Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Slag Bij Oosterweel

Slag bij Oosterweel

De slag bij Oosterweel vond plaats op 13 maart 1567 bij het stadje Oosterweel ten noorden van Antwerpen. Sommigen zien de Slag bij Oosterweel als het (historische) begin van de Tachtigjarige Oorlog. Veel oorlogen uit het verleden hebben echter een mooi rond getal als lengte en naam (Honderdjarige Oorlog, Dertigjarige Oorlog), vandaar dat de Slag bij Heiligerlee als "officieel" startpunt van de oorlog geldt. De Spaanse generaal Beauvoir versloeg in deze slag een leger Geuzen. De leiding van het Geuzen leger wordt zowel aan Marnix van St Aldegonde als aan diens oudere broer Jan de Marnix, heer van Toulouse (1537-1567) toegeschreven. De Geuzen bleken geen partij voor Spaanse professionals. Jan de Marnix sneuvelde tijdens de slag. Willem van Oranje, burggraaf van Antwerpen, verbood de Antwerpse protestanten om vanuit de stad de geuzen te hulp te komen. Hiervoor zijn verschillende motieven aangevoerd. Volgens sommigen zou hij beseft hebben dat de slecht uitgeruste geuzen geen partij waren voor het Spaanse leger, volgens anderen gaf zijn trouw aan de Spaanse koning, die hem Antwerpen had toevertrouwd, bij hem de doorslag. De gevangen geuzen werden niet als krijgsgevangen behandeld, omdat zij als opstandelingen werden beschouwd. Zij werden daarom gedood. Exacte verliezen zijn niet bekend. Twee dagen na de slag bad een katholiek prediker dat 'de geuzen allemaal vernietigd mochten worden, zoals die 7 à 800 die nu te Oosterweel bij Antwerpen waren doodgeslagen of verbrand'. Oosterweel

13 maart

Gebeurtenissen


- Algemeen
  - 1992 - Een aardbeving in Oost-Turkije kost meer dan 500 mensen het leven.
  - 1996 - Het drama van Dunblane: In Dunblane, Schotland gaat een gewapende man een school binnen, en doodt 16 kinderen, 1 lerares en zichzelf.
- Oorlog
  - 1567 - Slag bij Oosterweel: De Spanjaarden verslaan een geuzenleger nabij Antwerpen.
  - 1697 - Tayasal, het laatste vorstendom van de Itzá - Maya, wordt door de Spanjaarden veroverd.
  - 1884 - Begin van het beleg van Khartoum.
  - 1900 - In de Boerenoorlog veroveren de Britten Bloemfontein.
  - 1938 - De nieuwe Oostenrijkse kanselier Arthur Seyss-Inquart proclammeert de anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland waarna het de oostprovincie (Ostmark) van het Derde Rijk wordt genoemd.
  - 1954 - Begin van de Slag bij Dien Bien Phu, die leidt tot de onafhankelijkheid van Indochina.
- Politiek
  - 483 - Felix III wordt paus.
  - 1887 - Aleksandr Oeljanov, de broer van Lenin wordt terechtgesteld
  - 1921 - Mongolië verklaart zichzelf onafhankelijk van China.
  - 1942 - Het dragen van een jodenster wordt verplicht voor de joden in Nederland, België en Frankrijk.
  - 1979 - Het Europees Monetair Stelsel (EMS) treedt in werking.
  - 2003 - Alle schepenen van Antwerpen en burgemeester Leona Detiège nemen ontslag nadat bleek dat meerdere schepenen met een VISA-kaart van de stad persoonlijke aankopen hadden gedaan.
- Sport
  - 1932 - Nederland speelt zijn eerste officiële rugbyinterland. In Amsterdam wordt met 6-6 gelijkgespeeld tegen België.
  - 1982 - Vladimir Salnikov scherpt in Moskou zijn eigen wereldrecord op de 1.500 meter vrije slag aan tot 14.56,35. Het oude record (14.58,27) stond sinds 22 juli 1980 op naam van de Russische zwemmer.
- Wetenschap en Technologie
  - 1781 - Astronoom William Herschel ontdekt de planeet Uranus.
  - 1902 - Voor het eerst wordt asfalt gebruikt voor een weg. Dit gebeurt in Monte Carlo.
  - 1925 - In Tennessee verbiedt een wet het leren van evolutie op school.
  - 1969 - Apollo 9 keert terug naar aarde.
  - 1980 - Oprichting van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek
  - 1986 - Sojoez T-15 wordt gelanceerd. Haar bemanning is de eerste die Mir in de ruimte bezoekt.

Geboren


- 1615 - Paus Innocentius III
- 1733 - Joseph Priestley, Engels scheikundige
- 1741 - Jozef II, keizer van het Heilige Roomse Rijk
- 1744 - David Allan, Schots portretschilder en tekenaar
- 1784 - Jean François Moufot, Frans wiskundige en filosoof
- 1864 - Alexej Javlenski, Russisch schilder
- 1883 - Enrico Toselli, Italiaans componist en pianist († 1926)
- 1900 - George Seferis, Grieks dichter
- 1911 - L. Ron Hubbard, Amerikaans schrijver
- 1919 - Klazien Rotstein-van den Brink, Nederlands kruidenvrouw, beter bekend als Klazien uut Zalk († 1997)
- 1920 - Leo Pagano, Nederlands radioverslaggever († 1999)
- 1934 - Donald Duck, stripfiguur in The Wise little Hen
- 1939 - Neil Sedaka, Amerikaans zanger en liedjesschrijver
- 1951 - Hermine de Graaf, Nederlands schrijfster
- 1960 - Adam Clayton, Iers bassist van de popgroep U2
- 1967 - Pieter Vink, Nederlands voetbalscheidsrechter
- 1973 - Edgar Davids, Nederlands voetballer
- 1973 - Eloy de Jong, Nederlands popzanger in de band Caught In The Act
- 1974 - Thomas Engqvist, Zweeds tennisser
- 1975 - Stefan Aartsen, Nederlands zwemmer
- 1975 - Claudia de Breij, Nederlands cabaretière en radiopresentatrice, winnares van de Cabaret Award (2004)
- 1979 - Cédric Van Branteghem, Belgisch atleet
- 1983 - Kaitlin Sandeno, Amerikaans zwemster en olympisch kampioene (2004)

Overleden


- 1628 - John Bull (66), Engels organist en componist
- 1808 - Christiaan VII (59), Deens koning
- 1881 - Tsaar Alexander II (62), Russisch tsaar
- 1901 - Benjamin Harrison (67), 23ste president van de Verenigde Staten
- 1903 - Nicolaas Beets (88), Nederlands auteur, dichter en predikant
- 1906 - Susan B. Anthony (86), Amerikaans feministe en burgerrechtenactiviste
- 1941 - Bernardus IJzerdraat (49), Nederlands verzetsstrijder
- 1955 - Tribhuvan (48), Nepalees koning
- 1983 - Louison Bobet

Antwerpen

Antwerpen (Stad) is de tweede stad van België en de grootste van het Vlaams Gewest. De stad heeft 162.087 (2005) inwoners, de gemeente 455.713 (2005) en de totale agglomeratie circa 800.000. Het is de hoofdstad van de provincie Antwerpen en de belangrijkste plaats in de gemeente Antwerpen. De stad ligt grotendeels op de rechteroever van de Schelde en is bekend voor zijn uitgestrekt havengebied met internationaal vrachtvervoer. Antwerpen staat wel bekend als 'het Jeruzalem van het Westen' vanwege de grote joodse gemeenschap, waarvan velen erg orthodox zijn. Antwerpen is het hart van de diamantindustrie, zowel op het gebied van handel als van slijpen. Vanaf de jaren 1990 staat de stad ook bekend vanwege modeontwerp, door enkele succesvolle studenten van de Mode-Academie. Antwerpen staat ook bekend om zijn dierentuin, die één van de oudste ter wereld is. De Antwerpse 'Zoo' bevindt zich midden in de stad en huisvest meer dan 4000 dieren. De Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde houdt het welzijn van talloze dieren in de gaten en helpt al meer dan 100 jaar bedreigde diersoorten te beschermen. De inwoners van Antwerpen worden Sinjoren genoemd. De burgemeesters van de stad waren sinds de Tweede Wereldoorlog Camille Huysmans (1933-1940, 1944-1946), Lode Craeybeckx (1947-1976), Frans Detiège (1976), Mathilde Schroyens (1977-1982), Bob Cools (1983-1994), Leona Detiège (1995-2003) en Patrick Janssens (2003-), allen van socialistische signatuur. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1976 behaalde de SP 34 % van de stemmen; in 2000 was dat teruggelopen tot 20 %. De CVP behaalde in 1976 30 % en slechts 11 % in 2000. De PVV klom van 11 % in 1976 naar 17 % voor de VLD in 2000. De Volksunie behaalde in 1976 16 % van de stemmen en 3 % in 2000. De KPB en de PVDA hadden in 1976 elk 2 %; de PVDA benaderde dat resultaat opnieuw in 2000. Het Vlaams Blok had in 2000 33 % van de stemmen. Vlaams Blok] Vlaams Blok Vlaams Blok Vlaams Blok Vlaams Blok Vlaams Blok

Gemeentelijk herindeling

Op 1 januari 1983 werd de toenmalige gemeente Antwerpen fors uitgebreid met zeven randgemeenten (Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Hoboken, Merksem en Wilrijk) . De nieuwe gemeente Antwerpen is sindsdien veruit de grootste gemeente van België. De voormalige randgemeenten zijn nu districten binnen de gemeente Antwerpen. De gemeente Antwerpen telde op 31 januari 2004 455.713 inwoners. Hieronder een overzicht met het aantal inwoners (2005) per kern: (
- Voor alle duidelijkheid: Het achtste district Berendrecht-Zandvliet-Lillo behoorde al voor de gemeentelijke herindeling van 1983 tot de toenmalige gemeente Antwerpen.

Geschiedenis

Vooral het Antwerpen van Karel V en de vroege jaren van Filips II in de 16e eeuw was een zeer welvarende en bijzonder belangrijke havenstad, die een tijdlang de toon aangaf in West-Europa. Omstreek 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met nog geen 10.000 inwoners. In de 15e eeuw begint de stad zich echter bliksemsnel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 had de stad ongeveer 50.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt. Antwerpen kan met enig recht de geboorteplaats van de vrije markt genoemd worden, omdat in die tijd de handelaren van Antwerpen een aantal praktijken invoerden die nu nog een deel van het economisch systeem vormen, bijvoorbeeld het aandeelhouderschap en de effectenbeurs. Halverwege de 16e eeuw begint het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georganiseerde godsdiensttelling bleek 33% van de bevolking aanhanger te zijn van het calvinisme, 17% van het lutheranisme en 50% van de katholieke kerk. De troebelen van de opstand tegen Spanje hebben de stad grote schade berokkend. In 1576 werd de stad geplunderd door muitende Spaanse huursoldaten, die 8.000 burgers vermoordden (Spaanse Furie). De stad sloot zich vervolgens aan bij de Pacificatie van Gent en was gedurende de komende 9 jaar min of meer de hoofdstad van de anti-Spaanse opstand. In 1585 werd Antwerpen door de Spaanse stadhouder Alexander Farnese, hertog van Parma, veroverd na een beleg dat meer dan een jaar had geduurd. Na die verovering is ongeveer de helft van de bevolking naar Holland vertrokken. Het bevolkingscijfer daalde tot 45.000. Hollandse en Zeeuwse schepen versperden de Scheldemonding en sloten de thans in Spaans bezit zijnde stad af van de overzeese handel. De Antwerpese bloeiende handel, kunsten en wetenschappen werden verder ontwikkeld in de Hollandse "gouden eeuw".
In de komende twee eeuwen zou Antwerpen niet meer de bloei van de voorafgaande periode bereiken, maar het zou overdreven zijn te zeggen dat de stad wegkwijnde. Antwerpen bleef één van de belangrijkste economische en culturele centra van de Spaanse, en later Oostenrijkse Nederlanden. Het bracht in die periode grote schilders voort als Rubens, Jordaens en Teniers. Koningin Beatrix van Nederland mag zich Burggravin van Antwerpen noemen.

Evolutie van het inwoneraantal

Na de gemeentelijke herinrichting

Zie: Gemeente Antwerpen

Bezienswaardigheden

Gemeente Antwerpen De stad is rijk aan bezienswaardigheden. De volgende geven een beeld van deze stad:
- Het Steen, met het scheepvaartmuseum
- Brabo
- Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSKA) in Antwerpen-Zuid
- De Zoo
- Het Hof van Liere, waar een campus van de Universiteit Antwerpen gevestigd is
- Ook het Antwerpse Centraal Station aan het Astridplein is de moeite waard
- Het nieuwe (nog in aanbouw zijnde) justitiepaleis in het uiterste zuiden oogt nu reeds heel modern
- Het Rubenshuis
- De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal
- de Cogels-Osylei, en andere straten met Art Deco en Jugendstil
- Het Schoonselhof, begraafplaats van de beroemde Antwerpenaren.
- Antwerpen heeft sinds 15 mei 2000 zelfs een museumpje dat aan friet gewijd is. Het is welgeteld één kamer groot. Het heet het frietkotmuseum en bevindt zich boven frituur Max aan de Groenplaats friet
- Plantin-Moretusmuseum
- Van Wesenbekestraat, het Chinatown van Antwerpen
- Boerentoren, de eerste wolkenkrabber op het Europese vasteland
- De Meir , de lange winkelstraat met oude grote en zeer mooie gebouwen
- De Keyserlei , die nu wat minder belangerijk is dan vroeger maar het is een straat waar je de sfeer van antwerpen ook goed kunt opsnuiven

Verkeer en Vervoer

Verkeer

De leien (Frankrijklei, Italiëlei, Amerikalei, Britselei) zijn de belangrijkste verkeersaders binnen Antwerpen. Om de stad heen ligt de autosnelweg R1. Deze verbindt de A1/E19 (Breda enerzijds en Mechelen anderzijds), de A12 (Bergen op Zoom), de A21/E34 (Turnhout-Eindhoven), de A13/E313 (Hasselt) en de A14/E17 (Gent) met elkaar. Door het samenkomen van grote noord-zuidverbindingen (van Rotterdam, Amsterdam en andere delen van Nederland naar Antwerpen, Brussel en Charleroi en verder door naar Frankrijk) en belangrijke oost-westverbindingen (tussen Duitsland met vooral Aken en Keulen enerzijds en de Belgische kust anderzijds) is deze Antwerpse ringweg één van de meest bereden stukken autosnelweg in West-Europa met de nodige verkeerschaos als gevolg.

Openbaar vervoer

De Vlaamse Vervoermaatschappij "De Lijn" exploiteert het stadsvervoer in Antwerpen met bussen en trams. Drie tramlijnen maken gebruik van een tunnel (premetro) onder de stad en Schelde; namelijk tram 2, tram 3 en tram 15. In de gemeente Antwerpen liggen de NMBS-stations Antwerpen-Centraal, -Berchem, -Dam, -Luchtbal, -Noorderdokken, -Oost, - Zuid en Hoboken-Polder, waarvan de stations Antwerpen-Centraal en Antwerpen-Berchem belangrijke spoorknooppunten zijn. Antwerpen heeft directe treinverbindingen met o.a. Gent (lijn 59), Roosendaal (lijn 12), Mechelen (lijn 25 en 27), Puurs (lijn 52) en Lier (lijn 15), Hasselt+Luik en Leuven via Aarschot of Mechelen.

Religies in Antwerpen

Antwerpen staat sedert jaren bekend omwille van haar tolerantie t.o.v. de diversiteit aan religies en en levensbeschouwingen. Volgende religies en levensbeschouwingen hebben in Antwerpen een permanente zetel en/of eredienstplaats:
- Baha'i
- Boeddhisme
  - Vajrayana
  - Theravada
  - Zen
  - Shin-Boeddhisme
- Christendom
  - Rooms-katholieke Kerk
  - Vrij-katholieke Kerk
  - Armeense Kerk
  - Anglicaanse Kerk
  - Protestantisme, verschillende denominaties
  - Grieks-Orthodoxe Kerk
  - Russisch-Orthodoxe Kerk
- Hindoeïsme
- Islam
- Jainisme
- Judaïsme
- Vrijzinnigheid
- zie ook: Lijst van kerken in Antwerpen In Antwerpen is ook een Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen gevestigd, die op universitair niveau op basis van totale tolerantie de verschillende religies en wereldbeschouwingen bestudeert.

Sport

In Antwerpen zijn er ook twee voetbalploegen: -van de Belgische eersteklasse: Germinal-Beerschot -van de Belgische tweedeklasse: RAFC
Het vroegere bloeiende wielerleven is wat weggekwijnd sinds het "sportpaleis" meer een evenementenhal is geworden.
Het tennis kent dan weer een opbloei dank zij het "diamond award" - tornooi, met de befaamde diamanten racket als hoofdprijs.

Geboren in Antwerpen


- Wilhelmus Bolognino (1590-1669), publicist
- Els Callens (20 augustus 1970), tennisster
- Ann Ceurvels (13 juli 1968), actrice
- Hendrik Conscience (3 december 1812 - 10 september 1883), auteur
- Abraham Ortelius (Nederlandse naam: Abraham Ortels of Abraham Hortels) 14 april 15274 juli 1598, geograaf en cartograaf
- Dora Van Der Groen (10 maart 1927), actrice
- Jacob van Liesvelt (1490-28 november 1545), boekdrukker
- Lode Zielens, auteur
- Willem Elsschot (Alfons De Ridder) (7 mei 1882 - 31 mei 1960), auteur

Externe links


- [http://www.antwerpen.be/ Website van de stad]
- [http://www.visitantwerpen.be/ Toerisme Antwerpen]
- [http://antwerpen.lokaal.be/ Onafhankelijk lokaal startpunt]
- [http://antwerpen.startkabel.nl Antwerpen Startkabel nl]
- [http://www.use-it.be/antwerpen/ned/ Antwerpen voor jongeren]
- [http://infogids.antwerpen.be/ infogids] ---- Zie voor de gelijknamige provincie: provincie Antwerpen Categorie:Belgische provinciehoofdstad Categorie:Havenstad Categorie:Plaats in provincie Antwerpen ja:アントワープ

Tachtigjarige Oorlog

De Tachtigjarige Oorlog (in de modernere geschiedschrijving ook wel De Opstand of de Nederlandse Opstand genoemd) is de naam voor de opstand en strijd in de Nederlanden (1568-1648, met een Twaalfjarig Bestand in de jaren 1609-1621). Tijdens de oorlog werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een wereldmacht, vooral door de zeevaart. De Republiek beleefde een Gouden Eeuw op economisch, wetenschappelijk en cultureel gebied.

Start van de opstand

In de 16e eeuw waren de Nederlanden onderdeel van het Spaanse Habsburgse rijk. In 1500 werd Keizer Karel V geboren in Gent. Hij groeide op in de Nederlanden. Toen hij afstand deed van de troon in 1556 werd hij opgevolgd door zijn zoon Filips II. In tegenstelling tot zijn vader was Filips II vooral geïnteresseerd in Spanje. Enkele jaren voor de troonsafstand van Karel V begon het calvinisme zich te verspreiden door de Nederlanden, aanvankelijk vooral in de zuidelijke provincies. In 1566 vond de beeldenstorm plaats: calvinisten drongen de katholieke kerken binnen en vernielden de beelden en afbeeldingen van katholieke heiligen. Ook in 1566 nam een protestantse synode in Antwerpen het besluit over te gaan tot gewapend verzet. Filips II stuurt de hertog van Alva als landvoogd naar de Nederlanden, om de opstand te beteugelen. De bijnaam van Alva was de ijzeren hertog: een naam die hij eer aandeed gezien zijn keiharde optreden. Alva nodigde, na zijn aankomst in Brussel in augustus 1567, de edelen van de opstandige gebieden uit voor een gesprek. De meeste edelen doorzagen dat het een list was: alleen Graaf Egmont en Graaf Horne kwamen opdagen en werden direct gevangengenomen. Later werden zij door de Raad van Beroerten ter dood veroordeeld en op de Grote Markt van Brussel onthoofd. In 1568 probeerde Willem van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht, Alva te verdrijven uit Brussel. Het ging hier nadrukkelijk om een opstand tegen Alva en niet tegen de koning. Het vers uit het Wilhelmus, dat omstreeks deze tijd geschreven werd, herinnert hieraan: De koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. De Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568 was het eerste treffen tussen de troepen van Willem van Oranje (aangevoerd door Lodewijk van Nassau) en die van Alva. De slag bij Heiligerlee werd gewonnen door de opstandelingen. Er was echter nog steeds weinig steun voor Oranje; veel steden verkozen zich niet aan te sluiten bij de opstand. Behalve de Raad der Beroerten voerde Alva ook een zware belasting in: de Tiende Penning. Dit leidde tot bijkomend ongenoegen. De watergeuzen, op dat moment een stel zeerovers met een vrijstelling van Willem van Oranje, profiteerden hiervan. Willem zag in de geuzen een nieuwe mogelijkheid om de troepen van Alva te verslaan en verleende de geuzen het recht om zijn rood-wit-blauwe vlag te voeren. Op 1 april 1572 veroverden de geuzen de Zuid-Hollandse plaats Den Briel. Omdat deze plaats op dat moment niet verdedigd werd, besloten de geuzen de stad in hun bezit te houden in naam van de Prins van Oranje. Op 22 april van hetzelfde jaar liet de stad Vlissingen de geuzen binnen. Door Alva werd het verzet getypeerd als een opstand, niet als een oorlog. In 1572 bericht Lodewijk van Nassau aan zijn broer Willem dat de hertog van Alva zeer verbaasd is ... dat de steden zo in opstand komen (les villes se revoltent ainsi). In brieven, kronieken en dagboeken uit die tijd wordt gesproken over verzet, verlatinghe, afzwering van de landsheer, etc. Wel hoopte Willem van Oranje vanaf 1568 op een volksopstand in de Nederlanden tegen het Spaanse bewind. Oranje had intussen zijn broer Lodewijk aangesteld als leider van de geuzen. De bedoeling was dat de geuzen enkele steden zouden innemen en dat tegelijkertijd een nieuw invasieleger de Nederlanden zou binnenvallen. Eind mei 1572 vielen de steden Valencijn (Valenciennes) en Bergen in Henegouwen in handen van de geuzen. Een maand later, juni 1572, sloot Enkhuizen zich aan bij de opstandelingen. Later volgden de meeste steden in Holland en Zeeland. Middelburg, Goes en Amsterdam bleven trouw aan Alva. In een vergadering van de Staten van Holland werd nogmaals bevestigd dat Willem van Oranje stadhouder van de koning was. Nog altijd was de opstand alleen gericht tegen Alva en niet tegen het koninklijke gezag. Een zwager van Willem van Oranje veroverde inmiddels grote delen van Gelderland, waaronder Zutphen en Deventer. Ook Friesland schaarde zich geheel achter Oranje. Later dat jaar volgde nog de inname van steden als Mechelen, Dendermonde en Leuven.

De reactie van de koning

Bij Bergen in Henegouwen ging het mis: de Spaanse bevelhebber Julian Romero wist het leger grote verliezen toe te brengen en de Oranjes moesten zich terugtrekken. Het aanvankelijke succes van de opstand had gedeeltelijk te maken met de oorlog die Spanje gelijktijdig voerde tegen Turkije. Toen de Turken eenmaal verslagen waren, had Filips II echter zijn handen vrij, en kon hij meer troepen naar het noorden sturen. Mechelen werd heroverd en de Spaanse troepen hielden vreselijk huis. Andere Brabantse steden besloten hierop vrijwillig hun poorten voor de Spanjaarden te openen. Ook in Zutphen en Naarden werden door de Spaanse veroveraars vele moorden gepleegd: in het vestingstadje Naarden werd vrijwel de hele bevolking afgeslacht. Direct na het bloedbad van Naarden naderde een vloot geuzen het Spaanse leger en stuurde legerleider Don Frederik een vijftigtal haakschutters onder bevel van Rodrigo Perez op de geuzenknechten af. Het was winter en tot verbazing van de Spanjaarden verplaatsten de geuzen zich zeer snel over het ijs. Perez werd een hopeloze verliezer omdat, zoals de Spaanse geschiedschrijving vertelde, de geuzenknechten een bepaald soort sporen droegen, die, "met twee krammetjes op een plankje beslagen onder de holle voet worden gedragen en hen daardoor in staat stellen zich zonder uitglijden op het ijs staande te houden". De Spanjaarden zagen voor het eerst schaatsen. Via Amsterdam, dat altijd aan de kant van de koning had gestaan, trokken de Spaanse troepen naar Haarlem. De Haarlemmers besloten zich echter te verweren. Via het water werden zij bevoorraad door andere Hollandse steden. Het beleg van Haarlem duurde 7 maanden, van december 1572 tot juli 1573. Ongeveer 8.000 Spanjaarden sneuvelden en ook veel Haarlemmers werden bij de belegering van de stad vermoord. Na de verovering van Haarlem, volgde op 21 augustus 1573 het beleg van Alkmaar. Op initiatief van Willem van Oranje werden de dijken rondom Alkmaar doorgestoken, waardoor de Spanjaarden op 8 oktober hun beleg moesten opgeven. Drie dagen later won een geuzenvloot in de buurt van Hoorn overtuigend van een Spaanse vloot in de Slag op de Zuiderzee. Enkele dagen na deze nederlaag vertrok de hertog van Alva naar Spanje; hij werd vervangen door Don Luis de Requesens. Langzamerhand veranderde het karakter van de oorlog. Waren het eerst vooral edelen die in opstand kwamen tegen de hertog van Alva, halverwege de jaren '70 van de 16e eeuw kreeg de opstand steeds meer het karakter van een burgeroorlog tussen calvinisten en katholieken. Reeds in juli 1572 waren in Den Briel (Brielle) verschillende katholieke geestelijken vermoord (Heilige Martelaren van Gorcum) door de geuzen onder leiding van Lumey. In 1573 stapte ook Willem van Oranje over op het Calvinisme. Door het neerslaan van de opstand in de andere gewesten werden Holland en Zeeland een bastion van de calvinisten. Het is het verloop van de oorlogvoering geweest, en niet de vermeende grotere sympathie voor het protestantisme in het noorden, dat uiteindelijk tot gevolg heeft gehad dat Nederland overwegend protestants werd en België katholiek.

Mokerhei, Leidens ontzet, vredesoverleg

Vrijwel direct na hun nederlaag bij Alkmaar, omsingelden de Spanjaarden Leiden. Tijdens dat beleg veroverden de legers van de prins Middelburg (9 februari 1574). Ook werd wederom een vlootoverwinning op de Spanjaarden behaald, ditmaal op de Oosterschelde. De legers van de prins konden echter niets doen om Leiden te ontzetten. Lodewijk van Nassau probeerde met financiële steun van zijn broer Jan en de Fransen een Duits invasieleger op de been te brengen. Het Spaanse leger rondom Leiden gaf tijdelijk de omsingeling op, om het nieuwe leger tegen te houden. Op 14 april 1574 vond op de Mokerhei een slag plaats tussen het leger van Lodewijk van Nassau en het Spaanse leger. Lodewijk van Nassau en zijn broer Hendrik van Nassau sneuvelden. De verslagenheid over de nederlaag op de Mokerhei en het sneuvelen van twee van Willems broers was groot. De Spanjaarden hervatten het beleg van Leiden. De Leidenaren weigerden zich over te geven, waarna opnieuw besloten werd de dijken door te steken. Na twee maanden, op 3 oktober 1574 stond het water rondom Leiden zo hoog dat de Spanjaarden hun beleg moesten opgeven. De Geuzen werden als overwinnaars binnengehaald. Tot op de dag van vandaag wordt het Leidens Ontzet gevierd in de stad. In Leiden werd op initiatief van Willem van Oranje nog datzelfde jaar de universiteit gesticht, die overigens nog steeds was opgedragen aan Filips II. De Spaanse bevelhebber Requesens probeerde een vredesverdrag te sluiten. Om de opinie gunstig te stemmen schafte hij de Tiende Penning en de Raad van Beroerten af. Ook werd de opstandelingen amnestie beloofd maar omdat hierop 300 uitzonderingen werden gemaakt was dit nooit een serieus aanbod. Op 3 mei 1575 vonden in Breda onderhandelingen plaats. Hier bleek echter hoe sterk de opstand het karakter van een godsdienstoorlog had gekregen: de onderhandelingen liepen stuk op godsdienstige eisen. Zo eisten de Spanjaarden dat de protestanten het land zouden verlaten en eisten de opstandelingen dat alle bisschoppen zouden vertrekken. Na het stuklopen van de onderhandelingen vervolgde de strijd zich in alle hevigheid. Oudewater en Schoonhoven werden door de Spanjaarden veroverd. Die herfst viel ook Zierikzee. De stad Woerden werd door de Spanjaarden belegerd, maar door het doorsteken van de dijken werden de Spanjaarden na 11 maanden verdreven.

Pacificatie van Gent

Door het verlies van de steden leek de situatie voor de opstandelingen hopeloos. Maar vrij onverwacht keerden de kansen. Op 1 september 1575 werd Spanje voor de tweede keer bankroet verklaard: hierdoor moest er bezuinigd worden op de soldij van de troepen. Bovendien overleed Requesens onverwacht op 1 maart 1576 zonder een opvolger te hebben aangewezen. Door de achterstallige soldij en het ontbreken van een leider begonnen Spaanse troepen te deserteren. Zierikzee en Aalst werden door plunderende troepen leeggeroofd; Mechelen en Brussel werden bedreigd. De Staten van Henegouwen en Brabant riepen begin september de Staten-Generaal bijeen en knoopten onderhandelingen aan met de opstandige gewesten Holland en Zeeland. In Gent werden eind oktober afspraken gemaakt tussen de opstandige en de koningsgetrouwe gewesten over het verdrijven van de muitende Spaanse troepen. De godsdienstige meningsverschillen hoopte men later op te lossen. Gent Op 4 november trokken Spaanse troepen moordend en plunderend Antwerpen binnen: 8.000 Antwerpenaren vonden de dood en duizenden gebouwen gingen in vlammen op in de Spaanse furie. Door deze zoveelste plundering werd de Pacificatie van Gent meteen ondertekend en op 8 november 1576 afgekondigd. De Nederlanders lijken zich weer verenigd te hebben in hun verzet. Op 9 november werden de Spanjaarden verdreven uit Gent, in 1577 namen de inwoners van Utrecht de stad zelf in handen en kort daarna deden de Antwerpenaren hetzelfde.

Unie van Brussel

Filips II stuurde zijn halfbroer Don Juan, (een bastaardzoon van Karel V), die in 1571 bij Lepanto de Turkse vloot had verslagen, naar de Nederlanden. De Staten-Generaal probeerden met hem tot een overeenkomst te komen. Op 7 januari 1577 werd de Unie van Brussel gesloten: Don Juan erkende de Pacificatie van Gent en de Staten-Generaal erkenden op hun beurt (nogmaals) de koning en beloofden zich sterk te maken voor het behoud van het katholieke geloof in de provincies. Don Juan zou landvoogd worden en de Spaanse troepen zouden zich (tegen betaling) terugtrekken. Op 6 april tekende ook Filips II de overeenkomst, echter niet uit overtuiging. De Spaanse troepen begonnen zich eind april 1577 terug te trekken maar na enkele maanden, op 24 juli, nam Don Juan de citadel van Namen in. Het begon er dus naar uit te zien dat er geen vreedzame oplossing zou komen en op 31 augustus beval Filips II bovendien dat de Spaanse troepen terug moesten keren naar de Nederlanden. In januari 1578 kwam Alexander Farnese, hertog van Parma, zoon van Margaretha van Parma, de voormalige landvoogdes, met nieuwe troepen Don Juan ondersteunen. Op 28 januari won Farnese (of Parma) het van een leger van de Staten-Generaal bij Gembloers, ten zuidoosten van Brussel. Willem van Oranje liet zich echter op 23 september 1578 triomfantelijk binnenhalen in Brussel. Don Juan schreef Filips II dat Oranje feitelijk de macht had in de Nederlanden. De gewesten erkenden hem niet meer als landvoogd maar stelden in zijn plaats de aartshertog Matthias van Oostenrijk, neef van Filips II, aan. Dit was tegen de zin van Filips II, voor wie Don Juan nog gewoon landvoogd was. Matthias van Oostenrijk was nog erg jong en politiek onervaren, zodat hij in de praktijk weinig in te brengen had tegen Willem van Oranje. In de volksmond werd hij spottend de griffier van de prins genoemd. Niettemin bedreigden Spaanse troepen Brussel en de Staten-Generaal besloten zich terug te trekken naar Antwerpen. Op 1 oktober 1578 overleed Don Juan in zijn legerkamp nabij Namen op 33-jarige leeftijd aan typhus, nadat hij Farnese aangewezen had als zijn opvolger.

Unie van Atrecht en Unie van Utrecht

Matthias van Oostenrijk Het doel van de Pacificatie van Gent was het herenigen van de Nederlanden. Al vrij snel echter begonnen de meningsverschillen op te spelen. Behalve de godsdienstige conflicten, speelde ook mee dat iedere provincie vooral voor zijn eigen belangen opkwam. Zo werd de toegangsweg naar de Antwerpse haven door Zeeland en Holland geblokkeerd: alleen tegen betaling werden schepen doorgelaten. De zuidelijke provinciën Artesië en Henegouwen en de Franstalige Vlaamse stad Dowaai sloten op 6 januari 1579 de Unie van Atrecht, waarin zij zich weer onder het gezag het koning schaarden. In de Unie van Atrecht werd wel afgesproken dat de buitenlandse troepen zich terug dienden te trekken. In het traktaat van Atrecht (17 mei 1579) erkennen dezelfde gewesten Farnese als landvoogd. Op 23 januari 1579 tekenden Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht en de Ommelanden een eigen verdrag, de Unie van Utrecht. In de daaropvolgende maanden sloten ook de andere noordelijke provincies en veel steden in Brabant en Vlaanderen zich daarbij aan. Gent, Brussel en Antwerpen werden bestuurd door calvinistische "republieken". Willem van Oranje was aanvankelijk tegen deze Unie, omdat het in feite een afscheuring was en hij nog altijd geloofde in een verenigd Nederland. Feitelijk vielen ook de Staten-Generaal uiteen in een noordelijke ("Utrechtse") en een zuidelijke ("Atrechtse") vergadering. Op 3 mei 1579 ondertekende Willem echter een steunverklaring aan de Unie van Utrecht. Deze wordt gezien als de oprichting van de Verenigde Provinciën, die overigens pas na de Vrede van Münster op 15 mei 1648 internationaal werden erkend.

Vredesoverleg in Keulen

Op uitnodiging van keizer Rudolf II begonnen in mei 1579 vredesonderhandelingen in Keulen. De Spanjaarden eisten dat de protestanten zich terugtrokken uit de Nederlanden en dat de politieke situatie van vóór 1559 werd hersteld. Van de kant van de koning verwachtte men niet dat de opstandelingen hierop in zouden gaan, maar hoopte men hen op het slagveld te dwingen. Parma veroverde intussen in juni 1579 Maastricht, en de stadhouder van Groningen, Friesland en Drenthe, de graaf van Rennenberg, sloot zich in 1580 weer aan bij de koning. Hiermee gingen Coevorden, Groningen en het toch al weerspannige katholieke Oldenzaal verloren. Alleen in Friesland konden de opstandelingen hun posities behouden. Toen Rennenberg in 1581 overleed, werd hij vervangen door de Spanjaard Francisco Verdugo. Gesteund door deze militaire successen besloot Filips II zich te richten op de oorlog tegen Portugal. Hij liet Willem van Oranje op 15 juni 1580 vogelvrij verklaren: hiermee raakte Willem van Oranje definitief vervreemd van de Spaanse troon. Door het uitblijven van steun van Spanje en doordat de hertog van Parma de buitenlandse troepen terugtrok zoals afgesproken, stokte zijn militaire campagne. In twee jaar tijd werd alleen Doornik veroverd, op 29 november 1581.

Hertog van Anjou en Acte van Verlatinghe

Willem van Oranje zocht al in 1573 een buitenlandse partner. Engeland, met als staatshoofd de protestantse Elizabeth I leek voor de hand te liggen. Maar Elizabeth aarzelde om zich in een oorlog met Spanje te storten en de onderhandelaars keerden met lege handen terug. In 1580 hadden de opstandelingen meer succes: de hertog van Anjou, broer van de Franse koning, zou met 10.000 man de opstand steunen. Anjou eiste wel dat de Noordelijke Provinciën definitief de Spaanse koning zouden afzweren, en op 22 juli (volgens andere bronnen 26 juli) 1581 werd de Acte van Verlatinghe aangenomen. Op 10 februari 1582 kwam Anjou aan in Vlissingen en op 19 februari werd hij ingehuldigd als hertog van Brabant. De hertog was niet populair onder de bevolking en toen in 1582 een (mislukte) moordaanslag op Willem van Oranje werd gepleegd, dachten velen ook dat hij hierachter zat. Op 4 juli werd Oudenaarde veroverd door de hertog van Parma. Pas toen in de herfst van 1582 de 10.000 man versterking kwam (voornamelijk Zwitserse huurlingen) keerden de kansen in de strijd. Uit frustatie over zijn ondergeschikte positie ten opzichte van Willem van Oranje, besloot de hertog van Anjou tot een aanval op Antwerpen en andere Brabantse steden om daar zijn gezag te vestigen. Op 17 januari 1583 raakte hij binnen de Antwerpse stadmuren maar stuitte op hevig verzet van de bevolking, waarna de Fransen op de vlucht sloegen. De Franse politiek van Willem van Oranje had hiermee definitief afgedaan. Ondanks een verzoeningspoging verliet de Anjou in juni 1583 de Nederlanden. De hertog van Parma kreeg door deze ontwikkelingen opnieuw ruimte, en hij veroverde in hoog tempo steden aan de Vlaamse kust. De grote Vlaamse steden Brugge, Gent en Ieper werden ingesloten en veroverd en in september 1583 viel ook Zutphen.

Oranje vermoord

Op 10 juni overleed de hertog van Anjou. Voor de Staten-Generaal en Willem van Oranje was dit een reden om opnieuw met Frankrijk te onderhandelen over steun in de strijd. Frankrijk ging daar echter niet op in en de moord op Willem van Oranje op 10 juli 1584 maakte definitief een einde aan de gesprekken.

Val van Antwerpen

Die maanden leek het einde van de opstand nabij. Het leger van de hertog van Parma begon een nieuwe opmars in Brabant. Op 27 augustus 1585 valt Antwerpen, na een beleg van ruim veertien maanden, weer in Spaanse handen. Eerder dat jaar hadden Farneses troepen ook al Brussel en Mechelen ingenomen. Parma had bij het beleg van Antwerpen de toevoerwegen naar Antwerpen één voor één afgesloten, met als technisch hoogtepunt een 730 meter lange brug van schepen dwars over de Schelde. Op 17 augustus op het kasteel van Beveren tekende de protestantse burgemeester Marnix van Sint-Aldegonde de overgave van de uitgehonderde stad. Grote delen van de bevolking, vooral (protestantse) kooplui en intellectuelen vertrokken naar het Noorden.

Engelse steun

Op 14 augustus 1585 weigert Koningin Elisabeth de souvereiniteit over de Nederlanden te aanvaarden maar ze belooft wel graaf van Leicester met een troepenmacht van 6.000 man naar de Nederlanden te sturen, die in december 1585 in Vlissingen aankomt. Even voordien, in november 1585, was Willem van Oranjes tweede zoon, prins Maurits, op 18-jarige leeftijd benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland. Op 4 februari 1586 laat Leicester zich uitroepen tot landvoogd en kapitein-generaal van de Nederlanden maar Elisabeth gelast hem die titel op te geven omdat zij een oorlog met Spanje wil vermijden. Vanaf februari 1586 regelt Johan van Oldenbarnevelt, landsadvocaat van Holland, de interne zaken binnen de Unie; graaf Leicester behoudt de leiding over de militaire operaties. Maar de Engelse militaire steun was onduidelijk: twee Engelse officieren, Stanley en York, gaven Deventer en de schans voor Zutphen over aan de Spanjaarden. Ook Sluis viel in Spaanse handen. Bovendien bleek Leicester op last van koningin Elisabeth op een vrede met Spanje aan te sturen. In december 1587 werd hij gedwongen te vertrekken. Maurits en Van Oldenbarnevelt besloten na de debacles met de Franse en Engelse hulp, geen pogingen meer te ondernemen om een soevereine vorst voor de Nederlanden te vinden. In de Justificatie of Deductie werd bepaald dat de politieke macht bij de Staten-Generaal zou komen te liggen. Dit is in feite het begin van de Republiek. Sluis Als reactie op de Engelse inmenging, besloot Filips II met een oorlogsvloot de Engelsen een les te leren om daarna definitief met de opstandelingen in de Nederlanden af te rekenen. Hoewel Spanje geen reputatie had als vlootnatie en de admiraal, de hertog van Medina Sidonia, geen ervaring had, werd de vloot als onoverwinnelijk beschouwd. De oorlogsvloot, armada invencible (onoverwinnelijke vloot) of kortweg Armada genaamd, was 130 schepen en 30.000 man (waarvan 20.000 soldaten) groot. De armada liep echter op een drama uit voor de Spanjaarden: de Spaanse schepen waren geen partij voor de kleinere en wendbaardere Engelse schepen. Met hulp van de Nederlanders, die belangrijke havens van de Spanjaarden blokkeerden zodat de schepen zich niet terug konden trekken, werd in juli 1588 een groot deel van de armada in het Kanaal vernietigd. In paniek besloten de overgebleven schepen via Schotland en Ierland terug naar Spanje te varen, maar door stormen en stromingen werd nogmaals een groot aantal schepen vernietigd. Meer dan de helft van de vloot keerde niet terug in Spanje. De hertog van Parma kreeg de schuld van deze nederlaag.

Nieuwe kansen

Vrij plotseling keerden de kansen voor de opstandelingen. De hertog van Parma kreeg van Filips II opdracht naar Parijs op te rukken, toen daar een godsdienstconflict uitbrak. Filips II wilde voorkomen dat Parijs in handen van de protestanten zou vallen. Op 19 september 1590 trok de hertog van Parma Parijs binnen. Deze ontwikkeling gaf prins Maurits, die inmiddels ook stadhouder van Utrecht, Gelderland en Overijssel was geworden, de mogelijkheid het leger te reorganiseren. Zijn neef Willem Lodewijk was stadhouder van Friesland geworden, en samen slaagden ze erin een goed leger op de been te krijgen. De jonge republiek boekte hierop meer en meer militaire successen. In 1591 werd Breda veroverd door troepen via een turfschip de stad binnen te smokkelen (zie turfschip van Breda). In 1592 werden Coevorden en Steenwijk heroverd, in 1593 Geertruidenberg, in 1594 Groningen en in 1597 Oldenzaal en Bredevoort. Inmiddels was de hertog van Parma overleden (6 december 1592). In het katholieke Zuiden volgde daarop een periode met niet minder dan 40 muiterijen. Omdat Filips II ook zijn eigen einde voelde naderen, liet hij zijn dochter Isabella trouwen met haar neef Albertus van Oostenrijk om samen over de Nederlanden te regeren. In 1598 werd door Spanje een poging ondernomen om de provinciën te verenigingen, maar de Noordelijken kwamen niet opdagen bij de Statenvergadering in Brussel.

Slag bij Nieuwpoort

In juni 1600 besloten de (Noordelijke) Staten-Generaal dat Duinkerke aan de Vlaamse kust moest worden ingenomen, omdat het een uitvalsbasis van piraten was, die de handelsvloot bedreigden. Prins Maurits was, evenals Willem Lodewijk, fel tegen deze aanval, maar hij ging toch omdat het hem bevolen was. Onverwacht ontmoette het leger van de prins een Spaans leger op het strand bij Nieuwpoort. De daarop volgende Slag bij Nieuwpoort werd gewonnen door de prins, maar het leger was dermate verzwakt, dat Maurits direct terugkeerde naar het Noorden. De Spaanse legers werden inmiddels aangevoerd door Ambrogio Spinola, een kundig veldheer. Allereerst probeerde hij Oostende te veroveren. Het beleg van Oostende duurde van 1601 tot 1604. Vanuit zee kon de stad steeds bevoorraad worden. Pas na drie jaar werd de stad ingenomen. Volkomen onverwacht viel hij de Achterhoek binnen: de steden Lochem, Oldenzaal, Rijnberk en Groenlo werden door hem heroverd.

Slag bij Gibraltar en Twaalfjarig bestand

Op zee was de Republiek echter oppermachtig geworden. Op 25 april 1607 vernielden Nederlandse oorlogsschepen onder leiding van Jacob van Heemskerck een Spaanse vloot in de haven van Cadiz. Deze zeeslag is gekend als de Slag bij Gibraltar. Het verloop van de strijd leidde tot vredesbesprekingen in Den Haag na buitenlandse bemiddeling. Spinola zelf kwam hiervoor naar Den Haag. Er kon geen overeenstemming worden bereikt over definitieve vrede, maar wel werd op 9 april 1609 in Antwerpen besloten tot een bestand, dat uiteindelijk twaalf jaar zou duren. Tijdens dit Twaalfjarig Bestand kwam er een definitief einde aan de eenheid binnen de Republiek. Volgelingen van de geestelijke Jacobus Arminius (de remonstranten) kregen een conflict met de volgelingen van Franciscus Gomarus (de contra-remonstranten). Behalve een goddienstig meningsverschil (de remonstranten hadden een vrijere interpretatie van de bijbel), speelde er ook een politiek conflict. De remonstranten waren republikeins, de contra-remonstranten voor prins Maurits. Johan van Oldenbarnevelt koos partij voor de remonstranten, prins Maurits voor de contra-remonstranten. Er dreigde even zelfs een burgeroorlog. Prins Maurits werd tijdens het Twaalfjarig Bestand steeds populairder, en het gezag van de regenten nam af. Dit kwam onder meer doordat steeds meer burgers kapitalen verdienden met de handel terwijl de politiek in handen van regenten was. Op 4 augustus 1617 begon het conflict te escaleren: de Staten van Holland namen de Scherpe Resolutie aan, waarin de steden de vrijheid kregen op te treden tegen de contra-remonstranten. Deze resolutie pakte echter averechts uit: prins Maurits beschuldigde Van Oldenbarnevelt en anderen van verraad en liet hen op 28 augustus 1618 arresteren. Johan van Oldenbarnevelt werd ter dood veroordeeld en op 13 mei 1619 op het Binnenhof in Den Haag onthoofd. In 1620 overleed Willem Lodewijk, op dat moment stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer Ernst Casimir.

Hervatting van de strijd

In 1621 overleed Albertus van Oostenrijk. Omdat zijn huwelijk met Isabella kinderloos was gebleven, kwamen de Zuidelijke Nederlanden weer onder Spaans bestuur. Isabella bleef wel landvoogdes, maar kon niet voorkomen dat de strijd tussen de Spaanse troepen en de Republiek weer oplaaide. Ernst Casimir Aanvankelijk verliep de hervatting van de strijd niet gunstig voor de republiek. In 1625 veroverde Spinola Breda. Op 23 april van datzelfde jaar overleed prins Maurits. Maurits werd opgevolgd door zijn broer Frederik Hendrik. Vanaf 1626 begon Frederik Hendrik samen met Ernst Casimir met een militaire campagne, waarin hij verschillende successen boekte. Zo werden de inmiddels door katholieke Contrareformatie stevig beïnvloede steden Oldenzaal (1626) en Groenlo (1627) heroverd. In 1628 veroverde de zeerover Piet Hein voor de Cubaanse kust in naam van de Republiek de Spaanse Zilvervloot: plotseling was er geld in overvloed. Een jaar na de overwinning op de Zilvervloot, begon Frederik Hendrik aan het beleg van 's-Hertogenbosch. In een poging de troepen weg te lokken, probeerden de Spaanse troepen onder leiding van Ernst van Montecuculi Amersfoort en de Veluwe in te nemen. Dit mislukte echter, waarna 's-Hertogenbosch zich overgaf. Hierna kwam steeds meer gebied in handen van de Republiek. In 1632 liepen hoge Zuid-Nederlandse edelen over, waana Frederik Hendrik vrijwel probleemloos Roermond en Venlo in kon nemen. Maastricht werd na een belegering ingenomen. Ernst Casimir overleed bij het beleg van Roermond; hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik Casimir I. Landvoogdes Isabella probeerde in 1633 op eigen gezag (zonder de koning in Madrid te raadplegen) vrede te sluiten met de Republiek door rechtstreekse onderhandelingen met de Republiek aan te gaan. De onderhandelingen liepen echter op niets uit. Isabella overleed nog datzelfde jaar. Een jaar later, op 4 november 1634 werd Ferdinand van Oostenrijk (Don Ferdinand) de nieuwe landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Don Ferdinand ging voortvarend te werk en veroverde in 1635 de steden Sierck-les-Bains en Trier. Hierop verklaarde Frankrijk Spanje de oorlog. De Franse troepen versloegen de Spanjaarden in de Slag bij les Avins. Samen met het leger van de Republiek veroverden ze enkele steden in de Zuidelijke Nederlanden, waaronder Tienen, Diest en Aarschot. Op 8 februari 1635 sloten kardinaal Richelieu namens Frankrijk en Frederik Hendrik namens de Republiek een verdrag om de Waalse Nederlanden bij Frankrijk en de Vlaamse Nederlanden bij de Republiek te voegen. Dit verdrag werd echter niet van kracht omdat Frederik Hendrik zich terug trok uit argwaan. De gezamenlijke troepen van Frankrijk en Nederland misdroegen zich zo, dat de publieke opinie in sommige van de Zuidelijke Nederlanden zich fel tegen de Republiek keerde. Het beleg van de katholieke universiteitsstad Leuven mislukte. Opnieuw vonden in 1636 vredesonderhandelingen plaats, maar opnieuw zonder resultaat. In 1637 werd het leger van Frederik Hendrik verslagen bij het Zeeuws-Vlaamse Hulst, waarna hij Breda belegerde. Don Ferdinand begon een campagne in Limburg en veroverde op 7 augustus 1637 Venlo en op 4 september Roermond. Ook heroverde hij enkele steden op de Fransen. Hij kon echter niet voorkomen dat Breda werd ingenomen door Frederik Hendrik. Op 20 juni 1638 probeerde een leger onder leiding van Willem van Nassau Antwerpen te veroveren: het leger werd echter door de Spanjaarden verpletterend verslagen. De Spanjaarden ondernamen vervolgens een tweede poging om met een armada de zeemacht van de Republiek te breken. Deze tweede armada werd echter door Maarten Harpertsz. Tromp verslagen in de Slag bij Duins. In 1640 werd Hulst alsnog veroverd. Hendrik Casimir I sneuvelde echter bij de slag. Hij werd door zijn broer Willem Frederik opgevolgd als stadhouder. Ook op een ander front leed Spanje een gevoelige nederlaag: Portugal werd onafhankelijk. Don Ferdinand werd in 1641 vervangen door Francisco de Melo als landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. In datzelfde jaar nam Frederik Hendrik Gennep in. Francisco de Melo richtte zich aanvankelijk op de strijd tegen de Franse troepen. In 1642 maakte hij grote delen van de Franse gebiedswinsten ongedaan en hij behaalde grote overwinningen. De Republiek vocht in dat jaar nauwelijks, maar een aanbod tot onderhandelingen over vrede werden door Frederik Hendrik afgewezen. Na zijn aanvankelijke successen tegen de Fransen, werd Francisco de Melo op 16 mei 1643 echter vernietigend verslagen bij Rocroi: voor hem het begin van het einde van zijn loopbaan. Op 20 september 1644 werd hij opgevolgd door Manuel de Castel Rodrigo. Inmiddels hadden de Fransen Grevelingen (in het huidige Frans Vlaanderen) veroverd op de Spanjaarden en had Frederik Hendrik Sas van Gent veroverd. Door de opeenvolgende nederlagen en de interne spanningen, nam de kracht van het Spaanse leger snel af. In 1645 veroverden de Fransen enkele steden en won Frederik Hendrik het Vlaamse Hulst. In 1646 sloeg Frederik Hendrik opnieuw het beleg op rondom Antwerpen: de Fransen konden daardoor enkele steden in het zuiden veroveren, waaronder Duinkerke en Kortrijk. Het beleg van Antwerpen werd de laatste veldslag voor Frederik Hendrik: in 1647 kwam hij te overlijden. Hij werd opgevolgd door stadhouder Willem II. De landvoogd van de zuidelijke Nederlanden werd aartshertog Leopold van Oostenrijk.

Vrede van Münster

De Franse inmenging in de oorlog had het tij definitief in het voordeel van de Republiek beslist. Inmiddels was het oorlog in grote delen van Europa, de Dertigjarige Oorlog. In 1641 begonnen vredesonderhandelingen tussen de strijdende partijen in deze oorlog. Afgesproken werd dat in Münster en Osnabrück onderhandeld zou worden. Hoewel de Republiek niet meevocht in de Dertigjarige Oorlog, werd besloten de Republiek toch uit te nodigen bij de vredesonderhandelingen. Door de oorlog tegen Spanje was de Republiek teveel een partij geworden. Via Frankrijk ontving de Republiek een uitnodiging. Hoewel er rond die tijd enorme militaire successen werden geboekt, was er binnen de Republiek steeds meer sprake van een vredesstemming. De langdurige oorlog kostte veel geld en mensenlevens. Alleen de provincies Zeeland en Utrecht, en de stad Leiden, bleven tot het einde toe voorstander van de oorlog. De Republiek slaagde erin als volwaardige staat aan de onderhandelingen mee te mogen doen: zelfs Spanje stemde hiermee in. In januari 1646 kwamen 8 vertegenwoordigers van de Staten aan in Münster om te onderhandelen met de Spanjaarden over vrede. De onderhandelingen zouden plaatsvinden in het Huis van het Kramersgilde, tegenwoordig het Haus der Niederlande genoemd. De Spaanse onderhandelaars hadden uitgebreide volmachten meegekregen van koning Filips IV, die al jaren vrede zocht. Tijdens de onderhandelingen werden de Republiek en Spanje het snel eens: de tekst van het Twaalfjarig bestand werd als uitgangspunt genomen en de Republiek werd door Spanje als soevereine staat erkend. De vrede leek snel nabij. Frankrijk gooide echter roet in het eten door steeds met nieuwe eisen te komen. De Staten besloten hierop buiten Frankrijk om vrede te sluiten met Spanje. Op 30 januari 1648 werd de vredestekst vastgesteld. Deze werd ter ondertekening naar Den Haag en Madrid gestuurd. Op 15 mei werd de vrede definitief getekend.

Latere visie op de Tachtigjarige Oorlog

De naam "Tachtigjarige Oorlog" werd voor het eerst gebruikt in de 19e eeuw. Tot die tijd werd vooral gesproken van De Opstand of De Nederlandse Opstand. De naam "Opstand" slaat vooral op de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog bedoeld, toen de Republiek nog niet bestond. In een recente studie spreekt onder meer Arie van Deursen over De Opstand van 1572-1584. Door allerlei geschiedkundigen is de Opstand verschillend beoordeeld. De discussie over de opstand tegen Spanje gaat tot op de dag van vandaag voort.

Externe link


- [http://dutchrevolt.leidenuniv.nl Dutch Revolt-website, Universiteit Leiden, met onder andere vele documenten] Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 17e eeuw Categorie:Tachtigjarige Oorlog ja:オランダ独立戦争 simple:Eighty Years' War

Honderdjarige Oorlog

De Honderdjarige Oorlog is een lange serie conflicten afgewisseld met wapenstilstanden tussen de koningen van Engeland en Frankrijk. De term stamt uit de 19e eeuw. De duur van deze oorlog wordt meestal gerekend van 1337 tot 1453.

De feodale achtergrond

De oorsprong van deze lange periode van strijd ligt in de innerlijke tegenstrijdigheden van het feodale stelsel die in die tijd in vele plaatsen in Europa aan het licht traden. In de vroegere Middeleeuwen was de macht vrijwel geheel bij de leenman komen liggen. Dit was vooral in Frankrijk bijzonder sterk het geval omdat de lenen – de hertogdommen, graafschappen, markiezaten enzovoort – daar groot genoeg waren om aparte rijkjes te vormen. Door een proces van uithuwelijking afgewisseld met oorlogen was er allengs een lappendeken ontstaan waar de lenen in steeds minder handen terecht kwamen. Dit proces van "klontering" gebeurde vaak over de oude rijksgrenzen heen. Zo was de Engelse koning ook Hertog van Guyenne in Frankrijk en de Hertog van Bourgondië verwierf zowel het Graafschap Vlaanderen (een Frans leen) als Brabant en Holland (Duitse lenen). De grootste tegenstrijdigheid daarbij was dat de koning van Engeland in zijn hoedanigheid van Hertog van Guyenne geacht werd de eed van trouw aan de Franse koning af te leggen. Bovendien konden de burgers van Guyenne bij een geschil met hun hertog een beroep doen op de Franse koning om tussenbeide te komen. De koningen zelf deden ook driftig mee aan het klonteringsproces en aan het begin van de 14e eeuw was de koning van Frankrijk een bijzonder machtig man die hard bezig was de kleinere leenmannen het zwijgen op te leggen en eventueel hun gebieden af te pakken. Met een leenman die zelf ook koning was, was dat natuurlijk wat moeilijker.

De dynastieke achtergrond

Er ontstaat echter in de jaren 13141328 een groot dynastiek probleem in Frankrijk. In 1314 sterft de machtige Franse koning Filips IV. Hij heeft drie zoons en een dochter. De laatste is getrouwd met Edward II van Engeland, die meer van mannen houdt. Zij vermoordt haar echtgenoot en regeert samen met ene Mortimer het land in naam van haar zoon, totdat deze (Edward III van Engeland) zijn moeders vrijer vermoordt en haar aan de kant zet. Inmiddels is in Frankrijk het ongelooflijke gebeurd. De drie broers van Edwards moeder sterven één voor één zonder een mannelijke nakomeling na te laten. Eerst Lodewijk X (1316), daarna Filips V (1322) en tenslotte Karel IV op 1 februari 1328. Daarmee is het huis Capet in directe, mannelijke lijn uitgestorven. Hoewel er niet echt een wet is die vrouwelijke opvolging verbiedt (latere historici zouden een hele oude wet van de Franken, de Salische Wet uit de vergetelheid opduiken, maar dat was achteraf), ziet Karel IV liever zijn neef van Valois op de troon dan de enige dochter van Lodewijk X, laat staan zijn zus of diens Engelse zoon Edward. Op zijn sterfbed vermaakt hij daarom zijn troon aan Filips van Valois.

De confiscatie van Guyenne

De beslissing om Filips van Valois tot koning Filips VI te kronen wordt algemeen aanvaard en zelfs Edward de Zwarte Prins buigt als Hertog van Guyenne zijn knie voor zijn nieuwe leenheer. Enige jaren later echter doen de burgers van Guyenne een beroep op Filips tussenbeide te komen als Edward te zware belastingen heft; deze ziet in het conflict de langverwachte aanleiding om Edward de Zwarte Prins zijn titel van Hertog van Guyenne af te nemen. Deze is woedend en verklaart opeens dat hij en niet Filips de rechtmatige koning van Frankrijk is. Door velen wordt deze verklaring niet erg serieus genomen. Frankrijk wordt namelijk veel groter en machtiger geacht en heeft een succesvolle militaire traditie, terwijl het Engelse leger maar met moeite de Schotten de baas kan blijven.

Crécy en het verdrag van Brétigny

Op het slagveld van Crécy (1346) blijkt deze inschatting volledig mis. Vooral door de inzet van de oppermachtige Engelse boogschutters wordt de Franse koning verslagen. Met zijn zoon Jean II, die hem in 1350 opvolgt, loopt het in 1356 bij Poitiers nog slechter af: hij wordt zelfs gevangengenomen en sterft uiteindelijk in gevangenschap in Londen. Omdat zijn jongste zoon Philippe hem lijfelijk op het slagveld beschermt, beleent hij hem voor zijn dood met Bourgondië. Dit is een zeer uitzonderlijke daad – sinds generaties is het immers politiek om lenen te verzamelen, niet uit te geven – en hoewel goed bedoeld, zal dit later funeste politieke gevolgen hebben. Ondertussen strijdt in het verre Bretagne een hereboer met een kleine groep guerrilla's tegen de Engelsen. Deze hereboer, Bertrand Du Guesclin, blonk in 1357 uit door de Engelse belegering van Rennes deze stad te verdedigen. Aanvankelijk streed hij slechts voor een onafhankelijk Bretagne, later trad hij in dienst van de Fransen, die zijn kwaliteiten goed konden gebruiken. De Engelse koning Edward deed ten slotte een poging om Frankrijk in een keer op de knieën te krijgen. Hij zette een enorm leger aan land in Calais, en laat dit naar Reims opmarcheren. Daar hoopte hij tot koning te worden gekroond. De onderneming werd een mislukking, maar bracht de balans tussen beide zijden zodanig terug dat er weer over vrede gepraat kon worden. In 1360 werd de Vrede van Bretigny gesloten. Frankrijk moest heel Aquitanie afstaan, en de Engelsen gaven (voorlopig) hun rechten op de Franse troon op.

Karel V de Wijze

Jans oudste zoon Karel V – zelf nog erg jong – krijgt te maken met allerlei bijverschijnselen van de oorlog: het volk komt in opstand omdat zij de klappen moeten opvangen en hun feodale meesters niet in staat zijn of gewoon geen interesse hebben om hen tegen de plunderingen en brandschattingen te beschermen. Hij moet het Verdrag van Brétigny tekenen waarbij een groot deel van Zuid-Frankrijk (Aquitanië) in handen van Edward III en zijn zoon, Edward de Zwarte Prins, valt. Karel V ontpopt zich echter als een kundige tegenspeler. Via zijn generaals brengt hij de Engelsen zware klappen toe. Bertrand du Guesclin weet de plunderende huurlingen in te huren voor een veldtocht naar Spanje, waar hij de pro-Engelse Pedro de Wrede van de troon stoot. Deze laatste krijgt hulp van de Engelsen, maar wordt ten slotte te Montiel in 1367 definitief verslagen. Zijn halfbroer Enrique van Trastamare laat zich tot koning kronen, terwijl hij Pedro met behulp van Du Guesclin laat vermoorden. Nu heeft Frankrijk een bondgenoot in het zuiden. Karel richt zich vervolgens naar het zuidwesten, en in 1369 neemt hij Aquitanië weer in beslag. De Engelsen zijn weer min of meer bij af, hoewel ze inmiddels wel ook Calais in handen hebben. In de zestien jaar van Karels regering verliezen de Engelsen bijna alles wat ze in 27 jaar hebben veroverd. De Zwarte Prins sterft vóór zijn vaders dood en zo komt diens kleinzoon Richard II in Engeland (en de Franse bezittingen) op de troon. Richard wil eigenlijk wel van de oorlog af en het komt bijna tot vrede, maar de oorlogspartij in Engeland is inmiddels erg machtig geworden. Op avontuur gaan in Frankrijk was namelijk voor vele Engelsen dé manier geworden om er beter op te worden. Er waren door plundering schatten verzameld. De oorlogspartij weet in 1399 Richard van de troon te stoten en daarmee worden de Plantagenets vervangen door een zijtak, de Lancasters. Hoewel zij nauwelijks een legitieme claim op de Engelse troon hebben – later zouden daar de Rozenoorlogen door ontstaan – beweren zij wel degelijk ook de legitieme koningen van Frankrijk te zijn.

De Franse burgeroorlog

Karel V's zoon Karel VI is aanvankelijk geen slechte opvolger, maar in 1392 wordt hij krankzinnig. Dit brengt de Bourgondische tijdbom van zijn grootvader Jan II tot ontploffing. Er ontstaat in de familie Valois grote onenigheid over wie nu Frankrijk moet regeren. Er zijn twee kampen: de Bourgondiërs en de Armagnacs. Allengs ontaardt deze twist in moordpartijen en uiteindelijk burgeroorlog. In Engeland is de troon van de Lancaster-koning Hendrik IV allengs juist wat steviger geworden en zijn zoon Hendrik V besluit om op oorlogspad te gaan in Frankrijk. In 1415 valt Hendrik V Normandië binnen en boekt een klinkende overwinning bij Azincourt. Hiermee begint hij een onstuitbare opmars die uitmondt in onderhandelingen met koningin Isabeau, die (met Bourgondische steun) in naam van haar krankzinnige echtgenoot het Verdrag van Troyes met hem sluit. Ze verklaart haar eigen zoon, de kroonprins die met de Armagnacs heult, tot bastaard en huwelijkt haar dochter aan Hendrik uit. Hendrik en Catherine worden tot erfgenamen van Frankrijk uitgeroepen en daarmee lijkt het lot van Frankrijk beslist. Catherine schenkt het leven aan een zoon (Hendrik VI), maar dan sterft Hendrik V plotseling. Zijn broer Bedford zet de strijd in naam van Hendrik VI – die nog een baby is – voort, aanvankelijk met veel succes. Hendrik VI wordt zelfs in Parijs tot koning van Frankrijk gekroond nadat zijn krankzinnige en verwaarloosde grootvader overlijdt.

De afloop

Voor de Franse bevolking is de ellende bijzonder groot. Iedere militaire actie gaat gepaard met plundering, verkrachting, roof, moord en zelfs als er geen gevechten geleverd worden zijn er de eindeloze belastingen om de oorlogen te kunnen bekostigen. Het maatschappelijk stelsel kraakt in zijn voegen en de waarden van eer en trouw aan de vorst hebben hun geloofwaardigheid volledig verloren. Dat geldt ook voor de kerk. De Paus was tot 1377 min of meer de gevangene van de Franse koning, maar daarna ontstaat er schisma na schisma. Er zijn na het concilie van Pisa zelfs drie Pausen, die alle drie beweren dat hellevuur het lot is van degene die in de verkeerde Paus gelooft. In dit klimaat komt Jeanne d'Arc naar voren, een eenvoudig boerenmeisje dat stemmen hoort. Zij weet een geheel nieuw element in te brengen in de politiek en op het slagveld. De strijd verschuift van een twist over feodale rechten naar een nationale bevrijding. Dit brengt een totaal onverwachte ommekeer. Zelfs de Dauphin Karel VII, tot bastaard verklaard en niet meer in zijn eigen zaak gelovend, komt weer tot actie, hoewel hij het nieuwe van de situatie ook wel met enige zorgen beziet. Door Jeanne's toedoen wordt hij toch in Reims – midden in vijandelijk gebied – gekroond. Hoewel Jeanne daarna gevangen genomen wordt door de Godons en als heks verbrand is de opmars van Karel VII niet meer te stuiten. In de jaren 1450 tot 1453 weet de inmiddels energieke koning voorgoed af te rekenen met de Engelsen. Zij verliezen alles, behalve Calais. Voor een groot deel is dat te danken aan de modernisering van het Franse leger. Daar werkt men nu met kanonnen en hoewel die al aan het begin van deze lange strijd op het slagveld verschenen waren, zijn ze nu de Engelse boogschutters meer dan de baas.

Gerelateerde onderwerpen


- Geschiedenis van Vlaanderen Categorie:Geschiedenis van Frankrijk
-
Categorie:Oorlog in de 14e eeuw Categorie:Oorlog in de 15e eeuw ja:百年戦争 ko:백년 전쟁

Dertigjarige Oorlog

De Dertigjarige Oorlog duurde van 1618 tot 1648 en eindigde met de Westfaalse Vrede, Vrede van Münster en Vrede van Osnabrück. De dertigjarige oorlog geldt als een van de eerste moderne 'landoorlogen'. Zo kwam éénderde van de bevolking van het Heilige Roomse Rijk om het leven, en het land liep een grote achterstand in zijn ontwikkeling op. De oorzaak van de oorlog ligt op verschillende gebieden. Een van de oorzaken was het spanningsveld tussen de protestanten en de katholieken in Duitsland. Een andere oorzaak wordt gevormd door de geringe macht van het Habsburgse keizerrijk. De aanleiding tot de oorlog was de verkiezing van de fanatiek katholieke Ferdinand, aartshertog van Stiermarken, als koning van het overwegend protestantse Bohemen. Bezorgd over hun religieuze vrijheid, kwam het tot ongeregeldheden, waarbij in mei 1618 twee katholieke adviseurs uit de kasteelramen van de Praagse burcht werden gegooid (Tweede Praagse Defenestratie). Spoedig breidde het conflict zich uit tot groot-Bohemen: Bohemen, Silezië, de Lausitz en Moravië. De inwoners van Bohemen kozen de keurvorst van de Palts als hun vorst, waarna ook de vorst van Beieren zich in het conflict mengde. Op deze wijze breidde het conflict zich over heel Duitsland uit. De Dertigjarige oorlog wordt in vier fasen verdeeld: :Boheemse periode 1618-1623 :Deense periode 1623-1630 :Zweedse periode 1630-1635 :Franse periode 1636-1648 Categorie:Dertigjarige Oorlog Categorie:Heilige Roomse Rijk ja:三十年戦争

Slag bij Heiligerlee

De Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568 wordt algemeen beschouwd als het begin van de Tachtigjarige oorlog. De slag vond plaats bij het plaatsje Heiligerlee nabij Winschoten in de provincie Groningen.

Partijen


- Staatsen: 3900 man infanterie en 200 man cavalerie, geleid door graaf Lodewijk van Nassau en graaf Adolf van Nassau
- Koningsgezinden: 3200 man infanterie en 20 ruiters, geleid door Johan de Ligne, graaf van Aremberg.

Wat vooraf ging

Willem van Oranje had lang geaarzeld voor hij iets ondernam tot hulp aan de verdrukte Nederlanden. Nog in 1567, tijdens de slag bij Oosterweel, verhinderde hij vanuit Antwerpen het protestantse leger te hulp te komen. Maar zijn eigen behandeling gecombineerd met dagelijkse verzoeken tot hulp, veranderden zijn mening. Hij benaderde verscheidene Duitse vorsten om financiële hulp, en verkocht 'zilverwerk, kleinodiën, tapijten en ander vorstelijk huissieraad'. Hij vond Coqueville, een edelman uit Normandië, bereid om met zeven of achthonderd man vanuit Frankrijk een inval in Artois en Henegouwen te doen. De Graaf van Hoogstraten zou langs de grote rivieren naar Gelderland trekken. Zijn broer graaf Lodewijk van Nassau zou in Friesland en Groningen een aanval ondernemen. Hijzelf zou in Brabant oprukken zodra hij vernam, dat Alva zijn leger over deze drie invallen verdeeld zou hebben. Alva wist te bewerkstelligen dat de koning van Frankrijk Coqueville terugriep. Coqueville werd later op last van de Franse koning als rover onthoofd. De inval langs de Maas werd in de slag bij Daalhem gestopt. Van de drie invallen werd de aanval in het noorden het succesvolst. De staatsen trokken bij Bellingwolde het land binnen en namen het slot te Wedde, de ambtszetel van de Spaanse landvoogd Johan de Ligne, graaf van Aremberg, bij diens afwezigheid in. Hierna richtten ze zich op de stad Groningen om deze over te halen zich voor de opstand te verklaren, maar deze poging mislukte.

De veldslag

Op 23 mei verkeerde het staatse leger in slechte toestand door honger en achterstallige soldij betaling (een endemisch probleem in die tijd). Graaf Lodewijk wist ze echter toch nog een keer in de wapens te krijgen. Toen Lodewijk van Nassau vernam dat zijn tegenstander tegen hem optrok, wist hij zijn troepen toch te motiveren en stelde hen op bij het klooster van Heiligerlee. Het terrein bevatte drie heuvels, op een hiervan stond het klooster. Achter de heuvels verschanste hij het meerendeel van zijn troepen. Voor de heuvel met het klooster liep een weg, tussen de heuvels bevonden zich kuilen ontstaan door turfwinning. Ook in deze kuilen werd infanterie verstopt. Tussen de weg en de heuvels bevond zich drassig land. Met zijn ruiters ondernam Adolf van Nassau een aanval op het Spaanse leger. Aremberg, die van plan was op meer versterkingen te wachten, werd verleid de staatse ruiters te achtervolgen. De staatse ruiters lokten het Spaanse leger over de weg tussen de heuvels door. De Spaanse troepen kwamen hierbij terecht in het drassige terrein tussen de heuvels, waar ze een gemakkelijke prooi werden voor de staatse schutters van Lodewijk. Volgens sommige bronnen sneuvelde Adolf bij de ruiteraanval op het Spaanse leger, volgens andere berichten nadat zijn paard op hol sloeg tijdens het hoofdgevecht en hij midden tussen de vijandelijke troepen belandde. De verliezen aan Staatse zijde worden op 50 man geraamd, aan Spaanse zijde op 1500-2500 man. De Staatse troepen maakten ook 7 stukken geschut buit.

De gevolgen

Deze slag was de eerste succesvolle actie van de Nederlandse opstand. Als zodanig wordt de slag als het begin van de tachtigjarige oorlog beschouwd. Hierbij telt ook mee dat de vrede in 1648 was gesloten. Was de vrede een jaar eerder gesloten, dan was mogelijk de slag bij Oosterweel uit 1567 als het begin van de tachtigjarige oorlog beschouwd. Het is immers prettig om over ronde aantallen te praten. Het langetermijn effect van de slag bij Heiligerlee was beperkt. Door de op deze slag volgende nederlaag in de slag bij Jemmingen leverde de overwinning geen strategisch voordeel op. De dood van Adolf van Nassau in het 4e couplet van het Wilhelmus gememoreerd:
Graef Adolff is ghebleven, In Vriesland in den slaech. Deze zin staat ook te lezen op het momument voor de Slag bij Heiligerlee, dat in 1868 door Koning Willem III werd onthuld. In Heiligerlee is overigens nog steeds een museum, dat iets van de geschiedenis van de slag toont. Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw Heiligerlee, slag bij Heiligerlee

Geuzen (geschiedenis)

Met de term geuzen werden aanvankelijk de Nederlandse tegenstanders van de Spaanse koning Filips II aangeduid. Later verwees de term specifiek naar de partizanen die te land (de zogeheten "bosgeuzen" of "wilde geuzen") dan wel te water ("watergeuzen") de Spanjaarden bestreden. Bekend is vooral de verovering, op 1 april 1572, van het stadje Den Briel (Brielle) door de door Lumey en Treslong aangevoerde watergeuzen. Deze watergeuzen, die ooit door Willem van Oranje voorzien waren van kaperbrieven, waren gemengd qua samenstelling. Deels bestond de geuzenvloot uit ballingen om het geloof en verarmde adel, deels uit werkloze zeelui, avonturiers en marginale elementen, vaak gewone misdadigers. De geuzenvloot was in de periode 1567-1572 eigenlijk het enige werkelijk effectieve machtsmiddel dat Prins Willem tegen de Spanjaarden kon inbrengen. Vooral in 1572 blijkt de grote betekenis van de geuzenvloot. De inneming van Den Briel op 1 april 1572 is het signaal voor de algehele volksopstand in de Nederlanden. Bij het ontzet van Alkmaar en Leiden was de aanwezigheid van de watergeuzen van vitaal belang. Ook de verovering van Middelburg op 19 februari 1574 is een daad van de geuzen geweest. In mei 1574 verslaat de geuzenvloot de Spaanse vloot op de Zuiderzee. De betekenis van de watergeuzen voor het verloop van de Tachtigjarige oorlog kan moeilijk worden overschat. Anderzijds vermoordden de watergeuzen op grote schaal katholieke burgers en geestelijken en werden kloosters geplunderd, dit alles tot woede van Willem van Oranje. Uiteindelijk liet Willem van Oranje Lumey ontslaan voor zijn aandeel in de moord op de Martelaren van Gorcum. Een gevolg van de terreur was dat er van een volksopstand al snel geen sprake meer was en katholieken steeds meer terugkeerden naar het Spaansgezinde kamp. De slag op de Zuiderzee werd aangevoerd door de geuzenadmiraal Boisot. Reeds op 11 oktober 1573 wist Boisot de Spaanse admiraal Bossu gevangen te nemen. Het woord geus is afgeleid van het Franse gueux. Dat woord betekent armoedzaaier of schooier, maar het kreeg een positieve betekenis voor al wie in die tijden niet Spaansgezind was. De oorsprong van de benaming 'geus' ligt bij een uitspraak van graaf Karel van Berlaymont ('Ce ne sont que des gueux': vertaling: het zijn slechts bedelaars), die landvoogdes Margaretha van Parma gerust wilde stellen toen de in het Eedverbond der Edelen verenigde aristocratie haar op 5 april 1566 een smeekschrift aanbood, gericht tegen Filips II en de inquisitie. Zij namen daarop zelf het scheldwoord over en veranderden het daarmee van een negatieve in een positieve benaming. Nog altijd wordt de term geuzennaam op die manier gebruikt. Zie ook Geuzenpenning en Geuzennaam en voor de uitvoering van vroege geuzenpenningen Geuzen- en aanverwante penningen.

Externe link


- http://members.home.nl/tetrode/ Geïllustreede geschiedenis van de Watergeuzen door Marcel Tettero
- http://roepstem2.tripod.com/geuzen.html/ De Waalse bijdrage in de Geuzen; door "De Roepstem" Categorie:Tachtigjarige Oorlog categorie:Scheldwoord

Marnix van St. Aldegonde

Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde (Brussel na 7 maart en voor 20 juli 1540Leiden 15 december 1598) was een Zuid-Nederlands schrijver en assistent van Willem van Oranje. Marnix is tegenwoordig vooral bekend als auteur van het Wilhelmus, het Nederlandse volkslied. Of hij daadwerkelijk de schrijver is, staat echter allerminst vast. Wellicht is het aan hem toegeschreven omdat hij schrijver was en voor Willem van Oranje werkte in de tijd dat het Wilhelmus is ontstaan. Marnix was een overtuigd calvinist geworden nadat hij te Bazel bij Calvijn had gestudeerd. Na de Beeldenstorm (1566) vluchtte hij naar Duitsland, waar hij diverse polemische stukken deed verschijnen. Het bekendste daarvan is De Byencorf der H. Roomsche Kercke (1569). Vanaf 1571 was hij in dienst van Willem van Oranje, wiens overgang tot het calvinisme hij bevorderde. Marnix was Willems rechterhand, en voerde vele diplomatieke, politieke en militaire taken uit. In de strijd tegen Spanje (Tachtigjarige Oorlog) werd hij in 1573 door de Spanjaarden gevangen genomen; een jaar later kwam hij weer vrij bij een uitwisseling van gevangenen. In 1583 gaf Willem hem een belangrijke bestuursfunctie in Antwerpen, buitenburgemeester, en werd hem opgedragen de stad te verdedigen. Tegen de Spaanse overmacht was dit echter een schier onmogelijke opdracht. Marnix ging echter zover ervoor te pleiten de gehele Opstand maar te beëindigen, waarna hij bij Willem en de Staten-Generaal in ongenade viel. Antwerpen viel in 1585. Sinds die tijd richtte hij zich geheel op het schrijven. De Staten van Holland droegen hem in 1594 op de bijbel te vertalen, maar door zijn dood in 1598 kon hij die klus niet afmaken. Minder bekend is zijn werk als cryptograaf. Hij wordt beschouwd als de eerste cryptograaf in Nederland (cf. het boek The Codebreakers) Alle portretten die bekend zijn van Marnix zijn waarschijnlijk gebaseerd op een gravure van Jacques de Gheyn II.

Trivia

Naar Marnix zijn o.a. de vrijmetselaarsloge Marnix van St Aldegonde, het Marnix Gymnasium te Rotterdam en de serviceclub de Marnixring vernoemd. Marnix categorie:Cryptografie

Geuzen (geschiedenis)

Met de term geuzen werden aanvankelijk de Nederlandse tegenstanders van de Spaanse koning Filips II aangeduid. Later verwees de term specifiek naar de partizanen die te land (de zogeheten "bosgeuzen" of "wilde geuzen") dan wel te water ("watergeuzen") de Spanjaarden bestreden. Bekend is vooral de verovering, op 1 april 1572, van het stadje Den Briel (Brielle) door de door Lumey en Treslong aangevoerde watergeuzen. Deze watergeuzen, die ooit door Willem van Oranje voorzien waren van kaperbrieven, waren gemengd qua samenstelling. Deels bestond de geuzenvloot uit ballingen om het geloof en verarmde adel, deels uit werkloze zeelui, avonturiers en marginale elementen, vaak gewone misdadigers. De geuzenvloot was in de periode 1567-1572 eigenlijk het enige werkelijk effectieve machtsmiddel dat Prins Willem tegen de Spanjaarden kon inbrengen. Vooral in 1572 blijkt de grote betekenis van de geuzenvloot. De inneming van Den Briel op 1 april 1572 is het signaal voor de algehele volksopstand in de Nederlanden. Bij het ontzet van Alkmaar en Leiden was de aanwezigheid van de watergeuzen van vitaal belang. Ook de verovering van Middelburg op 19 februari 1574 is een daad van de geuzen geweest. In mei 1574 verslaat de geuzenvloot de Spaanse vloot op de Zuiderzee. De betekenis van de watergeuzen voor het verloop van de Tachtigjarige oorlog kan moeilijk worden overschat. Anderzijds vermoordden de watergeuzen op grote schaal katholieke burgers en geestelijken en werden kloosters geplunderd, dit alles tot woede van Willem van Oranje. Uiteindelijk liet Willem van Oranje Lumey ontslaan voor zijn aandeel in de moord op de Martelaren van Gorcum. Een gevolg van de terreur was dat er van een volksopstand al snel geen sprake meer was en katholieken steeds meer terugkeerden naar het Spaansgezinde kamp. De slag op de Zuiderzee werd aangevoerd door de geuzenadmiraal Boisot. Reeds op 11 oktober 1573 wist Boisot de Spaanse admiraal Bossu gevangen te nemen. Het woord geus is afgeleid van het Franse gueux. Dat woord betekent armoedzaaier of schooier, maar het kreeg een positieve betekenis voor al wie in die tijden niet Spaansgezind was. De oorsprong van de benaming 'geus' ligt bij een uitspraak van graaf Karel van Berlaymont ('Ce ne sont que des gueux': vertaling: het zijn slechts bedelaars), die landvoogdes Margaretha van Parma gerust wilde stellen toen de in het Eedverbond der Edelen verenigde aristocratie haar op 5 april 1566 een smeekschrift aanbood, gericht tegen Filips II en de inquisitie. Zij namen daarop zelf het scheldwoord over en veranderden het daarmee van een negatieve in een positieve benaming. Nog altijd wordt de term geuzennaam op die manier gebruikt. Zie ook Geuzenpenning en Geuzennaam en voor de uitvoering van vroege geuzenpenningen Geuzen- en aanverwante penningen.

Externe link


- http://members.home.nl/tetrode/ Geïllustreede geschiedenis van de Watergeuzen door Marcel Tettero
- http://roepstem2.tripod.com/geuzen.html/ De Waalse bijdrage in de Geuzen; door "De Roepstem" Categorie:Tachtigjarige Oorlog categorie:Scheldwoord

Antwerpen

Antwerpen (Stad) is de tweede stad van België en de grootste van het Vlaams Gewest. De stad heeft 162.087 (2005) inwoners, de gemeente 455.713 (2005) en de totale agglomeratie circa 800.000. Het is de hoofdstad van de provincie Antwerpen en de belangrijkste plaats in de gemeente Antwerpen. De stad ligt grotendeels op de rechteroever van de Schelde en is bekend voor zijn uitgestrekt havengebied met internationaal vrachtvervoer. Antwerpen staat wel bekend als 'het Jeruzalem van het Westen' vanwege de grote joodse gemeenschap, waarvan velen erg orthodox zijn. Antwerpen is het hart van de diamantindustrie, zowel op het gebied van handel als van slijpen. Vanaf de jaren 1990 staat de stad ook bekend vanwege modeontwerp, door enkele succesvolle studenten van de Mode-Academie. Antwerpen staat ook bekend om zijn dierentuin, die één van de oudste ter wereld is. De Antwerpse 'Zoo' bevindt zich midden in de stad en huisvest meer dan 4000 dieren. De Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde houdt het welzijn van talloze dieren in de gaten en helpt al meer dan 100 jaar bedreigde diersoorten te beschermen. De inwoners van Antwerpen worden Sinjoren genoemd. De burgemeesters van de stad waren sinds de Tweede Wereldoorlog Camille Huysmans (1933-1940, 1944-1946), Lode Craeybeckx (1947-1976), Frans Detiège (1976), Mathilde Schroyens (1977-1982), Bob Cools (1983-1994), Leona Detiège (1995-2003) en Patrick Janssens (2003-), allen van socialistische signatuur. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1976 behaalde de SP 34 % van de stemmen; in 2000 was dat teruggelopen tot 20 %. De CVP behaalde in 1976 30 % en slechts 11 % in 2000. De PVV klom van 11 % in 1976 naar 17 % voor de VLD in 2000. De Volksunie behaalde in 1976 16 % van de stemmen en 3 % in 2000. De KPB en de PVDA hadden in 1976 elk 2 %; de PVDA benaderde dat resultaat opnieuw in 2000. Het Vlaams Blok had in 2000 33 % van de stemmen. Vlaams Blok] Vlaams Blok Vlaams Blok Vlaams Blok Vlaams Blok Vlaams Blok

Gemeentelijk herindeling

Op 1 januari 1983 werd de toenmalige gemeente Antwerpen fors uitgebreid met zeven randgemeenten (Berchem, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Hoboken, Merksem en Wilrijk) . De nieuwe gemeente Antwerpen is sindsdien veruit de grootste gemeente van België. De voormalige randgemeenten zijn nu districten binnen de gemeente Antwerpen. De gemeente Antwerpen telde op 31 januari 2004 455.713 inwoners. Hieronder een overzicht met het aantal inwoners (2005) per kern: (
- Voor alle duidelijkheid: Het achtste district Berendrecht-Zandvliet-Lillo behoorde al voor de gemeentelijke herindeling van 1983 tot de toenmalige gemeente Antwerpen.

Geschiedenis

Vooral het Antwerpen van Karel V en de vroege jaren van Filips II in de 16e eeuw was een zeer welvarende en bijzonder belangrijke havenstad, die een tijdlang de toon aangaf in West-Europa. Omstreek 1400 was Antwerpen nog een betrekkelijk kleine stad, met nog geen 10.000 inwoners. In de 15e eeuw begint de stad zich echter bliksemsnel te ontwikkelen tot één van Europa's grootste handelssteden. In 1500 had de stad ongeveer 50.000 inwoners, omstreeks 1560 werd het aantal van 100.000 bereikt. Antwerpen kan met enig recht de geboorteplaats van de vrije markt genoemd worden, omdat in die tijd de handelaren van Antwerpen een aantal praktijken invoerden die nu nog een deel van het economisch systeem vormen, bijvoorbeeld het aandeelhouderschap en de effectenbeurs. Halverwege de 16e eeuw begint het calvinisme grote aanhang te krijgen in de stad. Bij een omstreeks 1580 door stadhouder Willem van Oranje georgani