 1822 werden Gulik-Kleef-Berg en Groothertogdom Beneden-Rijn samengevoegd tot de Rijnprovincie. Oost- en West-Pruisen werden in 1829 verenigd tot Pruisen, maar in 1878 wederom opgedeeld. De in 1849 ingelijfde vorstendommen Hohenzollern-Sigmaringen en Hohenzollern-Hechingen vormden sinds 1850 de Hohenzollernsche Lande, die vrijwel alle bevoegdheden van een provincie bezaten. Annexaties in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog brachten Pruisen in 1867 drie nieuwe provincies:
- Hannover
- Hessen-Nassau
- Sleeswijk-Holstein Pruisen moest na de Eerste Wereldoorlog verschillende gebieden afstaan, zodat de indeling in 1922 als volgt was:
- Berlijn
- Brandenburg
- Hannover
- Hessen-Nassau
- Hohenzollernsche Lande
- Oost-Pruisen
- Pommeren
- Grensmark Posen-West-Pruisen
- Rijnprovincie
- Saksen
- Neder-Silezië
- Opper-Silezië
- Sleeswijk-Holstein
- Westfalen In 1938 werden Neder- en Opper-Silezië weer verenigd en de Grensmark Posen-West-Pruisen opgeheven. Hessen-Nassau werd in 1944 opgedeeld in Keur-Hessen en Nassau, de provincie Saksen in Halle-Merseburg en Maagdenburg. Deze laatste twee werden in 1945 verenigd tot Saksen-Anhalt. Categorie:Pruisen ja:プロイセン simple:Prussia

Zweden

Zweden is een Scandinavisch land in Noord-Europa. De hoofdstad is Stockholm. In het uiterste noorden ligt het gebied Sapmi, waar de Saami of Lappen wonen, de oorspronkelijke bewoners van Noord-Scandinavië. Ook de eilanden Öland en Gotland behoren tot Zweden. Het land wordt omringd door Noorwegen (ten westen en ten noorden), Finland (ten noordoosten), de Botnische Golf en de Baltische Zee (ten oosten), de Oostzee (ten zuiden) en Denemarken (ten zuidwesten). De twee grootste meren van Zweden liggen in het zuiden: het Vänermeer (Zweeds Vänern) en het Vättermeer (Zweeds Vättern). Zweden is voor het grootste deel bedekt met uitgestrekte naaldbossen. In de Zweedse natuur komen grote wilde dieren voor zoals elanden, beren, wolven, veelvraten en lynxen. Door de uitgestrekte bossen is het land dan ook een grote houtproducent. Daarnaast exporteert het ijzererts, staal, elektronica, motorvoertuigen en machines. Zie verder Economie van Zweden.

Kerngegevens


- oppervlakte: 449.964 km²
- omtrek landgrenzen:
- inwonertal: 9.034.837 (9-2005)
- bevolkingsdichtheid: 20,1 inwoners/km² (9-2005)
- hoofdstad: Stockholm
- grootste rivier: Göta älv
- grootste meer: Vänermeer
- hoogste punt: Kebnekaise, 2111 m.
- staatsvorm: constitutionele monarchie
- staatshoofd: Karel XVI Gustaaf van Zweden.
- regeringsleider: Göran Persson
- officiële taal: Zweeds; Sami, Fins en Roma hebben een status als erkende minderheidstaal
- godsdienst: evangelisch-luthers (staatskerk)
- munteenheid: Zweedse kroon (meervoud: Zweedse kronen) (SEK) = 100 öre Zweedse kroon
- nationale feestdag: 6 juni (Svenska Flaggans dag)

Bestuurlijke indeling

Zweden kent 21 provincies (län): Blekinge, Dalarna, Gävleborg, Gotland, Halland, Jämtland, Jönköping, Kalmar, Kronoberg, Norrbotten, Örebro, Östergötland, Skåne, Södermanland, Stockholm, Uppsala, Värmland, Västerbotten, Västernorrland, Västmanland en Västra Götaland.

Politiek

Zweden is sinds 1995 lid van de Europese Unie.

Belangrijke steden

Stockholm, Gotenburg, Malmö, Uppsala, Jönköping, Norrköping, Linköping, Örebro, Helsingborg ----

Beroemde Zweden


- ABBA, popgroep
- Therese Alshammar, zwemster
- Ingmar Bergman, cineast
- Hans Blix, politicus en voormalig voorzitter van het IAEA
- Björn Borg, tennisser
- Anders Celsius, astronoom/fysicus
- Stig Dagerman, schrijver
- Stefan Edberg, tennisser
- Per Olov Enquist, schrijver
- Marianne Fredrikson, schrijfster
- Lars Frölander, zwemmer
- Greta Garbo, actrice
- Carola Häggkvist, zangeres
- Eyvind Johnson, schrijver
- Carolina Klüft, atlete
- Selma Lagerlöf, schrijfster
- Astrid Lindgren, schrijfster
- Anna Lindh, minister (vermoord)
- Carolus Linnaeus, botanicus
- Henning Mankell, schrijver
- Per Nilsson, schrijver
- Alfred Nobel, uitvinder van het dynamiet
- Olof Palme, premier (vermoord)
- Peter Pohl, schrijver
- August Strindberg, schrijver
- Cornelis Vreeswijk, Zweeds-Nederlandse zanger
- Margot Wallström, vice-voorzitter van de Europese Commissie

Overige informatie


- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Zweden van A tot Z
- Geschiedenis van Zweden Categorie:Zweden categorie:Land Categorie:Europese Unie als:Schweden fiu-vro:Roodsi ja:スウェーデン ko:스웨덴 ms:Sweden simple:Sweden th:ประเทศสวีเดน zh-min-nan:Sverige

Napoleon

Napoleon (Frans: Napoléon) is een naam die onder andere is gedragen door volgende personen:
- Napoleon (I) Bonaparte (1769-1821), keizer der Fransen (meest gebruikelijk)
- Lodewijk Napoleon Bonaparte (1778-1846), broer van Napoleon I, koning van Holland
- Napoleon II, Napoleon Frans Karel Jozef Bonaparte (1811-1832), enige legitieme zoon van Napoleon I
- Napoleon III, Karel Lodewijk Napoleon Bonaparte (1808-1873), zoon van Lodewijk Napoleon, president en later keizer van Frankrijk
- Napoleon (IV) Eugène, Napoleon Eugène Lodewijk Jan Jozef Bonaparte (1856-1879), zoon van Napoleon III Napoleon komt verder nog voor in de volgende betekenissen:
- Napoleon (cognac)
- Napoleon (film)
- Napoleon (kaartspel)
- Napoleon-lipvis
- Napoleon (munt)
- Napoleon (snoepje) Categorie:Achternaam ja:ナポレオン

Categorie:Monument

Categorie:Bouwwerk categorie:Cultuur

Sir Hector Munro

Sir Hector Munro (1726 - December 27, 1805), was a British military leader. The son of Hugh Munro of Novar, in Cromarty, Scotland, he entered the army in 1749. He went to Bombay in 1761, in command of the 89th regiment, and in that year effected the surrender of Mah from the French. Later, as commander of the Bengal army, he suppressed a mutiny of sepoys at Patna, and on October 23, 1764 won the victories of Buxar against Shuja-ud-Dowlah, the nawab wasir of Oudh, and Mir Kasim, which ranks amongst the most decisive battles ever fought in India. Returning home, he was elected, in 1768, as member of parliament for the Inverness Burghs, which he continued to represent for over thirty years, though much of this period was spent in India, where he returned in 1778 to take command of the Madras army. In that year he took Pondicherry from the French, but in 1780 he was defeated by Hyder Ali near Conjeeveram, and forced to fall back on St Thomas's Mount. There Sir Eyre Coote took command of the army, and in 1781 won a major victory against Hyder All at Porto Novo, where Munro was in command of the right division. Negapatam was taken by Munro in November of the same year; and in 1782 he retired to England. ---- Munro, Hector Munro, Hector

warsaw apartments Varsovia hotel praca w anglii transport biaystok spalacze tuszczu










































:: RELATED NEWS ::

FC WIT Georgia
FC WIT Georgia is a Georgian football team, playing in the capital, Tbilisi. The team is sponsored by WIT Georgia Ltd, (a subsidiary of the U.S. WIT, Inc.), a pet food, accessories, and human and veterinary pharmaceuticals import company. In 2004 FC WIT Georgia won the Georgian Championship, qualifying them for the early stages of the
All Rights Reserved 2005 wikimiki.org