:: wikimiki.org ::
| 's-Heerenhoek |
's-Heerenhoek's-Heerenhoek is een dorp in de gemeente Borsele, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp heeft 1.900 inwoners (2004).
Het dorp is ontstaan na de inpoldering van de Borsselepolder in 1616; het heette toen Calishoek. Het dorp ontstond op een kruispunt van dijken van verschillende polders. In 1672 werd hier een protestantse kerk gebouwd; inmiddels staat midden in het dorp een rooms-katholieke kerk uit 1870. 's-Heerenhoek is een bekend uitgaanscentrum op Zuid-Beveland. Het dorp trekt ieder jaar veel bezoekers tijdens carnaval, wanneer het wordt omgedoopt in "Paerehat".
Externe link
- [http://people.zeelandnet.nl/jeugdhoeve/index.html Website 's-Heerenhoek]
Heerenhoek
Heerenhoek
Heerenhoek
Borsele
Borsele is een gemeente in Zuid-Beveland, in de Nederlandse provincie Zeeland. De gemeente telt 22.427 inwoners (1 juni 2005) en heeft een oppervlakte van 194,47 km² (waarvan 52,24 km² water). De naam van de gemeente wordt gespeld met een enkele s en moet niet verward worden met de naam van de plaats Borssele in de gemeente die met dubbel s gespeld wordt.
De gemeente is voornamelijk bekend vanwege de kernenergiecentrale Borssele.
Kernen
Baarland, Borssele, Driewegen, Ellewoutsdijk, 's-Gravenpolder, 's-Heer Abtskerke, 's-Heerenhoek, Heinkenszand (gemeentehuis), Hoedekenskerke, Kwadendamme, Lewedorp, Nieuwdorp, Nisse, Oudelande en Ovezande.
Transport
In maart 2003 is de vaste-oeververbinding met de 'overkant' gereedgekomen: de Westerscheldetunnel verbindt Ellewoutsdijk met Terneuzen.
Geboren in Borsele
- Hans Warren (20 oktober 1921 - 19 december 2001), schrijver
Externe link
[http://www.borsele.nl Website van de gemeente]
Categorie:Gemeente in Zeeland
Zeeland (provincie)
Zeeland is een provincie in zuidwest Nederland. De provincie bestaat uit een aantal (schier)eilanden en een strook vasteland langs de grens met België. De naam 'Zeeland' is hiervan afgeleid.
Geografie
België
De schiereilanden en de voormalige eilanden zijn:
- Zuid-Beveland (schiereiland samen met Walcheren)
- Walcheren (schiereiland, grenst alleen aan Zuid-Beveland)
- Noord-Beveland (voormalig eiland)
- Tholen (voormalig eiland)
- Schouwen-Duiveland (voormalig eiland)
- Sint-Philipsland (schiereiland)
- Zeeuwsch-Vlaanderen dat eigenlijk geen eiland of schiereiland is, maar alleen door een tunnel of over land (België) te bereiken is
De belangrijkste zeearmen tussen de (schier)eilanden zijn:
- Westerschelde tussen Zeeuwsch-Vlaanderen en Walcheren / Zuid-Beveland
- Veerse Meer tussen Noord-Beveland en Zuid-Beveland / Walcheren.
- Oosterschelde tussen Noord-Beveland / Zuid-Beveland en Schouwen-Duiveland. De eilanden Tholen en Sint-Philipsland splitsen de Oosterschelde in een noordelijke en zuidelijke arm.
- Grevelingen tussen Schouwen-Duiveland en het Zuid-Hollandse Goeree-Overflakkee
De hoofdstad is Middelburg. Vlissingen en Terneuzen zijn belangrijke havenplaatsen met grote industriegebieden. Goes ligt centraal in Zeeland. Deze vier plaatsen zijn met 30000-50000 inwoners de enige grote plaatsen in Zeeland. Andere grotere plaatsen, met ruim 10000 inwoners, zijn Hulst, en Zierikzee. Daarnaast zijn er veel kleine historische stadjes, zoals Veere, Tholen en Sluis, en vele dorpen en gehuchten.
In Zeeland is er vooral veel akkerbouw. Daarnaast is er fruitteelt in de zogenaamde Zak van Zuid-Beveland, bloementeelt op Tholen, en zijn er grote kassencomplexen in de buurt van Rilland en Kapelle.
In Zeeland is er met name kleigrond, doorsneden met vaarten en (voormalige) kreken. In het zuiden van Zeeuws-Vlaanderen is er zandgrond. Buiten de dijken liggen schorren en slikken. Langs de kust zijn er duingebieden. Op Schouwen-Duiveland is er een zeer breed duingebied. Ook aan de kust van Zeeuws-Vlaanderen en de noordelijke kust van Walcheren zijn er brede duingebieden. Het duingebied aan de zuidelijke kust van Walcheren is zeer smal.
Gemeenten
slik
Zie ook:
- Lijst van steden en dorpen in Zeeland
- Lijst van voormalige gemeenten in Zeeland
- Lijst van gouverneurs en Commissarissen van de Koning(in) van Zeeland
- Zeeland, voor ander betekennisen van Zeeland
Geschiedenis
Zeeland
Zeeland werd al voor de tijd van de Romeinen bewoond. Uit die tijd stammen ook de beelden van o.a. de Godin Nehalennia, die door vissers in de Oosterschelde zijn gevonden.
Sinds de Middeleeuwen is de strijd tegen het water een rode draad door de geschiedenis. Aanwinning en verlies van land wisselden elkaar af. Vrijwel de hele provincie (behalve de duinstreek) ligt op of onder zeeniveau. Het landschap is een lappendeken van polder(tje)s en dijken. De geografie van Zeeland is in de loop van de tijd grondig gewijzigd. De vele kleinere eilanden zijn langzamerhand samengegroeid tot de grotere (schier)eilanden die we nu kennen. Andere voormalige bewoonde gebieden staan nu onder water (o.a. verdronken land van Saeftinge).
Tijdens de 16e en 17e eeuw heeft Zeeland, evenals Holland, een grote bloeiperiode doorgemaakt. Een aantal nu vrij kleine steden (zoals Middelburg, Vlissingen, Goes en Zierikzee) speelden toen een significante rol in de Lage Landen. Vanuit Zeeland was er veel zeevaart: visserij, koophandel (waardoor Zeeland een koloniaal en slavernijverleden heeft), en ook voor oorlogsdoeleinden.
Met de komst van de spoorwegen werden Zuid-Beveland en Walcheren in de 19e eeuw door middel van dammen met het vasteland van Noord-Brabant verbonden. Sinds 1870 zijn Vlissingen, Middelburg en Goes per trein met Bergen op Zoom en Roosendaal verbonden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Zeeland verschillende keren van strategisch belang geweest. Hierdoor hebben een aantal steden en gebieden veel te lijden gehad onder gevechten, bombardementen en inundaties. Met name het aanzien van het eiland Walcheren en de stad Middelburg is hierdoor grondig verandert.
Een met name in de jaren '50 politiek beladen onderwerp was de kwestie van de Vrije Veren over de Westerschelde. Vooral in Zeeuws-Vlaanderen zorgde dit voor de nodige commotie.
In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werd Zeeland getroffen door de Watersnoodramp van 1953. Om een dergelijke ramp in de toekomst te voorkomen, werden vanaf 1960 de Deltawerken uitgevoerd. Een neveneffect hiervan was dat de verbindingen met de rest van Nederland aanzienlijk werden verbeterd. Ook hierover was veel rumoer, met name over de afsluiting van de Oosterschelde. In 1987 werden de Deltawerken voltooid. De economische en sociale structuur van de Zeeuwse eilanden is door de komst van de vaste oeververbindingen sterk veranderd. Het vroeger geïsoleerd liggende gebied is nu binnen een uur te bereiken vanuit de diverse grote steden. Het toerisme heeft een grote vlucht genomen.
Taal
Zeeland bestond voorheen uit een aantal geïsoleerde eilanden. Het is dus niet verwonderlijk dat elke streek zijn eigen dialect heeft. Toch vertonen de Zeeuwse eilanden, met Goeree-Overflakkee, een relatieve eenheid in taal. Het Zeeuws is in wezen een overgang van het Hollands naar het West-Vlaams. In Zeeuwsch-Vlaanderen spreekt men dialecten die sterk van het Zeeuws afwijken: West-Vlaams in het westen en midden, Oost-Vlaams rond Hulst. In een aantal dorpen is het dialect nog oppermachtig.
Cultuur en folklore
Vooral het agrarische Zeeland heeft heel lang zijn eigen cultuuruitingen kunnen vasthouden. Bekend zijn de Zeeuwse klederdrachten, die nu nog wel door oudere vrouwen worden gedragen en bij speciale gelegenheden veelvuldig worden aangetrokken. De boeren op Walcheren onderhouden de traditie van het ringsteken: op een feestdag in augustus probeert men gezeten op een (Zeeuws) paard een lans door een ring te steken. Ook de streekproducten, zoals de boterbabbelaars en de bolussen, worden sterk met Zeeland geassocieerd en vinden bij toeristen gretig aftrek. Verder worden de dialecten (zie boven) tot het Zeeuwse cultuurgoed gerekend, en associeert men de provincie sterk met de Gereformeerde Gemeenten.
Wapen
Gereformeerde Gemeenten
Het Zeeuwse wapen laat een leeuw zien, die worstelt met de golven. De wapenspreuk luidt Luctor et Emergo (Latijn voor 'ik worstel en kom boven'). De relatie tussen wapen en spreuk lijkt overduidelijk, maar schijn bedriegt. Eigenlijk bestaat het Zeeuwse wapen uit twee gedeelten: de bovenste helft toont een 'klimmende leeuw', voor de helft afgebeeld, en de onderste helft toont geen zee, maar zes golvende banen. Bovendien slaat de tekst niet op het gevecht met de zee, maar op het gevecht met Spanje in de Tachtigjarige oorlog.
Infrastructuur
Een architectonisch hoogstandje is de Zeelandbrug die sinds 1965 Schouwen-Duiveland met Noord-Beveland verbindt. Het was enige tijd de langste brug ter wereld.
Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen worden sinds 2003 verbonden door de 6600 m lange Westerscheldetunnel. De veerdiensten over de Westerschelde werden daardoor opgeheven.
Bekende Zeeuwen
- Jan Peter Balkenende, politicus
- Buys Ballot, natuurkundige
- Danny Blind, voetballer
- Jacob Cats, dichter en jurist
- Honoré Colsen
- Johan Hendrik van Dale, schoolmeester en grondlegger van de Dikke Van Dale
- Dick Dees, politicus
- Rinus Ferdinandusse, schrijver
- Wim van Hanegem, voetballer
- Leo van de Ketterij, gitarist en componist
- Carolyn Lilipaly, presentatrice
- Theofiel Middelkamp, wielrenner
- Geert van Oorschot, uitgever
- Jan Raas, wielrenner
- Jo de Roo, wielrenner
- Michiel de Ruyter, admiraal
- Annie M.G. Schmidt, schrijfster
- Harmen Siezen, nieuwslezer
- Annelies Verstand, politica
- Hans Warren, schrijver
Categorie:Zeeland
ja:ゼーラント州
KerkEen kerk kan zijn:
- een gebouw, zie Kerk (gebouw)
- een geloofgemeenschap, zie Kerk (geloofsgemeenschap)
- een instituut, zie Kerk (instituut)
- een organisatie, zie Kerkgenootschap
ja:チャーチ
Rooms Katholiek]]
De Rooms-katholieke Kerk, in de meeste landen ook kortweg Katholieke Kerk genoemd, is de grootste geloofsrichting binnen het christendom. Zij beroept zich op het Oude en Nieuwe Testament van de bijbel, de Traditie en het leergezag van Rome. Tot aan de Reformatie belichaamde ze veel politieke macht. De leider van de Kerk is de bisschop van Rome beter bekend als de paus, die in Rome resideert en aan het hoofd staat van de clerus; hij is tevens staatshoofd van Vaticaanstad.
Geschiedenis
Eerste tot vijfde eeuw
Vanaf de eerste eeuw van onze tijdrekening ontstonden hier en daar in en rond de Middellandse Zee kleine, geïsoleerde christelijke gemeenschappen, eerst in het oostelijk gedeelte, later ook in het westen, en vooral onder de rechtelozen: vrouwen en slaven. Het Romeinse Rijk stond altijd al bekend om zijn religieuze tolerantie, zolang lippendienst bewezen werd aan de staatsreligie. Christenen weigerden te offeren aan de Romeinse goden, wat een van de redenen was voor vele bloedige vervolgingen van christenen door de Romeinse overheden. De christenen accepteerden de heidense keizers wel als staatshoofd, maar absoluut niet als een god. De invloed van het christendom groeide desondanks verder en het werd onvermijdelijk dat de christelijke religie erkend werd: dat gebeurde onder keizer Constantijn, in het begin van de vierde eeuw. Op het einde van dezelfde eeuw, onder keizer Theodosius I, werd het christendom zelfs de Romeinse staatsgodsdienst. Vanaf dat ogenblik zijn de politieke en religieuze macht van de Kerk in het westen nauw verweven.
Vanaf het begin was de jonge Kerk regelmatig het toneel van felle onderlinge discussies en resulterende scheuringen (in het Grieks: schisma), zoals het arianisme en nestorianisme. De bisschop van Rome (nog een Grieks woord; het betekent letterlijk ‘opzichter/toezichthouder’) was Petrus, de apostel die door Jezus "rots, waarop hij de Kerk zou bouwen" werd genoemd; stilaan werd de bisschop van Rome in het westen duidelijk de ‘primus inter pares’, die meer en meer gezag won als hoofd van de Kerk. Dat proces vorderde maar heel beperkt, en alleen in het (Latijnse) westen. In het Griekstalige Oosten oriënteerden de gelovigen zich meer op de patriarch van Constantinopel, hoewel de patriarchen van Antiochië en Alexandrië ook veel invloed hadden. De bisschop van Rome was ook de patriarch van Rome en zijn collega-patriarchen beschouwden hem als een gelijke zonder speciale bevoegdheden over henzelf. Getuigenissen van zowel de oostelijke als de westelijke kerkvaders zijn echter duidelijk over de primaatschap van de zetel van Petrus (Rome) aangaande de einduitspraken over geloofstwisten. De bisschoppen kwamen soms samen in een Concilie, nog steeds het hoogste orgaan binnen de christelijke gemeenschap, zoals dat van Nicea in Turkije, rond 325, om theologische problemen op te lossen die dikwijls over politieke geschillen handelden.
Middeleeuwen
Na de val van het West-Romeinse Rijk werd West-Europa opgedeeld onder de binnengevallen Germanen. Hun nieuwe koninkrijken op het oude Romeinse grondgebied waren de beginpunten van de huidige Europese staten.
In dit versplinterde West-Europa bleek het niet erg moeilijk voor de bisschop van Rome om zijn gezag tenslotte gestaag uit te breiden, en behalve op geestelijk gebied vooral ook op wereldlijk vlak. Dat kon pas nadat West-Europa gekerstend was; vooral Ierse monniken hebben daar een belangrijke rol in gespeeld. Stilaan kwam men ook tot meer eensgezindheid op het vlak van de theologie, die gebaseerd was op de Platonische inzichten van Augustinus, hoewel dat niet zonder slag of stoot ging: zeer geregeld waren er belangrijke scheuringen (die van Pelagius, de Albigenzen of Katharen b.v.), en er was onophoudelijk frictie tussen het Oosten en het Westen. Verder werd de opmars van de islam (voorlopig) gestopt.
De splitsing in een oosterse en westerse Kerk in het jaar 1054 het Grote Schisma, was in feite een formele bevestiging van een reeds lang bestaande situatie. Opnieuw camoufleerden theologische disputen de politieke realiteit; deze keer was er verschil over de leer van de Heilige Geest: de westerse Kerk leert dat de Heilige Geest uitgaat van God de Vader en van God de Zoon. De oosterse Kerk leert dat de Heilige Geest alleen uitgaat van God de Vader.
Een belangrijke rol was weggelegd voor de kloosterorden: over geheel West-Europa werden in twee golven abdijen en kloosters opgericht. Deze bezaten nagenoeg een monopolie op cultuur, scholing, gezondheidszorg en wetenschappen, hoewel er ook enorm veel kennis verloren ging, die pas vanaf de 12e eeuw via de Arabische cultuur geleidelijk terugkwam, wat dan het Thomisme mogelijk maakte, nog steeds één van de fundamenten onder de katholieke theologie.
Het bestrijden van de heterodoxie, ketterijen en schisma's was vanaf het begin van de Kerk een steeds terugkerend thema. Deze strijd werd, uitgaande van het middeleeuwse wereldbeeld, vanaf de 13e eeuw geleverd door de Inquisitie, die als kerkelijke rechtbank in wisselwerking stond met de wereldlijke rechtbanken. De absolute controle op wat er gedacht en/of geschreven mocht worden, was de rol van de Inquisitie, die nu nog steeds bestaat in de vorm van de Congregatie van de Geloofsleer. Maatschappelijke en kerkelijke intolerantie kwam tot uiting in fel antisemitisme; tijdens de Kruistochten –eerder een politiek dan religieus fenomeen- ging het er eveneens bloedig aan toe.
Gedurende de eeuwen ontwikkelde de bisschopszetel van Rome zich tot de stoel van de Christus' plaatsbekleder, het petrusambt, dat een centralisering van de Kerk betekende en lokale bisschoppen aan haar ondergeschikt maakte; de Investituurstrijd had als inzet wie kerkelijke benoemingen mocht uitvoeren: de politiek of de Kerk. Terwijl de Kerk deze strijd formeel won, zal haar invloed vanaf de 16e eeuw beginnen te tanen.
De Nieuwe Tijd
Tijdens de Renaissance was Europa weer welvarend geworden en door de toenemende handel en voortschrijdende techniek werden de Europeanen steeds rijker. De Kerk profiteerde hier ook van en begon steeds meer een praalziek instituut te worden. De hoge clerus hield zich tenslotte hoofdzakelijk bezig met de wereldlijke macht en de geestelijke taken schoten er grotendeels bij in. Vooral de 'renaissance pausen' van de 15de-16e eeuw waren hoewel cultureel een hoogtepunt (bouw van de huidige Sint Pieterskerk) geestelijk en moreel een dieptepunt waarbij verschillende bisschoppen en pausen, zoals die afkomstig van de beruchte familie Borgia, elkaar zelfs naar het leven stonden om de hoogste kerkelijke ambten te bemachtigen.
Corruptie, decadentie, nepotisme en simonie binnen de Kerk zorgden in heel Europa voor een ware opstand, de Reformatie, tegen Rome. Voorlopers waren: Jan Hus (Bohemen), Savonarola (Florence) en John Wycliffe, Engeland. Later gaven Luther (Heilige Roomse Rijk), Johannes Calvijn (Frankrijk/Zwitserland) John Knox (Schotland) en Huldrych Zwingli (Zwitserland) aanleiding tot permanente afscheidingen: zo maakte in 1517 Luther de 95 stellingen tegen de aflaat bekend. Aanvankelijk wilden de meeste van deze protestanten (zoals ze al snel werden genoemd) de Katholieke Kerk niet verlaten maar hervormen door een terugkeer naar de christelijke beginselen zoals deze volgens hen in de evangeliën zijn beschreven. Het optreden van Luther, zijn pacteren met Duitse wereldlijke vorsten en de reactie van de Kerk inzake de oproep tot een concilie dat tot deze interne hervormingen zou moeten leiden, heeft tenslotte geleid tot de afscheiding van de protestanten. Ook Engeland scheurde zich af onder Hendrik de Achtste en vormde de Anglicaanse Kerk. Zoals vaker in de geschiedenis kwamen deze schisma's als gevolg van zowel religieuze als politieke redenen tot stand.
De Kerk reageerde met het Concilie van Trente, de komst van vernieuwingsbewegingen zoals de jezuïetenorde en de verspreiding van de barok. Terwijl grote landstreken in Europa verloren gingen voor Rome tijdens eeuwenlange godsdienstoorlogen die leidden tot een wijdverbreide papenhaat (papa = Latijn voor paus; een katholiek is dus een paap), breidde ze evenwel haar gebied uit tijdens de periode van de Europese kolonisatie.
Het grote kenmerk van de periode na de Middeleeuwen, is dat meer en meer de mens zichzelf als het centrum van de dingen beschouwde, vandaar het humanisme, de zelfverzekerde renaissance, en de opkomst van de (exacte) wetenschappen. Dit zal uiteindelijk uitmonden in de Verlichting, met de vastlegging van het principe van de scheiding tussen Kerk en staat. Dit principe (en andere) zal verspreid worden samen met de Franse Revolutie. Verschillende kerkelijke monopolies, zoals onderwijs en gezondheidszorg werden doorbroken, en aanvankelijk wist Rome niet om te gaan met nieuwe ontwikkelingen zoals darwinisme en socialisme. In deze periode werd het principe van de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd. Uiteindelijk zorgde de Kerk wel met de encycliek Rerum Novarum (1891) voor een sociale leer.
Vandaag
Het onafhankelijke Italië bleef knabbelen aan de omvang van de Pauselijke Staten, en in 1929 wordt het Verdrag van Lateranen gesloten tussen de paus en Benito Mussolini: het Vaticaan als onafhankelijk staatje wordt geboren.
In de jaren zestig zorgt het Tweede Vaticaans Concilie voor een vernieuwende interpretatie van de katholieke leer en brengt zo het geloof bij de tijd (aggiornamento). Hierover was en is nog steeds veel discussie: volgens de conservatieven was dit al te vergaand en volgens de progressieven ging dit nog lang niet ver genoeg. Ondanks deze hervormingen blijft de invloed van de RK Kerk in West-Europa dalen. De standpunten van de Kerk, vooral betreffende seksualiteit en moraal worden in het geseculariseerde West-Europa dikwijls beschouwd als controversieel en niet meer passend in de praktijk van de moderne wereld. Terwijl de Kerk zich probeert aan te passen aan de sterk geïndividualiseerde samenleving in het Westen blijft het aantal gelovigen wereldwijd en dan vooral in de ontwikkelingslanden sterk groeien. Hier is het geestelijke, morele en vaak ook politieke gezag van de Kerk nog steeds aanzienlijk. Verschillende vernieuwingsbewegingen ontstaan binnen de Kerk, die vaak de rol van de leek benadrukken, zoals de charismatische beweging, die ook banden met het protestantisme onderhoudt.
Stilaan wordt ook toenadering gezocht tot andere strekkingen binnen het christendom, en andere verwante religies zoals het jodendom. Dat is de zogenaamde oecumenische gedachte.
De Rooms-katholieke Kerk blijft nog altijd verreweg de grootste geloofsrichting binnen het christendom: volgens het Annuario Pontificio (Vaticaans jaarboek) leefden er in 2003 in de hele wereld 1,09 miljard gedoopten, verspreid over 2800 bisdommen en 220 000 parochies. Ongeveer de helft van hen leeft in de Derde Wereld. De Kerk telt 405 000 priesters (1 priester per 2680 gedoopten).
Huidige verdeeldheid en polarisatie
De verdeeldheid binnen de Rooms-katholieke Kerk is sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) ernstig vergroot. Er is sprake van grote polarisatie.
Modernisme
Aan de ene kant staan vele zogenaamde modernistische ofwel progressieve organisaties en groepen. Veel diocesane bisschoppen (in Nederland bijv. Mgr. Bluyssen en Mgr. Muskens) en organisaties zoals Wir sind Kirche (We are Church) en de opgeheven Nederlandse Acht Mei Beweging en de vergrijzende Mariënburgvereniging maken deel van deze factie uit. Zij streven naar een kerkvorm zonder veel grote dogma's en een kerk die zich aanpast aan de wereld van nu, zowel in liturgie als in openbaar optreden. Deze factie wil, dat de Rooms-katholieke Kerk een liberalere positie inneemt ten aanzien van abortus, euthanasie en anti-conceptie. Bovenal zijn hun speerpunten echter: de vrouw in het priesterambt, vergaande democratisering en een vereniging met overige wereldgodsdiensten. Direct gevoeld werd de invloed van deze factie na de liturgiehervorming eind jaren '60 en de invoering van de Nieuwe Liturgie (Novus Ordo Missae) van Paulus VI. Men denke in Nederland aan de invloed van de ex-Jezuïet en pastor van de Amsterdamse Studentenekklesia Huub Oosterhuis en zijn liedgoed op de nieuwe katholieke liturgie. Internationaal is de naam van de theoloog Hans Küng bekend.
Gematigd modernisme
Dan bestaat er een gematigd progressieve, op enige vlakken modernistische, factie bestaande uit bepaalde kardinalen zoals Walter kardinaal Kasper, Karl kardinaal Lehmann, aartsbisschop Jean-Marie Lustiger en enige andere curiekardinalen en zeer vele bisschoppen uit Europa en Noord-Amerika. Zij willen op een voorzichtige wijze openingen maken naar het vrouwelijke priesterambt, meer uitwisseling met de wereld en een wereldraad waarin alle wereldgodsdiensten samen kunnen komen, elk met hun verschillende inzichten. De gematigd progressieve factie vindt, dat de veranderingswil van het Tweede Vaticaans Concilie niet ten volle uitgewerkt is.
Conservatisme
Dan is er de conservatieve factie. Zij hebben alle hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) aangenomen en wensen, dat deze rustig worden uitgewerkt. Men neemt wat betreft de moraaltheologie de kerkelijke leer wat betreft abortus, euthanasie en anti-conceptie aan, hoewel de een iets verder gaat dan de ander. Wat betreft de toenadering tot andere godsdiensten ondersteunen zij onvoorwaardelijke de huidige moderne lijn van het Vaticaan. Doorgaans wil men in de oecumene toenadering tot de overige christelijke kerkgenootschappen. De missioneringsgedachte van vóór het Tweede Vaticaans Concilie heeft deze factie doorgaans reeds afgelegd voor de moderne oecumenische gedachte en praktijk van zogenaamde Dialoog, omdat men in de overige denominaties en godsdiensten ook waardevolle elementen zegt te ontwaren. Toch streeft men niet direct naar een fusionerende oplossing zoals de progressieve facties. Deze factie is soms ontevreden over de uitvoering van de Nieuwe Liturgie van Paulus VI, maar accepteert de liturgiehervorming van 1969/1970 ten volle. Tot deze factie behoren Paus Benedictus XVI en de meeste bisschoppen uit de Derde-Wereld en Zuid-Amerika. Een bekende representant was ook Paus Johannes-Paulus II die sterk de toenadering met andere godsdiensten zocht en daarbij geen missionering bedreef (Assisi Gebedsconferentie 1986), maar tegelijkertijd toch de noodzaak benadrukte van de "cultuur van het leven". Hij verwierp derhalve abortus, euthanasie en kunstmatige anti-conceptie. Op ecclesiologisch vlak is deze conservatieve factie ook meegegaan met de moderne opvatting. De vrouw in het priesterambt blijft er evenwel nog taboe. De conservatieve factie is in het algemeen - uitzonderingen daargelaten: bijv. het afzetten van theoloog Hans Küng - redelijk verdraagzaam ten opzichte van de progressievere facties. Men blijft onverzettelijk qua morele standpunten, maar tolereert de progressieve facties wel in kerkelijke functies en op hoge kerkelijke posities. Slechts bij tijd en wijle komt uit deze factie verzet voort tegen de progressievere (modernistische) facties. Een bekend voorbeeld van dit conservatief verzet tegen progressiviteit is het Contact Rooms-Katholieken (CRK) in Nederland.
Traditionalisme
Rechts van de conservatieve factie is het zogenaamde Rooms-katholieke traditionalisme te vinden. Deze traditionalistische factie wordt ook wel incorrect "ultra-conservatief" of - bijtend - "integralistisch" genoemd. Algemeen kenmerk is het vasthouden aan de Tridentijnse H. Mis (ook wel: Mis van altijd, Traditionele Latijnse Mis, overgeleverde ritus). De vanaf de Oudheid organisch gegroeide Romeinse christelijke liturgie werd in 1570 - als reactie op de vernieuwingen tijdens de Reformatie - gecodificeerd door Paus Pius V en draagt soms ook de naam Mis van Pius V of Piánum. Nadat reeds vanaf 1963 doorheen de R.K. Kerk liturgische vernieuwingen terrein wonnen, werd in 1969 (1970) door Paus Paulus VI een Nieuwe Liturgie (Novus Ordo Missae) ingevoerd. Door de apostolische constitutie Missale Romanum (1969) werd de facto (in de praktijk) afgerekend met de eeuwenoude Tridentijnse liturgie, hoewel de jure (wettelijk) deze oude liturgie nog te gebruiken bleef. Direct op de invoering van de Nieuwe Liturgie door Paulus VI kwam een storm van verontwaardiging van traditionalistische katholieken - die toch al niet gelukkig waren met het Tweede Vaticaans Concilie - op gang. [http://www.ecclesiadei.nl/docs/kortkritischonderzoek.pdf] Bovendien protesteerden de curiekardinalen Alfredo kardinaal Ottaviani en Antonio kardinaal Bacci openlijk tegen de Nieuwe Liturgie met hun Kort Kritisch Onderzoek van de Nieuwe Ordo Missae. Deze door Pius XII benoemde kardinalen waagden zelfs de geldigheid in twijfel te trekken en noemden de Algemene Inleiding tot het Nieuwe Missaal "ketters" en "protestants". Dit document, aan Paulus VI aangeboden door de kardinalen en een groep zeer behoudende Romeinse professoren, verspreidde zich door Gravin Guerrini snel over de gehele katholieke wereld. Inmiddels bleven verspreid over de katholieke wereld groepjes behoudende priesters de Tridentijnse liturgie aanhouden voor hun Misvieringen.
De groepen binnen de traditionalistische factie verschillen qua verdere theologische posities wel enigszins van elkaar. De Priesterbroederschap van Sint Petrus (FSSP) is officieel door het Vaticaan erkend en is zelfs een gemeenschap van Pauselijk Recht. Zij gebruikt de Tridentijnse ritus met toestemming van de lokale bisschoppen. De FSSP is de belangrijkste organisatie (congregatie) binnen de Indult-Mis-beweging onder de traditionalisten. Indult-Missen worden soms ook gecelebreerd door priesters uit de bisdommen zelf. Men erkent de resultaten en uitwerkingen van het Tweede Vaticaans Concilie en ook de liturgiehervorming van Paulus VI wordt door hen niet in twijfel getrokken. De Tridentijnse ritus geniet echter sterk de voorkeur - niet in het minst vanwege de liturgische misbruiken en vernieuwingen die op lokaal vlak - zo ziet ook het Vaticaan het inmiddels - veel schade aan zouden richten.
De bekendste wereldwijd werkzame groep is wel de Priesterbroederschap Sint Pius X (FSSPX), in 1970 in Zwitserland opgericht door aartsbisschop Mgr. Marcel Lefebvre (1905-1991), die vanaf 1988 niet langer erkend wordt door de Vaticaanse autoriteiten. Deze momenteel sterk groeiende groep wijst de hervormingen van de liturgie af als modernistische uitvindsels. Men gebruikt uitsluitend de Tridentijnse ritus voor de Mis. Tevens ziet de FSSPX in de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie bepaalde leerstellige dwalingen, die men - logischerwijs - dan ook weigert aan te nemen. Met name de conciliaire concepten van oecumene, de liturgiehervorming, het principe van morele godsdienstvrijheid en het universalistische heilsconcept (zoals in 1978 uitgewerkt in de encycliek Redemptor Hominis door Johannes-Paulus II), worden uitdrukkelijk verworpen. Rond de FSSPX hebben zich bepaalde kloosters en abdijen geschaard die dezelfde posities aanhangen. De FSSPX erkent de legitimiteit van Paus Benedictus XVI wel. De congregatie heeft altijd haar verbondenheid met de Heilige Stoel (Vaticaan) beleden. Nog in augustus 2005 werd de belangrijke FSSPX-leider Bisschop Mgr. Bernard Fellay ontvangen door Benedictus XVI.
Enige traditionalistische groeperingen wijzen zelfs radicaal de legitimiteit van de Pausen na de dood van Paus Pius XII af. Deze noemt men de sedisvacantisten (van Sede Vacante: Lege H. Stoel). Door de ketterijen die door het Tweede Vaticaans Concilie en de "Conciliaire" Pausen verbreid zijn, redeneren de sedisvacantisten binnen de traditionalistische factie, hebben deze Pausen hun ambt automatisch verloren, want "ketters zijn geen lid van de Kerk en kunnen dus ook geen hoofd van de Kerk zijn". De sedisvacantisten houden dan ook vast aan de Tridentijnse liturgie. Zij verwerpen het Tweede Vaticaans Concilie in het geheel als een niet-katholieke synode en een poging om de Rooms-Katholieke Kerk omver te werpen. Vele sedisvacantisten zien de ondermijning van het Pausschap en de kerkelijke leer als inmiddels tamelijk geslaagde pogingen van de Vrijmetselarij om het Christendom uit te roeien. In Vlaanderen is het Italiaanse Istituto Mater Boni Consilii actief. Dat priesterinstituut houdt de sedisvacantistische positie aan. Vele sedisvacantisten wijden zonder toestemming van het Vaticaan zelf hun bisschoppen en priesters. Een bekende sedisvacantistische leider was aartsbisschop mgr. Pierre-Martin Ngo Dinh Thuc († 1984), van wie de apostolische wijdingslinie (Thuc Line) van vele sedisvacantistische bisschoppen (in VS, Frankrijk, Duitsland) afkomstig is. Thuc legde eind jaren '70 en begin jaren '80 meermaals de verklaring af, dat de H. Stoel onbezet (vacante) is. De sedisvacantisten zijn slechts een zeer kleine groepering.
De traditionalistische factie wordt in het algemeen door zowel de conservatieve factie als de progressievere facties, die alle de Nieuwe Liturgie aangenomen hebben, met grote vijandigheid bejegend. In de media worden zij onophoudelijk afgeschilderd als dinosauriërs uit het stenen tijdperk. Toch groeien zowel de Indult-groeperingen als de omstreden Priesterbroederschap Sint Pius X met verbazingwekkende snelheid. Met de doorgaande leegloop in de West-Europese Kerk en de voortschrijdende secularisatie lijkt de invloed van het groeiend aantal kerkgetrouwere traditionalisten steeds verder toe te nemen.
Evangelisatie
Missionarissen uit de westerse landen werden naar gekoloniseerde landen gestuurd om daar te preken en de lokale bevolking tot het katholieke geloof te bekeren. In Spaans en Portugees Amerika gebeurde de 'bekering' van de oorspronkelijke bevolking grotendeels onder (soms grove) dwang. In later eeuwen in Afrika en Azië vertrouwden missionarissen meer op hun overtuigingskracht. In veel landen, ook in Europa en Amerika, stonden zij bovendien aan de wieg van charitatieve instellingen en gezondheidszorg. Eveneens in Europa was de Kerk meestal de grondlegger van de gezondheidszorg en het onderwijs. Veel ziekenhuizen en scholen werden tot voor kort of worden nog steeds door kloosterorden en congregaties gerund.
Structuur en organisatie
De Rooms-katholieke Kerk is de oudste, nog steeds functionerende organisatie ter wereld. Hierin is ze werkelijk uniek. Het is de enige organisatie ter wereld die aantoonbaar ononderbroken heeft gefunctioneerd sinds de 1e eeuw en het enige instituut van het Romeinse rijk dat heeft weten te overleven tot in de moderne tijd. Ook het archief en de bibliotheek van het Vaticaan zijn voor zover bekend de oudste ter wereld. Er zijn echter (onbevestigde) berichten dat sommige boeddhistische kloosters nog oudere archieven en bibliotheken bezitten.
De organisatie van de Kerk is het eindpunt van een eeuwenlange evolutie; hier volgt een beschrijving hoe de Kerk vandaag georganiseerd is. De Kerk kent een strakke organisatiestructuur, met zowel verticale als horizontale assen, een Kerk georganiseerd in kruisvorm.
- Verticaal: van paus tot gelovige leek; en
- Horizontaal: op verschillende niveaus bestaat een aantal al dan niet formele instellingen naast elkaar.
De Kerk kent haar eigen rechtbanken die zich baseren op het canoniek recht. De Kerk is geen democratie en er bestaat geen scheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en controlerende macht. Alle macht wordt geconcentreerd in de persoon van de paus.
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen de paus als politiek staatshoofd van het Vaticaan, wat niet veel om het lijf heeft, en als religieus leider waarbij de paus wereldwijd zeer invloedrijk is.
Van paus tot gelovige (Verticale structuur)
canoniek recht]
De paus regeert eigenmachtig (hoewel zijn macht informeel beperkt wordt) door middel van decreten en richtlijnen. De grote lijnen en principes worden verwoord in encyclieken, apostolische exhortaties en vele andere documenten. Deze worden in het Latijn gepubliceerd en benoemd met de eerste woorden ervan. Zo behandelt de encycliek "Rerum Novarum" ('over nieuwe zaken') de sociale leer van de Kerk en de encycliek "Humanae Vitae" ('over het menselijk leven') de houding van de Kerk ten aanzien van geboortenregeling.
Formeel wordt zo'n brief naar alle bisschoppen gestuurd, die gewoonlijk (maar niet altijd) een geografisch gebied onder zich hebben. Zij moeten de inhoud verder spreiden onder de priesters, die hun gelovigen moeten inlichten, en verklaringen verschaffen, indien nodig. Een encycliek geldt voor alle gelovigen, in de hele wereld.
Een "herderlijke brief" daarentegen is vrijblijvender en dikwijls gericht tot een beperkt gebied, of een gedeelte van de gelovigen, bijvoorbeeld alleen voor priesters, of alleen voor katholieke Amerikanen.
Geografische structuur (Horizontale structuur)
Een plaatselijke kerk, een zogenaamde "parochie," wordt geleid door een pastoor. Enkele parochies vormen samen een dekenaat (ook: decanaat) dat onder leiding staat van een deken. (In de praktijk stelt de invloed van het dekenaat niet veel voor, de pastoor is verantwoordelijk voor zijn parochie.) Een aantal dekenaten vormt samen een bisdom (ook: diocees) dat door een bisschop bestuurd wordt; hij wordt daarin geassisteerd door een bestuursorgaan, de bisschoppelijke curie. Meerdere bisdommen samen vormen een kerkprovincie onder leiding van een metropoliet. De grenzen van kerkprovincies in kleine staten, zoals Nederland en België, vallen meestal samen met de landsgrenzen. Voor kerkprovincies in grotere staten met veel katholieken gaat dit meestal niet op.
Hiernaast zijn er kardinalen, deze worden door de Paus benoemd (officieel: "gecreëerd,") en kiezen de opvolger van de Paus bij zijn overlijden. Pauselijk aftreden is in de geschiedenis maar enkele keren voorgekomen. De paus wordt in zijn bestuurlijke taken bijgestaan door een bestuurslichaam, de zogenaamde Romeinse Curie.
Zie ook:
- Hiërarchie van de Rooms-katholieke Kerk
- Lijst van rooms-katholieke bisdommen
Positie van het Vaticaan
Vaticaanstad, het gedeelte van Rome waar Petrus begraven ligt en de paus zijn zetel heeft, heeft de status van een onafhankelijk land; veel landen hebben daarom naast een ambassade in Italië een ambassade bij het Vaticaan. Het Vaticaan heeft op haar beurt een nuntius als ambassadeur in vele landen. Dit betekent dat de organisatie van de Kerk en de betrekkingen met staten los van elkaar georganiseerd zijn.
Leer van de Kerk
De christelijke leer gaat ten diepste terug op de persoon en het optreden van de Heer Jezus Christus. Christenen belijden dat in Jezus God Zelf mens is geworden, alhoewel Hij God bleef, en naar de aarde gekomen is om zondaren te redden van de dood, het kwaad en de duivel. In de bijbel is de beloofde komst en de betekenis van Christus komst vastgelegd. De christelijke leer heeft zijn oorsprong in de boodschap van de bijbel. Voor de rooms-katholieken ligt een aantal geloofspunten vast. Aan deze waarheden, dogma's genaamd, valt niet te tornen. De belangrijkste geloofswaarheden staan opgesomd in de apostolische geloofsbelijdenis .
Naast de bijbel erkennen de rooms-katholieken ook het recht van de Traditie of de overlevering. De Traditie is alles wat in de kerkhistorie als openbaring van de geloofsleer naar voren is gekomen. De onfeilbaarheid van de Paus in geloofszaken is gefundeerd op de Traditie en pas in 1870 als dogma bekrachtigd. In de loop van de tijd zijn er ook enkele andere geloofspunten als dogma "gedefinieerd," zoals in 1950 de tenhemelopneming van Maria. Alleen de paus kan iets als dogma "definiëren," en hij zal dat in de praktijk alleen doen bij zaken die al eeuwen, vanuit de Traditie, door het grootste gedeelte van de Kerk zo worden geloofd.
Volgens de leer van de Kerk, is de Rooms-katholieke Kerk de oorsprong van alle kerken binnen het christendom, omdat de paus, de leider van de Rooms-katholieke Kerk, de opvolger is van de apostel Petrus. Op grond van dit primaatschap zijn volgens de Rooms-katholieke Kerk alle christenen, dus ook alle kerkgenootschappen, gehouden om het gezag van de paus te erkennen. De Rooms-katholieke Kerk wordt ook de Kerk van Rome genoemd. Naast de Rooms-katholieke Kerk, zijn er vele Kerken met een andere ritus, die in gemeenschap (communio) met de Kerk van Rome leven en het primaatschap van de Paus erkennen (zie Oosters-katholieke Kerken). De belangrijkste geünieerden zijn:
Zie ook
- Portaal christendom
- Categorie: Rooms-katholieke Kerk
Externe links
- http://www.vatican.va
- http://www.katholieknederland.nl
- http://www.rorate.com
- http://www.katholieknieuwsblad.nl
- http://www.kerknet.be
- http://www.catholica.nl
- http://www.katholiek.tk
Categorie:Rooms-katholieke Kerk
ja:カトリック教会
ko:카톨릭
ms:Gereja Roman Katolik
simple:Roman Catholicism
CarnavalCarnaval is het feest dat traditioneel gevierd wordt in de 4 dagen voorafgaand aan Aswoensdag waarmee de vastentijd van 40 dagen aanvangt die voornamelijk katholieke christenen aanhouden als boetedoening voor het paasfeest en als nagedachtenis aan het verblijf van Jezus Christus in de woestijn (Nieuwe Testament) en de tocht van het Joodse Volk vanuit Egypte naar het Beloofde Land (Oude Testament).
In die betekenis wordt de term afgeleid van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees). Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten.
Germanen
Germanen
In zijn huidige praktijk wordt carnaval gevierd vanaf de donderdag in de week voorafgaand aan Aswoensdag tot de dinsdagavond ervoor, de Vastenavond. Er is echter ook sprake van een carnavalsseizoen, dat al op 11 november (de elfde van de elfde) om 11:11 uur begint, wanneer de nieuwe Prins Carnaval verkozen en gekroond wordt, en onderbroken wordt door de maand december.
Van oudsher was het een eetfestijn omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de 40 dagen vasten waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke. Waarschijnlijk bestond het feest al langer dan de christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval in een katholieke traditie om te zetten, dan het uit te bannen.
Het heidense carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Ook in Zuid-Amerika wordt het carnaval uitbundig gevierd, waarbij vooral Rio de Janeiro the place to be is.
Ook al wordt de vastenperiode lang niet meer zo streng gevierd als vroeger, het carnavalsfeest blijft het feest waarbij mensen zich vermommen door vreemde kledij aan te trekken, en zo onherkenbaar een alibi hebben om zich in allerlei vormen te buiten te gaan. In de Middeleeuwen vielen daarbij nogal eens doden en gewonden, maar tegenwoordig is het masker bedoeld om iemand anders een spiegel voor te houden dan wel (met verdraaide stem) iemand stevig en ongezouten de waarheid te zeggen.
Het carnavalsfeest wordt in Nederland met name ten zuiden van de grote rivieren (Maas, Waal en Rijn) gevierd. Sommige steden en dorpen (met name in Brabant) hebben tijdens de carnavalstijd zelfs een alternatieve naam (bijv. 's-Hertogenbosch wordt Oeteldonk, Breda wordt Kielegat en Bergen op Zoom wordt Krabbegat). Er worden optochten gehouden met praalwagens.
En er zijn feesten waar het bier rijkelijk vloeit en waar wordt gedanst (gehost) op muziek die speciaal voor dit doel is geschreven, de carnavalskrakers, in Limburg en Bergen op Zoom zelfs in het plaatselijke dialect. Met name Venlo heeft een reputatie op het gebied van carnavalsmuziek. In diezelfde stad is ook de oudste carnavalsvereniging van Nederland, de Jocus. Ook buiten Limburg en Brabant bestaat de traditie van carnavalsmuziek in dialect, bijvoorbeeld in Nijmegen en Huissen. Vaak worden steden en dorpen tijdens carnaval overgedragen aan het gezag van Prins Carnaval, bijgestaan door de Raad van Elf. In Oeteldonk heet Prins Carnaval bijvoorbeeld Prins Amadeiro.
In Nederlandstalig België viert Limburg het Rijnlandse carnaval, zoals in Duitsland, maar het grensgebied Oost-Vlaanderen - Brabant kent een meer anarchistisch straatcarnaval met als grote voorbeeld Aalst. Aan de Aalsterse zondagsstoet nemen meer dan 70 plaatselijke groepen deel, met elk jaar een ander lokaal, nationaal of internationaal thema dat ze hekelen met prachtige praalwagens. Losse groepen haken in op de allerlaatste actualiteit. De dinsdag is er een Voil-Jeanettenstoet: in vrouwenkleren gestoken mannen met kinderkoets, kapotte paraplu en haring in een vogelkooi zijn dan meester van de straat. Elk jaar verschijnen verscheidene CD's met liedjes in het Oilsjters (Aalsters) dialect.
De oudste carnavalsstoet van België (sinds 1892) is die van Herenthout in de provincie Antwerpen. De Herenthoutse carnavalsstoet is gegroeid vanuit het theater en is zich verder blijven profileren als een dynamische actievolle stoet van straattoneel en dansen. Dit in tegenstelling tot de eerder passieve voorbijtrekkende optochten met het accent op rijkelijk uitgedoste deelnemers en praalwagens. In 1978 bevestigde toenmalig minister van Nederlandse Cultuur Rica De Backer dat Herenthout de oudste georganiseerde Vastenavondstoet van België heeft tot het tegendeel bewezen wordt.
In Wallonië is Binche de carnavalstad, met zijn historische Gilles en, evenals Aalst, een carnavalmuseum.
Ook in Keulen (Duitsland) wordt carnaval gevierd op ongeveer gelijke wijze als in Limburg. Kenmerkend zijn buutreders, zittingen, optochten (op Rosenmontag), verklede mensen en bier. Carnaval is relatiebevorderend. Het is eenvoudiger om contacten te leggen met anderen, daarvoor hoef je niet eens dronken te zijn. Ook (het nabijgelegen) Aken, Düsseldorf en Mainz zijn bekend om hun carnavalsfeest.
In Frankrijk is het carnaval van Nice bekend.
Een ander carnavalsfenomeen is het tonpraote of buutterednen waarbij de tonpraoter of buutteredner een cabaretesk betoog in dialect houdt, waarin allerlei actuele, meestal lokale, zaken de revue passeren.
Carnaval wordt ook vastenavond genoemd, al is dit eigenlijk de dinsdagavond van carnaval. Een voorbeeld van een plaats die carnaval "Vastenavend" noemt is Bergen op Zoom (Krabbegat). Hier kleedt men zich veelal in boerenkiel en de vrouwen in (nep)bontjassen, de karnaval ofwel Vastenavend begint zelfs al 3 weken voor het carnavalsweekend en de optocht trekt meer dan 100 deelnemers; ook is deze optocht wel bekend om zijn vele en reusachtige praalwagens (sommige wagens halen een lengte van 30 meter en 15 meter hoogte) van "gedoogd" polyester.
In New Orleans (Louisiana, VS) heet carnaval Mardi Gras, Frans voor vette dinsdag. Het is een verkleedfeest (paars, groen en goud) en een paradefeest.
In Venetië is carnaval, heropgericht in de jaren 1980, veel ingetogener. Men verkleedt zich in historische stijl. De kostuums zijn vaak heel duur. De maskers kunnen kunstwerken op zich zijn, hoewel ze ook in de fabriek aan de lopende band gemaakt worden.
In Rio de Janeiro (Brazilië) vindt de wereldberoemde carnavalsparade plaats.
De datum van carnaval
De carnavalsdatum vindt zijn oorsprong in de kerkelijke kalender. Pasen is bepalend voor de datum van de eerste carnavalsdag. Paaszondag is, volgens het concilie van Nicea (325 na Christus), de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). Ga dan zeven weken terug voor de eerste carnavalsdag (of 47 dagen voor Aswoensdag). Carnaval begint officieel op zondag. De zaterdag is er in de loop der jaren als extra feestdag "bijgesmokkeld". Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart zijn en op zijn laatst op 25 april. Dit houdt in dat het vroegst mogelijke carnaval op 1 februari is. De laatst mogelijke datum is 7 maart.
Externe links
- [http://www.weidemennekes.nl/index_plaatsnamen.html Lijst met plaatsnamen tijdens carnaval]
- [http://www.vastenavond.be/ Digitaal carnavalsmuseum]
Categorie:Dag
Categorie:Feest
als:Fastnacht
ja:謝肉祭
Categorie:BorseleCategorie:Gemeente in Zeeland
Categorie:Voormalige gemeente in ZeelandZie ook de lijst van voormalige gemeenten in Zeeland.
Categorie:Gemeente in Zeeland
Zeeland MosefundMoselig er lig begravet i højmoser og bevaret på grund af de særlige forhold i mosen: surt, iltfattigt vand og lav temperatur. Herved kan selv blødt væv som indvolde og hud bevares.
Moselig er ofte enten druknede ved uheld eller direkte ofret til mosen. I Danmark har vi flere af de bedst bevarede moselig som Grauballemanden og Tollundmanden, men der er også fundet moselig
i Storbritanien, Irland, Nordtyskland og Holland.
Der er beskrivelser tilbage fra det 18. århundrede af moselig. Det har indtil slutningen af det 20. århundrede være umuligt at aldersbestemme ligene. Moderne undersøgelser som Kulstof 14-datering har vist at de ældste moselig er mere end 10.000 år gamle. Arkæologerne har med moseligene fået meget detaljerede oplysninger om beklædning og mad i forhistorisk tid. Analyser af ligenes maveindhold har vist hvilke fødemidler der var til rådighed og hvilke planter man dyrkede eller samlede.
Kendte moselig
- Tollundmanden
- Grauballemanden
- To mænd fra Weerdinger
- Pigen fra Roum Mose
- Pigen fra Windeby
- Borremosemanden
- Kvinden fra Borremose
- Huldremosekvinden
- Stidsholtkonen
- Dronning Gunhild
- Rendswührenmanden
- Ellingpigen
Se også
- Arkæologi
- Mumie
- Lig
- Fossil
- Skelet
- Død
- Konservering
- Balsamering
- Oldtid
- Gravhøj
- Nordisk mytologi
- Ofring
Kategori:Moselig
Kategori:Jernalder
gambling gu Links prag hotel miadyca firma
|
|
|
|