:: wikimiki.org ::
| Accusativus |
Accusativus
De accusatief (Latijn accusare = aanklagen) of vierde naamval is de naamval voor het lijdend voorwerp (direct object). Dit is de zaak in een zin waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling direct betrekking heeft:
- Jan slaat Piet (Piet is lijdend voorwerp)
In het Nederlands wordt alleen nog bij de persoonlijke voornaamwoorden onderscheid gemaakt tussen onderwerp (subject) en (in)direct object. De accusatief is samengevloeid met de datief tot één vorm voor zowel lijdend, meewerkend als voorzetselvoorwerp. Alleen in het geval van hen en hun wordt het onderscheid officieel nog gemaakt. Zie voor deze kwestie het lemma Datief.
Oude Accusatiefvormen in het Nederlands
De oude accusatiefvormen van het lidwoord waren:
- accusatief mannelijk enkelvoud: den, enen
- accusatief vrouwelijk enkelvoud: de, een
- accusatief onzijdig enkelvoud: het, een
- accusatief meervoud: de, /
Tegenwoordig kan men deze accusatiefvormen nog herkennen in enkele staande uitdrukkingen:
- aan den toog
- op den duur
Uiteraard zijn enkel mannelijke accusatiefvormen nog te herkennen. Merk verder op dat het zelfstandig naamwoord geen speciale uitgang kreeg, dit in tegenstelling tot de -e uitgang van de datief.
Categorie:grammatica
categorie: latijnse grammatica
als:Akkusativ
ja:対格
Latijn
Latijn of Latijnse taal, een Italische taal, oorspronkelijk de taal van de streek Latium en in het bijzonder van de stad Rome. De taal verspreidde zich met de uitbreiding van het Romeinse Rijk. Het is nu een dode taal, waarmee wordt bedoeld dat ze door geen enkele bevolkingsgroep nog als moedertaal wordt gesproken.
Invloeden en ontwikkeling
De Latijnse taal heeft sterke invloed ondergaan van het Etruskisch, waarvan ook het alfabet werd overgenomen en van het Grieks.
De oudste Latijnse inscriptie dateert misschien uit de 6e eeuw voor Christus: enkele woorden ingegrift op een kledingspeld, de zogeheten Fibula van Praeneste. Een groot aantal geleerden betwist echter de authenticiteit hiervan.
Er bestaan documenten in het Latijn vanaf de 5e eeuw voor Christus. Ze worden talrijk vanaf 240 voor Christus.
Het Latijn werd tot literaire taal in de loop van de 2e eeuw v. Chr.; de taal werd genormaliseerd, kreeg een conservatieve tendens en in de zinsbouw trad een systematisering op. De afstand tot de omgangstaal, dat volkslatijn of vulgair Latijn wordt genoemd, nam hierdoor sterk toe.
Vanuit de dialecten van die omgangstaal ontstonden geleidelijk aan verschillende nieuwe talen: de Romaanse talen.
Uitspraak
Zie Latijnse uitspraak
Grammatica
Zie Latijnse grammatica
Gebruik van het Latijn (vroeger en nu)
Tot de achttiende eeuw bleef het Latijn de taal van (grote delen van) de wetenschap. In de wetenschap werd ook na de val van het Romeinse rijk het Latijn nog gebruikt. In de huidige tijd komt Latijn nog voor:
- in wetenschappelijke termen
- in de medische wetenschap (voor de namen van onderdelen van het lichaam)- het gaat dan meestal wel om verlatijnste Griekse termen
- in de Rooms-katholieke Kerk, die het Latijn nog steeds gebruikt als officiële taal voor veel documenten, en als liturgische taal bij veel rituelen, de bediening van de Sacramenten en de viering van de Mis.
- in [http://la.wikipedia.org Wikipedia in het Latijn]
- in [http://la.wiktionary.org WikiWoordenboek in het Latijn (Victionarium)]
- als taal in Vaticaanstad
Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt het Latijn nog op school onderwezen: in Nederland op het Gymnasium, in Vlaanderen in een aantal studierichtingen van het Algemeen secundair onderwijs.
Veel Nederlandse woorden hebben een Latijnse afkomst, al is het Nederlands een Germaanse taal. Voorbeelden zijn de namen van de maanden.
Zie ook: Lijst van Latijnse begrippen in het Nederlands.
accusativus (acc.) is lijden voorwerp (object)
nominativus (nom.) is onderwerp (subject)
groep 1= Mannelijk bijv. nw.
1 nom.M ev. uitgang -us bijv. Novus (nieuw)
2 acc.M ev. uitgang -um bijv. Novum (nieuw)
3 nom.M mv. uitgang -i bijv. Novi (nieuw)
4 acc.M mv. uitgang -os bijv. Novos (nieuw)
groep 2= Vrouwelijk bijv. nw.
1 nom.V ev. uitgang -a bijv. Nova (nieuw)
2 acc.V ev. uitgang -am bijv. Novam (nieuw)
3 nom.V mv. uitgnang -ae bijv. Novae (nieuw)
4 acc.V mv. uitgang -as bijv. Novas (nieuw)
groep3=onzijdig
1 nom.O ev. uitgang -um bijv. Novum (nieuw)
2 acc.O ev. uigang -um bijv. Novum (nieuw
3 nom.O mv. uitgang -a bijv. Nova (nieuw)
4 acc.O mv. uitgang -a bijv. Nova (nieuw)
Gerelateerde onderwerpen
- Latijnse literatuur
- Lijst van Latijnse begrippen
- Lijst van Latijnse spreekwoorden
Externe links
- [http://www.perseus.tufts.edu/ De Perseus-site] omvat onder meer een uitgebreide databank met Latijnse teksten en Engelse vertaling en een zeer uitgebreid woordenboek Latijn/Engels - Engels/Latijn.
- [http://www.koxkollum.nl/cursus/frameset.htm Kox cursus Latijn] Gratis cursus Latijn.
- [http://www.latijnnederlands.nl/ On-line woordenboek Latijn-Nederlands]
Categorie:Dode taal
Categorie:Italische taal
Categorie:Latijn
als:Latein
ja:ラテン語
ko:라틴어
simple:Latin language
th:ภาษาละติน
zh-min-nan:Latin-gí
Lijdend voorwerpHet lijdend voorwerp (direct object) is een zinsfunctie. Vaak wordt het gelijkgesteld aan de accusatief (vierde naamval), maar dit is niet altijd correct.
Het lijdend voorwerp in een zin is over het algemeen de zaak (of persoon of wat dan ook) die iets ondergaat. Het is te vinden door de vraag wie/wat + persoonsvorm + onderwerp te stellen.
- Jan slaat Piet.
Wie slaat Jan?
Antwoord: Piet. Piet is dus het lijdend voorwerp.
- Jan heeft Piet en zijn vrouw Marietje gisteren een mooi boek gegeven.
Wat heeft Jan gegeven?
Antwoord: een mooi boek.
Zie ook
- Grammatica
- Zinsdeel
Categorie:Grammatica
als:Akkusativ
Persoonlijk voornaamwoord__NOTOC__
Het persoonlijke voornaamwoord (het pronomen personale) is het voornaamwoord dat in de plaats van een zelfstandige naamwoord staat.
In het Nederlands is de vorm afhankelijk van het perspectief, het aantal en soms van het geslacht. Bij de tweede persoon bestaat ook een beleefdheidsvorm. Bijna alle vormen kennen een gereduceerde vorm, dat wil zeggen een vorm die dichter bij de speektaal ligt. De gereduceerde staat hieronder tussen haakjes.
Opmerkingen
In één van de oudste teksten in het Oudnederlands wordt "hic" gebruikt voor "ik" en "tu" voor "jij":
:quid expectamus nunc
:abent omnes volucres nidos inceptos niisi ego et tu
:Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic
:enda thu wat unbidan we nu
Andere talen
In een aantal talen kan het persoonlijk voornaamwoord worden weggelaten, omdat de gebruikte werkwoordsvorm voldoende informatie geeft. Bijvoorbeeld in de Latijnse zin Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben, een citaat van René Descartes) ontbreken persoonlijke voornaamwoorden.
Een overzicht van de pronomina van de tweede persoon in alle talen staat in: http://en.wikipedia.org/wiki/T-V_distinction
categorie:Grammatica
Datief
De datief (Latijn dare, datum = geven, gegeven) of derde naamval geeft in veel talen het indirect object weer. Het indirect object is de zaak in een zin waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling níet direct betrekking heeft, het meewerkend voorwerp.
- Jan geeft Piet een klap (Piet is indirect object)
Hedendaags voorkomen
Het Nederlands kent de datief nog in één geval: dat van hun en hen. Hun is het persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud voor de datief, hen is voor de accusatief.
- Ik geef hun een boek (datief)
- Ik stuur hen weg (accusatief)
Na een voorzetsel komt hen, ook al is er sprake van een indirect object:
- Ik geef een boek aan hen
Dit is echter een geconstrueerde regel die geen basis heeft in de levende taal. Vrijwel iedereen gebruikt hun en hen door elkaar of vervangt beide door ze. Dit in ogenschouw genomen kan worden gesteld dat het Nederlands in de praktijk geen datief kent. Accusatief en datief zijn - net als in het Engels - samengevoegd tot één objectsvorm voor het lijdend, meewerkend en voorzetselvoorwerp.
Verouderd voorkomen
In enkele versteende uitdrukkingen is de datief nog te vinden, zoals in den beginne, bij monde van of te bestemder plaatse. Kenmerkend is dat het zelfstandig naamwoord in dit geval door een -e wordt gevolgd, zoals ook in het Duits het geval is (dem Kinde), alhoewel dit ook verouderd is.
Ook in de Statenvertaling komt de datief nog voor, bijvoorbeeld (Richteren 8:16):
- En hij nam de oudsten dier stad, en doornen der woestijn, en distelen, en deed het den lieden van Sukkoth door dezelve verstaan.
Hierbij is te zien dat de datief-meervoud ook als lidwoord den had, ook weer gelijk het Duits.
De oude datiefvormen van het lidwoord waren:
- datief mannelijk enkelvoud: den, enen
- datief vrouwelijk enkelvoud: der, ener
- datief onzijdig enkelvoud: den, enen
- datief meervoud: den, /
Merk op dat de datiefvormen van het bepaald lidwoord samentrokken met het voorzetsel te: te + den = ten, te + der=ter
- ter plaatse
- ten tijde
- ter harte
Categorie:Grammatica
Meewerkend voorwerpHet meewerkend voorwerp (indirect object) is een zinsfunctie waarvoor in veel talen de datief (derde naamval) wordt gebruikt. Meewerkend voorwerp is de zaak in een zin waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling níet direct betrekking heeft.
- Jan geeft Klaas een boek.
De door het werkwoord uitgevoerde handeling heeft hier direct betrekking op een boek. Indirect heeft de door het werkwoord uitgevoerde handeling betrekking op Klaas. Klaas is daarom het meewerkend voorwerp.
Het meewerkend voorwerp in een zin is te vinden door de vraag wie/wat + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp te stellen. Of ook wel aan/voor ervoor te zetten.
- Kees geeft Henk een klap.
Wie geeft Kees een klap? Antwoord: aan Henk.
Categorie:Grammatica
VoorzetselvoorwerpHet voorzetselvoorwerp begint altijd met een vast voorzetsel. Het komt voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel en het verbindt wat achter het voorzetsel staat met het gezegde.
Enkele voorbeelden:
- Ik twijfel aan Wikipedia. (twijfelen aan)
Hierbij is aan Wikipedia het voorzetselvoorwerp.
- Ik ben niet tevreden met deze computer. (tevreden zijn met)
Hierbij is met deze computer het voorzetselvoorwerp.
Bij redekundige ontleding heb je verschillende voorwerpen: het lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, en het voorzetselvoorwerp.
Voorzetselvoorwerpen kunnen gemakkelijk met bijwoordelijke bepalingen verward worden.
Net als veel bijwoordelijke bepalingen beginnen ze vaak met een voorzetsel.
Daarom is het belangrijk de kenmerken van het voorzetselvoorwerp goed te bestuderen.
1. Het is met een werkwoord verbonden door middel van een vast voorzetsel. Daar bedoelen we mee, dat je het voorzetsel niet door een ander kunt vervangen zonder de betekenis te veranderen.
Voorbeelden:
- Hij verwondert zich over dat gedrag.
- Hij ergert zich aan de hond van de buurman.
Het schuingedrukte is het voorzetselvoorwerp. Als we het werkwoord laten staan en het voorzetsel vervangen door een ander voorzetsel ontstaat onzin.
- Hij verwondert zich in/uit dat gedrag
- Hij verwondert zich met/zonder dat gedrag
- Hij verwondert zich binnen/buiten dat gedrag
2. Heel vaak kun je er een er+dat-constructie op toepassen.
Hoe gaat dat in z'n werk? Verbind er met het voorzetsel, maak van de rest van de woordgroep een passend zinnetje, waarbij je allerlei woorden mag veranderen of toevoegen.
De twee voorbeelden van boven hier toegepast:
- Hij verwondert zich erover, dat hij zich zo vreemd gedraagt/ dat hij zo'n vreemd gedrag vertoond.
- Hij ergert zich eraan, dat de hond van de buurman steeds in zijn tuin loopt.
3. Als een zinsdeel dat begint met een voorzetsel een plaats aangeeft is het een bijwoordelijke bepaling.
Voorbeeld:
- Zij hingen aan zijn lippen. (figuurlijk) (aan zijn lippen = voorzetselvoorwerp)
- De jas hangt aan de kapstok. (letterlijk) (aan de kapstok = bijwoordelijke bepaling)
Een regel die ook werkt is de volgende:
4. Het werkwoord waarmee het vaste voorzetsel verbonden is, heeft geen letterlijke maar een figuurlijke betekenis.
Vergelijk:
- A We rekenen er op een kladblaadje. (letterlijk)
- B We rekenen op je komst. (figuurlijk)
In A is op een kladblaadje een bijwoordelijk bepaling;
in B is op je komst een voorzetselvoorwerp.
Categorie:Grammatica
LidwoordEen lidwoord of artikel kan worden geplaatst voor zelfstandige naamwoorden. Het heeft als voornaamste functie om de bepaaldheid ervan aan te duiden. Daarnaast kan een lidwoord ook andere informatie over het naamwoord verschaffen, in het Nederlands bijvoorbeeld over het woordgeslacht ervan (mannelijk/vrouwelijk of onzijdig).
Het Nederlands kent twee bepaalde (of bepalende) lidwoorden
- de
- het
en één onbepaald lidwoord
- een.
Daarnaast kent het Nederlands nog enkele oudere verbuigingsvormen, zie hiervoor verbuiging van het lidwoord.
Andere talen hebben aangehechte lidwoorden: dit zijn elementen die achter het naamwoord worden geplaatst. Voorbeelden zijn het Zweeds (bijv. Svenska Dagbladet) en het Roemeens (bunicul - De opa).
Lang niet alle talen hebben lidwoorden. Voorbeelden van talen zonder lidwoorden zijn het Latijn, het Russisch en het Fins.
Categorie:Grammatica
ja:冠詞
Datief
De datief (Latijn dare, datum = geven, gegeven) of derde naamval geeft in veel talen het indirect object weer. Het indirect object is de zaak in een zin waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling níet direct betrekking heeft, het meewerkend voorwerp.
- Jan geeft Piet een klap (Piet is indirect object)
Hedendaags voorkomen
Het Nederlands kent de datief nog in één geval: dat van hun en hen. Hun is het persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud voor de datief, hen is voor de accusatief.
- Ik geef hun een boek (datief)
- Ik stuur hen weg (accusatief)
Na een voorzetsel komt hen, ook al is er sprake van een indirect object:
- Ik geef een boek aan hen
Dit is echter een geconstrueerde regel die geen basis heeft in de levende taal. Vrijwel iedereen gebruikt hun en hen door elkaar of vervangt beide door ze. Dit in ogenschouw genomen kan worden gesteld dat het Nederlands in de praktijk geen datief kent. Accusatief en datief zijn - net als in het Engels - samengevoegd tot één objectsvorm voor het lijdend, meewerkend en voorzetselvoorwerp.
Verouderd voorkomen
In enkele versteende uitdrukkingen is de datief nog te vinden, zoals in den beginne, bij monde van of te bestemder plaatse. Kenmerkend is dat het zelfstandig naamwoord in dit geval door een -e wordt gevolgd, zoals ook in het Duits het geval is (dem Kinde), alhoewel dit ook verouderd is.
Ook in de Statenvertaling komt de datief nog voor, bijvoorbeeld (Richteren 8:16):
- En hij nam de oudsten dier stad, en doornen der woestijn, en distelen, en deed het den lieden van Sukkoth door dezelve verstaan.
Hierbij is te zien dat de datief-meervoud ook als lidwoord den had, ook weer gelijk het Duits.
De oude datiefvormen van het lidwoord waren:
- datief mannelijk enkelvoud: den, enen
- datief vrouwelijk enkelvoud: der, ener
- datief onzijdig enkelvoud: den, enen
- datief meervoud: den, /
Merk op dat de datiefvormen van het bepaald lidwoord samentrokken met het voorzetsel te: te + den = ten, te + der=ter
- ter plaatse
- ten tijde
- ter harte
Categorie:Grammatica
Categorie:Grammatica
Categorie:Nederlands
Categorie:Taalkunde
ja:Category:文法
F. W. BourdillonFrancis William Bourdillon (March 22 1852 - January 13 1921) was a British poet and translator. He was educated at Worcester College, Oxford. He acted as tutor to the sons of Prince Christian of Schleswig-Holstein.
He is known mostly for his poetry, and in particular the single short poem The Night has a Thousand Eyes. He in fact had many collections published, from Among The Flowers, And Other Poems (1878) to Gerard and Isabel: a Romance in Form of Cantefable (1921), and including a Chryseis.
He translated Aucassin et Nicolette as Aucassin and Nicolet (1887), and wrote a scholarly work The Early Editions of the Roman de la Rose (1906).
Bourdillon, Francis William
Bourdillon, Francis William
Bourdillon, Francis William
sylwester w grach Online Casinos cheap tickets WARSAW zakady sportowe
|
|
|
| :: RELATED NEWS :: |
Konrad Zuse
]
Konrad Zuse ( - 22. Juni 1910 in Berlin; † 18. Dezember 1995 in Hünfeld bei Fulda) war ein
|
Kultfilm
Kultfilme sind Filme oder Serien, um die eine meist eher kleine, aber umso treuere Anhängerschaft einen Fan-Kult betreibt, oft noch Jahre oder Jahrzehnte nach der Premiere in den Kinos. Dies äußert sich etwa durch das regelmäßige Anschauen (z.B. Dinner for One an Silvester), durch Riten bei der Vorführung (Roc
|
Kontinente
Der Begriff Kontinent (von lat.: (terra) continens) bedeutet "zusammenhängendes Land", das von den Inseln unterschiedene Festland.
Die Kontinente der Erde machen insgesamt nur 29 Prozent der Erdoberfläche aus, den Rest nehmen die
|
Kevin Spacey
Kevin Spacey ( - 26. Juli 1959 in South Orange, New Jersey, USA) ist ein US-amerikanischer Schauspieler.
Seit seiner spektakulären Rolle in Die üblichen Verdächtigen und der ersten Auszeichnung mit dem Oscar gilt Spacey als einer der interessantesten und
|
Kernel
Ein Kernel [] oder Kern ist der zentrale Bestandteil eines Betriebssystems. In ihm ist die Prozess- und Datenorganisation festgelegt, auf der alle weiteren Softwarebestandteile des Betriebssystems aufbauen.
Die Konstruktion eines stabilen Kernels ist eine Aufgabe aus dem Bereich der Informatik und des Softwareengineering.
Gäng
|
Kilogramm
Das Kilogramm ist die SI-Basiseinheit der Masse. Das Einheitenzeichen des Kilogramms ist kg.
Es ist in mehrfacher Hinsicht eine besondere Einheit. Es ist die einzige SI-Einheit, die nur durch einen Vergleichsgegenstand (Prototyp), das Urkilogramm, festgelegt ist. Als einzige der sieben SI-Basiseinheiten trägt das Kilogra
|
Kohlenstoff
Kohlenstoff (von lat. carbo = Holzkohle und lat. carbonium = Kohlenstoff) ist ein chemisches Element. Es kommt in der Natur sowohl in gediegener Form als auch chemisch gebunden vor. Aufgrund seiner besonderen Elektronenkonfiguration (halbgefüllte L-Schale) besitzt es die Fähigkeit zur Bildung von komplexen
|
Kobalt
Kobalt (auch Cobalt) ist ein chemisches Element.
Der Name Kobalt leitet sich von Kobold ab, weil Kobolde in früherer Vorstellung Erze mit diesem (damals) unbearbeitbaren Mineral verunreinigten.
1735 entdeckte der schwedische Chemiker Georg Brandt das bis dahin unbekannte Element und gab ihm seinen Namen.
Das Symbol Co leitet sich aus der lateinischen Bezeichnung cobaltum ab.
Kobalt
|
Kupfer
Kupfer (von lat. cuprum: „Kupfer, Metall aus Zypern“) ist ein chemisches Element mit dem Symbol Cu und der Ordnungszahl 29. Es ist ein hervorragender Wärme- und Stromleiter. Kupfer gehört zu den Münzmetallen.
Der lateinische Name cuprum ist abgeleitet von lat. aes cyprium = Erz von der Insel Zypern.
|
Kalium
Kalium, (von Kali aus arab. al qalja = Pflanzenasche) ist ein chemisches Element der 1. Hauptgruppe des Periodensystems mit der Ordnungszahl 19.
Geschichte
Am 19. November 1807 berichtete Davy, es sei ihm gelungen, durch Elektrolyse von schwach angefeuchteten Ätzalkalien
|
|