Senegal:Dit artikel gaat over het land Senegal. Zie ook het artikel over de rivier Sénégal.
----
Sénégal
Senegal is een land in Afrika en grenst aan Mauritanië, Mali, Guinea, Guinee-Bissau en Gambia.
Bevolking
- Talen: Frans (officiële taal), Wolof, Pulaar (Fulfulde), Jola, Mandinka, Serer, Bambara, Sarakolé, enz.
- Bevolkingsgroepen: Wolof 44%, Sérères 15%, Tukulör 11%, Diola 5%, Mandingo 4%, diverse andere Westatlantische volken. Fulbe, Moren etc. 12%
- Religie: islam 91%, christendom 5%, natuurgodsdiensten
- Levensverwachting: 52 jaar (2001)
- Analfabetisme: mannen 52%, vrouwen 71% (2001)
Geschiedenis
De Franse kolonie Senegal werd onafhankelijk van Frankrijk in 1960. Het vormde tussen 1982 en 1989 een confederatie met het door Senegal ingesloten Gambia onder de naam Senegambia. De integratie tussen de twee landen kwam echter niet van de grond.
Geografie
Senegal is bestuurlijk onderverdeeld in 11 regio's.
Belangrijkste steden met inwoneraantal:
- Dakar 2.079.000 (2000)
- Thiès 216.000 (1994)
- Kaolack 193.000 (1994)
- Ziguinchor 162.000 (1994)
- Saint-Louis 132.500 (1994)
Senegal is gelegen in de Sahel.
Er zijn twee belangrijke rivieren, de langste is de Sénégal, die de noordgrens vormt met Mauritanië, en in het zuiden stroomt de rivier de Gambia.
Politiek systeem
Senegal is een democratische republiek. De volksvertegenwoordiging (de Assemblée nationale) bestaat uit 1 kamer met 120 leden, dat elke 5 jaar gekozen wordt. De president wordt elke 5 jaar rechtstreeks gekozen.
- President: Abdoulaye Wade (sinds april 2000)
- Premier: Idrissa Seck (sinds november 2002)
(Zie ook: Lijst van presidenten van Senegal)
Economie
- Munteenheid: CFA-Frank (XOF)
- Koers: 1 XOF = 0,002 € (2003)
- BNP: 4,7 miljard $ (490 $ per persoon) (2001)
- groei: 5,7%
- Inflatie: 3,1%
- Ontwikkelingshulp: ontvangst 419 miljoen $
Recente geschiedenis en politieke situatie
De ondergang van de veerboot Joola op 26 september 2002 leidde, vanwege de gebleken veronachtzaming van de veiligheidsvoorschriften, tot heftige kritiek op de regering. In reactie hierop ontsloeg president Abdoulaye Wade premier Mame Madior Boyé. Zij werd vervangen door kabinetschef Idrissa Seck.
Tot de belangrijkste problemen van Senegal behoren de economische crisis en corruptie. Daarnaast is een gewapende onafhankelijkheidsbeweging actief in de provincie Casamance. De inwoners voelen zich onderdrukt door de Senegalese Wolof-meerderheid. In september 2002 kwam het tot een wapenstilstand en vredesbesprekingen, maar in januari 2003 kwam het opnieuw tot gewapende conflicten tussen leger en rebellen. Op 31 december 2004 werd officieel een vredesverdrag tussen de rebellen en de regering getekend.
Internationaal profileert Wade zich als een voorvechter voor democratie en economische liberalisering in Afrika. Hij is onder meer medeontwerper van Nepad, een economisch hulpprogramma voor het Afrikaanse continent, en heeft vergeefs getracht te bemiddelen in de burgeroorlog in Ivoorkust.
Bezienswaardigheden
- Dakar
- Slaveneiland "Ile de Gorée
- Lac Rose
- Schelpeneiland Fadiouth
- Parc National du Siné-Saloum
- De Casamance
- Saint-Louis
- Parc National Niokolo-Koba
Zie ook
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
- Frans West-Afrika
- Frans Soedan
- Lijst van presidenten van Senegal
- Lijst van premiers van Senegal
- Lijst van politieke partijen in Senegal
Afbeelding:DakarPresPaleis.jpg|Dakar Pres. Paleis
Afbeelding:SenegalBaobab.jpg|Baobab
Afbeelding:FadiouthBrug.jpg|Joal-Fadiouth
Afbeelding:Fadiouth1.jpg|Fadiouth
Afbeelding:SenegalHerder.jpg|Herder
Afbeelding:SenegalMbour.jpg|Mbour
Afbeelding:LacRose1.jpg|Lac Rose
Afbeelding:DakarMarkt.jpg|Markt in Dakar
Afbeelding:SenegalBinnenland.jpg|Vrouw in binnenland
Afbeelding:SenegalBinnenland2.jpg|Binnenlands dorp
Afbeelding:StraatSenegal.jpg|Straatbeeld
Afbeelding:Straat2Senegal.jpg|Straatbeeld
Categorie:Land
Categorie:Senegal
ja:セネガル
ko:세네갈
ms:Senegal
simple:Senegal
zh-min-nan:Senegal
Sénégal
De rivier Sénégal heeft zijn oorsprong in het bergachtig Fouta Djalon in Guinee waar ze gevormd wordt door het samensmelten van twee andere rivieren ,namelijk de Semefé en Bafing rivier. Ze vloeit door Mali en vormt verder de grens tussen Senegal en Mauritanië om ten slotte uit te monden in de Atlantische Oceaan via een delta aan de stad St.Louis in Senegal. Deze rivier heeft een lengte van ongeveer 1700km.
Het debiet van de rivier is sterk afhankelijk van de hoeveelheid regen dat valt tijdens het regenseizoen in de bergketens van Guinea en Mali. De periode van hoog debiet begint in juli met een piek eind augustus om snel af te nemen tot eind oktober. Het laag water seizoen duurt van de maand november tot eind juni.
In 1986 werd de Diama dam gebouwd op 27 km van de monding, het voornaamste doel was het beletten van de instroom van zout water naar het binnenland gedurende het droog seizoen.
Een tweede dam, de Manantali dam, werd in 1989 gebouwd in Mali op 1200km van de monding en doet dienst als reservoir.
Categorie:Rivier in Mauritanië
Categorie:Rivier in Guinee
Categorie:Rivier in Mali
categorie:Rivier in Senegal
ja:セネガル川
Afrika
|
|-
|
|-
|
|-
|
|-
|
|{{
Mauritanië
Mauritanië is een land aan de westkust van Afrika en grenst aan Westelijke Sahara, Algerije, Mali, Senegal en de Atlantische Oceaan.
Geschiedenis
Reeds in de 11e eeuw was Mauritanië een islamitisch land. Mauritanië werd in 1902 veroverd door Frankrijk en ging deel uitmaken van de Franse kolonie West-Afrika. Eenmaal onafhankelijk van Frankrijk in 1960 veroverde Mauritanië het zuidelijke deel van het toenmalige Spaanse Sahara in 1976.
Door jarenlange strijd van de Polisario guerrilla moest Mauritanië de tegenwoordige Westelijke Sahara opgeven.
Op 12 december 1984 kwam Maaouiya Ould Sid'Ahmed Taya, door middel van een staatsgreep aan de macht. In 1992 lukte het hem na verkiezingen een meerderheid te behalen van de stemmen. In juni 2003 mislukte er een poging tot een staatsgreep tegen hem en in november van dat jaar werd hij herkozen voor een periode van zes jaar. Op 3 augustus 2005 werd hij afgezet met behulp van een militaire staatsgreep.
Veel burgers bleken volgens mediareportages het presidentschap van Taya als dictatoriaal te ervaren.
Taya was sympatiek naar de Verenigde Staten van Amerika. Mauritanië is een van de drie islamitische landen binnen de Arabische Liga die Israël erkennen. De andere zijn Egypte en Jordanië.
Militaire coup 2005
Op 3 augustus 2005 berichtten verschillende media dat een staatsgreep plaatsvond in Mauritanië. President Taya was op dat moment bij de begrafenis van Koning Fahd in Saoedi-Arabië. De coupplegers, genaamd de Militaire Raad voor Gerechtigheid en Democratie benoemden hun leider kolonel Ely Ould Mohamed Vall tot nieuwe president. Hij beloofde binnen twee jaar met democratische verkiezingen te komen. 7 augustus 2005 werd Sidi Hohamed Ould Boubacar benoemd tot overgangspremier. Ould Boubacar was voorheen ook eerste minister onder de verdreven president.
Politiek in Mauritanië
De politieke macht berust bij het moorse, twee-derde deel van de bevolking, terwijl het zwarte deel van de bevolking als tweederangs burgers wordt behandeld. Pas in 1981 werd officieel de slavernij afgeschaft.
Mauritanië is een republiek en sinds 1991 worden verkiezingen gehouden waaraan meerdere partijen deel kunnen nemen. Dit werd per referendum besloten.
Sinds 1991 bestaan er in principe vrije verkiezingen. Maar de verkiezingen in 1992, 1997 en 2003 werden door de oppositie geboycot omdat die geen vertrouwen had in een eerlijk verloop ervan.
Er is een senaat en een parlement met 72 leden. Islamistische politieke partijen zijn bij wet verboden, hoewel het merendeel van de bevolking islamitische is.
Islamistische]
Zie ook
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst.
Categorie:Mauritanië
Categorie:Land
ja:モーリタニア
ko:모리타니
ms:Mauritania
zh-min-nan:Mauritania
MaliDit gaat over het moderne land Mali. Voor het voormalige rijk met dezelfde naam, zie koninkrijk Mali.
Mali is een Afrikaans land onder de Sahara. Mali is volledig afgesloten van de zee en wordt begrensd door Mauritanië, Algerije, Niger, Burkina Faso, Ivoorkust, Guinea en Senegal. Delen van het land liggen in een gordel genaamd de Sahel.
De hoofdstad Bamako ligt in het zuidwesten van het land. Mali is een van de armste landen ter wereld en heeft ruim 11 miljoen inwoners waarvan meer dan 10% in en rond de hoofdstad woont.
Voor een overzicht van alle pagina's met betrekking tot Mali op de Nederlandstalige Wikipedia zie Mali van A tot Z.
Natuurlijk
Geografie
Mali bestaat voor 70% uit woestijn of semiwoestijn. Dit beslaat voornamelijk het noordelijke gedeelte van het land. In het zuidwesten liggen ook enkele grote rivieren, namelijk de Niger, Senegal en de Bani. Het land is voornamelijk vlak, het hoogste land is de Adrar des Iforhas aan de grens met Algerije. Dit hoogland in de Sahara bevat veel wadi's (droge valleien) waar vroeger rivieren vloeiden. De hoogste berg van het land is de Hombori Tondo (1.155 meter).
Klimaat
Het noorden van het land heeft een woestijnklimaat en er is praktisch het hele jaar geen regenval. Het zuidelijke gedeelte van het land heeft voldoende regenval om landbouw mogelijk te maken. Het regenseizoen in het zuiden is van mei tot oktober.
Van tijd tot tijd zijn er droogtes die de landbouw verder bemoeilijken.
Natuurlijke vegetatie
In het noorden is er woestijn en is de begroeiing schaars. De droge graslanden in centraal en Zuidoost-Mali vormen onderdeel van een regio genaamd de Sahel. Het noordelijke gedeelte van deze regio droogt langzaam op en wordt langzaam onderdeel van de Sahara. Het zuidelijke gedeelte van Mali bestaat uit savanne, dit is tropisch grasland met verspreide bomengroei.
Bevolking
Ongeveer 10% van de bevolking leeft als nomaden. De bevolking is onderverdeeld in verschillende etnische groepen, namelijk de: Bambara (32%), Fulani of Peul (14%), Senufo (12%), Soninke (9%), Touareg (7%), Songhai (7%) en de Malinke of Mandingo, Mandinke (7%)
De islam is de dominante godsdienst en wordt aangehangen door 90% van de bevolking. Ongeveer 9% van de bevolking hangt traditionele godsdiensten aan en ongeveer 1% het christendom.
Het Frans is de officiële taal. Hiernaast worden het Bambara en andere traditionele talen ook erkend.
Politiek
Mali heeft een roerige politieke geschiedenis en is een tijdlang geregeerd door een groep militairen. In 1992 zijn voor het eerst sinds de jaren '60 van de 20e eeuw weer verkiezingen gehouden.
- Mali ministers van buitenlandse zaken
Interne politieke problemen
De Touareg in het noorden hebben een speciale bestuurlijke zone sinds de jaren '90 van de 20e eeuw.
Bestuurlijke indeling
Mali is onderverdeeld in 9 regio's te weten:
Bamako, Gao, Kayes, Kidal, Koulikoro, Mopti, Ségou, Sikasso, Tombouctou
Economie
Mali is één van de armste landen in de wereld. Economische activiteiten vinden voornamelijk plaats in het zuidwesten waar de grote rivieren zoals de Niger rivier en Senegal rivier lopen. Mali is in hoge mateafhankelijk van ontwikkelingshulp. In 1997 implementeerde de regering succesvol een programma dat was aanbevolen door het IMF. Dit programma helpt de economie te groeien, diversificeren en buitenlandse investeringen aan te trekken. Mali's vastberadendheid om de economie te hervormen en een devaluatie met 50% van de CFA-frank in januari 1994 hebben de economie ook geholpen.
Landbouw
Ongeveer 80% van de bevolking is werkzaam in de landbouw en visserij. Katoen is het belangrijkste exportproduct en Mali is hierdoor erg afhankelijk in schommelingen in de prijs van dit product. Gierst, rijst en sorghum zijn andere belangrijke producten voornamelijk voor lokale consumptie en grondnoten en suikerriet zijn andere belangrijke exportgewassen.
Slechts ongeveer 2% van het beschikbare landoppervlak wordt gebruikt voor het verbouwen van gewassen. De veeteelt gebruikt ongeveer 25% van het landoppervlak. De landbouw wordt bemoeilijkt door de periodieke droogtes.
De visserij in de grote rivieren is ook een belangrijke voedselbron.
Mijnbouw
Mali heeft verschillende grondstoffen. Alleen zout en goud worden op grote schaal ontgonnen. Sinds het einde van de jaren '90 van de 20e eeuw hebben een aantal multinationals hun goudmijningsoperaties uitgebreid en de regering van Mali verwacht dat het land één van de belangrijkste goudexporteurs in Afrika beneden de Sahara zal worden.
Industrie
De industrie verwerkt voornamelijk landbouwproducten voor binnenlandse consumptie.
Geschiedenis
Vroege geschiedenis
Van de 4e tot de 16e eeuw was Mali onderdeel van 3 belangrijke Afrikaanse culturen. Het koninkrijk Ghana, koninkrijk Mali en het koninkrijk Songhai. De belanrijkste rapporten over deze culturen zijn van Arabische geleerden die er op bezoek kwamen. Een belangrijk centrum was Timbuktu (Tombouctou) in het centrum van hedendaags Mali. In de 14e eeuw was deze plaats een belangrijk leercentrum voor geschiedenis, rechtsleer en de islamitische godsdienst. Timbuktu was ook een handelscentrum en een bestemming voor handelskaravanen.
De Fransen
Na een initieel fel verzet van de lokale bevolking namen de Fransen het gebied in vanaf 1893 en noemden het Frans Soedan. Het werd als zodanig een onderdeel van Frans West-Afrika.
Onafhankelijkheid
De Sudanese republiek en Senegal werden onafhankelijk van Frankrijk op 22 september 1960 onder de naam Federatie van Mali. Al na een paar maanden trok Senegal zich terug uit deze federatie en werd de Sudanese republiek gehernaamd in Mali. Mali's eerste president, Modibo Keita introduceerde een socialistisch beleid. Hij werd in 1968 in een staatsgreep afgezet. Vanaf 1968 werd Mali geregeerd door een groep militairen onder aanvoering van Mouassa Traoré. Deze groep werd in 1991 na een staatsgreep door Luitenant Kolonel Amadou Toumani Touré vervangen werd door een overgangsregering. In 1992 werden de eerste democratische verkiezingen gehouden. Sinds zijn herverkiezing in 1997 heeft president Konare politieke en economische hervormingen doorgevoerd en de strijd aangebonden met corruptie.
In de jaren '70 en '80 van de 20e eeuw werd Mali geplaagd door watertekorten en droogtes.
Zie ook
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
Externe links
- [http://www.numismondo.com/pm/mli/ Mali Banknotes]
Categorie:Mali
ja:マリ共和国
ko:말리
ms:Mali
zh-min-nan:Mali
Guinee-Bissau
Guinee-Bissau is een land in West-Afrika en grenst aan Guinee met 386 km, aan Senegal met 338 en met 350 km aan de Atlantische Oceaan.
Bevolking
- Bevolkingsgroepen: Balanta 25%, Fulbe 20%, Mandingo 12%, Manyako 10%, Papéis 10%
- Talen: Portugees (officiële taal), Portugees-Creools, Fulfulde (Fulani), Mandingo
- Religies: traditionele religies 50%, Islam 45%, Christendom 5%
- Levensverwachting: mannen 44 jaar, vrouwen 47 jaar (2001)
- Analfabetisme: mannen 45%, vrouwen 75%
Geografie
De hoofdstad is Bissau (355.000 inwoners, 2004). De andere steden zijn slechts klein (minder dan 20.000 inwoners).
Het land is bestuurlijk verdeeld in 8 regio's plus een apart district voor de hoofdstad Bissau.
Politiek systeem
Guinee-Bissau verklaarde zich 24 september 1973 onafhankelijk van Portugal; Portugal erkende de onafhankelijkheid op 10 september 1974. De huidige grondwet dateert uit 1984, en is voor het laatst gewijzigd in 1999. Het voorziet in een eenkamerparlement, de Nationale Verzameling, met 102 leden die elke 5 jaar gekozen worden. De president wordt elke 5 jaar rechtstreeks gekozen en kan maximaal 1 maal herkozen worden.
- president: (Joao Bernardo Vieira)(sinds 2005)
- premier: Mário Pires (sinds november 2002)
Nederlands Consulaat: J van Maanen
(Zie ook: Lijst van staatshoofden van Guinee-Bissau)
Economie
- Munteenheid: CFA-frank (XOF), koers 1 XOF= € 0,002 (2003)
- BNP: $ 199 miljoen (2001), $ 160 per inwoner
- Ontwikkelingshulp: Ontvangst $ 59 miljoen
Guinee-Bissau wordt gerekend onder de allerarmste landen. De economie is sterk afhankelijk van de export van cashewnoten, die 95% van de export uitmaken. Belangrijkste exportland is India.
Een burgeroorlog tussen door Senegal gesteunde regeringstroepen en een militaire junta leidde tot een daling van het BNP van 28% in 1998, waarvan het land nog altijd niet volledig hersteld is. Het begrotingstekort van de staat is zeer hoog, slechts ongeveer een derde van de uitgaven worden door inkomsten gedekt. De zeer lage prijs voor cashewnoten op de wereldmarkt werkt ook sterk nadelig voor het land. Vele jongeren beproeven hun geluk als gastarbeider in Portugal.
Recente geschiedenis en politieke situatie
Het land is in de binnenlandse politiek allesbehalve op een stabiele koers. In 2001 dreigde president Kumba Yalá het parlement te ontbinden en als alleenheerser op te treden; het parlement op zijn beurt verklaarde Yalá 'handelingsonbekwaam' te achten.
Armoede en te hoge staatsuitgaven zijn de belangrijkste problemen in het land. Ook worden er grootschalige schendingen van de mensenrechten gemeld, en oefent de regering een sterke controle over de media uit.
Zie ook
- Lijst van staatshoofden van Guinee-Bissau
Categorie:Land
ja:ギニアビサウ
ko:기니비사우
ms:Guinea-Bissau
zh-min-nan:Guiné-Bissau
Gambia (land)
Gambia is een land in Afrika dat grenst aan Senegal en de Atlantische Oceaan.
Het land bestaat uit een tamelijk smalle strook langs de Gambia-rivier, die zo'n 250 kilometer lang en slechts enige tientallen kilometers breed is.
Geschiedenis
Gambia maakte ooit deel uit van het Ghanese Rijk. De eerste schriftelijke bronnen zijn verslagen van Arabische handelaren uit de 9e en 10e eeuw. De Arabieren haalden slaven, goud, en ivoor uit het gebied via een handelsroute door de Sahara. In de 15e eeuw namen de Portugezen deze handel over via zeeroutes. Gambia maakte toen deel uit van het Koninkrijk Mali.
In 1588 verkocht de Portugese troonpretendent Antonio Prior Do Crato de exclusieve handelsrechten op de Gambia-rivier aan de Engelsen. Koning Jacobus I van Engeland gaf in 1618 handelsrechten in Gambia en Goudkust aan een Britse bedrijf.
Aan het eind van de 17e eeuw en gedurende de 18e eeuw streden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om de macht in Senegal en Gambia. Bij de Vrede van Versailles van 1783 ging het gebied naar het Verenigd Koninkrijk. Frankrijk behield een kleine enclave die in 1857 alsnog werd overgedragen. In 1889 werd overeenstemming bereikt over de grenzen. Gambia werd een Britse Kroonkolonie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Gambia mee in Birma. In de hoofdstad Banjul maakte het Air Corps van het Amerikaanse leger tussenlandingen, en de haven werd gebruikt als tussenstop voor convooien.
In 1962 werden algemene verkiezingen gehouden. Gambia kreeg zelfbestuur in 1963, en werd op 18 februari 1965 onafhankelijk. Het bleef lid van het Britse Commonwealth of Nations en was een constitutionele monarchie met de Britse koningin als staatshoofd. Korte tijd later stelde de regering voor Gambia om te vormen tot republiek. Het voorstel haalde niet de vereiste tweederde meerderhied. Op 24 april 1970 werd Gambia na een referendum alsnog een republiek.
Gambia werd geleid door president Sir Dawda Kairaba Jawara, die vijfmaal werd herkozen. Een coup in 1981 door Kukoi Samba Sanyang werd na een week neergeslagen met behulp van Senegal. De twee landen vormden in 1982 de confederatie Senegambia, gericht op het samensmelten van beide legers, de economie, en de munteenheid. In 1989 stapte Gambia uit de confederatie.
In juli 1994 volgde een nieuwe coup. De democratisch gekozen regering van Dawda Kairaba Jawara werd afgezet. Er kwam een voorlopig militair bewind onder leiding van luitenant Yahya Jammeh. Het militair bewind kondigde een terugkeer naar de democratie aan. In 1996 werd een commissie ingesteld die verkiezingen moest voorbereiden.
Yahya Jammeh, inmiddels opgeklommen tot kolonel, werd op 6 november 1996 ingezworen als president. Op 18 oktober 2001 werd hij herkozen voor een termijn van vijf jaar.
In 1998 en 1999 bezette Gambia een niet-permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Slavernij
Gedurende de periode van de transatlantische slavenhandel werden 3 miljoen mensen uit de regio als slaaf naar Amerika gebracht. Hoeveel slaven door Arabieren zijn verhandeld via de route door de Sahara is onbekend. De slaven werden door Afrikanen aan Europeanen verkocht. Sommigen waren gevangen genomen in stammenoorlogen, anderen werden verkocht wegens schulden, of waren ontvoerd. Aanvankelijk kwamen de slaven in Europa terecht als bedienden. Later werden ze naar Amerika vervoerd. In 1807 werd de slavenhandel door de Britten afgeschaft. Zij probeerden ook een eind te maken aan de slavenhandel in Gambia zelf, aanvankelijk tevergeefs. De slavernij werd hier pas in 1906 afgeschaft.
Geografie
- lengte landgrenzen: 740 kilometer met Senegal
- kustlijn: 80 kilometer
- grootste rivieren: Gambia-rivier
- laagste punt: 0 meter aan de Atlantische Oceaan
- hoogste punt: 53 meter
Uitzicht op Banjul
Hoofdweg bij Banjul:Arnout Steenhoek (2003)
Economie
Gambia heeft geen minerale -, of ander natuurlijke rijkdommen. Vijfenzeventig procent van de bevolking leeft van landbouw en veeteelt. Daarnaast is er wat kleine industrie - hoofdzakelijk het verwerken van pinda's, vis en huiden. Het toerisme neemt snel in belang toe. Naast toeristen die voor zon, zee en seks komen, reizen vogelaars naar Gambia, en verder Amerikanen die afstammen van Afrikaanse slaven en die hier hun afkomst komen zoeken.
- Bruto Nationaal Product: 2,6 miljard Amerikaanse dollar
- werkloosheidspercentage: hoog
Staatsinrichting
- staatshoofd: President Yahya A. J. J. Jammeh (tussen 1994 en 1996 ook hoofd van de militaire junta)
- regeringsleider: idem
- parlement: 1-kamer National Assembly 53 zetels; 48 gekozen door bevolking, 5 aangewezen door president; termijn van 5 jaar
- bestuurlijke indeling: Banjul, Central River, Lower River, North Bank, Upper River, Western
Staatshoofden van Gambia
Premier van Gambia
PPP= People's Progressive Party (Progressieve Volkspartij)
UP= United Party (Verenigde Partij)
APRC= Alliance for Patriotic Reorientation and Construction (Alliantie voor Heroriëntatie en Wederopbouw)
Zie ook
- Monumenten op de Werelderfgoedlijst
Categorie:Land
Categorie:Brits Gemenebest
ja:ガンビア
ko:감비아
ms:Gambia
zh-min-nan:Gambia
TaalTaal is een systeem dat betekenis weergeeft door middel van arbitraire symbolen, zoals spraakklanken, gebaren of schrifttekens. Deze symbolen vormen de bouwstenen die door middel van een taalspecifiek regelsysteem (de grammatica) tot betekenisvolle eenheden (bijvoorbeeld woorden, zinsdelen en zinnen) worden gerangschikt.
Het in de maatschappij gangbare onderscheid tussen enerzijds taal (met een hoge waardering) en anderzijds dialect (met een lage waardering) wordt in de taalkunde niet gemaakt, daar het wezenlijk niet ter zake doet en willekeurig is. Taalkundigen prefereren doorgaans het maatschappelijk niet beladen begrip variëteit.
Daar lang niet alle talen beschikken over gestandaardiseerde vormen en het vaak niet uit te maken is of twee groepen sprekers dezelfde variëteit spreken, of varianten van één variëteit, is het aantal talen op de wereld niet te bepalen. Om toch een handvat te hebben wordt het aantal talen vaak op vier à zesduizend gehouden.
Natuurlijke talen
De natuurlijke talen zijn de verschillende talen die in de loop van de geschiedenis door de grote afstanden tussen de verschillende groepen mensen ontstaan zijn.
Deze talen worden doorgaans op grond van hun historische ontwikkeling ingedeeld naar taalfamilie, maar andere indelingen zijn ook mogelijk, bijvoorbeeld naar hun morfologische type (zie taaltypologie). We onderscheiden naar het type bouwsteen (klanken dan wel gebaren) twee typen natuurlijke talen: gesproken talen en gebarentalen.
Gesproken talen
Gesproken talen gebruiken spraakklanken als bouwstenen. Zij beschikken over een woordenschat of lexicon en een regelsysteem (de grammatica) om de elementen uit de woordenschat tot welgevormde zinnen te verenigen. De meeste gesproken talen hebben tevens een systeem van schrifttekens (een alfabet), waarmee taaluitingen kunnen worden vastgelegd.
Gebarentalen
Gebarentalen worden vooral gebruikt door dove mensen. Gebarentalen zijn, anders dan veelal wordt aangenomen, volledige communicatiesystemen, met een even arbitraire relatie tussen de gebruikte symbolen en de betekenis als bij gesproken talen. Ze dienen onderscheiden te worden van andere gebarensystemen, zoals pantomime en de ook door doven gebruikte spraakondersteunende systemen zoals Nederlands met Gebaren. Er bestaan gebarenschriften om gebarentalen neer te schrijven.
Kunsttalen
In de afgelopen eeuwen zijn er ook talen geconstrueerd. Deze worden kunsttalen genoemd.
De meestgesproken is Esperanto, bedacht door L. L. Zamenhof. Deze taal is ontworpen met als doel te fungeren als neutraal internationaal communicatiemiddel. De meest begrepen taal is Interlingua, voortgekomen uit vergelijkend taalonderzoek van de International Auxiliary Language Association (IALA). Bij Interlingua was het doel te komen tot een taal die zowel eenvoudig is als natuurlijk overkomt, en die zonder studie voor de westerse mens optimaal begrijpelijk is.
Talen als Esperanto en Interlingua zijn slechts twee voorbeelden van wat wel auxlang worden genoemd, wat staat voor auxiliary language, 'supplementaire taal'. Ook wordt de term IAL gebruikt, wat staat voor international auxiliary language, 'internationale supplementaire taal'.
Als overkoepelende benaming voor kunsttalen is de term conlang gangbaar, constructed language. Onder de conlangs die geen auxlang zijn vallen de kunsttalen die ontworpen zijn voor gebruik in de fictie, zoals de elfentalen van Tolkien en het Klingon uit de televisieserie Star Trek.
Ook de Europese standaardtalen zijn geconstrueerde talen. Zodra kunsttalen door kinderen als moedertaal worden verworven, verliezen ze hun kunstmatige karakter en zijn ze synchroon bekeken niet van natuurlijke talen te onderscheiden.
Het begrip 'taal' in een ruimere definitie
Het begrip taal wordt ook gebruikt om naar regelsystemen te verwijzen die niet dienen voor menselijke communicatie. Zo wordt het geheel aan commando's waarmee een machine kan worden bediend, wel 'machinetaal' genoemd. Sommige machinetalen, vooral computertalen, gebruiken zo veel mogelijk woorden uit gesproken talen, zodat ze voor mensen gemakkelijker te begrijpen zijn. Alfabetten als Morse en Braille zijn geen talen op zich. Ze hebben geen eigen woordenschat, maar bestaan slechts uit alternatieve symbolen waarmee een taal op een voor de meeste taalgebruikers niet in de dagelijkse praktijk zichtbare manier genoteerd wordt.
Zie ook
- Computertaalkunde
- Dialect, Dialectcontinuüm, Dialecten van de wereld
- Fonetiek
- Gebarentaal
- Letterkunde
- Minderheidstaal, Moedertaal, taalverwerving
- Semantiek, Spelling, Standaardtaal, Stijlfiguur, Streektaal
- Taalfamilie
- Taalkunde
- Taaltypologie
- Talen van de wereld
- Variëteit
- Gat in de taal
- Lichaamstaal
Externe links
- [http://www.onzetaal.nl Genootschap Onze Taal]
- [http://taalunieversum.org/ Taalunieversum]
- [http://www.vandale.nl Van Dale Woordenboeken]
- [http://taal.paginablog.nl Dagelijkse taalweetjes]
- [http://taaladvies.net/ Taaladvies]
ja:言語
ko:언어
ms:Bahasa
simple:Language
th:ภาษา
zh-min-nan:Gí-giân
Frans
Het Frans is een lid van de Romaanse talen familie en is zoals alle Romaanse talen afkomstig uit het Latijn. Het Frans wijkt echter van de andere Romaanse talen af op een groot aantal punten. Ten eerste kent het Frans een verregaande afslijting van morfologische uitgangen. Ten tweede heeft het Frans een groot aantal brekingen en klankmutaties, die al in het Oudfrans optraden en in het Middelfrans nog verder zijn geëvolueerd. Ten derde heeft het een licht Keltisch substraat (terug te vinden in een woord als quatre-vingt, "tachtig", letterlijk "vier-twintig"; in de Keltische talen telt men in twintigtallen) en een vrij ingrijpend Germaans, vooral Frankisch, superstraat, dat zich onder meer uit in de dubbele ontkenningen ne ... pas, ne ... rien, ne ... personne enz.
Plaatsbepaling en indeling
Het Frans zoals wij dat kennen is de gecultiveerde versie van het Francien, de streektaal van de Île de France. Dit behoort tot de Oïl-groep van de Gallo-Romaanse talen. Hoewel het Standaardfrans de streektalen van Frankrijk grotendeels verdrongen heeft onderscheidt men nog altijd een aantal meer of minder verwante zusjes van het Frans. Het overzicht laat zich als volgt samenstellen:
- Gallo-Romaanse talen
- Oïl-talen:
- Waals
- Picardisch
- Normandisch
- Gallo
- Francien, met het Frans als standaardvorm
- Champenois
- Bourgondisch
- Lotharings
- Poitevin-Saintognais
- Oc-talen
- Provençaals
- Gasconisch
- Languedocien (in enge zin)
- Limousijns
- Niçois
- Francoprovençaals (overgangstaal tussen oïl- en oc-varianten)
Binnen Frankrijk worden de meeste van deze talen nog steeds als dialecten beschouwd. Bovendien kijkt mer erop neer en wordt het gebruik ervan ontmoedigd. In de laatste jaren is de houding tegenover deze talen evenwel duidelijk versoepeld.
Verbreiding
Het Frans wordt gesproken door ongeveer 72 miljoen mensen als hun moedertaal en door zeker 50 miljoen mensen als 's lands tweede taal. Het wordt gesproken door 53 miljoen mensen in Frankrijk, 6 miljoen mensen in Canada (Québec), 4 miljoen in België en 1,3 miljoen in Zwitserland. En door vele mensen meer die het Frans als een internationale taal gebruiken. Met name in Afrika en wat minder in Zuidoost-Azië heeft het Frans een grote rol als cultuurtaal, omdat de bevolking ofwel meerdere volkstalen spreekt ofwel een taal die weinig gecultiveerd is; hier geldt het Frans dus als neutrale factor voor de elite. Het is in veel van die landen een officiële taal, vaak de enige, en het is een van de officiële talen van de Verenigde Naties.
Het Frans wordt in 45 landen en territoria gesproken. In minimaal vijf van die gebieden (Frankrijk, Frans-Polynesië, Monaco, Nieuw-Caledonië en Saint-Pierre en Miquelon) is dit zelfs de meest gesproken taal. Daarnaast is het Frans een belangrijke immigrantentaal in elf andere landen.
Het Frans is nog steeds, ondanks de opkomst van het Engels, een belangrijke taal in het diplomatieke verkeer. Tot in de eerste helft van de 20e eeuw was het de belangrijkste internationale taal; dit vind je onder andere terug in het gebruik van Franse termen in de posterijen.
Geschiedenis
Er zijn geschriften terug te vinden van het Frans uit de 9e eeuw na Christus. Het oudste document in het Frans zijn de Eden van Straatsburg, die blijkbaar door het gewone volk begrepen moesten worden. Het Frans als taal leefde echt op in de 12 eeuw maar de Gouden Eeuw van het Frans was tijdens de 17e eeuw, vooral door de literaire werken van Corneille, Racine en Molière. Men deelt het Frans in in het Oudfrans (ongeveer tot de dertiende eeuw), het Middelfrans (tot de zestiende eeuw) en het Nieuwfrans. De moderne Franse spelling stamt, net als de Engelse, grotendeels uit het einde van de Middeleeuwen; omdat de uitspraak sindsdien is veranderd is de schrijfwijze verre van fonetisch meer. Ze vertelt ons dan ook meer over de situatie in de Middeleeuwen, toen alle eindletters nog werden uitgesproken (filles klonk dus zoals het geschreven werd), de ai en de oi nog wijde tweeklanken waren en de ou meer als oow klonk (evenals de Middelnederlandse oe in boec!).
De meeste "Franse" teksten tot aan de veertiende eeuw zijn gesteld in de zuidelijke dialecten, het Occitaans dus.
Woordvolgorde
- Onderwerp
- Ontkenning (ne ...)
- Wederkerend voornaamwoord
- Meewerkend voorwerp: me, te, nous, vous
- Lijdend voorwerp
- Meewerkend voorwerp: lui, leur
- y en/of en
- Infinitief
- Ontkenning (... pas, rien, personne, jamais etc.)
- Voltooid deelwoord
Zie ook
- Cajun-Frans
- Lijst van Franse spreekwoorden
Externe links
Categorie:Natuurlijke taal
categorie:Romaanse taal
categorie:Taal in België
als:Französische Sprache
ja:フランス語
ko:프랑스어
simple:French language
th:ภาษาฝรั่งเศส
zh-min-nan:Hoat-gí
Religie
Onder religie (Religare, Latijn voor verbinden) wordt meestal één van de vele vormen van zingeving, of het zoeken naar betekenisvolle verbindingen, verstaan. In bredere zin duidt het woord 'religie' op een meer algemene vorm van spiritualiteit, gevoelens, gedachten met betrekking tot de zin van het leven in relatie tot óf een macht of manifestaties van een macht óf een (bewust) niet nader gedefinieerd beginsel of essentie. In monotheïstische religies wordt het begrip godsdienst vaak ook gebruikt.
Algemeen
Religie is een menselijk verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in het bewustzijn van zijn eigenstandigheid. De individuele mens ziet zichzelf als een eenling tussen vele anderen en geworpen in een wereld/universum waarvan hij middels het ontwikkelen van zijn bewustzijn en denkvermogen afstand kan nemen. Deze 'eenzaamheid' is al duizenden jaren object van menselijk denken en is onder andere verwoord in het verdrijvingsverhaal in Genesis. Met behulp van religie probeert de mens zich te herverbinden met de ander en de wereld en probeert een verklaring te bieden voor deze 'breuk'.
Religie kan dus enerzijds worden gezien als een poging van de mens het universum en zijn bestaan daarin te verklaren en anderszins als een reactie van de mens op openbaringen van een hogere macht of op mystieke ervaringen of inzichten. In de meeste religies wordt die hogere macht beschouwd als Schepper van het universum en in sommige religies als een lagere godheid, de zogeheten Demiurg. Bij het ontbreken van een God of schepper in een religie kent men vaak een onpersoonlijk, onnoembaar beginsel, bijvoorbeeld bij het emanationisme.
Sommige onderzoekers, waaronder Karen Armstrong, zien de mens principieel als een religieus wezen. In de religie zoekt de mens antwoord op vragen rond bestemming, dood, leven, zin van het lijden, doel van de geschiedenis, etc. De religie biedt in deze optiek houvast en troost in een chaotische wereld. Het geeft ook antwoorden, hoewel geen sluitende, op de waaroms van het leven. Anderen, onder andere Karl Marx, verwerpen met kracht de gedachte dat de mens een religieus wezen is.
Het overgrote deel van de mensheid is religieus. Het aantal aanhangers van de diverse wereldreligies verschilt sterk. Globaal gelden ongeveer de volgende cijfers:
Karl Marx
Definities van religie
Het begrip religie is zeer moeilijk, zo niet onmogelijk te definiëren. Vele tientallen definities zijn geopperd, maar geen enkele definitie wordt universeel geaccepteerd. Iedereen heeft echter een idee van wat met religie bedoeld wordt. Wanneer men willekeurige mensen vraagt om een definitie van religie te geven dan krijgt men bijvoorbeeld de volgende antwoorden:
- Geloof in een god
- Naar de kerk gaan en bidden
- Een manier om met de onzekerheid van het bestaan om te gaan
- Priesters, bijbels, kerken etcetera
- Goed zijn voor anderen
- Een manier van leven
- Het opium van het volk
- Een illusie
- Het is iets zoals christendom, islam enzovoorts
- Het is de diepste behoefte van de mens ...
In de theologie, sociologie, filosofie en psychologie zijn vele definties bedacht. Deze definities en beschrijvingen kunnen worden onderverdeeld in verschillende groepen.
Essentialistische definities
Een essentialistische definitie probeert religie te beschrijven vanuit haar essentie. Men probeert aldus religie te onderscheiden van andere menselijke fenomenen zoals filosofie, wetenschap en politiek. Een bekende vorm van deze definitie is het idee dat religie te maken heeft met een geloof in spirituele wezens. Dit soort definities zijn echter problematisch omdat in sommige religies, zoals Theravada, Taoïsme en Confucianisme, spirituele wezens niet centraal staan of zelfs niet voorkomen.
Een bekende essentialistische definitie stamt van Friedrich Schleiermacher: "Religie is de honger van de ziel voor het onmogelijke, het onbereikbare, het onvoorstelbare ...". Rudolf Otto beschreef religie als het 'numineuze', het geheel andere en transcendente. Paul Tillich definieerde religie als een systeem van geloof en praktijken gericht op het 'ultieme'.
Essentialistische definities zijn aantrekkelijk omdat ze in een kernachtige, en vaak poëtische, beschrijving pogen aan te geven wat religie is. Het is echter niet mogelijk gebleken om een essentialistische definitie te vinden die alle geaccepteerde vormen van religie beschrijft. Een essentialistische definitie verplaatst het probleem door het woord religie te vervangen met een filosofische abstractie zoals het ultieme.
Functionele definities
In de functionele definitie wordt religie omschreven met betrekking tot hoe het functioneert in de samenleving. Dit soort definities zijn geopperd om het probleem met essentiële definities te omzeilen. Sigmund Freud dacht dat religie een manier is om de werkelijkheid te beheersen door middel van het uitvinden van een perfecte wereld. Hij ziet religie overigens als een biologische en psychologische noodzakelijkheid om de contingentie van het bestaan aan te kunnen.
Alhoewel dit soort definities een betere beschrijving kunnen geven van wat religie is, zijn functionele definities problematisch omdat ze vanuit een extern perspectief zijn geschreven. De religieuze mens herkent zichzelf vaak niet in dit soort definities. Functionele definities geven vaak een simplistisch beeld van de rol die religie speelt in het leven van de religieuze mens, net zoals essentialistische definities het begrip religie op zich proberen te vereenvoudigen.
Fenomenologische definities
De fenomenologie van de religie probeert het hele definitie probleem te omzeilen door een opsomming van de fenomenen die alle religies gemeenschappelijk hebben. Ninian Smart definieert religie als een verzameling van geïnstutionaliseerde rituelen van een groep mensen die verbonden zijn met een traditie en die spirituele sentimenten met een buiten-menselijke focus uitbeelden of oproepen en ten minste ten dele gebaseerd op mythologie en/of doctrines.
Ten eerste laat Smart zien dat religie geen op zichzelf staand fenomeen is, maar iets van een groep mensen. Religies ontstaan echter niet uit het niets en Smarts definitie benadrukt dan ook de rol van de traditie. Smarts definitie laat tevens een intern perspectief toe middels het uitbeelden van spirituele sentimenten. Dit is echter tevens een zwakte van deze definitie omdat het begrip spiritueel net zo moeilijk te bevatten is als religie. De toevoeging dat het om iets buiten-menselijks gaat verduidelijkt dit echter. Het laatste aspect van de definitie stelt dat religies worden verwoord door mythologie en doctrines, al dan niet schriftelijk vastgelegd.
Deze definitie laat de complexiteit van religie tot zijn recht komen, het nadeel is echter dat de definitie erg uitgebreid is. De fenomenologische definitie heeft als groot voordeel dat hierdoor religie in al haar aspecten kan worden ontleed en bestudeerd. Het is dan ook een definitie die vooral door sociologen wordt gehanteerd.
Wat is religie?
Bovenstaand overzicht geeft aan dat een perfecte definitie van religie niet mogelijk is. Religie zal voor iedereen wat anders betekenen. Voor de christen is het de weg naar het koninkrijk Gods, voor de boeddhist een manier om goed te leven en het Nirvana te bereiken, de natuurwetenschapper ziet in religie niets meer dan een georganiseerd bijgeloof en voor de filosoof is religie een vorm van zingeving aan het leven. De fenomenologische definitie wordt tegenwoordig door de meeste godsdienstwetenschappers als de meest bruikbare ervaren.
Onderverdeling van religies
Religies kunnen op grond van verschillende criteria worden onderverdeeld. Een gangbare methode is een indeling aan hand van de verhouding van een bepaalde religie tot de godheid. Voor een uitgebreid overzicht van religieuze stromingen, zie het religie portaal of Lijst van religies
Non-theïstische religies
Non-theïstische religies stellen het bestaan van een god of goden niet centraal in de religieuze beleving. Non-theïstische religies dienen overigens niet verward te worden met het atheïsme.
Een voorbeeld van een non-theïstische religie is het taoïsme. In de Tao Te Ching, vers 1 staat: Het Tao dat gezegd/begaan/gedefinieerd kan worden is niet het eeuwige/het als bestendig bedoelde Tao. Deze vers geeft aan dat hetgeen geverbaliseerd en in een theoretisch hekwerk geplaatst wordt, niet de eeuwige Tao is. De Tao zit dus niet in een theorie, maar is echter ook geen goddelijk wezen; het is een natuurlijk principe wat in het dagelijks leven waarneembaar is.
Ook bepaalde stromingen in het hindoeïsme zoals de Advaita Vedānta (zuiver non-dualisme) zijn non-theïstisch en nemen een ongedefinieerd beginsel aan waar verder niets over valt te zeggen dan in onbegrijpelijke paradoxen. Zoals: "het is alles en leegte". Het is in alles en staat er niet mee in betrekking. Of: "Dat", "Dat ben jij." Deze Advaeta is verwant aan de Shunyavada filosofie ("alles is leegte") uit het boeddhisme.
Boeddhistische religies zijn die religies waarin het individu zijn toevlucht zoekt in de Boeddha, de Dhamma (de leer van de Boeddha) en de Sangha (de gemeenschap van heilige monniken en leken).
Voorbeelden zijn Theravada en Mahayana. Boeddhistische religies zijn non-theïstisch, maar affirmeren het bestaan van een transcendente (spirituele) werkelijkheid en propageren een geloof in kamma, wedergeboorte, goden, geesten, hemel en hel. Het boeddhisme valt niet onder monotheïsme en polytheïsme omdat volgens de leer van de Boeddha ware verlossing slechts gevonden kan worden in een principe dat beschouwd wordt als hoger dan welke god dan ook.
Ook binnen het humanisme is er sprake van een religieuze stroming. Religieus-humanisten gaan uit van een verbondenheid tussen de verschijnselen op de wereld, zonder een persoonlijke god te erkennen.
Klassiek monotheïstische religies
Klassiek monotheïstische religies zijn religies waarin nadrukkelijk maar één God aanbeden wordt. Voorbeelden zijn het jodendom (JHWH), het christendom (God), de islam (Allah).
Wel is in deze religies vaak sprake van een reeks geestelijke schepsels, de engelen. Ook kan er een zich van God afkerend schepsel, een gevallen engel, voorkomen die duivel of satan wordt genoemd en afkomstig is van de engelenschaar van God; deze heeft zijn eigen boosaardige engelen die demonen of boze geesten worden genoemd. Bij sommige religies wordt ook gesproken van dualistisch theïsme, zoals bijvoorbeeld in het manicheïsme. In deze religies wordt onderscheid gemaakt tussen een goede en een kwade god en worden ze diametraal tegenover elkaar gesteld.
Panentheïstische, monolatristische en henotheïstische religies
Panentheïstische, monolatristische en henotheïstische religies zijn weliswaar monistisch-theïstisch oftewel monotheïstisch (er is maar één hoogste God of absolute werkelijkheid), maar ze gaan er niet automatisch vanuit dat die ene God maar op een manier benaderd kan worden, hoewel de aanhangers dat meestal wel maar op een manier doen. Voorbeelden van dergelijke religies zijn het vaishnavisme (Vishnu), het shaivisme en shaktisme (Shiva), het smartisme (God), de Vedanta en het sikhisme (God). Deze religies gaan er nooit vanuit dat er maar een ware religie of weg tot God bestaat.
Polytheïstische religies
Polytheïstische religies hebben meerdere goden zoals bijvoorbeeld de diverse natuurgodsdiensten. Ook de verdwenen godsdiensten van de Romeinen, Grieken en Germanen vereerden vele verschillende goden. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt vind je in India weinig polytheïsme. De meeste hindoes vereren God in slechts één bepaalde vorm, net zoals de christenen en moslims dat doen. Het hindoeïsme bestaat immers uit vele zeer diverse stromingen of "religies". Het verschil is dat hindoes niet in religies denken, maar in het universele concept Dharma dat niet persé gebonden is aan deze of gene religie of spirituele filosofie.
Pantheïstische religies
In Pantheïstische religies worden de goden geacht samen te vallen met de natuur. Alle pantheïstische religies zijn overigens polytheïstisch.
Bestudering van religie
De westerse theologie houdt zich bezig met inhoudelijke beschrijvingen en discussies omtrent het godsbegrip, zichtbare en onzichtbare elementen met betrekking tot het geschapen universum en de verhouding van Schepper tot schepping en omgekeerd. De theologie neemt daarbij niet het standpunt in dat God bestaat, maar een agnostisch standpunt: de vraag naar het al dan niet bestaan van God komt niet aan de orde, omdat daar wetenschappelijk gezien geen antwoord op gegeven kan worden. Theologie houdt zich bezig met hoe religie functioneert of gefunctioneerd heeft. Daarbij beperkt ze zich hoofdzakelijk tot de westerse religies zoals het christendom en jodendom, een bredere kijk op deze zaken vindt men bij de godsdienstwetenschap. Opvallend is wel dat de meeste studenten in de theologie in God geloven dit in tegenstelling tot de studenten filosofie waarvan bij de meeste het omgekeerde het geval is. Vandaar het misverstand dat men bij theologie uitgaat van het bestaan van God. Waar de belangstelling voor theologische studies geleidelijk afneemt, neemt die voor godsdienstwetenschappen juist toe.
Een religie kan een geloofssysteem bevatten dat bestaat uit constitutionele regels en wetten. Eveneens is er dan sprake van cultische rituelen, feesten en heilige plaatsen van aanbidding en/of eredienst, en (vooral als het geopenbaarde religies betreft) één of meer heilige of gezaghebbende boeken. Iemand die deze regels, wetten en rituelen vrij nauwkeurig naleeft, noemt men praktiserend gelovig, praktiserend 'religieus'. Religieuze praktijken kunnen sterk door het gevoel worden bepaald. Toewijding aan de hogere macht noemt men devotie. Een heel devoot mens werd in een ouderwetse uitdrukking 'vroom' genoemd. In sommige religies, en met name het christendom, staat het geloof zeer centraal in het religieus-zijn ('religiositeit'). Hoewel dit vaak wel het geval is, hoeft religiositeit niet noodzakelijkerwijs gekoppeld te zijn aan regels die door een instituut onveranderlijk zijn vastgelegd. Rituelen en morele normen horen echter bij zingevingspatronen. Veel religieuze mensen geloven dat er een hogere macht of iets hogers is, zonder geïnstitutionaliseerde regels of dogma's.
Zie ook
- godsdienstfilosofie
- godsdienstpsychologie
- godsdienstsociologie
- lijst van religies
Categorie:religie
ja:宗教
ko:종교
ms:Agama
simple:Religion
th:ศาสนา
Islam
De islam (Arabisch: الإسلام al-islām) is een monotheïstische godsdienst en één van de drie Abrahamitische religies. Het Arabische woord islam betekent overgave (aan God) en wijst op het fundamentele religieuze principe dat een aanhanger van de islam (moslim) zich overgeeft aan Gods (Allahs) wil. Het heilige boek voor moslims is de Koran, waarvan zij geloven dat God de tekst via de aartsengel Gabriël aan de profeet Mohammed doorgaf. Het aantal moslims wordt wereldwijd geschat op zo'n 20 procent van de wereldbevolking oftewel ruim 1,2 miljard mensen.
Moslims kunnen het woord moslim in een bredere betekenis gebruiken, namelijk - zoals hierboven vermeld - iemand die zich aan God overgeeft, maar zich niet per se tot de islam heeft bekeerd. Volgens deze definitie wordt Abraham als de eerste moslim beschouwd.
Abraham)]]
Oorsprong
De islam als zodanig is ontstaan in de 7e eeuw. Mohammed ontving via de aartsengel Gabriël de koran, die door God naar de aarde werd gestuurd. Moslims zien de komst van de islam als een 'herintroductie van het geloof van Adam en Abraham, waarmee de jongste godsdienst dus feitelijk als de oudste gezien kan worden.
De islam bouwt namelijk voort op joodse en christelijke tradities en overlevingen. In de koran zijn veel verwijzingen te vinden naar de joodse thora en de christelijke bijbel. De aanhangers van deze religies worden Mensen van het Boek genoemd. Ook zijn verscheidene voor-islamitische elementen in de islam geïntegreerd zoals de heilige plek de Ka'aba en de rondgangen die daar omheen gemaakt worden tijdens de oemra en de hadj (tawaaf). Mohammed wordt in de islam beschouwd als de laatste profeet die de geschiedenis van de doorlopende openbaring van Gods wil heeft afgesloten, hij is het zogenaamde "Zegel der Profeten". In totaal worden in de Koran 25 profeten genoemd, waaronder Adam, Abraham, Mozes en Jezus.
De koran stelt dat de term islam afkomstig is van God zelf:
:"Heden heb ik uw religie voor u vervolmaakt, en Mijn gunst aan u voltooid, en Ik heb de islam voor u als religie gekozen". (Koran 5:3)
De islam is voor moslims de vervolmaking van de monotheïstische religie van Allah. 'Allah' is Arabisch voor 'de God'. Vanwege het islamitische gebruik van deze Arabische term voor God zijn christenen wel eens in de veronderstelling dat hier een andere god in het geding zou zijn dan de God van de christenen, maar dat is in ieder geval niet uit het woord als zodanig op te maken. Vanuit het perspectief van de moslims is Allah het Arabische woord voor dezelfde God als die van de joden en de christenen.
Het Arabische woord islam betekent "onderwerping" of "overgave" aan de wil van de enige echte God. Iemand die dit doet wordt een 'moslim' genoemd. Het woord moslim betekent 'gehoorzaam aan God'. Door buitenstaanders worden zij ook wel islamieten en soms ook wel mohammedanen genoemd, maar deze laatste benaming suggereert dat zij volgelingen zijn van Mohammed in plaats van God, iets dat iedere moslim zeer beslist zal afwijzen.
De Koran en de Hadith
christenen, Egypte]]
De Koran (ook wel Qur'an genoemd) spreekt tevens met respect over de Thora (Tawrat), de Psalmen (Zaboer) en het Bijbelse Evangelie (Indjil), waardoor volgens de islam God in vroeger tijden eveneens tot de mensen heeft gesproken. Maar men gelooft dat de Koran de laatste en beslissende openbaringen van God bevat en dat de andere heilige boeken veranderd en vervalst zijn.
Koran betekent letterlijk 'oplezing', wat erop duidt dat het niet alleen een tekst is die bestudeerd moet worden, maar vooral moet worden gereciteerd. Koranrecitatie wordt dan ook als een bijzondere vorm van kunst gezien. Pas door een kundige recitatie komt de poëtische kwaliteit van de tekst tot uitdrukking. Overigens is het Arabisch een taal die zich bij uitstek leent voor poëzie en de dichtkunst staat in Arabisch sprekende landen op een hoog niveau. Grote dichters worden er als helden vereerd.
Andere namen voor de Koran zijn Foerqaan (openbaring), Kitaab (boek) en Moeshaf (boek, d.w.z. bladzijden in een kaft).
Naast de Koran wordt aan de Hadith (dat zijn de overleveringen van Mohammed en zijn volgelingen) veel gezag toegekend. In zes grote verzamelingen overleveringen staat beschreven wat Mohammed (of zijn naaste volgelingen) zei en deed, de soenna ofwel 'de weg' geheten. Men kent ook aan zijn algemene spreken en handelen het gezag van een goddelijke openbaring toe. Islamitische wetgeleerden en theologen hebben de eerste drie eeuwen lang gediscussieerd en gestudeerd over de vraag welke van de overgeleverde tradities, die elkaar op sommige punten tegenspreken, authentiek zijn en welke later verzonnen zijn. Men classificeerde de overleveringen tenslotte als volgt:
- sahieh 'zeer betrouwbaar'
- hasan 'goed, maar minder betrouwbaar'
- da'ief 'twijfelachtig' en
- mawdoe 'verzonnen'
Een zeer gerespecteerde uitlegger en 'redacteur' van de Hadith uit de negende eeuw was Al-Boechari, een soennitisch geleerde. Samen met Muslim, een andere Hadith-geleerde, legde hij collecties aan van 'zeer betrouwbare' Hadith. Zij hebben daarmee grote invloed gehad op de ontwikkeling van de islamitische wetgeving. De Koran en de Hadith vormen met elkaar de basis voor het leven en de leer van de moslims.
Uit de Koran en de Hadith werden de islamitische wetten samengesteld, de sjaria. In de meeste islamitische landen geldt de sjaria als basis van een deel van het recht. De meeste landen hebben overigens een gemengd rechtssysteem.
De inhoud van de Koran werd in het Arabisch geopenbaard en die taal is voor de islam dan ook de taal van de hemel (lughat al-sama). Men gelooft dat het Arabisch van God komt en dat deze hemelse taal niet goed genoeg in een aardse taal kan worden omgezet. Vertalingen van de Koran worden dan ook gezien als minderwaardig en onbetrouwbaar. Een probleem is dat tegenwoordig verreweg de meeste moslims geen Arabieren zijn en niet het Arabisch als moedertaal hebben, al is het wel zo dat ook veel niet-Arabische moslims Arabisch leren. Daarom wordt in de praktijk toch vaak een vertaling van de Koran gebruikt.
Een wetenschappelijke discipline zoals een 'schriftkritiek van de koran', in het Arabisch kalam genoemd, komt heden ten dage in de islam minder voor in vergelijking met het christendom. In sommige islamitisch orthodoxe landen is dit verboden en de sharia kan zo geïnterpreteerd worden dat het met de dood bestraft kan worden. Voor meer liberale moslims is schriftkritiek overigens bespreekbaar. In diverse islamitische landen waar een wat gematigder religieus klimaat heerst, zoals Egypte, wordt aan universiteiten (door enkelingen) schriftkritiek geleverd. Door het zeer reeële gevaar om in eigen land vermoord te worden door extremisten zijn sommige moderne islamitische geleerden zoals Tariq Ramadan, Nasr Abu Zayd en Mohammed Arkoun naar het Westen uitgeweken.
De leer
het Westen
God wordt door moslims aanbeden als schepper van alle dingen. Hij is (ver boven de mens) verheven, soeverein, barmhartig, almachtig en alwetend. De islam kent aan God negenennegentig eigenschappen toe. Volgens moslims openbaart God niet zichzelf; Zijn tekenen van bestaan zijn wel terug te herkennen in de pracht van de schepping. Niets van God is door de mens te kennen, behalve zijn wil die via Mohammed aan de mens geopenbaard is. Moslims spreken de grootheid van Allah vaak uit door middel van de uitdrukking Allahoe Akbar (God is de grootste). Centraal staat ook het begrip tawhid, dat letterlijk 'een maken' betekent. Het staat voor het principe dat God de enige is die er werkelijk toe doet.
Moslims geloven evenals veel christenen en joden in het bestaan van door God geschapen engelen, dienaren van God. De islam kent vier aartsengelen en miljoenen beschermengelen. Ook geloven moslims traditioneel dat naast elk mens twee engelen zitten: één aan de rechterkant die zijn goede daden en woorden noteert, de ander aan de linkerkant om zijn zonden op te schrijven. Verder kent de islam mannelijke en vrouwelijke geesten of geestelijke wezens, de djinn. Deze wezens spelen een grote rol in het dagelijks leven van aanhangers van de z.g. 'volksislam'. De Koran leert ook dat de duivel, Iblis of Sjaytaan, een djinn is, in tegenstelling tot de christenen die in de duivel een gevallen engel zien. Hoewel djinns andere wezens zijn dan mensen zitten ze volgens de islam in dezelfde positie als de mensen. Ze hebben de keus om God al of niet te volgen. Onder hen bestaan daarom dus ook moslims en niet-moslims. Net als in het christendom en jodendom geleerd wordt zijn de geestelijke wezens die God niet willen volgen bekend als kwade geesten of demonen.
Islamitische eschatologie
De islam leert dat alle levende wezens op aarde op de Laatste Dag door God geoordeeld zullen worden en wel op basis van hun daden. In tegenstelling tot het christendom leert de islam geen erfzonde, maar wel de neiging van ieder mens om van het goede pad af te dwalen. Adam wordt in de Koran net zo goed als Eva (die niet bij naam wordt genoemd) verantwoordelijk gesteld voor de zondeval. Hij had zijn partner immers moeten afhouden van het overtreden van Gods gebod. 'Zonde' is voor de moslim het begaan van fouten door slechte invloed van buitenaf of van de eigen ziel. Gedragsproblemen komen gedeeltelijk van binnenuit (nafs) en gedeeltelijk van buitenaf (invloed vriendenkring, mensen met een slechte invloed, beïnvloeding door de consumptiemaatschappij, invloed van Satan). Slechte daden kunnen gedeeltelijk worden gecompenseerd door het vervullen van religieuze plichten, onderwerping aan de wil van Allah en het doen van goede daden. Ieders goede en slechte daden zullen tegen elkaar afgewogen worden op de 'dag van de opstanding', ook wel 'het uur' of 'de dag van het oordeel' genoemd. Door de vergevingsgezindheid van Allah (Rahim) kunnen mensen de hemel bereiken. Soms kan een tijdelijke straf in de hel volgen. Een positieve balans resulteert altijd in rechtstreekse toelating tot het paradijs. Eeuwige straf krijgen ook degenen die Gods bestaan hebben ontkend en daarmee getornd hebben aan de inhoud van de geloofsbelijdenis.
Algemeen aanvaard is het geloof in de komst van een messiaanse figuur, al Mahdi ('de door God geleide'), die de wereld gerechtigheid zal brengen en terug zal voeren naar de ware islam. Maar omdat de Koran daarover zwijgt, en sommige van Mohammeds uitspraken daarover zoals opgetekend in de Hadith onbetrouwbaar worden gevonden, blijft de identiteit van deze figuur onderwerp van discussie binnen de islam. Op dit punt hebben de sjiieten en soennieten heel afwijkende opvattingen.
Het paradijs (djenna) wordt in de Koran beschreven als een plaats waar geen moeite, verdriet of vermoeidheid is en waar de rechtvaardigen het aangezicht van de Godheid mogen zien. De paradijsbewoners mogen liggen op zijden rustbanken aan de oevers van stromende rivieren, terwijl zij genieten van hemelse spijzen en dranken, die hen door jongelingen worden aangereikt. Donkerogige maagden (hoerris) staan voortdurend tot hun beschikking. Veel gelovigen vatten deze beschrijving letterlijk op. Moslimgeleerden benadrukken echter het allegorische karakter ervan. Zo zouden de bomen de goede daden symboliseren en de rivieren het geloof van de rechtvaardigen. Omdat de goede vrouwen van de rechtvaardigen ook in het paradijs komen moeten de hoerris, net als de spijzen en dranken, symbool staan voor geestelijke zegeningen. Overigens komt het begrip hoerris slechts tweemaal voor in verzen die in de vroegere periode (in Mekka) zijn geopenbaard. Veel vaker komt het neutrale zawjd voor, dat met partner vertaald kan worden. Vooral voor een feministische uitleg van de Koran is dit van belang.
Andere elementen uit de leer
Een ongelovige wordt in de Koran een kafir (het Nederlandse woord "kaffer" is hier via het Afrikaans aan verwant) genoemd. Ook een christen die in de drie-eenheid gelooft is volgens de leer van de Koran een kafir, omdat deze andere wezens aan God gelijk zou stellen. Jezus Christus (Isa) wordt door de islam wel als belangrijke profeet erkend, maar niet als zoon van God.
Veel moslims kennen een sterke afhankelijkheid van het lot zoals God dat beschikt (insh'allah, zoals God het wil), zowel goed als kwaad. De islam leert hen echter alles te doen wat in hun vermogen ligt om het kwade af te wenden, en daarna pas op God te vertrouwen. Het gebruik van medicijnen ten tijde van ziekte is voor een moslim dan ook verplicht en hij moet niet op het lot vertrouwen zonder verder iets te ondernemen.
Moslims zien 'heil' en 'redding' als een zaak van de hele gemeenschap, de universele islam. Velen zeggen dan ook te streven naar het realiseren van één wereldomvattende islamitische staat. Leven in één moslimgemeenschap, de oemma, geleid door moslims die kennis hebben van Gods wil, zou mensen helpen de wil van Allah op te volgen.
De praktijk
oemma]
De praktijk van het islamitisch geloof steunt op een stelsel van riten en plichten, de fiqh, waarvan de 'Vijf zuilen van de islam' de belangrijkste zijn, namelijk de geloofsbelijdenis (de shahada), het verrichten van de vijfmaal daagse verplichte gebeden (de salat), het geven van aalmoezen (de zakat), het overdag vasten in de maand Ramadan en het maken van een bedevaart naar Mekka (de hadj). Elke moslim is traditioneel verplicht zich, indien maar enigszins mogelijk, aan deze vijf verrichtingen te houden. Hiermee worden de persoonlijke discipline van elke gelovige zowel als de onderlinge gemeenschap en de gehoorzame dienst aan God uitgedrukt.
De Koran geeft ook voorschriften omtrent het gebruik van voedsel. Voedsel kan halal (toegestaan) of haram (niet toegestaan) zijn. Veel van deze voorschriften komen overeen met de Torah, de boeken van Mozes. Zo is het eten van varkensvlees verboden, maar in de Koran wordt ook het drinken van alcoholische dranken verboden.
Moslims houden hun gezamenlijke erediensten meestal in de moskee, maar op zich kan op iedere reine plek het verplichte gebed worden verricht. Bidden kan alleen geschieden in staat van rituele reinheid (wudu) en bestaat uit een serie buigingen en teraardewerpingen, waarbij onder meer uit de Koran wordt gereciteerd. Het gebed wordt afgesloten met een korte buiging van het hoofd naar rechts en naar links onder het uitspreken van as salaamoe `alaykoem wa rahmatullah (vrede zij met u en de genade van Allah), mogelijk om de engelen te groeten die de goede en slechte daden van de gelovige bijhouden of om het contact met de wereld om je heen te herstellen. Tijdens het gebed richt men zich naar de Ka'aba in Mekka. In het begin van Mohammeds profeetschap verrichtten de moslims hun gebeden in de richting van Jeruzalem, maar dit werd later tijdens zijn profeetschap veranderd naar Mekka. Het hoogtepunt van de week ligt voor moslims op vrijdagmiddag, vergelijkbaar met de sjabbat voor joden en de zondag voor de christenen. Er wordt dan een preek (choetba) gehouden, gevolgd door het gezamenlijke gebed, dat dan twee gebedscycli omvat in plaats van vier.
De islam kent geen priesterschap, maar wel geestelijke zowel als politieke leiders, theologen en rechtsgeleerden. Bij soennitische moslims wordt geestelijk en politiek leiderschap niet gecombineerd, bij sjiieten) wel. Een voorganger in de moskee (voor soennitische moslims) wordt imam(van het Arabische 'amma' = vooraan lopen) genoemd, bij sjiieten wordt de term ook gebruikt voor een belangrijk geestelijk leider. Andere religieuze titels zijn: sjeik (Soefi leider), Ulamâ (jurist/theoloog), ayatollah (sjiisme), moefti (juridisch adviseur) en kalief (hoofd van het kalifaat). Verder wordt een vernieuwer van het geloof een mujaddid genoemd en een strijder voor het geloof een mujahed. Een qadi tenslotte is een islamitisch rechter.
Stromingen binnen de islam
Binnen de islam gelden verschillende stromingen, die onderling qua karakter van elkaar verschillen. Er zijn twee hoofdstromingen: het soennisme, het sjiisme. Daarnaast bestaat er binnen beide stromingen een mystieke substroom, het soefisme. De hoofdstromingen soennisme en sjiisme verschillen niet zozeer op het gebied van elementaire geloofsleer en religieuze verplichtingen, maar wel op het gebied van niet-verplichte feesten, tradities en praktijken. Er worden verschillende versies van de Hadith gehanteerd. De twee stromingen zijn ontstaan ten gevolge van een conflict over de opvolging van Mohammed.
De naam voor deze stroming is afgeleid van het Arabische woord sunnah, gewoonte. Kenmerk: soennieten geloven dat de moslim de profeet Mohammed zo getrouw mogelijk moet navolgen in onder meer eet- en leefgewoonten en ethisch gedrag. Dit maakt voor soennieten de betrouwbare hadith, die de leefgewoonten van Mohammed beschrijven, erg belangrijk. Het leiderschap van de gemeenschap werd overgenomen door kaliefen, waarvan er vier door soennitische moslims als rechtgeleid worden beschouwd. De overgrote meerderheid (ca. 91%) van de moslims is soenniet. Het Soennisme kent vier rechtsscholen (richtingen) ook wel maddhab (مذّهب) genoemd:
- Hanafieten: vooral in India, Pakistan, Afghanistan, Egypte, Turkije en West-Afrika
- Hanbalieten: vooral op het Arabisch schiereiland
- Malikieten: vooral in Noord- en West-Afrika
- Sjafi'ieten: vooral in Maleisië en Indonesië
Substromingen:
- Salafisme - puriteinse stroming binnen het soennisme, gebaseerd op de Hanbali maddhab die terug wenst te keren naar een 'originele' islam.
- Wahabisme - puriteinse stroming binnen het soennisme, gebaseerd op de Hanbali maddhab; staatsgodsdienst in Saoedi-Arabië.
- Qutbisme - gewelddadige stroming, gebaseerd op de opvattingen van Sayyid Qutb, waarop Al Qaida zich lijkt te baseren.
Sjiieten stellen dat het leiderschap over de gelovigen na de dood van de profeet Mohammed overgenomen moest worden door een lid van zijn familie, zijn schoonzoon Ali. Sjiieten zijn er vooral in Iran en Zuid-Irak (waar ze de meerderheid vormen), en in Koeweit. Ze vormen een minderheid in Pakistan, India, Libanon en enkele Golfstaten. Kenmerkend voor sjiieten is het gezag dat zij aan de imam toekennen. Zo zijn er twaalf Imams geweest in de geschiedenis van de sji'itische islam die allen een belangrijk stempel op de geloofsleer hebben gedrukt. Op de wederkomst van de twaalfde imam (de Mahdi) wordt gewacht. Ook het sjiisme heeft verschillende rechtsscholen, zoals de Jafari.
Substromingen:
- Alevieten - een liberale stroming binnen het sjiisme. Ook veel aanhangers van meer mystieke en humanistische stromingen noemen zich Aleviet.
- Isma'ilisme of Zeveners - mystieke stroming binnen het sjiisme, die in de terugkeer van de zevende Imam gelooft.
- Ithna ashri of Twaalvers - belangrijkste stroming binnen het sjiisme, die in de terugkeer van de twaalfde Imam gelooft.
De Khawarij is een oorspronkelijk zeer radicale, later toleranter geworden stroming die zich onderscheidt van zowel soennisme als sji'isme. Belangrijke kenmerken in de leer zijn de nadruk op daden in plaats van dogma's, en het hebben van een goede inborst als geloofsrechtvaardiging. Zij verwerpen ritualisme en corrupt leiderschap, wat in het verre verleden leidde tot meerdere opstanden tegen het heersende gezag.
Substromingen:
- Mu'tazilieten - een vrijwel uitgestorven, liberale, rationalistische stroming binnen de islam. De meeste vooraanstaande islamitische natuurgeleerden waren hetzij mutaziliet, hetzij seculier.
- Ibadieten - de staatsgodsdienst van Oman. De meest tolerante vorm van islam op het Arabisch schiereiland. Ook groepen Kabylen in Algerije zijn aanhangers van deze stroming.
Een mystieke, spirituele beweging binnen zowel soennisme als sjiisme.
Andere stromingen
- Ahmaddiya - dit wordt door de meeste moslims als een niet-Islamitische sekte gezien. De profeet en grondlegger van de ahmaddiya is Ghulam Ahmad. Aanhangers wonen vooral in Pakistan en onder de daar vandaan geëmigreerde Hindoestanen in Suriname en Nederland.
- Druzen - een uit het sjiisme voortgekomen mystieke sekte. Druzen worden door andere moslims niet altijd als islamitisch gezien. Druzen wonen van vroeger uit in Libanon, Syrië, Israël en Jordanië, en tegenwoordig ook in de Verenigde Staten en Australië.
- Koranische moslims - moslims die alleen de Koran accepteren en de Hadith verwerpen.
- Volksislam - een mengvorm van pre-islamitisch animisme, soefisme en islam.
Zie ook: Lijst van religies.
Islam in de moderne wereld
Lijst van religies]
De westerse invloed die tegen het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw de islamitische wereld heeft bereikt (als gevolg van het kolonialisme), heeft ook de beleving van de islam in veel landen veranderd.
Westerse seculiere waarden als democratie, de scheiding van kerk en staat, maar ook westers economisch imperialisme, racisme en later zionisme hebben een grote invloed op de bevolking. Eerst werd vooral een westers opgeleide elite beïnvloed door de westerse denkbeelden. De opkomst van deze denkbeelden en de slechte positie van de moslimbevolking leidde tot verwarring bij veel moslims.
Er waren zowel voor- als tegenstanders van deze westerse waarden. In eerste instantie probeerden de meesten de islam te verzoenen met de westerse waarden en argumenteerden bijvoorbeeld dat de islam altijd een sterk democratisch karakter had gehad. Anderen waren teleurgesteld over het feit dat sommige islamitische landen door westerse mogendheden overheerst werden. De westerse idealen bleken helemaal niet zo vanzelfsprekend omdat achterstelling van moslims in het bestuur van de landen toen nog algemeen voorkwam.
In hoofdlijnen kan de manier van reageren door moslims op de moderne, seculiere wereld, verdeeld worden in een fundamentalistische dan wel een meer liberale reactie.
Moslimfundamentalisme
Verschillende islamitische denkers als Djamaal al-Din al-Afghani, Mohammed Abdoe, Hassan al-Banna en later Sayyid Qutb keerden zich in de twintigste eeuw af van de westerse waarden en richtten zich op een terugkeer naar de waarden en normen van de vroege islamitische gemeenschap. Hier kwam het fundamentalistische salafisme uit voort.
Het moslimfundamentalisme wordt door analisten als Karen Armstrong als een in wezen moderne stroming beschouwd. Zij stelt dat dit fundamentalisme, net als het fundamentalisme binnen het christendom, gezien moet worden als een tegenreactie op het dwingende karakter van de secularisatie. De gelovigen die zich tot het fundamentalisme keren, zijn vaak teleurgesteld in het moderne experiment. Ook zijn zij bang dat de secularisatie er toe zal leiden dat zij niet meer hun geloof uit mogen oefenen. In het Midden-Oosten waren in de jaren 60 en 70 diverse seculiere leiders aan de macht (waaronder Nasser in Egypte, de Sjah in Iran, enz.), die het radicale geloof (soms) hardhandig onderdrukten. Daarnaast drong ook de seculiere westerse cultuur steeds verder door.
De Franse islamkenner Olivier Roy stelt dat de in westerse landen wonende moslimextremisten, vaak immigranten van de tweede generatie, zichzelf een identiteit aanmeten met een fundamentalistische vorm van de islam. Roy spreekt in dit geval wel van born again moslims.
De terroristische organisatie Al Qaida, verantwoordelijk voor de terroristische aanslagen van 11 september 2001, komt voort uit het wahabisme, de dominante stroming in Saoedi-Arabië aangevuld met denkbeelden van de hierboven genoemde Sayyid Qutb.
Liberale stromingen binnen de islam
Er zijn diverse liberale bewegingen binnen de islam en deze bewegingen zoeken naar manieren om de islam te verzoenen met de moderne wereld. Het karakter van de vroege sharia was volgens hen flexibeler dan de tegenwoordige, en sommige hedendaagse moslims vinden dat de huidige regels ook flexibeler moeten worden toegepast. Daarvoor moet een nieuwe fikh (islamitische jurisprudentie) worden opgesteld, toepasbaar in de moderne wereld. Deze stromingen betwisten niet de fundamenten van de islam, maar men wil de vroegere status van de islamitische wereld als een centrum van vrijheid en reflectie (vooral in de eerste eeuwen van de islam, van ca. 700 tot ca. 1100) weer terugbrengen. Dit willen zij onder meer door de "poorten van de ijtihad (weer) te openen".
De stelling dat alleen liberalisering van de sharia zal leiden tot een onderscheid tussen de traditionele vorm en de 'echte' islam wordt door vele moslims weerlegd door te zeggen dat het fundamentalisme culturele interventie verwerpt. Fundamentalisten stellen bijvoorbeeld dat mannen en vrouwen door God gegeven rechten en plichten hebben die geen mens mag overtreden of betwisten. Discussie over de fundamenten is in deze visie dan weer uit den boze...
Zie ook
- Geschiedenis van de Islam
- Koran
- Islam in Nederland
- Islam van A tot Z
Categorie:Islam
Categorie:Religie
ja:イスラム教
ko:이슬람교
ms:Islam
simple:Islam
th:ศาสนาอิสลาม
NatuurgodsdienstEen natuurgodsdienst of natuurreligie is een godsdienst die vooral op natuurverschijnselen, zoals donder en bliksem, regen, wind en vuur, is gebaseerd en die de krachten van de natuur aanbidt.
Zaken die als goden aanbeden worden, kunnen onder andere zijn: dieren, de zon, de maan, rivieren of de regen.
Vaak wordt in een natuurgodsdienst geloofd dat men na het huidige leven voortleeft als een geest die een invloed heeft op de nabestaanden.
Vaak bestaat er angst voor ziekten en onheil en willen daarom de goden gunstig stemmen door rituelen.
Natuurreligies komen voor bij volkeren met een beschaving die vooral leeft van, met en door de natuur.
Ze komen voornamelijk voor in Afrika en Latijns-Amerika en heeft in het verleden in veel beschavingen een belangrijke rol gespeeld, zoals in het oude Egypte, hetzij als officiële godsdienst, hetzij als bijgeloof. Ook de Indianen in Amerika hadden en hebben een natuurgodsdienstig geloof, evenals veel aboriginals in Australië.
Voordat de christelijke kerk Europa kerstende, waren er ook in Europa verschillende natuurvolkeren. Deze hadden allerlei heiligdommen in de natuur, zoals heilige bomen, menhirs en steencirkels.
Bekende natuurreligies
- Ásatrú
- Bön (Tibet)
- Voodoo (Afrikaanse origine, maar tegenwoordig wereldwijd verspreid)
- Sjamanisme (Azië)
Categorie:Religie
AnalfabetismeEen analfabeet is iemand die de vaardigheid in lezen, spellen en schrijven niet of in onvoldoende mate beheerst. In het Nederlands maken we onderscheid tussen analfabeten en laaggeletterden. Laaggeletterden kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen deze vaardigheden niet goed genoeg om te kunnen functioneren in de samenleving.
Analfabetisme is de mate waarin analfabeten in een bepaalde samenleving voorkomen. Analfabetisme komt vooral voor in de ontwikkelingslanden, hoewel het aantal analfabeten ook daar aan het afnemen is. Volgens cijfers van de Wereldbank, is het analfabetisme in de ontwikkelingslanden, gedefinieerd als het percentage personen boven de 15 dat niet kan lezen of schrijven, gezakt van 30% in 1990 naar 24% in 1999. De meeste analfabeten zijn te vinden in Zuid-Azië (46%), gevolgd door Afrika ten zuiden van de Sahara (39%).
China kampte door het moeilijk toegankelijke karakterschrift met een zeer hoog analfabetisme. Onderwijshervormingen, en een vereenvoudiging van het schrift hebben tot een sterke daling van het analfabetisme bijgedragen. In de jaren 50 overwogen Chinese leiders zelfs om deze reden het Latijnse schrift in te voeren.
In westerse landen zoals Nederland en België komt ook nog analfabetisme voor, al doen beide landen ernstige inspanningen om dit terug te dringen.
- In Vlaanderen werken de centra voor basiseducatie intensieve cursussen uit. Deze cursussen zijn erg laagdrempeling en behalve lezen en schrijven komt ook maatschappelijke weerbaarheid aan bod, omdat de groep laaggeletterden daar vaak ook nood aan heeft (invullen van formulieren, aanvragen voor tegemoetkomingen,.... .
- Nederland telt 250.000 analfabeten en 1,3 miljoen laaggeletterden of zogenaamde functioneel analfabeten; dit houdt in dat men weliswaar in staat is bijvoorbeeld de eigen naam te schrijven en/of om losse woorden te lezen, maar niet om een langere tekst dusdanig snel en correct te lezen dat men deze ook daadwerkelijk begrijpt. Het aantal mensen dat functioneel analfabeet is wordt vaak onderschat. Zelfs onder jongeren komt functioneel analfabetisme nog veelvuldig voor. 10% van de 15-jarigen heeft grote moeite om bijvoorbeeld Pluk van de Petteflet te lezen. De Stichting Lezen & Schrijven wil analfabetisme bespreekbaar maken en vraagt aandacht voor dit probleem bij publieke organisaties en instellingen, maar ook bij verschillende beroepsgroepen en bedrijven.
Externe links
- Nederland: [http://www.lezenenschrijven.nl]
- Vlaanderen: [http://www.basiseducatie.be]
Categorie:Onderwijs
ja:識字
1960
----
Gebeurtenissen
- De eerste Straalvliegtuigen worden in gebruik genomen. De KLM start de eerste rechtstreekse vluchten tussen Amsterdam en New York.
- De EVA wordt opgericht.
;januari
- 1 - Frans Kameroen wordt onafhankelijk.
- 9 – In Egypte begint men met de bouw van de Aswandam.
- 14 – Tuindorp Oostzaan staat, na een dijkdoorbraak van het Noordzeekanaal, onder water.
;fe |