Home About us Products Services Contact us Bookmark
:: wikimiki.org ::
Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus

Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus

TIBERIVS CLAVDIVS CAESAR AVGVSTVS GERMANICVS of Tiberius Claudius Nero Caesar Drusus of Claudius Caesar Augustus Germanicus (geboren in 10 v. Chr. als TIBERIVS CLAVDIVS DRVSVS waaraan later, nog vòòr het verkrijgen van de keizerlijke macht de cognomina NERO en GERMANICVS toegevoegd werden) was nà Augustus de derde keizer ("princeps") van het oude Rome. Zijn onmiddellijke voorganger was Caligula, die in 41 vermoord was. Claudius was de oom van Caligula, en was zo'n vijftig jaar oud toen hij de opperste macht verwierf.

Voorgeschiedenis

Claudius was lichamelijk enigszins gehandicapt (hij liep mank, stotterde en was waarschijnlijk licht spastisch), waardoor hij door veel van zijn tijdgenoten als achterlijk werd beschouwd, hoewel er geestelijk niks mis met hem was. Zijn directe familie liet hem meestal links liggen; hoewel zijn oudoom keizer Augustus wel plezier had in de verlegen maar intelligente jongen en vaker met hem optrok. Zijn eigen moeder Antonia Augusta en grootmoeder Livia Drusilla, de laatste vrouw van Augustus, spraken met hoon en minachting over zijn gebreken en wilden hem eigenlijk het liefst nooit zien. Toen hij officieel meerderjarig werd en de toga mocht dragen als teken hiervan werd de ceremonie 's nachts en in het geheim voltrokken. Normaal was dit een grote gebeurtenis in het leven van een Romeinse jongen als hij openbare ambten mocht gaan bekleden en zijn mening mocht laten horen over politieke zaken en werd dit groots gevierd. Claudius kreeg echter nooit een post in het leger of het bestuur aangeboden om hem voor te bereiden als machtsbekleder. Waarschijnlijk heeft hij hieraan wel zijn overleven te danken temidden van zijn complotterende omgeving die hem nooit als een serieuze rivaal voor de macht zag. De meer ambitieuze leden van zijn familie sneuvelden meestal al vrij jong onder verdachte omstandigheden zoals zijn populaire broer Germanicus. Claudius zelf vond het niet erg dat hij niet werd betrokken in de vele intriges die in de familie speelden en door het ontbreken van verantwoordelijkheden kon hij zich wijden aan zijn liefhebberijen zoals geschiedenis, literatuur en studeren in het algemeen. Vooral de Etrusken hadden zijn belangstelling en hij leerde zelfs de Etruskische taal van de weinige mensen die dat toen nog spraken. Bekend is dat Claudius een geschiedenis van de Etrusken schreef en een woordenboek Etruskisch; allebei tot verdriet van hedendaagse historici helaas verloren gegaan. Met Augustus kon Claudius gelukkig redelijk goed opschieten maar met zijn oom Tiberius had hij een veel koelere relatie. Of anders gezegd, deze wilde hem eigenlijk nooit zien wat Claudius waarschijnlijk allang best vond. Maar zijn neef Gaius 'Caligula' had meer belangstelling voor Claudius, maar dan in negatieve zin: deze dreef graag (liefst in het openbaar..) de spot met zijn onbeholpen oom. Gelukkig hoefde hij maar af en toe op te komen draven.

Keizer

Na de dood van Gaius ("Caligula") dreigde de praetoriaanse garde te worden opgeheven. Terwijl de senaat debateerde over de mogelijkheid de Romeinse Republiek te herstellen, werd in het praetoriaanse kamp, waar men de bui al zag hangen, snel Claudius tot keizer uitgeroepen. Deze had daar volgens sommige kroniekschrijvers absoluut geen zin in maar had weinig keus; hij was de enig overgebleven prins van de Julisch-Claudische dynastie die in aanmerking kwam voor de troon (maar anderen schrijven dat hij wellicht niet zo onschuldig was als leek en zelfs meegeholpen had met het opruimen van de hem vernederende Caligula). Pogingen van senatoren tot een staatsgreep mislukten en tijdens zijn regeringsperiode werden 35 van hen terecht gesteld. Hoewel zijn verhouding met de senaat dus ronduit slecht te noemen was, wordt Claudius toch over het algemeen en ook door tijdgenoten beschouwd als een goede regeerder. Misschien mede door zijn grote belezenheid wist hij voor veel bestuurlijke problemen meestal snel een antwoord te vinden. Hij vergrootte en verbeterde flink de organisatie van het overheidsapparaat. Belangrijk voor Rome was dat hij de haven Ostia flink liet uitbreiden en extra pakhuizen liet bouwen zodat de graan voorziening voor de stad beter gewaarborgd was. Één van de wapenfeiten van Claudius is de Romeinse invasie van Brittannië in 43. Julius Ceasar had een eerste verkenning van het eiland uitgevoerd maar de 80 jaar erna waren er geen Romeinen meer geweest. Claudius wilde graag een verovering op zijn naam hebben en besloot het eiland, waar vandaan geregeld piraten last veroorzaakten aan de Romeinse kuststreken, te 'pacificeren' en in te lijven. Bij zijn leven werd het zuiden veroverd en zijn opvolgers voltooiden de verovering tot aan de schotse hooglanden waar de Picten te sterk bleken. Claudius wordt twee keer vermeld in het bijbelboek Handelingen als degene die de Joden bevolen heeft Rome te verlaten na onlusten in de stad. Ook zou tijdens zijn regering een hongersnood het Rijk getroffen hebben. Volgens Romeinse kronikeurs hield Claudius van weelderige feesten waar hij zoveel (vr)at en dronk dat hij er ziek van werd. Dit werd ernstig afgekeurd door deze schrijvers maar Claudius viel hierin niet echt bijzonder op: dit was de gewoonte onder de rijke Romeinse elite.

Echtgenotes en dood

Claudius had niet veel geluk met zijn echtgenotes en vooral Messalina was een ongeremd persoon die Claudius voor schut zette met haar sexuele uitspattingen. Toen Claudius eens op inspectiebezoek was in Ostia trad Messalina bij een 'wild feest' op als de bruid van haar minnaar waarna ze zich lieten uitroepen als de nieuwe keizer en keizerin. Op sterk aandringen van zijn adviseurs liet hij haar tenslotte executeren. Claudius werd in 54 n. Chr. met vergiftigde champignons vermoord door zijn vierde vrouw, Julia Agrippina Minor, dochter van zijn broer Germanicus en Vipsania Agrippina Maior. Ze had Claudius overgehaald om haar zoon uit een vroeger huwelijk te adopteren. Deze zoon was de later zo beruchtte keizer Nero. Hij werd op zijn zestiende als troonopvolger aangewezen, Claudius' zoon Britannicus werd hiervoor gepasseerd. De eerste moordpoging mislukte echter jammerlijk. Claudius had last van buikloop en hield daarom het gif niet vast in zijn darmen. Bij de tweede poging lukte het echter wel: hij werd vermoord door zijn eigen lijfarts, Xenophos. Deze vermoordde hem door hem een giftige veer in zijn keel te steken (de Romeinen staken bij lange banketten veren in hun keel om de braakreflex op te roepen, zodat ze daarna met een lege maag verder konden eten).

Bronnen over Claudius

Het leven van Claudius is het onderwerp van de boeken I, Claudius en Claudius the God van Robert Graves; hoewel hier primair van een literaire behandeling sprake is, en geen geschiedkundige, is de schrijver toch nauwgezet binnen historisch verantwoorde grenzen gebleven. De boeken zijn ook bewerkt tot een succesvolle BBC -televisieserie, met Derek Jacobi in de hoofdrol. In de inleiding van Claudius the God geeft Robert Graves een lijst van de antieke bronnen die over Claudius (en de wereld waar hij in leeft) beschikbaar zijn:
- Tacitus (Jaarboeken (Annales) - het eerste deel van Claudius' bestuur uit de jaarboeken is evenwel verloren gegaan. De bewaarde delen uit jaarboek 11 en 12 behandelen de 8 laatste jaren van zijn regeringsperiode)
- Suetonius (Claudius is hier de vijfde van de Twaalf Caesaren - Suetonius telt immers Julius Caesar mee als de eerste "Caesar")
- Dio Cassius (in de onvolledig bewaarde Romeinse Geschiedenis)
- Plinius de jongere
- Varro
- Valerius Maximus
- Orosius
- Frontinus
- Strabo
- Julius Caesar (stierf enkele decennia voor de geboorte van Claudius, maar is wel een uitstekende bron over de aanloop naar de Julisch-Claudische dynastie, waartoe ook Claudius behoorde)
- Columella
- Plutarchus (schreef geen biografie over Claudius, maar wel over vele Romeinse en Griekse persoonlijkheden uit de periode van voor onze tijdrekening)
- Josephus
- Diodorus Siculus
- Photius
- Xiphilinus
- Zonaras
- Seneca de jongere (onder andere het satirische Apocolocyntosis divi Claudii, geschreven kort na de dood van Claudius. Seneca was verbannen geweest onder Caligula, daarna door Claudius teruggehaald om Nero op te voeden)
- Petronius
- Juvenalis
- Philo
- Celsus
- De auteurs van de handelingen der apostelen, en de apocriefe evangeliën van Nicodemus en Jacobus (door Graves waarschijnlijk eerder vermeld in verband met de evolutie in het oostelijk deel van het Romeinse rijk in de regeringsperiode van Claudius: rechtstreekse details over Claudius' leven zal men hier niet vinden)
- Tenslotte zijn van Claudius zelf enkele brieven en toespraken (onvolledig) overgeleverd.

Zie ook


- Letters van Claudius

Externe links


- [http://www.gnomon.ku-eichstaett.de/LAG/claudius.html Claudius (FGrHist 276) - der Prinzeps als Gelehrter, 1997.]
- [http://www.ethesis.net/rom_keizers/rom_keizers_inhoud.htm , De relatie van de keizers Claudius, Nero en Trajanus met de Italische steden. Een onderzoek van epigrafisch en historiografisch materiaal, diss. Universiteit Gent, 1998.]
- [http://www.roman-emperors.org/claudius.htm , art. Claudius (41-54 A.D.), in DIR (1998).] Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, Tiberius ja:クラウディウス ko:클라우디우스

10 v. Chr.

---- Gebeurtenissen:
- Het gebied van de Chatti en de Cherusci is bezet en een flink kamp (Castra Vetera) is gebouwd in Xanten. Ook aan de Lippe zijn er gevechten en er is aan de bron een fort gebouwd, Aliso. Drusus kan nu zijn aandacht naar het zuiden verleggen.
- Na bijna vijftig jaar bezetting weten de bewoners van Oost-Turkestan (Xinjiang) de Chinezen te verdrijven.
- Limoges wordt opgericht als Augustoritum door Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus) als een belangrijk kruispunt van wegen. ---- Geboren:
- Claudius, Romeins keizer.
- Paulus wordt uit joodse ouders geboren in Tarsus (Cilicië). ---- Overleden: Categorie:1e eeuw v. Chr. ko:기원전 10년

Princeps

Princeps was een laatrepublikeinse titel in het Romeinse Rijk die gegeven werd aan senatoren - meestal oud-consuls - die door hun gezag en politieke overwicht eersten onder gelijken waren. Er was geen imperium (bevelhebberschap) aan verbonden, maar een princeps oefende zijn invloed slechts uit door zijn ervaring en bewezen capaciteit, kortom op basis van een zeker auctoritas (moreel gezag). Dit zou leiden tot het ontstaan van een monarchale staatsvorm: het principaat. Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus), die in 43 v. Chr. samen met Marcus Antonius en Lepidus een triumviraat oprichtte om in opdracht van de Senaat de republiek te herstellen, zou nadat hij in 31 v. Chr. zijn collega Marcus Antonius verslagen had bij Actium, en zijn bijzondere bevoegdheden had neergelegd in 27 v. Chr. door de Senaat belast werden met het imperium over bijna alle door hem veroverde gebieden - waar bijna alle legioenen gevestigd waren - voor een periode van tien jaar en ontving de religieus be-laden titel van augustus (verhevene) en titel van princeps. In 23 v. Chr. deed hij afstand van zijn functie van consul - dat hij tot dan toe had bezetten. Hij kreeg de tribunica potestas, wat hem vetorecht opleverde. Daarbovenop bezat hij al een imperium proconsulare over alle legioenen en de mogelijkheid deze ook te laten ingrijpen in de senatoriale provincies. Daar hij echter niet in alle provincies tegelijk kon zijn, droeg hij zijn imperium militiae over op legati die slechts mochten handelen met zijn toestemming. De functie van princeps en vele andere zijn echter nooit - formeel - erfelijk geworden1). Als princeps kon hij echter wel zijn invloed aanwendden om zijn erfgenaam tot de op één na belangrijkste man te maken, waardoor deze geheid de nieuwe princeps zou worden. Augustus is zich altijd blijven beschouwen als een primus inter pares (eerste onder de gelijken) ten opzichte van de Senaat, maar deze houding valt al snel weg bij zijn opvolgers.

Bibliografische referenties

1) E.B. Karge, Aspects of Tacitus’ presentation of Tiberius as princeps and proconsul, Michigan - Londen, 1973 (=1979), p. 105; 108.

Beknopte bibliografie

Tacitus, Annales: I-VI, trad. comm. M.A. Wes, ‘s Hertogenbosch, 1999. L. De Libero, art. Princeps (II), in NP 10 (2001), klm. 328 - 331. categorie:Titulatuur categorie:Romeinse politiek

Romeinse Oudheid

Het Romeinse Rijk (Latijn: Imperium Romanum) was een staat die ontstond rond het begin van de jaartelling en uiteindelijk in 476 weer uiteenviel. Het rijk strekte zich uit (zie kaart) rond de Middellandse Zee en omvatte ook West-Europa behalve Ierland en Scandinavië. Het was de opvolger van de Romeinse Republiek en had als zetel van de macht Rome.

Oorsprong en uitbreiding

Het verschil tussen de Republiek en het Rijk was voornamelijk een politieke. De Romeinse staat is ontstaan uit de stadstaat van Rome in de landstreek van Latium in Italië, volgens de legende gesticht in 753 v. Chr. door Romulus en Remus. Na een aantal (grotendeels legendarische) koningen werd de stad een republiek met een formidabele oorlogsmachine en een goedgeorganiseerd systeem van instellingen en wetten. In een paar eeuwen werd Italië verenigd onder Romeinse leiding. Dit gebeurde door bondgenootschappen aan te gaan met buurvolken maar ook door agressieve expansie oorlogen. Vanuit Italië veroverde Rome het gehele Middellandse-Zeegebied. Eerst was Carthago aan de beurt. Vervolgens werden de hellenistische staten in het oosten en zuid-oosten van de zee onderworpen. Tegelijkertijd kwam ook West-Europa onder Romeins gezag. Het rijk werd daardoor zo groot dat de republikeinse structuren niet meer toereikend waren. Er vond een roerige overgang naar een keizerrijk plaats. Caesar en Augustus stichtten zo een rijk dat onder keizer Trajanus zijn grootste omvang zou bereiken. Het reikte toen van Schotland tot Mauretanië, vandaar tot aan de Soedan, de Iraanse hooglanden. Georgië, de Krim, langs Donau en Rijn tot aan de Nederlandse kust.

Bestuur

In dit gigantische rijk werden vele talen gesproken, maar twee talen waren van algemeen belang: het Latijn in het westen en het Grieks in het hellenistische oosten. De bestuurders en intellectuele elite spraken beide talen als lingua franca. De Romeinen beheersten dit grote gebied door een "verdeel en heers" politiek. Sommige burgers die loyaal meewerkten kregen het fel begeerde Romeins burgerrecht. Merkwaardig in dit verband is de handige manier waarop de Romeinen met cultuur en godsdienst omgingen: de Romeinen namen "nieuwe" goden van ingelijfde volken makkelijk op in hun "Pantheon" en zolang men de keizer (Rome) maar erkende (en de bijbehorende plichten vervulde) kon men verder met de eigen cultuur en godsdienst naast anderen leven. Naast een superieur leger is dit een grondslag voor de "Pax Romana" die toch eeuwenlang een zekere rust bracht en de handel en wetenschap bevorderde. De Romeinen wisten de theoretische basis, gelegd door de Grieken, door hun groot pragmatisme te benutten en staan bekend als de eerste echte goede organisators of, zo u wilt, de eerste grootse opportunisten.

Late periode

Door het enorme gebied dat het Rijk bestreek werd het steeds lastiger om dit als een eenheidsstaat te besturen. Vooral omdat de verschillende provincies uiteenlopende behoeften en problemen hadden die een verschillende aanpak benodigden. Rond het jaar 300 werd daarom het Rijk bestuurlijk verdeeld in een Griekstalig oostelijk deel en Latijnstalig westelijk deel. De bedoeling was dat het rijk naar buiten als een eenheid zou blijven functioneren onder een enkele regering, maar intern en dan vooral op militair-defensief, economisch en belasting gebied, zouden de twee delen zoveel mogelijk zichzelf moeten zien te verzorgen. Na verloop van tijd evolueerde dit systeem natuurlijk tot een de facto verdeling. In 330 werd door keizer Constantijn de Grote ook de hoofdstad verplaatst van Rome naar Byzantium in het economisch en militair belangrijkere Oostelijk-deel. Byzantium werd omgedoopt tot Nova Roma maar was al snel beter bekend als Constantinopel (=De stad van Constantijn). In 395 was het rijk definitief uiteengevallen in een west en oostelijk deel. Constantinopel bleef de onbetwiste hoofdstad van het Oostelijke deel maar in het westen wisselde de hoofdstad enige malen. Dit gaf ook de onzekere toestand in het West-Romeinse rijk aan. Na Rome werd achtereenvolgens Milaan, Trier en Ravenna hoofdstad van het West-Romeinse rijk. De komst van het christendom betekende een grote omwenteling voor het Rijk. Na aanvankelijk zware vervolgingen van de christenen omdat deze geen goddelijke eer aan de keizers en de Romeinse goden wilden bewijzen werd het christendom door Constantijn in 330 erkend en door Theodosius I in 390 zelfs tot staatsgodsdienst verheven. Toen waren de rollen omgekeerd en braken er voor niet-christenen zware tijden aan. Ook de houding van de burgers tegenover het leger veranderde. Men vond het voor christenen niet wenselijk om in het leger of voor de staat te werken. Het Rijk ging daarom hoe langer hoe meer vertrouwen op vreemdelingen (Germanen) in belangrijke posities in het leger. Dit leidde tot grote politieke complicaties die tot de ondergang van het westelijk deel leidde in 476 met de val van de hoofdstad Ravenna. Het oostelijk deel (dat in de Middeleeuwen gewoon onder Romeinse Rijk bekend stond, maar sinds de 19e eeuw Byzantijnse Rijk genoemd wordt) kwam ook dicht bij de ondergang, maar beleefde daarna nog verscheidene perioden van bloei. In de Middeleeuwen was het steeds een van de belangrijkste spelers op het Europese politieke toneel. De laatste resten gingen pas in 1453 (Constantinopel) en 1461 (Griekenland) ten onder.

Blijvende betekenis voor de latere geschiedenis

Tot in onze moderne tijd waren er (met name expansionistische) staten die zich als de legitieme opvolger van het Romeinse Rijk zagen, of zichzelf tenminste zo presenteerden, zoals het Derde Rijk van de Duitse Nazi's of het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. Het begrip keizer is nauw met dit verschijnsel verwant. De aanwezigheid van de Romeinen in dit grote gebied is niet alleen zichtbaar door een groot aantal monumenten en ruïnes, zoals bijvoorbeeld de Porta Nigra in Trier en de muur van Hadrianus in het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele resten in de taal. Zo zijn het Frans, Italiaans, Spaans en nog een flink aantal andere Romaanse talen ontstaan uit de taal die de aldaar gelegerde Romeinse soldaten en kolonisten spraken. In West-Europa kan men nog goed de vroegere grens van het Romeinse rijk volgen omdat dit nog steeds de taalgrens is tussen de Romaanse talen, afgeleid van het Latijn en de Germaanse talen die buiten het rijk de overhand hadden. Ook in het Nederlands bestaan nog vele woorden die hun oorsprong in het Latijn hebben. De rechtspraak in Europese landen gaat vaak terug op het Romeins recht. De verreweg grootste denominatie in het christendom, de Rooms-katholieke Kerk gebruikt na 2000 jaar nog altijd als officiële taal het Latijn. Tot voor kort gebruikte eveneens de intellectuele elite van het Westen Latijn en Grieks als internationale taal en werden wetenschappelijke werken eerst in het Latijn gepubliceerd. In wetenschap en techniek zijn daarom nog steeds zeer veel vaktermen ontleend aan het Latijn en Grieks. In de architectuur voor monumentale gebouwen werd tot voor kort vaak teruggegrepen naar de Romeinse voorbeelden. Vooral in Amerika en Frankrijk is dit goed te zien. Kortom: de Romeinen (en de Grieken) zijn het fundament en de oorsprong van de latere Westerse beschaving. Het Romeinse Rijk heeft een groot aantal andere culturen, zelfs tot voorbij India, direct of indirect beïnvloed. Zo heeft de komst van Romeinse munten geleid tot de invoer van een eigen munt in het Oost-Aziatische Funanrijk.

Overzichtskaart Romeinse Rijk

Funan
Deze kaart laat zien hoe het Romeinse Rijk er omstreeks 395 uitzag, met de belangrijkste steden.
Dit waren vrijwel de ongewijzigde grenzen van 60 tot circa 395. Alleen Dacia (het huidige Roemenië) en Mesopotamië maakten tussen 100 en 200 nog kort deel uit van het rijk, maar Mesopotamië werd snel weer verlaten.

Gerelateerde onderwerpen


- Koningen van Rome
- Romeinse Republiek
- Keizers van Rome
  - West-Romeinse Rijk
  - Oost-Romeinse Rijk
    - Keizers van Byzantium ---------
- Geschiedenis van het Romeinse Rijk
- Romeinen in Nederland
- Romeinen in België Categorie:Historisch land in Europa Categorie:Romeinse oudheid ja:ローマ帝国 ko:로마 제국 simple:Roman Empire

41

---- Gebeurtenissen:
- januari. Met de dood van Gaius Iulius Caesar Germanicus (Caligula) is de gens Iulia uitgestorven en de Romeinse senaat overweegt terug te keren tot de Republiek. De Praetoriaanse garde vreest opgeheven te worden en zoekt naarstig naar een mogelijke opvolger. Zij vinden Claudius die tot de Claudische familie behoorde en dus door adoptie aan de keizerlijke familie gerelateerd was (zie Julisch-Claudische dynastie). Zij roepen Claudius tot princeps uit.
- Claudius aanvaardt op aandringen van de joodse prins Agrippa het purper en beloont de garde rijkelijk. Hij stelt een aantal Vrijgelatenen aan als minister, waarvan vooral Narcissus een zeer bekwaam bestuurder blijkt.
- Claudius schaft een flink aantal van Caligula's belastingen weer af. ---- Geboren: ---- Overleden:
- 24 januari: princeps Gaius Iulius Caesar Germanicus (Caligula) (vermoord door Cassius Chaerea en Cornelius Sabinus) ----

Zie ook


- Het getal 41 Categorie:1e eeuw ko:41년

Keizer Augustus

Gaius Julius Caesar Octavianus in het Latijn gespeld als Gaius Iulius Caesar Octavianus, bekend geworden als keizer Augustus (Rome 23 september 63 v. Chr. - Nola 19 augustus 14 n. Chr.), was de eerste princeps van 27 v.Chr. tot 14 n. Chr. Zijn moeder was een nicht van Gaius Julius Caesar. Toen Gaius Octavius Thurinus vier jaar was, overleed zijn vader. Vanaf dat moment hield Caesar zich bezig met de opvoeding van Gaius. Caesar adopteerde hem bij testament als zoon en maakte hem tot hoofderfgenaam. De naam van Gaius Octavius Thurinus werd na zijn adoptie Gaius Julius Caesar (Octavianus).

Levensloop

Gaius Julius Caesar Augustus' leven kende een turbulent verloop. Slechts achttien jaar oud vormde hij al een privéleger en liet hij zijn rechten gelden. Een keerpunt in het met bloed doordrenkte leven van Augustus is het jaar 27 v. Chr. wanneer hij de facto de heerser over het Romeinse Rijk wordt. In tegenstelling tot Caesar echter, liet hij de oude republikeinse functies bestaan.

Jeugd

Gaius Octavius Thurinus kwam op 23 september 63 v. Chr. ter wereld in Rome of Velitrae als zoon van Gaius Octavius en Atia, een nichtje van Gaius Iulius Caesar. Volgens onze bronnen zou zijn vader slechts een bankier geweest zijn, maar deze schopte het desalnietemin tot praetor. Het is wel zeker dat zijn vader behoorde tot de stand van de equites en niet tot die van de patriciërs,

Adoptie door Gaius Iulius Caesar

Door adoptie bij testament (adrogatio) werd de achttienjarige Octavius eigenaar van al Caesars bezittingen - en schulden - alsook drager van diens naam. Voortaan wenste hij aangesproken te worden als Gaius Iulius Caesar. Om hem te onderscheiden van zijn illustere (adoptie)vader kreeg hij het agnomen Octavianus, een naam die hijzelf niet gebruikte. Door zijn opname in de gens Iulia werd hij een patricier, wat zijn kansen op het consulaat aanzienlijk verbeterde.
Hij bleef niet bij de pakken zitten. Hij vormde op eigen initiatief een leger, waarmee hij zijn rechten liet gelden. Voortaan moest men in Rome rekening houden met Caesars jonge erfgenaam. Hij zou het voortouw nemen in de strijd tegen de moordenaars van Caesar en bij de vorming van het Tweede Triumviraat. Op 19 augustus 43 v. Chr. wordt Octavianus consul designatus. Deze datum beschouwt hij zelf als het begin van zijn politieke loopbaan.

Tweede triumviraat

Na de moord op Gaius Julius Caesar door Brutus en Cassius in 44 v. Chr., ontbrandde in Rome een machtsstrijd tussen Marcus Antonius (magister equitum (cf. rechterhand) van Caesar), legeraanvoerder Marcus Aemilius Lepidus en de toen 18-jarige Gaius Julius Caesar Octavianus (die door Caesar bij testament was geadopteerd). Zij besloten Rome 5 jaar lang gezamenlijk te leiden als het zogenaamde Tweede Triumviraat. Hierdoor zetten ze feitelijk de senaat buiten spel. In de eerste Slag bij Philippi (42 v. Chr.) verslaat Brutus Octavianus, maar Marcus Antonius verslaat Cassius. Deze, de enige veldheer van formaat aan Republikeinse zijde, pleegt zelfmoord in de veronderstelling dat Brutus ook verslagen is. In de tweede slag verslaat Antonius Brutus en redt Octavianus daarmee uit een netelige situatie. Brutus wordt gelegenheid gegeven zelfmoord te plegen. Daarop werd Lepidus op subtiele manier uit het Driemanschap gewipt. In 41 v. Chr. ontmoet Marcus Antonius de koningin van Egypte Cleopatra in Cilicië. Hij is zeer met haar ingenomen en vergeet Italië en zijn vrouw Fulvia volledig. Intussen trachtten Fulvia en Lucius Antonius de machtsbasis van Octavianus in Italië te ondergraven. Octavianus moet zelfs Rome verlaten, maar belegert Lucius in Praeneste en later Perusia. Datzelfde jaar huwt hij Clodia, de zuster van Publius Clodius Pulcher, maar dit huwelijk duurde slechts één jaar. In 40 v. Chr. viel Perusia, maar Octavianus spaart Lucius Antonius. Hij is immers 'zaakwaarnemer' voor Antonius. Voor de bevolking is hij minder vergevend er wordt een bloedbad aangericht. Hierop vertrekt hij naar Gallia om daar de postie van Antonius te ondergraven. Hij heeft het geluk dat dat heel soepel verloopt. Hij huwt tevens Scribonia, zuster van Lucius Scribonius Libo. De Parthen onder Orodes II zien hun kans schoon om in de aanval te gaan. Geholpen door een aantal mensen uit de Republikeinse partij nemen zij Syria en Asia Minor in. Antonius moet hier wel op reageren. Hij sluit vrede met Octavianus in Brundisium. Hierdoor wordt het Imperium Romanum in feite verdeeld onder Octavanius in het westen en Antonius in het oosten. Lepidus mag Africa hebben. Ter bezegeling trouwt Antonius met Octavia minor, Octavianus' zuster. In 39 v. Chr. sluiten Sextus Pompeius en Octavianus een overeenkomst in Misenum, maar het is wel duidelijk dat het een tijdelijke zaak zal zijn. Pompeius behoudt hierbij Sicilië. Door verraad verliest Pompeius echter Corsica en Sardinië aan Octavianus. Hiermee wordt de strijd hervat. Datzelfde jaar beviel Scribonia van een dochter: Iulia Caesaris minor. Intussen heeft Octavianus echter zijn oog laten vallen op Livia Drusilla en scheidt na de geboorte van zijn dochter van Scribonia. In 38 v. Chr. tracht Octavianus een landing op Sicilië uit te voeren maar wordt bij Cumae en Messana verslagen. Dit geeft Sextus Pompeius even respijt. In 37 v. Chr. verslaat een Romeinse vloot onder Marcus Vipsanius Agrippa, een jeugdvriend van Octavianus, Sextius Pompeius bij Mylae (Milazzo). Marcus Antonius huwt intussen de Egyptische koningin Cleopatra en draagt delen van Syrië en Fenicië aan Egypte over. In 36 v. Chr. wordt Octavianus door de senaat onschendbaar (sacrosanctus) verklaard. Daarenboven verklaart de senaat Egypte de oorlog, voor het inpalmen van delen van Syrië en Fenicië. Sextus Pompeius wordt nu eindelijk voorgoed uitgeschakeld. In 35 v. Chr. richt Octavianus zijn aandacht op de noordgrens en de bedreigde landbrug met het oosten: Dalmatia. De inwoners van Pannonia hadden immers een bondgenootschap gesloten met die van Dalmatia.

Octavianus huwt Livia Drusilla (39 v. Chr.)

Wanneer Gaius Iulius Caesar Octavianus in 39 v. Chr. de zwangere Livia Drusilla huwt, verbindt hij de gens Iulia met de gens Claudia. Dit huwelijk zou de basis leggen voor de latere Julisch-Claudische dynastie. Er gingen spotversjes de ronde dat enkel de gelukzalige kinderen krijgen in drie maanden. Livia werd uitgehuwelijkt aan Augustus door haar eigen echtgenoot Tiberius Claudius Nero.

Octavianus vs Marcus Antonius

Marcus Antonius begon echter een verhouding met de koningin van Egypte, Cleopatra, tijdens zijn verblijf in het Oosten. De machtsstrijd tussen de twee rivalen Marcus Antonius en Octavianus laaide op, nadat Marcus Antonius de scheidingsbrief naar Octavia had gestuurd. Octavianus speelde deze brief handig uit om Marcus Antonius in een slecht daglicht te stellen. In 31 v. Chr. mondde het dan ook uit in een openlijk oorlog tussen de twee rivalen. In de slag bij Actium, een plaatsje aan de westkust van Hellas, versloeg de vloot van Octavianus die van Cleopatra en Antonius, daar die van Cleopatra voortijdig de slag verliet. Antonius pleegde zelfmoord op zee en Cleopatra vluchtte naar Egypte en pleegde daar zelfmoord d.m.v een slangenbeet. Octavianus die in Alexandrië arriveert, laat het zoontje van Cleopatra en Gaius Julius Caesar, Caesarion, vermoorden en neemt de kinderen van Cleopatra en Marcus Antonius mee naar Rome. Nadat ze in gouden kettingen geslagen hebben meegelopen in Octavianus' triomftocht, worden ze opgenomen in het gezin van Octavia. Octavianus lijfde Egypte in als privaat bezit en maakte zich meester van de goedgevulde schatkist. Met de val van Egypte viel ook het laatste Hellenistische rijk. Daarmee werd Octavianus in 31 v. Chr. op 32-jarige leeftijd de onbetwiste heerser over het Romeinse Rijk. Alle rivalen waren uitgeschakeld en niemand durfde zijn positie meer te bedreigen.

Octavianus wordt princeps

Hellenistische rijk Octavianus' macht nam langzaam toe en in 27 v. Chr. kende de Senaat hem de religieus beladen eretitel Augustus ("De Verhevene") toe. De regeringsvorm die toen ontstond wordt wel het principaat (regering van de "eerste") genoemd (zijn gewenste aanspreektitel was dan ook princeps). Dit is afgeleid van de oude functie van princeps die Augustus echter bekleedde met de verschillende bevoegdheden die aan zijn persoon waren toegekend. De senaat bleef bestaan, maar werd ingeperkt door de door henzelf aan Augustus toegekende bevoegdheden:
- tribunica potestas (bevoegdheid van volkstribuun), wat hem toeliet zijn veto te stellen;
- imperium maius (hoogste opperbevel) over praktisch alle legioenen;
- Pontifex Maximus (opperpriester, cf. aartsbisschop)
- en de titel princeps (eerste), wat hem toeliet als eerste zijn mening te geven in de senaat. Daarnaast gaf deze titel hem ook een groot moreel gezag, wat kon doorwegen in de discussie.

Pax Romana vs. Pax Augusta

princeps Augustus wilde oorlog en onrust in het Romeinse Rijk vermijden. Hij deed dit onder meer door wegen aan te leggen waardoor het Romeinse leger snel kon oprukken om opstanden de kop in te drukken. De handelsvloot werd beschermd tegen piraten door Augustus' vloot. De vredige periode die 200 jaar zou duren, werd de Pax Augusta genoemd, naar analogie met de Pax Romana die naar absolute vrede streefde. Augustus vond dat er alleen maar vrede kon heersen in een behoorlijk begrensd rijk dat ten dienste moest staan van een schitterende economische en culturele ontwikkeling. De handel, de industrie en de landbouw namen in deze periode een bijzonder hoge vlucht rond de Middellandse Zee. Augustus stierf in 14 n. Chr. tijdens een reis naar Campanië; hij was 76 jaar oud en had 45 jaar geregeerd. Een zelfgeschreven overzicht van zijn daden (Res Gestae divi Augusti) werd als inscriptie voor zijn mausoleum en op ander plaatsen in het rijk aangebracht.

Augustus' opvolging

In zijn hele leven is Augustus drie keer getrouwd. In 41 v.Chr. trouwde hij met Clodia, dochter van de beruchte Publius Clodius Pulcher. In 40 v. Chr. trouwde hij met Scribonia, zuster van Lucius Scribonius Libo en kreeg van haar zijn enige biologische kind: Julia. De derde keer trouwde hij met Livia Drusilla in 38 v.Chr., de vrouw van Tiberius Claudius Nero, die haar echter aan de princeps afstond. Hij had geen zoon's die hem konden opvolgen en adopteerde er meerdere. Door omstandigheden kon geen van allen hem opvolgen en adopteerde Augustus op aandringen van Livia, die veel invloed op hem had in 4 n.Chr. Tiberius. Tiberius was de zoon van Livia uit een vorig huwelijk en Augustus was eigenlijk niet zo op hem gesteld. Livia Drusilla Voetnoten ---- De republikeinse functie die Caesar voor het leven was toegekend, werd vroeger slechts voor een half jaar uitgeoefend. Tijdens deze periode waren er maar twee functies, namelijk die van dictator en van magister equitum (cf. rechterhand). Het is dan ook begrijpelijk dat niet iedereen tevreden was met het feit dat zij geen politieke functie konden ambiëren zolang Caesar leefde.
[http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Cassius_Dio/48
- .html#44.5 , XLVIII 44.5.]
Egypte zal deze speciale positie blijven behouden onder Augustus' opvolgers.
Hoewel ze aan Augustus natuurlijk niets konden weigeren.
Er waren vanaf Caesar tot Augustus al drie burgeroorlogen uitgevochten (Caesar vs. Pompeius; Tweede triumviraat vs. Caesar-moordenaars; Octavianus vs. Marcus Antonius).
De Pax Augusti was realistischer, ze wenste de interne vrede te bewaren en oorlog buiten de grenzen van het Rijk houden.

Externe link


- [http://www.jerryfielden.com/essays/augustus.htm , Augustus and the Roman army: Mutual Loyalty and Rewards, 2000.]
- [http://www.vroma.org/~bmcmanus/augustus.html , Augustus and Tiberius: Historical background, VRoma.org, 2001.]
- [http://www.roman-emperors.org/auggie.htm , art. Augustus (31 B.C. - 14 A.D.), in DIR (2004).]
- [http://janusquirinus.org/Octavian/OctavianHome.html , Octavian/Augustus, JanusQuirinus.org, 2004.]
- art. Augustus, in de.Wikipedia. Julius Caesar Octavianus (Augustus), Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus), Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus), Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus), Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus), Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus), Gaius ja:アウグストゥス ko:아우구스투스 simple:Caesar Augustus

Livia Drusilla

Livia Drusilla (30 januari 58 v. Chr. - 29 n.C.), ook bekend als Iulia Augusta, was de derde echtgenote van de princeps Gaius Iulius Caesar Octavianus (Augustus) van 39 v. Chr. tot 14 na Chr. en "princeps-moeder" van 14 tot 29. Toen zij 16 jaar oud was, trouwde Livia met Tiberius Claudius Nero en kreeg twee kinderen, Tiberius (de latere princeps) en Nero Claudius Drusus. Vier jaar later, terwijl zij in verwachting was van Nero Claudius Drusus, dwong Augustus haar echtgenoot om van haar te scheiden, zodat hij, in 39 v. Chr. zelf met haar kon trouwen. Hoewel het een gelukkig huwelijk was dat 53 jaar zou duren, bleef het kinderloos. Na de dood van Augustus in 14, erfde zij de naam en titel Augusta en werd ze bij testament geadopteerd. Haar naam werd voortaan Iulia Augustaa). De tijd na Augustus' dood wordt gekenmerkt door haat tussen haar en haar zoon Tiberius terwijl zij probeerde de invloed van Lucius Aelius Seianus in te dammen. Bij haar begrafenis was Tiberius niet aanwezig, hij negeerde haar testament en verbood haar vergoddelijking. Haar kleinzoon Claudius deed dat uiteindelijk wel, 13 jaar later.

Gifmengster?

Een hele reeks personen die meer recht op de troon zouden hebben gehad dan Livia's zoon Tiberius was in de loop der jaren op betrekkelijk jeugdige leeftijd overleden. Er bestonden geruchten dat Livia hierin de hand zou hebben gehad, geruchten waaraan ook de historicus Tacitus op zijn minst een zeker geloof schonk. In de roman "I, Claudius" van Robert Graves vormt dit idee een kernstuk van de lijn van het verhaal. Aan de hand van de beschikbare bronnen kunnen deze beschuldigingen echter niet worden bevestigd, maar evenmin definitief ontzenuwd.

Antieke bronnen

a)Tac., Ann. I 13.6.

Externe link


- [http://hccl.byu.edu/classes/Livia-eh/Livia.html , The Family and Property of Livia Drusilla, diss. University of Pennsylvania, 1997.]
- [http://www.info-antike.de/livdrus.htm , Livia Drusilla – Iulia Augusta, info-antike.de, 1998.]
- [http://www.ljongma.dds.nl/nl/dossiers/livia.html , Livia Drusilla (58 v.Chr. - 29 na Chr.), Vereniging voor VrouwenGeschiedenis, 2003.]
- [http://www.roman-emperors.org/livia.htm , art. Livia (Wife of Augustus), in DIR (1999-2004).]
- [http://dominae.fws1.com/Influence/Livia%20Augusta/Index.htm , Livia Drusilla, Augusta: 58 BC - 29 AD, Feminae Romanae: The Women of Ancient Rome, 2001-2005.] Livia Drusilla Livia Drusilla ja:リウィア

Germanicus

:Deze pagina gaat over de Romeinse veldheer en broer van Keizer Claudius die doorgaans met de naam "Germanicus" wordt aangeduid - voor ander gebruik van de naam Germanicus, zie Germanicus (agnomen) Germanicus Caesar, meestal kortweg Germanicus (15 v. Chr.-19 na Chr.) was een vooraanstaand Romeins veldheer uit het Julisch-Claudische huis. Hij was de zoon van Nero Claudius Drusus en Antonia minor, een dochter van Marcus Antonius. Keizer Augustus was zijn grootoom: diens zuster Octavia minor was zijn grootmoeder langs moederszijde. Door twee opeenvolgende adopties (Tiberius door Augustus, Germanicus door Tiberius) mocht hij Augustus later zijn grootvader noemen. Hij huwde met een (werkelijke) kleindochter van Augustus, Agrippina. Caligula was zijn zoon, Claudius zijn broer, en de laatste keizer van het Julisch-Claudische huis, Nero, zijn kleinzoon. Germanicus was langs vaderszijde een telg uit het Claudische huis. Langs moederszijde, en geofficialiseerd door adoptie, een telg uit het Julische huis. Hij is vooral bekend als een kundig krijgsheer en een bijzonder populair politicus in de tijd van Tiberius. Het was vooral aan hem te danken dat er na de nederlaag van Varus in het Teutoburgerwoud weer orde en rust terugkeerde aan de grens met Germanië (Tacitus, Ann. I 31.2.). Hij streed tegen de Chatti en Cherusken tot aan de kust met de Noordzee.

Waarom Germanicus geen keizer werd

In 4 n. Chr. wordt Germanicus geadopteerd door zijn oom Tiberius, die vervolgens op zijn beurt geadopteerd wordt door Augustus. Zo wordt Germanicus de adoptiebroer van zijn neef Drusus minor én adoptiekleinzoon van Augustus. Hierdoor komt hij in het midden van de stamboom van de Julisch-Claudische dynastie te staan
-
. Hierdoor is Germanicus lange tijd aanzien als de door Augustus gewenste opvolger. Levick1 toont echter aan dat het eerder Augustus' bedoeling was om de dynastieke banden nauwer aan te halen en zowel Drusus als Germanicus beschouwd werden als potentiële opvolgers voor Tiberius. De ontzettende populariteit van Germanicus, die dan nog eens op het toppunt van zijn kunnen en zijn populariteit stierf, heeft waarschijnlijk onrechtstreeks nog nagewerkt: dat mensen als Caligula en Nero, die achteraf bekeken weinig geschikt bleken voor het keizerschap, nog zo lange tijd zo veel krediet en respijt kregen van het Romeinse volk is misschien ten dele te verklaren door de populariteit van hun vader en grootvader. Dat Claudius, de studax die zijn fysiek niet mee had, waar op dat moment geen enkele vrouw voor "intrigeerde", en die door geen enkele voorganger via "adoptie" aangeduid was als opvolger, door de soldaten werd uitgekozen ter vervanging van Caligula zal ook nog altijd wel iets met de afstraling van de populariteit van zijn te jong gestorven broer te maken gehad hebben.

Opvolging van Augustus

Het leidt niet veel twijfel dat Augustus er de voorkeur aan gegeven zou hebben dat een van zijn bloedverwanten hem zou opgevolgd hebben. De eersten die hiervoor in aanmerking kwamen waren de zonen van zijn dochter Julia, uit haar huwelijk met Agrippa (overigens een persoonlijke vriend van Augustus). In 4 n. Chr. waren de twee oudste van die kleinzonen echter beide dood (kwatongen beweerden dat Augustus' nieuwe vrouw Livia Drusilla daar wel eens de hand in gehad zou kunnen hebben), en om een of andere reden kon Augustus absoluut niet opschieten met Agrippa Postumus, de enig overblijvende kleinzoon, die een verbanning opliep door zijn ongepast gedrag. Livia schoof Tiberius, haar zoon uit een vorig huwelijk, naar voor. Van Augustus veronderstelt men dat hij Germanicus verkoos, de oudste en schijnbaar meest capabele van zijn achterneven. Anderen beweerden dan weer dat Augustus vond dat Germanicus te populair was, zodat er kans bestond dat de keizer zelf in de schaduw zou komen van zijn "kroonprins". Germanicus scheen een aanvaardbare compromiskandidaat: zijn vader Drusus (overleden in 9 v. Chr.) was een zoon Livia. Maar Germanicus was nog jong: in 4 n. Chr. was hij nog geen 20 jaar oud. Wat er ook van zij, in het keizerlijk huishouden wordt beslist dat zijn oom Tiberius hem zal adopteren. Dit had waarschijnlijk tevens tot doel mogelijke naijver tussen deze toekomstige troonpretendenten te verminderen. De meeste historici uit de oudheid zijn het er over eens dat er van de kant van Germanicus inderdaad weinig naijver was. Misschien langs de kant van Tiberius aanvankelijk ook niet zo veel, maar zijn moeder had nooit een geheim gemaakt van haar voorkeur. En zoals zij wilde geschiedde: Tiberius werd geadopteerd door zijn stiefvader Augustus, zodat de lijn van de troonsopvolging duidelijk werd.

Op een zijspoor gezet door Tiberius

Bij het overlijden van Augustus in 14 n. Chr. was diens keuze dus duidelijk: Tiberius zou hem opvolgen. Nog voor dat helemaal in kannen en kruiken was (een rechtstreekse erfelijke opvolging was nu ook weer niet zo evident in een staat die minstens op papier nog een "republiek" was) werd Agrippa Postumus, nog steeds in ballingschap, om het leven gebracht. Of Tiberius en/of Livia hier mogelijk de hand in hadden gehad, dan wel of het mogelijk om een uitgesteld order van Augustus ging, is nooit helemaal vast komen staan. Ondertussen steeg Germanicus' populariteit alsmaar verder: in tegenstelling met Tiberius' afstandelijke en teruggetrokken karakter was Germanicus iemand die zich in elk gezelschap thuisvoelde, zelfs zonder zijn hand om te draaien een hem vijandig gezinde mensenmassa tegemoet kon treden, en van op het spreekgestoelte enthousiast kon overtuigen van zijn gelijk. De in Germanië gelegerde legioenen die hij op dat ogenblik leidde geraakten steeds verknochter aan "hun" Caesar. Ergens bleef het een risico voor een achterdochtige keizer. Wat als Germanicus de hem enthousiast steunende legioenen naar Rome zou brengen, om de macht op te eisen? Germanicus was als zijn oudste "zoon" de eerste in lijn voor de troonsopvolging: hij zou zelfs geen legioenen naar Rome moeten brengen om de macht te krijgen, een plan om hemzelf, de keizer, uit de weg te ruimen zou al voldoende zijn. De keizer besloot Germanicus te verkassen naar de andere uithoek van het rijk, waar oorlog in de lucht hing (Tacitus, [http://benbijnsdorp.info/ann02_41_2.html Ann. II 43.]), en waar hij zich opnieuw vanaf nul zou moeten beginnen bewijzen bij de daar gelegerde Romeinse manschappen. Mogelijk werd zijn verplaatsing begeleid met een order, van Tiberius of Livia, om hem kwijt te raken. Zonder dat de omstandigheden ooit helemaal opgehelderd raakten stierf Germanicus inderdaad in de Oriënt in 19 n. Chr. Hiebij moet echter opgemerkt worden dat er al eerder precedenten geweest waren waarbij de beoogde opvolger naar het oosten werd gestuurd. Zo werden Agrippa, Gaius én Tiberius door Augustus naar het oosten gestuurd, nadat ze als opvolger waren aangeduid. De orient werd immers beschouwd als een ideale leerschool voor de diplomatie. En Germanicus kreeg zelfs een wat oudere en dus meer ervaren raadsman mee - die tevens was aangesteld als de nieuwe gouverneur van Syria - Gnaius Calpurnius Piso. Het botsen van Germanicus' karakter met dat van Piso, zou echter roet in het eten gestrooid hebben.

Germanicus als veldheer

Oppergezag over de Germaanse legers (13-17)

Het oppergezag over de Germaanse legers is sinds 13 n. Chr. in handen van Nero Claudius Drusus Germanicus - na zijn adoptie door Tiberius in 4 n. Chr. Julius Caesar Germanicus - die door de Senaat bekleed is met een imperium proconsulare, waardoor hij het gezag heeft over de beide legati Augusti pro praetore en hun respectievelijke legers. De legati handelen in feite in naam van de princeps die zijn imperium over hen dan weer heeft afgestaan aan Germanicus, de ex-consul ordonans. Deze heeft zich in 13 al eens laten uitroepen - zij het dan wel tezamen met Tiberius en Augustus - als imperator bello Germanico.

census in Gallia en Augustus' overlijden

In de zomer van 14 bereidt hij een census (vermogensschatting/burgerlijst) voor in Belgica, waarvoor hij een imperium cum consulare heeft. Augustus en Tiberius ronden in de rest van Gallia de census af met een lustrum (zoenoffer)2. Daarna reist Tiberius terug af naar Illyricum wanneer Augustus onwel wordt in de buurt van Nola en hij wordt teruggeroepen. Of Tiberius Augustus nog levend aantreft is niet met zekerheid geweten. Hij komt vermoedelijk rond 19 augustus aan en zal waarschijnlijk een dode Augustus hebben aangetroffen, tezamen met zijn moeder Livia.

Opstanden onder de legioenen in Germania (14)

Wanneer op 27 augustus de dood van zijn grootvader Augustus verneemt en er eind augustus, begin september opstanden losbreken onder de legioenen van het exercitus Germanicus inferior moet Germanicus zelf gaan ingrijpena). Hij wordt door de troepen begroet met de kreet Heil Germanicus en laten hem duidelijk merken dat ze hem de hoogste macht aanbieden. Hij moet echter, uit eigen kas, enorm veel concessies doen aan de soldaten, ondanks zijn imperium, dat het recht heeft om over leven en dood te beslissen. De miles eisen 1 denarius per dag, ontslag na 16 jaar dienst en ontslag voor allen die er al twintig jaar op hebben itten. Tevens wordt geklaagd over de weerdheid van centurios, het uitblijven oudgedienden en verlichting van de kosten voor het afkopen van corvee-diensten. Sommigen pakken zijn hand, alsof ze hem willen kussen, maar steken in plats daarvan zijn hand in hun mond, om hem te laten voelen dat ze geen tanden meer hebben. Als uiteindelijk de meeste troepen loyaal blijken te zijn, dreigt hij de minderheid met een gewapend ingrijpen, tenzij men de oproerkraaiers zelf vermoordt. Dit gebeurt dan ook prompt. Tiberius heeft intussen in de Senaatszitting van 17 september gevraagd achter een imperium maior voor Germanicus, wat hem toestaat 12 lictoren als erewacht mee te nemen - dit is het aantal voor een consul. Zijn andere zoon - Drusus - krijgt echter geen imperium daar hij als consul designatus het volgend jaar al één zal ontvangen1) (Tacitus, Ann. I 31-49)

Eerste veldtocht in Germania (14)

Datzelfde jaar trekt Germanicus langs de weg die Tiberius is begonnen door het Caesische woud naar het gebied van de Marsen. Deze worden verrast, omdat ze een belangrijk feest hebben gevierd, en uitgemoord. Vrouwen noch kinderen en grijsaards worden gespaard en over een afstand van vijftig mijl worden verwoestingen aangericht. Op de terugweg (het was al relatief laat in het jaar) worden ze in de bossen aangevallen door Bructeri, Tubanten en Usipeten, maar deze worden, na een oproep van Germanicus aan zijn Legioenen om de smaad van de opstand uit te wissen, in het open veld in gejaagd en afgemaakt (Tacitus, Ann. I 50-52.)

Tweede veldtocht in Germania (15)

Het volgende jaar 15, voert Germanicus een actie tegen de Chatten. Hiertoe stelt hij vier legioenen, vijfduizend man hulptroepen en een aantal ad hoc formaties van Germanen onder bevel van Caecina en trekt zelf met vier legioenen en het dubbele aantal bondgenoten op. Door het lage water in de Rijn, kan hij snel oprukken, met lichtbepakte troepen. De Chatten verwachten hem niet en worden compleet verrast. Net als het vorige jaar wordt iedereen die zich op grond van leeftijd of geslacht niet kan verweren vermoord. Ook steekt hij Mattium, de hoofdstad van dat volk, in brand. De Cherusken denken erover om de Chatten bij te staan, maar Segestus ontvoert zijn dochter, de vrouw van Arminius en zijn zoon en levert ze als gijzelaars uit. Tacitus suggereert door de woorden die hij de woedende Arminius in zijn mond legt dat zijn vrouw zwanger is (Tacitus, Ann. I 56-57.). Door deze ontvoering komt niet alleen Arminius, maar alle omringende stammen het geweer. Inguomerus, de oom van Arminius, die bij de romeinen van oudsher aanzien geniet wordt erdoor bewogen partij te kiezen. Om te voorkomen dat de Germanen het initiatief grijpen, laat Germanicus Pedus door het gebied van de Friezen trekken, Caecina oprukken door het gebied van de Bructeren (tussen Ems en Lippe), en zelf trekt hij 'over de meren' (d.i. over het huidige IJsselmeer en (waarschijnlijk) de Overijsselse Vecht) richting Ems. Het hele gebied tussen Ems en Lippe wordt platgebrand. Lucius Stertinius vind hierbij de aquila, de legioensadelaar van het XIXe legioen terug. Daarna gaat Germanicus naar de plek waar Varus zijn nederlaag leed. Veteranen en voormalige krijgsgevangenen wijzen hem war commandanten zijn gesneuveld, waar de aquila was geroofd en waar Varus tenslotte was gesneuveld. Hij richt een grafheuvel op waarin hij de stoffelijke resten worden begraven en zet de achtervolging op Arminius in. Deze trekt zich terug in de Venen (Grosse Moor), en lokt de troepen van Germanicus in de val. Germanicus breekt de achtervolging af. Het is laat in het jaar. Varus is nog ongewroken. De terugreis blijkt bijna een catastrofe. Aulus Caecina Severus slaagt er slecht met grote moeite in de ponti longi over te steken, een dijk door het veen die door Lucius Domitius is gebouwd, maar reparatie behoeft hij ontsnapt, maar niet zonder het verlies van vele manschappen en al zijn uitrusting, behalve de wapens. De troepen die met Germanicus per lacum terug naar hun winterkwartieren gaan, treft een even zo grote ramp. Germanicus vertrouwt de helft van zijn troepen toe aan Publius Vitellius. Deze komt door een stormvloed in grote nood op laaggelegen grond. Vele soldaten verdrinken of worden weggespoeld (Tacitus, Ann. I 60-71.).

Derde Veldtocht in Germania (16)

In 16 na Christus onderneemt Germanicus zijn grootste veldtocht. Hij bouwt duizend schepen, waarvan vele met een platte bodem om zijn troepen over de Oceaan (d.i. de Noordzee) naar de monding van de Elbe te vervoeren. Zodoende, redeneert hij, heeft hij geen last van de wouden en venen. Het Eiland der Bataven (De Betuwe) dient als verzamelpunt. Terwijl de schepen nog gebouwd worden, geeft Germanicus Gaius Silius Aulus Caecina Largus bevel om met een eenheid lichtbewapenden tegen de Chatten op te rukken. Silius haalde slechts weinig buit, maar weet de vrouw en de dochter van de leider van de Chatten, Arpus, te ontvoeren. Zelf trekt hij met zes legioenen op naar de Lippe, waar een fort wordt belegerd. De belegering wordt opgegeven. Als de schepen gereed zijn, de voorraden verzameld en de troepen ingescheept, vaart Germanicus over de Gracht van Drusus (Het Pannerdens Kanaal) en vandaar voorspoedig over de meren (d.w.z. het huidige IJsselmeer) en de Oceaan (d.w.z. de Noordzee) naar de Ems. Kort nadat hij geland is, krijgt hij bericht dat de Angrivariers zich tegen hem hadden gekeerd. Germanicus neemt wraak door alles in brand te steken en iedereen af te slachten. Chauken, onder de indruk van de slachting, bieden hulptroepen aan. Het eerste contact met Arminius, wiens dood tenslotte een hoofddoel van de Romeinse campagnes was, vindt echter pas plaats bij de Weser. De Bataven openen de aanval, Maar worden door Arminius in de val gelokt. Chariovalda, de aanvoerder van de Bataven sneuvelt, met veel van zijn edelen, de rest wordt ontzet door Stertinius en Aemilianus, die met hun ruiterij een minder diepe plek hebben opgezocht. De volgende dag vindt een veldslag plaats op een vlakte genaamd Idavisto, tussen de Weser en de omringende heuvels. Arminius wordt verslagen en Inguiomerus zwaargewond. De troepen rukken in de volgende volgorde op: De Gallische en Germaanse auxiliae (hulptroepen) voorop, daarna de boogschutters, vervolgens vier legioenen en Germanicus zelf met twee eenheden van de garde en een elite-eenheid van de ruiterij. Daarna nog vier legioenen en de lichtgewapenden, bereden boogschutters en de rest van de bondgenoten. De Germanen slaan op de vlucht, maar velen worden alsnog gedood, de slachting duurt van het vijfde uur tot in de nacht. Germanicus richt een groot gedenkteken op van de wapens van zijn verslagen vijanden. Arminius, echter, leeft nog steeds. Op de terugweg wordt de vloot overvallen door een storm, en sommige schepen gaan zinken, anderen standen op verafgelegen eilanden, waar soldaten omkomen van de honger, of overleven met het vlees van verdronken paarden. Germanicus zelf land op de kust van de Chauken. Pas na vele dagen beginnen de schepen, sommigen zwaar gehavend en met slagzij, terug. De schepen worden ijllings opgekalefaterd en eropuitgestuurd om de eilanden te onderzoeken. Hierbij kan een groot aantal gestranden gered worden. Het nieuws van deze ramp geeft de Germanen nieuwe moed, voor Germanicus de aanleiding voor nieuwe maatregelen. Hij laat Gaius Silius met 30.000 man oprukken tegen de Chatten en werpt zich zelf op de Marsen. Hun leider, Mallovendus, had zich namelijk overgegeven en verteld dat er in een naburig woud de adelaar van een van de legioenen van Varus begraven lag en dat die plek niet zwaar werd bewaakt. De aquila wordt gevonden, wat Germanicus nieuwe moed geeft de binnenlanden in te trekken en daar dood en verderf te zaaien. Tiberius roept tenslotte Germanicus terug voor de komende triomf waartoe men had besloten. Er waren genoeg successen en tegenslagen maar ook moest men niet vergeten hoe wind en water, zonder dat de commandant blaam trof, voor ernstige verliezen kon zorgen. Zelf had hij altijd meer bereikt door overleg dan door geweld. Nu de Romeinse eer op het punt van genoegdoening tevreden was gesteld, kon men Cherusken en Chatten rustig aan hun eigen twisten overlaten (Tacitus, Ann. II 5-26.). Datzelfde jaar mag hij zich van Tiberius zelfs nog een tweede keer laten uitroepen als imperator. In de winter van 16 en 17 zal hij terugkeren naar Rome en houdt er op 26 mei 17 een triomftocht om zijn overwinningen te vieren op alle Germaanse volkeren aan de rechteroever van de Rijn die tot aan de Elbe huizen, hoewel Arminius, noch de Germaanse stammen zijn verslagen, en de Romeinen zich alleen gewapenderhand in dat gebied konden begeven. Maar voor de Romeinen was de ondergang van Varus was nog gewroken. In 16 werd er een ereboog naast de Saturnustempel gebouwd ter ere van hem en Tiberius voor het terugwinnen van de aquilae die men tijdens de slag bij het Teutoburgerwoud verloren heeft. Naar de ereboog wordt pas na Tiberius’ dood op munten naar verwezen.

Germanicus in het oosten (17-19)

Germanicus maakt zich in Rome al snel populair als de voorname prins en daarom heeft Tiberius misschien besloten hem over te plaatsen naar rustigere oorden2). Germanicus wordt bij Senaatsbesluit naar de oostelijke provinciae gezonden, waar hij uiteindelijk - na eerst nog Tiberius geprovoceerd te hebben door de als privaat eigendom van de princeps beschouwde provincia Alexandria et Aegyptus te bezoeken zonder diens toestemming - op 10 oktober 19 te Syria sterft, zeer waarschijnlijk door toedoen van zijn adiutor (leidsman) Gnaius Calpurnicus Piso - waarmee hij meerdere conflicten heeft gehad - en dit volgens sommigen met medeweten van Tiberius en door aanstichting door Livia. In het begin van het jaar 20 wordt zijn stoffelijk overschot - dat door Agrippina is teruggebracht - in het Mausoleum Augusti bijgezet. Tot april blijft de bevolking van Rome treuren. Later zal de Senaat Piso veroordelen en deze verordening als opschrift laten aanbrengen in alle provinciehoofdsteden3. Daarmee verloor Tiberius niet alleen een rivaal maar ook een van zijn beste generaals en een mogelijke opvolger.

Stamboom van de Julisch-Claudische dynastie (14)

Germanicus was getrouwd met Agrippina de Oudere met wie hij 9 kinderen kreeg. Zijn twee oudere zoons, Nero Julius Caesar en Drusus Julius Caesar, werden later vermoord3). Zijn jongste zoon Gaius werd keizer Caligula. Een dochter, Agrippina de Jongere, werd de moeder van de latere princeps Nero. Nero

Voetnoten

1) Hoewel de twee jongemannen vriendschappelijk met elkaar lijken te zijn omgegaan, moest Tiberius altijd oppassen om het evenwicht tussen beiden te bewaken daar zowel de gens Claudia als de gens Julia op zijn vingers keken dat hij het lid van hun gens niet minder eer gaf dan die van de andere gens.
2) Tiberius was vertrouwd met de situatie in Germania en wist dus wel gevaar Germanicus liep als hij zich al te zeer liet gaan. Daarom heeft hij hem misschien overgeplaatst naar de al langer gepacifiseerde provinciae in het oosten waar hij meende dat Germanicus veilig zou zijn. Helaas was dat buiten Gnaius Calpurnicus Piso gerekend. (, Tiberius to Nero, in CAH² X (1996), pp. 209-210; (edd.), Sesam Wereldgeschiedenis. Deel 2. 1e eeuw voor Christus - Middeleeuwen, Baarn, 2005, p. 122.)
Lucius Aelius Seianus dit op zijn geweten had.

Bibliografische referenties

1 , Drusus Caesar and the Adoptions of AD 4, in Latomus 25 (1966), pp. 227 - 244.
2 , The roman censors. A study on social structure, Helsinki, 1963; , art. Census (II), in NP2 (1997), klm. 1059 - 1060; , art. Germanicus (2), in NP4 (1998), klm. 963 - 966.
3 (edd.), Das Senatus Consultum de Cn. Pisone Patre, München, 1996.

Algemene bibliografische referenties

, The Victories of Augustus, in Journal of Roman Society 64 (1974), pp. 21 - 26. , History in Ovid, Oxford, 1978, pp. 56 - 71. , art. Germanicus (2), in NP4 (1998), klm. 963 - 966. , art. Imperator, in NP5 (1998), klm. 954 - 955. , art. Imperium, in NP5 (1998), klm. 955 - 958. Julius Caesar, Germanicus Julius Caesar, Germanicus ja:ゲルマニクス

Etrusken

De Etrusken of Etruriërs (Grieks: Tyrsênoi of Tyrrhênoi; Latijn: Tusci of Etrusci; Etruskisch: Rasenna) vormden een bevolkingsgroep die van ca. de achtste tot de eerste eeuw v.Chr. het gebied tussen de rivieren de Arno en de Tiber (thans Toscane, Umbrië en Latium) in Italië bewoonde. Door opmerkelijke culturele verschillen tussen de Etrusken en de omringende volkeren werd reeds in de oudheid gespeculeerd over de herkomst van de Etrusken. Ze kwamen mogelijk via Klein-Azië (Anatolië) Italië binnen, maar het is ook mogelijk dat ze een inheems Italiaans volk waren. Ze waren gevestigd in Toscane en hun land, Etrurië, breidde zich al snel uit met stadstaatjes over het gebied tussen de Arno en de Tiber. Rond 850 v. Chr. vestigen Griekse kolonisten zich in Campanië. Ze kwamen in contact met de Etrusken omdat die de ijzermijnen op Elba controleerden. Gestimuleerd door de Grieken ontwikkelden de Etrusken zich, tot een hoogstaande cultuur. Daarvoor heeft mogelijk het volk van de Villanovacultuur de basis gelegd voor de Etruskische beschaving. De Etrusken zijn groot geworden door hun zeehandel, maar waren ook beruchte zeerovers. Ze handelden voornamelijk in keramiek, wijn en ijzer.

Opkomst van de Romeinen

Toen in 753 v. Chr. Rome gesticht werd, bleven de Romeinen nog lange tijd onderdrukt door de Etrusken. Vanaf de vijfde eeuw v. Chr. werden de Etrusken echter steeds vaker aangevallen door de Italiërs aan de ene kant en de Kelten aan de andere kant. Onder meer door deze aanvallen kon een vloot van Syracuse in 453 v. Chr. zonder veel weerstand enkele havensteden verwoesten van Etrurië, wat een flinke tegenslag betekende. Toen in 390 v. Chr. Rome werd ingenomen door de Galliërs, ging veel van de Romeinse geschiedenis verloren en gingen Romeinse verhalen als mythen verder. Ook de Etrusken kenden hun eigen mythologie en deze vormde de basis voor de Romeinse mythologie. Zo werden bijvoorbeeld de Etruskische tempels als voorbeeld gebruikt door de Romeinen. Rond de 3e eeuw v. Chr. vielen de Etrusken onder Romeins gezag. De laatste Etruskische stad die door de Romeinen werd ingenomen was Velzna, in 265 v. Chr.. In 90 v. Chr. kregen ze Romeins burgerschap, maar een eeuw later werd hun taal onderdrukt en hun cultuur verbannen. Hierdoor is veel kennis verloren gegaan. Bovendien is de kennis die we nu nog hebben over de Etrusken erg gekleurd door de Romeinen, omdat ze er zo lang door onderdrukt zijn.

Wie waren de Etrusken?

90 v. Chr.

Probleem

De traditionele sagen die de Romeinse auteurs weten te vertellen over hun oorsprong (van Aeneas tot Romulus en Remus en verder ...) leverden wel mooie stukjes wereldliteratuur op, maar de archeologie maant ons tot grote voorzichtigheid omtrent de geloofwaardigheid van al dat fraais. archeologie Van keizer Claudius (een vurig bewonderaar van de Etrusken) is bekend dat hij een geschiedenis van de Etrusken geschreven heeft, maar dat boek is helaas niet bewaard gebleven. Materiële bronnen weten te vertellen dat het Italische schiereiland sinds het steentijdperk bewoond werd door allerlei bevolkingsgroepen, aangetrokken door de vruchtbaarheid van de alluviale vlakten en door het milde klimaat. Zij werden echter allen verdreven door de zogenaamde Italische stammen, van Indo-Europese orgine. Onder deze Italiërs waren er stammen die Latijn spraken, en zij vestigden zich op de linkeroever van de Tiber. De beschaving van de Latijnen was echter allesbehalve die naam waardig: hun ware beschavers waren een mysterieus volk, over wie de latere Romeinse historici, gedreven door hun nationale trots, ons eerder mondjesmaat hebben ingelicht. Dat waren de raadselachtige Etrusken.

De herkomst

De herkomst van de Etrusken blijft een raadsel. Er is slechts bekend dat dat hun beschaving diepgaand is beïnvloed door de Grieken en het Nabije Oosten. Er is een aantal belangrijke Griekse en Romeinse bronnen over de Etrusken verloren gegaan. Vooral het indrukwekkende 20 delen tellende Tyrrhenika dat keizer Claudius ooit over hen schreef, had veel inzicht kunnen geven in de Etruskische cultuur. Reeds in de oudheid was men het niet eens over hun afkomst. Volgens de Griekse geschiedschrijver Herodotos (5e eeuw v. Chr.) stamden zij uit Lydië. Hij beschrijft hoe ten gevolge van een tragische hongersnood de Lydische koningszoon Tyrrhenos een deel van de bevolking meegenomen heeft naar de andere zijde van de Middellandse Zee om daar een nieuw leven te beginnen, en zo zouden zij in het land van de Ombrikoi (de Umbriërs?) zijn terechtgekomen (Historiae I, 94). Deze stelling werd door vrijwel alle historici in de oudheid aanvaard. Dionysius van Halicarnassus achtte de stelling van Herodotos echter een fabel. Hij maakte een vergelijking tussen de Lydiërs en de Etrusken van zijn tijd, en concludeerde dat er geen enkele verwantschap bestond. Hij beschouwde de Etrusken als autochtonen, als de oorspronkelijke bevolking van Italië (Antiquitates Romanae, 25-30). Op het eiland Lemnos (in de buurt van het voorbije Lydië) is een grafstèle gevonden met een inscriptie die nauw verwant is aan het Etruskisch. Dit lijkt te pleiten voor Herodotos' stelling van een Lydische afkomst. Het kan echter ook betekenen dat een Etrusk daar alleen is begraven, en er verder geen binding was tussen Etrurië en Lemnos. Ook is het mogelijk dat het Etruskisch en het Lemnisch restanten zijn van een pre-indo-europese taal, die bij de intrede van het Indo-europees op geïsoleerde plaatsen (zoals een eiland) is gecontinueerd. Recentelijk is ontdekt dat Homeros in zijn Ilias (Ilias II, 840) een Etruskische naam noemt ("Lethos") in de context van Troje (Troje lag ongeveer in hetzelfde gebied als Lydië). Alleen Homeros noemt Lethos geen Etrusk, maar een Pelasger. Door sommige geleerden wordt aangenomen dat "Pelasgen" een oude aanduiding is voor de Etrusken, en dat ze dus daadwerkelijk uit het Egeïsch gebied afkomstig zijn. Het archeologische bewijs voor Herodotos' stelling ontbreekt echter: Etruskische artefacten getuigen van een ambachtelijke traditie, die zich al vanaf ca. 2000 v. Chr. in Italië heeft gemanifesteerd. Op grond van archeologische gevens wordt dus aangenomen dat de Etrusken autochtoon waren.

De taal

Er zijn vrij veel Etruskische inscripties bewaard, en daaruit kan men afleiden dat zij een soort Grieks alfabet hanteerden, maar dan wel in spiegelschrift, en geschreven van rechts naar links. Het Etruskisch is dus relatief makkelijk te lezen; het grootste probleem is dat we geen inhoudelijk diepgaande teksten hebben; de vele overgeleverde teksten zijn kort en oppervlakkig van aard en bieden weinig inzicht in taal en cultuur. De langste tot nu toe gevonden tekst is een linnen boek (Liber linteus Zagrabiensis) en bevat ca. 1300 woorden. Linguïsten slagen er niet in de Etruskische taal te classificeren, maar zoveel is zeker: het Etruskisch is in géén geval verwant met de andere talen van Italië (Keltisch, Latijn, Oskisch, Umbrisch, etc.), het behoort niet eens tot de Indo-Europese taalfamilie, en zelfs niet tot de Semitische talen van het Oosten. Hier volgen -ter illustratie- enkele raadselachtige zinnetjes in het Etruskisch:
- (boven de toegang tot een graftombe in Orvieto): "tušθi θui hupnineθi | arnt mefanateš | veliak hapisnei"
- (op een sarcofaag in Tarquinia): "ravnθus felcial felces arnθal larθial vipenal | šeθres cunas puia"
- (op een oliekruikje): "aska mi eleivana mini mulvanike mamarce velχanas"

Geschiedenis

Hun oorspronkelijke gebied lijkt het huidige Toscane te zijn geweest. Hun eigenlijke beschaving begint omstreeks het midden van de 8e eeuw v. Chr., toen zij contacten onderhielden met de Grieken en de Feniciërs,dé beide zeevarende volkeren van de oudheid. In de 7e eeuw v. Chr. bouwden zij op hun beurt hun zeemacht uit en stichtten verschillende havensteden. De 6e eeuw v. Chr. was toch hun belangrijkste periode: zij breidden hun "rijk" uit, in noordelijke richting tot aan de voet van de Alpen, en in het zuiden tot Campanië. Op zee bereikten zij de oostkust van Corsica, en zij sloten met de Carthagers een bondgenootschap tegen de Grieken van de Magna Graecia. De stad Rome werd misschien niet door hen "gesticht", maar alleszins toch veroverd (dat blijkt uit de sage van koning Tarquinius I Priscus en zijn opvolgers, de dynastie der Tarquinii) en tot een "moderne" stad uitgebouwd (volgens de traditie onder koning Servius Tullius). Toch konden zij in Italië géén eenheid bewerken: tegen het einde van de 6e eeuw v. Chr. begon hun machtspositie af te takelen. Eerst leden zij een nederlaag (in 474) tegen de Grieken onder Hiëro I van Syracuse. Zij verloren langzaam hun greep op Campanië en Latium, en de Tarquinii werden uit Rome verjaagd, volgens de traditie in 509 v. Chr.. Pas rond 400 kwam het einde nader: hun machtige stad Veii werd in 396 v. Chr. door de Romeinen veroverd. Kort daarop kregen zij de genadeslag door de invallende Galliërs in 390 v. Chr. De Romeinen veroverden toen, na de uitdrijving van de Galliërs, langzaam maar zeker het territorium dat eens aan de Etrusken had toebehoord. In 256 v. Chr. capituleerde de laatste stadsstaat Volsinium en in 90 v. Chr. kregen de Etrusken het Romeinse burgerrecht, waardoor zij definitief in het Romeinse Rijk werden geïntegreerd. Zo verloren zij dan snel hun eigenheid, hoewel hun taal tot het begin van onze tijdrekening werd gebruikt naast het Latijn.

Politieke structuren

Etrurië vormde géén "rijk" met een centralistisch bestuur: er bestonden een twaalftal onafhankelijke vorstendommen (stadsstaten) die met elkaar een confederatie hadden gevormd. Oorspronkelijk had een "lucumo", een soort sacraal-militaire monarch, de leiding in zijn "lucumonie", maar dat systeem werd later iets meer gedemocratiseerd en dan zien we een "zilath" opduiken, een tijdelijk aangestelde heerser (zoals de Romeinse consul of dictator).

Maatschappelijke structuren

De beeldende kunsten tonen ons een levenslustig volk dat hield van uitgelaten feesten, met dans en muziek. Wat nog het meest opvalt is een - voor die tijd, en in vergelijking met Grieks-Romeinse toestanden - hoogst ongewone sociale gelijkheid tussen man en vrouw. Etruskische vrouwen lagen naast hun man mee aan de feesttafels en namen deel aan alle uitingen van het openbare leven. Een nog onbehouwen volk van nuchtere, oerconservatieve boeren-soldaten als dat van Rome kon géén begrip opbrengen voor deze verfijnde zeden van een oud en hoogstaand volk, zodat ze hen daarom maar als zedenloos bekladden.

Seksualiteit

De Grieken en later de Romeinen noemden de Etrusken onzedelijk, hoewel homoseksualiteit en orgies in beide culturen voorkwamen. Als we de greco-romeinse bronnen mogen geloven waren de Etrusken een van de meest seksueel vrije volkoren van de oude wereld. Niet alleen hadden vrouwen een hoop rechten, zij sportten samen met de mannen en werden gezien als een soort gelijken. Als de man des huizes er niet was dan hadden de vrouwen seks met andere mannen die er wel waren, het was gewoon om vrouwen uit te wisselen. Ook was homoseksualiteit en pedofilie heel gewoon. Oude bronnen beschrijven hoe kinderen vaak deelnamen aan drinkfeesten en hoe er soms jongens naar de slaapkamer van een andere man werden gestuurd. De vele seksueel getinte fresco´s lijken dit ondersteunen.

Cultuur

Sier- en beeldende kunsten

confederatie De Etrusken hielden van mooie dingen. Dat bewijzen hun necropolen (= grafsteden). Hun kunst had een geheel eigen karakter. Zij vervaardigden geen beelden van marmer, maar maakten veelvuldig gebruik van brons en klei (terracotta). Voorbeelden (alle uit ± 500 v. Chr.):
- de beroemde wolvin van het Capitool
- de Chimaera van Arezzo
- de Apollo van Veii Hun beelden zijn realistisch en vertonen niet de tendens tot idealisering die zo typisch is voor de Griekse kunst. De Etrusken waren eveneens onovertroffen meesters in het bewerken van goud tot schitterende juwelen. Hun schilderkunst vertoont enige verwantschap met die van de Grieken.

Architectuur en stedenbouw

Rome zou er zonder de Etrusken beslist anders hebben uitgezien. Het rioleringssysteem (cloaca), de wegenbouw, het atrium-huis, de (Romeinse) tempels, allemaal zijn ze op Etruskische ideeën gebaseerd. Op het gebied van de architectuur waren zij immers onovertroffen grootmeesters: ze voerden de boog en het gewelf in, en het gebruik van baksteen uit gebakken klei. Voordat het Hellenisme in de keizertijd de officiële Romeinse staatskunst werd, bouwden de Etrusken al eeuwen tempels naar het model van de Jupitertempel op het Romeinse Capitool (gebouwd onder koning Tarquinius Superbus; meer dan een halve eeuw vóór de Parthenon te Athene).

Muziek

Als we de beeldende kunst mogen geloven, hielden de Etrusken erg veel van muziek en dans. Vaak worden dansers uitgebeeld in sensuele, gestileerde houdingen, die nu nog in het verre Oosten (India, Bali, ...) voorkomen. Voor de begeleiding kende men (in oorsprong Griekse) instrumenten als dubbelfluit en lier.

Godsdienst en levensbeschouwing

Godsdienst en levensbeschouwing waren uiterst belangrijk in de Etruskische maatschappij. Hun godenwereld en mythologie waren gebaseerd op de Villanovacultuur en later sterk beïnvloed door de Griekse mythologie. Ze ontwikkelden het begrip van een goddelijke trias (= drie-eenheid), later overgenomen door de Romeinen. Deze bestond uit Tinia (= Jupiter / Zeus), Uni (= Juno / Hera ) en Menrva (= Minerva / Athena). Ieder jaar kwamen de vertegenwoordigers van de Twaalfsteden-confederatie samen in een centraal heiligdom (in de buurt van Bolsena) waar religieuze plechtigheden werden gehouden en een nieuwe leider van de confederatie werd verkozen. Deze religieuze bond was het werkelijke bindelement van de Etruskische cultuur. Hun fanatieke geloof in rituelen, voortekens en voorspellingen kwam misschien uit het Nabije Oosten. Een belangrijke beslissing werd nooit genomen zonder eerst bijvoorbeeld de lever van offerdieren, het gedrag van heilig pluimvee of de inslaande bliksem te bestuderen. Priesters en zieners stonden dus heel hoog in aanzien. Hun leer, genoteerd in de boeken van de disciplina etrusca, had een onuitwisbare invloed op de gehele Romeinse denkwereld. De religieuze literatuur bestond nog in de vroege Middeleeuwen, in een Latijnse vertaling. Dodencultus, voorouderverering en een fatalistisch geloof in het onafwendbare noodlot beïnvloedden het dagelijkse leven. De Etruskische dodensteden met hun onderaardse grafkamers, ingericht als echte huizen vol prachtige beelden, vazen, juwelen en muurschilderingen zijn ronduit sensationeel en zelfs voor die tijd bijzonder levendig. De muurschilderingen beelden taferelen uit van het dagelijkse leven, van historische momenten of mythologische verhalen.

De vergeten erfenis

Wanneer Europa over zijn verleden rept, haalt het de oude Grieken en de oude Romeinen aan als de grote volkeren die de fundamenten van de Westerse beschaving legden. De Etrusken komen in dat verhaal nauwelijks voor, ook al hebben zij dan zo'n zevenhonderd jaar op Europese bodem geleefd. Chauvinisme en overdreven nationale trots van de Romeinse historici heeft ertoe geleid dat de geschiedenis van hun directe leermeestes, de Etrusken, stiefmoederlijk behandeld werd en uiteindelijk nagenoeg in de vergetelheid raakte. De Etrusken herinnerden te veel aan een verleden dat Rome, sinds het de hoofdstad van een wereldrijk was geworden, maar liever vergat... categorie:8e eeuw v. Chr. Categorie:Volk in Europa Categorie:Etruskische oudheid ja:エトルリア

Woordenboek

Een woordenboek of dictionaire is een boek waarin een lijst van woorden is opgenomen als hoofdzaak van de inhoud. Er bestaan verschillende soorten woordenboeken. De twee bekendste zijn:
- verklarende woordenboeken, waarin men de betekenis en meestal ook de taalkundige eigenschappen van een woord (bv. spelling, geslacht, meervoud, vervoegingen, gebruik) kan opzoeken in de eigen taal
- vertaalwoordenboeken waarin de vertaling van een woord in een andere taal wordt aangegeven.

Nederlandse woordenboeken

Het bekendste grote verklarende woordenboek van het Nederlands is de Grote of Dikke van Dale. Het uitgebreidste is het Woordenboek der Nederlandsche Taal dat na anderhalve eeuw in 1998 is gereedgekomen, voor zover een woordenboek ooit af kan zijn, want taal is een relatief snel veranderend medium.

Wiktionary

Wiktionary is een project om een vrij, open woordenboek te creëren. Het is een zusterproject van Wikipedia. Anno 2004 bevat het meer dan 35000 begrippen. Het project geeft zowel informatie over taalkundige eigenschappen als vertalingen in andere talen. In 2004 zijn er naast de Engelstalige wiktionary woordenboekprojecten gestart in diverse talen. De Nederlandstalige wiktionary WikiWoordenboek startte op 1 mei 2004. Categorie:Woordenboek ja:辞典 ko:사전 ms:Kamus simple:Dictionary th:พจนานุกรม

Tiberius

Tiberius (afk.: Tib.) is een populaire Romeinse praenomen (voornaam).
- Romeinse politici:
  - Tiberius Sempronius Gracchus, verscheidene leden van de gens Sempronia;
  - Tiberius Claudius Nero, verscheidene leden van de gens Claudia.
- princeps van Rome:
  - Tiberius Iulius Caesar Augustus 14-37;
  - Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus 41-54.
- familie van de princeps:
  - Tiberius Claudius Caesar Britannicus, zoon van de vorige.
- βασιλευι (keizer) van Byzantium:
  - Tiberius I van Byzantium 578-582;
  - Tiberius II van Byzantium 698-705.

Caligula

Gaius Julius Caesar Germanicus, (Lat.: Gaius Iulius Caesar Germanicus) is heden beter bekend onder zijn bijnaam Caligula (31 augustus 12 Antium - 24 januari 41 Rome. Hij was de derde princeps van het Imperium Romanum. In het jaar 37 volgde hij Tiberius op. Zijn korte regeerperiode is bekend gebleven als een van de meest wrede en bizarre periodes van het Keizerrijk.

Jeugd van een soldatenzoon

Caligula was de jongste zoon van Germanicus en Agrippina de Oudere en achterkleinzoon van Augustus. Caligula was opgegroeid in soldatenkampementen. Onder soldaten was hij populair en daar komt ook zijn agnomen Caligula (soldatenlaarsjes, van het Latijn caligae) vandaan. Overigens werd deze bijnaam in zijn eigen tijd zelden gebruikt, maar door latere historici is deze zo populair gemaakt dat het vrijwel de echte naam verdrongen heeft.

Ontwikkeling op Capri

Zijn vader Germanicus overleed in het jaar 19 in de Orient onder verdachte omstandigheden. Zijn moeder Agrippina de Oudere, die jarenlang opkwam voor haar vermoorde echtgenoot en Tiberius verantwoordelijk stelde werd uiteindelijk door Tiberius verbannen en stierf een hongerdood. Tiberius was vervolgens ook verantwoordelijk voor de dood van zijn oudere broers, Nero en Drusus. Dat Caligula zelf niet door Tiberius vermoord is heeft hij vnl. te danken aan het feit dat hij nog te jong was om een direct gevaar te vormen toen Tiberius, onder invloed van Seianus, de moorden liet uitvoeren. Dit alles vond plaats terwijl Caligula gedwongen was te leven bij zijn oom Tiberius op Capri. Het is evident dat hij onder deze bizarre opvoeding heeft geleden. Dat blijkt ook uit een van zijn eerste daden als keizer: Hij liet de as van zijn moeder overkomen en in een praalwagen door heel Rome paraderen. Hij liet een munt slaan om deze gebeurtenis te vereeuwigen (MEMORIAE AGRIPPINAE - ter nagedachtenis aan Agrippina). Hij liet eveneens de as van zijn beide broers overkomen en liet ook van hen munten slaan, evenals van zijn vader.

Keizer Gaius

In de eerste maanden van zijn bewind was hij een veelbelovende keizer, een verademing na het terreurbewind van Tiberius. Hij was zelfs zo vrijgevig dat na negen maanden de schatkist (door Tiberius tot de rand gevuld) volledig leeg was. Na een ernstige ziekte begon hij echter duidelijk een drastisch veranderd gedrag te vertonen. Caligula begon waar Augustus hem was voorgegaan door te proberen weliswaar de facto alle regeringsmacht naar zich toe te trekken maar tegelijkertijd de illusie van de res publica te handhaven. Na zijn ziekte ging Caligula een openlijk conflict aan met de aristocratie. Dit alles zorgde voor een voortdurende dreiging van samenzweringen en dus een escalatie van wreedheden richting de senatoren en een toenemend politiek, maar zeer zeker ook persoonlijk isolement voor de keizer. Daarbij kwam dat zijn campagnes in Gallia en Brittannië als veroveringstocht mislukte.

Waanzinnig?

Caligula geldt als een van de meest waanzinnige keizers van het Romeinse Keizerrijk. Het staat vast dat zijn regeerperiode werd gekenmerkt door wreedheden, vernederingen en excessief gedrag. Het was afgelopen met het relatief bescheiden vertoon van Augustus of de afwezigheid van Tiberius. Caligula gedroeg zich als een almachtig vorst, die met meer geld kon smijten en excentriek gedrag kon vertonen dan welke bovenmatige rijke aristocraat in Rome dan ook. Zijn minachting voor de aristocraten kwam op allerlei manieren naar voren, bijvoorbeeld door te spelen met de gedachte om zijn paard als consul te benoemen. Het is echter de vraag of dat het gevolg was van waanzin of dat dit gedrag een rationele achtergrond had. Vanaf de dood van Caligula is uiterst negatief over hem geschreven. De wandaden, die beschreven worden, nemen in excessiviteit toe naarmate de tijd meer afstand van hem had genomen en de verklaring is dan ook simpel. Een geval van Imperial Madness. Te veel macht aan een zieke of ziek wordende geest. Er is echter ook een andere visie op het leven van Caligula, die wordt weergegeven in het werk Caligula van Aloys Winterling dat is uitgegeven in München in 2003. Volgens dit werk was Caligula helemaal niet zo gek als hij vaak werd (en wordt) afgeschilderd. Zijn wreedheid zou er vooral in hebben bestaan dat hij op cynische wijze de huichelarijen van de senatoren letterlijk opnam om hen daarmee nog verder te vernederen. Caligula begon zijn pesterijen jegens de senaat hoogstwaarschijnlijk na een mislukte samenzwering. Sedertdien wreef hij de senatoren zijn eigen macht persoonlijk onder de neus. En die senatoren zaten gevangen in hun eigen spel van huichelarij en moesten wel meespelen.

Een vroegtijdig einde

Onafhankelijk van zijn motivatie (waanzin of rationeel cynisme), was het duidelijk dat Caligula het moeizame evenwichtsspel met de senaat en het ideaal van de republiek niet wilde continueren. Caligula streefde een monarchaal staatsbestel na, al dan niet bewust gebruik makend van een fenomenaal talent om anderen te vernederen. Uiteindelijk werd dat hem fataal. Een aantal prominente leden van de praetoriaanse garde (Cassius Chaerea en Sabinus) voelden zich dermate gekwetst dat zij samen met leden van de senaat Caligula in 41 als ook zijn vrouw en zijn tweejarig dochtertje vermoorden. Caligula werd opgevolgd door zijn oom Claudius.

Geschiedschrijving en Literatuur


- , Keizers sterven niet in bed. Van Caesar (44 v. Chr.) tot Romulus Augustus (476 n. Chr.), Amsterdam, 2001, pp. 37-40.
- , Caligula, München, 2003. Het leven van Gaius 'Caligula' en Claudius is het onderwerp van de historische romans I, Claudius (Ik, Claudius) en Claudius the God (Claudius de god) van Robert Graves. Deze geven een goed beeld geven van de voortdurende spanningen en dreigingen waarin leden van de familie van Augustus moesten leven, hoewel historici wel kanttekeningen plaatsen bij sommige details. Graves kiest onverkort voor Caligula als gestoorde geest. We mogen echter ook niet vergeten dat er een film gemaakt is over deze waanzinnige Romeinse keizer. Caligula is een Italiaans-Amerikaanse productie daterende eind jaren zeventig, en op z’n minst gezegd: een zeer ophefmakende film! Door een valse start in de samenwerking tussen auteur, regisseur en geldschieter, die elk hun eigen wending wilden geven aan dit stuk, is Caligula uitgedraaid op een vreemde, decadente en erotische film.

Archeologie

In 2003 zijn op Forum Romanum overblijfselen van de residentie van de princeps Gaius gevonden.([http://www.tiscali.be/NL/news/news/news.asp?id=86184]).

Externe link


- [http://www.roman-emperors.org/gaius.htm , art. Gaius (Caligula) (A.D. 37-41), in DIR (1997-2004).]
- [http://www.xs4all.nl/~kvenjb/madmonarchs/caligula/caligula_bio.htm , Gaius Caligula of Rome, 2005.] Iulius Caesar Germanicus Caligula, Gaius Iulius Caesar Germanicus Caligula, Gaius Iulius Caesar Germanicus Caligula, Gaius Iulius Caesar Germanicus Caligula, Gaius ja:カリグラ ko:칼리굴라

Praetoriaanse garde

De Praetoriaanse garde (of Praetoriaanse Wacht) was een speciale militaire eenheid gevormd door Romeinse militaire elite die de keizerlijke lijfwacht vormde. van rond 40).]] Het Latijnse woord praetor betekent letterlijk voorganger, leider en was oorspronkelijk de titel van de hoogste ambtenaar ten tijde van de Romeinse Republiek maar werd later de positie direct onder consul. Het hoofdkwartier van een Romeins leger werd praetorium genoemd en de wacht van een generaal cohors praetoriae. Hieruit ontstond uiteindelijk de Praetoriaanse Garde zoals die werd ingesteld door keizer Augustus in 27 v. Chr.. Oorspronkelijk bestond deze Garde uit negen cohorten van ieder 500 tot 1,000 man. Drie cohorten waren in Rome gelegerd, de rest in verschillende plaatsen buiten de hoofdstad, maar tijdens de regering van keizer Tiberius kwam er grote verandering in de organizatie van de garde door toedoen van de prefect Sejanus. Hij kreeg toestemming om de gehele garde vlak bij Rome te legeren, waardoor deze later een grote politieke invloed zou hebben. Niet alleen zou de keizer nu de garde als zijn prive leger kunnen gebruiken, maar het zou eveneens een groot gevaar betekenen zodra hij de controle erover verliest. De Praetoriaanse Garde heeft meerdere malen haar macht misbruikt door de senaat onder bedreiging een door de haar gekozen persoon tot keizer te laten uitroepen. Zij kon door omkoping ook worden misbruikt om tegenstanders en rivalen uit te schakelen waarbij de keizer zelf vaak het slachtoffer was. Het was gebruikelijk dat de Praetoriaanse garde geld ontving van de keizer bij zijn troonsbestijging en op speciale gelegenheden tijdens de regeerperiode. Zo'n gift van de keizer werd donativum genoemd. In 31 was Tiberius genoodzaakt de garde met een donativum om te kopen om haar eigen prefect te kunnen arresteren. In 193 was de Praetoriaanse Garde zo corrupt geworden (bij de dood van Commodus) dat zij de troon aan de hoogste bieder verkocht (zie Romeinse burgeroorlog 193-197). De hele Garde werd ongeveer twee maanden later door Septimius Severus afgezet en vervangen door soldaten uit zijn eigen legioenen. In 284 verminderde Diocletianus de macht van de Garde en Constantijn de Grote (307 - 337) maakte definitief een einde aan de Praetoriaanse Garde.

Rol van de Praetoriaanse Garde in de geschiedenis van het keizerrijk


- Augustus - 27 v. Chr.: Stelt Praetoriaanse Garde in.
- Tiberius - 33: Koopt Praetoriaanse garde om, om hun eigen prefect te arresteren.
- Gaius ("Caligula") - 41: Door Praetoriaanse Garde vermoord.
- Claudius - 41: Unilateraal door de Praetoriaanse Garde tot keizer uitgeroepen.
- Nero - 68: pleegt zelfmoord geholpen door de Praetoriaanse Garde.
- Galba - januari 69: vermoord door Praetoriaanse Garde.
- Otho - 69: koopt Praetoriaanse Garde om, om Galba te vermoorden.
- Domitianus - 96: Praetoriaanse Garde betrokken bij zijn moord.
- Nerva - 97: gegijzeld door de Praetoriaanse Wacht, maar vri