Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Lucanus Cervus

Lucanus cervus

Het vliegend hert (Lucanus cervus) is het grootste inheemse insect uit de familie vliegende herten (Lucaenidae) van de orde kevers (Coleoptera).

Beschrijving

De kleur van de dekschilden is diep roodbruin en glanzend, het borststuk en de zeer brede kop zijn zwart en iets ruwer. Mannetjes kunnen tot acht centimeter lang worden, waarvan een derde bestaat uit de enorme, eveneens roodbruine kaken, die vaak iets meer naar rood of zelfs paars neigen dan de schildkleur. De kaken dienen echter niet om mee te eten of predatoren aan te vallen, maar om te vechten met de concurrentie om een vrouwtje.
De kaken van een vrouwtje zijn zwart en vele malen kleiner, maar omdat ze deze wel kan samentrekken kan ironisch genoeg alleen het 'onschuldige' vrouwtje bijten en een wond toebrengen. De larve is wit en heeft zes stompe, zachte oranje pootjes en een oranje kop. De larve lijkt enigszins op de larve van de meikever (Melolontha) omdat het lichaam niet wordt gestrekt en een 'C'-vorm heeft, maar wordt veel groter.

Voorkomen en voedsel

Het vliegend hert komt voor in zuidelijk en centraal Europa, en leeft voornamelijk bij eikenbossen. Ook in Groot-Brittannië komt deze kever voor, hoewel erg zeldzaam. In sommige streken is de soort echter nog plaatselijk zeer algemeen. In Nederland is deze soort vrijwel uitgestorven, op enkele geïsoleerde gebieden na zoals in Gelderland en in Limburg.
De reden is het feit dat de larve uitsluitend van zacht rottend hout van de eik leeft. Lange tijd werden namelijk omgevallen boomstammen 'netjes opgeruimd'. Pas later besefte men dat het bos er wel schoner uitzag, maar dat het op grote schaal verdwijnen van rottend hout voor vele diersoorten funest is. Door omgevallen boomstammen nu te laten liggen hoopt men op meer waarnemingen van deze prachtige kever, die sinds lange tijd beschermd is. Behalve in bossen zijn er ook exemplaren aangetroffen in grote parken en zelfs in tuinen, als er maar rottend eikenhout is waar ze de eitjes in kunnen leggen. Volwassen kevers voeden zich met suikerrijke goedjes als plantensappen en nectar van de beuk en de eik. Van vrouwtjes is beschreven dat ze de bast kunnen doorboren om bij het sap te komen. De mannetjes kunnen waarschijnlijk niet eten omdat de enorme kaken dat verhinderen. Vermoed wordt zelfs dat de kevers helemaal niet eten of enkel sporadisch druppels opnemen. Overigens zijn er wel meer insecten die eenmaal volwassen niet meer eten, zoals de haften of eendagsvliegen (orde Ephemeroptera).

Voortplanting en gedrag

Ephemeroptera Een volwassen vliegend hert leeft erg kort en de mannetjes zijn voornamelijk bezig een partner te zoeken. Om een vrouwtje te vinden vliegt het mannetje uit of loopt over boomstammen en als hij een vrouwtje tegenkomt maakt hij deze het hof, maar als het een mannetje betreft proberen ze elkaar in een gevecht om te duwen of naar beneden te laten vallen. Ze verwonden elkaar niet, maar een enkel mannetje blijft over en de concurrentie druipt uitgeput af. Vrouwtjes kunnen zachte klikgeluidjes maken waarvan niet precies bekend is waarvoor deze dienen, waarschijnlijk om mannetjes te lokken. Als er gevlogen wordt, maken de vleugels een zacht brommend geluid. Een vliegend hert is een traag dier en kan niet erg snel rennen, vliegen of opstijgen. Als ze benaderd worden door een mogelijke vijand blijven ze zelfs doodstil zitten. In combinatie met het mooie uiterlijk heeft dat ervoor gezorgd dat al veel mensen deze kever wel eens op een foto hebben gezien.

Ontwikkeling

Het voedsel van de larve bevat niet veel voedingsstoffen en een larve moet erg groot worden om te kunnen verpoppen. Daarom bepaalt de hoeveelheid voedsel sterk de lengte van het larvale stadium; bij optimale omstandigheden verpopt de larve al na drie jaar, bij slechtere omstandigheden tot wel zes jaar. Ook de lengte van het popstadium is enigszins veranderlijk en hangt af van omgevingsfactoren als temperatuur en vochtigheid. Een reeds verpopt vliegend hert overwintert in de popkamer om pas het volgende jaar te voorschijn te komen. In extreme gevallen leeft een kever wel vijf tot zes jaar als larve, terwijl een imago het hooguit enkele weken tot maanden uithoudt. Ook de grootte en kleur van het 'gewei' van een mannetje hangt af van hoe goed de larve het heeft gehad. Deze soort leeft als imago voornamelijk rond de maand juni. Onlangs is ontdekt dat de larve een stridulatieorgaan heeft; net zoals bij cicades en sprinkhanen een orgaan bestaande uit twee verharde, vaak geribbelde delen. Deze worden langs elkaar gestreken met als doel een geluid te produceren dat in dit geval ongeveer een seconde duurt en soms enkele keren wordt herhaald. Waarschijnlijk dient het zachte, ratelachtige geluid om te communiceren, maar onduidelijk is waarom.

Externe link

[http://www.geocities.com/thuisindenatuur/vliegendhert.html?200514 Vele foto's en informatie over het vliegend hert.] Categorie:Kever ja:クワガタムシ

Kevers

De Coleoptera of schildvleugeligen zijn de insectenorde van de kevers. Kevers zijn een orde van insecten waarbij de voorvleugels zijn veranderd in harde schilden (elytra) die de achtervleugels bedekken. De (bij sommige soorten) rupsachtige larve heet ook wel eens engerling, heeft vaak stevige kaken en klauwen en op oudere leeftijd een groot achterlijf. Kevers behoren tot de holometabola, de insecten met een volledige gedaanteverwisseling. Enkele soorten kevers hebben helemaal geen vleugels meer, van enkele soorten zijn de vrouwtjes ongevleugeld, en enkele andere soorten/orden van insecten zouden oppervlakkig beschouwd met kevers kunnen worden verwisseld, met name de kakkerlakken (blattodea) en de oorwurmen (dermaptera). Deze hebben echter niet zoals de kevers een volledige gedaanteverwisseling en zijn dus geen nauwe verwanten. Een kleine oorwurm wordt soms wel een grote oorwurm, maar een kleine kever wordt nooit meer een grote kever, maar behoort gewoon tot een andere soort. Bij de grote groep van de kortschildkevers zijn de elytra sterk gereduceerd waardoor ze wel iets van een (meestal) zwarte oorwurm weghebben. Kortschildkevers hebben echter weer niet de tangen aan het achterlijf die oorwurmen wel hebben. De kevers zijn waarschijnlijk de soortenrijkste insectenorde, en daarmee ook de grootste orde van het hele dierenrijk, hoewel ook de tweevleugeligen, de vlinders en de vliesvleugeligen zeer grote orden zijn, waarin bij meer onderzoek ook nog steeds meer soorten worden ontdekt. Er zijn nu zo'n 300.000 keversoorten ontdekt en men vermoedt dat er nog eens twee keer zoveel nog nooit beschreven zijn. De taxonomie van de kevers bevat daarom, om het overzicht te behouden, vrij veel 'tussenlagen' (zoals onderorde, superfamilie, subfamilie, sectie, subgenus) naast de gebruikelijke indeling in orde, familie, en genus. In Nederland en België komen enige duizenden (ca. 4000) soorten kevers voor, waaronder veel waterkevers zoals de geelgerande watertor en het schrijvertje. Bekende landkevers zijn b.v. de lieveheersbeestjes en de coloradokevers.

taxonomie

De coleoptera worden verdeeld in vier onderorden:
- polyphaga
  - staphyliniformia
  - elateriformia
  - bostrichiformia
- myxophaga
- adephaga
- archostemata categorie:insect categorie:kever ja:甲虫類 ko:딱정벌레목

Meikever

De meikever (Melolontha melolontha) is een 2,5 tot 4 cm grote kever waarvan de imagines zich in mei ontpoppen en dan enige weken van jonge boomblaadjes eten en rondvliegen, op zoek naar een partner. Ze komen voor op de zandgronden. Vroeger algemeen, zijn ze nu door bestrijding relatief zeldzaam. De larven leven in de grond en knagen aan de wortels van kruidachtige planten, zoals gras, maar ook aan die van bomen. In het gras, maar ook in de groentetuin, kunnen ze veel schade veroorzaken. De larve van een meikever wordt engerling genoemd. De larve heeft een bruine kop en het lijf is geelwit van kleur. Aan de zijkanten zitten ademopeningen. De larve verblijft twee tot drie jaar in de grond alvorens zich te verpoppen. Tijdens de wintermaanden kruipt de larve dieper de grond in. Natuurlijke vijanden van de engerling zijn mollen en vogels zoals mezen, kraaien en spreeuwen. Biologische bestrijding is mogelijk met parasitaire aaltjes. aaltjes categorie:kever

Groot-Brittannië

Groot-Brittannië is een eiland in Europa, ten noordwesten van het vasteland, en daarvan gescheiden door het Kanaal. De oppervlakte bedraagt 229.850 km². De naam Brittannië werd voor het eerst gebruikt door de Romeinen, die het eiland Britannia noemden. Het voorvoegsel 'groot' wordt gebruikt om het van Bretagne te onderscheiden, dat oorspronkelijk dezelfde naam had. De naam Groot-Brittannië wordt officieel gebruikt sinds 1707, toen het Engelse parlement de Act of Union goedkeurde. Door deze wet werden Schotland en Engeland officieel verenigd onder één troon. Sinds Jacobus I (1603) stonden Engeland en Schotland onder een personele unie, maar officieel waren het twee verschillende koninkrijken. Tegenwoordig bestaat Groot-Brittannië politiek gezien uit Engeland, Schotland en Wales die samen met Noord-Ierland en een aantal overzeese gebiedsdelen het Verenigd Koninkrijk vormen.

Zie ook


- Verenigd Koninkrijk. Categorie:Brits eiland ja:グレートブリテン島 ko:그레이트브리튼 섬 simple:Great Britain

Gelderland

| |- | |{| |----- valign=top |
- Aalten
- Apeldoorn
- Arnhem
- Barneveld
- Berkelland
- Beuningen
- Bronckhorst
- Brummen
- Buren
- Culemborg
- Doesburg
- Doetinchem
- Druten
- Duiven
- Ede
- Elburg
- Epe
- Ermelo
- Geldermalsen |
- Groenlo
- Groesbeek
- Harderwijk
- Hattem
- Heerde
- Heumen
- Lingewaal
- Lingewaard
- Lochem
- Maasdriel
- Millingen aan de Rijn
- Montferland
- Neder-Betuwe
- Neerijnen
- Nijkerk
- Nijmegen
- Nunspeet
- Oldebroek
- Oude IJsselstreek |
- Overbetuwe
- Putten
- Renkum
- Rheden
- Rijnwaarden
- Rozendaal
- Scherpenzeel
- Tiel
- Ubbergen
- Voorst
- Wageningen
- West Maas en Waal
- Westervoort
- Wijchen
- Winterswijk
- Zaltbommel
- Zevenaar
- Zutphen | |{{{

Larve

Een larve (ook larf) is de eerste levensfase van de meeste insecten en alle amfibieën nadat deze het ei hebben verlaten. Ook veel vissen kennen een larvestadium, evenals aquatiele kreeftachtigen. Bij deze laatste groep gaat het om vrijzwemmende diertjes die trocho-larven genoemd worden. Bij insecten verandert de larve in een imago nadat verpopping heeft plaatsgevonden. In de pop veranderen de kenmerken drastisch, dit wordt ook wel volledige gedaanteverwisseling genoemd; de larven van insecten lijken niet op het imago, in tegenstelling tot wantsachtigen, die een nimfstadium kennen. Het bijzondere van larven is dat ze vaak totaal andere organen krijgen na verpopping. Larven van vissen en amfibieën kennen geen indirecte metamorfose, maar veranderen geleidelijk. Bijna alle amfibieën-larven verliezen uitwendige kieuwen, een deel van de staart (bij kikkers volledig), en krijgen een andere tekening. Ook worden de longen ontwikkeld. Veel larven hebben een soort vaste naam, omdat ze per groep niet veel verschillen:
- Kevers (Coleoptera): larve heet engerling
rupsachtig maar vaak stevige kaken en klauwen - achterlijf veel groter
- Vliegen (Diptera): larve heet made
gesegmenteerd wormachtig, geen poten
- Vlinders (Lepidoptera): larve heet rups
wormachtig, met vooraan gelede (meestal 6) en achteraan ongelede (meestal 4) poten
- Kniptorren: de larve heet ritnaald
- Kikkers en padden: larve heet kikkervisje of dikkopje. Streekgebonden benamingen zijn kwakkebol of donderkopje. Categorie:entomologie Categorie:Amfibie Categorie:Ontwikkelingsbiologie simple:Larva

Eik

Eik (Quercus) is een geslacht van loofbomen. Wanneer we in het Nederlands over de eik spreken, hebben we het vooral over de Zomereik.
- Geslacht: Eik (Quercus)
  - Soort: Amerikaanse eik (Quercus rubra)
  - Soort: Hulsteik (Quercus coccifera)
  - Soort: Kurkeik (Quercus suber)
  - Soort: Moeraseik (Quercus palustris)
  - Soort: Moseik (Quercus cerris)
  - Soort: Wintereik (Quercus petraea)
  - Soort: Zomereik (Quercus robur)
  - Soort: Steeneik (Quercus ilex) De eik is voor het voortbestaan vooral afhankelijk van de Vlaamse gaai.

Historie

De eik werd regelmatig door de voorchristelijke voorvaderen in West-Europa gebruikt als heiligdom. Dit getuigt nog de Heilige Eik van Den Hout (bij Oosterhout).

Toxiciteit

Zowel de bladeren als de eikels van de eik bevatten tannines. Deze tannines kunnen op zich het maagdarmstelsel irriteren. In het lichaam worden zij omgezet tot pyrogallol, een sterk bloedgif, dat hemolyse verwekt. Varkens zijn het minst gevoelig voor dit vergif en verdragen eikels goed. Paarden, schapen en runderen zijn zeer gevoelig. categorie:Boom categorie: Fagales Categorie:Gifplant ja:オーク ko:참나무

Haft

Haften of eendagsvliegen (orde Ephemeroptera) zijn ranke insecten met een teer lichaam, twee paar vleugels, grote ogen, korte borstelachtige antennes en lange staartdraden. Haften leven het overgrote deel van hun bestaan als nimfen in het water; de volwassen dieren hebben gedegenereerde monddelen, kunnen niet eten, en leven slechts enkele uren, welke gebruikt worden om tot paring te komen. De nimfen duiden op een goede waterkwaliteit nimfen categorie:Insect ja:カゲロウ

Ephemeroptera

Haften of eendagsvliegen (orde Ephemeroptera) zijn ranke insecten met een teer lichaam, twee paar vleugels, grote ogen, korte borstelachtige antennes en lange staartdraden. Haften leven het overgrote deel van hun bestaan als nimfen in het water; de volwassen dieren hebben gedegenereerde monddelen, kunnen niet eten, en leven slechts enkele uren, welke gebruikt worden om tot paring te komen. De nimfen duiden op een goede waterkwaliteit nimfen categorie:Insect ja:カゲロウ

Imago (biologie)

] Een imago is het volwassen geworden resultaat van een metamorfose, dat in staat is om zich voort te planten. Dit kan zowel door onvolledige als vollledige metamorfose. Het verschil is dat exemplaren die een volledige metamorfose een larve- en popstadium kennen, en bij onvolledige metamorfose spreekt men van een nimfstadium. Bij veel insecten is het geslacht pas te bepalen bij het imago, zoals vlinders en kevers, waarbij de mannetjes vaak duidelijk van de vrouwtjes zijn te onderscheiden. Vaak krijgen de volwassen wordende dieren allerlei kleuren (vlinders), hoorns (kevers), stekels of haren (hommels), vleugels (libellen), groeven in het lijf om geluid mee te maken (sprinkhanen en cicaden) etc. Het imago van kreeftachtigen kan heel oud worden, sommige kreeften worden tientallen jaren oud; bij spin- en insectachtigen ligt dat anders. Spinnen worden maximaal drie jaar (er zijn wel enkel uitzonderingen zoals de rolspin) en bij insecten leven geslachtsrijpe dieren meestal enkele maanden; met uitzondering van soorten die als imago moeten overwinteren. De larven of nimfen vreten zich vol, en na de metamorfose is voedsel zoeken voor veel soorten ondergeschikt aan een partner zoeken. Een sprekend voorbeeld is de eendagsvlieg, die na een paar dagen al het loodje legt. Net zoals sommige mottensoorten en de meeste langpootmuggen komen de dieren uit de pop zonder monddelen; ze kunnen niet eens eten. Omdat de larve van de eendagsvlieg een jaar onder water leeft is het niet eens het kortstlevende insect; met een larvetijd van 4 weken, pop-tijd van een halve week en een vier weken levend imago is dat de (huis)vlieg. Categorie:Insect Categorie:Entomologie

Cicaden

Cicaden (Cicadidae) zijn een familie van wantsachtigen die leven van plantensappen. Cicaden behoren tot de orde Hemiptera en onderorde Homoptera.

Algemeen

Homoptera. Je hoort ze wel, maar je ziet ze niet.]] Zoals alle wantsen (snavelinsecten) hebben zowel de nimfen als het imago (geslachtsrijpe cicade) stekende en zuigende monddelen. Alle cicaden kunnen vliegen, hoewel bij veel inheemse soorten eerder sprake is van springen en wegzweven (Tibiceninae). Tropische cicaden, en met name bergcicades ontwikkelen vleugels waar ze goed mee kunnen vliegen; de fijn geaderde vleugels zijn groot en beweeglijk. De meeste cicades zoals de zangcicade (figuur rechts) maken geluid; inheemse soorten komen niet boven krekels uit, maar soorten uit Afrika en Amerika kunnen tot bij de pijngrens komen. Grotere soorten worden tot maximaal 15 cm, maar dat zijn uitzonderingen (Pomponia, Tacua); 2,5 tot 5 cm geldt voor de meeste imagos. In Nederland blijven de meeste soorten ver onder de centimeter. Er zijn ongeveer 2000 (beschreven) soorten in de wereld, levend in woestijnen, graslanden en bossen. In Australië komen ongeveer 200 soorten voor, 180 in Amerika, en met name Noord-Amerika en 1000 soorten in Europa. Omdat sommige cicaden wel 17 jaar kunnen worden, zijn het op termietenkoninginnen na de langstlevende insecten. Cicaden zijn ook bijzonder omdat het de enige insecten zijn die kunnen zweten; heuse zweetklieren bevochtigen de vleugels om ze af te koelen. Veel cicaden scheiden, net zoals luizen, een plakkerig, suiker-rijk goedje af, genaamd honingdauw. Cicaden zijn interessante dieren omdat ze al duidenden jaren leven en zich nauwelijks verspreiden; hierdoor kunnen gegevens over de aanpassing van een soort verkregen worden op grote schaal omdat cicaden overal ter wereld voorkomen. de verschillen zijn vaak miniem, en zijn soms alleen terug te vinden in de geslachtsorganen.

Taxonomie

De familie Cicadidae heeft de volgende subfamilies:
- Subfamily Cicadinae - vliesvleugelige cicaden (wereldwijd); richten veel gewasschade aan
- Subfamily Platypediinae - ratelende cicaden (westelijk Noord-Amerika)
- Subfamily Tettigadinae - strijkende cicaden (westelijk Zuid-Amerika)
- Subfamily Tettigarctinae - Australische harige cicaden (Australië en Tasmanië)
- Subfamily Tibiceninae - beschutte-timbalen cicaden (wereldwijd); schuimbeestjes, bloedcicaden
- Subfamily Tibicininae - onbeschutte-timbalen cicaden (wereldwijd); onder andere periodieke cicaden

Anatomie

Cicaden kenmerken zich door gewoonlijk twee paar vleugels waarvan het bovenste is verhard, steek- en zuigsnuit, rostum genoemd, en met name de ver uit elkaar staande ogen, die ze onderscheiden van de tweevleugeligen. Ze hebben vaak springpoten, waarmee ze snel weg kunnen schieten en daarna weg kunnen vliegen. De meeste soorten hebben camouflagekleuren zoals bruin en groen, sommige hebben schrikkleuren. De nimf lijkt al op het ouderdier, maar de vleugels en kleurtekening krijgt het pas als imago, daarvoor zijn de vleugels meestal onbruikbare stompjes; in rust worden ze meestal op de rug gevouwen.

Geslachtsonderscheid

Er zijn twee manieren om cicaden van geslacht te onderscheiden; #cicaden die zanggeluid procuceren zijn mannelijk; #als het achterlijf gezien vanaf de buikzijde puntig is, is het een vrouwtje, bij een stomp achterlijf een mannetje. Een vrouwlijke cicade gebruikt dezelfde holte als het mannetje gebruikt om geluid te maken; maar bij het vrouwtje worden er de eitjes ontwikkeld. Bij de nimfen is er geen geslachtsonderscheid te maken; het geslacht staat echter wel vast; het wordt bepaald als het insect nog in het ei zit.

Voeding en voortplanting

De vrouwtjes leggen tot 600 eitjes met de zaag-achtige ovipositor. Deze worden in de epidermis van een blad gelegd, en zijn nauwelijks zichtbaar. Cicaden kennen een nimf-stadium; net uit het ei lijkt het jonge dier al aardig op het imago, alleen de vleugels ontbreken. Als het imago net verveld is, is het wit van kleur, maar na enkele uren krijgt het het harde exoscelet. Bij de meeste soorten vinden 5 à 7 vervellingen plaats, waarbij poten en vleugelstompen groter worden, tot de laatste vervelling en een cicade kan vliegen; vanaf dat moment is het 'volwassen' en vervelt het niet meer. Volwassen cicaden leven doorgaans enkele weken; nadat ze zich hebben voortgeplant, sterven de meeste soorten vlak na de eileg. Veel soorten leven echter als nimf enkele jaren onder de grond, bij de meeste soorten variërend van 2 tot 8 jaar. Alle cidaden-nimfen zuigen plantensappen uit wortels; ze hebben injectie-naaldachtige kaakdelen. De volwassen dieren zuigen plantensappen op uit bovengronds goeiende delen van planten, en kunnen zelfs grote schade aanrichten in hardhout-bomen en struiken. Nadat de eieren gelegd zijn in spleten en kieren in planten, duurt het bij de grotere soorten nog 6 tot 7 weken voordat ze uitkomen, waarna de nimfen zich op de grond laten vallen en zich ingraven tot minstens dertig cm. bomenCicaden zijn ook in de bloemen- en plantenteelt berucht om de schade die ze kunnen veroorzaken; meestal witte of bruine 'brand'-achtige plekjes, doordat de dieren al het bladgroen uit het blad zuigen. De larven leven aan de onderkant van de bladeren en lijken op bladluizen. Veel soorten die bladeren aantasten blijven klein en smal en zijn meestal groengekleurd; bij het schudden van een besmette tak vliegen dan kleine, groene, vlieg-achtige beestjes weg die onregelmatig vliegen. Buiten het feit dat ze planten verzwakken door sap te zuigen, zijn cicaden verspreiders van veel plantenziekten. Ze zijn nauw verwant aan de bladluizen, en zijn in staat enkele honderden meters per dag af te leggen; van veld naar veld. Ook verspreiden ze stoffen die bladgroen afbreken en stoffen die het voedseltransport van een plant verhinderen, net zoals muggen anti-stollingsmiddelen in mensen spuiten.

Spuugbeestjes

In Nederland zijn met name spuug- of schuimbeestjes (Tibiceninae) bekend; ze houden onder meer van lavendel. Veel mensen weten niet wat cicaden zijn, maar het koekkoeksspuug kent iedereen; een fluim-achtig goedje waarin een groen beestje zit; de nimf, maar in spreektaal vaak larve, van de schuimcicade (Philaenus). Deze nimfen komen uit het ei, zuigen aan plantensappen, en scheiden de vaste afvalstoffen van de vloeistoffen, en zijn daarmee één van de weinige insecten die een 'kleine én grote boodschap' kennen. De vloeistoffen worden voorzien van was-oplossende stoffen en een biologische zeep is gecreëerd; het schuim wat wordt verkregen kan de nimf zelf aanvullen. Het beschermt tegen predatoren, parasieten en weersomstandigheden. De nimf kan uitdrogen; bij verjaging maakt het snel een nieuw schuimnest. Sommige roofwantsen zuigen de nimfen uit door het schuim heen, en graafwespen zoeken gericht naar spuug en nemen de larve mee naar het hol voor het nageslacht. De schuimbeestjes komen waarschijnlijk aan de naam omdat men vroeger dacht dat de koekkoek, een eierslurpende vogelsoort, soms spuugde om van de vrucht af te komen; dit is echter achterhaald.

Geluid

De allerluidste cicade is de Afrikaanse cicade, tot 106,7 dB. Veel Amerikaanse cicaden kunnen geluiden produceren tot 100 dB, ongeveer de pijngrens van de mens. Geluidsvolume is belangrijk voor een cicade; het is voor mannelijke dieren namelijk het enige wat de vrouwtjes aantrekt, net zoals (de aanverwante) krekels en kikkers; hoe harder hoe meer gemeenschap. Het geluid maken ze met twee organen die langs elkaar strijken, de zgn tymbalen; harde, uit chitine opgebouwde organen met een stevige, geribbelde structuur. Ze bevinden zich achteraan de kop, iets voor de plek waar de vleugels bevestigd zitten; het zijn niet-zichtbare organen. Deze tymbalen zijn verbonden met sterke spieren, en klemmen tegen een verhard deel van het exoscelet, het tympanum. Zodra de spier wordt ingetrokken en weer uitgerekt, zijn de ribbels al twee keer langs het tympanum gestreken. Deze ribbels veroorzaken trillingen van het tympanum, wat het verharde begin is van een holle ruimte in het abdomen van de cicade. Vergelijk het met een zakkam die langs een tafelblad wordt gestreken. De speciale stervormige ruimte versterkt de geluiden van de tymbalen, wat tot een groot aantal decibels kan leiden; de holle ruimte in het lichaaam van deze cicaden fungeert als klankkast. Vrouwlijke cicaden hebben weliswaar geen tymbalen, ze kunnen met de vleugels klap-geluiden maken. Iedere cicade heeft een eigen zang, en de frequenties hangen veelal af van de temperatuur omdat insecten sneller worden als het warm is; ze zijn koudbloedig. = Reguliere en periodieke cicaden = De meeste cicadensoorten komen ieder jaar voor, maar er zijn soorten die eens in een vast aantal jaren massaal uitkomen. Soms wordt er abusievelijk wel eens over éénjarige en meerjarige cicaden gesproken, maar aan de hand van een voorbeeld van libellenlarven kan aangetoond worden dat dit onjuist is. Veel libellenlarven leven enkele jaren onder water, soms tot vier jaar. Toch komen de soorten met een 4-jarig larve-stadium ieder jaar voor, en niet iedere vier jaar; ondanks dat ze meerjarig zijn; ze zijn niet gesynchroniseerd.

Reguliere Cicaden

In Nederland komen enkel reguliere soorten voor, de meeste leven een jaar. Veel soorten in Europese landen overwinteren als imago. De cicaden-nimfen kunnen het enkele jaren volhouden onder de grond; zoals ook wel voorkomt bij libellen-nimfen in het water. De meeste soorten leven, meestal samenhangend met de grootte, twee tot acht jaar als nimf. De nimfen zijn van verschillende generaties en komen dus door elkaar uit, zodat er ieder jaar wel imago's zijn om zich voort te planten, en er een jaarlijkse aanvulling is van de nimfen. Deze dieren zijn goed aangepast aan predatoren, ze hebben goede aanpassingen om te ontsnappen; in tegenstelling tot periodieke cicaden, die ook veel actiever zijn dan reguliere cicaden. Soorten die cycli kennen van meer dan vier jaar hebben vaak mindere en betere jaren, verondersteld wordt dat uiteindelijk alle (4+)-soorten uiteindelijk een vaste cyclus krijgen.

Periodieke Cicaden

Sommige soorten, zeven in totaal, kennen echter een unieke cyclus; eens in de soms wel dertien of zeventien jaar komt een enkele generatie uit. Periodieke cidaden zijn bijzonder omdat alle generaties zich gesynchroniseerd hebben, en allemaal in hetzelfde jaar massaal uitkomen. Onder enkele bomen zijn wel eens 40.000 exemplaren aangetroffen van dezelfde periodieke cicade. Sommige nimfen hebben het beter getroffen dan anderen; dus zou men verwachten dat er een periode van maanden zou zijn; de cicades komen echter binnen drie weken allemaal uit en sterven na twee tot vier weken te hebben geleefd. De massaliteit van de cicades zorgt voor een efficiëntere voortplanting, maar is tevens een 'wapen' tegen predatoren; de verzadigingstechniek; het zijn er zoveel dat ze geen verdediging nodig hebben, want een vijand kan ze toch nooit allemaal opeten. De cicaden hebben dan ook nauwelijks verdediging en zijn een gemakkelijke prooi en omdat veel diersoorten cicades eten, geeft een periodieke uitbarsting een 'boost' aan de insecteneters. De schade aan gewassen is vaak enorm, hoewel deze slechts eenmaal in een aantal jaar wordt aangericht. Een cyclus van een priemgetal-aantal jaren biedt het voordeel dat die niet vaak samenvalt met de cyclus van predatoren. Toch zijn er maar drie '17-soorten' en vier '13-soorten'; de in 2004 in het nieuws gekomen soort heet Broad X en steekt qua aantallen, geografisch verspreidingsgebied en grootte van de periodieke cicaden met kop en schouder boven alle andere soorten uit; enorme hoeveelheden dieren zwermen wekenlang overal in de lucht. Periodieke cicaden behoren allemaal tot het geslacht Magicicada, en komen alleen voor in Noord-Amerika ten oosten van de Mississippi, de soorten overlappen elkaar maar zelden wat verspreidingsgebied betreft.Noord-Amerika

Theorieën

Het hoe en waarom van de periodieke voortplanting eens in de zoveel jaar is niet geheel duidelijk. Vast staat dat de nimfen niet 'plotseling' zeventien jaar gingen leven, maar de vraag is waarom er maar een enkele generatie is. Misschien waren de dieren bijna uitgestorven toen ineens een heel 'goed jaar' aanbrak, waarna er een zeer groot aantal eitjes werden gelegd. Nadat die nimfen na zeventien jaar uitkwamen, waren alle andere generaties verdwenen. Ook een ijstijd is een optie, waar de cicaden vanwege de lange cyclus onder de grond minder last van zouden hebben. Een derde theorie is dat het een niet - toevallige evolutionaire tactiek van overleven is, predatie-verzadiging bij verrassing, want zeer weinig insecten leven 13 of 17 jaar.

Broad X

In juni 2004 was er een uitbarsting van een lange cyclus kennende cicade: de Michigancicade; een cicade met een cyclus van 17 jaar; elke zeventien jaar komt de enige generatie van de soort uit de grond om zich voort te planten; de nimfen hebben een soort biologische klok die ze vertelt wanneer uit te komen. De lengtes van het ondergrondse nimf-stadia wordt aangeduidt met het Engelse woord broad , wat legsel of generatie betekent, met daarachter een Romeins cijfer. De cijfers I tot XVII (1 tot 17) staan voor een 17-jarige cyclus en XVIII tot XXX (18 tot 30) staan voor een 13-jarige cyclus. = Externe links =
- [http://www.cicadas-pictures.com Foto's van cicaden]
- [http://www.cicadamania.net Cicada Mania] Categorie:Insect ja:セミ

Categorie:Kever

Wetenschap -- Exacte wetenschap -- Biologie -- Dier -- Geleedpotigen -- Insect Kevers zijn insecten behorende tot de coleoptera categorie:insect ko:분류:딱정벌레목

Luksemburgi vapp

Pilt:Luksemburgi suurvapp.png Kategooria:Luksemburg Kategooria:Vapid

teksty snowboard w austrii samsung true tone Darmowe gry online venice luxury hotels










































:: RELATED NEWS ::
Alan Kennedy
Alan Kennedy (born 31st August 1954) was a footballer who played for Liverpool during their halcyon days in the late 1970s and early 1980s who had a knack of scoring in major cup finals. A full back based on the left flank, Kennedy came through the ranks at
Whitehead continuum
In mathematics, the Whitehead manifold is an open 3-manifold that is contractible, but not homeomorphic to R3. Henry Whitehead discovered this puzzling object while he was trying to prove the Poincaré conjecture. A contractible manif

Mitochondrial
In cell biology, a mitochondrion (from Greek mitos thread + khondrion granule) is an organelle found in most eukaryotic cells, including those of plants, animals, 1883June 1, 1971) was born in Wuxing, Zhejiang province. After studying in Japan he returned to China, taking part in the May Fourth Movement. Like many others (Lu Xun,
Richard Sandrak
Richard Sandrak, also known as Little Hercules (born April 15, 1992) is an American bodybuilder, martial artist, actor, and nutrional supplement promoter, renowned for his physique at an extremely young age. He is probably best known for his appearance in the documentary <
Stephen R. Reed
Stephen Russell Reed (born 1950) is the current and longest-serving mayor of Harrisburg, Pennsylvania. He was born in Carlisle, Pennsylvania, and moved with his parents to Harrisburg as a young man.

Political life

Active in the Democratic Party as a teenager, Reed headed the Jacksonville. Its south end will be at SR 21, and it is planned to continue south and east as a planned bridge over the St. Johns River (which will connect to SR 9B). The north end will be at SR 8 (I-10
All Rights Reserved 2005 wikimiki.org